Schriftlezingen van de zondag

ASWOENSDAG 26 februari 2020

EERSTE LEZING Joel 2, 12-18

Uit de profeet Joel.

Zo spreekt God de Heer: Keert tot mij terug, van ganser harte, met vasten, geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot de Heer uw God, want genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil. Wie weet, keert Hij terug en krijgt Hij spijt en laat dan zegen achter zich, een meeloffer en een plengoffer voor de Heer uw God. Blaast de bazuin op Sion, kondigt een heilige vastentijd af, roept een plechtige bijeenkomst bijeen. Verzamelt het volk, belegt een heilige bijeenkomst, brengt de oudsten samen en verzamelt ook de kinderen en de zuigelingen; laat de bruidegom zijn kamer verlaten en de bruid haar bruidsvertrek. Laat tussen de voorhal en het altaar de priesters, die de dienst van de Heer verrichten, wenen en zeggen: Spaar uw volk, Heer, laat niet met uw erfdeel spotten, laat niet de heidenen het overheersen. Moet men onder de volken zeggen: Waar blijft dan hun God? Toen is de Heer voor zijn land opge-komen en heeft Hij zijn volk gespaard.
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING 2 Kor. 5,20 – 6,2

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe.

Broeders en zusters, wij zijn gezanten van Christus, God roept u op door ons woord. Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen! Hem die geen zonde heeft gekend, heeft God voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden. Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorg dat ge zijn genade niet tevergeefs ontvangt. Hij zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen. Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil. Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt.6, 1-6.16-18

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Mattheus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader die in de hemel is. Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat, opdat zij door de mensen geprezen worden. Voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Als gij een aalmoes geeft, laat uw linkerhand dan niet weten, wat uw rechter doet, opdat uw aalmoes in het verborgene blijve en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen bij de mensen; voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen! Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bidt tot uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij vast, zalft dan uw hoofd en wast uw gezicht, om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast, maar vast voor uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij bidden tot God onze Vader

Voor alle christenen die vandaag een begin
maken met de Veertigdaagse voorbereiding op Pasen.
dat het een tijd mag zijn van bezinning en bekering.
Laat ons bidden…

Voor alle mensen in onze wereld
die het niet stil kunnen maken in hun leven;
voor hen die opgeslokt worden
door de drukte en het lawaai van de wereld.
Dat zij in deze Veertigdagentijd bij God rust en vertroosting vinden.
Laat ons bidden…

Voor ons persoonlijk.
Dat deze Veertigdagentijd ons moed en de kracht geeft
om ook zelf werken van barmhartigheid te verrichten;
dat wij zo Gods liefde zichtbaar maken.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…

Misintenties

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…

Goede Vader,
wij vragen uw zegen over onze leven,
over het leven van onze parochiegemeenschap.
Blijf ons in deze Veertigdagentijd vernieuwen.
Vermeerder ons geloof in Jezus, uw Zoon,
die als eerste uit de doden is verrezen
en nu leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.
Amen.


EERSTE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD 29 februari/1 maart 2020

EERSTE LEZING Gen.,2,7-9;3, 1-7

Uit het boek Genesis

In het begin boetseerde God de Heer de mens uit stof, van de aarde genomen, en Hij blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen. Daarna legde God de Heer een tuin aan in Eden, ergens in het oosten, en daarin plaatste Hij de mens die Hij geboetseerd had. God de Heer liet uit de grond allerlei bomen opschieten, aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten; daarbij was ook de boom van het leven midden in de tuin en de boom van de kennis van goed en kwaad. Van alle dieren, die God de Heer gemaakt had, was er geen zo sluw als de slang. Ze zei tot de vrouw: “Heeft God werkelijk gezegd dat ge van geen enkele boom in de tuin moogt eten?” De vrouw zei tot de slang: “Wij mogen wel eten van de vruchten van de bomen in de tuin. God heeft alleen gezegd: Van de vruchten van de boom die midden in de tuin staat moogt ge niet eten; ge moogt ze zelfs niet aanraken; anders zult gij sterven.” Maar de slang zei tot de vrouw: “Gij zult helemaal niet sterven. God weet dat uw ogen open zullen gaan als ge eet van die boom, en dat ge dan gelijk zult worden aan God door de kennis van goed en kwaad.” Toen zag de vrouw dat het goed eten was van die boom, en dat hij een lust was voor het oog, en hoe aantrekkelijk het was er inzicht door te krijgen. Zij plukte dus een vrucht en zij at ervan; zij gaf er ook van aan haar man, die bij haar stond, en ook hij at ervan. Nu gingen hun beiden de ogen open en zij ontdekten dat zij naakt waren. Daarom hechtten ze vijgenbladen aaneen en maakten daar lendenschorten van. Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING Rom.,5, 12-19

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en met de zonde de dood; en zo is de dood over alle mensen gekomen, aangezien allen gezondigd hebben. Er was immers reeds zonde in de wereld, voor de wet er was. Maar de zonde wordt niet aangerekend, waar geen wet is. Toch heeft de dood als koning geheerst in de tijd van Adam tot Mozes, dus ook over hen die zich niet op de wijze van Adam schuldig hadden gemaakt aan de overtreding van een gebod. Adam nu is het beeld van Hem die komen moest. Maar de genade van God laat zich niet afmeten naar de misstap van Adam. De fout van één mens bracht allen de dood, maar God schonk allen rijke vergoeding door de grote gave van zijn genade: de ene mens Jezus Christus. Zijn gave is sterker dan die ene zonde. De rechtspraak die volgde op de ene misstap liep uit op een veroordeling, maar de gratie die na zoveel overtredingen verleend werd, betekende volledige kwijtschelding. Door toedoen van één mens begon de dood te heersen, als gevolg van de val van die mens. Zoveel heerlijker zullen zij die de overvloed der genade en de gave der gerechtigheid ontvangen, leven en heersen, dank zij de ene mens Jezus Christus. Dit betekent: één fout leidde tot veroordeling van allen, maar één goede daad leidde tot vrijspraak en leven voor allen. En zoals door de ongehoorzaamheid van één mens allen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van Een allen worden gerechtvaardigd. Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 4, 1-11

