Schriftlezingen van de zondag

VIJFENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 22 en 23 SEPTEMBER 2018

EERSTE LEZING Wijsh., 2, 12. 17-20

Uit het boek Wijsheid

De ongelovigen zeggen: “Wij willen de vrome belagen; want hij is ons een ergernis, en is een aanklacht tegen onze lauwheid. Hij beschuldigt ons dat wij de wet niet onderhouden; en verwijt ons onze tuchteloosheid. Laat ons eens zien of zijn woorden wel waar zijn en nemen we als proef op de som wet er gebeurt bij zijn dood. Want als de rechtvaardige een zoon van God is, zal God hem te hulp komen en hem bevrijden uit de greep van zijn vijand. Onderwerpen we hem aan een smadelijke proef om met foltering te achterhalen hoe zachtmoedig hij is en om ons te overtuigen van zijn verdraagzaamheid. Laten we hem veroordelen tot een schandelijke dood; naar eigen zeggen geniet hij immers bijzondere bescherming.” Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING Jak.,3, 16-4,3

Uit de brief van de heilige apostel Jakobus

Broeders en zusters, Waar naijver en eerzucht heersen, daar treft men ook onrust aan en allerlei minderwaardige praktijken. De wijsheid van omhoog is voor alles rein, maar ook vredelievend, vriendelijk, altijd voor rede vatbaar, rijk aan barmhartigheid en vruchten van goede daden, onpartijdig en oprecht. Gerechtigheid is een vrucht van de vrede en slechts wie de vrede nastreven zullen haar oogsten. Waar komen bij u die vechtpartijen en ruzies vandaan? Toch alleen van uw eigen hartstochten die u niet met rust laten? Gij begeert dingen die gij niet kunt krijgen. Gij moordt en benijdt en gij kunt uw doel niet bereiken. Dan gaat gij vechten en strijden. Gij hebt niets omdat gij niet bidt. En als gij bidt krijgt ge het niet omdat gij verkeerd bidt, met de bedoeling namelijk om wat ge krijgt uit te geven voor uw boze lusten. Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mc., 9, 30-37

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd gingen Jezus en zijn leerlingen weg van de berg en trokken Galilea door; maar Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam, want Hij was bezig zijn leerlingen te onderrichten. Hij zeide hun: “De Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen der mensen en ze zullen Hem doden; maar drie dagen na zijn dood zal Hij weer opstaan.”: Zij begrepen die woorden wel niet maar schrokken ervoor terug Hem te ondervragen. Zij kwamen in Kafarnaum en, eenmaal thuis, ondervroeg Hij hen: “Waar hebt ge onderweg over getwist?” Maar zij zwegen, want ze hadden onderweg een woordenwisseling gehad over de vraag wie de grootste was. Toen zette Hij zich neer, riep de twaalf bij zich en zei tot hen: “Als iemand de eerste wil zijn, zal hij de laatste van allen moeten wezen en de dienaar van allen.” Hij nam een kind en zette het in hun midden; Hij omarmde het en sprak tot hen: “Wie een kind als dit opneemt in mijn Naam neemt Mij op; en wie Mij opneemt neemt niet Mij op, maar Hem die Mij gezonden heeft.” Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Bidden wij tot God, die ons bijstaat en luistert naar onze bede:

Voor alle christenen:
Dat zij elkaar helpen om de weg van het geloof te gaan
en de vurigheid van Jezus’ liefde ontdekken.
Laat ons bidden…

Voor de leiders van de volkeren.
Wij bidden om wijsheid
opdat zij zich inzetten voor een wereld naar Gods bedoeling.
Dat zij zorgdragen voor het recht en het welzijn
van allen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd.
Laat ons bidden…

Voor mensen met een hoge status of een rijk bezit.
Dat zij hun verworvenheden ervaren als door God geschonken gaven
die ook anderen ten goede mogen komen.
Laat ons bidden…

Voor de vrede in onze wereld willen wij bidden.
Dat de brandhaarden van oorlog en geweld mogen doven.
Bijzonder bidden wij om een duurzame oplossing voor het geweld in Syrië.
Dat allen die werken aan vrede en verzoening de moed niet opgeven
maar blijven geloven in een hoopvolle toekomst.
Laat ons bidden…

Misintenties…

Gebed in stilte…

Heer, onze God, wij vragen U vol vertrouwen
dat Gij ons gebed wit verhoren
omwille van Jezus, uw Zoon, die gekomen is om
ons te dienen en zijn leven te geven als losprijs
voor velen. Hij die leeft en heerst in eeuwigheid. Amen.


VIERENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 15 en 16 SEPTEMBER 2018

EERSTE LEZING Jes., 50, 5-9a

Uit de Profeet Jesaja

God de Heer heeft tot mij gesproken en ik heb mij niet verzet, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug bood ik aan wie mij sloegen, mijn wangen aan wie mij de baard uitrukten en mijn gezicht heb ik niet afgewend van wie mij smaadden en mij bespuwden. God de Heer zal mij helpen: daarom zal ik niet beschaamd staan. Hij die mij vrij zal spreken is nabij. Wie is mijn tegenstander? Laten we samen voor de rechter treden! Wie is mijn tegenpartij? Laat hij tegenover mij komen staan! God de Heer zal mij helpen: wie zal mij schuldig verklaren? Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING Jak., 2, 14-18

Uit de brief van de heilige apostel Jakobus

Broeders en zusters, Wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft als hij geen daden kan laten zien? Kan zo’n geloof hem soms redden? Stel dat een broeder of zuster geen kleren heeft en niets om te eten en iemand van u zou zeggen: “Geluk ermee! Hou u warm en eet maar goed” en hij zou niets doen om in hun stoffelijke nood te voorzien – wat heeft dat voor zin? Zo is ook het geloof, op zichzelf genomen, zonder zich in daden te uiten dood. Misschien zal iemand zeggen: “Gij hebt de daad en ik heb het geloof.” Dan antwoord ik: “Bewijs me eerst dat ge geloof hebt als ge geen daden kunt tonen; dan zal ik u uit mijn daden mijn geloof bewijzen.” Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mc., 8, 27-35

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd trok Jezus met zijn leerlingen naar de dorpen rond Caesarea van Filippus. Onderweg stelde Hij aan zijn leerlingen de vraag. “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?” Zij antwoordden Hem: “Johannes de Doper; anderen zeggen Elia en weer anderen zeggen dat Gij een van de profeten zijt.” Daarop stelde Hij hun de vraag: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?” Petrus antwoordde: “Gij zijt Christus.” Maar Hij verbood hun nadrukkelijk iemand hierover te spreken. Daarop begon Hij hun te leren dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen moest worden, maar dat Hij, na ter dood te zijn gebracht drie dagen later zou verrijzen. Hij sprak deze woorden zonder terughoudendheid. Toen nam Petrus Jezus terzijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden. Maar zich omkerend keek Hij naar zijn leerlingen en voegde Petrus op strenge toon toe: “Ga weg, satan, terug! want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.” Nadat Hij behalve zijn leerlingen ook het volk bij zich had laten komen, sprak Hij tot hen: “Wie mijn volgeling wil zijn moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie zal het redden.” Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Bidden wij tot God die ons smeken hoort, telkens als wij tot Hem bidden.

Voor alle christenen.
Dat hun geloof vruchtbaar is door daden van liefde.
Wij bidden vandaag bijzonder voor onze eerste communicantjes en vormelingen
die een begin maken met hun voorbereiding op de Communie en het Vormsel.
Dat Gods liefde en vrede met hen mogen zijn.
Laat ons bidden…

Voor allen die in ons land politieke verantwoordelijkheid dragen
en de komende dinsdag een nieuw werkjaar beginnen.
Wij bidden om de Geest van wijsheid en inzicht
opdat zij onder Gods zegen dienstbaar zijn aan allen die in ons land leven.
Laat ons bidden…

Voor allen die vervolgt worden om hun geloof.
Dat zij in het kruis van Christus de kracht vinden
tot standvastige trouw.
Laat ons bidden…

Voor hen die in hun leven een zwaar kruis
te dragen hebben.
Wij bidden om geloof en vertrouwen,
om moed en hoop.
Laat ons bidden…

Misintenties…

Gebed in stilte…

God, uw Zoon heeft veel moeten lijden
en werd ter dood gebracht, maar is verrezen op de derde dag.
Wij vragen U: leer ons als zijn volgelingen
iedere dag opnieuw ons kruis op te nemen,
opdat wij, delend in zijn lijden,
ook de kracht van zijn verrijzenis mogen ondervinden.
Hij die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.