Schriftlezingen van de zondag – Archief
TWEEDE ZONDAG DOOR HET JAAR 17 en 18 JANUARI 2026
Week van gebed voor de eenheid onder de christenen
EERSTE LEZING Jes.,49,3.5-6
Lezing uit het Boek Jesaja.
De Heer sprak tot mij: “Mijn dienaar zijt gij, Israël, in wie Ik mij zal verheerlijken.” Maar nu sprak de Heer die mij vormde tot zijn knecht vanaf de moederschoot om Jakob terug te brengen tot Hem en opdat Israël voor Hem zou worden verzameld. Ik ben verheerlijkt in de ogen van de Heer, en mijn God is mijn sterkte. En Hij sprak: “Het is te gering dat gij mijn dienaar zijt om Jakobs stammen op te richten en de rest van Israël terug te brengen. Ik maak u tot een licht voor de heidenen, zodat mijn heil verschijnt tot de grenzen van de aarde.”
Woord van de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 40
Refrein: Zie ik kom, Heer, om uw wil te doen.
Met groot vertrouwen heb ik op de Heer gehoopt,
Hij heeft zich tot mij neergebogen, mijn geroep verhoord.
Hij legde in mijn mond een nieuw gezang, een lied voor onze God.
en velen zullen zien en vrezen en vertrouwen op de Heer. Refrein
Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangd,
maar wel hebt Gij mijn oren voor uw stem geopend.
Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij
dus zei ik, ja, ik kom, zoals van mij geschreven staat: Refrein
Uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde,
uw wet is in mijn hart gegrift.
In de bijeenkomst heb ik gerechtigheid gepredikt,
mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het. Refrein
Uw gunsten heb ik niet geheim gehouden,
noch uw getrouwheid voor de mensen om mij heen.
Houd uw erbarmen, Heer, niet van mij weg,
Iaat uw genade en uw trouw mij steeds behoeden. Refrein
TWEEDE LEZING 1 Kor.,1,1-3
Lezing uit de Eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de Korintiërs
Paulus, door Gods wil geroepen tot apostel van Christus Jezus, en broeder Sóstenes aan de kerk Gods te Korinte, aan hen die, geheiligd in Christus Jezus, geroepen heiligen, samen met allen die op iedere plaats, bij hen en bij ons, de naam aanroepen van onze Heer Jezus Christus. Genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus!
Woord van de Heer.
EVANGELIE Joh.,1,29-34
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
In die tijd zag Johannes Jezus naar zich toekomen en zei: “Zie, het Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld. Híj is het van wie ik zei: Achter mij komt een man die vóór mij geworden is, want Hij was eerder dan ik. Ook ik kende Hem niet maar opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden, daarom kwam ik met water dopen.” Verder getuigde Johannes “Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en Hij bleef op Hem. Ook ik kende Hem niet, maar die mij gezonden had om met water te dopen, Hij heeft mij gezegd: ‘Op wie gij de Geest zult zien neerdalen en op Hem blijven, Hij is het die doopt met de Heilige Geest.’ Ik heb het gezien en ik heb getuigd: Dit is de Zoon van God.”
Woord van de Heer.
VOORBEDE
Keren we ons tot God en bidden wij
Om mensen, die steeds bereid zijn
het goede in anderen te ontdekken:
dat wij zelf zulke mensen zijn, ontwapenend en mild;
Laat ons bidden…
Om mensen vergevingsgezind en vindingrijk genoeg
om verbroken relaties te herstellen en geslagen wonden te genezen;
dat wij zelf zulke mensen mogen zijn, instrumenten van Gods vrede;
Laat ons bidden…
Om mensen die steeds oog en hart gericht houden
op hun naasten, dichtbij en ver weg;
dat wij zelf zulke trouwe, bewogen mensen mogen zijn.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
God, bezieler van ons leven, wij danken U
En zegenen hier uw naam, omwille van Jezus,
Die kwam om te dienen en genade vond bij U in eeuwigheid.
Amen
DOOP VAN DE HEER 10 en 11 JANUARI 2026
EERSTE LEZING Jes. 42, 1-4. 6-7
Lezing uit het Boek Jesaja
Zo spreekt de Heer: “Zie, mijn dienaar, die Ik ondersteun, mijn uitverkorene, in wie Ik behagen schep. Ik heb mijn geest op hem gelegd, hij verkondigt de volkeren het recht. Hij roept niet en hij schreeuwt niet, en op straat hoort men zijn stem niet. Het geknakte riet breekt hij niet, de kwijnende vlaspit dooft hij niet; hij verkondigt het recht naar waarheid. Hij kwijnt niet weg en blijft ongebroken, totdat hij op aarde het recht heeft gevestigd; de eilanden zien uit naar zijn wet. Ik, de Heer, heb u geroepen in gerechtigheid en u bij de hand genomen; Ik vorm u, en maak u tot een verbond met het volk, tot een licht voor de naties om blinden de ogen te openen, gevangenen uit de kerker te bevrijden en uit de gevangenis allen die in duisternis zitten.”
Woord van de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 29
Refrein: God zegent zijn volk met vrede.
Huldigt de Heer, alle zonen van God,
Huldigt de Heer om zijn glorie en macht.
Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam,
Knielt voor Hem neer om zijn heilige luister. Refrein
De stem van de Heer schalt over het water,
Gods majesteit roept van over de zee.
De stem van de Heer met dreunend geweld,
de stem van de Heer ontzagwekkend! Refrein
Gods majesteit roept van over de zee,
Zijn tempel weergalmt van zijn glorie.
De Heer troont boven het firmament,
Daar zetelt Hij eeuwig als koning. Refrein
TWEEDE LEZING Handelingen 10, 34-38
Lezing uit de Handelingen van de apostelen
In die dagen nam Petrus het woord en sprak: “Nu besef ik waarachtig, dat er bij God geen aanzien des persoons bestaat, maar dat, uit welk volk ook, ieder die Hem vreest en gerechtigheid doet, Hem welgevallig is. Het woord heeft Hij tot de kinderen van Israël gezonden toen Hij het Evangelie verkondigde van vrede door Jezus Christus: deze is de Heer van allen. Gij weet wat er in heel Judea gebeurd is, beginnend in Galilea na het doopsel dat Johannes predikte: hoe God Jezus van Nazaret gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht.
Hij ging weldoende rond en genas allen die in de macht waren van de duivel,
want God was met Hem.”
Woord van de Heer.
EVANGELIE Matteüs 3,13-17
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
In die tijd kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan tot Johannes om door hem gedoopt te worden. Maar Johannes wilde Hem tegenhouden met de woorden: “Ik zou door U gedoopt moeten worden, en Gij komt tot mij?” Jezus antwoordde hem: “Laat het nu zo zijn; want zo past het ons alle gerechtigheid te vervullen.” Toen liet hij Hem toe. Nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij meteen uit het water. En zie, de hemel ging voor Hem open en Hij zag de Geest Gods neerdalen als een duif en over zich komen. En zie, een stem uit de hemel zei: “Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik welbehagen heb.”
Woord van de Heer.
VOORBEDE
Keren we ons tot God en bidden wij
Voor alle kinderen in ons midden,
wier leven nog aan het begin staat:
dat wij hen een thuis bieden waar zij veilig zijn,
dat zij houvast en geborgenheid vinden
Laat ons bidden…
Voor allen wier stem niet wordt gehoord,
wier leed niet wordt gezien,:
dat zij worden opgemerkt en onder ons bondgenoten vinden
die het voor hen opnemen.
Laat ons bidden…
Voor onszelf, hier verzameld:
dat wij luisteren naar Gods stem,
en leven in het spoor van zijn veelgeliefde Zoon.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
God, barmhartige Vader,
toen uw Zoon met water werd gedoopt
hebt Gij de Geest als een duif op Hem laten neerdalen
en hebt Gij Hem aangewezen als uw Zoon.
Wij bidden U:
laat uw Geest ook steeds rusten op ons,
die uw kinderen zijn geworden.
Door Christus, onze Heer.
OPENBARING DES HEREN – DRIEKONINGEN 3 en 4 JANUARI 2026
Eerste lezing Jes. 60,1-6
Uit de Profeet Jesaja.
Sta op, Jeruzalem, schitter, want uw licht is gekomen, en de glorie van de Heer gaat over u op. Want zie, duisternis bedekt de aarde, het donker ligt over de volken, maar over u gaat de Heer op en zijn glorie is boven u verschenen.
Volkeren komen af op uw licht, koningen op de glans van uw dageraad. Sla uw ogen op en kijk om u heen: allen verzamelen zich en komen naar u, uw zonen komen van verre. uw dochters draagt men op de heup. Gij zult het zien en stralen van blijdschap, en uw hart zal bonzen en wijd worden van vreugde, Want de schatten van de zee vloeien naar u toe, naar u komt de rijkdom van de volkeren.
Een vloed van kamelen bedekt u, dromedarissen uit Midjan en Efa; alle inwoners van Sebas ze brengen goud en wierook mee, en verkondigen de lof van de Heer.
Woord van de Heer.
Antwoordpsalm uit psalm 72
Refrein: Alle volken der aarde huldigen U, Heer.
Mijn God, verleen de koning uw wijsheid,
de koningszoon uw rechtvaardigheid.
Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien
en welvaart alom tot het einde der maanden. Refrein
Regeren zal hij van zee tot zee,
vanaf de Rivier tot de grens van de aarde.
Vorsten van Tarsis, van verre kusten, zenden geschenken,
Arabische heersers en Etiopen betalen hem cijns.
Hem huldigen alle vorsten der aarde en alle volkeren dienen hem. Refrein
De arme die steun vraagt zal hij bevrijden,
de ongelukkige zonder hulp.
Hij zal zich ontfermen over misdeelden,
de zwakken schenkt hij weer levensmoed. Refrein
Tweede lezing Efesiërs 3,2-3a.5-6
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze
Broeders en zusters, Gij hebt vernomen van het beheer van Gods genade die mij gegeven is met het oog op u; want door openbaring werd het geheim aan mij bekend gemaakt dat onder vroegere geslachten niet bekend was gemaakt aan de kinderen der mensen, zoals het nu in de Geest geopenbaard is aan zijn heilige apostelen en profeten: dat de heidenen mede-erfgenamen, medeleden en mededeelgenoten zijn van de belofte in Christus Jezus door middel van het Evangelie.
