Schriftlezingen van de zondag – Archief

De schriftlezingen van de vieringen in 2021 zijn via deze link te bekijken.

DERTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 25 en 26 JUNI 2022

EERSTE LEZING 1 Kon., 19, 16b. 19-21

Uit het eerste boek der Koningen

In die dagen zei de Heer tot Elia: “Gij moet Elisa, de zoon van Safat zalven tot uw opvolger als profeet.” Elia vertrok en trof Elisa, de zoon van Safat, terwijl die aan het ploegen was. Twaalf koppels ossen gingen voor hem uit; hijzelf bevond zich bij het twaalfde. Toen Elia langs kwam, wierp hij Elisa zijn mantel toe. Elisa liet de ossen in de steek, liep Elia achterna en zei: “Laat mij eerst afscheid nemen van mijn vader en mijn moeder; dan zal ik u volgen.” Hij antwoordde hem: “Ga maar weer terug; heb ik je soms tot iets verplicht?” Hierop ging Elisa naar de ossen terug, slachtte er twee, kookte het vlees op het hout van de jukken en gaf het aan het werkvolk te eten. Daarna vertrok hij, volgde Elia en werd zijn dienaar.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 16

Refrein: De Heer is mijn erfdeel.

Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht; Gij zijt mijn Heer, ik erken het.
De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker, Hij heeft mijn lot in zijn hand.

Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft, Hij spreekt ook des nachts in mijn hart. Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer, ik val niet, want Hij staat naast mij.

Daarom ben ik vrolijk en blij van geest, daarom kan ik rustig gaan slapen. Mijn ziel Iaat Gij niet aan het dodenrijk over, Gij levert uw dienaar niet uit aan het graf.

Gij zult mij de weg van het leven wijzen om heel mijn vreugde te vinden bij U,
bestendig geluk aan uw zijde.

TWEEDE LEZING Gal., 5, 1 13-18

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten

Broeders en zusters, Voor de vrijheid heeft Christus ons gemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weer het slavenjuk opleggen. Gij werdt geroepen om vrije mensen te zijn. Misbruikt echter de vrijheid niet als voorwendsel voor de zelfzucht; dient elkaar in liefde. Want de hele wet is vervat in dit éne gebod: “Bemin uw naaste als uzelf.” Maar als ge elkaar blijft bijten en klauwen vrees ik dat ge elkaar op de duur zult verslinden. Ik bedoel dit: leeft naar de Geest, dan zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht dicteert. Wat de zelfzucht wil, strijdt met de Geest, en omgekeerd, het verlangen van de Geest komt in botsing met het egoïsme. Die twee liggen met elkaar overhoop zodat ge niet kunt doen wat ge zoudt willen doen. Maar als ge u door de Geest laat leiden, staat ge niet onder de wet.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc 9 51-62

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling naderden, aanvaardde Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem en zond boden voor zich uit. Deze kwamen op hun tocht in een Samaritaans dorp om er zijn verblijf voor te bereiden. Maar de Samaritanen ontvingen Hem niet, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was. Toen de leerlingen Jakobus en Johannes dit gewaar werden vroegen ze: “Heer, wilt Gij dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen ?” Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht. Daarop vertrokken zij naar een ander dorp. Terwijl zij onderweg waren zei iemand tot Hem: “Ik zal u volgen, waar Gij ook heen gaat.” Jezus sprak tot hem: “De vossen hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten.” Tot een ander sprak Hij: “Volg Mij.” Deze vroeg: “Heer, laat mij eerst terug gaan om mijn vader te begraven.” Jezus zei tot hem: “Laat de doden hun doden begraven; maar gij, ga heen en verkondig het Rijk Gods.” Weer een ander zeide: “Ik zal U volgen, Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten. Tot hem sprak Jezus: “Wie de hand aan de ploeg slaat maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij eensgezind bidden tot God onze Vader.

Voor alle christenen, geroepen om Christus na te volgen:
dat zij elkaar tot zegen zijn;
en elkaar helpen om de weg van het geloof te gaan.
Laat ons bidden…

Voor mensen die lijden aan het leven.
Voor hen die verloren lopen.
Voor allen gebukt gaan onder het geweld van oorlog en terreur.
Voor hen die leven in gebieden die getroffen zijn
door het geweld van de natuur.
Laat ons bidden…

Laten wij vandaag ook bidden voor
allen die niet in Christus geloven:
Dat zij met een oprecht hart ingaan op wat goed is
en eenmaal bij Gods liefde uitkomen.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die ons gebed gevraagd hebben.
Voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor:
Misintenties…
In een moment van stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart…

God, Vader, luister naar het eensgezinde gebed
van onze geloofsgemeenschap.
Schenk uw Geest van eenheid en verbondenheid
opdat allen mogen leven in uw liefde.
Door Christus onze Heer.


SACRAMENTSDAG 18 en 19 juni 2022

EERSTE LEZING Gen., 14,18-20

Uit het boek Genesis
In die dagen bood Melchisedek, de koning van Salem, Abram brood en wijn aan. Daar hij priester was van de Allerhoogste God, zegende hij hem met deze woorden: “Gezegend zij Abram door de Allerhoogste God, die de hemel en de aarde gemaakt heeft, en gezegend zij de Allerhoogste God die uw vijand aan u heeft overgele¬verd!” En Abram gaf hem van alles een tiende deel.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 100

Refrein: Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisédek

De Heer sprak tot mijn heer; zit aan mijn rechterhand; Ik leg uw vijanden als voetbank voor uw voeten. Uit Sion reikt de Heer de scepter van uw macht;
„regeer te midden van uw tegenstanders.

Uw volk staat om u heen in blanke wapenrusting, de jongemannen op het veld als morgendauw. Gezworen heeft de Heer, het zal Hem niet berouwen:
Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisédek.

TWEEDE LEZING 1 Kor., 11, 23-26

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
Broeders en zusters, Zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven: dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam en na gedankt te hebben het brak en zei: “Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.” Zo ook nam Hij na de maaltijd de beker met de woorden: “Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit elke keer dat gij hem drinkt tot mijn gedachtenis.” Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt verkondigt gij de dood des Heren totdat Hij wederkomt.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 9, 11b -17

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd sprak Jezus tot de menigte over het Rijk Gods; en wie genezing nodig hadden genas Hij. Toen de dag ten einde begon te lopen kwamen de twaalf naar Hem toe en zeiden: “Stuur de mensen weg; dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om daar onderdak te vinden, want hier zijn we op een eenzame plek.” Maar Hij antwoordde: “Geeft gij hun maar te eten”. Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen, zeiden ze; of we zouden voor al dat volk eten moeten gaan kopen.” Er waren naar schatting wel vijfduizend mannen. Hij gelastte nu zijn leerlingen: “Laat ze gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig. Dat deden ze en ze lieten allen plaats nemen. Daarop nam Hij de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, sprak er de zegen over uit, brak ze en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte voor te zetten. Allen aten tot ze verzadigd waren en wat zij overhielden haalde men op, twaalf korven met brokken.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij tot onze Heer en Verlosser Jezus Christus bidden.
Hij heeft dit uur voor ons zijn heilige Tafel van genade bereidt.

Heer Jezus Christus, U bent het Brood van het Leven.
Breek de verdeeldheid tussen alle christelijke kerken en gemeenschappen
en breng alle christenen in eenheid samen.
Laat ons bidden…

U heeft met uw apostelen het Laatste Avondmaal gevierd.
Versterk het geloof en het vertrouwen van allen
die uw Woord horen
en het Brood uit de hemel ontvangen.
Laat ons bidden…

U geeft ons uw Lichaam en Bloed als voedsel voor ons leven.
Schenk aan allen die in onze wereld honger lijden hun dagelijks brood.
Sterk de arme en geef moed aan de moedeloze.
Laat ons bidden…

U sterkt ons met uw Lichaam en Bloed
Wij bidden U om kracht voor onze zieken
en om het eeuwig leven voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor…

Bidden we een moment in stilte voor onze eigen intenties….

Heer Jezus,
wij danken U voor de grote gave van de heilige Eucharistie.
Dat wij door onze deelname aan deze maaltijd
barmhartig zijn zoals uw Vader. Amen.


FEEST VAN DE H. DRIE-EENHEID 11 en 12 JUNI 2022

EERSTE LEZING Spr., 8, 22-31

Uit het boek der Spreuken

Zo spreekt de Wijsheid van God: De Heer schiep mij voor al het bestaande, voor al wat Hij vanouds gemaakt heeft. Van eeuwigheid ben ik gevormd, lang voor het begin der aarde. Toen er nog geen oceanen waren, was ik reeds geboren, voor er bronnen waren, overstromend van water. Voordat de bergen geplaatst werden, en voor de heuvels, werd ik geboren. De aarde had Hij nog niet geschapen met haar vlakten, noch ook de kostbare grondstoffen in haar schoot. Toen Hij de hemel grondvestte was ik erbij, en toen Hij een kring trok rond de wereldzee. Toen Hij de wolken boven bevestigde, en de bronnen aanbracht in de diepte, toen Hij de zee haar grenzen wees, opdat het water zijn oevers niet te buiten zou gaan, toen Hij de fundamenten legde voor de aarde, was ik aan de zijde van de Kunstenaar, en was ik zijn troetelkind, dag voor dag, en speelde ik aldoor voor zijn aangezicht. Ik speelde over het oppervlak van zijn aarde, en het was me een genot bij de mensen te zijn.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 8
Refrein: Heer, onze Heer, hoe ontzagwekkend is uw Naam op aarde !

Als ik naar de hemel kijk, het kunstwerk van uw vingers, als ik maan en sterren zie, die Gij daar hebt gezet. Ach, wat is de mens dan, dat Gij naar hem omziet,
‘t mensenkind, dat Gij zo voor hem zorgt?

Niet veel minder dan een engel hebt Gij hem geschapen, hem omkleed met schoonheid en met pracht. Heel uw schepping aan hem onderworpen, alles aan zijn voeten neergelegd.

Runderen en schapen overal, ook de wilde dieren op de velden. Vogels in de lucht en vissen in de zee, al wat wemelt in de oceanen.

TWEEDE LEZING Rom., 5, 1-5

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de chris¬tenen van Rome

Broeders en zusters, gerechtvaardigd door het geloof leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. Hij is het die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen op onze hoop op de heerlijkheid Gods. Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, volharding tot beproefde deugd en deze weer tot hoop. En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 16, 12-15

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In zijn afscheidsrede zei Jezus tot zijn leerlingen: “Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu nog niet dragen. Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen. Hij zal niet uit zichzelf spreken maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Daarom zei Ik dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. AI wat de Vader heeft is het Mijne.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij nu bidden tot God, Vader, Zoon en heilige Geest.

Wij bidden voor allen die zich inzetten voor de komst van Gods Rijk.
Dat zij de moed niet verliezen
wanneer zij stuiten op onbegrip, ongeloof of afwijzing.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor allen die zich inzetten voor een betere samenleving.
Geef dat zij mogen slagen in hun inzet.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor hen die in hun geloof worden beproefd.
Dat zij mogen ervaren dat God hen niet in de steek laat.
Laat ons bidden…

We bidden voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis,
verpleeghuis of bijna-thuis huis
Om kracht en sterkte voor hen
en voor de mensen die zorg om hen hebben.
Laat ons bidden…

Voor onze dierbare overledenen, met name voor…
Misintenties…

God, onze Vader,
Gij alleen zijt onze toevlucht en onze kracht.
Geef dat wij moedig blijven getuigen van uw Blijde Boodschap.
Zend ons in de naam van Jezus Christus,
uw Zoon en onze Heer.

VOORBEDE (Antoniusviering)

Laten wij nu bidden tot God, Vader, Zoon en heilige Geest
op voorspraak van de heilige Antonius.

Voor alle vrienden van Jezus;
dat ze elkaar helpen en vriend zijn van iedereen.
Dat ze steeds meer op Jezus lijken.
Laten wij bidden…

Wij bidden voor alle mensen die voor ons zorgen
voor onze familie
en iedereen
die een speciaal plekje heeft in ons hart.
Laten wij bidden…

Wij bidden voor de kinderen die afgelopen tijd gedoopt zijn,
voor de kinderen die hun eerste Communie hebben ontvangen
en voor de tieners die gevormd zijn,
dat zij met de hulp van Vader, Zoon en heilige Geest
uit mogen groeien
tot mensen van geloof, hoop en liefde; een zegen voor de wereld.
Laat ons bidden…

We bidden voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis,
verpleeghuis of bijna-thuis huis
Om kracht en sterkte voor hen
en voor de mensen die zorg om hen hebben.
Laat ons bidden…

Voor onze dierbare overledenen, met name voor…

God, onze Vader,
Gij alleen zijt onze toevlucht en onze kracht.
Geef dat wij moedig blijven getuigen van uw Blijde Boodschap.
Zend ons in de naam van Jezus Christus,
uw Zoon en onze Heer.


FEEST VAN MARIA, MOEDER VAN DE KERK
TWEEDE PINKSTERDAG 6 juni 2022

Eerste lezing Hand., 1, 12-14

Uit de Handelingen der Apostelen

Nadat Jezus ten hemel was opgenomen keerden de apostelen van de Olijfberg naar Jeruzalem terug. Deze berg ligt dichtbij Jeruzalem op sabbatsafstand. Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartholomeus en Matteüs, Jakobus, zoon van Alfeüs, Simon de IJveraar en Judas, de broer van Jakobus. Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 87

Refrein:
Hoe groots is wat er van u wordt gezegd,
Jeruzalem, stad van God.

Zijn stad op de heilige bergen: de Heer heeft haar lief.
De poorten van Sion veel meer dan alle tenten van Jakob.

Hoe groots is het wat er van u wordt gezegd, Jeruzalem, stad van God.
Zij zullen dan zeggen: “Mijn moeder is zij, uit haar zijn wij allen geboren.”
En Hij zal het zelf verklaren, de Allerhoogste, de Heer.

Hij zal in het boek der volkeren schrijven: Ook dezen horen daar thuis.
Dan zullen zijn dansen en zingen: “De bron van ons leven zijt Gij!”

Evangelie Joh. 19, 25-34

Uit het evangelie volgens Johannes

In die tijd stonden bij Jezus’ kruis zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad zei Hij tot zijn moeder: “Vrouw, zie daar uw zoon.” Vervolgens zei Hij tot de leerling: “Zie daar uw moeder.” En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis. Aangezien het voorbereidings-dag was en de Joden niet wilden dat de lichamen op sabbat aan het kruis bleven – het was bovendien een grote sabbat – vroegen zij aan Pilatus verlof de benen van de gekruisigden te breken en hen weg te nemen. Daarom kwamen de soldaten en sloegen zowel bij de ene als bij de andere die met Hem gekruisigd waren de benen stuk. Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen dat Hij reeds dood was sloegen zij Hem de benen niet stuk, maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans; terstond kwam er bloed en water uit.
Zo spreek de Heer.

Voorbede

Bidden wij op voorspraak van Maria, de Moeder van de Kerk,
tot God onze Vader:

Voor Paus Franciscus, de bisschoppen en alle herders van de Kerk.
Dat zij met liefde over de wereldwijde geloofsgemeenschap waken
en velen het geloof binnen leiden.
Laat ons bidden…

Voor alle gelovigen.
Dat zij de beloften van hun doopsel niet verwaarlozen,
maar naar de aansporing van Maria
doen wat de Heer van hun vraagt.
Laat ons bidden…

Voor ons allen.
Dat deze viering van Maria’s Moederschap over de Kerk
ons sterkt in ons geloven, hopen en liefhebben.
Dat wij de eenheid onder elkaar bewaren
en elkaar tot troost en steun zijn.
Laat ons bidden…

Voor allen die lijden onder het oorlogsgeweld in Oekraïne.
Voor onze zieken en voor allen de rekenen op ons gebed.
Voor onze dierbare overledenen, met name voor…

In een moment van stilte bidden we voor onze persoonlijke intenties.

God, altijd blijft Gij bezig
uit alle naties U een volk bijeen te brengen
dat in de Geest tot eenheid groeit.
Geef dat uw kerk, trouw aan haar zending
en onder de voorspraak van de H. Maagd Maria,
altijd samen met de mensheid optrekt
als het zuurdeeg en de ziel in de menselijke samenleving
die in Christus vernieuwd
en tot Gods eigen gezin herschapen moet worden.
Door Christus onze Heer.


PINKSTEREN 4 en 5 juni 2022

EERSTE LEZING Hand.2,1-11

Uit de Handelingen van de Apostelen

Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liep het volk te hoop en tot zijn verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: “Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 104

Refrein:
Zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven,
dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, wat zijt Gij groot, Heer mijn God!
Hoe veel is het wat Gij gedaan hebt, Heer, de aarde is vol van uw schepsels.

Neemt Gij hun geest weg, dan komen zij om, en keren terug tot de aarde.
Maar zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.

De roem van de Heer blijve eeuwig bestaan, Hij einde zijn vreugde in al zijn schepsels; Mogen mijn woorden Hem aangenaam zijn, dan zal ik mij in de Heer verheugen.

TWEEDE LEZING Rom., 8, 8-17

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, zij die zelfzuchtig leven, kunnen God niet behagen. Maar uw bestaan wordt niet beheerst door de zelfgenoegzaamheid, maar door de Geest, omdat de Geest van God in u woont. Zou iemand de Geest van Christus niet hebben, dan behoort hij Hem niet toe. Als Christus in u is, blijft wel uw lichaam door de zonde de dood gewijd, maar uw geest lééft, dank zij de gerechtigheid. En als de Geest van God die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u verblijft. Broeders en zusters, wij hebben dus verplichtingen maar niet aan onszelf, om zelfgenoegzaam te leven. Als gij zelfzuchtig leeft, zult gij zeker sterven. Maar als gij door de Geest de praktijken van de zelfzucht versterft zult gij leven. Allen die zich laten leiden door de Geest van God zijn kinderen van God. De geest die gij ontvangen hebt is er niet een van slaafsheid die u opnieuw vrees zou aanjagen. Gij hebt de geest van het kindschap ontvangen die ons doet uitroepen: „Abba, Vader!” De Geest zelf bevestigt het getuigenis van onze geest dat wij kinderen zijn van God. Maar als wij kinderen zijn dan zijn wij ook erfgenamen, en wel erfgenamen van God, te zamen met Christus, daar wij delen in zijn lijden om ook te delen in zijn verheerlijking.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 14, 15-16. 23b-26

Uit heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: „Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven. Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen. Wie Mij niet liefheeft onderhoudt mijn woorden niet; en het woord dat gij hoort is niet van Mij maar van de Vader die Mij gezonden heeft. Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben, maar de Helper, de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles Ieren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE
Ook over ons wil de Vader zijn heilige Geest uitstorten.
Daarom mogen wij vol vertrouwen bidden om zijn zevenvoudige gave:

Kom heilige Geest, en schenk uw gaven van wijsheid en verstand
aan de herders van de Kerk.
Dat zij ons blijven voorgaan in de liefde voor Gods Naam.
Laat ons bidden…

Kom heilige Geest, en schenk uw gaven van kennis en ontzag
aan hen die ons land besturen.
Open hun ogen voor gerechtigheid en vrede
en laat hen zorg dragen voor uw schepping. Laat ons bidden…

Kom heilige Geest, en beziel de jongeren in onze parochie,
die het sacrament van het vormsel mochten ontvangen.
Laat ons bidden…

Kom heilige Geest, en schenk uw gave van sterkte
aan hen die bedroefd zijn, aan hen die ziek zijn
of op welke wijze ook te lijden hebben. Laat ons bidden…

Kom heilige Geest,
en schenk uw vriendelijkheid, goedheid en ingetogenheid aan ons allen.
Beziel onze parochiegemeenschap en
beziel al onze Nederlandse missionarissen. Laat ons bidden…

We bidden voor onze dierbare overledenen, met name voor…

In een moment van stilte leggen we voor aan God
wat er leeft in ons eigen hart.

Almachtige eeuwige God,
Gij hebt ons op het gebed van uw Zoon
de Geest van de waarheid gegeven,
de Helper die voor altijd bij ons zal zijn;
Wij vragen U: laat ons trouw zijn aan de Heilige Geest
die wij ontvangen hebben en maak ons tot waarachtige getuigen
van de verrijzenis.
Door Christus onze Heer.


ZEVENDE ZONDAG VAN PASEN 28 EN 29 MEI 2022

EERSTE LEZING Hand. 7, 55-60

Uit de Handelingen der Apostelen

In die dagen staarde Stefanus, vervuld van de heilige Geest, naar de hemel en zag Gods heerlijkheid en Jezus staande aan Gods rechterhand; en hij riep uit: „Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.” Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopten hun oren toe en stormden als één man op hem af. Zij sleepten hem buiten de poort en stenigden hem. De getuigen legden hun mantels neer aan de voeten van een jongeman die Saulus heette. Terwijl zij Stefanus stenigden bad hij: „Heer Jezus, ontvang mijn geest.” Toen viel hij op zijn knieën en riep met luide stem: „Heer, reken hun deze zonde niet aan.” Na deze woorden ontsliep hij.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 97

Refrein: De Heer is koning, Hij is de allerhoogste

De Heer is koning, de aarde mag juichen, blij zijn de landen rondom de zee. Donkere wolken vormen zijn lijfwacht, recht en gerechtigheid dragen zijn troon.

De hemel verkondigt zijn heiligheid en alle volken aanschouwen zijn glorie. Voor Hem werpen alle goden zich neer; de Sion verneemt het met vreugde.

Want heel de aarde staat onder uw macht, Gij zij de hoogste der goden.

TWEEDE LEZING Openbaring 22,12-14.16-17.20

Uit de openbaring van de heilige apostel Johannes

Ik, Johannes hoorde een stem, die tot mij sprak: “Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon breng Ik mee om ieder te vergelden naar zijn werk. “Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, de Oorsprong en het Einde. Zalig zij die hun kleren rein wassen. Zij zullen recht krijgen op de boom des levens en door de poorten mogen ingaan in de Stad. Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze openbaringen aangaande de kerken bekend te maken. Ik ben de Wortel uit het geslacht van David, de stralende Morgenster. De Geest en de Bruid zeggen: “Kom!” Laat wie het hoort zeggen: “Kom!” Wie dorst heeft kome. Wie wil, neme het water des levens, om niet. Hij die dit alles waarborgt, spreekt: “Ja, Ik kom spoedig.” Amen. Kom, Heer Jezus!
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 17, 20-26

Uit het evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad: „Heilige Vader, niet alleen voor hen bid Ik maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U; dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt. Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij één zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden en hen hebt liefgehad zoals Gij Mij hebt liefgehad. Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt met Mij mogen zijn waar Ik ben, opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt daar Gij Mij lief hebt gehad vóór de grondvesting van de wereld. Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, Ik heb U erkend, en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt. Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad in hen moge zijn en Ik in hen.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Heer, onze God, op weg naar Pinksteren
zijn wij hier biddend en hoopvol bij U,
en vragen om de komst van uw heilige Geest.

Wij bidden voor Paus Franciscus,
onze bisschoppen, priesters, diakens, religieuzen
en voor alle vrouwen en mannen die werkzaam zijn in het pastoraat.
Om het vuur van Gods Geest bij de verkondiging van het evangelie.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor alle christenen op weg naar Pinksteren.
Dat zij in vrede en met vreugde de Blijde Boodschap
zichtbaar maken in onze wereld.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor onze aarde en allen die het land bewerken;
dat het land goede vruchten mag voortbrengen,
en voedsel geeft voor al wat leeft.
Laat ons bidden…

We bidden voor het welzijn van onze eigen Odaparochie,
voor onze zieken,
en voor allen die rekenen op ons gebed.
We bidden voor onze dierbare overledenen,
met name voor…

In een moment van stilte leggen we aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

Kom, heilige Geest,
vervul de harten van uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Zend uw Geest uit
en alles zal herschapen worden;
En Gij zult het aanschijn van de aarde vernieuwen.
Door Christus onze Heer. Amen


HEMELVAARTSDAG 26 mei 2022

EERSTE LEZING (Hand.1,1-11)

Uit de Handelingen der Apostelen.
Mijn eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft tot aan de dag, waarop Hij zijn opdracht gaf aan de Apostelen die Hij door de Heilige Geest had uitgekozen, en waarop Hij ten hemel werd opgenomen. Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen dat Hij in leven was. Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het Rijk Gods. Terwijl Hij met hen at beval Hij hun Jeruza¬lem niet te verlaten, maar de belofte van de Vader af te wachten die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt: “Johan¬nes doopte met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de Heilige Geest.” Terwijl zij eens bijeengekomen waren stelden zij Hem de vraag: “Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?” Maar Hij gaf hun ten antwoord: “Het komt U niet toe dag en uur te kennen die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld. Maar gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest die over U komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde.” Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhoog geheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden, stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen die zeiden: “Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? “Deze Jezus die van U is weggenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 47

Refrein: God stijgt ten troon onder luid gejuich,
de Heer met geschal van bazuinen.

Alle volkeren, klapt in de handen, jubelt voor God met blij geroep.
Want groot is de Heer en alom geducht, een machtig vorst over heel de aarde.