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef gesteld te worden. Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger. Nu trad de verleider op Hem toe en sprak: “Als Gij de Zoon van God zijt, beveel dan dat deze stenen hier in brood veranderen.” Hij gaf ten antwoord: “Er staat geschre¬ven: Niet van brood alleen leeft de mens, maar van elk woord dat komt uit de mond van God.” Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort en sprak tot Hem: “Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar bene¬den, want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij omtrent U een bevel geven, dat zij U op de handen nemen, opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen.” Jezus zei tot hem: “Er staat ook geschreven: Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen.” Ten slotte nam de duivel Hem mee naar een heel hoge berg, vanwaar hij Hem alle koninkrijken der wereld toonde in hun heerlijkheid. En hij zei: “Dat alles zal ik U geven, als Gij in aanbidding voor mij neervalt.” Toen zei Jezus hem: “Weg, satan; er staat geschreven: De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.” Nu liet de duivel Hem met rust en er kwamen engelen om Hem te dienen.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij bidden tot God onze barmhartige Vader

Voor alle christenen:
dat zij deze Veertigdagentijd
aanvaarden als een geschenk van God
opdat het mag zijn een tijd van barmhartigheid.
Laat ons bidden…

Voor alle mensen in deze wereld
die het niet stil kunnen maken in hun leven.
Voor hen die opgeslokt worden door de drukte
en het lawaai van de wereld.
Dat zij bij God rust en vertroosting vinden.
Laat ons bidden…

Voor jongeren in ontwikkelingslanden
die door armoede geen onderwijs kunnen volgen.
Mogen zij kansen krijgen op scholing en training
en zicht krijgen op een mooie toekomst.
Laat ons bidden….

Voor hen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:

Misintenties…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.

Laat ons bidden…

Goede Vader,
wij vragen uw zegen over ons leven,
over het leven van onze parochiegemeenschap.
Blijf ons in deze Veertigdagentijd vernieuwen.
Vermeerder ons geloof in Jezus, uw Zoon,
die als eerste uit de doden is verrezen en nu leeft en
heerst in de eeuwen der eeuwen.


ZEVENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 22 en 23 februari 2020

EERSTE LEZING Lev., 19, 1-2. 17-18

Uit het boek Leviticus

De Heer sprak tot Mozes: “Zeg tot heel de gemeenschap van de Israëlieten: Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig. Wees niet haatdragend tegen uw broeder. Wijs elkaar terecht: dan maakt ge u niet schuldig aan de zonde van een ander. Neem geen wraak op een volksgenoot en koester geen wrok tegen hem. Bemin uw naaste als uzelf. Ik ben de Heer.”
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING 1 Kor.,3,16-23

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe

Broeders en zusters,
Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten. Want de tempel van God is heilig, en die tempel zijt gij. Laat niemand zichzelf iets wijs maken. Als iemand onder u wijs meent te zijn onwijs namelijk volgens de normen van deze tijd die voorbijgaat dan moet hij dwaas worden om de ware wijsheid te leren. De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God. Er staat immers geschreven: “Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid’, en elders: “De Heer kent de gedachten van de wijzen. Hij weet hoe waardeloos ze zijn.” Laat daarom niemand zijn heil zoeken bij mensen. Want alles is het uwe, of het nu Paulus is of Apollos of Kefas, wereld, leven of dood, heden of toe-komst, alles is van u, maar gij zijt van Christus en Christus is van God.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 5, 38-48

Uit heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Oog om oog, tand om tand. Maar Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht, maar als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere toe. Als iemand u voor het gerecht wil dagen en uw onderkleed afnemen, laat hem dan ook het bovenkleed. Als iemand u vordert één mijl met hem te gaan, ga er twee met hem. Geeft aan wie u vraagt, en wendt u niet af als iemand van u lenen wil. Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten. Maar Ik zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want als gij bemint die u beminnen, wat voor recht op loon hebt gij dan ? Doen de tollenaars niet hetzelfde? En als gij alleen uw broeders groet, wat voor buitengewoons doet gij dan ? Doen de heidenen dat ook niet? Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Bidden wij tot God, onze Vader
die ook ons de wereld inzendt
met zijn boodschap van liefde en vergeving.

Voor alle geroepenen: voor priesters, diakens, religieuzen
en voor allen die werkzaam zijn in het pastoraat.
Wij bidden dat het hun niet zal ontbreken
aan geloof en hoop
om hun leven blijvend in dienst te stellen van God en de medemens.
Laat ons bidden…

Wij bidden om vrede en gerechtigheid
voor al die plaatsen in wereld
waar onrecht en geweld woedt.
Laat ons bidden…

Voor onze gezinnen;
dat ouders en kinderen in geloof en liefde
het evangelie in praktijk brengen in het leven van alle dag.
Laat ons bidden…

Voor alle mensen die carnaval vieren:
dat het dagen van gezelligheid
en saamhorigheid mogen zijn.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor

Misintenties…

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties

Laat ons bidden…

God, onze Vader, Gij kent onze noden en onze verlangens.
Wil ons geven wat wij het meest nodig hebben.
Dat vragen wij U door Christus, onze Heer.
Amen.