Woord van de Heer.
Evangelie Mt. 2,1-12
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Toen Jezus te Betlehem in Judea geboren was, in de dagen van koning Herodes,
kwamen er Wijzen uit het oosten naar Jeruzalem. Ze zeiden: “Waar is Hij die geboren is, de Koning van de Joden? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden.” Toen koning Herodes dit hoorde, werd hij verontrust en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en Schriftgeleerden van het volk samen en wilde van hen weten waar de Christus geboren zou worden. Ze zeiden hem: “Te Betlehem in Judea, want zo staat er geschreven bij de profeet: ‘En gij Betlehem, land van Juda, zijt volstrekt niet de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leider voortkomen die mijn volk Israël zal weiden.’” Toen ontbood Herodes in het geheim de Wijzen en kwam van hen nauwkeurig de tijd te weten waarop de ster verschenen was. En terwijl hij hen naar Betlehem stuurde, zei hij: “Gaat een nauwkeurig onderzoek instellen naar het Kind, en wanneer gij Het gevonden hebt, bericht het mij dan,
opdat ook ik Hem kan gaan aanbidden.” Na de koning aanhoord te hebben, trokken zij verder. En zie, de ster die zij gezien hadden in het oosten, ging voor hen uit, totdat ze stil bleef staan boven de plaats waar het Kind zich bevond. Bij het zien van de ster werden zij vervuld van overgrote vreugde. Zij gingen het huis binnen, zagen het Kind met zijn moeder Maria, vielen op hun knieën neer en aanbaden Hem. Zij openden hun schatkisten en boden Hem geschenken aan: goud, wierook en mirre. En in een droom gewaarschuwd niet meer naar Herodes terug te keren, vertrokken zij langs een andere weg naar hun land.
Woord van de Heer.
Voorbede
God heeft zich in Christus geopenbaard
als het Licht van de volkeren.
Met Caspar, Melichor en Balthasar willen wij Hem onze hulde brengen
en bidden tot God.
Voor de gemeenschap van de Kerk:
Maak haar tot een teken van hoop voor allen
die in dit nieuwe jaar
op zoek zijn naar gerechtigheid en vrede.
Laat ons bidden…
Voor de leiders van de volken:
voor koningen en politiek verantwoordelijken.
Dat zij niet bedacht zijn op eigen macht, eer of voordeel,
maar zich inzetten voor een rechtvaardige wereld naar Gods bedoeling.
Laat ons bidden…
Voor onszelf hier bijeen rond de het Kind van Betlehem:
Dat wij, met de Wijzen uit het Oosten,
onze gaven van geloof, hoop en liefde aanbieden
en zo de vrede van Christus aan de wereld tonen.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
God, onze Vader, Gij laat U vinden door allen die U oprecht zoeken.
Geef dat wij U steeds volgen als de ster van ons leven.
U zij lof en eer in eeuwigheid.
Nieuwjaar 2026 1 januari 2026
feest van het Octaaf van Kerstmis en het Moederschap van Maria
Eerste lezing Num., 6, 22-27
Lezing uit het Boek Numeri
De Heer sprak tot Mozes: “Zeg aan Aäron en zijn zonen: Op deze wijze zult gij de kinderen van Israël zegenen en tot hen zeggen: ‘Moge de Heer u zegenen en u behoeden! Moge de Heer zijn gelaat over u doen lichten en u genadig zijn!
Moge de Heer zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken!’ Als zij zo mijn Naam over de kinderen van Israël uitspreken, zal Ik hen zegenen.”
Woord van de Heer.
Antwoordpsalm uit psalm 67
Refrein: God, wees ons genadig en schenk ons uw zegen.
God, wees ons genadig, schenk ons uw zegen,
laat uw gelaat over ons lichten,
zodat men op aarde uw wegen zal kennen,
onder alle volken uw heil. Refrein
De naties zullen verheugd om U juichen:
Gij regeert de volken in rechtvaardigheid,
Gij bestuurt alle naties op aarde. Refrein
De volken zullen U loven, o God, alle volken zullen U loven.
God zegent ons: de einden der aarde zullen Hem vrezen. Refrein
Tweede lezing Gal., 4, 4-7
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten
Lezing uit de Brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten
Broeders en zusters, Toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om degenen die onder de wet stonden vrij te kopen, opdat wij de aanneming tot zonen zouden verkrijgen. En omdat gij zonen zijt, heeft God de Geest van zijn Zoon in uw hart gezonden, die roept: “Abba, Vader!” Zo zijt ge dus niet langer slaaf, maar zoon en als zoon ook erfgenaam door God.
Woord van de Heer.
Evangelie Lc., 2, 16-21
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
In die tijd gingen de herders haastig naar Betlehem en troffen Maria en Jozef aan en de Pasgeborene, liggend in de kribbe. Toen zij het zagen, maakten zij bekend wat hun over dit Kind was gezegd. En allen die het hoorden, stonden verwonderd over wat hun door de herders gezegd werd. En Maria bewaarde al deze woorden en overwoog ze in haar hart. De herders keerden terug, terwijl zij God verheerlijkten en loofden om alles wat zij gehoord en gezien hadden; het was juist zoals hun gezegd was. Toen de acht dagen vervuld waren, zodat Hij moest worden besneden, ontving Hij de naam Jezus, de naam die door de engel was genoemd, voordat Hij in de schoot werd ontvangen.
Woord van de Heer.
Voorbede
Laten wij op de drempel van het nieuwe jaar bidden tot God onze Vader.
Blijf bij ons Heer bij de wisseling van het jaar.
Blijf bij ons Heer, met uw vreugde en vrede,
met uw troost en zegen,
opdat uw Rijk zichtbaar wordt in onze wereld.
Laat ons bidden…
Blijf bij ons Heer, en schenk uw gaven van
wijsheid en inzicht aan de herders van de Kerk.
Dat zij ons blijven voorgaan in de liefde voor uw Naam.
Laat ons bidden…
Blijf bij ons Heer,
als in het nieuwe jaar over ons komt
de nacht van zorg en angst,
de nacht van twijfel en moedeloosheid.
Laat ons bidden…
Blijf bij onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
God, Schepper van de wereld.
Luister naar ons gebed en schenk rust en vrede in onze dagen,
Zodat wij met vreugde en zonder ophouden
de lof kunnen zingen van uw goedheid.
Door Christus onze Heer.
FEEST VAN DE HEILIGE FAMILIE 27 en 28 DECEMBER 2025
EERSTE LEZING Sir. 3, 3-7. 14-17a
Lezing uit het Boek Jezus Sirach
De Heer eert een vader in zijn kinderen, en Hij heeft de moeder recht gegeven over haar zonen. Wie zijn vader eert, bidt voor zijn zonden en zal zich ervan onthouden, en hij zal worden verhoord in zijn dagelijks gebed. En als iemand die schatten verzamelt, is hij die zijn moeder eert. Wie zijn vader eert, beleeft vreugde aan zijn kinderen, en wanneer hij bidt, wordt hij verhoord. Wie zijn vader eert, zal een lang leven genieten en wie zijn vader gehoorzaamt, verkwikt het hart van zijn moeder. Kind, draag zorg voor uw vader op zijn oude dag en doe hem geen verdriet zolang hij leeft. En als zijn verstand achteruit gaat, vergeef hem dan. En veracht hem niet, gij die nog in volle kracht zijt. Medelijden met uw vader zal niet worden vergeten. Anders dan de zonden, bouwt zij uw huis op.
Woord van de Heer.
ANTWOORDPSALM Ps. 128 (127)
Refrein:
Gelukkig allen die de Heer vrezen,
die zijn wegen bewandelen.
Gelukkig de man die de Heer vreest
en die zijn wegen bewandelt.
Van de vruchten van uw arbeid zult gij eten;
gij zult gelukkig zijn en het zal goed met u gaan. Refrein
Uw vrouw is als een vruchtbare wijnstok
binnen in uw huis;
uw kinderen als jonge olijfbomen
rondom uw tafel. Refrein
Ja, zo wordt de man gezegend
die de Heer vreest.
De Heer zegene u uit Sion;
dan zult gij de voorspoed van Jeruzalem zien,
alle dagen van uw leven Refrein
TWEEDE LEZING Kol. 3, 12-21
Lezing uit de Brief van de heilige apostel Paulus aan de Kolossenzen
Broeders en zusters, bekleedt u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, mildheid, deemoed, zachtmoedigheid en geduld, elkaar verdragend en elkaar vergevend, wanneer de een de ander iets te verwijten heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven.
Maar bekleedt u boven dat alles met de liefde als de band van de volmaaktheid.
En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe immers zijt gij in één lichaam geroepen. En weest dankbaar. Laat het woord van Christus in volle rijkdom onder u wonen, wanneer gij elkaar leert en vermaant in alle wijsheid, en wanneer gij met psalmen, hymnen en geestelijke liederen vol dankbaarheid in uw hart zingt voor God. En al wat gij doet in woord of werk, doet alles in de naam van Jezus de Heer, God de Vader dankend door Hem. Vrouwen, weest uw man onderdanig, zoals het betaamt in de Heer. Mannen, hebt uw vrouw lief en weest niet bitter tegen haar. Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles, want dit is welgevallig in de Heer. Vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij de moed niet verliezen.
Woord van de Heer.