God stijgt ten troon onder luid gejuich, de Heer met geschal van bazuinen.
Zingt nu voor God, Iaat klinken uw zang, voor onze koning een loflied

Koning is God over heel de aarde, zingt dus een psalm voor Hem.
Koning is God over alle naties, zetelend op zijn heilige troon.

TWEEDE LEZING (Ef.1,17-23)

Uit de brief van de Heilige Apostel Paulus aan de christenen van Efeze.

Broeders en zusters, Ik smeek de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, U de Geest te geven van wijsheid en openbaring om Hem waarachtig te kennen. Moge Hij Uw innerlijk oog verlichten om te zien, hoe groot de hoop is waartoe hij U roept, hoe rijk de heerlijkheid van zijn erfdeel te midden der heiligen en hoe overgroot zijn macht is in ons die geloven. Dezelfde sterkte en kracht heeft Hij betoond in Christus, toen Hij Hem opwekte uit de dood en zette aan zijn rechterhand in de hemelen, hoog boven alle heer-schappijen, machten, krachten en hoogheden en boven elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze maar ook in de toekomstige tijd. Alles heeft God onder zijn voeten gelegd, en Hemzelf, verheven boven alles, heeft Hij als Hoofd gegeven aan de kerk die zijn lichaam is, de volheid van Hem, die het al in alles vervult.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE (Lc. 24,46-53)

Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Zó spreken de Schriften over het lijden en het sterven van de Messias en over zijn verrijzenis uit de doden op de derde dag; over de verkondiging onder alle volkeren, van de bekering en de vergiffenis der zonden in zijn Naam. Te beginnen met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen. Daarom zend Ik tot u wat door mijn Vader beloofd is; blijft dus in de stad totdat gij uit den hoge met kracht zult zijn toegerust.” Nu leidde Hij hen naar buiten tot bij Bethanië; Hij hief de handen omhoog en zegende hen. En terwijl Hij hen zegende verwijderde Hij zich van hen en Hij werd ten hemel opgenomen. Zij aanbaden Hem en keerden met grote blijdschap naar Jeruzalem terug. Zij hielden zich voortdurend op in de tempel en zij verheerlijkten God.
Zo spreekt de Heer

VOORBEDE

Laat ons bidden tot God,
die steeds bereid is om naar ons te luisteren
en ons te geven wat wij nodig hebben.

Gij zijt dicht bij ons
wanneer wij door woord en voorbeeld getuigen van Uw Zoon.
Geef dat wij uw Blijde Boodschap van liefde en vergeving
verkondigen en voorleven.
Laat ons bidden…

Gij zijt dicht bij ons
nu wij hier samenzijn in uw Naam.
Geef dat wij ons daadwerkelijk inzetten
voor de komst van uw Rijk midden onder ons.
Laat ons bidden…

Gij zijt dicht bij ons wanneer wij samen tot U bidden.
Geef ons een groot vertrouwen in de kracht van het gebed.
Laat ons bidden…

Gij zijt dicht bij ons,
daarom bidden we vol vertrouwen
voor het welzijn van onze eigen Odaparochie,
voor onze zieken,
en voor allen die rekenen op ons gebed.
We bidden voor onze dierbare overledenen, met name voor…

In een moment van stilte leggen we aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

God van onze Heer Jezus Christus,
Vader der heerlijkheid,
Gij hebt uw Zoon, verheven boven alles,
als Hoofd gegeven aan de Kerk;
Wij smeken U: dat de kracht van zijn heilige Geest
over de leden van de Kerk neerdaalt en hen tot
zijn getuigen maakt tot het uiteinde der aarde.
Door Christus onze Heer.


ZESDE ZONDAG VAN PASEN 21 en 22 MEI 2022

EERSTE LEZING 15, 1-2. 22-29

Uit de Handelingen van de Apostelen
In die dagen verkondigden enige mensen die van Judea waren gekomen, aan de broeders de leer: „Indien ge u niet naar Mozaïsch gebruik Iaat besnijden, kunt ge niet gered worden.” Toen hierover onenigheid ontstond en Paulus en Barnabas in een felle woordenwisseling met hen raakten, droeg men Paulus en Barnabas en enkele andere leden van de gemeente op met deze strijdvraag naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan. Deze besloten samen met de hele gemeente enige mannen uit hun midden te kiezen en met Paulus en Barnabas naar Antiochië te sturen: Judas, bijgenaamd Barsabbas en Silas, mannen van aanzien onder de broeders, en hun het volgende schrijven mee te geven: „De apostelen en de oudsten zenden hun broederlijke groet aan de broeders uit de heidenen in Antiochië, Syrië en Cilicië. „Daar wij gehoord hebben dat sommigen van ons u door woorden in verwarring hebben gebracht en uw gemoederen hebben verontrust, zonder dat ze van ons enige opdracht hadden gekregen, hebben wij eenstemmig besloten enige mannen uit te kiezen en naar u toe te sturen, in gezelschap van onze dierbare Barnabas en Paulus, mensen die zich geheel en al hebben ingezet voor de naam van onze Heer Jezus Christus. “Wij hebben dus Judas en Silas afgevaardigd die ook mondeling hetzelfde zullen overbrengen. „De heilige Geest en wij hebben namelijk besloten u geen zwaardere last op te leggen dan het strikt noodzakelijke: namelijk u te onthouden van spijzen die aan afgoden geofferd zijn, van bloed, van verstikt vlees en van ontucht. „Als gij uzelf daarvoor in acht neemt zal het u goed gaan. „Vaarwel!”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit Psalm 67
Refrein: Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren.

God, wees ons barmhartig en zegen ons, toon ons het licht van uw aanschijn;
Opdat men op aarde uw wegen mag kennen, in alle landen uw heil.

Laat alle naties van vreugde juichen omdat Gij de volken rechtvaardig regeert
en alles op aarde bestuurt.

Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren.
God geve ons zo zijn zegen dat heel de aarde Hem vreest.

TWEEDE LEZING Apok., 21, 10-14.22-23

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes
Een engel bracht mij, Johannes in de geest op een zeer hoge berg en toonde mij de heilige Stad, Jeruzalem, terwijl zij van God uit de hemel neerdaalde, stralend van de heerlijkheid Gods; zij schitterde als het kostbaarste gesteente en als kristalheldere jaspis. De Stad was omringd door een zeer hoge muur met twaalf poorten en aan de poorten stonden twaalf engelen; namen waren daarop gegrift, de namen van de twaalf stammen van Israël. Er waren drie poorten op het oosten, drie op het noorden, drie op het zuiden en drie op het westen. En de stadsmuur had twaalf grondstenen en daarop stonden de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam. Maar een tempel zag ik er niet want God, de Heer, de Albeheerser is haar tempel zoals ook het Lam. En de Stad heeft het licht van zon en maan niet nodig want de luister van God verlicht haar en haar lamp is het Lam.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 14, 23-29

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: „Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen. „Wie Mij niet liefheeft onderhoudt mijn woorden niet; en het woord dat gij hoort is niet van Mij maar van de Vader die Mij gezonden heeft. „Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben, maar de Helper, de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles Ieren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb. „Vrede Iaat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. „Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u. „Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden. „Gij hebt Mij horen zeggen: Ik ga heen maar Ik keer tot u terug. „Als Gij mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga want de Vader is groter dan Ik. „Nu, eer het gebeurt zeg Ik het u, opdat gij, wanneer het gebeurt, zult geloven.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Heer, onze God, wij zijn hier hoopvol en bidden bij U.
Wil luisteren naar onze gebeden:

Bewaar in uw Naam alle christenen, wereldwijd.
Doordring hen met uw Geest en schenk hun de gaven
van geloof, hoop en liefde.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam allen die voor U willen getuigen.
Dat zij in vrede en vreugde
uw gelaat zichtbaar maken in onze wereld.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam onze parochiegemeenschap die hier samen is.
Dat wij ons geloof en onze gaven met elkaar delen
en één van hart U dienen.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam de kinderen uit onze Odaparochie
die hun Eerste Heilige Communie ontvangen.
Wij bidden om geloof en hoop
voor alle gezinnen van onze geloofsgemeenschap.
Laat ons bidden..

Bewaar in uw Naam onze eenzamen, zieken en stervenden.
Verlicht hun lijden en wees hen tot zegen en steun.
Bewaar onze dierbare overledenen.
Vandaag noemen we met name:
misintenties…
In stilte leggen we onze eigen intenties voor aan God…

Almachtige eeuwige God, Gij bemint hen die uw Zoon liefhebben
en zijn geboden onderhouden.
Wij bidden U: zend over ons de Helper,
de Geest van de waarheid
voor wie de wereld niet ontvankelijk is,
en laat deze Geest ons leven bezielen.
Door Christus onze Heer.

VOORBEDE VOOR DE RITA-VIERING IN BOSKANT

Keren wij ons tot God
en bidden wij op voorspraak van de heilige Rita:

Bewaar in uw Naam alle christenen, wereldwijd.
Doordring hen met uw Geest en schenk hun de gaven
van geloof, hoop en liefde.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam onze parochiegemeenschap
die hier samen is om het feest van de heilige Rita te vieren;
Dat wij ons geloof en onze gaven met elkaar delen
en één van hart U dienen.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam de kinderen uit onze Odaparochie
die hun Eerste Heilige Communie ontvangen.
Wij bidden om geloof en hoop
voor alle gezinnen van onze geloofsgemeenschap.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam onze eenzamen, zieken en stervenden.
Verlicht hun lijden en wees hen tot zegen en steun.
Bewaar onze dierbare overledenen.
Vandaag noemen we met name:
misintenties
In stilte leggen we onze eigen intenties voor aan God…

Laat ons bidden:
God, onze Vader, Gij hebt de Heilige Rita zoveel genade geschonken omdat zij vooral Uw Zoon wilde navolgen in liefde en lijden,
waarvan zij de tekens gedragen heeft in haar hart en op haar voorhoofd.
Wij smeken U: geef ons, door de tussenkomst van de Heilige Rita,
de kracht om iedereen lief te hebben
en ons lijden moedig te dragen.
Door Christus onze Heer.
Amen


VIJFDE ZONDAG VAN PASEN 14 en 15 mei 2022

EERSTE LEZING Hand., 14, 21-27

Uit de Handelingen der Apostelen

In die dagen keerden Paulus en Barnabas terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië. Daar bevestigden zij de leerlingen in hun goede gesteldheid, spoorden hen aan in het geloof te volharden en zeiden dat zij door vele kwellingen het Rijk Gods moeten binnengaan. In elke gemeente stelden zij na gebed en vasten oudsten voor hen aan, en vertrouwden hen toe aan de Heer in wie zij nu geloofden. Zij reisden door Pisidië naar Pamfylië, predikten het woord in Perge en bereikten Attalia. Daar gingen ze scheep naar Antiochië vanwaar zij, aan Gods genade toevertrouwd, vertrokken waren naar het werk dat zij volbracht hadden. Na hun aankomst riepen zij de gemeente bijeen en vertelden alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht en hoe Hij voor de heidenen de poort van het geloof had geopend.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 145

Refrein:
U wil ik loven mijn God en Koning,
uw Naam verheerlijken voor altijd.

De Heer is vol liefde en medelijden, lankmoedig en zeer goedgunstig.
De Heer is bezorgd voor iedere mens, barmhartig voor al wat Hij maakte.

Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven.
Zij roemen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij.

Zij maken uw kracht aan de mensen bekend, de pracht van uw koninkrijk.
Uw rijk is een rijk voor alle eeuwen, uw heerschappij geldt voor ieder geslacht.

TWEEDE LEZING Apok., 21, 1-5a

Uit de openbaring van de heilige apostel Johannes

Ik, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer. En ik zag de heilige Stad, het nieuwe Jeruzalem van God uit de hemel neerdalen, schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid. Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon: “Zie hier Gods woning onder de mensen! “Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn. En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn want al het oude is voorbij.” En Hij die op de troon is gezeten sprak: “Zie, Ik maak alles nieuw.”
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 13. 31-33a. 34-35

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot de leerlingen: “Nu is de Mensenzoon verheerlijkt en God is verheerlijkt in Hem. Als God in Hem verheerlijkt is zal God ook Hem in zichzelf verheerlijken, ja, Hij zal Hem spoedig verheerlijken. Kinde¬rtjes, nog maar kort zal Ik bij u zijn. Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

In het besef dat God ons liefheeft
durven wij nu vol vertrouwen
onze vragen en smeekbeden aan Hem voor te leggen.

Bidden wij voor allen die geroepen zijn
om leiding te geven in onze Kerk.
Dat zij hun ambt uitoefenen in dienstbaarheid en liefde.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor de kinderen uit onze Odaparochie
die hun Eerste Heilige Communie ontvangen.
Wij bidden om geloof en hoop
voor alle gezinnen van onze parochie.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor allen die in deze meimaand
een bedevaart maken of een Maria-plaats in onze omgeving bezoeken.
Dat deze pelgrimage hen tot zegen zal zijn.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor onze zieken,
en voor alle mensen die om ons gebed hebben gevraagd.
Bidden we voor onze dierbare overledenen:
misintenties…

In een moment van stilte
bidden we voor onze eigen intenties
Laat ons bidden…

Vader van Barmhartigheid,
Gij weet wat wij nodig hebben.
Aan uw liefde vertrouwen wij ons volledig toe.
Wees voor ons een goede en trouwe God,
alle dagen tot in eeuwigheid.
Amen


VIERDE ZONDAG VAN PASEN 7 en 8 MEI 2022
ZONDAG VAN DE GOEDE HERDER / ROEPINGENZONDAG

EERSTE LEZING Hand., 13, 14. 43-52

Uit de Handelingen der Apostelen

In die dagen reisden Paulus en Barnabas langs Perge naar Antiochie in Pisidie, waar zij op de sabbat de synagoge binnengingen. Na afloop van de dienst in de synagoge liepen vele joden en godvrezende proselieten met Paulus en Barnabas mee; dezen spraken hen toe en drongen er bij hen op aan in de genade van God te volharden. De volgende sabbat kwam bijna de hele stad bijeen om naar het woord van God te luisteren. Bij het zien van die grote menigte werden de Joden zeer afgunstig en beantwoordden de uiteenzetting van Paulus met beschimpingen. Toen verklaarden Paulus en Barnabas in alle vrijmoedigheid: “Tot u moest wel het eerst het woord van God gesproken worden, maar omdat gij het afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig keurt, daarom richten wij ons voortaan tot de heidenen. Want aldus luidt de opdracht van de Heer tot ons: Ik heb u bestemd als een licht voor de heidenen, opdat gij redding zoudt brengen tot aan het uiteinde van de aarde.” Toen de heidenen dit hoorden waren zij verheugd en verheerlijkten het woord van God, en allen die tot het eeuwig leven waren voorbestemd namen het geloof aan. Het woord des Heren verbreidde zich door heel die streek, maar de Joden hitsten de godvrezende vrouwen op die uit de toonaangevende kringen kwamen en ook de voornaamste burgers uit de stad; zij veroorzaakten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en verjoegen hen uit hun gebied. Dezen schudden het stof van hun voeten ten teken dat zij met hen gebroken hadden en gingen naar Ikonium. De leerlingen echter waren vervuld van vreugde en van de heilige Geest.

Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 100

Refrein: Wij zijn Zijn kudde en Zijn volk.

Juicht voor de Heer, alle landen, dient met blijdschap de Heer, treedt onbezorgd voor zijn Aanschijn, waarlijk de Heer is God.

Hij is de Schepper en Meester, wij zijn kudde, zijn volk.
Eindeloos is zijn erbarmen, trouw van geslacht op geslacht.

TWEEDE LEZING Apok.,7,9.14b-17

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes

Ik, Johannes zag een geweldige menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand. Toen zei een van de oudsten tot mij: “Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking, die hun gewaden hebben wit gewassen in het bloed van het Lam. Daarom staan zij voor de troon van God en dienen Hem dag en nacht in zijn tempel, en Hij die op de troon is gezeten zal zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen nooit meer honger of dorst lijden, geen zonnesteek of woestijngloed zal hen treffen, want het Lam in het midden van de troon zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.”

Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 10, 27-30

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en ze volgen Mij. Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven. Mijn Vader immers die ze Mij gegeven heeft is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven. Ik en de vader, Wij zijn één.”

Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

God heeft Jezus aangesteld tot Goede Herder over zijn volk.
Daarom bidden wij vol vertrouwen tot Hem:

Voor Paus Franciscus en alle herders van de Kerk.
Dat zij met liefde over Gods kudde waken.
Heer, moge alle christenen zich verenigen in liefde voor uw Naam.
Laat ons bidden…

Voor de herders van landen en volkeren.
Geef, Heer, dat zij niet uit zijn op eigen voordeel
maar het welzijn van allen nastreven.
Laat ons bidden…

Voor jonge mensen
die hun leven in dienst stellen van God en de mensen
als priester, diaken of religieus.
Heer, moge allen die geroepen en gezonden zijn,
zich verenigen in liefde voor uw Naam.
Laat ons bidden…

Vandaag op Moederdag bidden we speciaal
om zegen over alle moeders;
We bidden voor onze zieken
en voor allen die gevraagd hebben om ons gebed.
Voor onze dierbare overledenen, met name voor
misintenties…

In stilte bidden we nu voor alles wat er leeft
in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Heer, onze God,
met tedere goedheid leidt Gij uw Kerk
breng ons thuis bij U langs de weg
die de Goede Herder ons is voorgegaan,
Christus, onze Heer.
Amen.


DERDE ZONDAG VAN PASEN 30 APRIL/1 MEI 2022

EERSTE LEZING Hand., 5, 27b-32. 40b-41

Uit de Handelingen der Apostelen

In die dagen ondervroeg de hogepriester de apostelen: “Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden in de naam van Jezus onderricht te geven ? Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer. Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen.” Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord: “Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt, aan wie gij u vergrepen hebt door Hem aan het kruis te slaan. Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israël bekering en kwijtschelding van zonden te schenken. Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.” Maar men verbood de apostelen te spreken in de naam van Jezus en stelde hen in vrijheid. Zij verlieten de Hoge Raad, verheugd dat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van Jezus’ naam.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 30
Refrein: U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd.

U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd, Gij hebt mijn vijanden niet laten zegevieren. Heer, uit het dodenrijk hebt Gij mijn ziel verlost, Gij hebt mij losgemaakt van die ten grave dalen.

Bezingt de Heer dan met mij, al zijn vromen, en dankt zijn Naam die hoogverheven is. Zijn toorn duurt kort, maar zijn genade levenslang, de avond brengt geween, de ochtend blijdschap.

Heer, luister en ontferm u over mij, mijn God, sta mij terzijde met uw hulp. Gij hebt mijn rouwklacht in een vreugdedans veranderd, U zal ik loven, Heer mijn God, in eeuwigheid.

TWEEDE LEZING Apok., 5, 11 – 14

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes

Ik, Johannes zag toe en hoorde de stem van talloze engelen rondom de troon en de stem van levende wezens en van de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen; en zij riepen luid: “Waardig is het Lam dat geslacht werd te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de kracht, en eer en heerlijkheid en lof.” En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en in de zee, het ganse heelal hoorde ik roepen: “Aan Hem die gezeten is op de troon en aan het Lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen!” En de vier levende wezens zeiden: “Amen.” En de oudsten vielen in aanbidding neer.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 21, 1-19

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd verscheen Jezus andermaal aan de leerlingen bij het meer van Tiberias. De verschijning verliep als volgt: Er waren bijeen Simon Petrus, Tomas die ook Didymus genoemd wordt, Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeus en nog twee van zijn leerlingen. Simon Petrus zei tot hen: “Ik ga vissen.” Zij antwoordden: “Dan gaan wij mee.” Zij gingen dus op weg en klommen in de boot maar ze vingen die nacht niets. Toen het reeds morgen begon te worden stond Jezus aan het strand, maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. Jezus sprak hen aan: “Vrienden, hebben jullie soms wat vis?” “Neen,” zeiden ze. Toen beval Hij hun: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zult ge iets vangen.” Nadat ze dit gedaan hadden, waren ze niet meer bij machte het net op te halen vanwege de grote hoeveelheid vissen. Daarop zei de leerling van wie Jezus veel hield tot Petrus: “Het is de Heer!” Toen Simon Petrus hoorde dat het de Heer was trok hij zijn bovenkleed aan – want hij droeg slechts een onderkleed – en sprong in het meer. De andere leerlingen kwamen met de boot, want zij waren niet ver van de kust, slechts ongeveer tweehonderd el, en sleepten het net met de vissen achter zich aan. Toen zij aan land waren gestapt, zagen zij dat er een houtskoolvuur was aangelegd met vis erop en brood. Jezus sprak tot hen: “Haalt wat van de vis die gij juist ontvangen hebt.” Simon Petrus ging weer aan boord en sleepte het net aan land. Het was vol grote vissen, honderddrieënvijftig stuks en ofschoon het er zoveel waren, scheurde het net niet. Jezus zei hun: “Komt ontbijten.” Wetend dat het de Heer was durfde geen van de leerlingen Hem vragen: “Wie zijt Gij ?” Jezus trad dichterbij, nam het brood en gaf het hun en zo ook de vis. Dit was nu de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen sinds Hij uit de doden was opgestaan. Na het ontbijt zei Jezus tot Simon Petrus: “Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben?” Hij antwoordde: “Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin.” Jezus zei hem: “Weid mijn lammeren.” Nog een tweede maal zei Hij tot hem: “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?” En deze antwoordde: “Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin. Jezus hernam: “Hoed mijn schapen.” Voor de derde maal vroeg Hij: “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?” Nu werd Petrus bedroefd, omdat Hij hem voor de derde maal vroeg: Hebt ge Mij lief? en hij zeide Hem: “Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U bemin. Daarop zei Jezus hem: “Weid mijn schapen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen ge jong waart deedt ge zelf uw gordel om en gingt waarheen ge wilde, maar wanneer ge oud zijt zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt.” Hiermee zinspeelde Hij op de dood waardoor Hij God zou verheerlijken. En na deze woorden zei Hij hem: “Volg Mij.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Pr: Bidden wij tot de God die in Zijn barmhartigheid altijd naar ons luistert

Voor paus Franciscus, de opvolger van Petrus,
en voor alle verkondigers van het evangelie
sta hen bij
en open door de verkondiging van de Blijde Boodschap
de harten van velen.
Laat ons bidden…

Voor allen die in deze dagen stilstaan
bij hen die in het geweld van de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen;
voor hen die vielen voor onze vrijheid.
Wij bidden ook voor allen die vandaag slachtoffer zijn van oorlog en geweld.
Dat hun leven en sterven niet tevergeefs is geweest.
Laat ons bidden…

Bidden wij ook uit dankbaarheid
voor het kostbare geschenk van de vrijheid
waarin wij mogen leven.
Dat wij er Gods liefde in ervaren en ook
zelf meewerken het gebod van de liefde voor te leven.
Laat ons bidden…

We bidden voor het welzijn van onze eigen Odaparochie,
voor onze zieken,
en voor allen die rekenen op ons gebed.
We bidden voor onze dierbare overledenen, met name voor…

In een moment van stilte leggen we aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Heer God,
Bij U is een nieuw begin altijd mogelijk.
Laat uw liefde het richtsnoer zijn bij al ons handelen.
Dat wij elkaar de genade niet onthouden
die wij zelf van U verwachten.
Door Christus onze Heer.


TWEEDE ZONDAG VAN PASEN 23 en 24 APRIL 2022
ZONDAG VAN DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID
BELOKEN PASEN

Eerste lezing Hand.,5, 12-16

Uit de Handelingen der Apostelen

Door de handen van de apostelen geschiedden er vele wondertekenen onder het volk. Allen waren eensgezind en kwamen tezamen in de Zuilengang van Salomo. Van de overigen durfde niemand zich bij hen te voegen, hoezeer het volk hen ook prees. Steeds meer geloofden er in de Heer; mannen zowel als vrouwen sloten zich in grote groepen bij hen aan. Men bracht zelfs de zieken op straat; ze werden neergelegd, de een op een bed, de ander op een draagbaar, in de hoop dat als Petrus voorbijging tenminste zijn schaduw op een van hen zou vallen. Zelfs uit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe. Zij brachten zieken mee en mensen die van onreine geesten te lijden hadden, en allen werden genezen. Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 118

Refrein:
Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig,
eindeloos is zijn erbarmen.

Stammen van Israël dankt de Heer, eindeloos is zijn erbarmen
Herhaalt het dienaren van de Heer, eindeloos is zijn erbarmen !

De steen die de bouwers hebben versmaad die is tot hoeksteen geworden.
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt, wij zullen hem vieren in blijdschap.

Ach Heer, geef ons uw heil, ach Heer, geef ons voorspoed.
Begeeft u in optocht met tovertakken, tot bij de horens van het altaar.

