Schriftlezingen van de zondag – Archief

30e ZONDAG DOOR HET JAAR 24 en 25 OKTOBER 2020

EERSTE LEZING Ex., 22, 20-26

Uit het boek Exodus

Zo spreekt de Heer: “Gij moet een vreemdeling niet slecht behandelen en hem het leven niet moeilijk maken, want ge hebt zelf als vreemdeling in Egypte gewoond. Weduwen en wezen zult ge geen onrecht aandoen. Als ge hun tekort doet en als hun klagen tot Mij opstijgt, dan zal Ik gehoor geven aan hun klagen. Mijn toorn zal losbarsten en met het zwaard zal Ik u doden: uw vrouwen worden weduwen, uw kinderen wezen. Als gij aan iemand van mijn volk geld leent, aan een noodlijdende in uw omgeving, gedraag u dan niet als een geldschieter. Ge moet geen rente van hem eisen. Als gij iemands mantel in pand neemt, dan moet ge die voor zonsondergang aan hem teruggeven. Hij heeft niets anders om zich mee toe te dekken, het is de beschutting van zijn blote lichaam, hij moet er in slapen. Roept hij tot Mij om hulp, dan zal Ik hem verhoren, want Ik ben vol medelijden.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM psalm 18

Refrein: Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zift Gij.

Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij,
mijn toevlucht, mijn burcht, mijn bevrijder.

Mijn God, de rots waar ik toevlucht vind,
mijn schild, mijn behoud en bescherming.

Wanneer ik de Heer aanroep, Hij zij geprezen,
dan doet geen vijand mij kwaad.

De Heer zij geprezen, gezegend mijn rots,
verheerlijkt zij God, mijn verlosser.

Want Gij hebt uw koning de zege geschonken,
uw gunsten bewezen aan uw gezalfde.

TWEEDE LEZING 1 Tess., 1, 5c-10

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica

Broeders en zusters, Gij weet hoe ons optreden bij u is geweest. Het was gericht op uw heil. En gij van uw kant zijt navolgers geworden van ons en van de Heer, toen gij het woord hebt aangenomen onder allerlei beproevingen en toch met vreugde van de heilige Geest. Gij zijt een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en in Achaïa. Ja, van Tessalonica uit heeft het woord van de Heer weerklonken, en niet enkel in Macedonië en Achaïa; allerwegen is uw geloof in God bekend geworden. Wij hoeven niets meer te zeggen, zij vertellen zelf wel hoe wij bij u zijn gekomen en hoe wij door u zijn ontvangen; hoe gij u van de afgoden tot God hebt bekeerd, om de levende en waarachtige God te dienen, en uit de hemel zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de dood heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 22, 34-40

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd kwamen de Farizeeën bijeen, toen zij vernamen dat Jezus de Sadduceeën de mond gesnoerd had. En een van hen, een wetgeleerde, vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen: “Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet?” Hij antwoordde hem: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE
Keren we ons tot God en bidden wij voor alle christenen
die zich inzetten voor de verkondiging van het evangelie.
Dat hun werk veel vruchten draagt
en onze Kerk een levend teken zal zijn van hoop voor velen.
Laat ons bidden…

Voor hen die opgeslokt worden
door de door de drukte en het lawaai van de wereld.
Dat zij rust en vertroosting vinden.
Voor allen die niet in Christus geloven:
dat Gods Geest hen met zijn licht zal vervullen
om het gebod van de liefde in praktijk te brengen.
Laat ons bidden…

Voor alle gezinnen en families in onze parochie.
Dat zij zich één weten in geloof en liefde;
en wij vragen om kracht en sterkte voor de gezinnen
die gebukt gaan onder zorgen en verdriet.
Laat ons bidden…

Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor:
Misintenties…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

Laat ons bidden…

God, verhoor welwillend ons gebed
laat er altijd eensgezindheid en gerechtigheid heersen in ons midden
en laat blijvende voorspoed er samengaan met vrede.
Door Christus onze Heer.


29e ZONDAG DOOR HET JAAR 17 en 18 OKTOBER 2020 Wereldmissiedag

EERSTE LEZING Jes., 45, 1. 4-6

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt de Heer tot Cyrus, zijn gezalfde, die Hij bij zijn rechterhand heeft genomen om de volkeren voor hem neer te werpen, om koningen de gordels van de lenden te trekken, om deuren voor hem open te stoten en geen poort gesloten te laten: “Het was omwille van mijn dienaar Jakob en om Israël, mijn uitverkorene, dat Ik u bij uw naam heb geroepen en u een eretitel heb gegeven, alhoewel gij Mij niet kende. Ik ben de Heer, en niemand anders! Buiten Mij is er geen God. Ik heb u omgord zonder dat gij Mij kende, zodat allen het nu kunnen weten, die van het oosten en die van het westen: Ik ben de Heer, en niemand anders!
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM psalm 96

Refrein: Huldigt de Heer om zijn glorie en macht.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer alle landen.
Meldt aan de naties zijn heerlijkheid,
zijn wondere daden aan alle volken.

Want machtig en onvolprezen is Hij
en meer te duchten dan alle goden.
De goden der volken zijn maaksels van mensen,
maar Hij is de Schepper van het heelal.

Huldigt de Heer, alle stammen en volken,
huldigt de Heer om zijn glorie en macht.
Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam.
Brengt Hem uw offer en treedt in zijn voorhof.

Gaat Hem aanbidden in heilig gewaad.
Beeft voor de Heer, alle mensen op aarde.
Zegt tot elkander : de Heer regeert !
De volken bestuurt Hij met billijkheid.

TWEEDE LEZING 1 Tess., 1, 1-5b

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica

Van Paulus, Silvánus en Timóteüs aan de christengemeente van Tessalonica, die is in God de Vader en de Heer Jezus Christus. Genade voor u en vrede! Wij zeggen God dank voor u allen, telkens wanneer wij uw naam noemen in onze gebeden. Onophoudelijk gedenken wij voor het aanschijn van God, onze Vader, uw werkdadig geloof, uw onvermoeibare liefde en uw standvastige hoop op onze Heer Jezus Christus. Wij weten, broeders en zusters, dat God u liefheeft en dat gij door Hem zijt uitverkoren, want wij hebben u het evangelie verkondigd, niet alleen met woorden maar met kracht en heilige Geest en volle overtuiging.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 22, 15-21

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd gingen de Farizeeën onder elkaar beraadslagen hoe ze Jezus in zijn eigen woorden konden vangen. Zij stuurden hun leerlingen met de Herodianen op Hem af met de vraag: “Meester, wij weten dat Gij oprecht zijt en de weg van God in oprechtheid leert; Gij stoort U aan niemand, want Gij ziet de mensen niet naar de ogen. Zeg ons daarom: Wat dunkt U, is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet?” Maar Jezus doorzag hun valsheid en zei: “Waarom probeert gij Mij te vangen, gij huichelaars? Laat Mij de belastingmunt eens zien” Zij hielden Hem een geldstuk voor. Hij vroeg hun: “Van wie is deze beeldenaar en het opschrift?” Zij antwoordden: “Van de keizer.” Daarop sprak Hij tot hen: “Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij bidden tot God die in Jezus mens voor de mensen werd.

Wij bidden op deze wereldmissiedag
voor de katholieke geloofsgemeenschappen
in de missiegebieden van onze wereld.
Schenk onze medegelovigen, waar ook ter wereld,
kracht, bemoediging en zegen.
Laat ons bidden…

Wij bidden op deze wereldmissiedag
voor alle christenen die omwille van hun geloof worden vervolgd.
Voor hen die hun geloof niet in vrijheid kunnen beleven:
Wij bidden om kracht en sterkte.
Laat ons bidden…

Wij bidden op deze wereldmissiedag
voor onze eigen parochiegemeenschap.
Voor allen die zich inzetten voor de verkondiging van het evangelie.
Voor allen die zich ontfermen over hun medemens in nood.
Wij vragen om de kracht van Gods Geest.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties

Laat ons bidden…

God onze Vader, verhoor in uw goedheid onze beden
en laat ons in oprechtheid door het leven gaan.
Door Christus onze Heer.


28E ZONDAG DOOR HET JAAR 10 EN 11 OKTOBER 2020

EERSTE LEZING Jes., 25, 6-10a

Uit de Profeet Jesaja

In die dagen zal de Heer van de hemelse machten op de berg Sion voor alle volken een maaltijd aanrichten, een maaltijd van vette spijzen en van belegen wijnen, een maaltijd van vette, mergrijke spijzen en van geklaarde, belegen wijnen. Op deze berg zal Hij de sluier verscheuren die ligt over alle volkeren, en het floers dat alle naties bedekt. Hij zal de dood voor eeuwig vernietigen en van alle aangezichten zal Hij, de Heer, de tranen wissen. Hij zal de smaad van zijn volk wegnemen van de gehele aarde. Ja, zo heeft de Heer het besloten! Op die dag zal men zeggen: “Dat is onze God, op wie wij hoopten: Hij heeft ons gered ! Dat is de Heer, op wie wij vertrouwden: laat ons jubelen en ons verheugen om de redding, die Hij ons gebracht heeft! Ja, de hand van de Heer zal rusten op deze berg!”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM psalm 23

Refrein: Het huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden.

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort;
Hij Iaat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden omwille van zijn Naam.
AI voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil, waar Gij mij leidt.
Uw stok en uw herdersstaf geven mij moed en vertrouwen.

Gij nodigt mij aan uw tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit
elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden

TWEEDE LEZING Fil., 4, 12-14. 19-20.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi

Broeders en zusters, Ik weet wat armoede is, ik weet wat overvloed is. Ik ben volledig ingewijd; ik kan volop eten en ik kan honger lijden, ik ben vertrouwd met overvloed en met gebrek. Alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft. Toch hebt gij er goed aan gedaan mij te helpen in mijn moeilijkheden. Mijn God zal met goddelijke rijkdom in al uw noden voorzien door u de heerlijkheid te schenken in Christus Jezus. Aan onze God en Vader zij de eer in de eeuwen der eeuwen! Amen.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 22, 1-14

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd nam Jezus het woord en sprak opnieuw in gelijkenissen tot de hogepriesters en de oudsten van het volk. Hij zei: “Het Rijk der hemelen gelijkt op een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaars uit om allen te roepen die hij tot de bruiloft had uitgenodigd, maar zij wilden niet komen. Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht: Zegt aan de genodigden: “Zie ik heb mijn maaltijd klaar, mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht; alles staat gereed. Komt dus naar de bruiloft”. Maar zonder er zich om te bekommeren gingen zij weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. De overigen grepen zijn dienaars vast, mishandelden en doodden hen. Nu ontstak de koning in toorn, stuurde zijn troepen en liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Toen sprak hij tot zijn dienaars: “Het bruiloftsmaal staat klaar, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat dus naar de kruispunten der wegen en nodigt wie ge er maar vindt, tot de bruiloft”. Zijn dienaars gingen naar de wegen en brachten allen mee die zij er aantroffen, slechten zowel als goeden, en de bruiloftszaal liep vol met gasten. Toen nu de koning binnenkwam om de aanliggenden te bezoeken, merkte hij daar iemand op die niet voor de bruiloft gekleed was. En hij sprak tot hem: “Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed?” Maar de man bleef het antwoord schuldig. Toen sprak de koning tot de bedienden: “Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem buiten in de duisternis. Daar zal geween zijn en tandengeknars”. Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren!
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Bidden wij tot God, die ons uitnodigt tot het bruiloftsfeest van zijn Zoon

Voor onszelf, in deze Eucharistie bijeen.
Dat wij ons vertrouwen blijven stellen op Christus,
die voor ons is: weg, waarheid en leven.
Laat ons bidden…

Voor wie verantwoordelijkheid draagt in politiek en maatschappij.
Dat zij zorgdragen voor gerechtigheid en behoud van de schepping
en zich bekommeren over de zwakken en kanslozen in de samenleving.
Laat ons bidden…

Voor allen die hun hoop stellen op geld en goed.
Dat zij tot het inzicht komen wat de echte waarden van het leven zijn.
Wij bidden om de gaven van geloof en hoop.
Laat ons bidden…

In dankbaarheid bidden we voor Manon van den Broek,
die vandaag afscheid neemt als pastoraal werkende van onze Odaparochie.
Om zegen over haar nieuwe functie in dienst van God en de mensen.
Laat ons bidden…

Heer, schenk uw Geest van troost en sterkte
aan allen die lijden of ziek zijn;
Geef het eeuwige leven aan al onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:
Misintenties….

Bidden we in stilte voor onze persoonlijke intenties

Laat ons bidden…

God, Vader van onze Heer Jezus Christus,
door de dood en opstanding van uw Zoon
is de dood voor eeuwig vernietigd
en wist Gij de tranen van ieders aangezicht.
Wij bidden U:
doe ons vandaag met vreugde aanzitten aan zijn bruiloftsmaal
dat wij hier onder de tekenen van brood en wijn gaan vieren,
en laat ons eens deelhebben aan de hemelse maaltijd van het Lam.
Door Christus onze Heer.


27e ZONDAG DOOR HET JAAR 3 EN 4 OKTOBER 2020

EERSTE LEZING Jes., 5, 1-7

Uit de Profeet Jesaja

Ik wil zingen voor mijn vriend, zingen het lied van mijn vriend en zijn wijngaard. Mijn vriend had een wijngaard, die lag op een vruchtbare helling. Hij spitte hem om en maakte hem vrij van stenen, hij plantte er uitgelezen wingerden; in het midden bouwde hij een toren en hij kapte er een perskuip uit. Toen hoopte hij druiven te krijgen, maar de wijngaard gaf enkel wilde vruchten. En nu, inwoners van Jeruzalem, mannen van Juda, nu moet gij de rechters zijn over mij en mijn wijngaard! Wat had ik nog meer kunnen doen voor mijn wijngaard en heb ik voor hem niet gedaan? Ik had op druiven gehoopt! Waarom geeft hij mij wilde vruchten? Ik zal u dan nu vertellen, wat ik ga doen met mijn wijngaard. Ik haal zijn omheining weg, dat hij kaalgevreten kan worden. Ik maak zijn muren stuk, dat hij platgetrapt kan worden. Ik maak van hem een verwilderd stuk grond; hij wordt niet langer gesnoeid en met geen hak meer bewerkt; distels en dorens schieten er op, en aan de wolken verbied ik hun regen op hem te laten vallen. De wijngaard van de Heer der hemelse machten is het huis Israël.

Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM psalm 80

Refrein: De wijngaard des Heren is het huis van Israël.

Gij hebt uit Egypte een wijnstok gehaald,
volken verdreven om hem te planten.
Hij strekte zijn ranken uit tot de zee,
tot de rivieren zijn loten.

Waarom hebt Gij zijn omheining verwoest,
zodat wie langs komt kan plukken?
De wilde zwijnen woelen hem om,
het vee van het veld graast hem af.

God van de heerscharen, keer toch terug,
zie neer uit de hemel en Iet op uw wijngaard.
Bescherm wat uw eigen hand heeft geplant,
het stekje dat Gij hebt gekweekt.

Nooit meer zullen wij U verlaten
bewaart Gij ons leven, dan prijzen wij U.
God van de heerscharen, richt ons weer op
lach ons weer toe en wij zullen gered zijn.

TWEEDE LEZING Fil., 4, 6-9

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi

Broeders en zusters, Weest onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking, en nooit zonder dankzegging. En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus. Ten slotte, broeders en zusters, houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar is, al wat edel is, wat rechtvaardig is en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, op al wat deugd heet en lof verdient. En brengt in praktijk wat u geleerd is en overgeleverd, en wat gij van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn.

Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 21, 33-43

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd sprak Jezus tot de hogepriesters en de oudsten van het volk: “Luistert naar deze gelijkenis: Er was eens een landeigenaar die een wijngaard aanlegde; hij zette er een heining omheen, hakte een wijnpers erin uit en bouwde een wachttoren. Daarop verpachtte hij hem aan wijnbouwers en vertrok naar den vreemde. Toen de tijd van de oogst gekomen was, zond hij zijn dienaren naar de wijnbouwers om de opbrengst in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers grepen zijn dienaren vast. Zij mishandelden de een, doodden de ander en stenigden een derde. Daarop zond hij andere dienaren, talrijker dan de eersten; maar zij behandelden hen op dezelfde manier. Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, in de veronderstelling dat zij zijn zoon wel zouden ontzien. Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: “Dat is de erfgenaam; vooruit, laten we hem vermoorden en ons zijn erfenis toe-eigenen.” Ze grepen hem vast, wierpen hem de wijngaard uit en doodden hem. Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat zal hij dan wel met die wijnbouwers doen?” Ze antwoordden Hem: “Hij zal die misdadigers een ellendige dood doen sterven en zijn wijngaard zal hij aan andere wijnbouwers verpachten, die hem de opbrengst op de vastgestelde tijd zullen afdragen!” Toen sprak Jezus tot hen: “Hebt gij nooit in de Schrift gelezen: De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, is juist de hoeksteen geworden. Op last van de Heer is dat gebeurd en het is wonderbaar in onze ogen. Daarom zeg Ik u: Het Rijk Gods zal u ontnomen worden en gegeven aan een volk dat wel de vruchten daarvan opbrengt.”

Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Brengen wij al onze wensen in gebed bij God:

Voor de Kerk op aarde;
dat zij verbonden blijft met Christus, de Hoeksteen,
en vruchten voortbrengt van goedheid en liefde
tot heil en zegen van velen.
Laat ons bidden…

Voor allen die politieke verantwoordelijkheid dragen;
dat zij zich inzetten voor een eerlijke en rechtvaardige verdeling
van de vruchten der aarde.
Laat ons bidden…

Voor ons allen; beheerders van Gods Schepping.
Dat wij door het werk van onze handen
de schepping bewaren en de Schepper dank brengen.
Laat ons bidden…

Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor:

Misintenties…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

Laat ons bidden…

Heer van de wijngaard en van de oogst,
Gij hebt uw Zoon in de wereld gezonden.
Hij werd verworpen en gedood,
maar Gij hebt Hem opgewekt ten leven;
wij bidden U:
geef dat wij ons van harte inzetten
voor de opbouw van uw Koninkrijk
en op de vastgestelde tijd vruchten voortbrengen
die blijvend mogen zijn.
Door Christus onze Heer.


26e ZONDAG DOOR HET JAAR 26 EN 27 SEPTEMBER 2020

EERSTE LEZING Ez., 18, 25-28

Uit de Profeet Ezechiël

Dit zegt de Heer: “Gij beweert: De weg van de Heer is niet recht!” “Huis van Israël, luister toch! Zou het werkelijk mijn weg zijn, die niet recht is? Zijn niet veeleer uw eigen wegen niet recht? Als een rechtvaardige zich van zijn rechtvaardigheid afkeert en kwaad gaat doen, dan zal hij daaraan sterven, sterven om het kwaad dat hij gedaan heeft. En als de boosdoener zich van zijn boze daden afkeert en gaat handelen naar rechtschapenheid en deugd, dan zal hij in leven blijven. Als hij tot inzicht komt en zich afkeert van zijn slechte daden, dan blijft hij zeker leven, dan zal hij niet sterven.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM psalm 25

Refrein: Gedenk uw barmhartigheid, Heer.

Wijs mij uw wegen, Heer,
leer mij uw paden kennen.
Leid mij volgens uw woord,
want Gij zijt mijn God en Verlosser.

Op U stel ik altijd mijn hoop,
omdat ik vertrouw op uw goedheid.
Gedenk uw barmhartigheid, Heer,
uw altijd geschonken ontferming.

Herinner U niet het kwaad van mijn jeugd,
maar denk aan mij met erbarmen.
De Heer is goed en rechtschapen,
daarom wijst Hij zondaars de weg.

TWEEDE LEZING Fil., 2, 1-11 of 1-5

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi

Broeders en zusters, Als vermaning in Christus en liefdevolle bemoediging iets vermogen, als gemeenschap van Geest, als hartelijkheid en mededogen u iets zeggen, maakt dan mijn vreugde volkomen door uw eenheid van denken, uw eenheid in de liefde, uw saamhorigheid en eensgezindheid. Geeft niet toe aan partijzucht en ijdelheid, maar acht in ootmoed de ander hoger dan uzelf. Laat niemand alleen zijn eigen belangen behartigen, maar liever die van zijn naasten. Die gezindheid moet onder u heersen welke Christus Jezus bezielde: Hij die bestond in goddelijke majesteit, heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf op zich genomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan een kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen is. Opdat bij het noemen van zijn naam zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde, en iedere tong zou belijden tot eer van God, de Vader: Jezus Christus is de Heer.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 21, 28-32

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot de hogepriesters en de oudsten van het volk: “Wat denkt ge van het volgende? Een man had twee zonen. Hij ging naar de eerste toe en zei: Mijn zoon, ga vandaag werken in mijn wijngaard. “Goed vader” – antwoordde deze- maar hij deed het niet. Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Deze antwoordde: “Neen, ik wil niet”, maar later kreeg hij spijt en ging toch. Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan ?” Zij antwoordden: “de laatste!. Toen zei Jezus hun: “Voorwaar, Ik zeg u: de tollenaars en de ontuchtige vrouwen gaan eerder dan gij het Rijk Gods binnen. Johannes kwam tot u en beoefende de gerechtigheid; toch hebt gij hem geen geloof geschonken, terwijl de tollenaars en de ontuchtige vrouwen hem wel geloof schonken. Maar zelfs, nadat ge dit hadt gezien, zijt ge toch niet tot inkeer gekomen en hebt ge hem geen geloof geschonken!
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij nu stil worden
en alle noden van Kerk en wereld voorleggen aan God onze Vader.

Voor de gemeenschap van onze kerk;
dat wij door Gods genade
één zijn in denken en liefde,
en de ander hoger achten dan onszelf.
Laat ons bidden…

Voor hen die over anderen zijn aangesteld;
dat zij niet uit zijn op eigenbelang,
maar zich inzetten voor wie aan hun leiding zijn toevertrouwd.
Laat ons bidden…

Voor allen die gevangen zitten in hun fouten;
dat zij zich afkeren van hun slechte daden,
Gods barmhartigheid ondervinden en rechte wegen gaan.
Laat ons bidden…

Voor hen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:
Misintenties…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.

Laat ons bidden…

Heer onze God,
geef dat overal ter wereld en onder alle volkeren
voorspoed en blijvende vrede heersen.
Dat vragen wij U door Christus onze Heer.


25e zondag door het jaar 19 en 20 september 2020

EERSTE LEZING Jes., 55, 6-9

Uit de Profeet Jesaja

Zoekt de Heer nu Hij zich laat vinden, roept Hem aan nu Hij nabij is. De ongerechtige moet zijn weg verlaten, de zondaar zijn gedachten; hij moet naar de Heer terugkeren – de Heer zal zich erbarmen – terug naar onze God, die altijd wil vergeven. Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten, mijn wegen niet uw wegen – is de godsspraak van de Heer – maar zoals de hemel hoog boven de aarde is, zo hoog gaan mijn wegen uw wegen te boven en mijn gedachten uw gedachten.
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm Psalm 145

Refrein: Nabij is de Heer voor elk die Hem aanroept.

U wil ik prijzen iedere dag,
uw naam verheerlijken voor altijd.
De Heer is groot en alle lof waardig,
zijn grootheid is niet te doorgronden.

De Heer is vol liefde en medelijden,
lankmoedig en zeer goedgunstig.
De Heer is bezorgd voor iedere mens,
barmhartig voor al wat Hij maakte.

De Heer is rechtvaardig op al zijn wegen,
en heilig in al wat Hij doet.
Nabij is de Heer voor elk die Hem aanroept,
voor elk die oprecht tot Hem bidt.