EVANGELIE Mt. 2, 13-15. 19-23
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Toen de wijzen waren vertrokken, verscheen een engel van de Heer in een droom aan Jozef en zei: “Sta op, neem het Kind en zijn moeder, vlucht naar Egypte en blijf daar tot ik het u zeg, want Herodes staat op het punt het Kind te zoeken om het te doden.” Hij stond op, nam het Kind en zijn moeder ’s nachts mee, week uit naar Egypte en bleef daar tot de dood van Herodes, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken had door de profeet: “Uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen.” Nadat Herodes gestorven was, verscheen een engel van de Heer in een droom aan Jozef in Egypte en zei: “Sta op, neem het Kind en zijn moeder en ga naar het land Israël, want zij die het Kind naar het leven stonden, zijn gestorven.” Hij stond op, nam het Kind en zijn moeder en kwam naar het land Israël. Maar toen hij hoorde dat Archelaüs koning was van Judea in plaats van zijn vader Herodes, vreesde hij daarheen te gaan; gewaarschuwd in een droom vertrok hij naar het gebied van Galilea. Bij aankomst ging hij wonen in een stad, Nazaret geheten, opdat vervuld zou worden wat door de profeten gezegd was:
“Hij zal een Nazoreeër genoemd worden.”
Woord van de Heer.
VOORBEDE
Vandaag op het feest van de heilige familie bidden wij…
Voor kinderen groot en klein,
lief, een beetje stout of helemaal tegendraads.
Zegen hen allen God, zonder onderscheid,
met wijsheid, levensruimte en geborgenheid.
Laat ons bidden…
Voor moeders, jong en die zich helemaal aan hun gezin wijden,
maar ook voor hen die andere ambities hebben.
Zegen hen allen God, zonder onderscheid,
met wijsheid, levensruimte en geborgenheid.
Laat ons bidden…
Maar ook voor hen die vragen durven stellen
Voor vaders, die altijd het beste met hun kinderen voor hebben,
Voor hen die zelfverzekerd zijn en alles zeker weten,
Maar ook voor hen die vragen durven stellen.
Zegen hen allen God, zonder onderscheid,
met wijsheid, levensruimte en geborgenheid.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden
Eeuwige God,
Hoor ons, zie ons en zegen ons.
Houd ons bijeen en breng ons thuis bij U.
Amen
TWEEDE KERSTDAG/FEEST HEILIGE STEFANUS 26 DECEMBER 2025
Eerste lezing Hand.6, 8-10; 7,54-60)
Uit de Handelingen van de Apostelen.
In die dagen deed Stefanus, vol genade en kracht, grote wondertekenen onder het volk. Sommige leden echter van de zogenaamde synagoge der Vrijgelatenen, Cyreneeërs en Alexandrijnen en sommige mensen uit Cilicië en Asia begonnen met Stefanus te redetwisten, maar zij konden niet op tegen de wijsheid en de geest waarmee hij sprak. Toen ze dit hoorden, werden ze woedend en knarsetandden tegen hem. Maar Stefanus, vervuld van de heilige Geest, staarde naar de hemel en zag Gods heerlijkheid en Jezus staande aan Gods rechterhand; en hij riep uit: “Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.” Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopten hun oren toe en stormden als één man op hem af. Zij sleepten hem buiten de poort en stenigden hem. De getuigen legden hun mantels neer aan de voeten van een jongeman die Saulus heette. Terwijl zij Stefanus stenig¬den, bad hij: “Heer Jezus, ontvang mijn geest.” Toen viel hij op zijn knieën en riep met luider stem: “Heer, reken hun deze zonde niet aan.” Na deze woorden ontsliep hij. Saulus stemde in met de moord op deze man.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 31
Refrein: Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen, Heer.
Wees mij een rots waar ik vluchten kan,
een sterke burcht waar ik veilig kan toeven.
Want altijd zijt Gij mijn rots en mijn vesting,
uw Naam is mijn leider en gids. Refrein
Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen,
Gij zult mij beschermen, getrouwe God.
Ik mag mij verheugen in uw erbarmen,
Gij ziet mijn ellende, Gij helpt mij in nood. Refrein
Bevrijd mij van mijn vervolgers.
Laat over uw dienaar uw Aanschijn stralen,
red mij door uw genade. Refrein
Op tweede kerstdag is er geen tweede lezing
Evangelie Mt.10,17-22
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
In die tijd zei Jezus tot de twaalf: “Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken en u geselen in hun synagogen. Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden omwille van Mij, om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen. Maakt u echter, wanneer men u overlevert niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken: op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen. Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader. De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden, de vader zijn kind; de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood doen brengen. Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam. Wie echter ten einde toe volhardt, hij zal gered worden.
Zo spreekt de Heer.
Voorbede
Keren wij ons tot God en bidden wij:
Stefanus was vervuld van de heilige Geest en zag Gods heerlijkheid.
Laten wij bidden om de kracht van de heilige Geest in ons eigen leven
om zo het licht van Kerstmis verder te dragen
in de duisternis van onze wereld.
Laat ons bidden…
Stefanus werd vervolgd om zijn geloof in Christus.
Laten wij bidden voor alle christenen die vervolgd worden
omwille van hun geloof.
Dat zij Gods nabijheid mogen ervaren en sterk staan in hun getuigenis.
Laat ons bidden…
Stefanus heeft gebeden voor zijn vervolgers.
Wij bidden om vrede en gerechtigheid voor al die plaatsen
in onze wereld waar oorlog, geweld en terreur de boventoon voeren.
Dat de viering van Kerstmis eenheid en vrede brengt aan onze wereld.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…
In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…
Almachtige eeuwige God,
Gij hebt de diaken Stefanus een wijsheid en een geest gegeven
waar zijn vervolgers niet tegenop konden.
Wij vragen U: schenk ook ons die Geest, en geef ons in,
wat wij moeten zeggen als ook wij ons geloof verkondigen
in Christus onze Vredevorst.
Die met U leeft en heerst tot in de eeuwen der eeuwen.
KERSTDAG 25 DECEMBER 2025
Eerste lezing Jes., 52, 7-10
Uit de Profeet Jesaja
Hoe liefelijk op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede meldt, goed nieuws verkondigt, die heil komt melden, die zegt tot Sion: Uw God regeert! Hoort! Uw torenwachters verheffen hun stem, zij jubelen tegelijk want zij zien, oog in oog de terugkeer van de Heer naar Sion. Barst los in jubel, allen samen, puinen van Jeruzalem, want de Heer heeft zijn volk getroost; hij heeft Jeruzalem verlost. De Heer heeft zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volkeren; en alle grenzen der aarde hebben het heil van onze God aanschouwd.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 98
Refrein: Geheel de aarde aanschouwde wat onze God voor ons deed.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang omdat Hij wonderen deed. Zijn hand deed zich krachtig gelden, de macht van zijn heilige arm. Refrein
Zijn weldaden deed Hij ons kennen, de volkeren zijn gerechtigheid. Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw ten gunste van Israëls huis. Refrein
Geheel de aarde aanschouwde wat onze God voor ons deed. Verheerlijkt de Heer, alle landen, weest blij, verheugt u en zingt. Refrein
Zingt voor de Heer bij de citer, met citer en psalterspel. Laat schallen trompet en bazuin en danst voor de Heer, uw koning. Refrein
Tweede lezing Hebr., 1, 1-6
Uit de brief aan de Hebreeën
Broeders en zusters, Nadat God eertijds vele malen en op velerlei wijzen tot onze vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij nu, op het einde der tijden, tot ons gesproken door de Zoon, die Hij erfgenaam gemaakt heeft van al wat bestaat en door wie Hij het heelal heeft geschapen. Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen. Hij houdt alles in stand door zijn machtig woord. En na de reiniging der zonden te hebben voltrokken heeft Hij zich neergezet ter rechterzijde van de majesteit in den hoge, ver verheven boven de engelen, zoals Hij hen ook overtreft in de waardigheid die zijn deel is geworden. Heeft God ooit tot een engel gezegd: “Gij zijt mijn Zoon; Ik heb U heden verwekt?” Of: “Ik zal een vader voor Hem zijn en Hij zal mijn zoon zijn?” Wanneer Hij evenwel de Eerstgeborene opnieuw de wereld binnenleidt zegt Hij: “Alle engelen Gods moeten Hem hulde brengen.”
Zo spreekt de Heer.
Evangelie Joh, 1, 1-18
Begin van het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis maar de duisternis nam het niet aan. Er trad een mens op, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Deze kwam tot getuigenis, om te getuigen van het Licht opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Niet hij was het Licht maar hij moest getuigen van het Licht. Het ware Licht dat iedere mens verlicht kwam in de wereld. Hij was in de wereld; de wereld was door Hem geworden en toch erkende de wereld Hem niet. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet. Aan allen echter die Hem wel aanvaardden, aan hen die in zijn Naam geloven gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden. Zij zijn niet uit bloed noch uit begeerte van het vlees of de wil van een man, maar uit God geboren. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol genade en waarheid. Wij hebben Johannes’ getuigenis over Hem toen hij uitriep: “Deze was het van wie ik zei: Hij die achter mij komt is voor mij, want Hij was eerder dan ik.” Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen; genade op genade. Werd de Wet door Mozes gegeven, de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus. Niemand heeft ooit God gezien; de Eniggeboren God die in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen.
Zo spreekt de Heer.
Voorbede
Keren we ons bidden tot de Heer,
die Zijn heil aan alle volkeren openbaart
Bidden wij voor alle mensen van goede wil.
Dat heel de wereldwijde mensenfamilie
door de viering van het Kerstfeest
mag groeien in eenheid en verbondenheid.
Laat ons bidden…
Bidden wij voor de velen die, zoals het Maria en Jozef,
geen dak boven hun hoofd hebben.
Wij bidden om een menswaardig bestaan
voor ieder mensenkind.
Laat ons bidden…
Bijzonder willen wij bidden voor alle mensen
die deze kerstdagen moeten doorbrengen in eenzaamheid,
gebrokenheid of verdriet.
Dat zij in het meeleven van goede mensen,
de liefdevolle barmhartigheid van het Kerstkind mogen ervaren.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
Pr: God, Gij verdrijft Gij de duisternis van onze nacht
door de komst van uw Licht.
Geef dat ook wij op dit Kerstfeest de Redder vinden
in wie uw goedheid en mensenliefde op aarde is verschenen,
en maak ons tot verkondigers
van alles wat wij gezien en gehoord hebben. Door Christus onze Heer.