Tweede lezing Apok., 1, 9-11a. 12-13. 17-19

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes

Ik, Johannes, uw broeder en uw deelgenoot in de verdrukking en in het koninkrijk en de verwachting van Jezus, ik bevond mij op het eiland Patmos omwille van het woord Gods en het getuigenis over Jezus. Ik raakte in geestvervoering op de dag des Heren en hoorde achter mij een stem, luid als een trompet, die riep: “Schrijf op in een boek wat gij ziet. en stuur het aan de zeven kerken”. Ik keerde mij om om te zien wie mij had aangesproken. En toen ik mij omkeerde zag ik zeven gouden luchters, en tussen de luchters iemand als een Mensenzoon, gekleed in een gewaad dat tot de voeten reikte, het middel omgord met een gouden gordel. Toen ik Hem zag viel ik als dood voor zijn voeten. Maar Hij legde zijn rechterhand op mij en sprak: “Vrees niet. Ik ben het, de Eerste en de Laatste, de Levende. Ik was dood, en zie Ik leef in de eeuwen der eeuwen. En Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk. Schrijf dan op wat gij gezien hebt, en wat nu is en wat hierna geschieden zal.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 20, 19-31

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.”
Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.”
Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God!” Toen zei Jezus tot hem: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben. In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan welke niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

Laten wij bidden tot God, die zijn Zoon uit de doden
Heeft opgewekt en ons laat delen in zijn leven.

Voor de gemeenschap van de Kerk,
dat zij in eensgezindheid de vreugde van Jezus’ verrijzenis verkondigt.
Geef Heer, dat alle mensen van goede wil in deze Paastijd
de rijkdom van uw barmhartigheid ervaren.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor hen die niet in Christus geloven.
Voor hen die, zoals Thomas, twijfelen.
Dat uw heilige Geest hen met zijn licht vervult
en dat zij de wegen inslaan die leiden naar uw heil.
Laat ons bidden…

Voor Koning Willem-Alexander
die in de komende week zijn verjaardag viert
Wij bidden om wijsheid en zegen bij de vervulling van zijn hoge ambt.
Heer, moge onze Koning allen die in ons land wonen of verblijven
verenigingen in een geest van eensgezindheid en saamhorigheid.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna-thuis-huis,
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
Voor onze dierbare overleden, met name voor…

In stilte bidden we voor onze eigen intenties…

Heer Jezus Christus, U bent het gezicht van de onzichtbare God
wiens almacht zichtbaar wordt in vergeving en barmhartigheid.
Geef dat uw Kerk uw gelaat weerspiegelt in deze wereld
en dat wij in U, verrezen Heer,
het gezicht van de Onzichtbare God mogen herkennen.
Amen.


TWEEDE PAASDAG 18 april 2022

Eerste lezing Hand., 2, 14. 22-33

Uit de Handelingen der Apostelen

Op de dag van Pinksteren trad Petrus naar voren met de elf en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten: “Gij allen, Joodse mannen en bewoners van Jeruzalem, weet dit wel en luistert aandachtig naar mijn woorden. Jezus de Nazoreeër was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht: Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de strikken van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen; daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet zult overlaten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen. Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn. Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David dat hij gestorven en begraven is; we hebben immers zijn graf bij ons tot op deze dag. Welnu, omdat hij een profeet was, en wist, dat God hem een eed gezworen had dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen, zei hij met een blik in de toekomst over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen. Verheven aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde Heilige Geest van de Vader ontvangen en Deze uitgestort, zoals gij ziet en hoort.”
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 16
Refrein: Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht.

Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht. Gij zijt mijn Heer, ik erken het, ik vind geen geluk buiten U. De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker, Hij heeft mijn lot in zijn hand.

Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft. Hij spreekt ook des nachts in mijn hart. Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer, ik val niet, want Hij staat naast mij.

Daarom ben ik vrolijk en blij van geest, daarom kan ik rustig gaan slapen. Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over, Gij levert uw dienaar niet uit aan het graf.

Gij zult mij de weg van het leven wijzen om heel mijn vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde.

Evangelie Mt. 28, 8-15

Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

In die tijd gingen de vrouwen terstond weg van het graf, met vrees en grote vreugde, en haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen. En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zeide: “Weest gegroet.” Zij traden op Hem toe, omklemden zijn voeten en aanbaden Hem. Toen sprak Jezus tot hen: “Weest niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen dat zij naar Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien.” Terwijl de vrouwen nog onderweg waren, gingen enkelen van de bewakers naar de stad en berichtten aan de hogepriesters alles wat er was voorgevallen. Dezen hielden een bijeenkomst met de oudsten en, na overleg, gaven ze aan de soldaten een flinke som geld met de opdracht: “Zegt maar: Zijn leerlingen zijn Hem in de nacht komen stelen terwijl wij sliepen. En mocht dit soms de landvoogd ter ore komen, dan zullen wij hem wel kalmeren en er voor zorgen dat gij geen last krijgt.” Zij namen het geld aan en deden zoals hun voorzegt was. Dit verhaal is onder de Joden verder verteld tot op de dag van vandaag.
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

Bidden wij tot God onze Vader door Jezus Christus,
de levende Heer, die zetelt aan zijn rechterhand:

Voor allen die door het doopsel Gods kinderen zijn geworden.
Laat alle christenen delen in de vreugde van Pasen,
in het bijzonder hen die eenzaam zijn of bedroeft.
Laat ons bidden…

Voor allen die vandaag willen getuigen van hun geloof.
Dat zij in werken van barmhartigheid Gods gelaat
zichtbaar maken in onze wereld.
Laat ons bidden…

Voor onze parochiegemeenschap
die hier samen is voor de viering van het Paasfeest.
Dat wij ons geloof met elkaar delen
om God één van hart te kunnen dienen.
Laat ons bidden…

Voor hen die door het noodlot zijn getroffen.
Voor slachtoffers van oorlog en geweld.
Voor onze zieken en stervenden.
Wij bidden om Gods licht en vrede voor hen allen.
Laat ons bidden…

Voor allen die om ons gebed hebben gevraagd
en voor onze dierbare overledenen…
Misintenties…
In stilte bidden we een moment voor onze eigen intenties…
Laat ons bidden…

Almachtige eeuwige God,
Gij hebt uw Zoon Jezus Christus uit de dood doen opstaan
en de apostelen aangesteld tot getuigen van de verrijzenis.
Wij bidden U:
dat ook wij in woord en daad getuigen zijn van het Paasmysterie
om er eens volledig deel aan te krijgen.
Door Christus onze Heer.


EERSTE PAASDAG 17 april 2022

EERSTE LEZING (Hand.10,34a.37-43)

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die tijd nam Petrus het woord en sprak: “Gij weet wat er overal in Judea gebeurd is; hoe Jezus van Nazaret zijn optreden begon in Galilea na het doopsel dat Johannes predikte, en hoe God Hem gezalfd heeft met de heilige Geest en met kracht. Hij ging weldoende rond en genas allen, die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem. En wij getuigen van alles wat Hij in het land van de Joden en in Jeruzalem gedaan heeft. Hem hebben ze aan het kruishout geslagen en vermoord. God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan en laten verschijnen, niet aan het hele volk, maar aan de getuigen die door God tevoren waren uitgekozen, aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben nadat Hij uit de doden was opgestaan. Hij gaf ons de opdracht aan het volk te prediken, en te getuigen dat Hij de door God aangestelde rechter is over de levenden en de doden. Van Hem leggen alle profeten het getuigenis af, dat ieder die in Hem gelooft, door zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgt.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 118

Refrein: Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt.
Wij zullen hem vieren in blijdschap.

Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, eindeloos is zijn erbarmen!
Stammen van Israël, dankt de Heer, eindeloos is zijn erbarmen!

De Heer greep in met krachtige hand, de hand van de Heer heeft mij opgericht.
Ik zal niet sterven maar blijven leven en alom verhalen het werk van de Heer.

De steen die de bouwers hebben versmaad, die is tot hoeksteen geworden.
Het is de Heer, die dit heeft gedaan, een wonder voor onze ogen.

TWEEDE LEZING (Kol. 3, 1-4)

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse.

Broeders en zusters, als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Zint op het hemelse, niet op het aardse. Gij zijt immers gestorven en uw leven is nu met Christus verborgen in God. Christus is uw leven, en wanneer Hij verschijnt zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 20, 1-9

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena vroeg in de morgen – het was nog donker- bij het graf en zag dat de steen van het graf was weggerold. Zij liep snel naar Simon Petrus en naar de andere, de door Jezus beminde leerling en zei tot hen: “Ze hebben de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.” Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf. Ze liepen samen vlug voort, maar die andere leerling snelde Petrus vooruit en kwam het eerst bij het graf aan. Voorover bukkend zag hij de zwachtels liggen maar hij ging niet naar binnen. Simon Petrus die hem volgde kwam ook bij het graf en trad wel binnen. Hij zag dat de zwachtels er lagen, maar dat de zweetdoek die zijn hoofd had bedekt niet bij de zwachtels lag, maar ergens afzonderlijk opgerold op een andere plaats. Toen ging ook de andere leerling die het eerst bij het graf was aangekomen naar binnen; hij zag en geloofde want zij hadden nog niet begrepen hetgeen er geschreven stond, dat Hij namelijk uit de doden moest opstaan. Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Bidden wij tot God onze Vader
die Jezus op de derde dag heeft doen opstaan.

Wees op dit hoogfeest van Pasen de gemeenschap van de Kerk nabij
en laat alle gedoopten samenleven in eenheid en liefde.
Dat wij in blijdschap ons Paasgeloof uitdragen en belijden.
Laat ons bidden…

Breng door het Licht van Pasen vrede in onze wereld.
Dat het feest van de verrijzenis bevrijding brengt
aan wie lijden onder oorlogsgeweld, onrecht en verdrukking.
Laat ons bidden…

Om troost en kracht voor allen die lijden aan het leven:
zieken, eenzamen, hen die hongeren naar hun dagelijks brood.
Dat de boodschap van Pasen hoop geeft aan wie wanhoopt.
Laat ons bidden…

Geef de vreugde van het geloof aan wie zoekende zijn.
Dat zij met de apostel Paulus zoeken naar het hemelse
en door het Licht van Pasen ‘zien en geloven’.
Laat ons bidden…

We bidden voor de intenties van onze eigen parochiegemeenschap:
Misintenties…
In een moment van stilte leggen we aan God voor
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Almachtige eeuwige God,
op de derde dag hebt Gij uw Zoon doen opstaan
en Hem doen verschijnen aan uitverkoren getuigen.
Wij bidden U: dat wij zoeken wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan uw rechterhand,
en dat wij niet zinnen op het aardse,
maar op het hemelse, zodat ons leven geborgen is in U.
Door Christus onze Heer.


PAASWAKE 16 april 2022

EERSTE LEZING Gen., 1, 1 -2, 2

Uit het Boek Genesis

In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte en een hevige wind joeg de wateren op. Toen sprak God: “Er moet licht zijn!” En er was licht. En God zag dat het licht goed was. God scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde God dag en de duisternis noemde Hij nacht.
Het werd avond en het werd ochtend; dat was de eerste dag. God sprak: “Er moet een uitspansel zijn tussen de wateren, een afscheiding tussen het ene water en het andere.” En God maakte het uitspansel; Hij scheidde het water onder het uitspansel van het water erboven. Zo gebeurde het. Het uitspansel noemde God hemel. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de tweede dag. God sprak: “Het water onder de hemel moet naar één plaats samenvloei-en zodat het droge zichtbaar wordt.” Zo gebeurde het. Het droge noemde God land en het samengevloeide water noemde Hij zee. En God zag dat het goed was. God sprak: “Het land moet zich tooien met jong groen gras, zaad-vormend gewas en de vruchtbomen die ieder naar zijn soort hun vruchten dragen met zaad erin.” En uit het land schoot jong groen gras op, zaadvormend gewas, in allerlei soorten en bomen die ieder naar zijn soort hun vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de derde dag.
God sprak: „Er moeten lichten zijn aan het hemelgewelf die de dag van de nacht zullen scheiden; zij moeten als tekens dienen, zowel voor de feesten, als voor de dagen en de jaren en tevens als lampen aan het hemelgewelf om de aarde te verlichten.” Zo gebeurde het. God maakte de twee grote lampen, de grootste om over de dag te heersen, de kleinste om te heersen over de nacht en Hij maakte ook de sterren. God gaf ze een plaats aan het hemelgewelf om de aarde te verlichten, om te heersen over de dag en over de nacht en om het licht en de duisternis uiteen te houden. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de vierde dag. God sprak: „Het water moet wemelen van dieren en boven het land moeten de vogels vliegen langs het hemelgewelf.” Toen schiep God de grote gedrochten van de zee en al de krioelende dieren waar het water van wemelt, soort na soort en al de gevleu-gelde dieren, soort na soort. En God zag dat het goed was. God zegende ze en Hij sprak: „Weest vruchtbaar en wordt talrijk; gij moet het water van de zee bevolken en de vogels moeten talrijk worden op het land.” Het werd avond en het werd ochtend; dat was de vijfde dag. God sprak: „Het land moet levende wezens voortbrengen van allerlei soort: tamme dieren, kruipende dieren en wilde beesten van allerlei soort.” Zo gebeurde het. God maakte de wilde bees-ten, soort na soort, de tamme dieren, soort na soort. En God zag dat het goed was. God sprak: „Nu gaan wij de mens maken, als beeld van ons,
op ons gelijkend; hij zal heersen over de vissen van de zee, de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het gedierte dat over de grond kruipt.” En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. God zegende hen en God sprak tot hen: „Weest vruchtbaar en wordt talrijk; bevolkt de aarde en onderwerpt haar; heerst over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht en over al het gedierte dat over de grond kruipt.” En God sprak: „Hierbij geef Ik alle zaadvormende gewassen op de hele aardbodem aan u en alle bomen met zaaddragende vruchten; zij zullen u tot voedsel dienen. Maar aan alle wilde beesten, aan alle vogels van de lucht en aan alles wat over de grond kruipt, aan al wat dierlijk leven heeft geef Ik het groene gras als voedsel.”
Zo gebeurde het. God bezag alles wat Hij gemaakt had en Hij zag dat het heel goed was. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de zesde dag. Zo werden de hemel en de aarde voltooid en alles waarmee ze toegerust zijn. Op de zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing. Hij rustte op de zevende dag van het werk dat Hij verricht had.

Woord van de Heer.

TWEEDE LEZING Gen., 22, 1-18

Uit het Boek Genesis

In die dagen stelde God Abraham op de proef. Hij zei tot hem: „Abraham.” Abraham antwoordde: „Hier ben ik.” God zei: „Ga met Isaak uw enige zoon die gij liefhebt, naar het land van de Moria, en draag hem daar op de berg die Ik u zal aanwijzen als brandoffer op.” De volgende morgen zadelde Abraham zijn ezel, nam twee knechten en zijn zoon Isaak met zich mee en kloofde hout voor het brandoffer. Daarna begaf hij zich op weg naar de plaats die God hem aangewezen had. Op de derde dag zag Abraham in de verte de plaats liggen. Toen zei Abraham tot zijn knechten: „Jullie blijven hier bij de ezel; ik ga met de jongen daarginds heen. Nadat wij ons in aanbidding neergebogen hebben komen wij weer terug.” Daarop gaf Abraham zijn zoon Isaak het hout voor het brandoffer te dragen; zelf droeg hij het vuur en het offermes. Zo gingen zij samen op weg. Toen zei Isaak tot zijn vader Abraham: „Vader.” Hij antwoord-de: „Ja, mijn zoon.” Isaak zei: „Wij hebben wel vuur en hout maar waar is het offerdier?” Abraham antwoordde: „God zal zelf wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.” En samen gingen zij verder. Toen zij de plaats bereikt hadden die God hen had aangewezen bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes
om daarmee zijn zoon de keel af te snijden, riep de engel van de Heer hem van uit de hemel toe: „Abraham. Abraham!” En hij antwoordde: „Hier ben ik.” Hij zei: „Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat gij God vreest want gij hebt Mij uw enige zoon niet willen onthouden.” Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op in plaats van zijn zoon. Abraham noemde de plaats: de Heer zal erin voorzien; vandaar dat men nu nog zegt: Op de berg van de Heer zal erin voorzien worden. Toen riep de engel van de Heer voor de tweede maal uit de hemel tot Abraham
en zei: „Bij Mijzelf heb Ik gezworen – zo spreekt de Heer – omdat gij dit gedaan hebt en Mij uw eigen zoon niet hebt onthouden daarom zal Ik u overvloedig zegenen en uw nakomelingen talrijker maken dan de sterren aan de hemel en de zandkorrels op het strand van de zee. Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezitten. Door uw nakomelingen komt zegen over alle volken van de aarde omdat gij naar Mij hebt geluisterd.”
Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

ANTWOORDPSALM uit psalm 16
Ps. 16 (15), 5 en 8, 9-10, 11

Refrein Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht.

De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker, Hij heeft mijn lot in zijn hand. Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer, ik val niet, want Hij staat naast mij.

Daarom ben ik vrolijk en blij van geest, daarom kan ik rustig gaan slapen.
Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over, Gij levert uw dienaar niet uit aan het graf. Refrein

Gij zult mij de weg van het leven wijzen om heel mijn vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde. Refrein

DERDE LEZING Ex.,14,15-15,1

Uit het Boek Exodus

In die dagen sprak de Heer tot Mozes: „Wat roept gij Mij toch. „Beveel de Israëlieten verder te trekken. „Gij zelf moet uw hand opheffen, uw staf uitstrek-ken over de zee en ze in tweeën splijten. „Dan kunnen de Israëlieten over de droge bodem door de zee trekken. „Ik ga de Egyptenaren halsstarrig maken zodat zij hen achterna gaan. „En dan zal Ik mij verheerlijken ten koste van Farao en heel zijn legermacht, zijn wagens en zijn wagenmenners. De Egyptenaren zullen weten dat Ik de Heer ben, als Ik mij verheerlijk ten koste van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners. De engel van God die aan de spits van het leger der Israëlieten ging, veranderde van plaats en stelde zich achter hen op, tussen het leger van de Egyptenaren en het leger van de Israëlieten. De wolk bleef die nacht donker zodat het heel die nacht niet tot een treffen kwam. Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee en de Heer deed die hele nacht door een sterke oostenwind de zee terugwijken. Hij maakte van de zee droog land en de wateren spleten vaneen. Zo trokken de Israëlieten over de droge bodem de zee door, terwijl de wateren links en rechts een wand vormden. De Egyptenaren zetten de achtervolging in; alle paarden van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners gingen achter de Israëlieten aan de zee in. Tegen de morgen-wake richtte de Heer zijn blikken vanuit de wolkkolom en de vuurzuil op de legermacht van de Egyptenaren en bracht ze in verwarring. Hij liet de wielen van de wagens scheeflopen zodat ze slechts met moeite vooruit kwamen. De Egyptenaren riepen uit: „Laten we vluchten voor de Israëlieten, want de Heer strijdt voor hen tegen ons.” Toen sprak de Heer tot Mozes: „Strek uw hand uit over de zee dan zal het water terugstromen over de Egyptenaren en hun wagens en wagenmenners.” Mozes strekte zijn hand uit over de zee en toen het licht begon te worden vloeide de zee naar haar gewone plaats terug. Daar de Egyptenaren er tegen in vluchtten dreef de Heer hen midden in de zee. Het water vloeide terug en overspoelde wagens en wagenmenners, heel de strijdmacht van Farao die de Israëlieten op de bodem van de zee achterna waren gegaan. Niet één bleef gespaard. De Israëlieten daarentegen waren over de droge bodem door de zee heengetrokken, terwijl de wateren links en rechts van hen een wand vormden. Zo redde de Heer op deze dag Israël uit de greep van Egypte; Israël zag de Egyptenaren dood op de kust liggen. Toen Israël het machtige optreden van de Heer tegen Egypte gezien had, kreeg het volk ontzag voor de Heer: Zij stelden vertrouwen in de Heer en in Mozes zijn dienaar. Toen hieven Mozes en de Israëlieten ter ere van de Heer een lied aan.
Woord van de Heer.

VIERDE LEZING Jes., 54, 5-14

Uit de Profeet Jesaja

Hij die u schiep … Hij is uw Bruidegom, Hij is uw Schepper; zijn Naam is: Heer der hemelse machten; Hij wordt genoemd: uw verlosser, Israëls Heilige, God van geheel de aarde! Een verlaten, zielsbedroefde vrouw zijt gij maar de Heer roept u weer bij uw naam. Want – zo zegt uw God – kan iemand de geliefde van zijn jeugd wel verstoten? In een plotselinge opwelling heb Ik u in de steek gelaten maar met een grote barmhartigheid zoek Ik u weer op. In een vlaag van toorn heb Ik voor een ogenblik mijn aangezicht van u afgewend maar – zo spreekt de Heer, uw Verlosser – met een eeuwige liefde ontferm Ik Mij weer over u. Zoals Ik ten tijde van Noach gezworen heb dat de wateren de aarde nooit meer zouden bedekken, zo zweer Ik nu nooit meer op u vertoornd te zijn en u nooit meer te bedreigen. Want de bergen mogen wankelen, de heuvels schudden, maar mijn trouw jegens u zal niet wankelen en mijn verbond van liefde niet breken, zegt de Heer die u barmhartig is. Ongelukkige Stad, door stormen geplaagd en troosteloos, zie, uw grondvesten leg Ik met jaspis, uw fundamenten met saffier; uw tinnen maak Ik van robijnen, uw poorten van karbonkels, uw muren van kostbare stenen. Uw kinderen zullen door de Heer onderricht worden en een diepe vrede valt uw zonen ten deel. Gij zult gegrondvest zijn op gerechtigheid: weet u dus vrij van onderdrukking: gij hebt niets te vrezen! En vrij van verschrikking: want geen verschrikking zal u nog ooit overvallen
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 30
Ps. 30 (29), 2 en 4, 5-6, 11 en 12a en 13b

Refrein U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd.

U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd, Gij hebt mijn vijanden niet laten zegevieren. Heer, uit het dodenrijk hebt Gij mijn ziel verlost, Gij hebt mij losgemaakt van die ten grave dalen. Refrein

Bezingt de Heer dan met mij, al zijn vromen, en dankt zijn Naam die hoogverheven is.
Zijn toorn duurt kort, maar zijn genade levenslang, de avond brengt geween, de ochtend blijdschap. Refrein

Heer luister en ontferm U over mij, mijn God, sta mij terzijde met uw hulp. Gij hebt mijn rouwklacht in een vreugdedans veranderd, mijn rouwkleed losgemaakt, met blijdschap mij omgord. Mijn ziel zal U bezingen zonder te verstommen, U zal ik loven, Heer mijn God, in eeuwigheid. Refrein

VIJFDE LEZING Ez., 36, 16-17a. 18-28

Uit de Profeet Ezechiël

Het woord van de Heer kwam tot mij: „Mensenkind, toen het volk van Israël
nog op zijn eigen grond woonde heeft het deze door zijn handel en wandel verontreinigd. „Daarom liet Ik mijn woede over hen de vrije loop, vanwege het bloed dat ze op de grond vergoten hadden en omdat ze de grond verontrei-nigd hadden met hun afgoden. „Daarom verspreidde Ik hen onder de heiden-volken en werden ze verstrooid over de landen: naar hun handel en wandel heb Ik hen gevonnist. „En bij al de heidenvolken waar ze gekomen waren ontwijdden ze mijn heilige Naam doordat men van hen zei: Dit is het volk van de Heer, en toch moesten ze weg uit zijn land. „Dit deed Mij leed om mijn heilige Naam die het volk van Israël ontwijd had onder de heidenvolken waar ze gekomen zijn. „Zeg daarom tot het volk van Israël: Ik zal mijn grote naam die ontwijd is onder de heidenvolken, die gij tegenover hen ontwijd hebt, heiligen, opdat de heidenvolken erkennen dat Ik de Heer ben. Zo spreekt de Heer: Ik zal u wegbrengen uit de heidenvolken, u samenbrengen uit alle landen en u brengen naar uw eigen grond. Ik zal zuiver water op u sprenkelen en ge zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen. Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste; Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen en u een hart van vlees geven. Mijn geest zal Ik u geven in uw binnenste en Ik zal maken dat ge mijn wetten nakomt en mijn voorschriften nauwkeurig onderhoudt. Ge zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb. Ge zult voor Mij een volk en Ik zal voor u een God zijn.”
Woord van de Heer.

ZESDE LEZING Rom., 6, 3-11

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
Gij weet toch dat de doop waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus
ons heeft doen delen in zijn dóód? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt. Zijn wij één met Hem geworden door het beeld van zijn dood dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding, in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is; daardoor is aan het bestaan in de zonde een einde gekomen, zodat wij niet langer aan de zonde dienstbaar zijn. Want wie gestorven is is rechtens vrij van de zonde. Indien wij dan met Christus gestorven zijn geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven; want wij weten dat Christus, eenmaal van de doden verrezen, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. Door de dood die Hij gestorven is heeft Hij eens voor al afgerekend met de zonde; het leven dat Hij leeft heeft alleen met God van doen. Zo moet ook gij uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Lc., 24, 1-12

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.