TWEEDE LEZING Fil. 1, 20c-24.27a

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi

Broeders en zusters, of ik leven moet of sterven, Christus zal in mij verheerlijkt worden. Voor mij toch is het leven Christus en het sterven een winst. Maar blijf ik in leven, dan wacht mij vruchtbare arbeid. Daarom weet ik niet wat ik moet kiezen. Ik word naar twee kanten getrokken: ik verlang heen te gaan om met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste. Maar voor u is het nuttiger dat ik nog hier blijf. Alleen, gij moet een leven leiden dat het evangelie van Christus waardig is.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 20, 1-16a

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd vertelde Jezus aan zijn leerlingen de volgende gelijkenis: “Met het Rijk der hemelen is het als met een landeigenaar die vroeg in de morgen uitging om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. Hij werd het met de arbeiders eens voor een denarie per dag en stuurde ze naar zijn wijngaard. Rond het derde uur ging hij er weer op uit en zag nog anderen werkeloos op de markt staan. En hij zei tot hen: Gaat ook naar mijn wijngaard en ik zal u geven wat billijk is. En zij gingen. Rond het zesde en negende uur ging hij nog eens uit en deed hetzelfde. Rond het elfde uur ging hij opnieuw uit en vond er weer anderen staan. Hij zei tot hen: “Wat staat ge hier de hele dag werkeloos?” Ze antwoordden hem: “Niemand heeft ons gehuurd”. Daarop zei hij tot hen: “Gaat ook gij naar mijn wijngaard.” Bij het vallen van de avond sprak de eigenaar van de wijngaard tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders en betaal hen uit, te beginnen met de laatsten en zo tot de eersten. Toen de arbeiders van het elfde uur kwamen, kregen zij elk een denarie; toen nu ook de eersten kwamen, meenden dezen dat zij meer zouden krijgen, maar ook zij kregen ieder de overeengekomen denarie. Ze namen hem wel aan, maar begonnen tegen de landeigenaar te morren en zeiden: Dezen hier, die het laatst gekomen zijn, hebben maar een uur gewerkt en gij stelt ze gelijk met ons die de last van de dag en de brandende hitte hebben gedragen. Maar hij antwoordde een van hen: “Vriend, ik doe u toch geen onrecht? Zijt gij niet met mij overeengekomen voor een denarie? Neem wat u toekomt en ga heen. Ik wil aan degene die het laatst gekomen is, evenveel geven als aan u. Mag ik soms met het mijne niet doen wat ik verkies of zijt ge kwaad, omdat ik goed ben? Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Gij zijt grootmoedig in uw goedheid, God.
Gij schenkt ons veel meer dan wij durven vragen.
Daarom bidden wij tot U vol vertrouwen.

Schenk uw Geest van wijsheid aan christenen.
Dat zij in deze wereld pleitbezorgers blijven
van Gods verzoening en barmhartigheid.
Laat ons bidden…

Schenk uw Geest van wijsheid
aan hen die ons land gaan besturen en regeren.
Dat zij zich inzetten voor recht en gerechtigheid
en het welzijn van allen zullen dienen.
Laat ons bidden…

Schenk uw Geest van wijsheid
aan allen die in hun geloof beproefd worden,
aan hen die naar wereldse maatstaven tot de laatsten behoren.
Dat uw vriendelijk Licht over hen mag opgaan.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor

Misintenties

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties.

Laat ons bidden…

God, uw Zoon roept alle mensen
als arbeiders in de wijngaard van uw Koninkrijk;
wij bidden U: geef dat ons leven rijke vrucht mag dragen,
en wij eens uit uw hand het eeuwig loon mogen ontvangen.
Door Christus onze Heer.


24e ZONDAG DOOR HET JAAR 12 en 13 SEPTEMBER 2020

EERSTE LEZING Sir., 27, 30-28, 7

Uit het boek wijsheid van Jezus Sirach (Ecclesiasticus)

Wrok en gramschap zijn iets afschuwelijks, alleen een zondaar blijft ermee lopen. Wie wraak neemt, zal de wraak van de Heer voelen: de Heer zal zijn zonden nooit uit het oog verliezen. Vergeef uw naaste zijn onrecht: dan worden, wanneer gij er om bidt, uw eigen zonden kwijtgescholden. Kan een mens, die tegenover een medemens in zijn gramschap volhardt, bij de Heer zijn heil komen zoeken? Kan hij, die onverbiddelijk is voor zijn evenmens, om vergeving bidden voor zijn eigen zonden? Als iemand, die zelf maar een mens is, in zijn wrok volhardt, wie zal dan verzoening bewerken voor zijn zonden? Denk aan het einde en houd op met haten; denk aan de ondergang en de dood en houd u aan de geboden. Denk aan de geboden en koester geen wrok tegen uw naaste. Denk aan het verbond van de Allerhoogste en vergeef uw naaste zijn dwaling.
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm psalm 103

De Heer is barmhartig en welgezind,
lankmoedig en goedertieren.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet!

Hij is het die u uw schulden vergeeft, die u geneest van uw kwalen.
Hij is het die u van de ondergang redt, die u omringt met zijn gunst en erbarmen.

Hij blijft niet voortdurend verwijten maken, Hij is niet voor eeuwig vertoornd.
Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen, vergeldt ons niet onze schuld.

Zo wijd als de hemel de aarde omspant, zo alomvattend is zijn erbarmen.
Zo ver als de afstand van oost tot west, zo ver verdrijft Hij van ons de zonde.

TWEEDE LEZING Rom., 14, 7-9

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen, niemand sterft voor zichzelf alleen. Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer: of wij leven of sterven, Hem behoren wij toe. Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden: om Heer te zijn over doden en levenden.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 18, 21-35

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd kwam Petrus naar Jezus toe en sprak: “Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe?” Jezus antwoordde hem: “Neen, zeg Ik u, niet tot zevenmaal toe maar tot zeventig maal zevenmaal. Daarom gelijkt het Rijk der hemelen op een koning die rekening en verantwoording wilde vragen aan zijn dienaren. Toen hij hiermee begon, bracht men iemand bij hem die tienduizend talenten schuldig was. Daar hij niets had om te betalen, gaf de heer het bevel hem te verkopen met vrouw en kinderen en al wat hij bezat om zo de schuld te vereffenen. Maar de dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: “Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen”. De heer kreeg medelijden met die dienaar, liet hem gaan en schold hem de geleende som kwijt. Maar toen die dienaar buiten kwam, trof hij daar een andere dienaar die hem honderd denariën schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: “Betaal wat je schuldig bent”. De andere dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: “Heb geduld met mij en ik zal u betalen”. Maar hij weigerde liet hem zelfs in de gevangenis zetten, totdat hij zijn schuld betaald zou hebben. Toen nu de overige dienaars zagen wat er gebeurd was, waren zij diep verontwaardigd en gingen hun heer alles vertellen. Daarop liet de heer de dienaar roepen en sprak: “Jij, lelijke knecht, heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je mij erom gesmeekt hebt. Had jij dan ook geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik met jou medelijden heb gehad?” En in toorn ontstoken, leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben. Zo zal ook mijn hemelse Vader met ieder van u handelen die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt.” Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

In het besef dat wij allen zondaars zijn
die mogen leven van de vergevende liefde van God,
bidden wij vertrouwvol.

Voor de Kerk van Christus;
dat zij overal de blijde boodschap van vergeving
zal verkondigen en voorleven in woord en daad.
Laat ons bidden…

Voor onze samenleving;
Dat vrede en barmhartigheid de peilers mogen zijn
van een nieuwe maatschappij
waarin Gods Rijk zichtbaar wordt voor allen.
Laat ons bidden…

Voor onszelf en heel onze parochiegemeenschap;
Dat wij door het vieren van deze eucharistie
de kracht kunnen putten
om verzoend en verzoenend te leven
Laat ons bidden…

Heer, schenk uw Geest van troost en sterkte
aan allen die lijden of ziek zijn;
Geef het eeuwige leven aan al onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:

Misintenties…

Bidden we in stilte voor onze persoonlijke intenties

Laat ons bidden…

Heer, uw goddelijke vergeving gaat alle begrip te boven.
Laat ons delen in uw barmhartige liefde
en verhoor daartoe onze gebeden
in Naam van Christus, uw Zoon en onze Heer.


23e zondag door het jaar 5 en 6 september 2020

Eerste lezing Ez.,33, 7-9

Uit de Profeet Ezechiël

Zo spreekt de Heer: “Gij, mensenkind, als wachter heb Ik u aangesteld over het volk van Israël. Hoort gij een woord uit mijn mond, waarschuw hen dan namens Mij! Als Ik tot de boosdoener zeg: “Jij, boosdoener, jij moet sterven!” en als gij dan uw mond niet opendoet en de boosdoener niet waarschuwt voor zijn gedrag, dan sterft die boosdoener wel om eigen schuld, maar dan kom Ik zijn bloed van u opeisen. Hebt gij de boosdoener echter gewaarschuwd voor zijn gedrag, hem gezegd dat hij zich moet bekeren, en hij bekeert zich niet, dan sterft hij om zijn eigen schuld, maar gij hebt uw leven gered.”
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm psalm 95

Refrein:
Luistert dan heden naar zijn stem
weest niet halsstarrig.

Komt, Iaat ons de Heer met gejubel begroeten,
juichen wij toe de Rots van ons heil.
Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang,
Hem met liederen eren.

Komt, Iaat ons aanbiddend ter aarde vallen,
neerknielen voor Hem die ons schiep.
Hij is onze God en wij zijn volk,
Hij is de herder en wij zijn kudde.

Luistert heden dan naar zijn stem:
weest niet halsstarrig als eens in Meriba.
Waar uw vaderen Mij wilden tarten
ofschoon zij mijn daden hadden gezien.

Tweede lezing Rom., 13, 8-10

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Zorgt dat gij niemand iets schuldig zijt. Uw enige schuld blijve de onderlinge liefde. Wie zijn naaste bemint, heeft de wet vervuld. Want de geboden: gij zult niet echtbreken, niet doden, niet stelen, niet begeren, en alle andere kan men samenvatten in dit ene woord: “Bemin uw naaste als uzelf”. De liefde berokkent de naaste geen enkel kwaad. Liefde vervult de gehele wet.
Zo spreekt de Heer.

Evangelie Mt., 18, 15-20

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Wanneer uw broeder gezondigd heeft, wijs hem dan onder vier ogen terecht. Luistert hij naar u, dan hebt gij uw broeder gewonnen. Maar luistert hij niet, haal er dan nog een of twee personen bij, opdat alles beruste op de verklaring van twee of drie getuigen. Als hij naar hen niet wil luisteren, leg het dan voor aan de kerk. Wil hij ook naar de kerk niet luisteren, beschouw hem dan als een heiden of tollenaar. Voorwaar, Ik zeg u: Wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn. Eveneens zeg Ik u: Wanneer twee van u eensgezind op aarde iets vragen – het moge zijn wat het wil – zullen zij het verkrijgen van mijn Vader die in de hemel is. Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.”
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

“Waar twee of drie in mijn Naam bijeen zijn,
daar ben Ik in hun midden.”
Laten wij eensgezind bidden tot God onze Vader.

Voor alle christenen, geroepen om Christus na te volgen:
dat zij elkaar tot zegen zijn;
en elkaar helpen om de weg van het geloof te gaan.
Laat ons bidden…

Voor hen die ons besturen;
dat ze rechtvaardige wetten uitvaardigen
en altijd bedacht zijn op het algemeen welzijn.
Laat ons bidden…

Voor allen die ons dierbaar zijn
in de kring van familie, vrienden en parochie.
Dat wij -naar het woord van de apostel Paulus –
de onderlinge liefde bewaren
en zo meewerken aan de opbouw van Gods rijk in deze wereld.
Laat ons bidden…

We bidden voor de kinderen uit onze parochie
die vandaag hun eerste communie doen.
Bidden we ook voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor:
Misintenties…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

Laat ons bidden…

God, Vader,
luister naar het eensgezinde gebed van onze geloofsgemeenschap. Schenk uw Geest van eenheid en verbondenheid
opdat allen mogen leven in uw liefde.
Door Christus onze Heer.


22e ZONDAG DOOR HET JAAR 29 EN 30 AUGUSTUS 2020
MIVA – ZONDAG

EERSTE LEZING Jer., 20, 7-9

Uit de Profeet Jeremia

De profeet Jeremia bad als volgt: “Heer God, Gij hebt mij verleid, ik ben bezweken; Gij waart mij te sterk, ik kan niet tegen U op. De hele dag lacht men mij uit, iedereen drijft de spot met mij. Telkens als ik het woord neem, moet ik schreeuwen, “geweld en onderdrukking” roepen. Het woord van de Heer brengt mij iedere dag schande en smaad. Soms denk ik: Ik wil er niets meer van weten, ik spreek niet meer in zijn naam. Maar dan laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente. Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden maar het lukt me niet.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 63

Refrein: Naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hart.

God, mijn God zijt Gij,
ik zoek U met groot verlangen.
Naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hart
als dorre akkers naar regen.

Zo zie ik omhoog naar de plaats waar Gij woont,
beschouw ik uw macht en uw glorie.
Meer waard dan het leven is mij uw genade,
mijn mond verkondigt uw lof.

Ik zal U prijzen zolang ik leef,
mijn handen uitstrekken naar U.
Mijn ziel wordt verzadigd met voedzame spijs,
mijn mond zal U jubelend danken.

Want Gij zijt altijd mijn beschermer geweest,
ik koester mij onder uw vleugels.
Met heel mijn hart houd ik vast aan U,
het is uw hand die mij steunt.

TWEEDE LEZING Rom., 12, 1-2

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Ik smeek u bij Gods erbarming: wijdt uzelf aan God toe als een levende, heilige offergave, die Hij kan aanvaarden. Dat is de geestelijke eredienst die u past. Stemt uw gedrag niet af op deze wereld. Wordt andere mensen, met een nieuwe visie. Dan zijt ge in staat om uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, wat zeer goed is en volmaakt.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 16, 21-27

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan; dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, maar dat Hij na ter dood gebracht te zijn, op de derde dag zou verrijzen. Toen nam Petrus Jezus ter zijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden: “Dat verhoede God, Heer! Zo iets mag U nooit overkomen !” Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus: “Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aan¬stoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.” En daarna tot zijn leerlingen: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als dit ten koste gaat van eigen leven? “Of wat zal een mens kunnen geven in ruil voor zijn eigen leven? Want de Mensenzoon zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader, vergezeld van zijn engelen, dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Dag na dag draagt God de wereld. Meer dan wij beseffen
is Hij ons nabij. Laat ons tot Hem bidden.

Voor de gemeenschap van de Kerk.
Dat zij verbonden blijft met de Heer van het leven
en vruchten van goedheid en liefde mag voortbrengen.
Laat ons bidden…

Voor hen die het Rijk Gods dichterbij brengen,
door hun zorg en inzet voor mensen aan de rand van de maatschappij.
Voor de MIVA, die zich bekommert het lot van de allerarmsten.
Dat zij, met onze bijdragen, hulp en hoop kunnen bieden.
Laat ons bidden…

Voor de gemeenschap van onze Odaparochie.
Om Gods zegen over het nieuwe werkjaar.
Dat wij mogen groeien in eenheid en verbondenheid,
in gemeenschap en liefde met Christus en elkaar.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…

Gij, Heer God, zijt de bron van ons bestaan,
de Hoeksteen van ons leven.
Verhoor onze gebeden en schenk ons uw Zegen.
Door Christus onze Heer.


EENENTWINTIGSTE ZONDAG 22 en 23 AUGUSTUS 2020

EERSTE LEZING Jes., 22, 19-23

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt de Heer tot Shebna, de overste van de tempel: “Ik zal u van uw post verjagen en u stoten uit uw ambt. En dan zal Ik mijn dienaar roepen, Eljakim, de zoon van Chilkia, en hem bekleden met uw gewaad, hem tooien met uw sjerp en aan hem uw taak in handen geven. Hij zal een vader zijn voor de bewoners van Jeruzalem en voor het huis van Juda. De sleutel van Davids huis zal Ik op zijn schouder leggen, en als hij opendoet, zal niemand sluiten, en als hij sluit, zal niemand opendoen. Ik zal hem vastslaan als een spijker op een stevige plek, en hij wordt een erezetel voor het huis van zijn vader.” Zo spreekt de almachtige Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 138
Refrein:
Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde
vergeet het maaksel van uw handen niet!

U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart,
omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd.
Ik zing voor U en alle hemelmachten
en werp mij neer, gebogen naar uw heiligdom.

U prijs ik om uw goedheid en uw trouw,
want uw belofte hebt Gij mateloos vervuld.
Wanneer ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord,
Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven.

Waarlijk verheven is de Heer, die Iet op de geringe,
maar op de trotsen neerziet van omhoog.
Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde;
vergeet het maaksel van uw handen niet.

TWEEDE LEZING Rom.,11, 33-36

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Wie kent de gedachte des Heren ? Wie is zijn raadsman geweest? Wie kan vergoeding eisen voor wat hij God heeft gegeven? Want uit Hem en door Hem en voor Hem zijn alle dingen. Hem zij de glorie in eeuwigheid! Amen.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 16, 13-20

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd kwam Jezus in de streek van Caesarea van Filippus en Hij stelde zijn leerlingen deze vraag: “Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?” Zij antwoordden: “Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten.” “Maar gij – sprak Hij tot hen -, wie zegt gij dat Ik ben?” Simon Petrus antwoordde: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Jezus hernam: “Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn.” Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk iemand te zeggen, dat Hij de Christus was.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij bidden tot God onze Vader:

Voor alle christenen:
Dat zij met Petrus getuigen
dat Christus de Zoon van de levende God is.
Voor allen die omwille van dit getuigenis vervolgd worden.
Wij bidden om Gods nabijheid.
Laat ons bidden:

Voor de leiders van de volkeren:
Dat zij vervuld worden van Gods wijsheid en kennis
en zich inzetten voor vrede en gerechtigheid
en voor eenheid en verzoening.
Laat ons bidden…

Voor onszelf willen wij bidden en voor
al de intenties waarmee wij naar de eucharistie zijn gekomen.
Dat het geloof in God en het voorbeeld van de apostel Petrus
ons mag sterken om trouw onze taak
in de wereld te vervullen.
Laat ons bidden…

Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor:

Misintenties…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Oneindig goede Vader, levende God,
Gij hebt aan Petrus geopenbaard
dat Jezus de Christus is.
Wij vragen U:
geef dat wij, steunend op de geloofsbelijdenis van Petrus,
altijd een leven leiden dat het Evangelie waardig is.
Door Christus onze Heer.


TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 16 AUGUSTUS 2020

EERSTE LEZING Jes., 56, 1. 6-7

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt God de Heer: “Onderhoudt het recht en doet wat rechtvaardig is, want mijn heil is in aantocht, mijn gerechtigheid zal zich openbaren. De vreemdelingen die zich bij de Heer aansluiten om Hem te dienen, die zijn naam met liefde vereren en zijn dienaren willen zijn, allen die de sabbat onderhouden en hem niet onteren, die trouw blijven aan mijn verbond, hen breng Ik naar mijn heilige berg en Ik geef hun vreugde in mijn huis van gebed. Hun brand- en slachtoffers zullen Mij aangenaam zijn op mijn altaar, want mijn huis zal worden genoemd: een huis van gebed voor alle volken.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 67
Refrein: Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren

God, wees ons barmhartig en zegen ons,
toon ons het licht van uw aanschijn.
Opdat men op aarde uw wegen mag kennen,
in alle landen uw heil.

Laat alle naties van vreugde juichen
omdat Gij de volken rechtvaardig regeert
en alles op aarde bestuurt.

Geef dat alle volken U eren, o God,
dat alle volken U eren
God geve ons zo zijn zegen
dat heel de aarde Hem vreest.

TWEEDE LEZING Rom., 11, 13-15. 29-32.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
Ik, Paulus, richt mij nu tot u die uit het heidendom gekomen zijt. Ik ben weliswaar apostel der heidenen, maar ik schat dit ambt juist hierom zo hoog, omdat ik hoop daardoor mijn eigen volk tot naijver te prikkelen en er althans enigen van te redden. Want als hun verwerping de wereld verzoening heeft gebracht, wat kan dan hun aanneming anders betekenen dan leven uit de doden? Maar God kent geen berouw over zijn genadegaven noch over zijn roeping. Zoals gij eertijds aan God ongehoorzaam zijt geweest, thans echter, dank zij de ongehoorzaamheid van Israël, ontferming hebt gevonden, zo is thans Israël op zijn beurt ongehoorzaam geworden, opdat het ten gevolge van de u betoonde ontferming, eveneens erbarming zou vinden. Zo heeft God allen in ongehoorzaamheid opgesloten om allen in te sluiten in zijn ontferming.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 15, 21-28

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd trok Jezus zich terug naar de streek van Tyrus en Sidon. Op een gegeven ogenblik trad een Kananese vrouw uit dat gebied naar voren, luid roepend: “Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter is van een duivel bezeten en wordt verschrikkelijk gekweld.” Maar Jezus gaf haar in het geheel geen antwoord. Toen wendden zijn leerlingen zich tot Hem met het verzoek: “Stuur die vrouw toch weg, want ze blijft ons achterna roepen.” Hij antwoordde: “Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van het huis van Israël gezonden.” Maar de vrouw kwam naderbij, wierp zich voor zijn voeten neer en zei: “Heer, help mij !” Hij gaf haar ten antwoord: “Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is, aan de honden te geven.” “Toch wel, Heer, – sprak zij- want de honden eten immers toch ook de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen.” Daarop zei Jezus haar: “Vrouw, ge hebt een groot geloof! “Uw verlangen wordt ingewilligd.” En van dat ogenblik was haar dochter genezen.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Vanuit het geloof dat de verrezen Heer midden onder ons is,
bidden we vol vertrouwen tot de Vader:

Voor onze kerkgemeenschap:
dat zij steeds trouw het Evangelie ter sprake brengt
en zo mensen helpt groeien in liefde tot God en de naaste.
Laten ons bidden…

Voor die situaties waarin mensen lijden onder
spanningen, meningsverschillen of conflicten:
dat iedere betrokkene de ander blijft zien
als broeder en zuster, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.
Laten ons bidden…

Voor alle mensen, waar ook ter wereld:
dat zij in hun dagelijkse bezigheden
zien wat God van hen verlangt en wat goed is voor allen.
Dat alle menselijke inzet bijdraagt aan de opbouw van Gods koninkrijk.
Laat ons bidden…

Voor hen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:
Misintenties…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.

Laat ons bidden…

Goede God,
heb medelijden met ons
en verhoor de gebeden
die wij in vertrouwen tot U richten.
Door Christus onze Heer. Amen.


NEGENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 8 en 9 AUGUSTUS 2020

EERSTE LEZING 1 Kon., 19, 9a. 11 – 13a

Uit het eerste boek der Koningen

In die dagen kwam de profeet Elia bij de Horeb, de berg van God. Daar ging hij een grot binnen en overnachtte er. Maar de Heer zei tot hem: “Ga naar buiten en treed aan voor de Heer op de berg.” Toen trok de Heer voorbij. Voor Hem uit ging een hevige storm, die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde. Maar de Heer was niet in de storm. Op de storm volgde een aardbeving. Maar ook in de aardbeving was de Heer niet. Op de aardbeving volgde vuur. Maar ook in het vuur was de Heer niet. Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries. Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel, ging naar buiten en bleef staan aan de ingang van de grot.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 85
Laat ons uw barmhartigheid zien, geef ons uw heil, o Heer.

Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt,
voorzeker een woord van verzoening.
Zijn heil is nabij voor hen die Hem vrezen,
zijn glorie komt weer bij ons wonen.

Als trouw en erbarmen elkaar tegemoet gaan,
als vrede en recht elkaar omhelzen;
Dan zal de trouw uit de aarde ontspruiten,
en ziet uit de hemel gerechtigheid neer.

Dan zal de Heer. ons zijn zegen schenken
en draagt ons land rijke vrucht.
Dan zal voor Hem uit gerechtigheid gaan
en voorspoed zijn schreden volgen.

TWEEDE LEZING Rom.,9, 1-5

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, mijn geweten waarborgt het mij in de heilige Geest: in mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt. Waarlijk, ik zou wensen zelf vervloekt en van Christus gescheiden te zijn, als ik mijn broeders en stamverwanten daarmee kon helpen. Immers, zij zijn Israëlieten, hun behoort de aanneming tot zonen, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften; van hen zijn de aartsvaders en uit hen komt de Christus voort naar het vlees, die, boven alles verheven, God is: de gezegende tot in de eeuwigheid! Amen.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 14, 22-33

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

Na de broodvermenigvuldiging dwong Jezus zijn leerlingen in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden. Toen Hij het volk had weggezonden, ging Hij de berg op om in afzondering te bidden. De avond viel en Hij was daar alleen. De boot was reeds een heel eind uit de kust verwijderd en werd geteisterd door de golven, want zij hadden tegenwind. Tegen de morgen kwam Jezus te voet over het meer naar hen toe. Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan, raakten zij van streek omdat zij een spook meenden te zien en zij begonnen van angst te schreeuwen. Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen: “Weest gerust, Ik ben het. Vreest niet.” “Heer, – antwoordde Petrus- als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen.” Waarop Jezus sprak: “Kom !” Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was, werd hij bang; hij begon te zinken en schreeuwde: “Heer, red mij!” Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast, terwijl Hij tot hem zei: “Kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld?” Nadat zij in de boot gestapt waren, ging de wind liggen. De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: “Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE
Laten wij tot Jezus Christus bidden.
Hij is de Zoon van God,
alle stormen in ons leven tot bedaren wil brengen.