KERSTAVOND/NACHT 24 DECEMBER 2025
Eerste lezing Jes. 9, 1-3.5-6
Uit de profeet Jesaja.
Het volk dat in het donker wandelt ziet een groot licht; een licht straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis. Gij hebt hun blijdschap vermeerderd, hun vreugde vergroot. Voor uw Aanschijn zijn zij vol vreugde, een vreugde als die om de oogst, als die van mensen die jubelen bij het verdelen van de buit. Want het juk dat zwaar op het volk drukte, de stang op hun schouders, en de stok van hun drijvers, Gij hebt ze stuk gebroken als op de dagen van Midjan. Want een kind is ons geboren, een Zoon werd ons geschonken: Hem wordt de macht op de schouders gelegd en men noemt Hem: Wonderbare raadsman, goddelij¬ke held, eeuwige Vader, Vredevorst. Een grote macht en een onbeperkte welvaart zullen toevallen aan Davids troon en aan zijn koninkrijk, zodat het gegrondvest zal zijn en stevig gebouwd op recht en gerechtigheid van nu af tot in eeuwigheid. De ijver van de Heer der hemelse machten brengt het tot stand.
Zo spreekt de Heer.
Antwoordpsalm uit psalm 98: Heden is ons een Redder geboren, Christus de Heer.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zingt voor de Heer, alle landen.
Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam. Refrein
Verkondigt zijn heil alle dagen, meldt aan de naties zijn heerlijkheid, zijn
wondere daden aan alle volken. Refrein
Dan straalt de hemel en jubelt de aarde, de zee neuriet mee met al wat
daar leeft; De velden zwaaien met al hun gewassen, de woudreuzen
buigen hun kruin. Refrein
Zij juichen de Heer toe omdat Hij komt, Hij komt als koning der aarde.
Rechtvaardig zal Hij de wereld regeren, de volkeren eerlijk en trouw.
Refrein
Tweede lezing Tit. 2, 11-14
Uit de brief van de heilige Apostel Paulus aan Titus.
Dierbare, de genade van God, bron van heil voor alle mensen, is op aarde verschenen. Zij leert ons goddeloosheid en wereldse begeer¬ten te verzaken en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in deze tijd, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de openbaring van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland Christus Jezus. Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle ongerechtig¬heid te verlossen en ons te maken tot zijn eigen volk, gereinigd van zonde, vol ijver voor alle goeds.
Zo spreekt de Heer.
Evangelie Lc. 2, 1-14
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus dat er een volkstelling moest gehouden worden in heel zijn rijk. Deze volkstelling vond plaats eer Quirinius landvoogd van Syrië was. Allen gingen op reis, ieder naar zijn eigen stad, om zich te laten inschrijven. Ook Jozef trok op en omdat hij behoorde tot het huis en geslacht van David, ging hij van Galilea, uit de stad Nazareth naar Juda: naar de stad van David, Bethlehem geheten, om zich te laten inschrijven, samen met Maria zijn verloofde die zwanger was. Terwijl zij daar verbleven brak het uur aan waarop zij moeder zou worden; zij bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Zij wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg. In de omgeving bevonden zich herders die in het open veld gedurende de nacht hun kudde bewaakten. Plotseling stond een engel des Heren voor hen en zij werden omstraald door de glorie des Heren zodat zij door grote vrees werden bevangen. Maar de engel sprak tot hen: “Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor heel het volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David. En dit zal voor u een teken zijn: gij zult het pasgeboren kind vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.” Opeens voegde zich bij de engel een hemelse heerschare zij verheerlijkten God met de woorden: “Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.”
Zo spreekt de Heer.
Voorbede
Voor ons is geboren het Kind van Bethlehem.
Met de herders en de wijzen
willen ook wij Hem onze groet brengen en bidden
Heer, laat uw licht stralen over alle mensen van goede wil.
Dat heel de wereldwijde mensenfamilie mag groeien
in eenheid en verbondenheid
met het Kind van Bethlehem en met elkaar.
Laat ons bidden…
Heer, laat uw licht stralen onze Odaparochie.
Dat wij in de boodschap van Kerstmis
kracht vinden om in woord en daad te blijven getuigen
van uw vrede en mildheid, goedheid en trouw.
Laat ons bidden…
Heer, laat uw licht stralen over de mensen
die, zoals het Maria en Jozef, geen dak boven hun hoofd hebben:
voor vluchtelingen en ontheemden.
Laat ons bidden…
Heer, laat uw licht stralen over hen
die deze kerstdagen moeten doorbrengen in eenzaamheid,
gebrokenheid of verdriet.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…
In stilte leggen we onze eigen vragen en noden voor aan God
God, door de geboorte van uw Zoon
is uw licht opgegaan in deze wereld.
Door Hem, die onze Verlosser is, bidden wij tot U.
Vandaag en alle dagen, tot in eeuwigheid.
VIERDE ZONDAG VAN DE ADVENT 20 en 21 DECEMBER 2025
EERSTE LEZING (Jes.7, 10-14)
Uit de profeet Jesaja.
In die dagen sprak de Heer tot Achaz: “Vraag de Heer uw God om een teken, hetzij uit de diepte van de onderwereld, of uit de hoogte daarboven.” Maar Achaz antwoordde: “Ik vraag niet om een teken; ik wil de Heer niet op de proef stellen.”
Toen zei Jesaja: “Luistert dan, huis van David! is het u niet genoeg om mensen te tergen, dat ge ook nog mijn God tergt? Daarom geeft de Heer zelf u een teken:
zie, de maagd zal ontvangen en een zoon baren en zij zal hem noemen: Immanuel.”
Woord van de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 24
Refrein: De Heer moet de poorten binnengaan,
want Hij is de koning der glorie.
Aan God hoort de aarde en al wat er op is, de aardschijf en al wat daar woont;
want Hij heeft haar op het water gegrondvest, haar vastgelegd op de zee. Refrein
Wie zal beklimmen de berg van de Heer, wie in zijn heiligdom staan?
Die rein is van handen en zuiver van hart, zijn zinnen niet zet op wat kwaad is. Refrein
Hij zal door de Heer gezegend worden, beloond door God, zijn verlosser.
Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem, dat staat voor het aanschijn
van Jakobs God. Refrein
TWEEDE LEZING (Rom.1, 1-7)
Begin van de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome.
Paulus, dienstknecht van Christus Jezus, geroepen tot apostel, bestemd voor het Evangelie van God, dat Hij tevoren had beloofd door zijn profeten in de heilige Geschriften, aangaande zijn Zoon, die uit het geslacht van David geboren is naar het vlees, die naar de Geest van heiligheid in kracht is aangesteld tot Zoon van God door de opstanding van de doden: Jezus Christus, onze Heer. Door Hem hebben wij de genade ontvangen en het apostelschap om onder alle heidenvolkeren mensen tot de gehoorzaamheid van het geloof te brengen omwille van zijn Naam. Ook gij hoort bij hen, geroepen als gij zijt door Jezus Christus. Aan u allen die in Rome zijt, geliefden van God, geroepen heiligen:
genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus.
Woord van de Heer.
EVANGELIE (Mt.1,18-24)
Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Van Jezus Christus was de geboorte aldus: toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef, bleek zij, voordat zij bij elkaar kwamen, zwanger van de Heilige Geest.
Omdat Jozef, haar man, een rechtvaardige was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van plan in stilte van haar te scheiden. Maar terwijl hij hierover nadacht, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die sprak: “Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria als uw vrouw te aanvaarden; want wat in haar is verwekt, is van de Heilige Geest. Zij zal een zoon baren die gij de naam Jezus zult geven, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.” Dit alles is gebeurd, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken heeft door de profeet die zegt: “Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven.” – vertaald is dat: God met ons. Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had en hij aanvaardde haar als zijn vrouw.
Woord van de Heer.
VOORBEDE
Vol verwachting zien wij uit naar de
geboorte van Jezus en bidden:
Voor de gemeenschap van onze Kerk;
Dat zij met Maria en Jozef,
mag openstaan voor het Woord van God
in dienstbaarheid aan de wereld.
Laat ons bidden…
Voor allen die bezorgd zijn
om het welzijn van de maatschappij;
Dat zij niet voorbij gaan aan Jezus,
de Heiland van de wereld.
Laat ons bidden…
Voor alle mensen die de komende kerstdagen
moeten doorbrengen in eenzaamheid, gebrokenheid of verdriet.
Dat zij in het meeleven van goede mensen
Gods zorgende liefde mogen ervaren.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Heer, God, laat ons verlangend uitzien
naar de komst van uw Zoon Jezus Christus.
Bekeer ons tot U, zodat er vrede en vreugde mag zijn
in ieder van ons.
Door Christus onze Heer.
3e ZONDAG VAN DE ADVENT 13 EN 14 DECEMBER 2025, ZONDAG GAUDETE
EERSTE LEZING Jes.35,1.6a-10
Uit de Profeet Jesaja
Laten de woestijn en steppe zich verheugen, laat de dorre vlakte jubelen en bloeien als een roos, weelderig bloeien en jubelen, uitbundig blij zijn en juichen. De glorie van de Libanon wordt haar gegeven, de luister van Karmel en Sjarón. Zij zullen de glorie van de Heer zien, de luister van onze God.
Geef de slappe handen weer kracht, maak sterk de bevende knieën.
Zegt tot de kleinmoedigen: “Weest sterk van hart, vreest niet!
Zie, uw God; de wraak zal komen, de vergelding van God;
Hijzelf zal komen en u redden.” Dan worden de ogen van de blinden ontsloten,
en zullen de oren van de doven geopend worden. Dan zal de kreupele opspringen als een hert en zal de tong van de stomme juichen.
Die door de Heer zijn verlost, zullen terugkeren. Zij zullen jubelend komen naar Sion, hun hoofd getooid met eeuwige vreugde; zij zullen blijdschap en vreugde verkrijgen, en droefheid en gejammer nemen de vlucht.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 146
Refrein: Kom, Heer, om ons te redden.