Op de eerste dag van de week gingen de vrouwen zeer vroeg in de morgen naar het graf, met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden. Zij vonden de steen weggerold van het graf, gingen er binnen maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet. Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken, stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed. Toen zij van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: „Waarom zoekt ge de levende onder de doden ? „Hij is niet hier, Hij is verrezen. „Herinnert u hoe Hij nog in Galilea tot u gezegd heeft: De Mensenzoon moet overgeleverd worden in zondige mensenhanden en Hij moet aan het kruis worden geslagen, maar op de derde dag zal Hij verrijzen.” Zij herinnerden zich zijn woorden, ze keerden van het graf terug en brachten dit alles over aan de elf en aan al de anderen. Het waren Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus; de andere vrouwen die met hen waren vertelden aan de apostelen hetzelfde. Maar dat verhaal leek de apostelen beuzelpraat en zij geloofden hen niet. Toch liep Petrus ijlings naar het graf; hij bukte zich voorover maar zag alleen de zwachtels. Daarop ging hij terug, verbaasd nadenkend over hetgeen er gebeurd was.
Woord van de Heer.

VOORBEDE

God, de Vader van alle leven, heeft Jezus uit de dood opgewekt.
Verzameld in zijn Geest willen wij nu bidden:

Voor allen die deze nacht het Paasfeest vieren.
Dat zij opstaan en getuigen van hun geloof
door barmhartig te zijn zoals de Vader.
Laat ons bidden…

Voor hen die leven in gebieden van honger, oorlog of geweld.
Dat het Licht van Christus hen hoop en vrede brengt.
Laat ons bidden…

Voor alle mensen die gevangen zitten in kwaad en duisternis.
Dat het Licht van de Verrezen Heer hen mogen verlichten.
Laat ons bidden….

Voor onze parochiegemeenschap.
Dat wij door de vreugde van het Paasfeest
groeien in geloof, hoop en liefde.
Laat ons bidden

Misintenties

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties

God van alle Leven,
verdrijf alle angst en duisternis,
en verlicht ons met uw Licht.
Laat ons groeien naar de gestalte van Jezus,
uw geliefde Zoon,
die uit de dood is opgestaan
en bij U leeft in de kracht van de heilige Geest,
nu en tot in eeuwigheid.


Goede Vrijdag 15 april 2022

EERSTE LEZING Jes., 52, 13-53, 12

Uit de Profeet Jesaja

Zie mijn dienaar zal succesvol handelen, hij zal worden verhoogd en verheven en zeer verheerlijkt. Zoals velen over hem ontsteld hebben gestaan zo misvormd was hij, zo onmenselijk van voorkomen en zijn schoonheid beneden die van mensenkinderen. Zo zal hij vele volkeren slaan met verbazing, koningen zullen hun mond voor hem sluiten, want wat hun niet verteld is aanschouwen zij en wat zij niet hebben gehoord, zien zij in. Wie kon geloven wat wij hebben gehoord en over wie is de arm van de Heer zichtbaar geworden? Hij is geprezen als een alleenstaande loot en als een wortel uit dorre grond; hij had gestalte noch luister, zodat wij naar hem konden zien, geen voorkomen zodat wij hem zouden kunnen begeren. Veracht en door de mensen verstoten, Man van smarten en door lijden gerijpt; als een die zijn gelaat voor ons heeft verborgen, veracht en door ons niet geteld. Toch waren het onze pijnen die hij droeg onze smarten die hij op zich nam. Wij daarentegen beschouwden hem als een getroffene, als iemand die door God is geslagen en vernederd. Hij is echter doorboord om onze zonden, mishandeld om onze misdaden, want op hem rust de straf voor ons heil en door zijn striemen is er genezing voor ons. Wij allen dwaalden als een kudde, ieder ging zijn eigen weg; de Heer liet op hem neerkomen de misdaad van ons allen. Men mishandelde hem en hij heeft het aanvaard, hij heeft zijn mond niet geopend. Als het lam dat naar de slachtbank geleid wordt en als het schaap dat voor zijn scheerder verstomt, zo heeft hij zijn mond niet geopend. Door een gewelddadige rechtspraak is hij weggerukt. Wie is er nog die denkt aan zijn leven? Hij is immers weggenomen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk tot de dood toe geslagen. Men geeft hem een graf bij de misdadigers en bij de rijken een rustplaats ofschoon hij geen onrecht gepleegd heeft en er geen bedrog is geweest in zijn mond. Het heeft de Heer behaagd hem met slagen te pijnigen. Al brengt hij zichzelf ten offer toch zal hij een nageslacht zien, zijn dagen verlengen en de wens van de Heer zal door zijn hand vervuld worden. Om zijn zwoegen zal hij licht zien en worden verzadigd. Door zijn inzicht zal mijn dienaar als rechtvaardige velen rechtvaardigen en hun misdaden zal hij op zich Iaden. Daarom zal Ik hem deel geven onder de groten,
en met machtigen zal hij de buit verdelen omdat hij zijn ziel prijsgaf aan de dood en onder de zondaars gerekend is. Hij draagt immers de zonden van velen en is voor de zondaars een voorspraak.

ANTWOORDPSALM uit psalm 31

Refrein: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.

Bij U, Heer, zoek ik mijn toevlucht, stel mijn toch nimmer teleur. Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen. Gij zult mij beschermen, getrouwe God.

Mijn vijanden drijven de spot met mij, mijn buren lachen mij uit. Men is mij vergeten als was ik dood, ik ben al gebroken huisraad.

Toch blijf ik op U vertrouwen, Heer, steeds zeg ik: Gij zijt mijn God. Gij hebt mijn lot in uw hand, bevrijd mij van mijn vervolgers.

Laat over uw dienaar uw Aanschijn stralen, red mij door uw genade. Schept moed en weest onverschrokken gij allen die hoopt op de Heer.

TWEEDE LEZING Hebr., 4, 14-16; 5, 7-9

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters, Nu wij een verheven hogepriester hebben, een die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, nu moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. Want wij hebben een hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden. Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp. In de dagen van zijn sterfelijk leven heeft Hij onder luid geroep en geween gebeden en smekingen opgedragen aan God die Hem uit de dood kon redden. Om zijn vroomheid is Hij verhoord: hoewel Hij Gods Zoon was heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd; en toen Hij het einde had bereikt is Hij voor allen die Hem gehoorzamen oorzaak geworden van eeuwig heil.

EVANGELIE Joh., 18,1 – 19, 42

Het lijdensverhaal van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd
ging Jezus met zijn leerlingen naar buiten,
naar de overkant van de beek Kedron.
Daar was een boomgaard die Hij met zijn leerlingen binnenging.
Maar ook Judas die Hem zou overleveren kende deze plaats
omdat Jezus er dikwijls met zijn leerlingen was samengekomen.
Zo kwam Judas daarheen
met de afdeling soldaten
en met dienaars van de hogepriesters en Farizeeën,
voorzien van lantaarns, fakkels en wapens.
Jezus, die alles wist wat over Hem ging komen,
trad naar voren en zei tot hen:
„Wie zoekt gij?”
Zij antwoordden Hem:
„Jezus de Nazoreeër.”
Jezus zei hun:
„Dat ben Ik.”
Ook Judas, zijn verrader, bevond zich bij hen.
Nauwelijks had Jezus hun gezegd: Dat ben Ik,
of zij weken achteruit en vielen op de grond.
Nog eens vroeg Hij hun:
„Wie zoekt gij ?”
Zij zeiden:
„Jezus de Nazoreeër.”
Jezus antwoordde:
„Ik heb u gezegd dat Ik het ben.
„Als gij Mij zoekt, Iaat deze mensen dan gaan.”
Vervuld moest worden wat Hij gezegd had:
Niemand van hen die Gij Mij gegeven hebt
liet Ik verloren gaan.
Maar Simon Petrus had een zwaard bij zich.
Hij trok het en verwondde daarmee de knecht van de hogepriester
door hem het rechteroor af te slaan.
De naam van die knecht was Malchus.
Jezus echter sprak tot Petrus:
„Steek dat zwaard in de schede; zou Ik de beker niet drinken
die mijn Vader Mij gegeven heeft?”

De afdeling met de bevelhebber en de dienaars van de Joden
grepen toen Jezus vast, boeiden Hem
en brachten Hem eerst naar Annas.
Deze was namelijk de schoonvader van Kájafas
die dat jaar hogepriester was,
dezelfde Kájafas die aan de Joden de raad had gegeven:
Het is beter dat er één mens sterft voor het volk.
Simon Petrus en nog een andere leerling volgden Jezus.
Die leerling nu was een bekende van de hogepriester
en zo ging hij tegelijk met Jezus
het paleis van de hogepriester binnen,
terwijl Petrus buiten de poort bleef staan.
Die andere leerling, de bekende van de hogepriester,
kwam naar buiten,
sprak met de portierster en bracht Petrus naar binnen.
Het meisje dat aan de poort stond vroeg Petrus:
„Ben je ook niet een van de leerlingen van die man?”
Hij zei:
„Welnee.”
Omdat het koud was hadden de knechten en dienaars
een houtskoolvuur aangelegd en stonden zich te warmen.
Ook Petrus stond bij hen en warmde zich.
De hogepriester
ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en zijn leer.
Jezus antwoordde hem:
„Ik heb openlijk tot de wereld gesproken.
„Ik heb altijd onderricht gegeven
in een synagoge of in de tempel
waar alle joden bijeenkomen
en er is niets wat Ik in het geheim heb gesproken.
„Waarom ondervraagt gij Mij?
„Ondervraag de mensen
die gehoord hebben wat Ik hun heb verkondigd.
„Die weten goed wat Ik heb gezegd.”
Op dit woord gaf een van de dienaars die naast Hem stond
Jezus een klap in het gezicht en voegde Hem toe:
„Antwoordt Gij zo de hogepriester?”
Jezus antwoordde hem:
„Indien Ik iets verkeerds gezegd heb
verklaar dan wat er verkeerd in was;
maar indien het goed was
waarom slaat gij Mij?”
Daarop zond Annas Hem geboeid naar de hogepriester Kájafas.
Simon Petrus stond zich te warmen toen iemand hem vroeg:
„Ben ook jij niet een van zijn leerlingen?”
Hij ontkende het en zei:
„Welneen.”
Maar een van de knechten van de hogepriester,
een bloedverwant van de man
wie Petrus het oor had afgeslagen zei:
„Heb ik je niet in de boomgaard bij Hem gezien?”
Petrus ontkende het opnieuw
en meteen begon er een haan te kraaien.

Toen brachten ze Jezus
van het huis van Kájafas naar het pretorium.
Het was vroeg in de morgen.
Zelf gingen zij het pretorium niet binnen
want ze moesten het paasmaal kunnen eten
en mochten zich daarom niet verontreinigen.
Daarom kwam Pilatus naar buiten en vroeg hun:
„Welke beschuldiging brengt gij tegen deze man in?”
Zij gaven hem ten antwoord:
„Als dit geen misdadiger was
zouden wij Hem niet aan u hebben overgeleverd.”
Daarop zei Pilatus:
„Neemt Hem dan zelf en vonnist Hem volgens uw Wet!”
De Joden antwoordden hem:
„Wij missen het recht om iemand ter dood te brengen.”
Zo zou Jezus’ woord in vervulling gaan
waarmee Hij had aangeduid welke dood Hij zou sterven.
Nu ging Pilatus het pretorium binnen,
riep Jezus bij zich en zei tot Hem:
„Zijt Gij de koning der Joden?”
Jezus antwoordde hem:
„Zegt gij dit uit uzelf
of hebben de anderen u over Mij gesproken?”
Pilatus gaf ten antwoord:
„Ben ik soms een Jood ?
„Uw eigen volk en de hogepriesters
hebben U aan mij overgeleverd.
„Wat hebt Gij gedaan?”
Jezus antwoordde:
„Mijn koningschap is niet van deze wereld.
„Zou mijn koningschap van deze wereld zijn
dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben
dat Ik niet aan de Joden werd uitgeleverd.
„Mijn koningschap is evenwel niet van hier.”
Pilatus hernam:
„Gij zijt dus toch koning?”
Jezus antwoordde:
„Ja, koning ben Ik.
„Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen
om getuigenis af te leggen van de waarheid.
„Alwie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”
Pilatus zei tot Hem:
„Wat is waarheid ?”
Na die woorden ging hij weer naar buiten tot de Joden en zei:
„Ik vind hoegenaamd geen schuld in Hem.
„Maar er bestaat onder u de gewoonte
dat ik met Pasen iemand vrijlaat.
„Wilt gij dus dat ik u de koning der Joden vrijlaat?”
Toen begonnen ze opnieuw te schreeuwen:
„Neen, Die niet maar Barabbas !”
Barabbas was een rover.

Toen liet Pilatus Jezus geselen.
De soldaten vlochten een kroon van doorntakken,
zetten Hem die op het hoofd
en wierpen Hem een purperen mantel om.
Ze traden op Hem toe en zeiden:
„Gegroet, koning der Joden !”
En zij sloegen Hem in het gezicht.

Pilatus ging weer naar buiten en zei tot hen:
„Ziehier, ik breng Hem naar buiten om u te doen weten
dat ik volstrekt geen schuld in Hem vind.”
Jezus kwam dus naar buiten
terwijl Hij nog de doornenkroon en de purperen mantel droeg.
Pilatus zei tot hen:
„Ziehier de mens.”
Maar toen de hogepriesters en hun dienaars Hem zagen
schreeuwden ze:
„Kruisigen, kruisigen !” ‘
Pilatus zei hun:
„Neemt gij Hem dan en kruisigt Hem want ik vind geen schuld in Hem.”
De Joden antwoordden hem:
„Wij hebben een Wet
en volgens die Wet moet Hij sterven
omdat Hij zich voor Gods Zoon heeft uitgegeven.”
Toen Pilatus dit hoorde werd hij nog meer bevreesd.
Hij ging het pretorium weer binnen en sprak tot Jezus:
„Waar zijt Gij vandaan?”
Jezus gaf hem echter geen antwoord.
Daarom zei Pilatus:
„Gij spreekt niet tegen mij ?
„Weet Ge dan niet dat ik de macht heb om vrij te spreken
maar ook de macht heb om U te kruisigen?”
Jezus antwoordde:
„Ge zoudt volstrekt geen macht over Mij hebben
als u die niet van boven gegeven was.
„Daarom is de zonde van hem die Mij aan u heeft overgeleverd groter.”
Van dit ogenblik af
wilde Pilatus ertoe overgaan Hem vrij te laten.
Maar de Joden schreeuwden:
„Als ge die man vrijlaat zijt ge geen vriend van de keizer.
„Wie zich voor koning uitgeeft
komt in verzet tegen de keizer.”
Toen Pilatus hen dit hoorde roepen
liet hij Jezus naar buiten brengen
en ging op de rechtersstoel zitten,
op de plaats die Litóstrotos heet, in het Hebreeuws Gabbata.
Het was de voorbereidingsdag voor Pasen,
ongeveer het zesde uur.
Hij zei tot de Joden:
„Hier is uw koning.”
Maar zij schreeuwden:
„Weg, weg met Hem ! Kruisig Hem !”
Pilatus vroeg:
„Zal ik dan uw koning kruisigen?”
De hogepriesters antwoordden:
„Wij hebben geen andere koning dan de keizer!”
Toen leverde hij Hem aan hen uit om de kruisdood te ondergaan,
en zij namen Hem over.
Zelf zijn kruis dragend
trok Jezus de stad uit naar wat de Schedelplaats heet,
in het Hebreeuws Golgota.
Daar sloegen zij Hem aan het kruis,
en met Hem nog twee anderen,
aan elke kant een en Jezus in het midden.
Pilatus had ook een opschrift laten maken
en op het kruis doen aanbrengen.
Het luidde: Jezus, de Nazoreeër, de koning van de Joden.
Vele Joden lazen dit opschrift,
want de plaats waar Jezus gekruisigd werd lag dicht bij de stad.
Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks.
De hogepriesters van de Joden nu zeiden tot Pilatus:
„Ge moest er niet op zetten: ‘de koning van de Joden’ maar:
Hij heeft gezegd: Ik ben de koning van de Joden’.”
Pilatus antwoordde:
„Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.”
Toen de soldaten Jezus gekruisigd hadden,
namen ze zijn kleren en deelden ze in vieren,
voor iedere soldaat een deel.
Ze namen ook de lijfrok
die echter zonder naad was, aan één stuk geweven van bovenaf.
Daarom zeiden ze tot elkaar:
„Laten we die niet scheuren
maar er om loten wie hem krijgt.”
Aldus moest de Schrift vervuld worden:
Zij verdeelden mijn kleren onder elkaar en dobbelden om mijn gewaad.

Terwijl de soldaten hiermee bezig waren
stonden bij Jezus’ kruis zijn moeder,
de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas,
en Maria Magdalena.
Toen Jezus zijn moeder zag
en naast haar de leerling die Hij liefhad zei Hij tot zijn moeder:
„Vrouw, zie daar uw zoon.”
Vervolgens zei Hij tot de leerling:
„Zie daar uw moeder.”
En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis.

Hierna, wetend dat nu alles was volbracht
zei Jezus, opdat de Schrift vervuld zou worden:
„Ik heb dorst.”
Er stond daar een kruik vol zure wijn.
Ze doopten er een spons in,
staken die op een hysopstengel en brachten die aan zijn mond.
Toen Jezus van de zure wijn genomen had, zei Hij:
„Het is volbracht.”
Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest.

Aangezien het voorbereidingsdag was en de Joden niet wilden
dat de lichamen op sabbat aan het kruis bleven
– het was bovendien een grote sabbat –
vroegen zij aan Pilatus verlof
de benen van de gekruisigden te breken en hen weg te nemen.
Daarom kwamen de soldaten
en sloegen
zowel bij de ene als bij de andere die met Hem was gekruisigd
de benen stuk.
Toen zij echter bij Jezus kwamen
en zagen dat Hij reeds dood was sloegen zij Hem de benen niet stuk,
maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans;
terstond kwam er bloed en water uit.
Die het gezien heeft getuigt hiervan;
zijn getuigenis is waar
en hij weet dat hij de waarheid zegt,
opdat ook gij zoudt geloven.
Dit is gebeurd opdat de Schrift zou vervuld worden:
Van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld,
terwijl nog een ander Schriftwoord zegt:
Zij zullen opzien naar Hem die zij hebben doorstoken.
Jozef van Arimatéa, die een leerling was van Jezus
maar in het geheim uit vrees voor de Joden,
vroeg daarna aan Pilatus
het lichaam van Jezus te mogen wegnemen.
Toen Pilatus dit had toegestaan
ging hij dus heen en nam het lichaam weg.
Nikodémus, die Hem vroeger ‘s nachts bezocht had,
kwam ook en bracht een mengsel van mirre en aloë mee,
ongeveer honderd pond.
Zij namen het lichaam van Jezus
en wikkelden het met de welriekende kruiden in zwachtels,
zoals bij een Joodse begrafenis gebruikelijk is.
Op de plaats waar Hij gekruisigd werd lag een tuin
en in die tuin een nieuw graf
waarin nog nooit iemand was neergelegd.
Vanwege de voorbereidingsdag van de Joden
en omdat het graf dichtbij was
legden zij Jezus daarin neer.

Voorbede

Broeders en zusters, laten wij aansluitend aan het verkondigde Woord van de Heer ons in de voorbede van deze Goede Vrijdag richten tot onze almachtige en barmhartige hemelse Vader, de Schepper van al wat bestaat. Bidden wij voor het heil van Kerk en wereld, vooral in deze tijd van beproeving, nu het menselijk bestaan bedreigd wordt door de coronapandemie: dat allen de reddende nabijheid van de Heer mogen ervaren.

I Voor de heilige kerk

Laten wij bidden, broeders en zusters, voor de heilige kerk:
dat onze God en Heer haar over heel de wereld vrede en eenheid brengt;
dat in ons leven tijden van rust en stilte komen
tot verheerlijking van God, de almachtige Vader.

Gebed in stilte. Daarna zegt de priester:
Almachtige eeuwige God,
in Christus hebt Gij uw heerlijkheid aan alle volken geopenbaard.
Waak over het werk van uw barmhartigheid,
geef dat uw kerk, verspreid over heel de wereld,
standhoudt in de belijdenis van uw Naam. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

II Voor de paus
Laten wij ook bidden voor onze heilige vader, paus Franciscus
die door onze God en Heer is uitverkoren tot het bisschopsambt:
dat hij gespaard blijft om leiding te geven aan de kerk, het heilig volk van God.

Gebed in stilte. Daarna zegt de priester:
Almachtige eeuwige God, alles wat bestaat steunt op uw raadsbesluit.
Luister naar ons gebed:
bewaar in uw liefde de paus die Gij over ons hebt aangesteld.
Moge het christenvolk, dat door U wordt bestuurd,
onder zijn leiding altijd toenemen in geloof. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

III Voor de gehele geestelijkheid en alle gelovigen
Laten wij ook bidden voor onze bisschop Gerardus, voor zijn hulpbisschop Robertus,
voor alle bisschoppen, priesters en diakens van de kerk
en voor heel het gelovige volk.

Gebed in stilte. Daarna zegt de priester:
Almachtige eeuwige God, door uw Geest leidt en heiligt Gij allen
die tot de kerk behoren, het Lichaam van de Heer.
Verhoor ons gebed voor al uw gewijde dienaren:
dat ieder, naar de genade die Gij hem hebt geschonken,
U dient in geloof en trouw. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

IV Voor de doopleerlingen
Laten wij ook bidden voor hen die zich op het doopsel voorbereiden:
dat onze God en Heer hun oren opent om met hun hart zijn woord te verstaan,
en hun de deur ontsluit van zijn barmhartigheid;
dat zij door de wedergeboorte in het waterbad vergiffenis verkrijgen van alle zonden
en geborgen zijn in Christus Jezus, onze Heer.

Gebed in stilte. Daarna zegt de priester:
Almachtige eeuwige God,
Gij zegent steeds de kerk met nieuwe christenen.
Breng de doopleerlingen geloof en inzicht bij.
Geef dat zij herboren worden uit het water van het doopsel
en in de gemeenschap worden ingelijfd van hen
die Gij als uw kinderen hebt aangenomen. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

V Voor de eenheid van alle christenen
Laten wij ook bidden
voor al onze broeders en zusters die in Christus geloven:
dat onze God en Heer hen die trouw zijn aan de waarheid
samenbrengt en in zijn ene kerk bewaart.

Gebed in stilte. Daarna zegt de priester:
Almachtige eeuwige God,
die verdeeld zijn brengt Gij weer samen,
die samen zijn bewaart Gij in uw vrede.
Zie genadig naar de kudde van uw Zoon:
verenig allen die door één doopsel zijn geheiligd in oprecht geloof,
en verbind hen door één band van liefde in Christus Jezus onze Heer.
allen: Amen.

VI Voor het Joodse volk
Laten wij ook bidden voor het Joodse volk
dat door onze God en Heer het eerst is aangesproken:
dat Hij het groot maakt in liefde voor zijn heilige Naam, in trouw aan zijn Verbond.

Gebed in stilte. Daarna zegt de priester:
Almachtige eeuwige God,
Gij hebt uw beloften toevertrouwd aan Abraham en aan zijn volk.
Verhoor genadig de gebeden van uw kerk:
dat het volk dat Gij het eerst hebt uitverkoren, tot de volheid van de verlossing komt.
Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

VII Voor allen die niet in Christus geloven
Laten wij ook bidden voor hen die niet in Christus geloven:
dat de heilige Geest hen met zijn licht vervult
en dat zij de wegen inslaan die leiden naar het heil.

Gebed in stilte. Daarna zegt de priester:
Almachtige eeuwige God,
geef dat zij die zonder Christus te kennen in uw ogen eerlijk door het leven gaan,
de waarheid vinden;
en dat wij altijd groeien in wederzijdse liefde,
meer ontvankelijk worden voor het mysterie van uw leven
en voor de wereld beter getuigen van uw goedheid. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

VIII Voor allen die niet in God geloven
Laten wij ook bidden voor hen die niet in God geloven:
dat zij met een oprecht hart ingaan op wat goed is
en eenmaal bij God uitkomen.

Gebed in stilte. Daarna zegt de priester:
Almachtige eeuwige God,
Gij hebt de mensen zo gemaakt dat zij in hun verlangens U altijd zoeken
en tot rust komen als zij U vinden.
Wij vragen U dat allen, ondanks de vele hindernissen,
de tekenen verstaan van uw liefde
en het getuigenis van de goede werken van uw gelovigen;
en dat zij eenmaal U, God, één en waarachtig, vol vreugde onze Vader noemen.
Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

IX Voor de regeringsleiders
Laten wij ook bidden voor de regeringsleiders:
dat onze God en Heer hun hart en geest richt naar zijn wil,
zodat iedereen mag leven in vrijheid en echte vrede.

Gebed in stilte. Daarna zegt de priester:
Almachtige eeuwige God, het leven van de mensen ligt in uw hand
en voor de rechten van de volken staat Gij borg.
Sta onze regeringsleiders bij en geef dat overal ter wereld
onder alle volkeren voorspoed en blijvende vrede heersen
en vrijheid van godsdienst. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

X Voor allen die in nood verkeren
Laten wij bidden, broeders en zusters, tot God, de almachtige Vader:
dat Hij de wereld van dwaling zuivert, gevaarlijke ziekten en hongersnood verdrijft,
gevangenissen ontsluit en boeien verbreekt,
een thuis schenkt aan ontheemden, veiligheid aan hen die onderweg zijn,
genezing voor zieken, en voor de stervenden eeuwig heil.