Heer Jezus, U heeft zich in de storm op het meer
aan uw leerlingen geopenbaard.
Blijf ook vandaag uw Kerk en alle christenen nabij
en sterk hen met uw Geest.
Laat ons bidden…

U heeft Petrus de hand gereikt en hem gered.
Ontferm U over de nood van hen
die in onze wereld vragen om een reddende hand.
Wees allen nabij en schenk hen uw liefde.
Laat ons bidden…

U heeft de afzondering gezocht om te rusten.
Laat allen die nu vakantie hebben dankbaar genieten
van al wat mooi en goed is,
in het bewustzijn dat het hun door U geschonken wordt.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor

Misintenties

In stilte leggen we onze eigen vragen en noden voor aan God

Laat ons bidden…

Heer , Gij zijt waarlijk de Zoon van God.
Al onze gebeden vertrouwen wij toe aan uw goedheid.
Ontferm U over ons en schenk ons uw zegen,
vandaag en alle dagen. Amen.


ACHTTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 1 en 2 AUGUSTUS 2020

EERSTE LEZING Jes., 55, 1-3

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt God de Heer: „Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt! Ook gij die geen geld hebt, komt toch. Komt kopen, geniet zonder geld en zonder te betalen. Komt kopen wijn en melk. Wat geeft gij uw geld voor iets dat geen brood is? Wat geeft gij uw arbeid voor iets dat niet voedt? Luistert, luistert naar Mij dan eet gij wat goed is, dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs. Neigt uw oor en komt naar Mij en luistert en gij zult leven.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 145
Gij opent uw hand, Heer, en zegent ons.

De Heer is vol liefde en medelijden,
lankmoedig en zeer goedgunstig.
De Heer is bezorgd voor iedere mens,
barmhartig voor al wat Hij maakte.

De ogen van allen zien hoopvol naar U,
Gij geeft hun te rechter tijd spijs.
Gij opent uw hand voor alles wat leeft,
voldoet aan al hun verlangens.

De Heer is rechtvaardig op al zijn wegen,
en heilig in al wat Hij doet.
Nabij is de Heer voor elk die Hem aanroept,
voor elk die oprecht tot Hem bidt.

TWEEDE LEZING Rom., 8, 35. 37-39

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid, levensgevaar of het zwaard? Over dit alles zegevieren wij glansrijk, dank zij Hem die ons heeft liefgehad. Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen, noch boze geesten, noch wat is noch wat zal zijn, en geen macht in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 14, 13-21

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd voer Jezus in een boot naar een eenzame plek om alleen te zijn. Maar het volk kwam dit te weten en zij gingen Hem vanuit hun steden te voet achterna. Toen Hij bij zijn landing dan ook een grote menigte zag, kreeg Hij diep medelijden met hen en Hij genas hun zieken. Tegen het vallen van de avond kwamen zijn leerlingen naar Hem toe en zeiden: „Deze plek is eenzaam en het is al Iaat op de dag. Stuur dus het volk weg om in de dorpen eten te gaan kopen.” „Het is niet nodig dat zij weggaan – zei Jezus hun – geeft gij hun maar te eten.” Doch zij antwoordden: „Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen.” Waarop Jezus sprak: „Brengt die dan hier.” En Hij gaf opdracht dat het volk zich zou neerzetten op het gras. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, en nadat Hij de zegen had uitgesproken, brak Hij de broden die Hij aan zijn leerlingen gaf en de leerlingen gaven ze weer aan het volk. Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op. Het waren ongeveer vijfduizend mannen die hadden gegeten, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

God heeft ons in zijn Zoon het ware Brood uit de hemel geschonken,
dat leven geeft aan de wereld.
Leggen wij Hem in Jezus’ Naam de noden van Kerk en wereld voor.

Voor de gemeenschap van de Kerk.
Dat zij haar geloof en liefde blijft voeden
met het Levende Brood uit de hemel.
Laat ons bidden…

Voor allen die hun dagelijks brood moeten missen.
Wij bidden om een geest van verbondenheid en saamhorigheid
in de wereldwijde mensenfamilie.
Laat ons bidden…

Voor hen die met vakantie zijn.
Dat zij rust en herbronning vinden in natuur, cultuur
en de schoonheid van de Schepping.
Wij bidden ook voor hen die niet op vakantie kunnen gaan.
Voor hen die in deze weken meer eenzaamheid kennen.
Wij bidden om nabijheid en vriendschap.
Laat ons bidden…

Heer, schenk uw Geest van troost en sterkte
aan allen die lijden of ziek zijn;
Geef het eeuwige leven aan al onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:

Misintenties…

Bidden we in stilte voor onze persoonlijke intenties

Laat ons bidden…

Barmhartige God, uw Zoon,
het ware Brood uit de hemel
is in de wereld gekomen om leven te schenken in overvloed;
wij bidden U: vernieuw ons geloof in Hem die Gij gezonden hebt,
en verzadig ons, die hongeren en dorsten,
te allen tijde met het Brood des levens, Jezus Christus, onze Heer.
Die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen


ZEVENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 25 en 26 JULI 2020

EERSTE LEZING 1 Kon., 3, 5. 7-12

Uit het eerste boek der Koningen

In die dagen verscheen de Heer ‘s nachts in een droom aan Salomo en zei: “Wat wilt ge dat Ik u geef?” Salomo antwoordde: “Heer mijn God, Gij hebt uw dienaar tot koning verheven hoewel ik maar een jonge man ben en nog niet weet wat ik doen of laten moet. Zo staat uw dienaar te midden van het volk dat Gij uitverkoren hebt, een groot volk, zo groot dat het niet te tellen of te schatten is. Geef dus uw dienaar een opmerk¬zame geest, om recht te kunnen spreken voor uw volk en onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad. Want wie is in staat recht te spreken voor dit grote volk van U ?” Dit verzoek van Salomo behaagde de Heer. En God zei tot hem: “Omdat ge juist dit gevraagd hebt en niet gevraagd hebt om een lang leven, ook niet om rijkdom, evenmin om de dood van uw vijanden, maar omdat ge inzicht gevraagd hebt om recht te kunnen spreken, daarom voldoe Ik aan uw verzoek en geef Ik u een geest vol wijsheid en begrip, zoals voor u niemand ooit heeft gehad en ook na u niemand zal hebben.” Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM UIT PSALM 119
Refrein: Hoezeer is uw wet mij lief, Heer.

Dit stel ik mij altijd tot taak, Heer,
om trouw te zijn aan uw woord.
De wet uit uw mond is mij meer waard
dan schatten van zilver en goud.

Maar Iaat uw erbarmen mij nu vertroosten,
zoals Gij uw dienaar eens hebt beloofd.
Door uw barmhartigheid moge ik leven,
omdat ik mijn vreugde vind in uw wet.

Maar ik begeer wat Gij hebt geboden
boven het fijnste goud.
Daarom heb ik uw bevelen gekozen,
verwerp ik de wet van het kwaad.

Uitstekend is alles wat Gij verordent,
daarom houdt mijn geest daaraan vast.
De uitleg van uw woorden geeft klaarheid,
schenkt wijsheid aan wie onervaren is.

TWEEDE LEZING Rom. 8, 28-30

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Wij weten dat God in alles het heil bevordert van die Hem liefhebben, van hen die volgens zijn raadsbesluit geroepen zijn. Want die Hij te voren heeft gekend, heeft Hij ook te voren bestemd tot gelijkvormigheid met het beeld van zijn Zoon, opdat Deze de eerstgebo¬rene zou zijn onder vele broeders. Die Hij heeft voorbestemd, heeft Hij ook geroepen. Die Hij riep, heeft Hij gerechtvaardigd, en die Hij recht¬vaardigde, heeft Hij verheerlijkt.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 13, 44-52

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot de menigte: “Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen iemand hem vond, verborg hij hem weer, en in zijn blijdschap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker. Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een koopman, op zoek naar mooie parels. Toen hij een parel van grote waarde had gevonden, ging hij alles verkopen wat hij bezat en kocht haar. Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een sleepnet dat in zee geworpen, vissen van allerlei soorten bijeenbracht. Toen het vol was trok men het op het strand; men zette zich neer om de goede vissen uit te zoeken en in manden te doen; de slechte echter werden weggeworpen. Zo zal het ook gaan op het einde van de wereld: de engelen zullen uittrekken om de slechten tussen de rechtvaardigen uit te zoeken en in de vuuroven te werpen. Daar zal geween zijn en tandengeknars. Hebt gij dit alles begrepen?” Zij antwoordden Hem: “Ja.” Hij zei hun: “Daarom is iedere schriftgeleerde die onderwezen is in het Rijk der hemelen, gelijk aan een huisvader die uit zijn schat nieuw en oud te voorschijn haalt.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Met Salomo willen wij bidden tot God onze Vader.

Voor de gemeenschap van de Kerk.
Dat zij blijft zoeken naar de schat van het geloof
en de kostbare parel van hoop en liefde
laat stralen over onze wereld.
Laat ons bidden…

Voor hen die ons besturen in politiek en maatschappij:
Dat zij zich, zoals Koning Salomo, openstellen voor Gods wijsheid
en steeds goed van kwaad weten te scheiden
en streven naar het beste voor wie aan hun zorgen zijn toevertrouwd.
Laat ons bidden…

Voor allen die zoeken naar de zin van hun bestaan:
Dat zij alles achter durven laten om Gods Koninkrijk te vinden.
Laat ons bidden…

Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor:
Misintenties…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

Laat ons bidden…

Almachtige eeuwige God,
Uw Koninkrijk ligt verborgen in ons midden als een kostbare schat.
Schenk ons de ware wijsheid
en laat ons in vreugde uw Rijk vinden en binnengaan.
Door Christus onze Heer.


ZESTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 18 EN 19 JULI 2020

EERSTE LEZING Wijsh., 12, 13. 16-19

Uit het boek der Wijsheid

Naast U is er geen andere God die zorg draagt voor alles, geen andere God, voor wie Gij waar zoudt moeten maken dat Gij niet onrechtvaardig hebt geoordeeld. Uw macht is de grond van uw rechtvaardigheid, en omdat Gij over allen heerst, behandelt Gij allen ook met zachtheid. Waar men aan uw volstrekte macht niet gelooft, daar toont Gij uw kracht en bij hen die haar ervaren hebben, neemt Gij alle grond tot- overmoed weg. Gij echter, die over de macht beschikt, met veel zachtheid spreekt Gij uw oordeel uit en Gij bestuurt ons met veel goedertierenheid, want Gij kunt uw macht tonen, wanneer Gij maar wilt. Door zo te doen hebt Gij uw volk geleerd, dat de rechtvaardige een vriend van de mensen moet zijn, en hebt Gij uw zonen hoopvol gestemd dat Gij, daar waar gezondigd wordt, de kans tot inkeer biedt.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 85

Gij zijt goed en genadig, Heer.

Gij zijt immers goed en genadig, Heer,
barmhartig voor elk die U aanroept.
Luister dan, Heer, naar mijn bidden,
geef acht op mijn smekende stem.

Eens komen de volken, uw schepselen,
weer om U te aanbidden, uw Naam te loven.
Want groot zijt Gij, Heer, en groot is uw schepping,
Gij zijt de enige God.

Maar Gij, Heer mijn God, zijt barmhartig en goed,
geduldig, mild en betrouwbaar.
Let dan op mij, heb erbarmen met mij,
en schenk uw dienaar uw kracht.

TWEEDE LEZING Rom. 8, 26-27

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, de Geest komt onze zwakheid te hulp. Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij die de harten doorgrondt, weet waar de Geest op zint, want Hij pleit voor de heiligen naar Gods bedoeling.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 13, 24-43

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd hield Jezus de menigte deze gelijkenis voor: “Het Rijk der hemelen gelijkt op een man die op zijn akker goed zaad had gezaaid, maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen. Toen de halmen opgeschoten waren en vrucht hadden gezet, was ook het onkruid te zien. Nu gingen de knechten naar hun meester en zeiden hem: “Heer, ge hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid? Hoe komt het dan dat er onkruid op staat?” Hij antwoordde hun: “Dat is het werk van een vijand”. De knechten zeiden tot hem: “Wilt ge dan dat we het bijeengaren?” Maar hij zei: “Neen, ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart, de tarwe mee uittrekt. Laat beide samen opgroeien tot de oogst, en met de oogsttijd zal ik de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bussels om te verbranden; maar slaat de tarwe op in mijn schuur.”
Een andere gelijkenis hield Jezus hun voor: “Het Rijk der hemelen gelijkt op een mosterdzaadje, dat iemand op zijn akker zaaide. Dat is wel het allerkleinste zaadje, maar wanneer het is opgeschoten, is het groter dan de andere tuingewassen; het wordt een boom, zodat de vogels in zijn takken komen nestelen.” Nog een andere gelijkenis vertelde Jezus hun: “Het Rijk der hemelen gelijkt op gist, die een vrouw in drie maten bloem verwerkte, totdat deze in hun geheel gegist waren.” Dit alles sprak Jezus tot het volk in gelijkenissen en zonder gelijkenissen leerde Hij hun niets, opdat in vervulling zou gaan het door de profeet gesproken woord: “Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen, Ik zal openbaren wat verborgen is geweest vanaf de grondvesting der wereld.” Toen liet Hij de menigte gaan en keerde naar huis terug. Zijn leerlingen kwamen nu naar Hem toe en zeiden: “Leg ons de gelijkenis uit van dat onkruid op de akker.” Hij gaf hun ten antwoord: “Die het goede zaad zaait, is de Mensenzoon; de akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Rijk; het onkruid de kinderen van het kwaad, en de vijand die het zaaide, is de duivel. De oogst is het einde van de wereld en de maaiers zijn de engelen. Zoals nu het onkruid wordt bijeengebracht en in het vuur verbrand, zo zal het ook gaan op het einde van de wereld. De Mensen¬zoon zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn Rijk bijeenbrengen allen die tot zonde verleiden en ongerechtigheid bedrijven om hen in de vuuroven te werpen, waar geween zal zijn en tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen in het Koninkrijk van hun Vader schitteren als de zon. Wie oren heeft, hij luistere.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Bidden wij tot de hemelse Vader:

Voor de herders van Gods Kerk.
Dat zij naar het woord van de Schrift
met zachtheid en rechtvaardigheid leiding geven.
Dat het dienstwerk van onze herders vruchten mag dragen
van geloof, hoop en liefde.
Laat ons bidden…

Voor onze wereld bidden wij,
om zegen over allen die werken aan vrede en eenheid.
Dat Gods geest alle menselijke zwakheid te hulp komt.
Laat ons bidden…

Voor een goede vakantietijd voor ons allen.
Dat het een tijd van rust en verkwikking moge zijn.
Dat velen in de schoonheid van de schepping, van cultuur en natuur
Gods goedheid mogen ervaren.
Laat ons bidden…

Voor hen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor: Misintenties…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.

Laat ons bidden…

Barmhartige en rechtvaardige God,
Gij geeft groeikracht aan het Rijk der hemelen,
ook al laat Gij toe dat de vijand verderf zaait.
Wij bidden U:
Geef ons de kracht om stand te houden
ondanks onrecht en tegenwerking,
en laat ons op de dag van de oogst ervaren
dat Gij alles ten goede leidt voor wie zich richt
naar uw wil. Door Christus onze Heer.


VIJFTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 11 EN 12 JULI 2020

EERSTE LEZING Jes., 55, 10-11

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt de Heer: “Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen en daar pas terugkeren wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar vruchtbaar hebben gemaakt en haar met groen hebben bedekt, wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven en het brood aan wie meet eten; zo zal het ook gaan met het woord dat komt uit mijn mond; het keert niet vruchteloos naar Mij terug; het keert pas weer wanneer het mijn wil heeft volbracht en zijn zending heeft vervuld.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit Psalm 65

Refrein: Het zaad viel op goede grond en bracht vrucht voort.

Gij hebt ons land verzorgd en besproeid,
het rijk en vruchtbaar gemaakt.
Het hemelwater stroomt neer op de akkers
zo maakt Gij ze klaar voor de oogst.

Gij drenkt de voren en effent de kluiten,
Gij weekt ze met regen en zegent het zaad.
Zo is heel het jaar omkranst met uw gaven,
op al uw wegen ligt vruchtbaarheid.

Op eenzame steppen glinstert de dauw,
een gordel van heerlijkheid ligt om de heuvels.
De beemden dragen een kleed van kudden,
de dalen een deken van graan: het is al jubel en lofzang.

TWEEDE LEZING Rom.,8, 18-23

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Ik ben ervan overtuigd, dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid waarvan ons de openbaring te wachten staat. Ook de schepping verlangt vurig naar de openbaring van Gods kinderen. Want zij is onderworpen aan een zinloos bestaan, niet omdat zij het zelf wil, maar door de wil van Hem die haar daaraan onderworpen heeft. Maar zij is niet zonder hoop, want ook de schepping zal verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods. Wij weten immers dat de hele natuur kreunt en barensweeën lijdt, altijd door. En niet alleen zij, ook wij zelf, die toch reeds de eerstelingen van de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten over ons eigen lot, zolang wij nog wachten op de verlossing van ons lichaam.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 13, 1-23

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

Op zekere dag verliet Jezus zijn huis en ging aan de oever van het meer zitten. Toen verzamelde zich bij Hem een menigte zo talrijk, dat Hij in een boot moest stappen om daar plaats te nemen, terwijl de hele menig¬te langs het strand bleef staan. Hij sprak tot hen over vele dingen in gelijkenissen. “Eens – zo begon Hij – ging een zaaier uit om te zaaien. Bij het zaaien viel een gedeelte op de weg en de vogels kwamen het opeten. Een ander gedeelte viel op de rotsachtige plekken, waar het niet veel aarde had; het schoot snel op omdat het in ondiepe grond lag. Toen de zon was opgekomen, kreeg het te lijden van de hitte, zodat het verdorde bij gebrek aan wortel. Weer een ander gedeelte viel onder de distels en deze schoten op, zodat het verstikte. Een ander gedeelte tenslotte viel op goede grond en leverde vrucht op: deels honderd-, deels zestig-, deels dertigvoudig. Wie oren heeft, hij luistere.”
(Zijn leerlingen kwamen Hem vragen: “Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen?” Hij gaf hun ten antwoord: “Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk der hemelen te kennen, maar aan hen is het niet gegeven. Aan wie heeft, zal gegeven worden, en wel in overvloed; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden, zelfs wat hij heeft. Als Ik tot hen spreek in gelijkenissen, dan is het omdat zij, ofschoon zij ogen hebben, niet zien en ofschoon zij oren hebben, niet horen of begrijpen. Zo wordt in hen de profetie van Jesaja vervuld die aldus luidt: Met uw oren zult gij luisteren en toch niet verstaan, met uw ogen zult gij kijken en toch niet zien. Want verhard is het hart van dit volk, met hun oren luisteren ze slecht en hun ogen doen zij dicht, uit vrees dat zij zouden zien met hun ogen, met hun oren zouden horen, met hun hart zouden verstaan, zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen. Maar gelukkig uw ogen, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen ! Want voorwaar, Ik zeg u: Vele profeten en rechtvaardigen hebben verlangd te zien wat gij ziet, maar zij hebben het niet gezien; en te horen wat gij hoort, maar zij hebben het niet gehoord. Gij dan, luistert naar de gelijkenis van de zaaier: Zo dikwijls iemand het woord van het Koninkrijk wel hoort maar niet begrijpt, komt de boze en rooft weg wat gezaaid ligt in zijn hart; dat is hij die op de weg gezaaid is. Die op rotsachtige plekken werd gezaaid, is hij die het woord hoort en het terstond met blijdschap opneemt: maar hij heeft geen wortel geschoten, hij leeft bij het ogenblik, en als hij omwille van het woord onderdrukt of vervolgd wordt, komt hij onmiddellijk ten val. Die gezaaid werd tussen distels is hij die het woord wel hoort, maar dit wordt door de zorgen van de wereld en de begoocheling van de rijkdom verstikt en zo blijft het zonder vrucht. Maar die in goede aarde werd gezaaid, is hij die het woord hoort en begrijpt en daarom vrucht draagt; bij de een is de opbrengst honderdvoudig, bij een ander zestigvoudig en bij een ander dertigvoudig.”)
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Bidden wij tot God, onze Vader
die ook ons de wereld inzendt
met zijn boodschap van liefde en vergeving.

Voor alle geroepenen, de zaaiers van deze tijd:
Voor priesters, diakens en religieuzen,
voor alle vrouwen en mannen die werkzaam zijn in het pastoraat;
dat het hun niet zal ontbreken
aan geloof en hoop om het zaad van uw woord
te zaaien op de akker van onze wereld.
Laat ons bidden…

Voor onze gezinnen:
dat ouders en kinderen in geloof en liefde
het evangelie in praktijk brengen in het leven van alle dag.
Laat ons bidden…

Voor alle christenen die, waar ook ter wereld,
vervolgd worden om hun geloof.
Om kracht en sterkte.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor

Misintenties…

In stilte leggen we onze eigen vragen en noden voor aan God
Laat ons bidden…

God, Gij hebt U aan ons geopenbaard in uw Zoon,
die uw woord heeft verkondigd en uw wil heeft volbracht.
Wij bidden U: maak ons ontvankelijk voor zijn woord
en laat het rijke vrucht dagen in ons leven.
Door Christus, onze Heer.
Amen.


VEERTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 4 EN 5 JULI

EERSTE LEZING Zach., 9, 9-10

Uit de Profeet Zacharia

Zo spreekt de Heer: “Jubel luid, gij dochter Sion, juich, gij dochter Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, rechtvaardig en zegevierend; hij is deemoedig, hij rijdt op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin. lk vaag de strijdwagens weg uit Efraïm, de paarden uit Jeruzalem; de strijdboog wordt gebroken. Dan kondigt hij vrede af onder de volken, dan gaat zijn heerschappij van zee tot zee, van de Rivier tot de grenzen der aarde.”
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING Rom. 8,9. 11-13

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Uw bestaan wordt niet beheerst door de zelfgenoegzaamheid, maar door de Geest, omdat de Geest van God in u woont. Zou iemand de Geest van Christus niet hebben, dan behoort hij Hem niet toe. Als de Geest van God die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u verblijft. Broeders en zusters, wij hebben dus verplichtingen maar niet aan onszelf, om zelfgenoegzaam te leven. Als gij zelf¬zuchtig leeft, zult gij zeker sterven. Maar als gij door de Geest de praktijken van de zelfzucht versterft, zult gij leven.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt.,11,25-30

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd sprak Jezus: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren. Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Bidden wij tot God, Heer van hemel en aarde.

Voor de gemeenschap van de Kerk:
Dat zij Gods licht ontsteekt waar duisternis heerst
en zo het instrument mag zijn van verzoening en vergeving
tussen mensen en volkeren.
Laat ons bidden…

Voor allen die in onze maatschappij gebukt gaan
onder de lasten van het leven:
eenzamen, zieken, daklozen en vluchtelingen.
Dat zij bij de Heer rust en verlichting moge vinden.
Laat ons bidden…

Voor allen vakantie hebben.
Dat zij mogen genieten van hun vrije tijd
en de nodige rust en herbronning vinden.
Laat ons bidden…

Voor allen die lijden of ziek zijn;
schenk hun uw Geest van troost en sterkte
Geef het eeuwige leven aan al onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:

Misintenties…

Bidden we in stilte voor onze persoonlijke intenties

Laat ons bidden…

God, Vader en Heer van hemel en aarde,
Gij zijt geprezen door uw Zoon,
omdat Gij de geheimen van het Koninkrijk
aan kinderen hebt geopenbaard.
Wij vragen U, aanvaard de lofprijzing van ons, uw kinderen,
aan wie Gij rust en verlichting schenkt.
Door Christus onze Heer.


DERTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 27 en 28 JUNI 2020

EERSTE LEZING 2 Kon., 4, 8-11. 14-16a

Uit het tweede boek der Koningen

Op zekere dag kwam de profeet Elisa langs Sunem. Daar woonde een welgestelde vrouw, die hem met aandrang uitnodigde, bij haar te komen eten. En iedere keer dat de profeet in het vervolg daar in de buurt kwam, ging hij daar eten. Daarom zei de vrouw tot haar echtgenoot: “Luister eens, ik heb gemerkt dat hij die altijd bij ons aan huis komt, een heilige man Gods is. Laten we op ons huis een kleine kamer voor hem metselen en er een bed, een tafel, een stoel en een lamp in zetten; als hij dan bij ons aankomt, kan hij daar zijn intrek nemen.” Toen Elisa er dus op zekere dag weer aankwam, kon hij de bovenkamer betrekken en er zich te rusten leggen. Daarna vroeg Elisa aan Gechazi, zijn knecht: “Kunnen we dan werkelijk niets voor haar doen?” Gechazi antwoordde: “Zij heeft helaas geen zoon en haar man is oud.” Toen zei Elisa: “Roep haar.” De knecht riep haar en zij bleef in de deuropening staan. En Elisa zei: “Volgend jaar om deze tijd zult u een zoon aan uw hart drukken.”
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING Rom. 6, 3-4 8-11

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Gij weet dat de doop, waardoor wij een zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden zoals Christus, die door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt. Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven; want wij weten dat Christus, eenmaal van de doden verrezen, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. Door de dood die Hij gestorven is, heeft Hij eens voor al afgerekend met de zonde; het leven dat Hij leeft, heeft alleen met God van doen. Zo moet ook gij uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 10, 37-42

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: “Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig. En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. Wie u opneemt, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft. Wie een profeet opneemt, omdat het een profeet is, zal ook het loon van een profeet ontvangen; en wie een deugdzaam mens opneemt, omdat het een deugdzaam mens is, zal ook het loon van een deugdzame ontvangen. En wie een van deze kleinen al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Dag na dag draagt God de wereld. Meer dan wij beseffen
is Hij ons nabij. Laat ons vol vertrouwen tot Hem bidden.

Voor allen die deel uit maken van onze Kerkgemeenschap.
Dat wij verbonden blijven met de Heer van het leven
en vruchten van goedheid en liefde voortbrengen.
Laat ons bidden…

Voor degenen die gastvrijheid verlenen:
dat zij dankbaarheid mogen ervaren voor hun dienstbaarheid.
Voor hen die gastvrijheid ondervinden:
dat zij, naar het voorbeeld van de profeet Elisa,
vreugde en vrede brengen waar zij onderdak vinden.
Laat ons bidden…

Voor noodlijdenden wereldwijd en in onze eigen omgeving.
Dat zij troost en opbeuring vinden
door onze christelijke hulpvaardigheid
en door ons gebed voor hun welzijn.
Laat ons bidden…

Voor hen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:

Misintenties…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…

Gij, Heer God, zijt de bron van ons bestaan.
Verhoor onze gebeden
en schenk ons uw zegen.
Door Christus onze Heer.


TWAALFDE ZONDAG DOOR HET JAAR 20 EN 21 JUNI 2020

EERSTE LEZING Jer, 20, 10-13

Uit de Profeet Jeremia

Jeremia sprak “lk hoor velen fluisteren: Daar heb je ‘Ontzetting-overal’. Breng hem aan. Ja, we brengen hem aan. Al mijn vrienden willen niets liever dan mij ten val brengen. Ze zeggen: “Misschien laat hij zich misleiden; dan over-meesteren we hem en kunnen we ons op hem wreken.” De Heer is bij mij als een machtig strijder. Mijn achtervolgers vallen neer, ze zullen niet overwinnen. Ze worden diep beschaamd, nooit bereiken ze iets. Hun schande duurt eeuwig, ze wordt nooit vergeten! “Heer van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onder¬zoekt, die hart en nieren doorgrondt, laat mij zien hoe Gij U op hen wreekt. lk heb immers mijn zaak in uw handen gelegd. Zingt een lied, een loflied voor de Heer, want Hij heeft het leven van de arme uit de macht van de boosdoeners gered.”
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING Rom.,5, 12-15

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Door een mens is de zonde in de wereld gekomen en met de zonde de dood; en zo is de dood over alle mensen gekomen, aangezien allen gezondigd hebben. Er was immers reeds zonde in de wereld, voor de wet er was. Maar zonde wordt niet aangerekend, waar geen wet is. Toch heeft de dood als koning geheerst in de tijd van Adam tot Mozes, dus ook over hen die zich niet op de wijze van Adam schul¬dig hadden gemaakt aan de overtreding van een gebod. Adam nu is het beeld van Hem die komen moest. Maar de genade van God laat zich niet afmeten naar de misstap van Adam. De fout van een mens bracht allen de dood, maar God schonk allen rijke vergoeding door de grote gave van zijn genade: de ene mens Jezus Christus.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 10, 26-33

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: “Weest niet bang voor de mensen. Niets is bedekt of het zal onthuld, niets verborgen of het zal bekend worden. Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken. Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel; vreest veeleer Hem die en ziel en lichaam in het verderf kan storten in de hel. Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver? En toch zal buiten de wil van uw Vader niet een mus op de grond vallen. Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd geteld. Weest dus niet bevreesd; gij zijt toch meer waard dan een zwerm mussen. leder die Mij bij de mensen belijdt, zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is. Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen, zal ook Ik verloochenen tegenover mijn Vader die in de hemel is.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij vertrouwvol bidden tot God onze Vader.

Voor alle christenen, geroepen om Christus na te volgen:
dat zij elkaar tot zegen zijn
en elkaar helpen om de weg van het geloof te gaan.
Wij vragen om de vurigheid van Jezus’ liefde.
Laat ons bidden…

Voor mensen die lijden aan het leven.
Voor hen die verloren lopen.
Voor allen die geteisterd worden door de stormen van het leven:
Asielzoekers, vluchtelingen, ontheemden.
Om geborgenheid en veiligheid.
Laat ons bidden…

Laten wij vandaag ook bidden voor
allen die niet in Christus geloven:
Dat zij met een oprecht hart ingaan op wat goed is
en eenmaal bij Gods liefde uitkomen.
Laat ons bidden…

Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor:

Misintenties…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…

God, Vader,
luister naar het eensgezinde gebed van onze geloofsgemeenschap.
Schenk uw Geest van eenheid en verbondenheid
opdat allen mogen leven in uw liefde.
Door Christus onze Heer.


HOOGFEEST VAN SACRAMENTSDAG 13 EN 14 JUNI 2020

EERSTE LEZING (Dt.8,2-3.14b-16a)

Uit het boek Deuteronomium

In die dagen sprak Mozes tot het volk: “Blijf denken aan heel die tocht van veertig jaren, die de Heer uw God U in de woestijn heeft laten maken. Hij heeft U toen vernederd en op de proef gesteld om uw gezindheid te leren kennen: Hij wilde zien of ge zijn geboden zoudt onderhouden of niet. Hij heeft U vernederd en U honger laten lijden, maar U ook het manna te eten gegeven, dat gij noch uw vaderen ooit hadden gezien. Hij wilde U daardoor laten beseffen dat gij niet leeft van voedsel alleen, maar van alles wat uit de mond van de Heer komt. Denk aan de Heer, uw God, die U uit Egypte, dat land van slavernij, heeft geleid; de Heer die U door die grote en verschrikkelijke woestijn heeft geleid, vol giftige slangen en schorpioenen, door dat dorstige land zonder water; die uit de keiharde rots water voor U liet ontspringen, die U in de woestijn het manna te eten gaf, dat uw vaderen nooit hadden gezien.
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING 1 Kor.10,16-17

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters, geeft niet de beker der zegeningen die wij zegenen, gemeenschap met het Bloed van Christus? Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met het Lichaam van Christus? Omdat het brood één is, vormen wij allen één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh. 6,51-58

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus vol¬gens¬ Johannes

In die tijd zei Jezus tot de menigte der Joden: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld.” De Joden geraakten daarover met elkaar aan het twisten en zeiden: “Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?” Jezus sprak daarop tot hen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Zoals Ik door de Vader die leeft, gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij. Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen, die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij tot onze Heer en Verlosser Jezus Christus bidden.
Hij heeft dit uur voor ons zijn heilige Tafel van genade bereidt.

Heer Jezus Christus, U bent het Brood van het Leven.
Breek de verdeeldheid tussen de christenen
en breng allen in eenheid samen.
Laat ons bidden…

U heeft met uw apostelen het Laatste Avondmaal gevierd.
Versterk het geloof van allen
die uw Woord horen en het Brood uit de hemel ontvangen.
Laat ons bidden…

U geeft ons uw Lichaam en Bloed als voedsel voor ons leven.
Schenk aan allen die in onze wereld honger lijden
hun dagelijks brood,
sterk de armen en geef moed aan de moedelozen.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor hen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:

Misintenties…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.

Laat ons bidden…

Heer Jezus,
wij danken U voor de grote gave
van de heilige Eucharistie.
Verhoor goedgunstig de gebeden van uw volk,
opdat wij gevoed met uw heilig Lichaam en Bloed
trouwe getuigen mogen zijn van uw Rijk in deze wereld.


Hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid 7 juni 2020

EERSTE LEZING Ex., 34, 4b-6. 8-9

Uit het boek Exodus

In die dagen besteeg Mozes ‘s morgens vroeg de Sinaï, zoals de Heer hem bevolen had. De twee stenen platen nam hij mee. De Heer daalde neer in een wolk, kwam bij hem staan en riep de naam van de Heer uit. De Heer ging hem voorbij en riep: “De Heer ! De Heer is een barmharti¬ge en medelijdende God, groot in liefde en trouw.” Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer. Toen sprak hij: “Och Heer, wees zo goed en trek met ons mee. Dit volk is wel halsstarrig, maar vergeef toch onze misdaden en zonden, en beschouw ons als uw eigen bezit.”
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING 2 Kor., 13, 11-13

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,
Laat alles weer goed komen, neemt mijn vermaning ter harte, weest eensgezind, bewaart de vrede, en de God van liefde en vrede zal met u zijn. Groet elkander met de heilige kus. U groeten al de heiligen. De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeen¬schap van de heilige Geest zij met u allen. Amen.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh. 3, 16-18

Uit heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot Nikodemus: “Zozeer heeft God de wereld liefge¬had, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij nu bidden tot God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Wij bidden voor allen die zich
inzetten voor de komst van Gods Koninkrijk.
Dat zij de moed nooit verliezen
en de eensgezindheid onder elkaar bewaren.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor allen die zich inzetten
voor een betere samenleving.
Dat zij mogen slagen in hun inzet
en daarvoor waardering van de gemeenschap ondervinden.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor hen die in hun geloof worden beproefd.
Dat zij mogen ervaren dat God hen niet in de steek laat.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor onze zieken voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…

Misintenties

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…

Goede God, in het mysterie van uw Drie-eenheid
Hebt Gij ons geopenbaard wie Gij zijt:
volmaakte liefde in Uzelf.
Wij bidden U: laat niet toe dat wij ooit van U gescheiden worden,
maar laat ons als uw aangenomen kinderen
steeds delen in uw liefde.
Door Christus onze Heer.


PINKSTEREN 31 MEI 2020

EERSTE LEZING Hand.2,1-11

Uit de Handelingen van de Apostelen

Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome man¬nen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liep het volk te hoop en tot zijn verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: “Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING Gal., 5, 16-25

Uit de brief van het heilige apostel Paulus aan de Galaten

Broeders en zusters, leeft naar de Geest, dan zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht dicteert. Wat de zelfzucht wil, strijdt met de Geest, en omgekeerd, het verlangen van de Geest komt in botsing met het egoïsme. Die twee liggen met elkaar overhoop zodat ge niet kunt doen wat ge zoudt willen doen. Maar als ge u door de Geest Iaat leiden, staat ge niet onder de wet. De uitingen van zelfzucht zijn bekend genoeg: ontucht, onreinheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, haat, tweespalt, afgunst, driftbuien en intriges, ruzies, partijschappen en jaloersheden, drinkgelagen, uitspattingen en zo meer. Ik waarschuw u zoals ik u al eerder gewaarschuwd heb: wie zich zo misdragen zullen het koninkrijk van God nooit erven. De vrucht van de Geest daarentegen is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid.Met zulke dingen heeft geen wet iets te maken. En zij die bij Christus Jezus horen, hebben hun zelfzucht gekruisigd met haar hartstochten en begeerten. Daar wij leven door de Geest, willen we ook leven volgens de Geest.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 15, 26-27; 16, 12-15

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: „Wanneer de Helper komt die Ik u van de Vader zal zenden, de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat, zal Hij over Mij getuigenis afleggen. Maar ook gij moet getuigen, want vanaf het begin zift gij bij Mij. Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu nog niet dragen. Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen. Hij zal niet uit zichzelf spreken maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Daarom zei Ik dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. AI wat de Vader heeft is het mijne.”

Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE
Ook over ons wil de Vader zijn heilige Geest uitstorten.
Daarom mogen wij vol vertrouwen bidden om zijn zevenvoudige gave:

Kom heilige Geest,
en schenk uw gaven van wijsheid en verstand
aan de herders van de Kerk.
Dat zij ons blijven voorgaan in de liefde voor Gods Naam.
Laat ons bidden…

Kom heilige Geest,
en schenk uw gaven van kennis en ontzag
aan hen die ons land besturen.
Open hun ogen voor gerechtigheid en vrede
en laat hen zorg dragen voor uw schepping.
Laat ons bidden…

Kom heilige Geest,
en schenk uw gave van sterkte
aan hen die bedroefd zijn, aan hen die ziek zijn of
op welke wijze ook te lijden hebben.
Wees allen tot troost en sterkte.
Laat ons bidden…

Kom heilige Geest,
en schenk uw vriendelijkheid, goedheid en ingetogenheid aan ons allen.
Beziel onze parochiegemeenschap
en beziel al onze Nederlandse missionarissen.
Ontsteek daartoe het vuur van uw liefde.
Laat ons bidden…

Almachtige eeuwige God,
Gij hebt ons op het gebed van uw Zoon
de Geest van de waarheid gegeven,
de Helper die voor altijd bij ons zal zijn;
Wij vragen U: laat ons trouw zijn aan de Heilige Geest
die wij ontvangen hebben
en maak ons tot waarachtige getuigen van de verrijzenis.
Door Christus onze Heer.


ZEVENDE ZONDAG VAN PASEN 24 mei 2020

EERSTE LEZING Hand., 1, 12-14

Uit de Handelingen der Apostelen

Nadat Jezus ten hemel was opgenomen keerden de apostelen van de Olijfberg naar Jeruzalem terug. Deze berg ligt dichtbij Jeruzalem op sabbatsafstand. Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, zoon van Alfeüs, Simon de IJveraar en Judas, de broer van Jakobus. Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders. Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING 1 Petr., 4, 13-16

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,
Verheugt u in de mate dat gij deel hebt aan het lijden van Christus; dan zult gij juichen van blijdschap, wanneer zijn heerlijkheid zich openbaart. Prijst u gelukkig, als men u hoont om de naam van Christus: het is een teken dat de Geest der heerlijkheid, die de Geest van God is, op u rust. Zorgt dat niemand van u te lijden heeft als moordenaar of dief of boosdoener of aanbrenger. Maar wie als christen lijdt, moet zich niet scha¬men, maar God eren met die naam. Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 17, 1-11a

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en zei: “Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke. Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden: Jezus Christus. Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij Mij hebt opgedragen te doen. Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf en geef Mij de heerlijkheid, die Ik bij U had eer de wereld bestond. Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. U behoorden ze toe; Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden. Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt. Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld, heb Ik hun meegedeeld, en zij hebben ze aangenomen en naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden. Ik bid voor hen. Niet voor de wereld bid Ik, maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren. Al het mijne is van U en het uwe is van Mij. Zo ben Ik in hen verheerlijkt. Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld, terwijl Ik naar U toe kom.” Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Heer, onze God, op weg naar Pinksteren
vragen wij U om de komst van uw heilige Geest.

Wij bidden voor Paus Franciscus,
onze bisschoppen, priesters, diakens, religieuzen
en voor alle vrouwen en mannen die werkzaam zijn in het pastoraat.
Om het vuur van Gods Geest bij de verkondiging van het evangelie.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor alle christenen op weg naar Pinksteren.
Dat zij in vrede en met vreugde de Blijde Boodschap
zichtbaar maken in onze wereld.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor allen die getroffen zijn door het corona-virus,
voor hen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg.
Voor al onze zieken,
dat zij Gods zegen en nabijheid mogen ervaren.
Laat ons bidden…

Kom, heilige Geest,
vervul de harten van uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Zend uw Geest uit
en alles zal herschapen worden;
En Gij zult het aanschijn van de aarde vernieuwen.
Door Christus onze Heer. Amen


HEMELVAARTSDAG 21 mei 2020

EERSTE LEZING (Hand.1,1-11)

Uit de Handelingen der Apostelen.

Mijn eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft tot aan de dag, waarop Hij zijn opdracht gaf aan de Apostelen die Hij door de Heilige Geest had uitgekozen, en waarop Hij ten hemel werd opgenomen. Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen dat Hij in leven was. Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het Rijk Gods. Terwijl Hij met hen at beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar de belofte van de Vader af te wachten die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt: “Johannes doopte met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de Heilige Geest.” Terwijl zij eens bijeengekomen waren stelden zij Hem de vraag: “Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?” Maar Hij gaf hun ten antwoord: “Het komt U niet toe dag en uur te kennen die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld. Maar gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest die over U komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde.” Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhoog geheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden, stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen die zeiden: “Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? “Deze Jezus die van U is weggenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.”
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING (Ef.1,17-23)

Uit de brief van de Heilige Apostel Paulus aan de christenen van Efeze.

Broeders en zusters, Ik smeek de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, U de Geest te geven van wijsheid en openbaring om Hem waarachtig te kennen. Moge Hij Uw innerlijk oog verlichten om te zien, hoe groot de hoop is waartoe hij U roept, hoe rijk de heerlijkheid van zijn erfdeel te midden der heiligen en hoe overgroot zijn macht is in ons die geloven. Dezelfde sterkte en kracht heeft Hij betoond in Christus, toen Hij Hem opwekte uit de dood en zette aan zijn rechterhand in de hemelen, hoog boven alle heer-schappijen, machten, krachten en hoogheden en boven elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze maar ook in de toekomstige tijd. Alles heeft God onder zijn voeten gelegd, en Hemzelf, verheven boven alles, heeft Hij als Hoofd gegeven aan de kerk die zijn lichaam is, de volheid van Hem, die het al in alles vervult.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE (Mt.28.16-20)

Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

In die tijd begaven de elf leerlingen zich naar Galilea, naar de berg die Jezus hun aangewezen had. Toen zij Hem zagen, wierpen ze zich in aanbidding neer; sommigen echter twijfelden. Jezus trad nader en sprak tot hen: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik U bevolen heb. Ziet, Ik ben met U alle dagen tot aan de voleinding der wereld.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laat ons bidden tot God,
die steeds bereid is om naar ons te luisteren
en ons te geven wat wij nodig hebben.

Gij zijt dicht bij ons
wanneer wij door woord en voorbeeld
getuigen van Uw Zoon.
Geef dat wij uw Blijde Boodschap van liefde en vergeving
verkondigen en voorleven.
Laat ons bidden…

Gij zijt dicht bij ons
wanneer wij in uw Naam bouwen aan een betere wereld.
Geef aan onze wereld de vrede die wij zelf niet kunnen geven.
Laat ons bidden…

Gij zijt dicht bij ons
nu wij hier samenzijn in uw Naam.
Geef dat wij ons daadwerkelijk inzetten
voor de komst van uw Rijk midden onder ons.
Laat ons bidden…

Gij zijt dicht bij ons
wanneer wij samen tot U bidden.
Geef ons een groot vertrouwen in de
kracht van het gebed.
Laat ons bidden…

God van onze Heer Jezus Christus,
Vader der heerlijkheid,
Gij hebt uw Zoon, verheven boven alles,
als Hoofd gegeven aan de Kerk;
Wij smeken U: dat de kracht van zijn heilige Geest
over de leden van de Kerk neerdaalt en hen tot
zijn getuigen maakt tot het uiteinde der aarde.
Door Christus onze Heer.


ZESDE ZONDAG VAN PASEN 17 MEI 2020

EERSTE LEZING Hand., 8, 5-8. 14-17

Uit de Handelingen der Apostelen

In die dagen kwam de diaken Filippus in de stad van Samaria en predikte daar de Messias. Filippus’ woorden oogstten algemene instemming toen de mensen hoorden wat hij zei en de tekenen zagen die hij verrichtte. Uit vele bezetenen gingen de onreine geesten onder luid geschreeuw weg en vele lammen en kreupelen werden genezen. Daarover ontstond grote vreugde in die stad. Toen de apostelen in Jeruzalem vernamen dat Samaria het woord Gods had aangenomen, vaardigden zij Petrus en Johannes naar hen af, die na hun aankomst, een gebed over hen uitspraken, opdat zij de heilige Geest zouden ontvangen. Deze was namelijk nog over niemand van hen neergedaald; ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Zij legden hun dus de handen op en ze ontvingen de heilige Geest.
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING 1 Petr.,3, 15-18

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,
Heiligt in uw hart Christus als de Heer. Weest altijd bereid tot verantwoording aan alwie u rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft. Maar verdedigt u met zachtmoedigheid en gepaste eerbied, en zorgt dat uw geweten zuiver is. Dan zullen zij die uw goede christelijke levenswandel beschimpen, met hun laster beschaamd staan. Hoeveel beter is het, zo God het wil, te lijden voor het goede dat men doet dan straf te ondergaan voor misdrijven. Ook Christus is eens voor al gestorven voor de zonden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, om ons tot God te brengen. Gedood naar het vlees, werd Hij ten leven gewekt naar de Geest.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 14, 15-21

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven: de Geest van de waarheid, voor wie de wereld niet ontvankelijk is, omdat zij Hem niet ziet en niet kent. Gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Ik zal u niet verweesd achterlaten: Ik keer tot u terug. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer; gij echter zult Mij zien, want Ik leef en ook gij zult leven. Op die dag zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u. Wie mijn geboden onderhoudt, die hij heeft ontvangen, hij is het die Mij liefheeft. En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden; ook Ik zal hem beminnen en Ik zal Mij aan hem openbaren.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Heer, onze God, wij zijn hier hoopvol en bidden bij U.
Wil luisteren naar onze gebeden:

Bewaar in uw Naam alle christenen, wereldwijd.
Doordring hen met uw Geest en schenk hun de gaven
Van geloof, hoop en liefde.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam allen die voor U willen getuigen.
Dat zij in vrede en vreugde uw gelaat zichtbaar maken
in onze wereld.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam onze parochiegemeenschap.
Dat wij wegen vinden om ons geloof
en onze gaven met elkaar delen
en één van hart U dienen.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam onze eenzamen, zieken en stervenden.
Verlicht hun lijden en wees hen tot zegen en steun.
Laat ons bidden…

Almachtige eeuwige God,
Gij bemint hen die uw Zoon liefhebben
en zijn geboden onderhouden.
Wij bidden U:
zend over ons de Helper,
de Geest van de waarheid
voor wie de wereld niet ontvankelijk is,
en laat deze Geest ons leven bezielen.
Door Christus onze Heer.