De Heer doet altijd zijn woord gestand, verdrukten verschaft Hij recht.
De Heer geeft brood aan wie honger heeft, gevangenen geeft Hij de vrijheid.
Refrein…
De ogen van de blinden opent de Heer, gebrokenen richt Hij weer op.
De Heer bemint de rechtvaardigen, de Heer behoedt de ontheemden.
Refrein…
De Heer geeft wees en weduwe steun, maar zondaars Iaat Hij verdwalen.
De Heer is koning in eeuwigheid, uw God, Sion, heerst over alle geslachten.
Refrein…
TWEEDE LEZING Jak.,5,7-10
Uit de brief van de heilige apostel Jakobus.
Weest geduldig, broeders en zusters, tot de komst van de Heer.
Zie, de boer wacht op de kostelijke vrucht van het land en is daarbij geduldig,
totdat het de vroege en late regen heeft gekregen.
Weest ook gij geduldig en moedig van hart, want de komst van de Heer is nabij.
Broeders en zusters, klaagt niet tegen elkaar, opdat gij niet geoordeeld wordt.
Zie, de rechter staat voor de deur.
Broeders en zusters, neemt een voorbeeld aan de lijdzaamheid en het geduld van de profeten die gesproken hebben in de naam van de Heer.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Mt.,11, 2- 1 1
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
In die tijd hoorde Johannes in de gevangenis over de werken van de Christus,
en hij zond zijn leerlingen met de woorden: “Zijt Gij de Komende, of moeten wij een ander verwachten?” Jezus antwoordde hun: “Gaat aan Johannes melden wat gij hoort en ziet: blinden zien weer en lammen lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden staan op en aan armen wordt het Evangelie verkondigd; zalig is degene die geen aanstoot aan Mij neemt.”
Toen zij weggegaan waren, begon Jezus tot de menigte te spreken over Johannes: “Wat zijt gij naar de woestijn gegaan om te bekijken?
Een riethalm door de wind bewogen? Maar wat zijt gij dan wél gaan zien?
Een mens in verfijnde kleding? Die verfijnde kleding dragen, bevinden zich in de paleizen van de koningen. Maar wat zijt gij dan wél gaan zien? Een profeet?
Ja, zeg Ik u, zelfs méér dan een profeet! Hij is het over wie geschreven staat:
Zie, Ik zend mijn bode voor U uit, om voor U uw weg te banen. Amen, Ik zeg u:
Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper. Niettemin is de kleinste in het Koninkrijk der hemelen groter dan hij.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Met Johannes de Doper bidden wij op deze zondag van de vreugde
tot God onze Vader:
Johannes wees ons de weg naar uw Zoon.
Geef Heer, dat wij in deze Adventstijd
voor velen een wegwijzer mogen zijn naar Jezus.
Laat ons bidden…
Johannes zocht God in de woestijn.
Geef Heer, dat wij in deze tijd
ruimte maken voor bezinning en gebed,
tot opbouw van heel onze parochie.
Laat ons bidden…
Johannes riep de mensen op tot delen.
Geef Heer, dat wij kunnen delen van onze overvloed
om aan alle noodlijdenden
een menswaardig bestaan te schenken.
Laat ons bidden…
Johannes preekte een boodschap van bekering.
Geef Heer, dat wij uw Woord in ons hart opnemen
en in vreugde naar het kerstfeest toeleven.
Laat ons bidden…
Bidden wij voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis, en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…
In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.
God en Vader, wil onze gebeden verhoren
Maak ons tot blijde getuigen van Licht.
Door Christus onze Heer.
Amen
Aankondiging van de collecte
Met deze voorbede beëindigen we de dienst van het Woord.
We gaan het altaar bereiden voor de viering van de Eucharistie.
Terwijl brood en wijn op het altaar worden geplaatst,
wordt er bij u gecollecteerd.
Hartelijk dank voor uw bijdrage.
2e ZONDAG VAN DE ADVENT 6 en 7 DECEMBER 2025
EERSTE LEZING Jes., 11, 1-10
Uit de Profeet Jesaja
Op die dag zal een twijg ontspruiten aan de stronk van Jesse, en een scheut uit zijn wortels zal vrucht dragen. Op hem zal de geest van de Heer rusten, een geest van wijsheid en inzicht, een geest van raad en sterkte, een geest van kennis en vreze des Heren; hij ademt vreze des ademt vreze des Heren. Hij zal geen oordeel vellen naar uiterlijke schijn, geen uitspraak doen op grond van geruchten. Hij zal de armen met gerechtigheid oordelen, Hij zal met rechtvaardigheid beslissen voor de nederigen van de aarde, hij zal de aarde slaan met de roede van zijn mond, en met de adem van zijn lippen zal hij de boosdoener doden. Gerechtigheid zal de riem om zijn lendenen zijn, trouw de riem om zijn heupen. De wolf zal huizen met het lam, en de panter zal zich neer vlijen naast het bokje, het kalf en het leeuwenjong verzadigen zich samen: een kleine jongen kan ze hoeden. De koe en de beer zullen grazen, samen zullen hun jongen neerliggen; en de leeuw zal stro eten als het vee. De zuigeling zal bij het hol van de giftige slang spelen, de peuter zal zijn hand uitstrekken naar het nest van de adder. Niemand zal kwaad doen en schade berokkenen op heel mijn heilige berg, want de kennis van de Heer zal de hele aarde vervullen, zoals het water de zeebodem bedekt. Op die dag zal de wortel van Jesse opgericht staan als een banier voor de volken, de naties zullen Hem zoeken en zijn rustplaats zal glorierijk zijn
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 72
Refrein:
Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien
en welvaart alom tot het einde der maanden.
Mijn God, verleen de koning uw wijsheid,
de koningszoon uw rechtvaardigheid.
Hij moge uw volk rechtvaardig besturen,
uw armen met billijkheid. Refrein
Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien
en welvaart alom tot het einde der maanden.
Regeren zal hij van zee tot zee,
vanaf de Rivier tot de grens van de aarde. Refrein
De arme die steun vraagt zal hij bevrijden,
de ongelukkige zonder hulp.
Hij zal zich ontfermen over misdeelden,
de zwakken schenkt hij weer levensmoed. Refrein
Voor eeuwig blijve zijn naam geprezen,
in ere zolang als er dagen zijn.
Zijn naam zij een zegen voor alle stammen,
bij alle volken met lof vermeld. Refrein
TWEEDE LEZING Rom., 15, 4-9
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome
Broeders en zusters, alles wat eertijds werd opgeschreven, werd opgeschreven tot onze lering, opdat wij door de volharding en door de vertroosting van de Schriften hoop zouden hebben . De God van de volharding en de vertroosting verlene u ook de eensgezindheid naar het voorbeeld van Christus Jezus, opdat gij éénsgezind als uit uit één mond de God en Vader van onze Heer Jezus Christus moogt verheerlijken. Daarom, aanvaardt elkaar, zoals ook Christus u heeft aanvaard tot verheerlijking van God. Ik bedoel dit: Christus is dienaar geworden van de besnedenen omwille van Gods trouw, opdat Hij de beloften aan de vaderen zou bevestigen en opdat de heiden God zouden verheerlijken omwille van zijn barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik U belijden bij de heidenen en uw Naam met psalmen bezingen.’
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Mt.,3, 1-12
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die dagen kwam Johannes de Doper en verkondigde in de woestijn van Judea: “Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij.” Deze toch is het die de profeet Jesaja bedoelde, toen hij zei: De stem van een roepende in de woestijn: “Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” Deze Johannes nu droeg een kleed van kameelhaar met een leren riem om zijn middel.. Zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing. Toen liep Jeruzalem heel, Judea en heel de Jordaanstreek naar hem uit en zij lieten zich door hem dopen in de rivier, de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden. Maar toen hij vele Farizeeën en Sadduceeën naar zijn doopsel zag komen zei hij tot hen: “Addergebroed, wie heeft u voorgespiegeld, dat ge de komende toorn kunt ontvluchten ? “Brengt dus vruchten voort die passen bij bekering, en meent niet dat gij bij uzelf kunt zeggen: “Wij hebben Abraham tot vader.” “Want, ik zeg u: God kan uit deze stenen kinderen voor Abraham verwekken! Reeds ligt de bijl aan de wortel van de bomen. Elke boom dus die geen goede vrucht draagt, wordt omgekapt en in het vuur geworpen. Ik doop u met water, opdat ge u zoudt bekeren. “Maar Hij die na mij komt, is sterker dan ik, en ik ben niet waardig zijn sandalen te nemen. “Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. De wan heeft Hij in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer grondig reinigen; zijn tarwe zal Hij in de schuur verzamelen, maar het kaf verbranden in onblusbaar vuur.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
In het vertrouwen dat Gods liefde met ons is, willen wij bidden:
Voor alle christenen op weg naar Kerstmis.
Heer, geef ons de moed en de kracht
om de weg van Johannes de Doper te gaan.
Laat ons bidden…
Voor onze wereld,
getekend door zoveel honger, oorlog en tweespalt.
Heer wij bidden U om vrede
voor alle brandhaarden van oorlog en geweld.
Dat machthebbers en politiek verantwoordelijken
zich bekleden met de mantel van uw gerechtigheid en vrede.
Laat ons bidden…
Voor alle mensen die in nood verkeren.
Voor hen die moeite hebben om rond te komen.
Dat zij blijven vertrouwen op uw nabijheid
en de steun van hun medemensen.
Laat ons bidden…
voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis,
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor:
Misintenties
In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties
God van liefde,
Gij roep ons op de wegen recht te maken
en zo in eenvoud en liefde toe te leven naar Kerstmis.
Schenk ons daartoe uw zegen,
door Christus onze Heer.