Gebed in stilte. Daarna zegt de priester:

Almachtige eeuwige God,
Gij zijt vertroosting voor de bedroefden
en sterkte voor hen die het moeilijk hebben.
Laat hun gebeden tot U doordringen,
uit welke nood zij ook roepen.
Dat zij tot hun vreugde
de hulp ondervinden van uw barmhartigheid
in al hun beproevingen.
Door Christus onze Heer.
allen: Amen.


WITTE DONDERDAG 14 april 2022

EERSTE LEZING (Ex.12, 1-8.11-14)

Uit het boek Exodus.

In die dagen richtte de Heer het woord tot Mozes en Aäron in Egypte, en sprak: Deze maand moet gij beschouwen als de beginmaand, als de eerste maand van het jaar. Maak aan heel de gemeenschap van Israël het volgende bekend. Op de tiende van deze maand moet ieder gezin een lam uitkiezen, ieder huis een lam. Als een gezin te klein is voor een lam, dan moeten ze, rekening houdend met het aantal personen, samen doen met hun naaste buurman. Bij het verdelen van het lam moet rekening gehouden worden met ieders eetlust. Het lam moet gaaf zijn, van het mannelijk geslacht en eenjarig. Ge kunt er een schaap of een geit voor nemen. Ge moet de dieren vasthouden tot aan de veertiende van de maand. Dan moet heel de verzamelde gemeenschap van Israël ze slachten in de avondschemering. Vervolgens moet ge wat bloed nemen en dat uitstrijken over de beide deurposten en over de bovenbalk van de deur van alle huizen waar het lam gegeten wordt. In dezelfde nacht moet het vlees gegeten worden, op het vuur gebraden. Het moet gegeten worden met ongezuurd brood en bittere kruiden. En dit is de wijze waarop gij het lam moet eten: uw lendenen omgord, uw voeten geschoeid en uw stok in de hand. Haastig moet ge eten, want het is pasen voor de Heer. Deze nacht zal Ik door Egypte gaan en alle eerstgeborenen van Egypte, zowel mensen als dieren, zal Ik slaan. Aan alle goden van Egypte zal Ik het vonnis voltrekken. Maar het bloed aan de huizen zal een teken zijn, dat gij daar woont. Als Ik het bloed aan uw huizen zie, zal Ik u voorbijgaan. Geen vernietigende plaag zal u treffen als Ik Egypte sla. Deze dag zal Ik tot een gedenkdag maken, ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer. Van geslacht tot geslacht moet ge hem als een eeuwige instelling vieren.
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING (1 Kor.11,23-26)

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.

Broeders en zusters, zelf heb ik immers van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam, en na gedankt te hebben, het brak en zeide: “Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.” Zo ook na de maaltijd de beker, met de woorden: “Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit, elke keer dat gij hem drinkt, tot mijn gedachtenis.” Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh.13,1-15

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Het paasfeest was op handen. Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was om uit deze wereld over te gaan naar de Vader, en die de zijnen in de wereld bemind had, gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste. Onder de maaltijd, toen de duivel reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon, het plan had ingegeven om Hem over te leveren, stond Jezus van tafel op. In het bewustzijn, dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde, legde Hij zijn bovenkleren af, nam een linnen doek en omgordde zich daarmee. Daarop goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen. Zo kwam Hij bij Simon Petrus, die echter tot Hem zei: Heer, wilt Gij mij de voeten wassen? Jezus gaf hem ten antwoord: Wat Ik doe begrijpt ge nu nog niet, maar later zult gij het inzien. Toen zei Petrus tot Hem: nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen! Jezus antwoordde hem: als gij u niet door Mij laat wassen, kunt gij mijn deelgenoot niet zijn. Daarop zei Simon Petrus tot Hem: Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en hoofd. Maar Jezus antwoordde: wie een bad heeft genomen, behoeft zich niet meer te wassen, hij is immers helemaal rein. Ook gij zijt rein, ofschoon niet allen. Hij wist immers wie Hem zou overleveren. Daarom zei Hij: niet allen zijt gij rein. Toen Hij dan hun voeten had gewassen, zijn bovenkleren had aangetrokken en weer aan tafel was gegaan, sprak Hij tot hen: Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb? Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik. Maar als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen, dan behoort ook Gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij bidden tot God onze Vader.

Voor de gemeenschap van de Kerk willen wij bidden:
voor Paus Franciscus, de bisschoppen, priesters, diakens
en voor alle vrouwen en mannen die werkzaam zijn in het pastoraat.
Dat zij de geest van dienstbaarheid voorleven
tot opbouw van de Kerk.
Laat ons bidden…

Voor alle christenen
die nu de heilige drie dagen van het geloof in gaan.
Dat de viering van het Paasfeest zegen brengt over Kerk en wereld,
en over ieder van ons persoonlijk.
Laat ons bidden…

Voor allen die leiding geven in politiek en maatschappij.
Dat zij hun verantwoordelijkheid beleven als een dienstwerk
voor rechtvaardigheid, vrede en verzoening.
Laat ons bidden…

Voor de zieken en voor allen die lijden.
Dat zij in deze dagen uw nabijheid ervaren
en medemensen vinden die hun kruis helpen dragen.
Laat ons bidden…

Voor onze dierbare overledenen,
dat zij met Christus mogen verrijzen tot eeuwig leven:
Misintenties…

In een moment van stilte bidden we voor onze persoonlijke intenties.

Almachtige, eeuwige God,
uw Zoon gaf ons deze avond een bewijs van zijn liefde
tot het uiterste
in het mysterie van zijn Lichaam en Bloed
en in de nederige dienst aan zijn leerlingen.
Wij bidden U:
laat ons dit mysterie van ons geloof
steeds trouw en dankbaar vieren,
opdat wij Hem ook altijd navolgen
in liefdevolle dienstbaarheid.
Door Christus onze Heer.


PALMZONDAG 9 EN 10 APRIL 2022

Eerste lezing uit de Profeet Jesaja (Jes., 50, 4-7)

God de Heer heeft mij de gave van het woord geschonken: ik versta het de ontmoedigden moed in te spreken. Elke morgen spreekt Hij zijn woord, elke morgen richt Hij het woord tot mij en ik luister met volle overgave. God de Heer heeft tot mij gesproken en Ik heb mij niet verzet, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug bood ik, aan wie mij sloegen, mijn wangen aan wie mij de baard uitrukten, en mijn gezicht heb ik niet afgewend van wie mij smaadden en mij bespuwden. God de Heer zal mij helpen: daarom zal ik niet beschaamd staan en zal ik geen spier vertrekken. Ja, ik weet dat ik niet te schande zal worden.
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 22

Refrein: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?

Ze lachen met mij, allen die mij zien, ze grijnzen en ze schudden met het hoofd.
Hij steunt toch op de Heer? Laat Die hem redden en hem bevrijden, als Hij hem bemint.

Een meute honden jaagt mij op, een bende booswichten houdt mij omsingeld.
Mijn handen en mijn voeten hebben zij doorboord, mijn beenderen kan ik wel tellen.

Nu delen zij mijn kleren onderling en dobbelen om mijn gewaad.
Ach Heer, houd u niet ver van mij, mijn steun, kom haastig om mij bij te staan.

Uw Naam zal ik verheerlijken onder mijn broeders, uw lof verkondigen voor heel het volk. Gij, dienaars van de Heer, verheerlijkt Hem, heel het geslacht van Jakob, brengt Hem hulde.

Tweede lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi (Fil., 2, 6-11)

Broeders en zusters, Hij, die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf op zich genomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan het kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen is. Opdat bij het noemen van zijn Naam zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde; en iedere tong zou belijden, tot eer van God de Vader: Jezus Christus is de Heer.
Woord van de Heer.

Passieverhaal uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Toen de tijd aangebroken was,
ging Jezus met de apostelen aan tafel aanliggen.
Hij sprak tot hen:
„Vurig heb Ik ernaar verlangd
dit paasmaal met u te eten
eer ik ga lijden.
„Want Ik zeg u:
Ik zal het niet meer eten
totdat het zijn vervulling vindt in het Rijk Gods.”
Daarop nam Hij een beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
„Neemt die beker en deelt hem samen.
„Want Ik zeg u:
Van dit ogenblik af
drink Ik niet meer van wat de wijnstok voortbrengt,
totdat het Rijk Gods is gekomen.”
Daarop nam hij het brood en sprak een dankgebed uit;
Hij brak het en gaf het hun, met de woorden:
„Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.
„Doet dit tot een gedachtenis aan Mij.”
Evenzo gaf Hij hun de beker, na de maaltijd, terwijl Hij sprak:
„Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u wordt vergoten.
„Maar zie, degene door wiens hand Ik zal worden overgeleverd
is met Mij aan tafel.
„Want de Mensenzoon gaat heen zoals het is vastgesteld;
maar toch, wee die mens door wie Hij wordt overgeleverd.”
Nu begonnen zij onder elkaar te vragen
wie van hen het toch was, die dat zou doen.
Er ontstond twist onder hen over de vraag
wie van hen wel de voornaamste mocht zijn.
Maar Jezus sprak tot hen:
„De koningen van de volkeren oefenen heerschappij over hen uit
en hun machthebbers laten zich weldoeners noemen.
„Zo moet gij niet doen;
maar wie onder u de voornaamste is
moet als de jongste wezen;
en wie bevelen geeft moet zijn als iemand die dient.
„Wie is immers de grootste:
hij die aanligt of hij die bedient? „Is het niet hij die aanligt?
„Welnu, Ik ben onder u als degene die bedient.
„Gij zijt het die trouw zijt gebleven in mijn beproevingen.
„En zoals mijn Vader Mij het Koningschap heeft verleend,
zo verleen Ik u een plaats in mijn Koninkrijk;
ge zult eten en drinken aan mijn tafel en
ge zult op tronen gezeten zijn
om te heersen over de twaalf stammen van Israël.

„Simon, Simon,
weet dat de satan heeft geëist u allen te ziften als tarwe.
„Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken.
„Wanneer ge eenmaal tot inkeer gekomen zijt
versterk dan op uw beurt uw broeders.”
Maar hij antwoordde:
„Heer,
ik ben bereid met U zelfs gevangenis en dood in te gaan !”
Daarop sprak Jezus:
„Ik zeg u Petrus:
de haan zal vandaag niet kraaien
voordat ge driemaal geloochend hebt Mij te kennen.”

Hij sprak tot hen:
„Toen Ik u uitzond zonder beurs, reiszak of schoeisel,
hebt ge toen aan iets gebrek gehad ?”
Ze antwoordden:
„Aan niets.”
Hij hernam:
„Maar nu moet wie een beurs heeft die meenemen
en eveneens een reiszak:
en wie die niet bezit, verkope zijn mantel
en schaffe zich een zwaard aan.
„Ik zeg u: in Mij moet dit schriftwoord vervuld worden:
Hij is tot de booswichten gerekend.
„Wat over Mij werd beschikt
gaat nu vervuld worden.”
Ze zeiden Hem:
„Zie Heer, hier zijn twee zwaarden.”
Hij antwoordde:
„Het is genoeg.”

Hij ging nu naar buiten
en begaf zich volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg.
Ook de leerlingen gingen met Hem mee.
Ter plaatse aangekomen sprak Hij tot hen:
„Bidt, dat gij niet op de bekoring ingaat.”
Hij verwijderde zich van hen
en ging ongeveer een steenworp verder;
daar wierp Hij zich op de knieën en bad:
„Vader, als Gij wilt, Iaat dan deze beker Mij voorbijgaan.
„Maar toch: niet mijn wil maar uw wil geschiede.”
Nu verscheen Hem een engel uit de hemel om Hem te sterken.
Aan doodsangst ten prooi bad Hij met nog meer aandrang.
Zijn zweet werd tot dikke druppels bloed
die op de grond neervielen.
Toen stond Hij op uit zijn gebed
en ging naar zijn leerlingen,
maar Hij vond hen van droefheid in slaap.
Hij zei tot hen:
„Hoe kunt ge slapen?
„Staat op
en bidt dat ge niet op de bekoring ingaat.”
Hij was nog niet uitgesproken
of daar kwam een troep, voorafgegaan door Judas
een van de twaalf.
Deze trad op Jezus toe om Hem te kussen.
Maar Jezus zei tot hem:
„Judas, verraadt ge de Mensenzoon met een kus?”
Toen zij die om Hem heen stonden
bemerkten wat er ging gebeuren, vroegen ze:
„Heer zullen we met het zwaard erop in slaan?”
En een van hen gaf de knecht van de hogepriester een slag
en hieuw hem het rechteroor af.
Maar Jezus greep in en zei:
„Laat het hierbij.”
En Hij raakte het oor aan en genas hem.
Nu sprak Jezus tot de hogepriesters,
tot de bevelhebbers van de tempelwacht en de oudsten
die op Hem afgekomen waren:
„Als tegen een rover zijt ge uitgetrokken
met zwaarden en knuppels.
„Dagelijks was Ik bij u in de tempel
en ge hebt geen hand naar Mij uitgestoken.
„Maar dit is uw uur
en uw macht is die der duisternis.”

Zij grepen Hem nu vast en voerden Hem weg
en zij brachten Hem in het huis van de hogepriester,
terwijl Petrus Hem op een afstand volgde.
Op de binnenplaats legden zij een vuur aan
en gingen bij elkaar zitten;
Petrus zat tussen hen in.
Toen een dienstmeisje hem
bij het schijnsel van het vuur zag zitten
en hem scherp had opgenomen,
zei ze:
„Die was ook bij Hem.”
Maar hij ontkende het, en zei:
„Vrouw ik ken Hem niet.”
Even later zag iemand anders hem en zei:
„Jij bent ook een van hen.”
Maar Petrus antwoordde:
„Man dat is niet waar.”
Na verloop van ongeveer een uur
verklaarde een ander met stelligheid:
„Waarachtig die man behoorde ook bij Hem:
hij is immers ook een Galileeër.”
Petrus antwoordde:
„Man ik weet niet wat je bedoelt.”
Hij had het nog niet gezegd of meteen kraaide een haan.
Toen keerde de Heer zich om en Hij keek Petrus aan;
het schoot Petrus te binnen hoe de Heer hem gezegd had:
„Eer vandaag een haan kraait zult ge Mij driemaal verloochenen.”
En hij ging naar buiten en begon bitter te wenen.

De mannen die Jezus bewaakten
bespotten en sloegen Hem.
Ze wierpen een doek over zijn hoofd en vroegen Hem:
„Wees nu eens profeet:
wie is het die U geslagen heeft?”
Nog vele andere beschimpingen voegden ze Hem toe.

Toen het dag geworden was
vergaderde de raad van oudsten van het volk,
hogepriesters en schriftgeleerden
en zij lieten Hem voor hun rechtbank leiden.
Ze zeiden:
„Als Gij de Christus zijt zeg het ons dan.”
Maar Hij sprak tot hen:
„Als Ik het u zeg
zult ge er toch geen geloof aan hechten;
en als Ik u vragen stel
zult ge toch geen antwoord geven.
„Maar van nu af zal de Mensenzoon
zitten aan de rechterhand van de Macht van God.”
Toen vroegen ze allen:
„Gij zijt dus de Zoon van God?”
Hij antwoordde hun:
„Gij hebt het gezegd: dat ben Ik.”
Zij riepen:
„Waartoe hebben wij nog een getuigenis nodig ?
Wij hebben het toch zelf uit zijn eigen mond gehoord.”

Toen stond de gehele vergadering op
en men bracht Hem voor Pilatus.
Daar begonnen ze Hem te beschuldigen en ze zeiden:
„Wij hebben vastgesteld,
dat die man ons volk tot opstand aanspoort,
dat Hij het er van afhoudt
aan de keizer belasting te betalen
en dat Hij zich uitgeeft voor de Messias, de Koning.”
Pilatus vroeg Hem:
„Zijt Gij de koning der Joden?”
Hij gaf hem ten antwoord
„Gij zegt het.”
Pilatus zei nu tot de hogepriesters en de volksmenigte:
„Ik kan in deze man geen enkele schuld ontdekken.”
Maar zij hielden aan en riepen:
„Door zijn prediking in heel het Joodse land,
waar Hij in Galilea mee begonnen is
en die Hij tot hier heeft voortgezet,
zaait Hij onrust onder het volk.”

Toen Pilatus dat hoorde vroeg hij
of de man een Galileeër was.
Zodra hij vernam
dat Jezus inderdaad uit het machtsgebied van Herodes kwam
stuurde hij Hem naar Herodes,
die in die dagen eveneens in Jeruzalem verbleef.
Herodes toonde zich zeer verheugd toen hij Jezus te zien kreeg.
De verhalen over Jezus
hadden hem sinds geruime tijd daarnaar doen verlangen
en hij hoopte Hem nu een of ander wonder te zien verrichten.
Hij stelde Hem allerlei vragen,
maar Jezus gaf in het geheel geen antwoord.
De hogepriesters en de schriftgeleerden stonden er bij
en putten zich uit in beschuldigingen tegen Hem.
Samen met zijn soldaten hoonde en bespotte Herodes Hem.
Hij hing Hem een schitterend gewaad om
en zond Hem terug naar Pilatus.
Op diezelfde dag werden Herodes en Pilatus elkaars vrienden;
tevoren namelijk leefden zij in onderlinge vijandschap.

Daarop riep Pilatus de hogepriesters, de overheidspersonen
en het volk bijeen
en hij zei tot hen:
„Gij hebt deze man voor mij gebracht
als iemand die het volk tot opstand aanzet;
welnu: ik heb Hem in uw bijzijn verhoord
maar ik heb in deze man niets kunnen ontdekken
van al datgene waar gij Hem van beschuldigt.
„Herodes evenmin
want hij heeft Hem naar ons teruggezonden.
„Het is duidelijk
dat Hij niets heeft bedreven
dat de doodstraf zou rechtvaardigen.
„Ik zal Hem daarom een tuchtiging laten toedienen
en dan vrijlaten.”
Ze begonnen allen tegelijk te schreeuwen:
„Weg met Hem! Iaat ons Barabbas vrij !”
Deze Barabbas was in de gevangenis geworpen
wegens een oproer in de stad en wegens moord.
Opnieuw sprak Pilatus hen toe
omdat hij Jezus wenste vrij te laten.
Maar zij riepen daartegen in:
„Kruisig Hem, kruisig Hem !”
Voor de derde maal vroeg Pilatus hun:
„Wat voor kwaad heeft die man dan toch gedaan ?
„Ik heb in Hem niets gevonden,
dat de doodstraf rechtvaardigt.
„Ik zal Hem daarom een tuchtiging laten toedienen
en dan vrijlaten.”
Luid schreeuwend bleven zij echter zijn kruisiging eisen
en hun geschreeuw gaf de doorslag.
Pilatus besliste dat gebeuren zou wat zij eisten:
Hij liet de man die zij opvorderden los,
al zat hij wegens oproer en moord in de gevangenis,
maar Jezus leverde hij over aan hun willekeur.
Toen zij Hem wegvoerden hielden zij een zekere Simon aan,
een man uit Cyrene die van het veld kwam;
hem belaadden ze met het kruis
om het achter Jezus aan te dragen.
Een grote volksmenigte volgde Hem, ook vrouwen
die zich op de borst sloegen en over Hem weeklaagden.
Jezus keerde zich tot hen en sprak:
„Dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij
maar weent over uzelf en over uw kinderen.
„Weet dat er een tijd zal komen waarop men zeggen zal:
Gelukkig de onvruchtbaren,
wier schoot niet heeft gebaard
en wier borst geen kind heeft gevoed.
„Dan zal men tot de bergen zeggen: Valt op ons
en tot de heuvels: Bedekt ons.
„Want als men zo doet met het groene hout
wat zal er dan met het dorre gebeuren ?”
Er werden nog twee anderen weggevoerd, twee misdadigers,
om samen met Hem ter dood te worden gebracht.
Toen zij op de plaats kwamen die Schedel heet
sloegen zij Hem daar aan het kruis,
en zo ook de misdadigers,
de een rechts, de ander links.
En Jezus zei:
„Vader, vergeef hun
want ze weten niet wat ze doen.”
Ze verdeelden zijn kleren onder elkaar, door er om te dobbelen.
Het volk stond toe te kijken
maar de overheidspersonen lachten Hem uit en zeiden:
„Anderen heeft Hij gered;
laat Hij zichzelf eens redden
als Hij de Messias van God is, de uitverkorene !”
De soldaten brachten Hem zure wijn,
en ook zij voegden Hem spottend toe:
„Als Gij de koning der Joden zijt
red dan uzelf.”
Boven Hem stond als opschrift
in Griekse, Romeinse en Hebreeuwse letters:
„Dit is de koning der Joden.”
Ook een van de misdadigers die daar hingen hoonde Hem:
„Zijt Gij niet de Messias?
„Red dan uzelf en ons.”
Maar de andere strafte hem af en zei:
„Heb zelfs jij geen vrees voor God
terwijl je toch hetzelfde vonnis ondergaat?
„En wij ondergaan dat vonnis terecht,
want wij krijgen wat we door onze daden verdiend hebben;
maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.”
Daarop zei hij:
„Jezus, denk aan mij
wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt.”
En Jezus sprak tot hem:
„Voorwaar, Ik zeg u:
vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.”

Het was nu omtrent het zesde uur;
er viel duisternis over heel de streek tot aan het negende uur toe
doordat de zon geen licht meer gaf.
Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.
Toen riep Jezus met luider stem:
„Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.”‘
Nadat Hij dit gezegd had gaf Hij de geest.

Op het zien van wat er gebeurd was,
loofde de honderdman God en hij zei:
„Deze mens was waarlijk een rechtvaardige.”
AI het volk dat voor dat schouwspel samengestroomd was,
keerde terug toen zij aanschouwd hadden wat er gebeurd was,
en zij sloegen zich op de borst.
AI zijn bekenden stonden op een afstand toe te zien;
ook de vrouwen die Hem vanuit Galilea gevolgd waren.

Nu was er een zekere Jozef,
lid van de Hoge Raad,
een welmenend en rechtschapen man,
die dan ook niet had ingestemd
met de plannen en handelwijze van de Raad.
Hij was afkomstig uit de Joodse stad Arimatéa
en leefde in de verwachting van het Rijk Gods.
Deze ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus.
Na het van het kruis genomen te hebben
wikkelde hij het in een lijkwade.
Vervolgens legde hij Hem in een graf
dat in steen was uitgehouwen
en waarin nog nooit iemand was neergelegd.
Het was Voorbereidingsdag en de sabbat brak aan.
De vrouwen die uit Galilea met Hem meegekomen waren
volgden,
en zij bekeken het graf
en zagen toe hoe zijn lichaam werd neergelegd.
Teruggekeerd maakten ze welriekende kruiden en balsem klaar
maar op de sabbat namen ze de voorgeschreven rust in acht.

Voorbede

Laten wij bidden tot God onze Vader.

Voor alle mensen die werken voor uw Kerk,
dat zij in deze Goede Week
met grote liefde het lijden en sterven van Jezus verkondigen
en ons zo voorbereiden op de viering van het Paasfeest.
Laat ons bidden…

Voor mensen die het geloof in Jezus hebben verloren.
Dat zij in deze Goede Week
de weg naar Hem terug mogen vinden.
Laat ons bidden…

Voor ons allen.
Dat het palmtakje dat wij vandaag met ons dragen,
een teken mag zijn
dat wij ook in deze tijd als echte vrienden van Jezus willen leven.
Laat ons bidden…

Voor allen die getroffen worden door de oorlog in Oekraïne.
Voor onze zieken,
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
Voor onze dierbare overleden, met name voor…

in een moment van stilte leggen we aan God voor
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Heer, luister in uw goedheid naar ons gebed.
Door Christus onze Heer.


5e ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 2 EN 3 APRIL 2022

EERSTE LEZING Jes., 43, 16-21

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt de Heer, die door de zee een weg legt, een baan door de onstuimige golven; en die wagen en paard daarover laat gaan, leger en strijdmacht, gesloten aaneen, maar dan gaan ze rusten, staan niet meer op, uitgeblust zijn ze, uitgedoofd als een vlaspit. Denk niet meer aan het verleden en sla geen acht op wat reeds lang voorbij is: Ik onderneem iets nieuws, het begin is er al: ziet ge het niet? Een weg leg Ik door de steppe, rivieren laat Ik stromen door de woestijn. De wilde dieren zullen ontzag voor Mij hebben, de jakhalzen en de struisvogels; want door de steppe laat Ik beken stromen, rivieren door de woestijn, zodat mijn uitverkoren volk zich kan laven: en dit volk dat Ik Mij gevormd heb zal mijn lof verkondigen!
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 126

Refrein: Geweldig was het wat de Heer ons deed.

De Heer bracht Sions ballingen terug: het was alsof wij droomden.
Toen lachten alle monden en juichte elke tong.

Toen zei men bij de volken: geweldig is het wat de Heer hen deed.
Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn wij zo blij.

Keer nu ons lot ten goede, Heer, zoals een beek doet in de Zuid-woestijn.
Die onder tranen zaaien zij oogsten met gejuich.

Vol zorgen gaan zij uit met zaaizakken beladen;
Maar keren zingend weer beladen met hun schoven.