VIJFDE ZONDAG VAN PASEN 10 MEI 2020

EERSTE LEZING Hand., 6, 1-7

Uit de Handelingen der Apostelen

Toen in die dagen het aantal leerlingen steeds toenam, begonnen de Hellenisten tegen de Hebreeën te morren, omdat bij de dagelijkse ondersteuning hun weduwen achtergesteld werden. De twaalf riepen nu de leerlingen in vergadering bijeen en zeiden: “Het past niet dat wij het woord Gods verwaarlozen door de zorg voor de ondersteuning. Ziet dus uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van goede faam, vol van geest en wijsheid. Hen zullen wij dan met dit ambt bekleden, terwijl wij onszelf zullen blijven wijden aan het gebed en de bediening van het woord.” Dit voorstel vond instemming bij de gehele vergadering en zij kozen Stefanus, een man vol geloof en heilige geest, Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaus, een proseliet uit Antiochië. Dezen werden aan de apostelen voorgedragen, die na gebed hun de handen oplegden. Het woord Gods breidde zich uit en het aantal leerlingen in Jeruzalem vermeerderde sterk; ook een groot aantal pries¬ters gaf zich gewonnen aan het geloof. Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING 1 Petr., 2, 4-9

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,
Treedt toe tot de Heer, de levende steen, door de mensen verworpen, maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God. Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel. Draagt als een heilige priesterschap geestelijke offers op, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus. Daarom staat er in de Schrift: “lk leg in Sion een steen, een uitverkoren, kostbare hoeksteen. En wie op Hem ver¬trouwt, zal niet worden teleurgesteld.” Kostbaar, dat geldt voor u die gelooft. Maar voor de ongelovigen geldt: “De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, die is de hoeksteen geworden,” maar ook “een steen waaraan zij zich stoten, een rots waarover zij struikelen.” Zij stoten zich, omdat zij het woord weigeren te gehoorzamen; en daartoe waren zij ook bestemd. Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijke priester¬schap, een heilige natie, Gods eigen volk, bestemd om de roemruchte daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht. Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 14,1-12

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen. Ware dit niet zo, dan zou Ik het u hebben gezegd, want Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden. En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij. opdat ook gij zult zijn waar Ik ben. Gij weet waar Ik heenga en ook de weg daarheen is u bekend.” Tomas zei tot Hem: “Heer, wij weten niet waar Gij heengaat: hoe moeten wij dan de weg kennen?” Jezus antwoordde hem: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. “Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. Als gij Mij zoudt kennen, zoudt gij ook mijn Vader kennen. Nu reeds kent gij Hem en ziet gij Hem.” Hierop zei Filippus: “Heer, toon ons de Vader; dat is ons genoeg.” En Jezus weer: “lk ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet, Filippus? Wie Mij ziet, ziet de Vader. Hoe kunt ge dan zeggen: Toon ons de Vader? Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar het is de Vader die, blijvend in Mij, zijn werk verricht. Gelooft Mij: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij. Of gelooft het anders omwille van de werken. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal ook zelf de werken doen die Ik doe. Ja, grotere dan die zal hij doen, omdat Ik naar de Vader ga.” Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

In het besef dat God ons liefheeft
durven wij nu vol vertrouwen
onze vragen en smeekbeden aan Hem voor te leggen.

Bidden wij voor allen die geroepen zijn
om leiding te geven in onze Kerk.
Dat zij hun ambt uitoefenen in
dienstbaarheid en liefde.
Laat ons bidden…

Bidden wij ook voor hen die verantwoordelijkheid
dragen in politiek en maatschappij.
Dat zij het gebod van de liefde doen gelden
en opkomen tegen onrecht.
Laat ons bidden…

Bidden wij in deze meimaand
ook op voorspraak van Maria
voor allen die getroffen zijn door het corona-virus;
voor hen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg
Bidden wij dat de Moeder Gods voor ons allen
een voorspraak moge zijn.
Laat ons bidden…

Barmhartige Vader, wij danken U
omdat Gij uw hand blijft uitstrekken
naar allen die in nood zijn.
Leer ons hoe wij ons handelen kunnen richten
op uw gerechtigheid en genade.
Wij vragen het U door Christus,
uw Zoon en onze Heer.


Vierde zondag van Pasen 3 mei 2020
zondag van de Goede Herder / roepingenzondag / meimaand

EERSTE LEZING Hand., 2, 14a. 36-41

Uit de Handelingen der Apostelen

Op de dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten: “Voor heel het huis van Israël moet onomstotelijk vaststaan, dat God die Jezus die gij gekruisigd hebt, tot Heer en Christus heeft gemaakt,” Toen zij dit hoorden, waren zij diep getroffen en zeiden tot Petrus en de overige apostelen: “Wat moeten we doen, mannen, broeders?” Petrus gaf hun ten antwoord: “Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen. Want die belofte geldt u, uw kinderen en alle mensen, waar dan ook, zovelen de Heer onze God zal roepen.” Met nog vele andere woorden legde hij getuigenis af, en hij vermaande hen: “Redt u uit dit ontaarde geslacht.” Die zijn woord aannamen lieten zich dopen, zodat op die dag ongeveer drieduizend mensen zich aansloten.
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING 1 Petr., 2, 20b-25

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,
Geduldig verdragen wat gij te lijden hebt om uw goede daden, dat is het wat God behaagt. Het is ook uw roeping, want Christus heeft voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten; gij moet in zijn voetstappen treden. Hij heeft geen zonde gedaan en in zijn mond is geen bedrog gevonden. Als Hij gescholden werd, schold Hij niet terug. Als men Hem leed aandeed, uitte Hij geen dreigementen. Hij liet zijn zaak over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. In zijn eigen lichaam heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen, opdat wij aan de zonden zouden afsterven en gaan leven voor gerechtigheid. Door zijn striemen zijt gij genezen. Want gij waart verdwaald als schapen, maar nu zijt ge bekeerd tot de herder en behoeder van uw zielen.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 10,1-10

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie niet door de deur, maar langs een andere weg de schaapskooi binnengaat, hij is een dief en een rover. Maar wie door de deur binnengaat, is de herder van de schapen. Hem doet de deurwachter open. De schapen luisteren naar zijn stem; hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit, terwijl zij hem volgen, omdat zij zijn stem kennen. Een vreemde echter zullen ze niet volgen; integendeel, zij zullen van hem wegvluchten, omdat ze de stem van vreemden niet kennen.” Deze gelijkenis vertelde Jezus hun, maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen. Een andere keer zei Jezus tot hen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen. Allen die voor Mij zijn gekomen, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. lk ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered; hij zal in- en uitgaan en weide vinden. De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en te vernietigen. lk ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten, en wel in overvloed.” Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

God heeft Jezus aangesteld tot deur en herder van zijn volk.
Hij kent ons bij onze naam
Daarom bidden wij vol vertrouwen tot Hem:

Voor Paus Franciscus en alle herders van Gods Kerk.
Dat zij met liefde over de kudde waken
en velen door de deur van het geloof leiden.
Laat ons bidden…

Voor de herders van de volkeren.
Dat zij niet uit zijn op eigen voordeel,
maar het welzijn van allen nastreven.
Laat ons bidden…

Voor jonge mensen die niet de trends van de tijd volgen,
maar hun leven in dienst stellen van God en de mensen.
Wij bidden voor de priesters, diakens en religieuzen.
Wij bidden voor alle vrouwen en mannen
die gezonden zijn in dienst van het evangelie.
Dat allen zich naar het voorbeeld van Maria
verenigen in liefde voor Gods Naam.
Laat ons bidden…

Voor allen die getroffen zijn door het corona-virus,
om hoop en genezing;
voor hen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg
dat zij Gods zegen en nabijheid mogen ervaren.
Voor onze dierbare overledenen. (met name voor…)
Laat ons bidden…

Heer, onze God,
met tedere goedheid leidt Gij uw Kerk
breng ons thuis bij U langs de weg
die de Goede Herder ons is voorgegaan.


Derde zondag van Pasen 26 april 2020

EERSTE LEZING Hand., 2, 14. 22-28

Uit de Handelingen der Apostelen

Op de dag van Pinksteren trad Petrus naar voren met de elf en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten: “Gij allen, Joodse mannen en bewoners van Jeruzalem, weet dit wel en luistert aandachtig naar mijn woorden. Jezus de Nazoreeër was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht: Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis gena¬geld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de strikken van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen; daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet zult overlaten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen. Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn.” Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING 1 Petr., 1, 17-21

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren, God die gij aanroept als Vader, is ook de onpartijdige rechter over al onze daden; koestert daarom ontzag voor Hem, zolang gij hier in ballingschap leeft. Gij weet dat gij niet met vergankelijke dingen, zoals goud en zilver, zijt verlost uit het zinloze bestaan dat gij van uw vaderen had geërfd. Gij zijt verlost door het kostbaar bloed van Christus, het lam zonder vlek of gebrek, dat uitverkoren was voor de grondlegging der wereld, maar eerst op het einde der tijden is verschenen, om uwentwil. Door Hem gelooft gij in God, die Hem van de doden opgewekt en Hem de heerlijkheid gegeven heeft; daarom is uw geloof in God tevens hoop op God. Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 24, 13-35;

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd waren er twee van de leerlingen van Jezus op weg naar een dorp dat Emmaüs heette en dat ruim elf kilometer van Jeruzalem lag. Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. Terwijl zij zo aan het praten waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hen toe en Hij liep met hen mee. Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. Hij vroeg hun: “Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?” Met een bedrukt gezicht bleven ze staan. Een van hen, die Kléopas heette, nam het woord en sprak tot Hem: “Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?” Hij vroeg hun: “Wat dan ?” Ze antwoordden Hem: “Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en van heel het volk; hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen en hoe zij Hem aan het kruis hebben geslagen. En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen ! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn. Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest, maar hadden zijn lichaam niet gevonden, en ze kwamen zeggen dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad, die verklaarden dat Hij weer leefde. Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet.” Nu sprak Hij tot hen: “O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben ! Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?” Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan. Zij drongen bij Hem aan: “Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.” Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven. Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. Toen zeiden ze tot elkaar: “Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?” Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen. Dezen verklaarden: “De Heer is werkelijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen.” En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood. Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

In vertrouwen richten wij ons tot Jezus Christus
die met ons op weg gaat.

Jezus heeft de Schriften ontsloten voor zijn zoekende leerlingen.
Sta ook vandaag de verkondigers van uw woord bij
en open door uw Blijde Boodschap
de harten van vele mensen.
Laat ons bidden…

Men noemt Jezus machtig in woord en daad,
in het oog van God en mensen.
Schenk aan de machtigen van deze wereld
de geest van eerbied en respect voor ieder mensenleven.
Laat ons bidden…

Voor Koning Willem-Alexander die morgen zijn verjaardag viert.
Wij bidden om zegen over zijn leven.
Dat hij, bij de Gratie Gods, een
geest van eensgezindheid en saamhorigheid bewerkt
onder allen die in ons land wonen of verblijven.
Laat ons bidden…

Voor allen die getroffen zijn door het corona-virus,
om hoop en genezing;
voor alle zieken
en voor hen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg
dat zij Gods zegen en nabijheid mogen ervaren.
Laat ons bidden…

Blijf bij ons, Heer Jezus.
Wees met ons onderweg,
laat ons hart brandend zijn en versterk onze hoop,
dat wij U samen met onze broeders en zusters
herkennen in de Schriften en in het breken van het brood.
Gij die heeft en heerst tot in de eeuwen der eeuwen.


TWEEDE ZONDAG VAN PASEN – BELOKEN PASEN
ZONDAG VAN DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID
19 april 2020

EERSTE LEZING Hand.,2,42-47

Uit de Handelingen der Apostelen

De eerste christenen legden zich ernstig toe op de leer der apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en het gebed. Ontzag beving eenieder, want door de apostelen werden vele wonderbare tekenen verricht. Allen die het geloof hadden aangenomen, waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk. Ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte. Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel, braken het brood in een of ander huis, genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van hart, loofden God en stonden bij het hele volk in de gunst. En elke dag bracht de Heer er meer bijeen, die gered zouden worden. Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING 1 Petr., 1,3-9

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,
Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid deed herboren worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood. Een onvergankelijke, onbederfelijke, onaantastbare erfenis is voor u weggelegd in de hemel. In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht gij op het heil, dat al gereed ligt om op het eind van de tijd geopenbaard te worden. Dan zult gij juichen, ook al hebt gij nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen. Maar die zijn nodig om de deugdelijkheid van uw geloof te bewijzen, uw geloof, dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud, dat toch ook door vuur gelouterd wordt. Dan zal, wanneer Jezus Christus zich openbaart, lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn. Hem hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben. In Hem gelooft gij, ofschoon gij Hem ook nu niet ziet. Hoe onuitsprekelijk, hoe hemels zal uw vreugde zijn, als gij het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt. Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 20, 19-31

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.” Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God !” Toen zei Jezus tot hem: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan die niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam. Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Vanuit de vrede die de verrezen Heer ons toewenst,
bidden wij met vertrouwen tot God, onze barmhartige Vader.

Voor de Kerk,
dat zij de vreugde van Jezus’ verrijzenis
blijft verkondigen aan heel de wereld
opdat allen Gods barmhartigheid en liefde ervaren.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor hen die niet in Christus geloven.
Voor hen die, zoals Thomas, twijfelen.
Dat zij, verlicht door het Licht van Pasen,
de weg van geloof, hoop en liefde mogen gaan.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna-thuis-huis,
voor allen die getroffen zijn door de corona-crisis
en voor alle mensen die zorg hebben om onze zieken.
Laat ons bidden…

Barmhartige God,
uw Zoon heeft na zijn opstanding uit de dood
aan zijn leerlingen de Heilige Geest meegedeeld
tot vergeving van de zonden;
wij bidden U:
vermeerder ons geloof in Hem
die om onzentwil gestorven en verrezen is,
en laat ons een ten volle delen in zijn vrede.
Door Christus onze Heer.


TWEEDE PAASDAG 13 april 2020

Eerste lezing Hand., 2, 14. 22-33

Uit de Handelingen der Apostelen

Op de dag van Pinksteren trad Petrus naar voren met de elf en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten: “Gij allen, Joodse mannen en bewoners van Jeruzalem, weet dit wel en luistert aandachtig naar mijn woorden. Jezus de Nazoreeër was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht: Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de strikken van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen; daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet zult overlaten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen. Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn. Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David dat hij gestorven en begraven is; we hebben immers zijn graf bij ons tot op deze dag. Welnu, omdat hij een profeet was, en wist, dat God hem een eed gezworen had dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen, zei hij met een blik in de toekomst over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen. Verheven aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde Heilige Geest van de Vader ontvangen en Deze uitgestort, zoals gij ziet en hoort.”
Zo spreekt de Heer.

Evangelie Mt. 28, 8-15

Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

In die tijd gingen de vrouwen terstond weg van het graf, met vrees en grote vreugde, en haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen. En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zeide: “Weest gegroet.” Zij traden op Hem toe, omklemden zijn voeten en aanbaden Hem. Toen sprak Jezus tot hen: “Weest niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen dat zij naar Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien.” Terwijl de vrouwen nog onderweg waren, gingen enkelen van de bewakers naar de stad en berichtten aan de hogepriesters alles wat er was voorgevallen. Dezen hielden een bijeenkomst met de oudsten en, na overleg, gaven ze aan de soldaten een flinke som geld met de opdracht: “Zegt maar: Zijn leerlingen zijn Hem in de nacht komen stelen terwijl wij sliepen. En mocht dit soms de landvoogd ter ore komen, dan zullen wij hem wel kalmeren en er voor zorgen dat gij geen last krijgt.” Zij namen het geld aan en deden zoals hun voorzegt was. Dit verhaal is onder de Joden verder verteld tot op de dag van vandaag.
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

Bidden wij tot God onze Vader door Jezus Christus, de levende Heer,
die zetelt aan zijn rechterhand:

Voor allen die door het doopsel Gods kinderen zijn geworden.
Laat alle christenen delen in de vreugde van Pasen,
in het bijzonder hen die eenzaam zijn of bedroeft.
Laat ons bidden…

Voor allen die vandaag willen getuigen van hun geloof.
Dat zij in werken van barmhartigheid Gods gelaat
zichtbaar maken in onze wereld.
Laat ons bidden…

Voor onze parochiegemeenschap,
in gebed met elkaar verbonden.
Dat wij ons geloof met elkaar delen
om God één van hart te kunnen dienen.
Laat ons bidden…

Voor hen die door het noodlot zijn getroffen.
Voor onze zieken en stervenden.
Wij bidden om Gods licht en vrede voor hen allen.
Laat ons bidden…

Almachtige eeuwige God,
Gij hebt uw Zoon Jezus Christus uit de dood doen opstaan
en de apostelen aangesteld tot getuigen van de verrijzenis.
Wij bidden U:
dat ook wij in woord en daad getuigen zijn van het Paasmysterie
om er eens volledig deel aan te krijgen.
Door Christus onze Heer.


EERSTE PAASDAG 12 april 2020

EERSTE LEZING (Hand.10,34a.37-43)

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die tijd nam Petrus het woord en sprak: “Gij weet wat er overal in Judea gebeurd is; hoe Jezus van Nazaret zijn optreden begon in Galilea na het doopsel dat Johannes predikte, en hoe God Hem gezalfd heeft met de heilige Geest en met kracht. Hij ging weldoende rond en genas allen, die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem. En wij getuigen van alles wat Hij in het land van de Joden en in Jeruzalem gedaan heeft. Hem hebben ze aan het kruishout geslagen en vermoord. God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan en laten verschijnen, niet aan het hele volk, maar aan de getuigen die door God tevoren waren uitgekozen, aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben nadat Hij uit de doden was opgestaan. Hij gaf ons de opdracht aan het volk te prediken, en te getuigen dat Hij de door God aangestelde rechter is over de levenden en de doden. Van Hem leggen alle profeten het getuigenis af, dat ieder die in Hem gelooft, door zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgt.”
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING (Kol. 3, 1-4)

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse.

Broeders en zusters, als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Zint op het hemelse, niet op het aardse. Gij zijt immers gestorven en uw leven is nu met Christus verborgen in God. Christus is uw leven, en wanneer Hij verschijnt zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 20, 1-9

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena vroeg in de morgen – het was nog donker- bij het graf en zag dat de steen van het graf was weggerold. Zij liep snel naar Simon Petrus en naar de andere, de door Jezus beminde leerling en zei tot hen: “Ze hebben de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.” Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf. Ze liepen samen vlug voort, maar die andere leerling snelde Petrus vooruit en kwam het eerst bij het graf aan. Voorover bukkend zag hij de zwachtels liggen maar hij ging niet naar binnen. Simon Petrus die hem volgde kwam ook bij het graf en trad wel binnen. Hij zag dat de zwachtels er lagen, maar dat de zweetdoek die zijn hoofd had bedekt niet bij de zwachtels lag, maar ergens afzonderlijk opgerold op een andere plaats. Toen ging ook de andere leerling die het eerst bij het graf was aangekomen naar binnen; hij zag en geloofde want zij hadden nog niet begrepen hetgeen er geschreven stond, dat Hij namelijk uit de doden moest opstaan.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Bidden wij tot God onze Vader
die Jezus op de derde dag heeft doen opstaan.

Wees op dit hoogfeest van Pasen
de gemeenschap van de Kerk nabij
en laat alle gedoopten samenleven in eenheid en liefde.
Dat wij in blijdschap ons Paasgeloof uitdragen en belijden.
Laat ons bidden…

Breng door het Licht van Pasen vrede in onze wereld.
Dat het feest van de verrijzenis bevrijding brengt
aan wie lijden onder oorlogsgeweld, onrecht en verdrukking.
Laat ons bidden…

Om troost en kracht voor allen die lijden aan het leven:
zieken, eenzamen, hen die hongeren naar hun dagelijks brood.
Dat de boodschap van Pasen hoop geeft aan wie wanhoopt.
Laat ons bidden…

Geef de vreugde van het geloof aan wie zoekende zijn.
Dat zij met de apostel Paulus zoeken naar het hemelse en
door het Licht van Pasen ‘zien en geloven’.
Laat ons bidden…

Almachtige eeuwige God,
op de derde dag hebt Gij uw Zoon doen opstaan
en Hem doen verschijnen aan uitverkoren getuigen.
Wij bidden U:
dat wij zoeken wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan uw rechterhand,
en dat wij niet zinnen op het aardse,
maar op het hemelse,
zodat ons leven geborgen is in U.
Door Christus onze Heer.


PAASWAKE 11 APRIL 2020

LEZING 1 Gen., 7, 7 -2, 2 of 7, 7. 26-37a

Uit het Boek Genesis

In het begin schiep God de hemel en de aarde.
De aarde was woest en leeg;
duisternis lag over de diepte
en een hevige wind joeg de wateren op.
Toen sprak God:
„Er moet licht zijn !”
En er was licht.
En God zag dat het licht goed was.
God scheidde het licht van de duisternis;
het licht noemde God dag
en de duisternis noemde Hij nacht.
Het werd avond en het werd ochtend;
dat was de eerste dag.
God sprak:
„Er moet een uitspansel zijn tussen de wateren,
een afscheiding tussen het ene water en het andere.”
En God maakte het uitspansel;
Hij scheidde het water onder het uitspansel
van het water erboven.
Zo gebeurde het.
Het uitspansel noemde God hemel.
Het werd avond en het werd ochtend;
dat was de tweede dag.
God sprak:
„Het water onder de hemel moet naar één plaats samenvloeien
zodat het droge zichtbaar wordt.”
Zo gebeurde het.
Het droge noemde God land
en het samengevloeide water noemde Hij zee.
En God zag dat het goed was.
God sprak:
„Het land moet zich tooien met jong groen gras,
zaadvormend gewas
en de vruchtbomen die ieder naar zijn soort
hun vruchten dragen
met zaad erin.”
En uit het land schoot jong groen gras op,
zaadvormend gewas, in allerlei soorten
en bomen die ieder naar zijn soort
hun vruchten droegen met zaad erin.
En God zag dat het goed was.
Het werd avond en het werd ochtend;
dat was de derde dag.
God sprak:
„Er moeten lichten zijn aan het hemelgewelf
die de dag van de nacht zullen scheiden;
zij moeten als tekens dienen,
zowel voor de feesten, als voor de dagen en de jaren
en tevens als lampen aan het hemelgewelf
om de aarde te verlichten.” Zo gebeurde het.
God maakte de twee grote lampen,
de grootste om over de dag te heersen,
de kleinste om te heersen over de nacht
en Hij maakte ook de sterren.
God gaf ze een plaats aan het hemelgewelf
om de aarde te verlichten,
om te heersen over de dag en over de nacht
en om het licht en de duisternis uiteen te houden.
En God zag dat het goed was.
Het werd avond en het werd ochtend;
dat was de vierde dag.
God sprak:
„Het water moet wemelen van dieren
en boven het land moeten de vogels vliegen
langs het hemelgewelf.”
Toen schiep God de grote gedrochten van de zee
en al de krioelende dieren waar het water van wemelt,
soort na soort
en al de gevleugelde dieren, soort na soort.
En God zag dat het goed was.
God zegende ze en Hij sprak:
„Weest vruchtbaar en wordt talrijk;
gij moet het water van de zee bevolken
en de vogels moeten talrijk worden op het land.”
Het werd avond en het werd ochtend;
dat was de vijfde dag.
God sprak:
„Het land moet levende wezens voortbrengen
van allerlei soort:
tamme dieren, kruipende dieren
en wilde beesten van allerlei soort.”
Zo gebeurde het.
God maakte de wilde beesten, soort na soort,
de tamme dieren, soort na soort.
En God zag dat het goed was.)
God sprak:
„Nu gaan wij de mens maken, als beeld van ons,
op ons gelijkend;
hij zal heersen over de vissen van de zee,
de vogels van de lucht,
over de tamme dieren, over alle wilde beesten
en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”
En God schiep de mens als zijn beeld;
als het beeld van God schiep Hij hem;
man en vrouw schiep Hij hen.
God zegende hen en God sprak tot hen:
„Weest vruchtbaar en wordt talrijk;
bevolkt de aarde en onderwerpt haar;
heerst over de vissen van de zee,
over de vogels van de lucht
en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”
En God sprak:
„Hierbij geef Ik alle zaadvormende gewassen
op de hele aardbodem aan u
en alle bomen met zaaddragende vruchten;
zij zullen u tot voedsel dienen.
Maar aan alle wilde beesten,
aan alle vogels van de lucht
en aan alles wat over de grond kruipt,
aan al wat dierlijk leven heeft
geef Ik het groene gras als voedsel.”
Zo gebeurde het.
God bezag alles wat Hij gemaakt had
en Hij zag dat het heel goed was.
(Het werd avond en het werd ochtend;
dat was de zesde dag.
Zo werden de hemel en de aarde voltooid
en alles waarmee ze toegerust zijn.
Op de zevende dag
bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing.
Hij rustte op de zevende dag van het werk dat Hij verricht had.)