1e ZONDAG VAN DE ADVENT 29 en 30 NOVEMBER 2025
Tevens feestdag H. Oda, patrones van onze parochie
EERSTE LEZING Jes.,2, 1-5
Uit de Profeet Jesaja
Visioen dat Jesaja, de zoon van Amos, zag over Juda en Jeruzalem. Op het einde der dagen zal de berg waarop het huis van de Heer staat, oprijzen boven de bergen en uitsteken boven de heuvels. Alle volkeren zullen erheen stromen, talloze naties begeven zich op weg en zeggen: “Komt, laat ons optrekken naar de berg van de Heer, naar het huis van Jakobs God. “Hij zal ons zijn wegen leren en wij zullen zijn paden bewandelen. “Want uit Sion komt de Wet, het Woord van de Heer uit Jeruzalem. ” Hij zal de volken oordelen, rechtspreken over talloze naties. “Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers, hun speren tot sikkels. “Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander, en niemand zal nog leren oorlog voeren. “Huis van Jakob, komt, Iaat ons wandelen in het licht van de Heer.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 122
Refrein:
Hoe blij was ik, toen men mij riep:
wij trekken naar Gods huis!
Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis!
Nu mag mijn voet, Jeruzalem, uw poorten binnentreden. Refrein
Bidt dan om vrede voor Jeruzalem: dat ieder die U liefheeft veilig zij.
Dat eendracht heerse binnen uw omwalling, in al uw huizen rust. Refrein
Jerusalem, ommuurde stad, zo dicht opeen gebouwd: naar U
trekken de stammen op, de stammen van Gods volk. Refrein
Terwille van mijn broeders en mijn makkers wens ik u vrede toe;
terwille van het huis van onze God bid ik voor u om zegen. Refrein
TWEEDE LEZING Rom., 13, 11-14
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome
Broeders en zusters, gij weet dat het uur om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Thans is ons heil dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken der duisternis en ons bekleden met de wapens van het licht. Laten wij ons behoorlijk gedragen als op klaarlichte dag, en ons onthouden van braspartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd. Bekleedt u met de Heer Jezus Christus en koestert geen zondige begeerten.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Mt., 24, 37-44
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Zoals in de dagen van Noach, zo zal het zijn bij de komst van de Mensenzoon. Zoals in de dagen vóór de zondvloed de mensen aten en dronken, huwden en ten huwelijk gaven, tot op de dag waarop Noach de ark binnenging, en zij van niets wisten totdat de zondvloed kwam en allen wegrukte; zo zal het n zijn bij de komst van de Mensenzoon. Dan zullen er twee mannen op de akker zijn: de een wordt meegenomen, de ander achterge¬laten: twee vrouwen zullen met de molen aan het malen zijn: de een wordt meegenomen, de andere achtergelaten. Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt. Weet dit wel: als de heer des huizes wist in welke nachtwake de dief zou komen, zou hij waken en in zijn huis niet laten inbreken. Daarom, weest ook gij bereid, want op het uur dat gij het niet vermoedt, komt de Mensenzoon.
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Laten wij bidden op voorspraak van de heilige Oda
om een hoopvolle Advent.
Maak ons waakzaam, Heer,
dat wij ons inzetten
voor meer gerechtigheid en eenheid in onze wereld.
Laat ons bidden…
Maak ons waakzaam, Heer,
dat wij in ons jachtig leven
tijd mogen vinden voor gebed en stilte.
Laat ons bidden…
Voor onze parochianen, die dit jaar het eeuwfeest vieren
van de heilige Oda, hun patroonheilige;
dat wij bereid zijn om Jezus te volgen
naar het voorbeeld van de heilige Oda
die wij vandaag op deze speciale feestdag mogen eren.
Zegen op haar voorspraak onze parochie.
Laat ons bidden…
Heer, we bidden voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
We bidden voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Heer God, wil naar ons bidden luisteren
en schenk ons uw zegen
door Jezus Christus onze Heer.
Hoogfeest van Christus Koning 22 en 23 november 2025
Eerste lezing (2 Sam. 5,1-3)
Uit het tweede boek Samuël
In die dagen begaven alle stammen van Israël zich naar David in Hebron en zeiden: „Hier zijn wij, uw eigen vlees en bloed. Vroeger al, toen Saul nog over ons regeerde, was u degene die de troepen van Israël aanvoerde. Daarenboven heeft de Heer u verzekerd: Gij zult mijn volk Israël hoeden; gij zijt het die over Israël zult heersen.” Alle oudsten van Israël kwamen naar de koning in Hebron en koning David sloot met hen in Hebron een verbond ten overstaan van de Heer en zij zalfden David tot koning over Israël.
Zo spreekt de Heer.
Antwoordpsalm uit psalm 122
Refrein: Hoe blij was ik, toen men mij riep:
wij trekken naar Gods huis.
Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis!
Nu mag mijn voet, Jeruzalem, uw poorten binnen treden. Refrein
Jeruzalem, ommuurde stad, zo dicht opeen gebouwd.
Naar u trekken de stammen op, de stammen van Gods volk. Refrein
Zij gaan naar Israëls gebruik de Naam van God vereren.
Daar staan de zetels van het recht, de troon van Davids huis. Refrein
Tweede lezing (Kol.1,12-20)
Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Kolosse
Broeders en zusters, blijmoedig danken wij God, de Vader, omdat Hij u in staat stelde te delen in de erfenis van de heiligen en te leven in het licht. Hij heeft ons ontrukt aan het domein van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon. In Hem is onze bevrijding verzekerd en zijn onze zonden vergeven. Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping. Want in Hem is alles geschapen in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem. Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is. Hij is de oorsprong, de eerste die van de dood is opgestaan om in alles de hoogste te zijn, Hij alleen. Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid, om door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten om alles in de hemel en op aarde te verzoenen, door Hem alleen.
Zo spreekt de Heer
Evangelie (Lc. 23,35-43)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Toen Jezus aan het kruis hing, stond het volk toe te kijken maar de overheidspersonen lachten Hem uit en zeiden: “Anderen heeft Hij gered; Iaat Hij zichzelf eens redden als Hij de Messias van God is, de uitverkorene!” De soldaten brachten Hem zure wijn, en ook zij voegden Hem spottend toe: “Als Gij de koning der Joden zijt, red dan uzelf.” Boven Hem stond als opschrift in Griekse, Romeinse en Hebreeuwse letters: “Dit is de koning der Joden.” Ook een van de misdadigers die daar hingen hoonde Hem: “Zijt Gij niet de Messias? Red dan uzelf en ons.” Maar de andere strafte hem af en zei: “Heb zelfs jij geen vrees voor God terwijl je toch hetzelfde vonnis ondergaat? En wij ondergaan dat vonnis terecht, want wij krijgen wat wij door onze daden verdiend hebben; maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.” Daarop zei hij: “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt.” En Jezus sprak tot hem: “Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.”
Zo spreekt de Heer
Voorbede
Laat ons bidden tot God onze Vader,
die in zijn liefde naar ons bidden hoort.
Voor allen die in hun manier van leven
Iets koninklijks hebben;
die er in slagen om van de nood een deugd te maken
en van het kruis een zegeteken;
dat God zelf de kroon op hun leven mag zijn.
Laat ons bidden…
Voor allen die moeten lijden of sterven,
maar hun pijn met waardigheid weten te dragen,
voor al die koninklijke mensen die op Jezus lijken;
dat God zelf de kroon op hun leven mag zijn.
Laat ons bidden…
Voor allen, hier aanwezig,
voor allen die elkaar hoogachten en vorstelijk behandelen
voor hen wier adel het is om anderen te dienen;
dat God zelf de kroon op hun leven is.
Laat ons bidden…
Voor mensen die ziek zijn
en voor hen die zorg om hen hebben.
Voor onze dierbare overledenen…
In een moment van stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.
Heer, onze God,
uw Zoon kwam in de wereld,
niet om gediend te worden, maar om te dienen.
Leer ons de koninklijke weg van de dienstbaarheid,
die ons op weg zet naar uw koninkrijk,
dat duurt tot in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Drieëndertigste zondag door het jaar 15 en 16 november 2025
EERSTE LEZING Maleachi 3, 19-20a
Uit de Profeet Maleachi
De dag gaat komen, de dag die als een oven brandt. Al de hoogmoedigen, al wie boosheid bedrijft, zij allen worden stoppels, in brand gezet door de dag die gaat komen – zo spreekt de Heer van de hemelmachten – zodat Hij van hen geen wortel, geen halm meer overlaat. Maar voor u, die mijn naam vreest, gaat de zon van de gerechtigheid op, en met haar vleugels brengt zij genezing.
Woord van de Heer.
ANTWOORDPSALM Ps. 98(97)
Refrein: Rechtvaardig bestuurt de Heer de wereld,
de volken met billijkheid.
Zingt voor de Heer bij de citer, met citer en psalterspel. Laat schallen trompet en bazuin en danst voor de Heer, uw koning. Refrein
De zee stemt in met al haar gedierte, de aarde met al wat daar leeft.
De beken klateren bijval, de bergen jubelen mee. Refrein
Zij groeten de Heer, die nabij komt, die nadert als koning der aarde.
Rechtvaardig bestuurt Hij de wereld, de volken met billijkheid. Refrein
TWEEDE LEZING 2 Tessalonicenzen 3, 7-12
Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Thessaloniki
Broeders en zusters, hoe gij ons moet navolgen, is u bekend; wij hebben bij u geen werk geschuwd en niemands brood gegeten zonder te betalen. Dag en nacht hebben wij gearbeid, met veel inspanning en moeite, om niemand van u tot last te zijn. Niet dat wij er geen recht toe hebben, maar wij wilden een voorbeeld geven ter navolging. Ook toen wij bij u waren, hielden wij u telkens deze regel voor: als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten. Wij hebben namelijk gehoord, dat sommigen bij u werkeloos rondhangen en alle moeite schuwen, maar wel zich met alles bemoeien. In de naam van de Heer Jezus Christus gebieden en vermanen wij zulke mensen dat zij regelmatig moeten werken en hun eigen kost verdienen.
Woord van de Heer.
