Schriftlezingen van de zondag

Onderstaand achtereenvolgens de lezingen en voorbede van de volgende dagen:

19 en 20 augustus

12 en 13 augustus

15 augustus


TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 19 en 20 AUGUSTUS 2017

EERSTE LEZING Jes., 56, 1. 6-7

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt God de Heer: “Onderhoudt het recht en doet wat rechtvaardig is, want mijn heil is in aantocht, mijn gerechtigheid zal zich openbaren. De vreemdelingen die zich bij de Heer aansluiten om Hem te dienen, die zijn naam met liefde vereren en zijn dienaren willen zijn, allen die de sabbat onderhouden en hem niet onteren, die trouw blijven aan mijn verbond, hen breng Ik naar mijn heilige berg en Ik geef hun vreugde in mijn huis van gebed. Hun brand- en slachtoffers zullen Mij aangenaam zijn op mijn altaar, want mijn huis zal worden genoemd: een huis van gebed voor alle volken.” Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING Rom., 11, 13-15. 29-32.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome Broeders en zusters,

Ik, Paulus, richt mij nu tot u die uit het heidendom gekomen zijt. Ik ben weliswaar apostel der heidenen, maar ik schat dit ambt juist hierom zo hoog, omdat ik hoop daardoor mijn eigen volk tot naijver te prikkelen en er althans enigen van te redden. Want als hun verwerping de wereld verzoening heeft gebracht, wat kan dan hun aanneming anders betekenen dan leven uit de doden? Maar God kent geen berouw over zijn genadegaven noch over zijn roeping. Zoals gij eertijds aan God ongehoorzaam zijt geweest, thans echter, dank zij de ongehoorzaamheid van Israël, ontferming hebt gevonden, zo is thans Israël op zijn beurt ongehoorzaam geworden, opdat het ten gevolge van de u betoonde ontferming, eveneens erbarming zou vinden. Zo heeft God allen in ongehoorzaamheid opgesloten om allen in te sluiten in zijn ontferming. Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 15, 21-28

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd trok Jezus zich terug naar de streek van Tyrus en Sidon. Op een gegeven ogenblik trad een Kananeese vrouw uit dat gebied naar voren, luid roepend: “Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter is van een duivel bezeten en wordt verschrikkelijk gekweld.” Maar Jezus gaf haar in het geheel geen antwoord. Toen wendden zijn leerlingen zich tot Hem met het verzoek: “Stuur die vrouw toch weg, want ze blijft ons achterna roepen.” Hij antwoordde: “Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van het huis van Israël gezonden.” Maar de vrouw kwam naderbij, wierp zich voor zijn voeten neer en zei: “Heer, help mij !” Hij gaf haar ten antwoord: “Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is, aan de honden te geven.” “Toch wel, Heer, – sprak zij- want de honden eten immers toch ook de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen.” Daarop zei Jezus haar: “Vrouw, ge hebt een groot geloof! “Uw verlangen wordt ingewilligd.” En van dat ogenblik was haar dochter genezen. Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Vanuit het geloof dat de verrezen Heer midden onder ons is, bidden we vol vertrouwen tot de Vader:

Voor onze kerkgemeenschap:
dat zij steeds trouw het Evangelie ter sprake brengt
en zo mensen helpt groeien in liefde tot God en de naaste.
Laten ons bidden…

Voor die situaties waarin mensen lijden onder
spanningen, meningsverschillen of conflicten:
dat iedere betrokkene de ander blijft zien
als broeder en zuster, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.
Laten ons bidden…

Voor alle mensen, waar ook ter wereld:
dat zij in hun dagelijkse bezigheden
zien wat God van hen verlangt en wat goed is voor allen.
Dat alle menselijke inzet bijdraagt aan de opbouw van Gods koninkrijk.
Laat ons bidden…

Voor hen die zich helemaal toewijden
aan de dienst aan God en de naasten:
dat zij zich steeds geborgen weten
door Gods zegen en nabijheid.
Laat ons bidden…

Misintenties

Gebed in stilte…

Goede God,
heb medelijden met ons
en verhoor de gebeden
die wij in vertrouwen tot U richten.
Door Christus onze Heer. Amen.


NEGENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 12 en 13 AUGUSTUS 2017

EERSTE LEZING 1 Kon., 19, 9a. 11 – 13a

Uit het eerste boek der Koningen

In die dagen kwam de profeet Elia bij de Horeb, de berg van God. Daar ging hij een grot binnen en overnachtte er. Maar de Heer zei tot hem: “Ga naar buiten en treed aan voor de Heer op de berg.” Toen trok de Heer voorbij. Voor Hem uit ging een hevige storm, die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde. Maar de Heer was niet in de storm. Op de storm volgde een aardbeving. Maar ook in de aardbeving was de Heer niet. Op de aardbeving volgde vuur. Maar ook in het vuur was de Heer niet. Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries. Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel, ging naar buiten en bleef staan aan de ingang van de grot. Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING Rom.,9, 1-5

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, mijn geweten waarborgt het mij in de heilige Geest: in mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt. Waarlijk, ik zou wensen zelf vervloekt en van Christus gescheiden te zijn, als ik mijn broeders en stamverwanten daarmee kon helpen. Immers, zij zijn Israelieten, hun behoort de aanneming tot zonen, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften; van hen zijn de aartsvaders en uit hen komt de Christus voort naar het vlees, die, boven alles verheven, God is: de gezegende tot in de eeuwigheid! Amen. Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 14, 22-33

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteus

Na de broodvermenigvuldiging dwong Jezus zijn leerlingen in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden. Toen Hij het volk had weggezonden, ging Hij de berg op om in afzondering te bidden. De avond viel en Hij was daar alleen. De boot was reeds een heel eind uit de kust verwijderd en werd geteisterd door de golven, want zij hadden tegenwind. Tegen de morgen kwam Jezus te voet over het meer naar hen toe. Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan, raakten zij van streek omdat zij een spook meenden te zien en zij begonnen van angst te schreeuwen. Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen: “Weest gerust, Ik ben het. Vreest niet.” “Heer, – antwoordde Petrus- als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen.” Waarop Jezus sprak: “Kom !” Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was, werd hij bang; hij begon te zinken en schreeuwde: “Heer, red mij!” Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast, terwijl Hij tot hem zei: “Kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld?” Nadat zij in de boot gestapt waren, ging de wind liggen. De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: “Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God.” Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij tot Jezus Christus bidden. Hij is de Zoon van God, alle stormen in ons leven tot bedaren wil brengen.
Heer Jezus, U heeft zich in de storm op het meer aan
uw leerlingen geopenbaard. Blijf ook vandaag uw
Kerk en alle christenen nabij en sterk hen met uw Geest.
Laat ons bidden…

U heeft Petrus de hand gereikt en hem gered.
Ontferm U over de nood van hen die in onze wereld vragen om een reddende hand.
Wij bidden U voor de slachtoffers van oorlog, geweld en terreur.
Wees allen nabij en schenk hen uw liefde.
Laat ons bidden…

De krachten van de natuur waren aan U onderdanig.
Heer, geef ons de moed en de kracht om mee werken
aan de opbouw van een wereld naar uw bedoeling.
Laat ons met eerbied en respect omgaan
met onze aarde en al het leven dat zij bevat.
Laat ons bidden…

U heeft de afzondering gezocht om te rusten.
Laat allen die nu vakantie hebben dankbaar genieten
van al wat mooi en goed is, in het bewustzijn
dat het hun door U geschonken wordt.
Laat ons bidden…

Misintenties…

Gebed in stilte…

Heer , Gij zijt waarlijk de Zoon van God. Al onze gebeden vertrouwen wij toe aan uw goedheid. Ontferm U over ons en schenk ons uw zegen, vandaag en alle dagen. Amen.