LEZING 2 Gen., 22, 7-78 of 7-2, 9a, 70-73, 75-78
Uit het Boek Genesis

In die dagen stelde God Abraham op de proef.
Hij zei tot hem: „Abraham.”
Abraham antwoordde: „Hier ben ik.”
God zei:
„Ga met Isaak
uw enige zoon die gij liefhebt,
naar het land van de Moria, en draag hem daar op de berg
die Ik u zal aanwijzen
als brandoffer op.”
De volgende morgen zadelde Abraham zijn ezel,
nam twee knechten en zijn zoon Isaak met zich mee
en kloofde hout voor het brandoffer.
Daarna begaf hij zich op weg naar de plaats die God hem aangewezen had.
Op de derde dag zag Abraham in de verte de plaats liggen.
Toen zei Abraham tot zijn knechten:
„Jullie blijven hier bij de ezel;
ik ga met de jongen daarginds heen.
Nadat wij ons in aanbidding neergebogen hebben
komen wij weer terug.”
Daarop gaf Abraham zijn zoon Isaak
het hout voor het brandoffer te dragen;
zelf droeg hij het vuur en het offermes.
Zo gingen zij samen op weg.
Toen zei Isaak tot zijn vader Abraham: „Vader.”
Hij antwoordde: „Ja, mijn zoon.” Isaak zei:
„Wij hebben wel vuur en hout maar waar is het offerdier?”
Abraham antwoordde:
„God zal zelf wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.”
En samen gingen zij verder. )
Toen zij de plaats bereikt hadden die God hen had aangewezen
bouwde Abraham daar een altaar,
(stapelde er het hout op,
bond zijn zoon Isaak vast
en legde hem op het altaar, boven op het hout.)
Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes
om daarmee zijn zoon de keel af te snijden,
riep de engel van de Heer hem van uit de hemel toe:
„Abraham. Abraham !”
En hij antwoordde: „Hier ben ik.”
Hij zei: „Raak de jongen met geen vinger aan
en doe hem niets! Ik weet nu dat gij God vreest
want gij hebt Mij uw enige zoon niet willen onthouden.”
Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram
die met zijn horens in het struikgewas vastzat.
Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op
in plaats van zijn zoon.
Abraham noemde de plaats: de Heer zal erin voorzien;
vandaar dat men nu nog zegt:
Op de berg van de Heer zal erin voorzien worden.)
Toen riep de engel van de Heer voor de tweede maal
uit de hemel tot Abraham
en zei:
„Bij Mijzelf heb Ik gezworen – zo spreekt de Heer –
omdat gij dit gedaan hebt
en Mij uw eigen zoon niet hebt onthouden
daarom zal Ik u overvloedig zegenen
en uw nakomelingen talrijker maken dan de sterren aan de hemel
en de zandkorrels op het strand van de zee.
Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezitten.
Door uw nakomelingen komt zegen
over alle volken van de aarde omdat gij naar Mij hebt geluisterd.”

LEZlNG 3 Ex.,14,15-15,1
Uit het Boek Exodus

In die dagen sprak de Heer tot Mozes:
„Wat roept gij Mij toch.
„Beveel de Israëlieten verder te trekken.
„Gij zelf moet uw hand opheffen,
uw staf uitstrekken over de zee en ze in tweeën splijten.
„Dan kunnen de Israëlieten
over de droge bodem door de zee trekken.
„Ik ga de Egyptenaren halsstarrig maken
zodat zij hen achterna gaan.
„En dan zal Ik mij verheerlijken ten koste van Farao
en heel zijn legermacht,
zijn wagens en zijn wagenmenners.
De Egyptenaren zullen weten dat Ik de Heer ben,
als Ik mij verheerlijk ten koste van Farao,
zijn wagens en zijn wagenmenners.
De engel van God
die aan de spits van het leger der Israëlietën ging,
veranderde van plaats en stelde zich achter hen op,
tussen het leger van de Egyptenaren
en het leger van de Israëlieten.
De wolk bleef die nacht donker
zodat het heel die nacht niet tot een treffen kwam.
Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee
en de Heer deed die hele nacht
door een sterke oostenwind de zee terugwijken.
Hij maakte van de zee droog land
en de wateren spleten vaneen.
Zo trokken de Israëlieten over de droge bodem de zee door,
terwijl de wateren links en rechts een wand vormden.
De Egyptenaren zetten de achtervolging in;
alle paarden van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners
gingen achter de Israëlieten aan
de zee in.
Tegen de morgenwake richtte de Heer zijn blikken
vanuit de wolkkolom en de vuurzuil
op de legermacht van tte Egyptenaren
en bracht ze in verwarring.
Hij liet de wielen van de wagens scheeflopen
zodat ze slechts met moeite vooruit kwamen.
De Egyptenaren riepen uit:
„Laten we vluchten voor de Israëlieten,
want de Heer strijdt voor hen tegen ons.”
Toen sprak de Heer tot Mozes:
„Strek uw hand uit over de zee
dan zal het water terugstromen over de Egyptenaren
en hun wagens en wagenmenners.”
Mozes strekte zijn hand uit over de zee
en toen het licht begon te worden
vloeide de zee naar haar gewone plaats terug.
Daar de Egyptenaren er tegen in vluchtten
dreef de Heer hen midden in de zee.
Het water vloeide terug
en overspoelde wagens en wagenmenners,
heel de strijdmacht van Farao die de Israëlieten
op de bodem van de zee achterna waren gegaan.
Niet één bleef gespaard.
De Israëlieten daarentegen waren over de droge bodem
door de zee heengetrokken,
terwijl de wateren links en rechts van hen een wand vormden.
Zo redde de Heer op deze dag Israël uit de greep van Egypte;
Israël zag de Egyptenaren dood op de kust liggen.
Toen Israël het machtige optreden van de Heer
tegen Egypte gezien had,
kreeg het volk ontzag voor de Heer:
Zij stelden vertrouwen in de Heer en in Mozes zijn dienaar.
Toen hieven Mozes en de Israëlieten
ter ere van de Heer een lied aan.

LEZING 4 Jes., 54, 5-14
Uit de Profeet Jesaja

Hij die u schiep …
Hij is uw Bruidegom, Hij is uw Schepper;
zijn Naam is: Heer der hemelse machten;
Hij wordt genoemd: uw verlosser,
Israëls Heilige, God van geheel de aarde !
Een verlaten, zielsbedroefde vrouw zijt gij
maar de Heer roept u weer bij uw naam.
Want – zo zegt uw God –
kan iemand de geliefde van zijn jeugd wel verstoten?
In een plotselinge opwelling heb Ik u in de steek gelaten
maar met een grote barmhartigheid zoek Ik u weer op.
In een vlaag van toorn
heb Ik voor een ogenblik mijn aangezicht van u afgewend
maar – zo spreekt de Heer, uw Verlosser –
met een eeuwige liefde ontferm Ik Mij weer over u.
Zoals Ik ten tijde van Noach gezworen heb
dat de wateren de aarde nooit meer zouden bedekken,
zo zweer Ik nu nooit meer op u vertoornd te zijn
en u nooit meer te bedreigen.
Want de bergen mogen wankelen,
de heuvels schudden,
maar mijn trouw jegens u zal niet wankelen
en mijn verbond van liefde niet breken,
zegt de Heer die u barmhartig is.
Ongelukkige Stad, door stormen geplaagd en troosteloos,
zie, uw grondvesten leg Ik met jaspis,
uw fundamenten met saffier;
uw tinnen maak Ik van robijnen,
uw poorten van karbonkels,
uw muren van kostbare stenen.

Uw kinderen zullen door de Heer onderricht worden
en een diepe vrede valt uw zonen ten deel.
Gij zult gegrondvest zijn op gerechtigheid:
weet u dus vrij van onderdrukking:
gij hebt niets te vrezen ! En vrij van verschrikking:
want geen verschrikking zal u nog ooit overvallen

LEZING 5 Jes., 55, 1-11
Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt God de Heer:
„Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt!
„Ook gij die geen geld hebt, komt toch. „Komt kopen,
geniet zonder geld en zonder te betalen.
Komt kopen wijn en melk.
„Wat geeft gij uw geld voor iets dat geen brood is?
„Wat geeft gij uw arbeid voor iets dat niet voedt?
„Luistert, luistert naar Mij:
dan eet gij wat goed is,
dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs.
„Neigt uw oor en komt naar Mij
en luistert
en gij zult leven.
„Een blijvend verbond ga Ik sluiten met u;
de gunst, aan David verleend, verloochen Ik niet.
„Hem heb Ik gemaakt tot getuige voor de volkeren,
tot vorst en gebieder over de naties.
„Waarlijk, een volk zult gij roepen dat gij niet kent
en een volk dat u niet kent snelt naar u toe
omwille van Israëls Heilige, die u verheerlijkt.
„Zoekt de Heer nu Hij zich Iaat vinden,
roept Hem aan nu Hij nabij is.
„De ongerechtige moet zijn weg verlaten,
de zondaar zijn gedachten;
hij moet naar de Heer terugkeren
– de Heer zal zich erbarmen –
terug naar onze God, die altijd wil vergeven.”
„Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten,
mijn wegen niet uw wegen”
– zegt het orakel van de Heer –
maar zoals de hemel hoog boven de aarde is,
zo hoog gaan mijn wegen uw wegen te boven
en mijn gedachten uw gedachten.
„Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen
en daar pas terugkeren
wanneer zij de aarde hebben gedrenkt,
haar hebben bevrucht, zodat zij groen wordt,
wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven
en het brood aan de eter,
zo zal het ook gaan met het woord
dat komt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar Mij terug;
het keert pas weer
wanneer het mijn wil volbracht heeft
en zijn zending heeft vervuld.”

LEZING 6 Bar., 3, 9-15. 32-4, 4
Uit de Profeet Baruch

Hoor, Israël, de geboden van het leven;
luister aandachtig en verwerf wijsheid
Hoe komt het, Israël, dat gij in een vijandig land woont,
dat gij oud geworden zift op vreemde bodem,
dat gij onrein geworden zift als een lijk,
en gelijk geworden zift aan de doden der onderwereld?
Gij hebt de Bron der wijsheid verlaten
Indien gij de weg van God bewandeld hadt
zoudt gij nu voor eeuwig in vrede leven !
Leer derhalve waar wijsheid gevonden wordt,
waar kracht, waar beleid
en gij zult weten waar lengte van dagen
en leven te vinden zijn
en waar geluk en waar vrede !
Wie heeft haar verblijfplaats gevonden,
wie is haar schatkamers binnen gegaan?
Slechts de Alwetende kent de weg,
met zijn kennis heeft Hij hem ontdekt,
Hij, die de aarde voor immer gegrondvest heeft
en die haar met viervoeters bevolkte;
Hij, op wiens bevel het licht uitgaat
en op wiens wenk het bevend terugkeert;
de sterren stralen op hun posten en jubelen van vreugde;
Hij roept ze, en ze antwoorden: Hier zijn we!
Vol blijdschap flonkeren ze ter ere van hun Schepper.
Dat is onze God, niemand is aan Hem gelijk!
Hij heeft alle wegen gevonden die tot de wijsheid leiden
en Hij heeft ze geleerd aan Jakob, zijn dienaar,
aan Israël, zijn vriend.
Daarna is zij op aarde verschenen
en heeft zij verkeerd met de mensen.
Zij is het Boek van Gods geboden,
de Wet die eeuwig duurt:
wie aan haar vasthoudt zal leven,
maar wie haar verlaat moet sterven.
Kom tot inkeer, Jakob, en houd u vast aan de wijsheid,
wandel in de glans van haar licht.
Geef uw glorie niet weg aan anderen
en uw voorrechten niet aan vreemde volken !
Israël, hoe gelukkig zijn wij te prijzen:
ons is bekend wat God behaagt!

LEZING 7 Ez., 36, 16-17a. 18-28
Uit de Profeet Ezechiël

Het woord van de Heer kwam tot mij:
„Mensenkind, toen het volk van Israël
nog op zijn eigen grond woonde
heeft het deze door zijn handel en wandel verontreinigd.
„Daarom liet Ik mijn woede over hen de vrije loop,
vanwege het bloed dat ze op de grond vergoten hadden
en omdat ze de grond verontreinigd hadden met hun afgoden.
„Daarom verspreidde Ik hen onder de heidenvolken
en werden ze verstrooid over de landen:
naar hun handel en wandel heb Ik hen gevonnist.
„En bij al de heidenvolken waar ze gekomen waren
ontwijdden ze mijn heilige Naam
doordat men van hen zei:
Dit is het volk van de Heer,
en toch moesten ze weg uit zijn land.
„Dit deed Mij leed om mijn heilige Naam
die het volk van Israël ontwijd had
onder de heidenvolken waar ze gekomen zijn.
„Zeg daarom tot het volk van Israël:
Ik zal mijn grote naam
die ontwijd is onder de heidenvolken,
die gij tegenover hen ontwijd hebt, heiligen,
opdat de heidenvolken erkennen dat Ik de Heer ben.
Zo spreekt de Heer:
Ik zal u wegbrengen uit de heidenvolken,
u samenbrengen uit alle landen
en u brengen naar uw eigen grond.
Ik zal zuiver water op u sprenkelen
en ge zult rein worden;
van al uw onreinheden en van al uw afgoden
zal Ik u reinigen.
Ik zal u een nieuw hart geven
en een nieuwe geest in uw binnenste;
Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen
en u een hart van vlees geven.
Mijn geest zal Ik u geven in uw binnenste
en Ik zal maken dat ge mijn wetten nakomt
en mijn voorschriften nauwkeurig onderhoudt.
Ge zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb.
Ge zult voor Mij een volk
en Ik zal voor u een God zijn.”

LEZING 8 Rom., 6, 3-11
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
Gij weet toch dat de doop
waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus
ons heeft doen delen in zijn dóód?
Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven,
opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden
zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt.
Zijn wij één met Hem geworden door het beeld van zijn dood
dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding,
in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is;
daardoor is aan het bestaan in de zonde een einde gekomen,
zodat wij niet langer aan de zonde dienstbaar zijn.
Want wie gestorven is
is rechtens vrij van de zonde.
Indien wij dan met Christus gestorven zijn
geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven;
want wij weten dat Christus,
eenmaal van de doden verrezen, niet meer sterft:
de dood heeft geen macht meer over Hem.
Door de dood die Hij gestorven is
heeft Hij eens voor al afgerekend met de zonde;
het leven dat Hij leeft heeft alleen met God van doen.
Zo moet ook gij uzelf beschouwen:
als dood voor de zonde
en levend voor God in Christus Jezus.

EVANGELIE Mt., 28,1-10
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteus

Na de sabbat
bij het aanbreken van de eerste dag der week
kwamen Maria Magdalena en de andere Maria
naar het graf kijken.
Plotseling ontstond er een hevige aardbeving
en een engel van de Heer daalde uit de hemel,
kwam naderbij, rolde de steen weg
en zette zich daarop neer.
Hij straalde als een bliksemschicht
en zijn kleed was wit als sneeuw.
De bewakers begonnen van schrik voor hem te beven
en het leven scheen uit hen geweken.
De engel sprak de vrouwen aan en zei:
„Gij behoeft niet bevreesd te zijn;
ik weet dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde.
„Hij is niet hier,
Hij is verrezen zoals Hij gezegd heeft;
komt zien naar de plaats waar Hij gelegen heeft.
„Gaat nu terstond aan zijn leerlingen zeggen:
Hij is verrezen van de doden,
en nu gaat Hij u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien.
„Dat had ik u te zeggen.”
Terstond gingen zij weg van het graf,
met vrees en grote vreugde, en zij haastten zich
het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen.
En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zei: „Weest gegroet.”
Zij traden op Hem toe,
omklemden zijn voeten en aanbaden Hem.
Toen sprak Jezus tot hen: „Weest niet bevreesd.
„Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen
dat zij naar Galilea moeten gaan
en daar zullen zij Mij zien.”

Voorbede

God, de Vader van alle leven, heeft Jezus uit de dood opgewekt.
Verzameld in zijn Geest willen wij nu bidden:

Voor allen die deze nacht het Paasfeest vieren.
Dat zij opstaan en getuigen van hun geloof
door barmhartig te zijn zoals de Vader.
Laat ons bidden…

Voor hen die leven in gebieden van honger, oorlog of geweld.
Dat het Licht van Christus hen hoop en vrede brengt.
Laat ons bidden…

Voor alle mensen die gevangen zitten in kwaad en duisternis.
Dat het Licht van de Verrezen Heer hen mogen verlichten.
Laat ons bidden…

Voor allen die getroffen zijn door de corona-crisis.
Dat de Verrezen Christus ons opricht.
Laat ons bidden…

God van alle Leven,
verdrijf alle angst en duisternis,
en verlicht ons met uw Licht.
Laat ons groeien naar de gestalte van Jezus,
uw geliefde Zoon,
die uit de dood is opgestaan
en bij U leeft in de kracht van de heilige Geest,
nu en tot in eeuwigheid.


Goede Vrijdag 10 april 2020

EERSTE LEZING Jes., 52, 13-53, 12

Uit de Profeet Jesaja

Zie mijn dienaar zal succesvol handelen, hij zal worden verhoogd en verheven en zeer verheerlijkt. Zoals velen over hem ontsteld hebben gestaan zo misvormd was hij, zo onmenselijk van voorkomen en zijn schoonheid beneden die van mensenkinderen. Zo zal hij vele volkeren slaan met verbazing, koningen zullen hun mond voor hem sluiten, want wat hun niet verteld is aanschouwen zij en wat zij niet hebben gehoord, zien zij in. Wie kon geloven wat wij hebben gehoord en over wie is de arm van de Heer zichtbaar geworden? Hij is geprezen als een alleenstaande loot en als een wortel uit dorre grond; hij had gestalte noch luister, zodat wij naar hem konden zien, geen voorkomen zodat wij hem zouden kunnen begeren. Veracht en door de mensen verstoten, Man van smarten en door lijden gerijpt; als een die zijn gelaat voor ons heeft verborgen, veracht en door ons niet geteld. Toch waren het onze pijnen die hij droeg onze smarten die hij op zich nam. Wij daarentegen beschouwden hem als een getroffene, als iemand die door God is geslagen en vernederd. Hij is echter doorboord om onze zonden, mishandeld om onze misdaden, want op hem rust de straf voor ons heil en door zijn striemen is er genezing voor ons. Wij allen dwaalden als een kudde, ieder ging zijn eigen weg; de Heer liet op hem neerkomen de misdaad van ons allen. Men mishandelde hem en hij heeft het aanvaard, hij heeft zijn mond niet geopend. Als het lam dat naar de slachtbank geleid wordt en als het schaap dat voor zijn scheerder verstomt, zo heeft hij zijn mond niet geopend. Door een gewelddadige rechtspraak is hij weggerukt. Wie is er nog die denkt aan zijn leven? Hij is immers weggenomen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk tot de dood toe geslagen. Men geeft hem een graf bij de misdadigers en bij de rijken een rustplaats ofschoon hij geen onrecht gepleegd heeft en er geen bedrog is geweest in zijn mond. Het heeft de Heer behaagd hem met slagen te pijnigen. Al brengt hij zichzelf ten offer toch zal hij een nageslacht zien, zijn dagen verlengen en de wens van de Heer zal door zijn hand vervuld worden. Om zijn zwoegen zal hij licht zien en worden verzadigd. Door zijn inzicht zal mijn dienaar als rechtvaardige velen rechtvaardigen en hun misdaden zal hij op zich Iaden. Daarom zal Ik hem deel geven onder de groten,
en met machtigen zal hij de buit verdelen omdat hij zijn ziel prijsgaf aan de dood en onder de zondaars gerekend is. Hij draagt immers de zonden van velen en is voor de zondaars een voorspraak.

TWEEDE LEZING Hebr., 4, 14-16; 5, 7-9

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters, Nu wij een verheven hogepriester hebben, een die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, nu moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. Want wij hebben een hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden. Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp. In de dagen van zijn sterfelijk leven heeft Hij onder luid geroep en geween gebeden en smekingen opgedragen aan God die Hem uit de dood kon redden. Om zijn vroomheid is Hij verhoord: hoewel Hij Gods Zoon was heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd; en toen Hij het einde had bereikt is Hij voor allen die Hem gehoorzamen oorzaak geworden van eeuwig heil.

EVANGELIE Joh., 18,1 – 19, 42

Het lijdensverhaal van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd
ging Jezus met zijn leerlingen naar buiten,
naar de overkant van de beek Kedron.
Daar was een boomgaard die Hij met zijn leerlingen binnenging.
Maar ook Judas die Hem zou overleveren kende deze plaats
omdat Jezus er dikwijls met zijn leerlingen was samengekomen.
Zo kwam Judas daarheen
met de afdeling soldaten
en met dienaars van de hogepriesters en Farizeeën,
voorzien van lantaarns, fakkels en wapens.
Jezus, die alles wist wat over Hem ging komen,
trad naar voren en zei tot hen:
„Wie zoekt gij?”
Zij antwoordden Hem:
„Jezus de Nazoreeër.”
Jezus zei hun:
„Dat ben Ik.”
Ook Judas, zijn verrader, bevond zich bij hen.
Nauwelijks had Jezus hun gezegd: Dat ben Ik,
of zij weken achteruit en vielen op de grond.
Nog eens vroeg Hij hun:
„Wie zoekt gij ?”
Zij zeiden:
„Jezus de Nazoreeër.”
Jezus antwoordde:
„Ik heb u gezegd dat Ik het ben.
„Als gij Mij zoekt, Iaat deze mensen dan gaan.”
Vervuld moest worden wat Hij gezegd had:
Niemand van hen die Gij Mij gegeven hebt
liet Ik verloren gaan.
Maar Simon Petrus had een zwaard bij zich.
Hij trok het en verwondde daarmee de knecht van de hogepriester
door hem het rechteroor af te slaan.
De naam van die knecht was Malchus.
Jezus echter sprak tot Petrus:
„Steek dat zwaard in de schede; zou Ik de beker niet drinken
die mijn Vader Mij gegeven heeft?”

De afdeling met de bevelhebber en de dienaars van de Joden
grepen toen Jezus vast, boeiden Hem
en brachten Hem eerst naar Annas.
Deze was namelijk de schoonvader van Kájafas
die dat jaar hogepriester was,
dezelfde Kájafas die aan de Joden de raad had gegeven:
Het is beter dat er één mens sterft voor het volk.
Simon Petrus en nog een andere leerling volgden Jezus.
Die leerling nu was een bekende van de hogepriester
en zo ging hij tegelijk met Jezus
het paleis van de hogepriester binnen,
terwijl Petrus buiten de poort bleef staan.
Die andere leerling, de bekende van de hogepriester,
kwam naar buiten,
sprak met de portierster en bracht Petrus naar binnen.
Het meisje dat aan de poort stond vroeg Petrus:
„Ben je ook niet een van de leerlingen van die man?”
Hij zei:
„Welnee.”
Omdat het koud was hadden de knechten en dienaars
een houtskoolvuur aangelegd en stonden zich te warmen.
Ook Petrus stond bij hen en warmde zich.
De hogepriester
ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en zijn leer.
Jezus antwoordde hem:
„Ik heb openlijk tot de wereld gesproken.
„Ik heb altijd onderricht gegeven
in een synagoge of in de tempel
waar alle joden bijeenkomen
en er is niets wat Ik in het geheim heb gesproken.
„Waarom ondervraagt gij Mij?
„Ondervraag de mensen
die gehoord hebben wat Ik hun heb verkondigd.
„Die weten goed wat Ik heb gezegd.”
Op dit woord gaf een van de dienaars die naast Hem stond
Jezus een klap in het gezicht en voegde Hem toe:
„Antwoordt Gij zo de hogepriester?”
Jezus antwoordde hem:
„Indien Ik iets verkeerds gezegd heb
verklaar dan wat er verkeerd in was;
maar indien het goed was
waarom slaat gij Mij?”
Daarop zond Annas Hem geboeid naar de hogepriester Kájafas.
Simon Petrus stond zich te warmen toen iemand hem vroeg:
„Ben ook jij niet een van zijn leerlingen?”
Hij ontkende het en zei: A „Welneep.”
Maar een van de knechten van de hogepriester,
een bloedverwant van de man
wie Petrus het oor had afgeslagen zei:
„Heb ik je niet in de boomgaard bij Hem gezien?”
Petrus ontkende het opnieuw
en meteen begon er een haan te kraaien.

