Schriftlezingen van de zondag

Derde zondag van Pasen 29 en 30 april 2017

EERSTE LEZING Hand., 2, 14. 22-28

Uit de Handelingen der Apostelen

Op de dag van Pinksteren trad Petrus naar voren met de elf en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten: “Gij allen, Joodse mannen en bewoners van Jeruzalem, weet dit wel en luistert aandachtig naar mijn woorden. Jezus de Nazoreeër was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht: Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de strikken van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen; daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet zult overlaten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen. Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn.” Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING 1 Petr., 1, 17-21

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,
God die gij aanroept als Vader, is ook de onpartijdige rechter over al onze daden; koestert daarom ontzag voor Hem, zolang gij hier in ballingschap leeft. Gij weet dat gij niet met vergankelijke dingen, zoals goud en zilver, zijt verlost uit het zinloze bestaan dat gij van uw vaderen had geërfd. Gij zijt verlost door het kostbaar bloed van Christus, het lam zonder vlek of gebrek, dat uitverkoren was voor de grondlegging der wereld, maar eerst op het einde der tijden is verschenen, om uwentwil. Door Hem gelooft gij in God, die Hem van de doden opgewekt en Hem de heerlijkheid gegeven heeft; daarom is uw geloof in God tevens hoop op God. Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 24, 13-35;

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd waren er twee van de leerlingen van Jezus op weg naar een dorp dat Emmaus heette en dat ruim elf kilometer van Jeruzalem lag. Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. Terwijl zij zo aan het praten waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hen toe en Hij liep met hen mee. Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. Hij vroeg hun: “Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?” Met een bedrukt gezicht bleven ze staan. Een van hen, die Kléopas heette, nam het woord en sprak tot Hem: “Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?” Hij vroeg hun: “Wat dan ?” Ze antwoordden Hem: “Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en van heel het volk; hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen en hoe zij Hem aan het kruis hebben geslagen. En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen ! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn. Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest, maar hadden zijn lichaam niet gevonden, en ze kwamen zeggen dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad, die verklaarden dat Hij weer leefde. Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet.” Nu sprak Hij tot hen: “O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben ! Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?” Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan. Zij drongen bij Hem aan: “Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.” Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven. Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. Toen zeiden ze tot elkaar: “Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?” Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen. Dezen verklaarden: “De Heer is werkelijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen.” En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood. Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

In vertrouwen richten wij ons tot Jezus Christus die dit uur ook voor ons het Brood van zijn leven breekt.

Jezus heeft de Schriften ontsloten voor zijn zoekende leerlingen.
Sta ook vandaag de verkondigers van uw woord bij
en open door uw Blijde Boodschap
de harten van vele mensen.
Laat ons bidden…

Men noemt Jezus machtig in woord en daad, in het oog van God en mensen.
Schenk aan de machtigen van deze wereld de geest van eerbied en respect
voor ieder mensenleven.
Laat ons bidden…

De leerlingen van Emmaüs hebben de Heer uitgenodigd bij hen te blijven.
Zegen alle Godszoekers.
Laat hun harten branden van liefde.
Laat ons bidden…

Onderweg naar Emmaüs heeft Jezus de zin van zijn lijden, sterven en verrijzen verkondigd.
Wek in onze gezinnen, families en heel de parochiegemeenschap
het gesprek over de Blijde Boodschap van het Evangelie tot leven.
Laat ons bidden…

Misintenties…

Gebed in stilte…

Blijf bij ons, Heer Jezus.
Wees met ons onderweg,
laat ons hart brandend zijn en versterk onze hoop,
dat wij U samen met onze broeders en zusters
herkennen in de Schriften en in het breken van het brood.
Gij die heeft en heerst tot in de eeuwen der eeuwen.


22 en 23 APRIL 2017
TWEEDE ZONDAG VAN PASEN – BELOKEN PASEN
ZONDAG VAN DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID

EERSTE LEZING Hand.,2,42-47

Uit de Handelingen der Apostelen

De eerste christenen legden zich ernstig toe op de leer der apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en het gebed. Ontzag beving eenieder, want door de apostelen werden vele wonderbare tekenen verricht. Allen die het geloof hadden aangenomen, waren eensgezind en bezaten alles gemeenschap¬pelijk. Ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte. Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel, braken het brood in een of ander huis, genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van hart, loofden God en stonden bij het hele volk in de gunst. En elke dag bracht de Heer er meer bijeen, die gered zouden worden. Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING 1 Petr., 1,3-9

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid deed herboren worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood. Een onvergankelijke, onbederfelijke, onaantastbare erfenis is voor u weggelegd in de hemel. In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht gij op het heil, dat al gereed ligt om op het eind van de tijd geopenbaard te worden. Dan zult gij juichen, ook al hebt gij nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen. Maar die zijn nodig om de deugdelijk¬heid van uw geloof te bewijzen, uw geloof, dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud, dat toch ook door vuur gelouterd wordt. Dan zal, wanneer Jezus Christus zich openbaart, lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn. Hem hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben. In Hem gelooft gij, ofschoon gij Hem ook nu niet ziet. Hoe onuitsprekelijk, hoe hemels zal uw vreugde zijn, als gij het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt. Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 20, 19-31

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.” Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God !” Toen zei Jezus tot hem: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan die niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam. Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Vanuit de vrede die de verrezen Heer ons toewenst,
bidden wij met vertrouwen tot God, onze barmhartige Vader.

Voor de Kerk,
dat zij de vreugde van Jezus’ verrijzenis
blijft verkondigen aan heel de wereld
opdat allen Gods barmhartigheid en liefde ervaren.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor hen die niet in Christus geloven.
Voor hen die, zoals Thomas, twijfelen.
Dat zij, verlicht door het Licht van Pasen,
de weg van geloof, hoop en liefde mogen gaan.
Laat ons bidden…

Voor Koning Willem-Alexander over enkele dagen
zijn vijftigste verjaardag viert.
Wij bidden om zegen over zijn leven.
Dat hij, bij de Gratie Gods, een
geest van eensgezindheid en saamhorigheid bewerkt
onder allen die in ons land wonen of verblijven.
Laat ons bidden…

Voor de kinderen uit onze parochiegemeenschap
die in de komende weken hun Eerste Heilige Communie gaan doen.
Dat zij Jezus een blijvende plaats in hun leven geven.
Wij bidden om zegen over alle gezinnen van onze parochie.
Laat ons bidden…

Misintenties…

Gebed in stilte…

Barmhartige God,
uw Zoon heeft na zijn opstanding uit de dood
aan zijn leerlingen de Heilige Geest meegedeeld
tot vergeving van de zonden;
wij bidden U:
vermeerder ons geloof in Hem
die om onzentwil gestorven en verrezen is,
en laat ons een ten volle delen in zijn vrede.
Door Christus onze Heer.