Schriftlezingen van de zondag

De schiftlezingen voor de vieringen die reeds geweest zijn, kunt u vinden via deze link.

TWEEDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 27/28 februari 2021

EERSTE LEZING Gen., 22. 1-2.9a. 10-13. 15-18

Uit het Boek Genesis

In die dagen gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde. Hij zei tot hem: “Abraham. ” En hij antwoordde: “Hier ben ik.” Hij zei: “Ga met Isaak, uw enige zoon, die gij liefhebt, naar het land van de Moria en draag hem daar op de berg die ik u zal aanwijzen als brandoffer op.”, Toen zij de plaats bereikt hadden die God hen had aangewezen bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon de keel af te snijden, riep de engel van de Heer hem van uit de hemel toe: “Abraham, Abraham!” En hij antwoordde: “Hier ben ik.” Hij zei: “Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets ! Ik weet nu dat gij God vreest want gij hebt mij uw enige Zoon niet willen onthouden.” Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram, die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op, in plaats van zijn zoon. Toen riep de engel van de Heer voor de tweede maal uit de hemel tot Abraham en zei: “Bij mijzelf heb ik gezworen – spreekt de Heer- omdat gij dit gedaan hebt en mij uw eigen zoon niet hebt onthouden, daarom zal ik u overvloedig zegenen en uw nakomelingen talrijker maken dan de sterren aan de hemel en de zandkorrels op het strand van de zee. Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezitten. Door uw nakomelingen komt zegen over alle volken van de aarde omdat gij naar mij hebt geluisterd.” Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 116

Refrein: Ik mag weer leven onder Gods oog in ‘t land van de levenden.

Ik bleef vertrouwen, al zei ik: ik ben gebroken van smart;
Want kostbaar is in de ogen des Heren, het leven van wie Hem vereert.

O Heer, ik ben uw dienaar, uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd,
Gij hebt mijn boeien geslaakt.
Met offers zal ik U loven, de Naam van de Heer roep ik aan.

Ik zal mijn geloften volbrengen waar heel zijn volk het ziet.
Op ‘t voorplein van uw tempel, in u, Jeruzalem.

TWEEDE LEZING Rom., 8, 31b-34

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard: voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken ? Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God die rechtvaardigt? Wie zal hen veroordelen ? Christus Jezus misschien, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en die, gezeten aan Gods rechterhand, onze zaak bepleit?
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mc., 9, 2-10

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus

In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg waar zij geheel alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn kleed werd glanzend en zo wit als geen bleker ter wereld maken kan. Elia verscheen hun samen met Mozes en zij onderhielden zich met Jezus. Petrus nam het woord en zei tot Jezus: “Rabbi, het is goed dat we hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.” Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren allen geheel verbluft. Een wolk kwam hen overschaduwen en uit die wolk klonk een stem: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.” Toen ze rondkeken, zagen ze plotseling niemand anders bij hen dan alleen Jezus. Onder het afdalen van de berg verbood Jezus hun aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan. Zij hielden het inderdaad voor zich, al vroegen zij zich onder elkaar af wat dat opstaan uit de doden mocht betekenen.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Met Petrus, Jakobus en Johannes
keren wij ons biddend tot God onze Vader:

Voor alle christenen op weg naar Pasen.
Dat zij de moed en de kracht ontvangen
hun leven te richten naar Gods woord.
Laat ons bidden…

Voor allen die verantwoordelijkheid dragen in politiek en maatschappij.
Dat zij niet bedacht zijn op eigen eer of voordeel
maar hun talenten dienstbaar
maken aan het algemeen welzijn
en de opbouw van een rechtvaardige samenleving.
Laat ons bidden…

Voor onze parochiegemeenschap.
Dat wij in de opgang naar Pasen steeds meer
gaan leven in verbondenheid met de Mensenzoon
die uit de doden is opgestaan.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor
Misintenties…

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties

Laat ons bidden…

God, Gij hebt op de berg
Jezus geopenbaard als uw Zoon, uw Welbeminde,
en ons opgeroepen naar Hem te luisteren.
Wij smeken U: dat Hij die nu gezeten is aan uw rechterhand,
voor ons ten beste spreekt bij U.
Hij die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.