Toen brachten ze Jezus
van het huis van Kájafas naar het pretorium.
Het was vroeg in de morgen.
Zelf gingen zij het pretorium niet binnen
want ze moesten het paasmaal kunnen eten
en mochten zich daarom niet verontreinigen.
Daarom kwam Pilatus naar buiten en vroeg hun:
„Welke beschuldiging brengt gij tegen deze man in?”
Zij gaven hem ten antwoord:
„Als dit geen misdadiger was
zouden wij Hem niet aan u hebben overgeleverd.”
Daarop zei Pilatus:
„Neemt Hem dan zelf en vonnist Hem volgens uw Wet!”
De Joden antwoordden hem:
„Wij missen het recht om iemand ter dood te brengen.”
Zo zou Jezus’ woord in vervulling gaan
waarmee Hij had aangeduid welke dood Hij zou sterven.
Nu ging Pilatus het pretorium binnen,
riep Jezus bij zich en zei tot Hem:
„Zijt Gij de koning der Joden?”
Jezus antwoordde hem:
„Zegt gij dit uit uzelf
of hebben de anderen u over Mij gesproken?”
Pilatus gaf ten antwoord:
„Ben ik soms een Jood ?
„Uw eigen volk en de hogepriesters
hebben U aan mij overgeleverd.
„Wat hebt Gij gedaan?”
Jezus antwoordde:
„Mijn koningschap is niet van deze wereld.
„Zou mijn koningschap van deze wereld zijn
dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben
dat Ik niet aan de Joden werd uitgeleverd.
„Mijn koningschap is evenwel niet van hier.”
Pilatus hernam:
„Gij zijt dus toch koning?”
Jezus antwoordde:
„Ja, koning ben Ik.
„Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen
om getuigenis af te leggen van de waarheid.
„Alwie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”
Pilatus zei tot Hem:
„Wat is waarheid ?”
Na die woorden ging hij weer naar buiten tot de Joden en zei:
„Ik vind hoegenaamd geen schuld in Hem.
„Maar er bestaat onder u de gewoonte
dat ik met Pasen iemand vrijlaat.
„Wilt gij dus dat ik u de koning der Joden vrijlaat?”
Toen begonnen ze opnieuw te schreeuwen:
„Neen, Die niet maar Barabbas !”
Barabbas was een rover.

Toen liet Pilatus Jezus geselen.
De soldaten vlochten een kroon van doorntakken,
zetten Hem die op het hoofd
en wierpen Hem een purperen mantel om.
Ze traden op Hem toe en zeiden:
„Gegroet, koning der Joden !”
En zij sloegen Hem in het gezicht.

Pilatus ging weer naar buiten en zei tot hen:
„Ziehier, ik breng Hem naar buiten om u te doen weten
dat ik volstrekt geen schuld in Hem vind.”
Jezus kwam dus naar buiten
terwijl Hij nog de doornenkroon en de purperen mantel droeg.
Pilatus zei tot hen:
„Ziehier de mens.”
Maar toen de hogepriesters en hun dienaars Hem zagen
schreeuwden ze:
„Kruisigen, kruisigen !” ‘
Pilatus zei hun:
„Neemt gij Hem dan en kruisigt Hem want ik vind geen schuld in Hem.”
De Joden antwoordden hem:
„Wij hebben een Wet
en volgens die Wet moet Hij sterven
omdat Hij zich voor Gods Zoon heeft uitgegeven.”
Toen Pilatus dit hoorde werd hij nog meer bevreesd.
Hij ging het pretorium weer binnen en sprak tot Jezus:
„Waar zijt Gij vandaan?”
Jezus gaf hem echter geen antwoord.
Daarom zei Pilatus:
„Gij spreekt niet tegen mij ?
„Weet Ge dan niet dat ik de macht heb om vrij te spreken
maar ook de macht heb om U te kruisigen?”
Jezus antwoordde:
„Ge zoudt volstrekt geen macht over Mij hebben
als u die niet van boven gegeven was.
„Daarom is de zonde van hem die Mij aan u heeft overgeleverd groter.”
Van dit ogenblik af
wilde Pilatus ertoe overgaan Hem vrij te laten.
Maar de Joden schreeuwden:
„Als ge die man vrijlaat zijt ge geen vriend van de keizer.
„Wie zich voor koning uitgeeft
komt in verzet tegen de keizer.”
Toen Pilatus hen dit hoorde roepen
liet hij Jezus naar buiten brengen
en ging op de rechtersstoel zitten,
op de plaats die Litóstrotos heet, in het Hebreeuws Gabbata.
Het was de voorbereidingsdag voor Pasen,
ongeveer het zesde uur.
Hij zei tot de Joden:
„Hier is uw koning.”
Maar zij schreeuwden:
„Weg, weg met Hem ! Kruisig Hem !”
Pilatus vroeg:
„Zal ik dan uw koning kruisigen?”
De hogepriesters antwoordden:
„Wij hebben geen andere koning dan de keizer!”
Toen leverde hij Hem aan hen uit om de kruisdood te ondergaan,
en zij namen Hem over.
Zelf zijn kruis dragend
trok Jezus de stad uit naar wat de Schedelplaats heet,
in het Hebreeuws Golgota.
Daar sloegen zij Hem aan het kruis,
en met Hem nog twee anderen,
aan elke kant een en Jezus in het midden.
Pilatus had ook een opschrift laten maken
en op het kruis doen aanbrengen.
Het luidde: Jezus, de Nazoreeër, de koning van de Joden.
Vele Joden lazen dit opschrift,
want de plaats waar Jezus gekruisigd werd lag dicht bij de stad.
Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks.
De hogepriesters van de Joden nu zeiden tot Pilatus:
„Ge moest er niet op zetten: ‘de koning van de Joden’ maar:
‘Hij heeft gezegd: Ik ben de koning van de Joden’.”
Pilatus antwoordde:
„Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.”
Toen de soldaten Jezus gekruisigd hadden,
namen ze zijn kleren en deelden ze in vieren,
voor iedere soldaat een deel.
Ze namen ook de lijfrok
die echter zonder naad was, aan één stuk geweven van bovenaf.
Daarom zeiden ze tot elkaar:
„Laten we die niet scheuren
maar er om loten wie hem krijgt.”
Aldus moest de Schrift vervuld worden:
Zij verdeelden mijn kleren onder elkaar en dobbelden om mijn gewaad.

Terwijl de soldaten hiermee bezig waren
stonden bij Jezus’ kruis zijn moeder,
de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas,
en Maria Magdalena.
Toen Jezus zijn moeder zag
en naast haar de leerling die Hij liefhad zei Hij tot zijn moeder:
„Vrouw, zie daar uw zoon.”
Vervolgens zei Hij tot de leerling:
„Zie daar uw moeder.”
En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis.

Hierna, wetend dat nu alles was volbracht
zei Jezus, opdat de Schrift vervuld zou worden:
„Ik heb dorst.”
Er stond daar een kruik vol zure wijn.
Ze doopten er een spons in,
staken die op een hysopstengel en brachten die aan zijn mond.
Toen Jezus van de zure wijn genomen had, zei Hij:
„Het is volbracht.”
Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest.

Aangezien het voorbereidingsdag was en de Joden niet wilden
dat de lichamen op sabbat aan het kruis bleven
– het was bovendien een grote sabbat –
vroegen zij aan Pilatus verlof
de benen van de gekruisigden te breken en hen weg te nemen.
Daarom kwamen de soldaten
en sloegen
zowel bij de ene als bij de andere die met Hem was gekruisigd
de benen stuk.
Toen zij echter bij Jezus kwamen
en zagen dat Hij reeds dood was sloegen zij Hem de benen niet stuk,
maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans;
terstond kwam er bloed en water uit.
Die het gezien heeft getuigt hiervan;
zijn getuigenis is waar
en hij weet dat hij de waarheid zegt,
opdat ook gij zoudt geloven.
Dit is gebeurd opdat de Schrift zou vervuld worden:
Van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld,
37 terwijl nog een ander Schriftwoord zegt:
Zij zullen opzien naar Hem die zij hebben doorstoken.

Jozef van Arimatéa,
die een leerling was van Jezus
maar in het geheim uit vrees voor de Joden,
vroeg daarna aan Pilatus
het lichaam van Jezus te mogen wegnemen.
Toen Pilatus dit had toegestaan
ging hij dus heen en nam het lichaam weg.
Nikodémus, die Hem vroeger ‘s nachts bezocht had,
kwam ook en bracht een mengsel van mirre en aloë mee,
ongeveer honderd pond.
Zij namen het lichaam van Jezus
en wikkelden het met de welriekende kruiden in zwachtels,
zoals bij een Joodse begrafenis gebruikelijk is.
Op de plaats waar Hij gekruisigd werd lag een tuin
en in die tuin een nieuw graf
waarin nog nooit iemand was neergelegd.
Vanwege de voorbereidingsdag van de Joden
en omdat het graf dichtbij was
legden zij Jezus daarin neer.

Voorbede

Broeders en zusters, laten wij aansluitend aan het verkondigde Woord van de Heer ons in de voorbede van deze Goede Vrijdag richten tot onze almachtige en barmhartige hemelse Vader, de Schepper van al wat bestaat. Bidden wij voor het heil van Kerk en wereld, vooral in deze tijd van beproeving, nu het menselijk bestaan bedreigd wordt door de coronapandemie: dat allen de reddende nabijheid van de Heer mogen ervaren.

Voor de heilige kerk
Laten wij bidden, broeders en zusters, voor de heilige kerk:
dat onze God en Heer haar over heel de wereld vrede en eenheid brengt;
dat in ons leven tijden van rust en stilte komen
tot verheerlijking van God, de almachtige Vader.

Almachtige eeuwige God,
in Christus hebt Gij uw heerlijkheid aan alle volken geopenbaard.
Waak over het werk van uw barmhartigheid,
geef dat uw kerk, verspreid over heel de wereld,
standhoudt in de belijdenis van uw Naam. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

Voor de paus
Laten wij ook bidden voor onze heilige vader, paus Franciscus
die door onze God en Heer is uitverkoren tot het bisschopsambt:
dat hij gespaard blijft om leiding te geven aan de kerk, het heilig volk van God.

Almachtige eeuwige God, alles wat bestaat steunt op uw raadsbesluit.
Luister naar ons gebed:
bewaar in uw liefde de paus die Gij over ons hebt aangesteld.
Moge het christenvolk, dat door U wordt bestuurd,
onder zijn leiding altijd toenemen in geloof. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

Voor de gehele geestelijkheid en alle gelovigen
Laten wij ook bidden voor onze bisschop Gerardus, voor zijn hulpbisschop Robertus,
voor alle bisschoppen, priesters en diakens van de kerk
en voor heel het gelovige volk.

Almachtige eeuwige God, door uw Geest leidt en heiligt Gij allen
die tot de kerk behoren, het Lichaam van de Heer.
Verhoor ons gebed voor al uw gewijde dienaren:
dat ieder, naar de genade die Gij hem hebt geschonken,
U dient in geloof en trouw. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

Voor de doopleerlingen
Laten wij ook bidden voor hen die zich op het doopsel voorbereiden:
dat onze God en Heer hun oren opent om met hun hart zijn woord te verstaan,
en hun de deur ontsluit van zijn barmhartigheid;
dat zij door de wedergeboorte in het waterbad vergiffenis verkrijgen van alle zonden
en geborgen zijn in Christus Jezus, onze Heer.

Almachtige eeuwige God,
Gij zegent steeds de kerk met nieuwe christenen.
Breng de doopleerlingen geloof en inzicht bij.
Geef dat zij herboren worden uit het water van het doopsel
en in de gemeenschap worden ingelijfd van hen
die Gij als uw kinderen hebt aangenomen. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

Voor de eenheid van alle christenen
Laten wij ook bidden
voor al onze broeders en zusters die in Christus geloven:
dat onze God en Heer hen die trouw zijn aan de waarheid
samenbrengt en in zijn ene kerk bewaart.

Almachtige eeuwige God,
die verdeeld zijn brengt Gij weer samen, die samen zijn bewaart Gij in uw vrede.
Zie genadig naar de kudde van uw Zoon:
verenig allen die door één doopsel zijn geheiligd in oprecht geloof,
en verbind hen door één band van liefde in Christus Jezus onze Heer.
allen: Amen.

Voor het Joodse volk
Laten wij ook bidden voor het Joodse volk
dat door onze God en Heer het eerst is aangesproken:
dat Hij het groot maakt in liefde voor zijn heilige Naam, in trouw aan zijn Verbond.

Almachtige eeuwige God,
Gij hebt uw beloften toevertrouwd aan Abraham en aan zijn volk.
Verhoor genadig de gebeden van uw kerk:
dat het volk dat Gij het eerst hebt uitverkoren, tot de volheid van de verlossing komt.
Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

Voor allen die niet in Christus geloven
Laten wij ook bidden voor hen die niet in Christus geloven:
dat de heilige Geest hen met zijn licht vervult
en dat zij de wegen inslaan die leiden naar het heil.

Almachtige eeuwige God,
geef dat zij die zonder Christus te kennen in uw ogen eerlijk door het leven gaan,
de waarheid vinden;
en dat wij altijd groeien in wederzijdse liefde,
meer ontvankelijk worden voor het mysterie van uw leven
en voor de wereld beter getuigen van uw goedheid. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

Voor allen die niet in God geloven
Laten wij ook bidden voor hen die niet in God geloven:
dat zij met een oprecht hart ingaan op wat goed is
en eenmaal bij God uitkomen.

Almachtige eeuwige God,
Gij hebt de mensen zo gemaakt dat zij in hun verlangens U altijd zoeken
en tot rust komen als zij U vinden.
Wij vragen U dat allen, ondanks de vele hindernissen,
de tekenen verstaan van uw liefde
en het getuigenis van de goede werken van uw gelovigen;
en dat zij eenmaal U, God, één en waarachtig, vol vreugde onze Vader noemen.
Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

Voor de regeringsleiders
Laten wij ook bidden voor de regeringsleiders:
dat onze God en Heer hun hart en geest richt naar zijn wil,
zodat iedereen mag leven in vrijheid en echte vrede.

Almachtige eeuwige God, het leven van de mensen ligt in uw hand
en voor de rechten van de volken staat Gij borg.
Sta onze regeringsleiders bij en geef dat overal ter wereld
onder alle volkeren voorspoed en blijvende vrede heersen
en vrijheid van godsdienst. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

Voor allen die in nood verkeren
Laten wij bidden, broeders en zusters, tot God, de almachtige Vader:
dat Hij de wereld van dwaling zuivert, gevaarlijke ziekten en hongersnood verdrijft,
gevangenissen ontsluit en boeien verbreekt,
een thuis schenkt aan ontheemden, veiligheid aan hen die onderweg zijn,
genezing voor zieken, en voor de stervenden eeuwig heil.

Almachtige eeuwige God,
Gij zijt vertroosting voor de bedroefden
en sterkte voor hen die het moeilijk hebben.
Laat hun gebeden tot U doordringen,
uit welke nood zij ook roepen.
Dat zij tot hun vreugde
de hulp ondervinden van uw barmhartigheid
in al hun beproevingen.
Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

Speciale intentie ten tijde van de COVID-19-pandemie
Laten wij bidden voor allen die de gevolgen ondervinden
van de huidige coronapandemie:
dat God troost en genezing schenkt aan de zieken,
hoop aan hen die in angst leven of in nood verkeren,
kracht aan hen die de zieken bijstaan,
inzicht aan wetenschappers die naar geneesmiddelen zoeken,
wijsheid aan hen die maatregelen treffen voor de maatschappij,
en het eeuwig licht aan degenen die aan het virus bezweken zijn.

Almachtige eeuwige God, oorsprong en einddoel van het menselijk bestaan, verlicht de last van de besmettelijke ziekte die op de wereld drukt
en sterk ons geloof, zodat wij ons leven opnieuw afstemmen op U
en onze naasten,
en wij ons toevertrouwen aan uw vaderlijke voorzienigheid.
Door Christus onze Heer.
allen: Amen


WITTE DONDERDAG 9 april 2020

EERSTE LEZING (Ex.12, 1-8.11-14)

Uit het boek Exodus.

In die dagen richtte de Heer het woord tot Mozes en Aäron in Egypte, en sprak: Deze maand moet gij beschouwen als de beginmaand, als de eerste maand van het jaar. Maak aan heel de gemeenschap van Israël het volgende bekend. Op de tiende van deze maand moet ieder gezin een lam uitkiezen, ieder huis een lam. Als een gezin te klein is voor een lam, dan moeten ze, rekening houdend met het aantal personen, samen doen met hun naaste buurman. Bij het ver-delen van het lam moet rekening gehouden worden met ieders eetlust. Het lam moet gaaf zijn, van het mannelijk geslacht en eenjarig. Ge kunt er een schaap of een geit voor nemen. Ge moet de dieren vasthouden tot aan de veertiende van de maand. Dan moet heel de verzamelde gemeenschap van Israël ze slachten in de avondschemering. Vervolgens moet ge wat bloed nemen en dat uitstrijken over de beide deurposten en over de bovenbalk van de deur van alle huizen waar het lam gegeten wordt. In dezelfde nacht moet het vlees gegeten worden, op het vuur gebraden. Het moet gegeten worden met ongezuurd brood en bittere kruiden. En dit is de wijze waarop gij het lam moet eten: uw lendenen omgord, uw voeten geschoeid en uw stok in de hand. Haastig moet ge eten, want het is pasen voor de Heer. Deze nacht zal Ik door Egypte gaan en alle eerstgeborenen van Egypte, zowel mensen als dieren, zal Ik slaan. Aan alle goden van Egypte zal Ik het vonnis voltrekken. Maar het bloed aan de huizen zal een teken zijn, dat gij daar woont. Als Ik het bloed aan uw huizen zie, zal Ik u voorbijgaan. Geen vernietigende plaag zal u treffen als Ik Egypte sla. Deze dag zal Ik tot een gedenkdag maken, ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer. Van geslacht tot geslacht moet ge hem als een eeuwige instelling vieren.
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING (1 Kor.11,23-26)

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.

Broeders en zusters, zelf heb ik immers van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam, en na gedankt te hebben, het brak en zeide: “Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.” Zo ook na de maaltijd de beker, met de woorden: “Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit, elke keer dat gij hem drinkt, tot mijn gedachtenis.” Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh.13,1-15

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Het paasfeest was op handen. Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was om uit deze wereld over te gaan naar de Vader, en die de zijnen in de wereld bemind had, gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste. Onder de maaltijd, toen de duivel reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon, het plan had ingegeven om Hem over te leveren, stond Jezus van tafel op. In het bewustzijn, dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde, legde Hij zijn bovenkleren af, nam een linnen doek en omgordde zich daarmee. Daarop goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen. Zo kwam Hij bij Simon Petrus, die echter tot Hem zei: Heer, wilt Gij mij de voeten wassen? Jezus gaf hem ten antwoord: Wat Ik doe begrijpt ge nu nog niet, maar later zult gij het inzien. Toen zei Petrus tot Hem: nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen! Jezus antwoordde hem: als gij u niet door Mij laat wassen, kunt gij mijn deelgenoot niet zijn. Daarop zei Simon Petrus tot Hem: Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en hoofd. Maar Jezus antwoordde: wie een bad heeft genomen, behoeft zich niet meer te wassen, hij is immers helemaal rein. Ook gij zijt rein, ofschoon niet allen. Hij wist immers wie Hem zou overleveren. Daarom zei Hij: niet allen zijt gij rein. Toen Hij dan hun voeten had gewassen, zijn bovenkleren had aangetrokken en weer aan tafel was gegaan, sprak Hij tot hen: Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb? Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik. Maar als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen, dan behoort ook Gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij bidden tot God onze Vader.

Voor de gemeenschap van de Kerk willen wij bidden:
voor Paus Franciscus, de bisschoppen, priesters, diakens
en voor alle vrouwen en mannen die werkzaam zijn in het pastoraat.
Dat zij de geest van dienstbaarheid voorleven tot opbouw van de Kerk.
Laat ons bidden

Voor onze bisschop Gerardus.
Dat hij in eenheid met alle gelovigen
vruchtbaar leiding mag geven aan ons bisdom.
Wij bidden om zegen over onze diocesane Kerkgemeenschap.
Dat wij mogen groeien in geloof, hoop en naastenliefde.
Laat ons bidden…

Voor de zieken,
voor allen die getroffen zijn door de corona-crisis
en voor allen die lijden.
Dat zij in deze dagen uw nabijheid ervaren
en medemensen vinden die hun kruis helpen dragen.
Laat ons bidden…

Voor ons en voor allen met wie wij in verbondenheid leven.
Dat het vieren van dit Laatste Avondmaal ons sterkt
om, zoals Jezus, lief te hebben tot het uiterste toe.
Laat ons bidden…

Almachtige, eeuwige God,
uw Zoon gaf ons deze avond
een bewijs van zijn liefde tot het uiterste
in het mysterie van zijn Lichaam en Bloed
en in de nederige dienst aan zijn leerlingen.
Wij bidden U: laat ons dit mysterie van ons geloof
steeds trouw en dankbaar vieren,
opdat wij Hem ook altijd navolgen
in liefdevolle dienstbaarheid.
Door Christus onze Heer.


Palmzondag 5 april

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

Toen Jezus en zijn leerlingen Jeruzalem naderden en de Olijfberg bestegen in de richting van Betfage, zond Jezus twee van hen vooruit met de opdracht: „Gaat naar het dorp, daar vóór u en het eerste dat ge zult vinden is een vastgebonden ezelin met een veulen. Maakt die los en brengt ze bij mij. En als iemand u een aanmerking maakt, zegt dan: De Heer heeft ze nodig, maar zal ze spoedig terugsturen.” Dit gebeurde, opdat in vervulling zou gaan het woord van de profeet: „Zeg aan de dochter van Sion Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezel, op een veulen, het jong van een lastdier.” De leerlingen begaven zich op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen. Zij brachten de ezelin met haar veulen, legden er hun mantels overheen en Hij ging erop zitten. Zeer velen uit het volk spreidden hun mantels uit op de weg, terwijl anderen de weg bedekten met twijgen die zij van de bomen hadden gesneden. De mensen die Hem omstuwden, jubelden: „Hosanna, Zoon van David, gezegend Hij die komt in de naam van de Heer! Hosanna in den hoge!” Toen Hij Jeruzalem binnentrok, raakte de hele stad in beroering en men vroeg: „Wie is dat?” Het volk antwoordde: „Dit is de profeet Jezus uit Nazareth in Galilea.”

Eerste lezing uit de Profeet Jesaja (Jes., 50, 4-7)

God de Heer heeft mij de gave van het woord geschonken: ik versta het de ontmoedigden moed in te spreken. Elke morgen spreekt Hij zijn woord, elke morgen richt Hij het woord tot mij en ik luister met volle overgave. God de Heer heeft tot mij gesproken en Ik heb mij niet verzet, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug bood ik, aan wie mij sloegen, mijn wangen aan wie mij de baard uitrukten, en mijn gezicht heb ik niet afgewend van wie mij smaadden en mij bespuwden. God de Heer zal mij helpen: daarom zal ik niet beschaamd staan en zal ik geen spier vertrekken. Ja, ik weet dat ik niet te schande zal worden.
Woord van de Heer.

Tweede lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi (Fil., 2, 6-11)

Broeders en zusters, Hij, die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf op zich genomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan het kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen is. Opdat bij het noemen van zijn Naam zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde; en iedere tong zou belijden, tot eer van God de Vader: Jezus Christus is de Heer.
Woord van de Heer.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd ging een van de twaalf, Judas Iskariot geheten,
naar de hogepriesters en zei:
„Wat wilt ge mij geven als ik u Jezus in handen speel?”
Zij betaalden hem dertig zilverlingen uit.
En van toen af
zocht hij een gunstige gelegenheid om Hem over te leveren.
Op de eerste dag van het ongedesemde brood
kwamen de leerlingen Jezus vragen:
„Waar wilt Gij dat wij het paasmaal voor U gereed maken?”
Hij antwoordde:
„Gaat naar de stad en zegt aan die en die:
De Meester Iaat weten:
Mijn uur is nabij;
bij u wil Ik met mijn leerlingen het paasmaal houden.”
De leerlingen deden zoals Jezus hun had opgedragen
en maakten het paasmaal gereed.
Toen de avond gevallen was lag Hij met de twaalf leerlingen aan.
Onder de maaltijd sprak Hij:
„Voorwaar, Ik zeg u: een van u zal Mij overleveren.”
Smartelijk getroffen begon de een na de ander Hem te vragen:
„Ik ben het toch niet, Heer?”
Hij antwoordde:
„Die met Mij zijn hand in de schotel steekt zal Mij overleveren.
„Wel gaat de Mensenzoon heen,
zoals van Hem geschreven staat,
maar wee de mens door wie de Mensenzoon wordt overgeleverd !
„Het zou beter voor hem zijn als hij niet geboren was, die mens!”
Judas, zijn verrader, nam ook het woord en zei:
„Ik ben het toch niet, Rabbi?”
Hij antwoordde hem:
„Gij zegt het.”

Onder de maaltijd nam Jezus brood,
sprak de zegen uit, brak het
en gaf het aan zijn leerlingen, met de woorden:
„Neemt, eet; dit is mijn Lichaam.”
Daarna nam Hij de beker,
en, na het spreken van het dankgebed,
reikte Hij hun die toe met de woorden:
„Drinkt allen hieruit.
Want dit is mijn Bloed van het Verbond,
dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.
„Maar Ik zeg u:
Van nu af zal Ik niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt
tot op de dag waarop Ik het met u, nieuw, zal drinken
in het Koninkrijk van mijn Vader.”
Nadat zij de lofzang gezongen hadden gingen zij naar de Olijfberg.