TWEEDE LEZING Fil., 3. 8- 14

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de chris¬tenen van Filippi

Broeders en zusters, Ik beschouw alles als verlies, want mijn Heer Christus Jezus kennen gaat alles te boven. Om Christus heb ik alles prijsgegeven en houd ik alles voor afval als het er om gaat Hem te winnen en één te zijn met Hem. Ik heb geen eigen gerechtigheid op grond van de wet; mijn gerechtigheid komt door het geloof in Christus, ze is een gave van God en steunt op het geloof. Ik wil Christus kennen, ik wil de kracht van zijn opstanding gewaarworden en de gemeenschap met zijn lijden, ik wil steeds meer op Hem lijken in zijn sterven om eens te mogen komen tot de wederopstanding uit de doden. Niet dat ik het al bereikt heb. Ik ben nog niet volmaakt. Maar ik streef er vurig naar het te grijpen, gegrepen als ik ben door Christus Jezus. Nee, vrienden, ik beeld mij niet in er al te zijn. Alleen dit: ik vergeet wat achter me ligt, ik reik naar wat voor me ligt ik storm af op het doel: de prijs van Gods heerlijke roeping.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 8, 1-11

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd begaf Jezus zich naar de Olijfberg. ‘s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe. Hij ging zitten en onderrichtte hen. Toen brachten schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw die op overspel was betrapt. Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem: “ Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef. Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen zulke vrouwen te stenigen. Maar Gij, wat zegt Gij ervan?” Dit bedoelden ze als een strikvraag in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen. Jezus echter boog zich voorover en schreef met zijn vinger op de grond. Toen zij bij Hem aanhielden met vragen richtte Hij zich op en zei tot hen: “Laat degene onder u die zonder onder is, het eerst een steen op haar werpen.” Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond. Toen zij dit hoorden dropen zij een voor een af, de oudsten het eerst, totdat Jezus alleen achterbleef met de vrouw die daar was blijven staan. Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar: “Vrouw, waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld?” Zij antwoordde: “Niemand, Heer.” Toen zei Jezus tot haar: “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.
Zo spreekt de Heer.

VOOBEDE

God, waar mensen de band met U verbreken,
stoot Gij hen niet af, want U bent barmhartig.
Vanuit deze gelovige zekerheid openen wij ons hart voor U.

Voor hen die de taak hebben om anderen te leiden in het geloof.
Dat zij de verkondiging van Jezus’ barmhartige liefde
beschouwen als de kern van hun apostolaat.
Laat ons bidden…

Voor wie nagewezen worden om begane fouten:
Dat zij mensen ontmoeten die hun in Jezus’ Naam recht doen
en nieuwe wegen wijzen.
Laat ons bidden…

Voor ons allen hier aanwezig.
Dat de voorbereiding op Pasen ons ontvankelijk maakt
om anderen te vergeven,
zoals ook wij vergeving mogen ontvangen van onze Barmhartige Vader.
Laat ons bidden…

Voor de mensen uit Oekraïne, getroffen door het oorlogsgeweld;
voor allen die op de vlucht zijn.
Dat spoedig de vrede terugkeert in hun land.
Laat ons bidden…

Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor:
Misintenties…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

Heer God,
Bij U is een nieuw begin altijd mogelijk.
Laat uw liefde het richtsnoer zijn bij al ons handelen.
Dat wij elkaar de genade niet onthouden
die wij zelf van U verwachten. Door Christus onze Heer.


4e ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 26 en 27 maart 2022

EERSTE LEZING Joz., 5, 9a. 10-12

Uit het boek Jozua

In die dagen sprak de Heer tot Jozua: “Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld.” Terwijl de Israëlieten in Gilgal gelegerd waren, vierden zij het Paasfeest op de veertiende dag van de maand, in de avond in de vlakte van Jericho. En daags na Pasen, juist op die dag, aten zij ongezuurd brood en geroosterd graan dat van het land zelf afkomstig was. De volgende dag hield het manna op; ze konden nu eten wat het land voortbracht. Voortaan kregen de Israëlieten geen manna meer; zij aten gedurende heel het jaar wat Kanaän voortbracht.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 34

Refrein: Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is.

De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer, laat elk die het hoort zich verheugen.

Verheerlijkt de Heer te zamen met mij en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren. Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord, Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde.

Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig, want Hij stelt u niet teleur.
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer en redt hen uit hun ellende.

TWEEDE LEZING 2 Kor., 5, 17-21

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters, Wie in Christus is, is een nieuwe schepping: het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen. En dit alles komt van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons, apostelen, de dienst van die verzoening toevertrouwd. Ja, God was het die in Christus de wereld met zich verzoende: Hij telde de fouten van de mensen niet en ons gaf Hij de boodschap van de verzoening mee. Wij zijn dus gezanten van Christus, God roept u op door ons woord. Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen! Hem die geen zonde heeft gekend heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc. 15, 1-3. 11-32

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd kwamen de tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om naar Hem te luisteren. De Farizeeën en de Schriftgeleerden morden daarover en zeiden: “Die man ontvangt zondaars en eet met hen.” Hij hield hun deze gelijkenis voor: “Een man had twee zonen. Nu zei de jongste van hen tot zijn vader: Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb. En de vader verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna pakte de jongste zoon alles bij elkaar en vertrok naar een ver land. Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had kwam er een verschrikkelijke hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden. Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land die hem het veld instuurde om varkens te hoeden. En al had hij graag zijn buik willen vullen met de schillen die de varkens aten, niemand gaf ze hem. Toen kwam hij tot nadenken en zei: Hoeveel dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik verga hier van de honger. Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten maar neem mij aan als een van uw dagloners. Hij ging dus op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem al in de verte aankomen en hij werd door medelijden bewogen; hij snelde op hem toe viel hem om de hals en kuste hem hartelijk. Maar de zoon zei tot hem: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten. Doch de vader gelastte zijn knechten: Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan, steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan. Haalt het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden. Ze begonnen dus feest te vieren. Intussen was zijn oudste zoon op het land. Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat dat te betekenen had. Deze antwoordde: Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen. Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen. Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem aandrong gaf hij zijn vader ten antwoord: Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden, toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven om eens met mijn vrienden feest te vieren. En nu die zoon van u is gekomen die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen, hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten. Toen antwoordde de vader: Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat van mij is, is ook van jou. Maar er moet feest en vrolijkheid zijn, omdat die broer van je dood was en levend is geworden, verloren was en is teruggevonden.”

VOORBEDE

Bidden wij tot God
die als een barmhartige Vader naar ons uitkijkt.

Voor de wereldwijde gemeenschap van de Kerk op weg naar Pasen .
Zegen ons, Heer, en houd ons in uw hand,
zodat wij ons leven richten op U en op uw Woord.
Laat ons bidden…

Voor allen die, zoals de jongste zoon, in hun eigen leven gevangen zitten.
Zegen hen Heer, en houd hen in uw hand,
zodat hun harten open gaan voor uw barmhartigheid en verzoening.
Laat ons bidden…

Voor allen die, zoals de oudste zoon, niet kunnen openstaan voor
de barmhartigheid van God.
Zegen hen Heer, en houd hen in uw hand,
zodat zij niet bezwijken onder de pijn van onbegrip of teleurstelling.
Laat ons bidden…

Voor de mensen uit Oekraïne, getroffen door het oorlogsgeweld;
voor allen die op de vlucht zijn.
Zegen hen Heer, houd hen in uw hand,
en geef dat spoedig de vrede terugkeert in hun land.
Laat ons bidden:

Voor hen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:
Misintenties…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.

Laat ons bidden…

God, Vader, verhoor onze gebeden.
Kerk en wereld hebben nood aan uw barmhartigheid.
Wees ons nabij
en zet ons aan tot werken van Barmhartigheid
in uw Naam.


3e ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 19 EN 20 MAART 2022

EERSTE LEZING Ex., 3, 1-8a. 13-15

Uit het boek Exodus

In die dagen hoedde Mozes de kudde van zijn schoonvader Jitro, de priester van Midjan. Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn en kwam hij bij de berg van God, de Horeb. Toen verscheen hem de engel van de Heer, in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik. Mozes keek toe en zag dat de doornstruik in lichterlaaie stond en toch niet verbrandde. Hij dacht: ik ga er op af om dat vreemde verschijnsel te onderzoeken. Hoe komt het dat die doornstruik niet verbrandt? De Heer zag hem naderbij komen om te kijken. En vanuit de doornstruik riep God hem toe: “Mozes.” “Hier ben ik”, antwoordde hij. Toen sprak de Heer: “Kom niet dichterbij, doe uw sandalen uit, want de plaats waar gij staat is heilige grond.” En Hij vervolgde: “Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.” Toen bedekte Mozes zijn gezicht want hij durfde niet naar God op te zien. De Heer sprak: “Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord; ja, Ik ken zijn lijden. Ik daal af om mijn volk te bevrijden uit de macht van Egypte.” Maar Mozes sprak opnieuw tot God. Als ik nu bij de Israëlieten kom en hun zeg: De God van uw vaderen zendt mij tot u, en zij vragen: Hoe is zijn naam? wat moet ik dan antwoorden?” Toen sprak God tot Mozes: “Ik ben die is.” En ook: “Dit moet gij de Israëlieten zeggen: Hij die is, zendt mij tot u.” Bovendien zei God tot Mozes: “Dit moet ge de Israëlieten zeggen: De Heer de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob, zendt mij tot u. Dit is mijn naam voor altijd. Zo moet men Mij aanspreken, alle geslachten door.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 103

Refrein: De Heer is barmhartig en welgezind.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen!
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet!

Hij is het die u uw schulden vergeeft, die u geneest van uw kwalen.
Hij is het die u van de ondergang redt, die u omringt met zijn gunst en erbarmen;

De Heer is rechtvaardig in al wat Hij doet, Hij laat de verdrukten recht wedervaren.
Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend, Hij toonde zijn werken aan Israëls zonen.

De Heer is barmhartig en welgezind, lankmoedig en goedertieren.
Zo wijd als de hemel de aarde omspant, zo alomvattend is zijn erbarmen.

TWEEDE LEZING 1 Kor., 10, 1-6. 10-12

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters, Gij moet goed weten dat onze vaderen wel allen onder de wolk zijn geweest, allen door de Zee zijn getrokken, allen zijn zij door wolk en zee in Mozes gedoopt, allen aten zij hetzelfde geestelijk voedsel, allen dronken dezelfde geestelijke drank, – want zij dronken uit de geestelijke rots die met hen meeging en die rots was de Christus – maar in de meesten van hen heeft God geen welbehagen gehad; immers: zij werden neergeveld in de woestijn. Deze gebeurtenissen zijn een les voor ons opdat wij niet, zoals zij slechte dingen zouden begeren. Mort ook niet tegen God, zoals sommigen onder hen: zij zijn gedood door de verderver. Wat hun overkwam had een diepe zin en het werd te boek gesteld als een waarschuwing voor ons, tot wie het einde der tijden gekomen is. Daarom, wie meent te staan moet oppassen dat hij niet valt.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc. 13, 1-9

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd waren er bij Jezus enkele mensen die Hem vertelden wat er gebeurd was met de Galileeërs, van wie Pilatus het bloed met dat van hun offerdieren had vermengd. Daarop zei Jezus: “Denkt ge, dat onder alle Galileeërs alleen deze mensen zondaars waren, omdat zij dat lot ondergaan hebben? Volstrekt niet, zeg Ik u. Maar als gij u niet bekeert, zult ge allen op een dergelijke manier omkomen. Of die achttien die gedood werden doordat de toren bij de Siloam op hen viel: denkt ge dat die alleen schuldig waren onder alle mensen die in Jeruzalem woonden? Volstrekt niet, zeg Ik u. Maar als gij niet tot bekering komt, zult ge allen op eenzelfde wijze omkomen.” Toen vertelde Hij de volgende gelijkenis: “Iemand had een vijgenboom die in zijn wijngaard geplant stond; hij kwam zoeken of er vrucht aan zat, maar vond niets. Toen zei hij tot de wijngaardenier: Al sinds drie jaar kom ik aan deze vijgenboom vruchten zoeken maar ik vind er geen. Hak hem om! Waartoe put hij nog de grond uit? Maar de man gaf hem ten antwoord: Heer, laat hem dit jaar nog staan; laat mij eerst de grond er omheen omspitten en er mest op brengen. Misschien draagt hij het volgend jaar vrucht; zo niet, dan kunt ge hem omhakken.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

God leeft met ons mee. Wij mogen ons altijd tot Hem keren.
In dat vertrouwen willen wij bidden.

Voor alle christenen op weg naar Pasen .
Zegen ons, Heer, en houd ons in uw hand,
dat wij ons leven richten op U en onze naaste.
Laat ons bidden…

Voor allen die werken aan een rechtvaardige wereld.
Zegen hen, Heer, en houd hen in uw hand,
zodat ze volharden in hun werken van barmhartigheid.
Laat ons bidden…

Voor vrede en gerechtigheid in de Oekraïne:
dat partijen de weg van dialoog en onderhandelingen kiezen
in plaats van oorlog en geweld,
dat mensenrechten steeds gerespecteerd worden,
burgers beschermd worden en slachtoffers worden opgevangen,
dat met de stuwkracht van de heilige Geest onvermoeibaar gewerkt wordt
aan verzoening en samenwerking in Europa.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor
Misintenties…

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…

Goede God, heel de geschiedenis door roept U mensen om uw volk te dienen. U laat hen daarin niet alleen, maar geeft hun die geloven alles wat nodig is. Daarom vragen wij U: verhoor onze gebeden en geef ook ons wat we nodig hebben om in deze tijd uw liefde te verkondigen en de naaste ten dienste te zijn. Door Christus onze Heer.


2E ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 12 EN 13 MAART 2022

EERSTE LEZING Gen 15, 5-12.17-18

Uit het boek Genesis

In die dagen leidde God Abram naar buiten en zei: „Kijk naar de hemel en tel de sterren, als ge kunt.” En Hij verzekerde hem: „Zo talrijk wordt uw nageslacht.” Abram geloofde de Heer en deze rekende hem dat als gerechtigheid aan. Toen zei God tot hem: „Ik ben de Heer, die u uit Ur in Chaldea heb geleid om u dit land in bezit te geven.” Abram vroeg: „Heer God, hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?” Hij zei tot hem: „Haal een driejarige koe, een driejarige bok, een driejarige ram, een tortel en een jonge duif.” Abram haalde dit alles, sneed de dieren middendoor, en legde de stukken tegenover elkaar; alleen de vogels sneed hij niet door. Er kwamen roofvogels op de dode dieren af, maar Abram joeg ze weg. Bij zonsondergang viel Abram in een diepe slaap; hevige angst en duisternis overviel hem. Toen de zon was ondergegaan, en het helemaal donker was geworden, zag Abram een rokende oven en een vurige fakkel die tussen de stukken doorging. Op die dag sloot de Heer een verbond met Abram. Hij zei: „Aan uw nakomelingen schenk Ik dit land, vanaf de beek van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 27

Refrein: De Heer is mijn licht en mijn leidsman.

De Heer is mijn licht en mijn leidsman, wie zou ik vrezen; de Heer is de schuts van mijn leven, voor wie zou ik bang zijn?

Wil luisteren, Heer, naar mijn roepende stem, heb medelijden en wil mij verhoren. Tot U spreekt mijn hart, naar U zie ik op, uw aanschijn, Heer, tracht ik te zien.

Wil uw gelaat niet verbergen voor mij, verstoot mij, uw dienaar, niet in uw gramschap. Want Gij zijt mijn helper, verjaag mij dus niet, verlaat mij niet, God, mijn verlosser.

Ik reken er op nog tijdens mijn leven de weldaden van de Heer te ervaren. Zie uit naar de Heer en houd dapper stand, wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.

TWEEDE LEZING Filippenzen 3,17 – 4,1

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Filippi

Broeders en zusters, volgt mij na en houdt hen voor ogen die zich gedragen naar het voorbeeld dat ik u gegeven heb. Want ik heb er u al vaak over gesproken en moet het nu onder tranen herhalen: velen leiden een leven dat hen indeelt bij de vijanden van Christus’ kruis. Zij zijn op weg naar de ondergang, hun buik is hun God, in hun schande stellen zij hun eer, zij hebben hun zinnen gezet op het aardse. Maar ons vaderland is in de hemel en uit de hemel verwachten wij onze verlosser, de Heer Jezus Christus. Hij zal ons armzalig lichaam herscheppen en het gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam, met dezelfde kracht die Hem in staat stelt het heelal aan zich te onderwerpen. Daarom, mijn beminde broeders en zusters, naar wie ik zo verlang, mijn vreugde en mijn kroon, houdt aldus stand in de Heer, mijn geliefden.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lucas 9,28b-36

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd nam Jezus nam Jezus Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee en besteeg de berg Tabor om er te bidden. Terwijl Hij in gebed was, veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit. En zie, twee mannen waren met Hem in gesprek; het waren Mozes en Elia die in heerlijkheid verschenen waren, en zij spraken over zijn heengaan dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken. Petrus en zijn metgezellen waren intussen door slaap overmand. Klaar wakker geworden zagen zij zijn heerlijkheid en de twee mannen die bij Hem stonden. Toen dezen van Hem heen wilden gaan zei Petrus tot Jezus: „Meester, het is goed dat wij hier zijn. Laten wij drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.” Maar hij wist niet wat hij zei. Terwijl hij zo sprak, kwam er een wolk die hen overschaduwde. Toen de wolk hen omhulde, werden zij door vrees bevangen. Uit de wolk klonk een stem die sprak: „Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem.” Terwijl de stem weerklonk bemerkten zij dat Jezus alleen was. Zij zwegen erover en verhaalden in die tijd aan niemand iets van wat zij gezien hadden.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Met Petrus, Jakobus en Johannes
keren wij ons biddend tot God onze Vader:

Voor alle christenen op weg naar Pasen.
Dat zij de moed en de kracht ontvangen
hun leven te richten naar Gods woord.
Laat ons bidden…

Voor vrede en gerechtigheid in de Oekraïne:
dat partijen de weg van dialoog en onderhandelingen kiezen
in plaats van oorlog en geweld,
dat mensenrechten steeds gerespecteerd worden,
burgers beschermd worden en slachtoffers worden opgevangen,
dat met de stuwkracht van de heilige Geest onvermoeibaar gewerkt wordt
aan verzoening en samenwerking in Europa.
Laat ons bidden…

Voor mensen die niet kunnen geloven
en geen zin in hun leven zien.
Dat zij in deze veertigdagentijd dichter bij God mogen komen.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor
Misintenties…

In stilte leggen we onze eigen vragen en noden voor aan God
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…

God, Gij hebt op de berg Jezus geopenbaard als uw Zoon,
uw Welbeminde,
en ons opgeroepen naar Hem te luisteren.
Wij smeken U: dat Hij die nu gezeten is aan uw rechterhand,
voor ons ten beste spreekt bij U.
Hij die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.


EERSTE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD 5 EN 6 MAART 2022

EERSTE LEZING Deut., 26, 4-10

Uit het boek Deuteronomium

In die dagen sprak Mozes tot het volk: “De priester zal de korf met de eerste veldvruchten van u aannemen en hem plaatsen voor het altaar van de Heer, uw God. Dan moet gij staande voor de Heer, uw God, zeggen: “Mijn vader was een zwervende Arameër. Hij is met een klein aantal mensen naar Egypte gegaan. Maar terwijl hij daar als vreemdeling verbleef, is hij een groot, machtig en talrijk volk geworden. Toen de Egyptenaren ons slecht behandelden, ons verdrukten en ons harde slavenarbeid oplegden, hebben wij tot de Heer, de God van onze vaderen geroepen. En de Heer heeft ons verhoord en zich onze vernedering, ons zwoegen en onze verdrukking aangetrokken. Hij heeft ons uit Egypte geleid met sterke hand, met opgeheven arm, onder grote verschrikkingen, tekenen en wonderen. Hij heeft ons naar deze plaats gebracht en ons dit land geschonken, een land van melk en honing. Daarom breng ik nu de eerste vruchten van de grond, die Gij, de Heer, mij hebt geschonken.” En Mozes voegde eraan toe: “Dan moet ge die voor de Heer uw God neerleggen en u voor Hem neerbuigen.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 91
Refrein: Sta mij bij Heer, in iedere nood.

Gij die de bescherming geniet van de Allerhoogste en die in de schaduw van de Almachtige woont, Voor u is de Heer: mijn toevlucht, mijn burcht, Mijn God, op wie ik vertrouw.

Het kwaad zal u niet bereiken, de ramp blijft ver van uw tent. Hij heeft zijn engelen last gegeven, op al uw wegen u te bewaken.

Zij zullen u op hun handen dragen, geen steen zal uw voeten kwetsen. Gij kunt op slangen en adders trappen, leeuwen en draken trotseren.

Wie op Mij rekent zal Ik verlossen, beschermen zal Ik wie Mij erkent. Wanneer hij Mij aanroept zal Ik hem horen, hem bijstaan in iedere nood, hem redden en aanzien schenken.

TWEEDE LEZING Rom., 10, 8-13

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Dit zegt de Schrift: “Het woord is vlak bij, het is in uw mond, het is in uw hart,” het woord namelijk van het geloof dat wij verkondigen. Want als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is, en als uw hart gelooft dat God Hem van de doden heeft opgewekt, zult gij gered worden. Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond brengt het heil. Zo zegt het de Schrift: “Niemand die in Hem gelooft zal worden teleurgesteld.” Er bestaat geen verschil tussen Jood en heiden. Zij hebben allen dezelfde Heer, rijk aan gaven voor allen die Hem aanroepen. Want alwie de naam van de Heer aanroept zal gered worden.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc. 4, 1 – 13

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd ging Jezus, vervuld van de heilige Geest weg van de Jordaan. Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd, waar Hij veertig dagen verbleef en door de duivel op de proef werd gesteld. Gedurende die dagen at Hij niets en toen ze voorbij waren kreeg Hij honger. De duivel zei nu tot Hem: “Als Gij de zoon van God zijt, beveel dan aan die steen daar dat hij in brood verandert.’ Jezus gaf hem ten antwoord: “Er staat geschreven: De mens leeft niet van brood alleen.” Daarop voerde de duivel Hem omhoog en toonde Hem in een oogwenk alle koninkrijken der wereld. En de duivel sprak tot Hem: “Ik zal U alle macht geven over deze heerlijke gebieden want ze zijn mij geschonken, en ik geef ze aan wie ik wil. Als Gij dus in aanbidding voor mij neervalt, zal dat alles van U zijn.” Toen antwoordde Jezus hem: “Er staat geschreven: De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.” Daarna bracht de duivel Hem naar Jeruzalem, plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort en sprak tot Hem: “Als Gij de zoon van God zijt, werp U dan vanaf deze plaats naar beneden; want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij omtrent U het bevel geven U te beschermen en zij zullen U op de handen nemen opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen.” Maar Jezus gaf hem ten antwoord: “Er is gezegd: Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen.” Toen gaf de duivel al zijn pogingen om Hem te verleiden op en hij verwijderde zich van Hem tot de vastgestelde tijd.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij bidden tot God onze barmhartige Vader

Voor alle christenen:
dat zij deze Veertigdagentijd aanvaarden als een geschenk van God,
dat het mag zijn een tijd van barmhartigheid.
Dat wij allen als nieuwe mensen
het feest van Pasen mogen vieren.
Laat ons bidden…

Voor alle mensen in deze wereld:
die het niet stil kunnen maken in hun leven.
Voor hen die opgeslokt worden door de door de drukte van de wereld.
Dat zij in deze weken van inkeer en bezinning
bij God rust en vertroosting vinden.
Laat ons bidden…

Voor allen die zoeken naar de zin in hun leven
en voor hen die Gods vergevende liefde afwijzen:
Dat deze Veertigdagentijd hen tot heil en zegen moge zijn.
Laat ons bidden…

Voor vrede en gerechtigheid in de Oekraïne:
dat partijen de weg van dialoog en onderhandelingen kiezen
in plaats van oorlog en geweld,
dat mensenrechten steeds gerespecteerd worden,
burgers beschermd worden en slachtoffers worden opgevangen,
dat met de stuwkracht van de heilige Geest onvermoeibaar gewerkt wordt
aan verzoening en samenwerking in Europa.
Laat ons bidden…

Heer, schenk uw Geest van troost en sterkte
aan allen die lijden of ziek zijn;
Geef het eeuwige leven aan al onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:
Misintenties…

Bidden we in stilte voor onze persoonlijke intenties
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…

Goede Vader, wij vragen uw zegen over ons leven,
over het leven van onze parochiegemeenschap.
Blijf ons in deze Veertigdagentijd vernieuwen.
Vermeerder ons geloof in Jezus, uw Zoon,
die als eerste uit de doden is verrezen
en nu leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.


ASWOENSDAG 2 MAART 2022

EERSTE LEZING Joel 2, 12-18

Uit de profeet Joel.