EVANGELIE Lucas 21, 5-19
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
In die tijd merkten sommigen op hoe de tempel daar prijkte met zijn fraaie stenen en wijgeschenken Toen zei Jezus: ‘Wat ge daar ziet: er zal een tijd komen, dat er geen steen op de andere gelaten zal worden, alles zal verwoest worden.’ Ze vroegen Hem nu: ‘Meester, wanneer zal dat dan gebeuren? Maar Hij zei: ‘Weest op uw hoede, dat gij niet in dwaling gebracht wordt. Want velen zullen optreden in mijn Naam en zij zullen zeggen: Ik ben het, en: Het ogenblik is nabij. Loopt niet achter hen aan. En wanneer gij hoort van oorlogen en onlusten, laat u dan niet uit het veld slaan. Dat alles moet wel eerst gebeuren, maar het einde volgt niet terstond.” Toen sprak Hij tot hen: “Er zal strijd zijn van volk tegen volk en van koninkrijk tegen koninkrijk; er zullen hevige aardbevingen zijn, en hongersnood en pest, nu hier en dan daar, schrikwekkende dingen en aan de hemel geweldige tekenen. Maar nog vóór dit alles geschiedt, zullen zij u vastgrijpen en vervolgen; zij zullen u overleveren aan de synagogen en gevangenzetten, u voor koningen en stadhouders voeren omwille van mijn Naam. Het zal voor u uitlopen op het geven van getuigenis. Welnu, prent het u in, dat gij dan uw verdediging niet moet voorbereiden. Want Ik zal u een taal en een wijsheid geven, die geen van uw tegenstanders zal kunnen weerstaan of weerspreken. Ge zult zelfs door ouders en broers, door bloedverwanten en vrienden overgeleverd worden en sommigen van u zullen ze ter dood doen brengen. Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam; geen haar van uw hoofd zal verloren gaan.
Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen.
Woord van de Heer
Voorbede
Laat ons bidden tot God,
Licht aan de einder, toekomst die ons wacht.
Wij bidden voor allen die de hoop verloren hebben,
de toekomst van de wereld somber inzien:
God, ga als een licht over hen op.
Laat ons bidden…
Wij bidden voor allen die niemand meer hebben om voor te leven,
en die daarom twijfelen aan de zin van het bestaan:
God, geef hen uitzicht.
Laat ons bidden…
Wij bidden voor onszelf, soms hoopvol gestemd, energiek en vol moed,
dan weer teleurgesteld, vol twijfels en wankel gelovend:
God, zegen ons met vertrouwen.
Laat ons bidden…
Wij bidden voor allen die gebukt gaan onder ziekte, lijden, tegenslag of verdriet en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…
Breugel: Verder vragen wij uw gebed voor de overleden leden van het Gregoriaans Koor.
In een moment van stilte bidden we
voor wat er leeft in ons eigen hart.
God, wanneer wij aan het eind zijn,
weet Gij nog nieuwe wegen.
Wil ons die wijzen, en houd ons op weg,
uw komend rijk tegemoet.
Amen.
KERKWIJDING LATERAANSE BASILIEK 8 en 9 NOVEMBER 2025
EERSTE LEZING Ezechiël 47, 1-2.8-9.122 Makk., 7, 1-2. 9-14
In die dagen bracht een engel mij naar de ingang van de tempel des Heren. En daar zag ik onder de drempel water opwellen en in oostelijke richting stromen; de voorzijde van de tempel ligt immers op het oosten. Het water stroomde eerst zuidwaarts langs de muur en dan langs de zuidkant van het altaar. Hij leidde mij door de noordpoort buitenom naar de oostelijke buitenpoort en rechts daarvan kwam het water weer te voorschijn. En de engel zei: ‘Dit water stroomt door het oostelijk deel van het land naar de Araba, mondt uit in de Zoutzee en maakt het water van de zee gezond. De rivier brengt leven overal waar hij stroomt, het wemelt er van dieren. De zee zit vol vis, want de rivier die erin uitmondt, maakt het water gezond. Overal waar hij stroomt is volop leven.
Aan beide oevers van de rivier groeien allerlei vruchtbomen; hun bladeren verdorren niet en ze zijn nooit zonder vruchten. Elke maand dragen ze vruchten, omdat het water dat ze voedt, uit het heiligdom komt. De vruchten zijn eetbaar en de bladeren hebben geneeskracht.’
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 46
Refrein: Een klaterend beekje verkwikt Gods stad,
het heilig verblijf van de Allerhoogste.
De Heer is voor ons een vesting en toevlucht,
Een machtige hulp in de nood.
Zo zijn wij niet bang, al kantelt de aarde,
al vallen de bergen in zee. Refrein
Een klaterend beekje verkwikt Gods stad,
het heilig verblijf van de Allerhoogste.
Die stad staat onwrikbaar want God is daarbinnen,
God staat haar ter zijde als de dag begint. Refrein
Zijn wondere werken op aarde.
De Heer van de hemelse legers is met ons,
Een veilige burcht is ons Jacobs God.
Komt nader en ziet wat de Heer heeft gedaan,
Zijn wondere werken op aarde Refrein
TWEEDE LEZING 1 Korintiërs 3,9b-11.16-17
Broeders en zusters, gij zijt Gods bouwwerk. Naar de mij gegeven genade heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd waarop een ander voortbouwt. Maar laat iedereen toezien hoe hij daarop bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat er reeds ligt, namelijk Jezus Christus. Gij weet toch, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten. Want de tempel van God is heilig, en die tempel zijt gij.
Zo spreekt de Heer
EVANGELIE Johannes 2, 13-22
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
Toen het paasfeest der Joden nabij was, ging Jezus op naar Jeruzalem. In de tempel trof Hij de verkopers aan van runderen, schapen en duiven en ook de geldwisselaars, die daar zaten. Hij maakte van touwen een gesel, dreef ze allemaal uit de tempel, ook de schapen en de runderen; het kleingeld van de wisselaars veegde Hij van de tafels en Hij wierp die omver. En tot de duivenhandelaars zei Hij: “Weg met dit alles! Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal!” Zijn leerlingen herinnerden zich dat er geschreven staat: De ijver voor Uw huis zal mij verteren. De Joden richtten zich tot Hem met de woorden: “Wat voor teken kunt Gij ons laten zien, dat Gij dit doen moogt?” Waarop Jezus hun antwoordde: “Breekt deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.” Maar de Joden merkten op: “Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd; zult Gij hem dan in drie dagen doen herrijzen?” Jezus sprak echter over de tempel van zijn lichaam. Toen Hij dan ook verrezen was uit de doden, herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en geloofden in de Schrift en in het woord dat Jezus gesproken had.
” Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
God, die uw mensen als levende stenen wilt
bij de opbouw van uw komend rijk,
wij bidden tot U…
Voor de kerk in onze dagen
En voor allen die haar leiden
In Rome of waar ook ter wereld:
Kom over hen met uw Geest;
Laat ons bidden…
Voor de kerk in onze dagen
En voor allen die zich ervoor inzetten;
De ambtsdragers, de vrijwilligers,
De denkers en de doeners:
Kom over hen met uw Geest;
Laat ons bidden…
Voor de kerk in onze dagen
En voor allen die haar de rug toe hebben gekeerd,
Allen die er niet vonden wat zij zochten:
Kom over hen met uw Geest;
Laat ons bidden…
Voor de kerk hier ter plaatse,
Voor al die levende stenen
Die haar opbouwen en dragen:
Kom over hen met uw Geest;
Laat ons bidden…
Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor
Misintenties
In een moment van stilte bidden we
voor wat er leeft in ons eigen hart.
God van mensen zegen uw kerk met daadkracht,
Maak haar tot een werkzaam instrument in uw hand,
Omwille van uw rijk dat komen moet. Amen
Allerzielen 2 november 2025
Eerste lezing Jes. 25,6a.7-9
Uit de profeet Jesaja
Op die dag zal de Heer van de hemelse machten op deze berg een gastmaal aanrichten voor alle volkeren. Op deze berg zal Hij de sluier verscheuren die over de volkeren ligt en de doek die de naties bedekt. God de Heer zal voor altijd de dood vernietigen; Hij zal de tranen van alle gezichten afwissen, en de schande van zijn volk wegnemen van heel de aarde. Want zo heeft de Heer besloten. Op die dag zal men zeggen: dat is onze God. Wij hoopten op Hem en Hij heeft ons gered. Dit is de Heer op wie wij ons vertrouwen hadden gesteld; laat ons blij zijn en juichen om de redding die Hij ons heeft gebracht.
Zo spreekt de Heer.
Antwoordpsalm uit psalm 23
Refrein: De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.
De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.
Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten.
Hij geeft mij weer frisse moed. Refrein
Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden omwille van zijn Naam.
Al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.
Uw stok en uw herdersstaf geven mij moed en vertrouwen. Refrein
Gij nodigt mij aan uw tafel tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd, mijn beker is overvol. Refrein
Voorspoed en zegen verlaten mij nooit elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden. Refrein
Tweede lezing Apok. 21,1-7
Uit de Openbaring van Johannes
Ik, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer. En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen, schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid. Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon: “Zie hier Gods woning onder de mensen! Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn, en Hij, God met hen, zal hun God zijn. En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij.” En Hij die op de troon is gezeten, sprak: “Zie, Ik maak alles nieuw.” Ik ben de Alfa en de Omega, de oorsprong en het einde. Wie dorst heeft zal Ik om niet te drinken geven uit de bron van het water des levens, om niet. Wie overwint zal dit alles krijgen, en Ik zal zijn God zijn en hij mijn zoon.”
Zo spreekt de Heer.
Evangelie Lc. 23,44-46.50.52-53
Uit het evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Het was omtrent het zesde uur; er viel duisternis over heel de streek tot aan het negende uur toe, doordat de zon geen licht meer gaf. Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor. Toen riep Jezus met luider stem: “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.” Nadat Hij dit gezegd had, gaf Hij de geest.
Nu was er een zekere Jozef, lid van de Hoge Raad, een welmenend en rechtschapen man. Deze ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus. Na het van het kruis genomen te hebben, wikkelde hij het in een lijkwade. Vervolgens legde hij Hem in een graf, dat in een steen was uitgehouwen en waarin nog nooit iemand was neergelegd. Op de eerste dag van de week echter gingen de vrouwen zeer vroeg in de morgen naar het graf, met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden. Zij vonden de steen weggerold van het graf, gingen binnen, maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet. Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken, stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed. Toen zij van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: “Wat zoekt ge de levende bij de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen.”