Hoogfeest van Maria Tenhemelopneming 15 augustus 2017

Eerste lezing Apok., 11, 19a; 12, 1-6a. 10ab

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes

Toen ging de tempel van God in de hemel open, en er verscheen een groot teken aan de hemel: een Vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. Zij was zwanger en kreet in haar weeën en barensnood. Toen verscheen aan de hemel een ander teken: een grote, vuurrode Draak. Hij had zeven koppen en tien horens en op elke kop een diadeem. En zijn staart vaagde een derde deel van de sterren des hemels weg en wierp die op de aarde. En de Draak stond vóór de Vrouw die zou baren om zodra zij gebaard had, haar kind te verslinden. En zij baarde een kind, een zoon, die alle volken zal weiden met een ijzeren staf. En haar kind werd ijlings weggevoerd naar God en zijn troon. En de vrouw vluchtte naar de woestijn waar zij een plaats heeft, door God bereid. En ik hoorde een stem in de hemel roepen: “Nu is gekomen het heil en de macht en het koningschap van onze God en de heerschappij van zijn Gezalfde.” Zo spreekt de Heer.

Tweede lezing 1 Kor., 15, 20-26

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters, Christus is opgewekt uit de doden als eersteling van hen die ontslapen zijn. Want omdat door een mens de dood is gekomen komt door een mens ook de opstanding der doden. Zoals allen sterven in Adam zo zullen ook allen in Christus herleven. Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eerste en voornaamste Christus, vervolgens, bij zijn komst zij die Christus toebehoren; daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen na alle heerschappijen en alle machten en krachten te hebben onttroond. Want het is vastgesteld dat Hij het koningschap zal uitoefenen, tot Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. En de laatste vijand die vernietigd wordt is de dood. Zo spreekt de Heer.

Evangelie Lc., 1, 39-56

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland, naar een stad in Juda. Zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth. Zodra Elisabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot. Elisabeth werd vervuld met de heilige Geest en riep uit met luide stem: “Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot. Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt? Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is.” En Maria sprak: “Mijn hart prijst hoog de Heer. Van vreugde juicht mijn geest om God, mijn redder daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd. En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig omdat Hij die machtig is aan mij zijn wonderwerken deed, en heilig is zijn Naam. Barmhartig is Hij, van geslacht tot geslacht voor hen die Hem vrezen. Hij toont de kracht van zijn arm; slaat trotsen van hart uiteen. Heersers ontneemt Hij hun troon, maar Hij verheft de geringen. Die hongeren overlaadt Hij met gaven, en rijken zendt Hij heen met lege handen. Zijn dienaar Israël heeft Hij zich aangetrokken, gedachtig zijn barmhartigheid voor eeuwig jegens Abraham en zijn geslacht, gelijk Hij had gezegd tot onze Vaderen.” Nadat Maria ongeveer drie maanden bij haar gebleven was keerde zij naar huis terug.

Voorbede

Laten wij op voorspraak van de Moeder Gods Maria bidden:

In haar Magnificat prijst Maria’s hart de Heer.
Zo bidden wij dat wij, naar het voorbeeld van Maria,
ons ja-woord aan God durven geven en meewerken
aan de opbouw van de wereldwijde Kerk.
Laat ons bidden:

In haar Magnificat verkondigt Maria
dat God de troon ontneemt van heersers en de
eenvoudigen verheft.
Zo bidden wij voor de leiders van de volkeren,
dat zij zich inzetten voor vrede en gerechtigheid.
Wij bidden om kracht en sterkte voor alle christenen die
vervolgd worden om hun geloof.
Laat ons bidden…

In haar Magnificat getuigd Maria dat God zich zijn
dienaar Israël heeft aangetrokken.
Zo mogen wij bidden voor
al de intenties waarmee wij naar de eucharistie zijn gekomen.
Dat ons geloof in God, ons vertrouwen op Christus en het voorbeeld van Maria
ons mag sterken om onze taak in de wereld trouw te vervullen.
Laat ons bidden…

In haar Magnificat belooft Maria ons, dat God barmhartig
is tot in eeuwigheid.
Zo bidden wij voor onze dierbare overledenen.
Dat zij, met Maria, opgenomen worden in
uw eeuwige vrede en vreugde.
Laat ons bidden…

Misintenties…

Gebed in stilte…

God van liefde, Gij weet wat wij nodig hebben.
Aan uw liefde vertrouwen wij ons volledig toe.
Wees voor ons een goede en trouwe God en verhoor
op voorspraak van de heilige maagd Maria onze gebeden.
Door Christus onze Heer.