Zo spreekt God de Heer: Keert tot mij terug, van ganser harte, met vasten, geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot de Heer uw God, want genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil. Wie weet, keert Hij terug en krijgt Hij spijt en laat dan zegen achter zich, een meeloffer en een plengoffer voor de Heer uw God. Blaast de bazuin op Sion, kondigt een heilige vastentijd af, roept een plechtige bijeenkomst bijeen. Verzamelt het volk, belegt een heilige bijeenkomst, brengt de oudsten samen en verzamelt ook de kinderen en de zuigelingen; laat de bruidegom zijn kamer verlaten en de bruid haar bruidsvertrek. Laat tussen de voorhal en het altaar de priesters, die de dienst van de Heer verrichten, wenen en zeggen: Spaar uw volk, Heer, laat niet met uw erfdeel spotten, laat niet de heidenen het overheersen. Moet men onder de volken zeggen: Waar blijft dan hun God? Toen is de Heer voor zijn land opgekomen en heeft Hij zijn volk gespaard.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 51
Refrein:
God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden.

Ik erken dat ik misdreven heb, altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen. Jegens U alleen heb ik gezondigd, wat U tegenstaat heb ik gedaan.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest. Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn, neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen, maak mij sterk in edelmoedigheid.
Heer, maak Gij mijn lippen los, dat mijn mond uw lof kan zingen.

TWEEDE LEZING 2 Kor. 5,20 – 6,2

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.

Broeders en zusters, wij zijn gezanten van Christus, God roept u op door ons woord. Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen! Hem die geen zonde heeft gekend, heeft God voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden. Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorg dat ge zijn genade niet tevergeefs ontvangt. Hij zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen. Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt.6, 1-6.16-18

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Mattheus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader die in de hemel is. Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat, opdat zij door de mensen geprezen worden. Voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Als gij een aalmoes geeft, laat uw linkerhand dan niet weten, wat uw rechter doet, opdat uw aalmoes in het verborgene blijve en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen bij de mensen; voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen! Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bidt tot uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij vast, zalft dan uw hoofd en wast uw gezicht, om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast, maar vast voor uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Keren we ons met heel ons hart tot God: dat de Heer genadig mag zijn.

Bidden we, dat Aswoensdag, het begin van de veertigdagentijd
ons ervan bewust maakt dat we deel uitmaken van een Kerk,
die heilig is, maar tegelijkertijd behoefte heeft
aan inkeer en boetvaardigheid.
Laat ons bidden…

Dat God ons mag raken in deze veertigdagentijd,
dat we ons afkeren van wat ons vasthoudt aan kwaad en tekort,
dat we ijveren voor een gemeenschap
waar broeder- en zusterlijkheid, gerechtigheid en omzien naar elkaar
de boventoon voeren.
Laat ons bidden…

Dat de komende weken, op weg naar Pasen,
ons meer dan anders bewust mogen maken
dat we in een wereld leven
met talloze mensen die uitgebuit worden, met armen en ontheemden.
Dat we wegen vinden – bijvoorbeeld in de Vastenactie –
om de nood van de minderbedeelde medemens te verlichten.
Laat ons bidden…

Bidden we om vrede en veiligheid,
voor allen die slachtoffer zijn van oorlogsgeweld;
dat Gods vrede het wint van het kwaad in de wereld.
Laat ons bidden…

Voor hen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:
Misintenties…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…

God, Gij alleen zijt gerechtigheid en vrede. Wij erkennen onze zwakheid, onze armoede en menselijk tekortschieten. Wil ons genadig zijn en ons gebed verhoren door Christus onze Heer.


ACHTSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 26 EN 27 FEBRUARI 2022

EERSTE LEZING Sir., 27, 4-7

Uit het boek Ecclesiasticus (= Uit het boek wijsheid van Jezus Sirach)

Als men de zeef schudt, blijft het kaf: En in het spreken ontdekt men het boze van de mens. Het werk van de pottenbakker wordt beproefd door de oven, en de mens door wat hij zegt in het gesprek. Aan de vruchten van de boom erkent men de boomgaard, en aan de woorden van de mens zijn gezindheid. Prijs daarom geen mens vóórdat hij gesproken heeft, want eerst op grond daarvan kan men een mens beoordelen.
Zo spreekt de Heer

ANTWOORDPSALM uit psalm 92
Refrein: Hoe heerlijk is het, Heer, U te prijzen.

Hoe heerlijk is het de Heer te prijzen, uw Naam, Allerhoogste, te loven.
Uw goedheid te melden iedere ochtend en heel de nacht door uw trouw.

De vromen schieten als palmbomen op, als Libanon-ceders gedijend;
Zij zijn geplant bij het huis van de Heer, zij komen tot bloei in Gods voorhof.

Ook als zij reeds oud zijn dragen zij vruchten, zij blijven sappig en fris.
Zij wijzen uit hoe rechtvaardig de Heer is, mijn Rots, in Hem is geen onrecht.

TWEEDE LEZING 1 Kor., 15, 54-58

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters, wanneer het vergankelijke met onvergankelijkheid is gekleed en het sterfelijke met onsterfelijkheid, dan zal het woord van de Schrift in vervulling gaan: “De dood is verslonden, de zege is behaald. Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw angel? De angel van de dood is de zonde en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij gedankt, die ons de overwinning geeft door Jezus Christus, onze Heer. Daarom geliefde broeders en zusters, weest standvastig en onwankelbaar en gaat altijd voort met het werk des Heren; gij weet toch dat uw inspanning, dank zij Hem, niet vergeefs is.
Zo spreekt de Heer

EVANGELIE Lc., 6, 39-45

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd hield Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis voor: „Kan soms de ene blinde de andere leiden? Vallen dan niet beiden in de kuil? De leerling staat niet boven zijn meester; maar hij zal ten volle gevormd zijn als hij is gelijk zijn meester. Waarom kijkt ge naar de splinter in het oog van uw broeder en waarom slaat ge geen acht op de balk in uw eigen oog? Hoe kunt ge tot uw broeder zeggen: Broeder, Iaat mij de splinter uit uw oog halen, terwijl ge de balk in uw eigen oog niet opmerkt? Huichelaar, haal eerst die balk uit uw eigen oog, dan zult ge scherp genoeg zien om de splinter te kunnen verwijderen die in het oog van uw broeder zit. Er bestaat geen goede boom die zieke vruchten voortbrengt en evenmin een zieke boom die goede vruchten voortbrengt. Een boom immers kent men aan zijn vruchten; men plukt geen vijgen van dorens, men oogst geen druiven van een braamstruik. Een goed mens brengt het goede te voorschijn uit de schat van goedheid in zijn hart; maar een slechte brengt het slechte te voorschijn uit zijn schat van slechtheid; want waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over.”
Zo spreekt de Heer

VOORBEDE

Leggen we vol vertrouwen onze gebeden voor aan God,
onze barmhartige Vader,
uit zorg voor de noden van kerk en wereld.

Bidden we voor de paus en de bisschoppen,
de priesters en diakens
die de taak hebben de Blijde Boodschap te verkondigen;
dat zij zelf de genade mogen ontvangen
te ervaren en te praktiseren
wat zij aan de mensen verkondigen.
Laat ons bidden…

Voor alle ouders
die binnen het gezin het geloof mogen doorgeven:
dat zij dit met blijdschap, overtuiging en volharding doen;
dat zij als opvoeders durven erkennen
en om vergeving vragen als zij in liefde tekortgeschoten zijn.
Laat ons bidden…

Voor allen die in deze dagen carnaval vieren.
Dat het dagen van verbroedering mogen zijn in onze soms zo verkilde wereld.
Dat de vreugde en saamhorigheid van deze dagen
weerklank krijgen in het leven van alle dag.
Laat ons bidden…

Opgeschrikt door de oorlog die is losgebarsten in Oekraïne, bidden wij:
wees nabij aan hen die nu te lijden hebben en in angst verkeren;
wees ook nabij aan de agressors, opdat zij beseffen waar zij mee bezig zijn.
Dat ieder zich bekere tot de ander als enige weg tot vrede.
Dat uw mildheid en liefde de harten bereid maakt
om uw vrede te ontvangen en uit te dragen.
Laat ons bidden…

Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor:
Misintenties….

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden..

God, verhoor onze gebeden
als verlangen naar uw Rijk voor alle mensen
en geef ons ook de kracht en de wijsheid
om zelf mee te werken waar we U om vragen.
Door Christus onze Heer.


ZEVENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 19 en 20 FEBRUARI 2022

EERSTE LEZING 1 Sam. 26, 2. 7-9. 12-13. 22-23

Uit het eerste boek Samuël

In die dagen begaf Saul zich met drieduizend uitgelezen Israëlieten op weg naar de woestijn van Zif om David daar te zoeken. David en Abisaï kwamen in de nacht bij het leger aan en daar lag Saul in het wagenkamp te slapen. Zijn lans stond bij zijn hoofdeinde in de grond gestoken. Abner en zijn mannen lagen in een kring om hem heen. Toen zei Abisaï tot David: „Nu levert God uw vijand aan u over. Laat mij hem met zijn eigen lans aan de grond priemen! Eén stoot en hij is er geweest!” Maar David zei tot Abisaï: „Neen, dood hem niet ! Wie slaat ongestraft de hand aan de gezalfde van de Heer?” David nam toen de lans en de waterkruik weg van het hoofdeinde van Saul en zij trokken zich terug. Niemand zag het, niemand merkte iets, niemand werd wakker; iedereen sliep door, want de Heer had hen in een diepe slaap gedompeld. Toen David aan de overkant gekomen was, ging hij ver weg op een berg staan, zodat er een grote afstand tussen hen was. Hij riep Saul en zei: „Koning, hier is uw lans, Iaat een van uw mannen hem maar komen halen. De Heer zal ieders rechtschapenheid en trouw vergelden, de Heer had u vandaag aan mij overgeleverd, maar ik heb de hand niet willen slaan aan zijn gezalfde.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 103

Refrein: De Heer is barmhartig en welgezind.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen!
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet!

Hij is het die u uw schulden vergeeft, die u geneest van uw kwalen.
Hij is het die u van de ondergang redt, die u omringt met zijn gunst en erbarmen.

De Heer is barmhartig en welgezind, lankmoedig en goedertieren.
Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen, vergeldt ons niet onze schuld.

Zo ver als de afstand van oost tot west, zo ver verdrijft Hij van ons de zonde.
Zo zeer als een vader zijn kinderen liefheeft, zo zeer heeft de Heer zijn dienaren lief.

TWEEDE LEZING 7 Kor. 75, 45-49

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters, de eerste mens, Adam werd een levend wezen. De laatste Adam werd een levendmakende Geest. Maar het geestelijke komt niet het eerst; het natuurlijke gaat vooraf, daarna komt het geestelijke. De eerste mens, uit de aarde genomen, is aarde; de tweede is uit de hemel. Zoals de eerste mens van aarde, zo zijn alle aardse mensen, zoals de hemelse Mens, zo zullen alle hemelse zijn. En gelijk wij het beeld van de aardse mens hebben gedragen zo zullen wij ook het beeld dragen van de hemelse Mens.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc. 6, 27-38

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: „Tot u die naar Mij luistert zeg Ik: Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen. Als iemand u op de ene wang slaat keer hem ook de andere toe; en als iemand uw bovenkleed van u afneemt belet hem niet ook uw onderkleed te nemen. Geef aan ieder die u iets vraagt, en als iemand wegneemt wat u toebehoort eis het niet terug. Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, moet gij ook hen behandelen. Als gij bemint wie u beminnen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars beminnen wie hen liefhebben. Als gij weldoet aan wie u weldaden bewijzen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Dat doen de zondaars ook. Als gij leent aan hen van wie ge hoopt terug te krijgen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars lenen aan zondaars met de bedoeling evenveel terug te krijgen. Neen, bemint uw vijanden, doet goed en leent uit zonder er op te rekenen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn, dan zult ge kinderen zijn van de Allerhoogste, die immers ook goed is voor de ondankbaren en slechten. Weest barmhartig zoals uw Vader barmhartig is. Oordeelt niet, dan zult ge niet geoordeeld worden. Veroordeelt niet, dan zult ge niet veroordeeld worden. Spreekt vrij en gij zult vrijgesproken worden. Geeft en u zal gegeven worden: een goede, gestampte, geschudde en overlopende maat zal men u in de schoot storten. De maat die gij gebruikt zal men ook voor u gebruiken.”
Zo spreekt de Heer

VOORBEDE

Bidden wij tot God de Vader
die al onze menselijke zwakheden kent.

Om kracht en wijsheid voor paus en bisschoppen:
dat hun voorbeeld en hun woorden
mogen getuigen van de liefde en barmhartigheid van God.
Laat ons bidden…

Voor allen die leiding geven in onze wereld:
dat zij de moed mogen hebben
verder te kijken dan hun beperkte mogelijkheden,
en een wereld van barmhartigheid en vrede blijven nastreven.
Laat ons bidden…

Voor onszelf:
dat wij de kracht mogen hebben om, met Gods hulp,
onze naasten zo te behandelen
zoals wij zelf behandeld willen worden.
Laat ons bidden…

Voor hen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:
Misintenties…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.

Laat ons bidden…

Goede God, wij bidden U
om de kracht om meer te doen
dat wij menselijker wijze kunnen,
zodat wij steeds meer op U gaan gelijken.
Dat vragen wij U door Christus, onze Heer.


ZESDE ZONDAG DOOR HET JAAR 12 en 13 FEBRUARI 2022

EERSTE LEZING Jer. 17, 5-8

Uit de Profeet Jeremia

Dit zegt de Heer: „Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt, die bouwt op een schepsel en zich afkeert van de Heer. Hij is een kale struik in de steppe, nooit ziet hij regen; hij staat in dorre woestijngrond, in een onvruchtbaar gebied, waar niemand woont. Gezegend is hij die op de Heer vertrouwt, en zich veilig weet bij hem. Hij is als een boom die aan een rivier staat en wortels heeft tot in het water. Hij heeft geen last van de hitte, zijn blad blijft groen. Komt er een tijd van droogte, het deert hem niet; altijd blijft hij vrucht dragen.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 1

Refrein: Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt.

Gelukkig de man die weigert te doen wat goddelozen hem raden;
Die niet de wegen der zondaars gaat, niet zit te midden der spotters;
Maar die zijn geluk vindt in ‘s Heren wet, haar dag en nacht overweegt.

Hij is als een boom, aan het water geplant, die vruchten draagt op zijn tijd;
Des zomers verdorren zijn bladeren niet,
maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.

De goddelozen vergaat het zo niet: de wind blaast hen weg als kaf.
De Heer immers let op de weg der gerechten,
de weg van de zondaars loopt dood.

TWEEDE LEZING 1 Kor. 15,12.16-20

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters, als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgewekt, hoe kunnen dan sommigen onder u beweren dat er geen opstanding van de doden bestaat? Want als de doden niet verrijzen is ook Christus niet verrezen, en als Christus niet is verrezen is uw geloof waardeloos en zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn verloren. Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd zijn wij de beklagens-waardigste van alle mensen. Maar zo is het niet! Christus is opgewekt uit de doden als eersteling van hen die ontslapen zijn.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc. 6, 17. 20-26

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd daalde Jezus samen met de twaalf van de berg af. Hij bleef staan op een vlak terrein. Daar bevond zich een talrijke groep van zijn leerlingen en een grote volksmenigte uit heel het Joodse land, uit Jeruzalem en uit het kustland Tyrus en Sidon. Hij sloeg nu zijn ogen op, keek zijn leerlingen aan en sprak: „Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk Gods. Zalig die nu honger lijdt, want gij zult verzadigd worden. Zalig die nu weent, want gij zult lachen. Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, wanneer zij u uitstoten en u beschimpen en uw naam uit de samenleving bannen als iets verfoeilijks. Als die dag komt, springt dan op van blijdschap, want groot is uw loon in de hemel. Op dezelfde manier behandelden hun voorvaders de profeten. Maar wee u, rijken, want wat u vertroost hebt ge al ontvangen. Wee u, die nu verzadigd zijt, want ge zult honger lijden. Wee u, die nu lacht, want ge zult klagen en wenen. Wee u, wanneer alle mensen met lof over u spreken, want hun voorvaderen deden hetzelfde met de valse profeten.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Leggen we vol vertrouwen onze gebeden voor aan God,
onze barmhartige Vader,
uit zorg voor de noden van kerk en wereld.

Laten we bidden voor de Kerk:
dat zij ondanks verdeeldheid en scheiding
de blijde boodschap van het Evangelie
geloofwaardig en liefdevol mag verkondigen aan alle mensen.
Laat ons bidden.

Laten we bidden voor politieke en maatschappelijke leiders:
dat zij vrijheid en welzijn voor alle mensen
zoeken en bevorderen
en zo ertoe bijdragen dat mensen in vrede met elkaar leven.
Laat ons bidden.

Laten we bidden voor de armen, de treurenden,
en allen die vanwege hun geloof bespot en benadeeld worden:
dat zij de hoop niet verliezen
en de moed niet laten zakken.
Laat ons bidden.

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor
Misintenties

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…

God, verhoor onze gebeden
om voorspoed voor de zending van uw kerk
en voor het welzijn van uw mensen op aarde.
Door Christus, onze Heer.


VIJFDE ZONDAG DOOR HET JAAR 5 en 6 FEBRUARI 2022

EERSTE LEZING Jes., 6, 1-2a. 3-8

Uit de Profeet Jesaja

In het sterfjaar van koning Uzziáhu zag ik de Heer, gezeten op een hoge en verheven troon: zijn sleep bedekte heel de vloer van de tempel. Hij was omgeven met serafs; elk had zes vleugels, en ze riepen elkaar toe: “Heilig, heilig, heilig, de Heer der hemelse machten! Heel de aarde is vol van zijn glorie!” Het luide roepen deed de drempels schudden in hun voegen en het heiligdom stond vol rook. Toen riep ik: “Wee mij, ik ben verloren! “Want ik ben een mens met onreine lippen en ik woon te midden van een volk met onreine lippen, en toch hebben mijn ogen de Koning, de Heer der hemelse machten, gezien!” Maar een van de serafs vloog naar mij toe met een gloeiende kool die hij met een tang van het altaar genomen had; hij raakte mijn mond daarmee aan en sprak: “Nu dit uw lippen aangeraakt heeft zijn uw zonden verdwenen, uw misstappen vergeven.” Daarop hoorde ik de Heer spreken: “Wie moet ik zenden? Wie zal voor ons gaan?” En ik antwoordde: “Hier ben ik, zend mij!”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM

Refrein: Ik zing voor U en alle hemelmachten.

U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart, omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd. Ik zing voor U en alle hemelmachten en werp mij neer, gebogen naar uw heiligdom.

U prijs ik om uw goedheid en uw trouw, want uw belofte hebt Gij mateloos vervuld. Wanneer ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord, Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven.

U zullen alle koningen der aarde eren wanneer zij horen wat Gij tot hen zegt.
Ook zij zullen de daden van de Heer bezingen: ja waarlijk, machtig is de grootheid van de Heer.

Steeds is uw uitgestrekte hand mijn redding: de Heer voltooit voor mij al wat ik onderneem. Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde; vergeet het maaksel van uw handen niet!

TWEEDE LEZING 1 Kor., 15, 1-11

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe

Broeders en zusters, Ik vestig uw aandacht op het evangelie dat ik u heb verkondigd, dat gij hebt ontvangen, waarop gij gegrondvest zijt en waardoor gij ook gered wordt, indien ge er tenminste aan vasthoudt in de vorm waarin ik het u verkondigd anders zoudt gij tevergeefs gelovig geworden zijn. In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, en dat Hij verschenen is aan Kefas en daarna aan de Twaalf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. En het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte. Ja ik ben de minste van de apostelen, niet waard apostel te heten, want ik heb Gods kerk vervolgd. Maar door de genade van God ben ik wat ik ben en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest. Ik heb harder gewerkt dan alle anderen, niet ik, maar de genade van God met mij. Maar of zij het nu zijn of ik, dat verkondigen wij en dat hebt gij geloofd.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 5, 1-11

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Op zekere dag stond Jezus aan de oever van het meer van Gennesaret, terwijl de mensen op Hem aandrongen om het woord Gods te horen. Hij zag nu twee boten liggen aan de oever van het meer; de vissers waren eruit gegaan en spoelden hun netten. Hij stapte in een van de boten, die van Simon en vroeg hem een eindje van wal te steken. Hij ging zitten en vanuit de boot vervolgde Hij zijn onderricht aan het volk. Toen Hij zijn toespraak had geëindigd zei Hij tot Simon: “Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst.” Simon antwoordde: “Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen; maar op uw woord zal ik de netten uitgooien.” Ze deden het en vingen zulk een massa vissen in hun netten dat deze dreigden te scheuren. Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Toen die gekomen waren vulden zij de beide boten tot zinkens toe. Bij het zien daarvan viel Simon Petrus Jezus te voet en zei: “Heer, ga van mij weg want ik ben een zondig mens.” Ontzetting had zich meester gemaakt van hem en van allen die bij hem waren, vanwege de vangst die ze gedaan hadden. Zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus echter sprak tot Simon: “Wees niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen.” Ze brachten de boten aan land en lieten alles achter om Hem te volgen.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij nu bidden tot God onze Vader.

Wij bidden voor allen die zich inzetten voor een betere samenleving.
Geef, Heer, dat zij mogen slagen in hun inzet
Door hun werken van barmhartigheid.
Laat ons bidden…

Wij bidden om roepingen.
Dat het in de gemeenschap van de Kerk niet zal ontbreken aan mensenvissers:
priesters, diakens, religieuzen
en toegewijde vrouwen en mannen in het pastoraat.
Dat velen ook vandaag
de roepstem van de Heer horen en Hem volgen.
Laat ons bidden…

Voor onszelf:
dat wij aandachtig durven luisteren naar Gods roepstem;
dat ieder binnen zijn of haar eigen mogelijkheden
de Heer mag volgen in woord en daad.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor
Misintenties…

In stilte leggen we onze eigen vragen en noden voor aan God

Laat ons bidden…

God, onze Vader,
Gij alleen zijt onze toevlucht en onze kracht.
Geef dat wij moedig blijven getuigen van uw Blijde Boodschap.
Zend ons in de naam van Jezus Christus,
uw Zoon en onze Heer.


VIERDE ZONDAG DOOR HET JAAR 29 en 30 januari 2022

EERSTE LEZING Jer., 1, 4-5. 17-19

Uit de Profeet Jeremia

In die dagen kwam het woord van de Heer tot mij: “Voordat Ik u in de moederschoot vormde, kende Ik u; voordat ge geboren werd, heb Ik u mij voorbehouden, tot profeet voor de volken heb Ik u bestemd. Omgord dan uw lenden; sta op en zeg tot het volk alles wat Ik u opdraag. Laat u door hen niet afschrikken; anders jaag Ik u voor hun ogen de schrik op het lijf. Ikzelf maak u heden tot een versterkte stad, een ijzeren zuil, een koperen muur tegenover het hele land, voor de koningen en edelen van Juda, de priesters en de burgers van het land. Zij zullen u be strijden, maar niets tegen u vermogen. Want Ik ben bij u om u te redden.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 71
Refrein: Mijn tong zal uw rechtvaardigheid prijzen.

Tot U, Heer, neem ik mijn toevlucht, stel mij toch nimmer teleur. Gij zijt rechtvaardig, red en bevrijd mij, luister en kom mij te hulp.

Wees mij een vluchtoord, een veilige plaats; mijn rots en mijn burcht zijt Gij altijd geweest.
Bevrijd mij, mijn God, uit de handen der zondaars, de vuist die mij wreed omklemt.

Want Gij, mijn God, Gij zijt mijn verwachting, mijn hoop zijt Gij, Heer, sinds mijn vroegste jeugd. Vanaf de moederschoot steun ik op U, Gij waart mijn beschermer sinds mijn geboorte.

Ik zal uw rechtvaardigheid prijzen, uw bijstand de hele dag. Van jongsaf heb ik het ondervonden, en nu nog prijs ik uw daden.