Toen sprak Jezus tot hen:
„In deze nacht zult ge allen aanstoot aan Mij nemen.
„Want er staat geschreven:
Ik zal de herder slaan
en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden.
„Maar na mijn verrijzenis zal Ik u voorgaan naar Galilea.”
Toen zei Petrus:
„AI zouden allen aanstoot aan U nemen, ik nooit.”
Jezus zei:
„Voorwaar, Ik zeg u nog deze nacht,
vóór het kraaien van de haan, zult gij Mij driemaal verloochenen.”
Petrus antwoordde Hem:
„AI moest ik met U sterven, in geen geval zal ik U verloochenen.”
In diezelfde geest spraken ook al de leerlingen.

Toen Jezus met hen aan een landgoed kwam dat Getsemane heette
sprak Hij tot zijn leerlingen:
„Blijft hier zitten, terwijl Ik ginds ga bidden.”
Petrus en de twee zonen van Zebedeus nam Hij echter met zich mee.
Hij begon bedroefd en beangst te worden.
Toen sprak Hij tot hen:
„Ik ben bedroefd tot stervens toe. Blijft hier en waakt met Mij.”
Nadat Hij een weinig verder was gegaan
wierp Hij zich plat ter aarde en bad:
„Mijn Vader, als het mogelijk is, Iaat deze beker Mij voorbijgaan.
„Maar toch: niet zoals Ik wil, maar zoals Gij wilt.”
Toen ging Hij naar zijn leerlingen en vond hen in slaap;
en Hij sprak tot Petrus:
„Ging het dan uw krachten te boven één uur met Mij te waken?
„Waakt en bidt, dat gij niet op de bekoring ingaat.
„De geest is wel gewillig, maar het vlees zwak.”
Hij verwijderde zich voor de tweede keer
en weer bad Hij:
„Vader, als het niet mogelijk is
dat die beker voorbijgaat zonder dat Ik hem drink:
dat dan uw wil geschiede.”
En teruggekomen vond Hij hen weer in slaap
want hun oogleden waren zwaar.
Hij liet hen met rust,
ging weer heen en bad voor de derde maal
nogmaals met dezelfde woorden.
Daarna ging Hij naar zijn leerlingen en sprak tot hen:
„Slaapt dan maar door en rust uit!
„Nu is het uur gekomen waarop de Mensenzoon
wordt overgeleverd in de handen van zondaars.
„Staat op, laten we gaan; mijn verrader is nabij.”

Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam Judas,
een van de twaalf,
vergezeld van een grote bende met zwaarden en knuppels,
gestuurd door de hogepriesters en de oudsten van het volk.
Zijn verrader had een teken met hen afgesproken door te zeggen:
„Die ik zal kussen, Hij is het; grijpt Hem.”
Hij ging recht op Jezus af en zei:
„Gegroet Rabbi”,
en hij kuste Hem.
Jezus sprak tot hem:
„Vriend, zijt ge daarvoor hier?”
Toen kwamen zij naar voren,
grepen Jezus vast en maakten zich van Hem meester.
Maar een van Jezus’ gezellen greep naar zijn zwaard,
trok het en sloeg met één houw
de knecht van de hogepriester het oor af.
Toen sprak Jezus tot hem:
„Steek uw zwaard weer op zijn plaats.
Want allen die naar het zwaard grijpen
zullen door het zwaard omkomen.
„Of meent ge soms dat Ik niet de hulp van mijn Vader kan inroepen,
die Mij dan aanstonds
meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking zou stellen?
„Maar hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan
die zeggen dat het zo gebeuren moet?”
Nu richtte Jezus zich tot de bende:
„Als tegen een rover zijt ge uitgetrokken met zwaarden en knuppels
om Mij gevangen te nemen.
„Dagelijks zat Ik in de tempel te onderrichten
en toch hebt gij Mij niet gegrepen.
„Maar dit alles is geschied
opdat de Schriften van de profeten in vervulling zouden gaan.
“Toen lieten alle leerlingen Hem in de steek en namen de vlucht.

Nu zij Jezus in hun macht hadden
voerden zij Hem naar de hogepriester Kajafas,
waar de schriftgeleerden en de oudsten bijeengekomen waren.
Petrus bleef Hem op een afstand volgen
tot aan het paleis van de hogepriester;
hij ging naar binnen en zette zich neer bij het dienstvolk
om te zien hoe het af zou lopen.
De hogepriester en het hele Sanhedrin
zochten naar een schijngetuigenis tegen Jezus
om Hem ter dood te kunnen brengen,
maar ze vonden er geen,
ofschoon er vele valse getuigen optraden.
Ten slotte echter kwamen er twee verklaren:
„Die man daar heeft beweerd:
Ik kan de tempel van God afbreken
en in drie dagen weer opbouwen.”
Toen stond de hogepriester op en sprak tot Hem:
„Geeft Ge geen antwoord?
„Wat getuigen deze mensen tegen U ?”
Maar Jezus bleef zwijgen.
Toen sprak de hogepriester tot Hem:
„Ik bezweer U bij de levende God ons te zeggen of Gij de Christus zijt,
de Zoon van God.”
Jezus gaf hem ten antwoord:
„Gij zegt het.
„Maar Ik zeg u: vanaf nu zult ge de Mensenzoon
zien zitten aan de rechterhand van de Macht
en komen op de wolken des hemels.”
Toen scheurde de hogepriester zijn kleed en riep uit:
„Hij heeft God gelasterd;
waartoe hebben wij nog getuigen nodig?
„Gij hebt nu toch de godslastering gehoord !
„Wat denkt gij daarvan?”
Zij antwoordden:
„Hij verdient de doodstraf.”
Daarop spuwden zij Hem in het gezicht
en sloegen Hem met de vuist;
anderen sloegen Hem met een stok, terwijl ze zeiden:
„Wees nu eens voor ons profeet, Messias:
wie is het die U geslagen heeft?”
Intussen zat Petrus op de open binnenplaats.
Hier trad een dienstmeisje op hem toe en zei:
„Jij was ook bij Jezus de Galileeër.”
Maar hij ontkende het waar allen bij waren en zei:
„Ik weet niet wat je bedoelt.”
Hierna ging hij naar het poortgebouw,
maar een ander dienstmeisje merkte hem op
en zei tot de aanwezigen:
„Die daar was bij Jezus de Nazoreeër!”
Hij ontkende opnieuw met een eed:
„Ik ken die mens niet.”
Even daarna kwamen de omstanders dichterbij
en zeiden tot Petrus:
„Waarachtig, jij bent er ook een van !
Het is duidelijk aan je spraak te horen.”
Toen begon hij te vloeken en te zweren:
„Ik ken die mens niet.”
Onmiddellijk daarop kraaide een haan.
En Petrus herinnerde zich het woord van Jezus, die gezegd had:
„Voor het kraaien van de haan
zult ge Mij driemaal verloochenen.”
Hij ging naar buiten en begon bitter te wenen.

Bij het aanbreken van de morgen
kwamen alle hogepriesters en oudsten van het volk in vergadering bijeen
en spraken over Jezus het doodvonnis uit.
Geboeid leidde men Hem weg
en leverde Hem uit aan de landvoogd Pilatus.
Toen Judas, zijn verrader, zag dat Jezus veroordeeld was
kreeg hij wroeging, en bracht de dertig zilverlingen
terug bij de hogepriesters en ouderlingen, met de woorden:
„Ik heb misdaan door onschuldig bloed te verraden.”
Maar zij antwoordden:
„Wat gaat ons dat aan? „Dat is uw zaak.”
Toen gooide hij de zilverlingen in de tempel en liep weg.
Hij ging heen en verhing zich.
De hogepriesters raapten de geldstukken op en zeiden:
„Wij mogen die niet bij de tempelschat doen,
want het is bloedgeld.”
En zij besloten er het land van de pottenbakker mee te kopen
om daar de vreemdelingen te begraven.
Daarom kreeg dit stuk land de naam van Bloedakker
en zo heet het nog.
Aldus ging in vervulling wat de profeet Jeremia gezegd had:
Zij namen de dertig zilverlingen,
de prijs waarop Hij geschat is, geschat door zonen van Israël,
en gaven die voor de akker van de pottenbakker,
zoals de Heer mij opgedragen had.

Jezus werd voor de landvoogd geleid
en deze stelde Hem de vraag:
„Zijt Gij de koning der Joden?”
Jezus antwoordde:
„Gij zegt het.”
Op de beschuldigingen
door de hogepriesters en de oudsten tegen Hem ingebracht
gaf Hij geen enkel antwoord.
Toen zei Pilatus tot Hem:
„Hoort Gij niet wat ze allemaal tegen U inbrengen?”
Maar Hij gaf hem geen antwoord, op welk punt dan ook,
zodat de landvoogd hoogst verbaasd was.

De landvoogd was gewoon, bij elk feest één gevangene,
naar keuze van het volk, vrij te laten.
Men had juist een beruchte gevangene, een zekere Barabbas.
Nu zij daar toch bijeen waren sprak Pilatus tot hen:
„Wie wilt ge dat ik u zal vrijlaten,
Barabbas of Jezus die Christus genoemd wordt?”
Hij wist heel goed dat men Hem uit nijd had uitgeleverd.
Terwijl hij op zijn rechterstoel gezeten was
stuurde zijn vrouw hem de boodschap:
„Laat u niet in met deze rechtschapen mens,
want ik heb vannacht in een droom
veel om Hem moeten doorstaan.”
Maar de hogepriester en de oudsten
haalden het volk over Barabbas te kiezen,
en Jezus te doen sterven.
De landvoogd nam weer het woord en sprak tot hen:
„Wie van de twee wilt ge dat ik u vrijlaat?”
Ze zeiden:
„Barabbas !”
Pilatus vroeg hun:
„Wat zal ik dan doen met Jezus, die Christus genoemd wordt?”
Zij riepen allen:
„Aan het kruis met Hem !”
Hij hernam:
„Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan?”
Maar zij schreeuwden nog harder:
„Aan het kruis met Hem !”
Toen Pilatus zag dat hij niets verder kwam
maar dat er veeleer tumult ontstond,
liet hij water brengen en waste ten overstaan van het volk zijn handen
terwijl hij verklaarde:
„Ik ben onschuldig aan het bloed van deze rechtschapen man,
gij moet het zelf maar verantwoorden.”
Heel het volk riep terug:
„Zijn bloed korre over ons en onze kinderen !”
Daarop liet hij, omwille van hen, Barabbas vrij,
maar Jezus liet hij geselen en gaf Hem over om gekruisigd te worden.

Toen namen de soldaten van de landvoogd Jezus mee in het pretorium
en verzamelden de hele afdeling rondom Hem.
Zij trokken Hem zijn kleren uit
en hingen Hem een rode mantel om.
Ook vlochten ze een kroon van doorntakken,
zetten die op zijn hoofd
en gaven Hem een rietstok in de rechterhand.
Dan vielen ze voor Hem op de knieën
en bespotten Hem met de woorden:
„Gegroet, koning der Joden !”
Ze bespuwden Hem,
pakten de rietstok en sloegen Hem op het hoofd.
Nadat zij hun spel met Hem gedreven hadden
ontdeden ze Hem van de mantel,
trokken Hem zijn eigen kleren weer aan
en voerden Hem weg ter kruisiging.
Toen ze de stad uitgingen
ontmoetten ze een Cyreneeër, Simon genaamd
en vorderden hem tot het dragen van Jezus’ kruis.
Gekomen op een plaats die Golgota genoemd wordt
– dat wil zeggen Schedelplaats –
gaven ze Hem met alsem gemengde wijn te drinken;
Hij proefde ervan, maar wilde niet drinken.
Nadat ze Hem gekruisigd hadden
verdeelden ze zijn Ieren onder elkaar, door er om te dobbelen;
en daar neergezeten, bleven ze de wacht bij Hem houden.
Boven zijn hoofd
bracht men een opschrift aan met de reden van zijn veroordeling:
Dit is Jezus, de koning der Joden.
Samen met Hem werden ook twee rovers gekruisigd,
de een rechts, de ander links.
Voorbijgangers hoonden Hem,
terwijl ze het hoofd schudden en zeiden:
„Gij daar, die de tempel afbreekt
en in drie dagen weer opbouwt, red Uzelf;
als Gij de Zoon van God zijt, kom dan van dat kruis af !”
In dezelfde geest zeiden de hogepriesters
met de schriftgeleerden en oudsten spottend:
„Anderen heeft Hij gered, maar zichzelf kan Hij niet redden.
„Hij is toch de koning van Israël
„Laat Hem nu van het kruis afkomen,
dan zullen we in Hem geloven.
„Hij stelt vertrouwen in God;
Laat Die Hem nu bevrijden als Hij behagen in Hem heeft.
„Hij heeft immers gezegd: Ik ben de Zoon van God !”
Zelfs de rovers die samen met Hem gekruisigd waren,
voegden Hem soortgelijke beschimpingen toe.
Vanaf het zesde uur viel er een duisternis over het hele land,
tot aan het negende uur toe.
Omstreeks het negende uur riep Jezus met luide stem uit
„Eli, Eli, lama sabaktani !”
dat wil zeggen:
Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?
Enkelen uit de omstanders, die het hoorden, zeiden:
„Hij roept om Elia!”
Onmiddellijk daarop ging een van hen een spons halen,
drenkte die in zure wijn,
stak ze op een rietstok en bood Hem te drinken.
Maar de anderen zeiden:
„Laat dat! Wij willen eens zien of Elia Hem komt redden.”
Jezus slaakte andermaal een luide kreet
en gaf de geest.
(Hier knielen allen gedurende enige tijd.)

En zie, het voorhangsel van de tempel
scheurde van boven tot onder in tweeën,
de aarde beefde en de rotsen spleten.
De graven gingen open en de lichamen van vele heilige mensen
die ontslapen waren stonden op.
Na zijn verrijzenis kwamen zij uit de graven
en gingen naar de heilige stad waar zij aan velen verschenen.
De honderdman en zij die met hem bij Jezus de wacht hielden,
werden bij het zien van de aardbeving en wat verder gebeurde
door een grote vrees bevangen en zeiden:
„Waarlijk, Hij was een Zoon van God.”
Er waren ook vele vrouwen bij, die op een afstand toekeken;
zij waren Jezus vanuit Galilea gevolgd
om voor Hem te zorgen.
Onder hen bevonden zich Maria Magdalena,
Maria de moeder van Jakobus en Jozef,
en de moeder der zonen van Zebedeus.

Toen het avond was geworden kwam een rijk man,
een zekere Jozef van Arimatéa,
die zich ook als leerling bij Jezus had aangesloten.
Hij was naar Pilatus gegaan
en had om het lichaam van Jezus gevraagd.
Daarop had Pilatus bevolen het te geven.
Jozef nam het lichaam, wikkelde het in een smetteloze lijkwade
en legde het in zijn graf dat hij pas in de rots had laten uithouwen.
Nadat hij een grote steen voor de ingang van het graf gerold had,
ging hij heen.
Maria Magdalena en de andere Maria waren erbij
en zaten tegenover het graf.

De volgende dag, dat is dus na de voorbereidingsdag,
gingen de hogepriesters en Farizeeën
gezamenlijk naar Pilatus en zeiden:
„Heer, wij herinneren ons
dat die bedrieger toen Hij nog leefde gezegd heeft:
Na drie dagen zal Ik verrijzen.
„Geef daarom order
de veiligheid van het graf te verzekeren, tot de derde dag toe;
zijn leerlingen mochten Hem anders eens komen stelen
en aan het volk zeggen:
Hij is van de doden verrezen.
„Dit laatste bedrog zou nog erger zijn dan het eerste.”
Pilatus zei hun:
„Ge kunt een wacht krijgen.
„Neemt dan maar uw veiligheidsmaatregelen
zoals gij u die gedacht hebt.”
Zij gingen heen
en verzekerden de veiligheid van het graf
door de steen te verzegelen en de wacht erbij te plaatsen.

Voorbede

Laten wij bidden tot God onze Vader.

Voor allen die leiding geven aan de Kerk,
dat zij in deze Goede Week met grote liefde
het lijden en sterven van Jezus gedenken.
Laat ons bidden…

Voor mensen die het geloof in Jezus hebben verloren.
Dat zij in de weg naar Hem terug moge vinden.
Laat ons bidden…

Voor allen die getroffen zijn door het corona-virus,
om hoop en genezing;
voor hen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg
dat zij Gods zegen en nabijheid mogen ervaren.
Laat ons bidden…

Voor al onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor

Misintenties

Almachtige eeuwige God,
doe ons beseffen hoe groot uw liefde is voor ieder van ons
en dat Gij met ons zijt
nu wij de kwetsbaarheid van ons bestaan ervaren.
Versterk ons geloof en onze hoop
zodat wij ons vol vertrouwen overgeven
aan uw vaderlijke voorzienigheid.
Door Christus onze Heer.


VIJFDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 28 EN 29 MAART 2020

EERSTE LEZING Ez., 37, 12-14

Uit het boek Ezechiël

Zo spreekt God de Heer: “Ik ga uw graven openen; in massa’s zal Ik u uit uw graven wegvoeren en u brengen naar de grond van Israël. En wanneer Ik dan uw graven geopend heb en u in massa’s zal hebben weggevoerd uit uw graven, zult gij weten dat Ik de Heer ben. Mijn geest zal Ik over u uitstorten en gij zult leven; Ik zal u vestigen op uw eigen grond en gij zult weten dat Ik de Heer ben: Wat Ik zeg, dat volbreng Ik!” Zo luidt de godsspraak van de Heer.

TWEEDE LEZING Rom., 8, 8-11

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Zij die zelfzuchtig leven, kunnen God niet behagen. Maar uw bestaan wordt niet beheerst door de zelfgenoegzaamheid, maar door de Geest, omdat de Geest van God in u woont. Zou iemand de Geest van Christus niet hebben, dan behoort hij Hem niet toe. Als Christus in u is, blijft wel uw lichaam door de zonde de dood gewijd, maar uw geest lééft, En als de Geest van God die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u verblijft.

Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh.11, 1-45

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd was er iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp van Maria en haar zuster Marta. Maria was de vrouw die de Heer met geurige olie had gezalfd en zijn voeten met haar haren had afgedroogd. De zieke Lazarus was haar broer.) De zusters van Lazarus stuurden Jezus de boodschap: “Heer, hij die Gij liefhebt, is ziek.” Toen Jezus dit hoorde, zei Hij: “Deze ziekte voert niet tot de dood, maar is om Gods glorie, opdat de Zoon Gods er door verheerlijkt moge worden.” Jezus hield veel van Marta, haar zuster en Lazarus. Toen Hij dan ook hoorde dat Lazarus ziek was, bleef Hij weliswaar nog twee dagen ter plaatse, maar daarna zei Hij tot zijn leerlingen: “Laat ons weer naar Judea gaan.” (De leerlin¬gen zeiden: “Rabbi, nog pas probeerden de Joden U te stenigen en gaat Gij er nu weer heen?” Jezus antwoordde: “Heeft de dag geen twaalf uren? Overdag kan iemand gaan zonder zich te stoten, omdat hij het licht van deze wereld ziet. Maar gaat iemand ‘s nachts dan stoot hij zich, omdat het licht niet in hem is.” Zo sprak Hij. En Hij voegde er aan toe: “Onze vriend Lazarus is ingeslapen, maar Ik ga er heen om hem te wekken.” Zijn leerlingen merkten op: “Heer, als hij slaapt, zal hij beter worden.” Jezus had echter van zijn dood gesproken, terwijl zij meenden dat Hij over de rust van de slaap sprak. Daarom zei Jezus hun toen ronduit: “Lazarus is gestorven, en omwille van u verheug Ik Mij dat Ik er niet was, opdat gij moogt geloven. Maar laat ons naar hem toegaan.” Toen zei Tomas, bijgenaamd Didymus, tot zijn medeleerlingen: “Laten ook wij gaan om met Hem te sterven.”) Bij zijn aankomst bevond Jezus dat Lazarus al vier dagen in het graf lag. (Betanië nu was dichtbij Jeruza¬lem, op een afstand van ongeveer drie kilometer. Vele Joden waren dan ook naar Marta en Maria gekomen om hen te troosten over het verlies van hun broer.) Zodra Marta hoorde dat Jezus op komst was, ging zij Hem tegemoet; Maria echter bleef thuis. Marta zei tot Jezus: “Heer, als Gij hier waart geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn. Maar zelfs nu weet ik dat wat Gij ook aan God vraagt, God het U zal geven.” Jezus zei tot haar: “Uw broer zal verrijzen.” Marta antwoordde: “Ik weet dat hij zal verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag.” Jezus zei haar: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit?” Zij zei tot Hem: “Ja, Heer, ik geloof vast dat Gij de Messias zijt, de Zoon Gods, die in de wereld komt.” (Na deze woor¬den ging zij haar zuster Maria roepen en zei zachtjes: “De Meester is er en vraagt naar je.” Zodra Maria dit hoorde, stond zij vlug op en ging naar Hem toe. Jezus was nog niet in het dorp aangekomen, maar bevond zich nog op de plaats waar Marta Hem ontmoet had. Toen de Joden die met Maria in huis waren om haar te troosten, haar plotseling zagen opstaan en weggaan, volgden zij haar in de mening dat zij naar het graf ging om daar te wenen. Toen Maria op de plaats kwam waar Jezus zich bevond, viel zij Hem te voet zodra zij Hem zag en zei: “Heer, als Gij hier waart geweest zou mijn broer niet gestorven zijn.” Toen Jezus haar zag wenen, en eveneens de Joden die met haar waren meegekomen, doorliep Hem een huivering) en diep ontroerd sprak Jezus: “Waar hebt gij hem neergelegd?” Zij zeiden Hem: “Kom en zie, Heer.” Jezus begon te wenen, zodat de Joden zeiden: “Zie eens hoe Hij van hem hield.” Maar sommigen onder hen zeiden: “Kon Hij, die de ogen van een blinde opende, ook niet maken dat deze niet stierf?” Bij het graf gekomen overviel Jezus opnieuw een huivering. Het was een rotsgraf en er lag een steen voor. Jezus zei: “Neemt de steen weg.” Marta, de zuster van de gestorvene, zei Hem: “Hij riekt al, want het is reeds de vierde dag. Jezus gaf haar ten antwoord: “Zei Ik u niet, dat als gij gelooft ge Gods heerlijk¬heid zult zien?” Toen namen ze de steen weg. Jezus sloeg de ogen ten hemel en sprak: “Vader, Ik dank U dat Gij Mij verhoord hebt. Ik wist wel, dat Gij Mij altijd verhoort, maar omwille van het volk rondom Mij heb Ik dit gezegd, opdat zij mogen geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.” Na deze woorden riep Hij met luide stem: “Lazarus, kom naar buiten !” De gestorvene kwam naar buiten, voeten en handen met zwachtels gebonden en met een zweetdoek om zijn gezicht. Jezus beval hun: “Maakt hem los en laat hem gaan.” Vele Joden, die naar Maria waren gekomen en zagen wat Hij gedaan had, geloofden in Hem.

Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Met Marta en Maria
willen ook wij ons biddend tot de Heer richten:

Voor onze Odaparochie op weg naar Pasen.
Wij bidden om moed en kracht om te leven vanuit
het geloof dat wij met ons doopsel hebben ontvangen.
Dat wij God en de naaste liefhebben en dienen.
Laat ons bidden…

Voor jongeren in ontwikkelingslanden
die door armoede geen onderwijs kunnen volgen.
Mogen zij kansen krijgen op scholing en training
en zicht krijgen op een mooie toekomst.
Laat ons bidden…

Voor allen die getroffen zijn door het corona-virus,
om hoop en genezing;
voor hen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg
dat zij Gods zegen en nabijheid mogen ervaren.
Laat ons bidden…

Voor alle zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
dat zij met Lazarus mogen delen in het nieuwe leven
dat ons is toegezegd;
en vandaag bidden we met name voor

Misintenties

Bidden we in stilte voor onze persoonlijke intenties

Laat ons bidden…

Almachtige eeuwige God,
doe ons beseffen hoe groot uw liefde is voor ieder van ons
en dat Gij met ons zijt
nu wij de kwetsbaarheid van ons bestaan ervaren.
Versterk ons geloof en onze hoop
zodat wij ons vol vertrouwen overgeven
aan uw vaderlijke voorzienigheid.
Door Christus onze Heer.