TWEEDE LEZING 1 Kor., 12, 31-13, 13

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe

Broeders en zusters, Gij moet naar de hoogste gaven streven. Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles. Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. Al heb ik de gave der profetie, al kon ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb ben ik niets. Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood: als ik de liefde niet heb baat het mij niets. De liefde is lankmoedig en goedertieren; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht maar vindt haar vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. De liefde vergaat nimmer. De gave der profetie zal verdwijnen, tongen zullen verstommen, de kennis zal een einde nemen. Want ons kennen is stukwerk en stukwerk ons profete ren. Maar wanneer het volmaakte komt heeft het onvolmaakte afgedaan. Toen ik een kind was sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, dacht ik als een kind; en nu ik man geworden ben heb ik het kinderlijke afgelegd. Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot aangezicht. Thans ken ik slechts ten dele maar dan zal ik ten volle ken nen zoals God mij kent. Nu echter blijven geloof, hoop en liefde de grote drie; maar de liefde is de grootste.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 4, 21-30

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd begon Jezus in de Synagoge te spreken: “Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan.” Allen betuigden Hem hun instemming en verbaasden zich, dat woorden, zo vol genade uit zijn mond vloeiden. Ze zeiden: “Is dat dan niet de zoon van Jozef?” Hij zei hun: “Natuurlijk zult ge Mij dit spreekwoord voorhouden: Geneesheer, genees uzelf: doe al wat, naar wij vernamen, in Kafarnaüm gebeurd is, nu ook hier in uw vaderstad.” Maar Hij gaf er dit antwoord op: “Voorwaar, Ik zeg u: geen profeet wordt aanvaard in zijn eigen vaderstad. En het is waar wat Ik u zeg: in de tijd van Elia immers, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef en een grote hongersnood uitbrak over het hele land, waren er veel weduwen in Israël; toch werd Elia tot niemand van haar gezonden dan tot een weduwe te Sarepta, in het gebied van Sidon. En in de tijd van de profeet Elisa waren er vele melaatsen in Israël; toch werd niemand van hen gereinigd, behalve de Syriër Naäman.” Toen ze dit hoorden werden allen die in de synagoge waren woedend. Ze sprongen overeind, joegen Hem de stad uit en dreven Hem voort tot aan de steile rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem daar in de afgrond te storten. Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Richten wij ons tot de Heer in gebed:

Dat wij als parochiegemeenschap
onze verbondenheid de Heer hernieuwen,
om in geloof, hoop en liefde
mee te werken aan de opbouw van Gods Koninkrijk in deze wereld.
Laat ons bidden…

Dat overal ter wereld de liefde mag overwinnen,
die niet afgunstig is,
maar alles verdraagt, gelooft, hoopt en duldt.
Laat ons bidden…

Dat mensen die leven in verdriet of eenzaamheid,
of op welke wijze ook, lijden aan het leven.
mogen blijven hopen en vertrouwen
op Gods barmhartigheid die alles ten goede keert.
Laat ons bidden…

Heer, schenk uw Geest van troost en sterkte
aan allen die ziek zijn;
Geef het eeuwige leven aan al onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:
Misintenties…

Bidden we in stilte voor onze persoonlijke intenties
Laat ons bidden…

Heer, onze God,
op uw goedheid doen wij nooit tevergeefs een beroep.
Gij alleen zijt het fundament van geloof.
Wij danken U daarvoor, door Christus, uw Zoon en onze Heer.


DERDE ZONDAG DOOR HET JAAR 22 en 23 januari 2022

EERSTE LEZING Neh., 8, 2-4a. 5-6. 8-10

Uit het boek Nehemia

In die dagen bracht de priester Ezra, het boek van de wet voor de vergadering van mannen en vrouwen en van allen die de voorlezing konden volgen. Het was de eerste dag van de zevende maand. Vanaf de dageraad tot de middag las Ezra voor uit het boek op het plein voor de Waterpoort ten aanhoren van mannen en vrouwen en van allen die het konden volgen. Het volk luisterde aandachtig naar de voorlezing van het wetboek. Ezra, de schriftgeleerde, ging op een houten verhoog staan dat voor die gelegenheid opgeslagen was. Ten aanschouwe van heel het volk, hij stak immers boven allen uit, opende Ezra het boek. Op dat ogenblik gingen allen staan. Ezra prees de Heer, de grote God, en heel het volk antwoordde: “Amen, amen. De Levieten staken hun handen omhoog, zij bogen het hoofd en zij aanbaden de Heer met het gezicht tegen de grond. Zij lazen uit het boek van Gods wet, legden het uit en verklaarden de betekenis, zodat allen de lezing verstonden. Vervolgens zeiden Nehemia, de landvoogd, Ezra de priester en schriftgeleerde, en de levieten die de uitleg gaven tot heel het volk: “Deze dag is aan de Heer, uw God, gewijd. Gij moogt dus niet treurig zijn en niet wenen.” Het hele volk was namelijk in tranen uitgebarsten toen het de woorden van de wet hoorde. En ze zeiden hun: “Komt, gaat lekker eten en drinkt er zoete wijn bij en deelt ervan mee aan wie niets heeft, want deze dag is aan onze Heer gewijd. Weest niet bedroefd, maar de vreugde die de Heer u schenkt zij uw kracht.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 19
Refrein: Uw woorden, Heer, zijn geest en leven.

De Wet van de Heer is volkomen, zij sterkt de onzekere geest.
Zijn voorschriften zijn betrouwbaar, onwetenden maken zij wijs.

Rechtmatig zijn al zijn bevelen, bevredigend voor het gemoed.
Glashelder zijn zijn geboden, zij zijn een licht voor het oog.

Het woord van de Heer is eerlijk, het blijft in eeuwigheid waar.
Zijn uitspraken zijn waarachtig, rechtvaardig in iedere zaak.

Laat al mijn spreken en denken voor U aanvaardbaar zijn, Heer,
voor U, mijn rots en verlosser.

TWEEDE LEZING 1 Kor, 12, 12-14.27

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe

Broeders en zusters, Het menselijke lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel; alle ledematen, hoe vele ook, maken tezamen één lichaam uit. Zo is het ook met de Christus. Wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen zijn immers in de kracht van een en dezelfde Geest door de doop één enkel lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met één Geest. Een lichaam bestaat nu eenmaal niet uit één lid maar uit vele leden. Welnu, gij zijt het lichaam van Christus en ieder van u is een lid van dit lichaam.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 1, 1-4; 4, 14-21

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen die onder ons hebben plaats gevonden, aan de hand van de gegevens welke ons werden overgeleverd door mensen die van het begin af aan ooggetuigen waren en in dienst van het woord zijn getreden. Vandaar, edele Teofilus, dat ook ik besloot – na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht voor u een ordelijk verslag te schrijven, met de bedoeling u te doen zien hoe betrouwbaar de leer is waarin gij onderwezen zijt.
In die tijd keerde Jezus in de kracht van de Geest uit de woestijn terug naar Galilea en men sprak over Hem in heel de streek. Hij trad nu op als leraar in hun synagogen en werd algemeen geprezen. Zo kwam Hij ook in Nazaret, waar Hij was grootgebracht. Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. Ze reikten Hem de boekrol van de profeet Jesaja aan. Hij opende de rol en vond de plaats waar geschreven stond: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer. Daarop rolde Hij het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten. In de synagoge waren aller ogen gespannen op Hem gevestigd. Toen begon Hij hen toe te spre¬ken: “Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten ons samen bidden dat wij de
Blijde Boodschap van Jezus met een gewillig hart aanvaarden.

Laten wij bidden om blijvende aandacht
voor de woorden van Jezus: Zoon van mensen, Zoon van God,
Dat wij Hem eren, en de weg gaan die Hij wees.
Laat ons bidden…

Laten wij bidden voor alle geloofsverkondigers van vandaag:
Priesters, diakens, pastoraal medewerkenden en religieuzen.
Dat zij het licht van Gods liefde uitdragen en verkondigen
tot welzijn van velen.
Laat ons bidden…

Laten wij in deze internationale bidweek
voor de eenheid onder alle christenen
bidden om de eenheid tussen allen die door het doopsel verbonden zijn.
Dat wij blijven werken aan eenheid, verzoening en respect
onder allen die de naam van christen dragen.
Dat alle christenen eensgezind moge zijn in hun getuigenis van geloof en hoop.
Laat ons bidden…

Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor:
Misintenties…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

Laat ons bidden…

God onze Vader,
meer dan wijzelf, kent Gij de noden van de mensen.
Stort de Geest van uw Zoon in onze harten
opdat wij daden van goedheid en liefde voortbrengen.
Door Christus onze Heer.


Tweede zondag door het jaar 15 en 16 januari 2022

Eerste Lezing Jesaja 62, 1-5

Uit de profeet Jesaja

Omwille van Sion mag ik niet zwijgen, terwille van Jeruzalem mij niet stilhouden. Want als de zon zal haar gerechtigheid stralen, haar heil branden als een fakkel. De volkeren zullen uw gerechtigheid aanschouwen, alle koningen uw glorie zien en men zal u een nieuwe naam geven, een naam door de Heer bedacht. In de hand van de Heer zult gij een flonkerende kroon zijn, in de hand van uw God een koninklijke diadeem. Gij zult niet meer heten: “de Verlatene”, uw land niet meer: “Woestenij”; maar gij zult heten: “Mijn Welbehagen”, uw land: “Gehuwde”; Want in u heeft de Heer zijn behagen gesteld en uw land wordt Hem ten huwelijk gegeven. Zoals een jongen zijn meisje trouwt, zal Hij die u opbouwt, u trouwen; en zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid zal uw God zich verheugen in u.
Zo spreekt de Heer

Antwoordpsalm uit psalm 96
Refrein: Meldt aan de naties Gods wondere daden.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer, alle landen.
Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam.

Verkondigt zijn heil alle dagen.
Meldt aan de naties Gods heerlijkheid,
zijn wondere daden aan alle volken.

Huldigt de Heer, alle stammen en volken,
huldigt de Heer om zijn glorie en macht.
Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam.

Gaat Hem aanbidden in heilig gewaad.
Beeft voor de Heer, alle mensen op aarde,
zegt tot elkander: de Heer regeert!
de volken bestuurt Hij met billijkheid.

Tweede Lezing 1 Korinthe 12, 4-11

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe

Er zijn verschillende gaven, maar slechts één Geest. Er zijn vele vormen van dienstverlening, maar slechts één Heer. Er zijn allerlei soorten werk, maar er is slechts één God, die alles in allen tot stand brengt. Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen. Aan de een wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven, aan een ander een woord van kennis krachtens dezelfde Geest, aan een derde door dezelfde Geest het geloof. Aan weer anderen schenkt de ene Geest gaven om ziekten te genezen, om wonderen te doen, de gave van profetie, de onderscheiding van geesten, velerlei taal of de vertolking ervan. Maar alles is het werk van een en dezelfde Geest, die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil.
Zo spreekt de Heer

Evangelie Johannes 2, 1-12

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus, volgens Johannes

In die tijd was er een bruiloft te Kana in Galilea, waarbij de moeder van Jezus aanwezig was. Jezus en zijn leerlingen waren eveneens op die bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn opraakte zei de moeder van Jezus tot Hem: “Ze hebben geen wijn meer.” Jezus zei tot haar: “Vrouw, is dat soms uw zaak? Nog is mijn uur niet gekomen.” Zijn moeder sprak tot de bedienden: “Doet maar wat Hij u zeggen zal.” Nu stonden daar volgens het reinigingsgebruik der Joden zes stenen kruiken, elk met een inhoud van ongeveer honderd liter. Jezus zei hun: “Doet die kruiken vol water.” Zij vulden ze tot bovenaan toe. Daarop zei Hij hun: “Schept er nu wat uit en brengt dat aan de tafelmeester.” Dat deden ze. De tafelmeester proefde van het water dat in wijn veranderd was. Hij wist niet waar die wijn vandaan kwam, maar de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het wel. Zodra hij geproefd had, riep hij de bruidegom en zei hem: “Iedereen zet eerst de goede wijn voor en wanneer men eenmaal
goed gedronken heeft de mindere. U hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.” Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen en openbaarde zijn heerlijkheid. En zijn leerlingen geloofden in Hem. Daarna daalde Hij af naar Kafarnaüm, Hijzelf en zijn moeder, de broeders en zijn leerlingen; maar zij bleven daar slechts enkele dagen.
Zo spreekt de Heer

Voorbede

Leggen wij op voorspraak van de Moeder van de Heer
vol vertrouwen onze gebeden voor aan God.

Bidden wij voor alle christenen:
dat zij blijven getuigen van de vreugde van hun geloof;
dat zij groeien in eenheid tot welzijn van allen.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor de leiders van alle landen;
dat zij met wijsheid leiding geven,
dat zij oog hebben voor het welzijn van allen.
Laat ons bidden…

Bidden we voor alle gehuwden;
dat zij elke dag in elkaar Gods liefde mogen zien;
dat zij samen een teken van Gods liefde in Kerk en wereld zijn.
Laat ons bidden…

Voor hen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:
Misintenties…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.

Laat ons bidden…

Goede Vader,
U bent met ons door Christus een verbond aangegaan.
Door de Geest hebt Gij ons rijkelijk met gaven vervuld.
Wij bidden U:
laat ons door die gaven bijdragen aan de opbouw van elkaar,
uw Kerk en aan het welzijn van allen.
Wij vragen het U door Christus, onze Heer.
Amen.


Doop van de Heer 8 en 9 januari 2022

Eerste lezing (Jes. 40, 1-5, 9-11)

Uit de Profeet Jesaja

Troost, troost toch mijn volk, – zegt uw God -, spreek Jeruzalem moed in, roep haar toe dat haar straftijd voorbij is, dat haar ongerechtigheid vergeven is, dat zij van Gods hand haar zonden dubbel betaald heeft gekregen. Een stem roept: “Baan de Heer een weg in de steppe, effen voor onze God een heerbaan in de woestijn, elk dal moet gevuld, elke berg en heuvel geslecht worden, alle oneffenheden moeten vlak, de rotsmassa’s een vallei worden. En verschijnen zal de glorie des Heren en alle vlees zal daarvan getuige zijn: de mond des Heren heeft het gezegd!” Beklim de hoogste berg, gij Sion, vreugdebode, Verhef krachtig uw stem, Jeruzalem, vreugdegezant: verkondig het luide, ken geen vrees, roep tot de steden van Juda: “Uw God is op komst! Zie, God de Heer komt met kracht, zijn arm voert de heerschappij; zijn loon komt met Hem mee, zijn beloning gaat voor Hem uit. Als een herder zal Hij zijn schapen weiden, in zijn armen ze samenbrengen, de lammeren dragen tegen zijn boezem, de schapen met zachte hand geleiden.”
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 104
Refrein: Verheerlijk de Heer, wat zijt Gij groot, Heer, mijn God.

Met glorie en luister zijt Gij gekleed, uw mantel is zuiver licht.
De hemel hebt Gij als een tentdoek gespannen
en boven de wateren liggen uw zalen.

De wolken hebt Gij als wagen genomen, Gij rijdt op de rug van de wind.
De storm hebt Gij tot uw bode gemaakt, de bliksemflitsen uw dienaars.

Hoeveel is het wat Gij gedaan hebt, Heer, en alles in wijsheid gemaakt,
de aarde is vol van uw schepsels.
Maar ook in de zee, zo diep en zo wijd, is het een gewemel van dieren,
ontelbaar, grote en kleine.

En al deze dieren verwachten van U dat Gij ze voedt op hun tijd.
Wat Gij voor hen uitstrooit verzamelen zij,
ze worden verzadigd als Gij uw hand opent. >>>

Verbergt Gij uw aanschijn, dan worden zij angstig,
neemt Gij hun geest weg, dan komen zij om, en keren terug tot de aarde.
Maar zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven,
dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.

Tweede lezing (Tit. 2, 11-14; 3, 4-7)

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan Titus

Dierbare, de genade van God, bron van heil voor alle mensen, is op aarde verschenen. Zij leert ons goddeloosheid en wereldse begeerten te verzaken en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in deze tijd, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de openbaring van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland Christus Jezus. Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle ongerechtigheid te verlossen en ons te maken tot zijn eigen volk, gereinigd van zonde, vol ijver voor alle goeds. De goedheid en mensenliefde van God onze Heiland is op aarde verschenen, en Hij heeft ons gered, niet omdat wij iets goeds gedaan zouden hebben maar alleen omdat Hij barmhartig is. Hij heeft ons gered door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de heilige Geest. Want Hij heeft de Geest overvloedig over ons uitgestort door Christus onze Heiland. Zo zijn wij door zijn genade gerechtvaardigd. en erfgenamen geworden van het eeuwig leven waar onze hoop op gericht is.
Zo spreekt de Heer

Evangelie (Lc. 3, 15-16. 21-22)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd toen het volk vol verwachting was en iedereen zich aangaande Johannes de vraag stelde of hij niet de Messias zou zijn, gaf Johannes aan allen het antwoord: “Ik doop u met water, maar er komt iemand die sterker is dan ik; ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.” Terwijl al het volk zich liet dopen, en Jezus na zijn doop in gebed was, geschiede het dat de hemel openging, en dat de heilige Geest, in lichamelijke gedaante als een duif, over Hem neerdaalde, en dat een stem uit de hemel sprak: “Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb Ik mijn behagen gesteld.”
Zo spreekt de Heer

Voorbede

Bij God bestaat geen aanzien van persoon.
In dat vertrouwen mogen we één van hart tot Hem bidden.

Voor alle gedoopten:
dat zij de herinnering aan hun doopsel levend houden
en in de kracht van Gods Geest
hun taak in Kerk en wereld mogen voortzetten.
Laat ons bidden…

Voor alle mensen die het geloof van hun doopsel
niet in vrijheid kunnen beleven.
Heer sta allen bij die vervolgd worden om hun geloof.
Laat onder alle volkeren vrede en eenheid heersen
en vrijheid van godsdienst.
Laat ons bidden…

Voor alle ouders die binnenkort hun kinderen laten dopen;
dat zij hun kinderen blijven voorgaan op de weg van het geloof.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor
Misintenties…

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties
Laat ons bidden…

Heer, ons doopsel maakt ons tot leerlingen van uw Zoon.
Help ons de weg te gaan die Hij is gegaan.
Leer ons te leven als hoopvolle mensen
in dienst van het evangelie.
Door Christus onze Heer.


Openbaring des Heren – Driekoningen 2 januari 2022

Eerste lezing Jes. 60,1-6

Uit de Profeet Jesaja.

Sta op, laat het licht u beschijnen, Jeruzalem, want de Zon gaat over u op en de glorie van de Heer begint over u te schijnen. Want zie: duisternis bedekt de aarde, het donker de volkeren maar over u gaat de Heer op en zijn glorie is boven u verschenen. Volkeren komen af op uw licht, koningen op de luister van uw dageraad. Sla uw ogen op en zie om u heen: van overal stromen ze naar u toe, uw zonen komen van verre, uw dochters draagt men op de arm. Bij het zien hiervan zult gij met blijdschap worden vervuld en uw hart zal bonzen en wijd worden van vreugde. Want de schatten der zee gaan over in uw bezit, de rijkdommen der volkeren worden aan u afgedragen. Een zee van kamelen bedekt u, jonge kamelen van Midjan en Efa. Alle bewoners van Sjeba trekken naar u toe; ze voeren goud en wierook aan en verkondigen luid de roem van de Heer.
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 72
Refrein: Alle volken der aarde huldigen U, Heer.

Mijn God, verleen de koning uw wijsheid, de koningszoon uw rechtvaardigheid.

Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien en welvaart alom tot het einde der maanden. Regeren zal hij van zee tot zee, vanaf de Rivier tot de grens van de aarde.

Vorsten van Tarsis, van verre kusten, zenden geschenken, Arabische heersers en Etiopen betalen hem cijns. Hem huldigen alle vorsten der aarde
en alle volkeren dienen hem.

De arme die steun vraagt zal hij bevrijden, de ongelukkige zonder hulp.
Hij zal zich ontfermen over misdeelden, de zwakken schenkt hij weer levensmoed.

Tweede lezing Efesiërs 3,2-3a.5-6

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze

Broeders en zusters, Gij hebt toch vernomen hoe zich de genade Gods heeft verwezenlijkt die mij met het oog op u gegeven is; door openbaring is mij de kennis van het geheim meegedeeld, zoals ik het reeds in het kort heb beschreven. Nooit is het onder vroegere geslachten aan de kinderen der mensen bekend gemaakt, zoals het nu door de Geest is geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten: dat de heidenen in Christus Jezus mede-erfgenamen zijn, medeleden en mededeelgenoten van de belofte door middel van het evangelie.
Zo spreekt de Heer.

Evangelie Mt. 2,1-12

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

Toen Jezus te Bethlehem in Juda geboren was ten tijde van koning Herodes, kwamen er te Jeruzalem Wijzen uit het oosten en vroegen: “Waar is de pasgeboren koning der Joden? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen.” Toen koning Herodes dit hoorde, werd hij verontrust en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen en legde hun de vraag voor, waar Christus moest geboren worden. Zij antwoorden hem: “Te Bethlehem in Juda. Zo immers staat er geschreven bij de profeet: En gij, Bethlehem, landstreek van Juda, gij zijt volstrekt niet de geringste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman te voorschijn treden, die herder zal zijn over mijn volk Israël.” Toen ontbood Herodes in het geheim de Wijzen en vroeg hun nauwkeurig naar de tijd waarop de ster verschenen was. Daarop zond hij hen naar Bethlehem met de opdracht: “Gaat een zorgvuldig onderzoek instellen naar dat Kind en wanneer gij het gevonden hebt, bericht het mij dan, opdat ook ik het hulde kan gaan brengen.” Na de koning aangehoord te hebben vertrokken zij. En zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging voor hen uit totdat zij boven de plaats waar het Kind zich bevond stil bleef staan. Op het zien van de ster werden zij vervuld van overgrote vreugde. Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met zijn moeder Maria en op hun knieën neer vallend betuigden zij het hun hulde. Zij haalden hun schatten te voorschijn en boden het geschenken aan: goud, wierook en mirre. En in een droom van Godswege gewaarschuwd niet meer naar Herodes terug te keren, vertrokken zij langs een andere weg naar hun land.
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

God heeft zich in Christus geopenbaard
als het Licht van de volkeren.
Met Caspar, Melichor en Balthasar willen wij Hem onze hulde brengen
en bidden tot God.

Voor de gemeenschap van de Kerk:
Maak haar tot een teken van hoop voor allen
die in dit nieuwe jaar
op zoek zijn naar gerechtigheid en vrede.
Laat ons bidden…

Voor de leiders van de volken:
voor koningen en politiek verantwoordelijken.
Dat zij niet bedacht zijn op eigen macht, eer of voordeel,
maar zich inzetten voor een rechtvaardige wereld naar Gods bedoeling.
Laat ons bidden…

Voor onszelf hier bijeen rond de het Kind van Betlehem:
Dat wij, met de Wijzen uit het Oosten,
onze gaven van geloof, hoop en liefde aanbieden
en zo de vrede van Christus aan de wereld tonen.
Laat ons bidden…

Voor hen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:
Misintenties…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

God, onze Vader, Gij laat U vinden door allen die U oprecht zoeken.
Geef dat wij U steeds volgen als de ster van ons leven.
U zij lof en eer in eeuwigheid.


Nieuwjaarsdag 1 januari 2022
Feest van het Moederschap van Maria – Octaaf van Kerstmis

Eerste lezing Num., 6, 22-27

Uit het Boek Numeri

De Heer sprak tot Mozes: “Zeg aan Aäron en zijn zonen: Als gij de Israëlieten zegent, doe het dan met deze woorden: Moge de Heer u zegenen en u behoeden ! Moge de Heer de glans van zijn gelaat over u spreiden en u genadig zijn! Moge de Heer zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken! Als zij zo mijn naam over de Israëlieten uitspreken zal ik hen zegenen.”
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 67
Refrein:
God, wees ons barmhartig en zegen ons.
Toon ons het licht van uw aanschijn.

God, wees ons barmhartig en zegen ons,
toon ons het licht van uw aanschijn;
Opdat men op aarde uw wegen mag kennen,
in alle landen uw heil.

Laat alle naties van vreugde juichen
omdat Gij de volken rechtvaardig regeert
en alles op aarde bestuurt.

Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren.
God geve ons zo zijn zegen dat heel de aarde Hem vreest.

Tweede lezing Gal., 4, 4-7

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten

Broeders en zusters, Toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God zijn eigen Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet om ons; slaven van de wet, vrij te maken zodat wij de rang kregen van zonen. En omdat ge zonen zijt heeft God de Geest van zijn Zoon, die “Abba, Vader!” roept in ons hart gezonden. Ge zijt dus niet langer slaaf maar zoon en als zoon ook erfgenaam en wel door toedoen van God.
Zo spreekt de Heer.

Evangelie Lc., 2, 16-21

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd haastten de herders zich naar Betlehem en vonden Maria en Jozef en het pasgeboren kind, dat in de kribbe lag. Toen ze dit gezien hadden maakten ze bekend wat hun over dit kind gezegd was. Allen die het hoorden stonden verwonderd over hetgeen de herders hun verhaalden. Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf. De herders keerden terug terwijl zij God verheerlijkten en loofden om alles wat zij gehoord en gezien hadden; het was juist zoals hun gezegd was. Toen de acht dagen voorbij waren en men het kind moest besnijden, ontving het de naam Jezus, zoals het door de engel was genoemd voordat het in de moederschoot werd ontvangen.
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

Bidden wij aan het begin van het nieuwe jaar tot God onze Vader.

Voor de gemeenschap van de Kerk:
Dat God ons blijft beschermen en bewaren
en ons doet groeien in geloof, hoop en liefde.
Laat ons bidden…

Voor onze gezinnen:
Dat God, die de vreugde van het moederschap
aan Maria heeft geschonken, alle ouders vervult
met blijdschap om hun kinderen.
Laat ons bidden…

Voor onszelf hier bijeen op de eerste dag van het nieuwe jaar:
Dat God ons overvloedig mag zegenen,
opdat wij vruchten mogen voortbrengen van heiligheid,
gerechtigheid en vrede.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor
Misintenties…

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties
Laat ons bidden…

God, die de oorsprong zijt van al wat geschapen is,
U wijden wij het begin van dit nieuwe jaar toe,
en wij vragen U op voorspraak van Maria:
geef dat wij in alles wat wij doen, uw Zoon mogen vinden,
zijn woorden in ons hart bewaren en bij onszelf overwegen,
en eens als erfgenamen mogen delen
in de rijkdom van uw eeuwige vrede.
Door Christus onze Heer.