Zo spreekt de Heer.
Voorbede
Ontsteken van de kaarsen en het opnoemen van de namen van de overledenen.
P:
Vandaag herdenken wij het overlijden van diegenen die ons het afgelopen jaar zijn ontvallen. Wij willen hen in herinnering brengen.
Zomaar even verwijlen bij een brok leven en telkens een kaars aansteken.
Deze kaarsen steken we aan met het licht van de Paaskaars.
Dat doen we niet zomaar.
Dat doen we omdat we geloven dat God als licht is voor mensen.
Een licht dat warmte geeft in koude eenzame dagen, en dat de duisternis verdrijft. Dat Gods licht ons brengt over de duisternis van de dood heen
geloven wij ook vandaag.
Deze paaskaars waarmee we de kaarsen aansteken brandt sinds de Paaswake.
In de Paaswake herdachten we hoe al die ellende van het kruis
niet het einde was. Dat er een licht was over de dood heen.
De paaskaars is het symbool van Gods aanwezigheid, over de dood heen.
L:
Wij brengen voor God
de namen van onze ouders en voorouders,
mensen aan wie wij het leven danken,
mensen die ons hebben gevormd tot wat wij nu zijn.
God koester hun namen, geschreven in de palm van uw hand.,
Wij brengen voor God de namen van kinderen en jongeren
die gingen vóór hun tijd,
de namen van hen die stierven doordat zij geen kans tot overleven hadden.
God koester hun namen, geschreven in de palm van uw hand.
Wij brengen voor God de namen van hen
die ten offer vielen aan oorlog en zinloos geweld,
aan natuurrampen of het verkeer
God koester hun namen, geschreven in de palm van uw hand.
Wij brengen voor God de namen van onze eigen dierbaren…
en met name diegenen die in het afgelopen jaar gestorven zijn: …
En wij steken nog een kaarsje aan voor al de naamlozen, de onbekenden, waar ook ter wereld gestorven.
God koester hun namen, geschreven in de palm van uw hand.
Pr: God met ons, roep levenden en doden bij hun naam,
Neem hen bij de hand en geleid hen allen tot bij U,
In eeuwigheid. Amen
Hoogfeest van Allerheiligen 25 en 26 oktober 2025
EERSTE LEZING Apok., 7, 2-4. 9-14
Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes
Ik, Johannes, zag een andere engel opstijgen van de opgang der zon met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tot de vier engelen aan wie macht gegeven was schade toe te brengen aan de aarde en de zee: “Brengt geen schade toe aan de aarde noch aan de zee noch aan de bomen voordat wij de dienstknechten van onze God met het zegel op hun voorhoofd getekend hebben.” En ik vernam het aantal getekenden: honderdvierenveertigduizend waren er uit alle stammen van de kinderen van Israël. Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand. En zij riepen allen luid: “Aan onze God die op de troon is gezeten en aan het Lam behoort de overwinning!” En al de engelen stonden rondom de troon, de oudsten en de vier dieren, en zij wierpen zich op hun aangezicht voor de troon en zij aanbaden God, zeggend: “Amen! Lof en heerlijkheid en wijsheid en dank, eer en macht en sterkte aan onze God in de eeuwen der eeuwen, Amen!” Toen richtte zich een van de oudsten tot mij en zei: “Wie zijn dat in die witte gewaden en waar komen zij vandaan?” Ik antwoordde hem: “Heer, dat weet gij.” Toen zei hij: “Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking, die hun gewaden hebben wit gewassen in het bloed van het Lam.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM Psalm 24
Refrein:
Zo doet het geslacht dat zich richt tot U,
dat staat voor uw aanschijn, God van Jakob.
Aan God hoort de aarde en al wat er op is,
de aardschijf en al wat daar woont;
Want Hij heeft haar op het water gegrondvest,
haar vastgelegd op de zee. Refrein
Wie zal beklimmen de berg van de Heer,
wie in zijn heiligdom staan?
Die rein is van handen en zuiver van hart,
zijn zinnen niet zet op wat kwaad is. Refrein
Hij zal door de Heer gezegend worden,
beloond door God, zijn verlosser.
Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem,
dat staat voor het aanschijn van Jakobs God. Refrein
TWEEDE LEZING 1 Joh., 3, 1-3
Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes
Vrienden, Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook. De wereld begrijpt ons niet en ze kent ons niet omdat zij Hem niet heeft erkend. Vrienden, nu reeds zijn wij kinderen van God en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt wij aan Hem gelijk zullen zijn omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is. Wie zulk een heil van God verwacht, maakt zich rein zoals Christus rein is.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Mt., 5, 1-12a
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
Toen Jezus de menigte zag ging Hij de berg op, en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus: “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen. Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.”
Zo spreekt de Heer.
Voorbede
Op voorspraak van alle heiligen
bidden wij tot God onze Vader.
Dankbaar gedenken wij alle heiligen van de Kerk,
lichtende voorbeelden in onze geschiedenis:
Dat zij bij God voor ons ten beste spreken.
Laat ons bidden…
Dankbaar gedenken wij allen
die in onze dagen in de geest van Jezus,
en naar het woord van zijn Bergrede,
vreugde, hoop en zegen brengen
aan mensen in nood, vertwijfeling of verdriet.
Laat ons bidden…
Dankbaar gedenken wij de heiligen van onze parochie.
Mogen de heiligen Oda, Petrus, Martinus,
Antonius van Padua, Rita en Genoveva
voor ons ten beste spreken.
Dat wij in het voetspoor van de Goede Herder
een levend getuige zijn van Gods liefde.
Laat ons bidden…
Dankbaar zijn wij voor het leven van onze dierbare overledenen;
en we bidden dat zij met de heiligen mogen wonen
in Gods eeuwige vrede.
Misintenties…
In stilte bidden we ook voor onze eigen intenties.
Laat ons bidden…
God, hoor ons bidden en dat van uw verzamelde Kerk.
Maak dat steeds meer mensen
uw liefde en barmhartigheid ontdekken,
en schenk hen de vreugde naar U terug te keren.
Door Christus onze Heer.
30e ZONDAG DOOR HET JAAR 25 en 26 oktober 2025
EERSTE LEZING Sir., 35, 12-14, 16-18
Uit het boek Ecclesiasticus
De Heer is een rechter, en bij Hem is er geen aanzien des persoons; Hij neemt geen steekpenningen aan ten koste van de arme, maar luistert naar het pleit van de verdrukte. Hij wijst het gezucht van de wezen niet af, noch van de weduwe wanneer zij blijft klagen. Wie anderen bijstaat wordt welwillend ontvangen, en zijn gebed verheft zich tot de wolken toe. Het gebed van de arme dringt door de wolken heen, zolang het zijn doel niet bereikt, rust het niet; het laat niet af, totdat de Allerhoogste zich erbarmt, en de Rechtvaardige oordeel velt en recht verschaft.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 34
Refrein: Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer.
De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,
Iaat elk die het hoort zich verheugen. Refrein
Van boosdoeners keert Hij zijn aangezicht af,
zij worden op aarde vergeten.
Naar vromen die roepen luistert de Heer
en redt hen uit iedere nood. Refrein
De Heer is nabij voor rouwmoedige harten,
Hij helpt wie zijn schuld erkent.
De Heer redt het leven van wie Hem dient,
alwie tot Hem vlucht heeft geen straf te duchten Refrein.
TWEEDE LEZING 2 Tim., 4, 6-8. 16-18
Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timotheüs
Dierbare, Wat mij betreft, mijn bloed is weldra geplengd, het uur van mijn heengaan is nabij. Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard. Nu wacht mij de krans der gerechtigheid waarmee de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst. Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, allen hebben mij in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend. Maar de Heer heeft mij terzijde gestaan en mij kracht gegeven om mijn ambt als prediker van het evangelie ten einde toe te vervullen, zodat alle volkeren ervan horen. En ik werd verlost uit de muil van de leeuw. De Heer zal mij blijven beschermen tegen alle boze aanslagen en mij behouden overbrengen naar zijn hemels koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen! Amen.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 18, 9-14
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei Jezus tot hen die, – overtuigd van eigen gerechtigheid – de anderen minachtten, de volgende gelijken is: “Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden; de een was een Farizeeër en de andere een tollenaar. De Farizeeër stond met opgeheven hoofd en bad bij zichzelf als volgt: God, ik dank u dat ik niet ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar. Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten. Maar de tollenaar bleef op een afstand en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel; maar hij klopte zich op de borst en zei: God, wees mij zondaar genadig. Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere; want al wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Wij bidden tot God die ons kent
en alle schone schijn doorziet…
Laten we bidden voor verlegen angstige mensen,
de zich al te gemakkelijk in een hoekje laten drukken.
Dat zij de aandacht krijgen die ze verdienen.
Laat ons bidden…
Laten we bidden voor mensen die zich klein voelen,
en zich van hun eigen gebreken bewust zijn;
dat ze vertrouwen hebben in Gods barmhartigheid.
Laat ons bidden…
Laten wij bidden voor mensen die oppervlakkig
en onnadenkend door het leven gaan
dat zij wijzer worden en meer aandacht krijgen
voor anderen en voor God.
Laat ons bidden…
Laten we bidden voor onszelf en hen die ons lief zijn:
dat wij bij licht en donker, In goede en kwade dagen,
het vertrouwen bewaren in God,
Die onze oorsprong is en onze toekomst.
Laat ons bidden…
Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…
In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons zingend bidden…
Gij, Heer God, zijt de bron van ons bestaan,
Verhoor onze gebeden
en schenk ons uw zegen.
Door Christus onze Heer.
29e ZONDAG DOOR HET JAAR 18 en 19 OKTOBER 2025
EERSTE LEZING Ex., 17, 8-13
Uit het boek Exodus
In die dagen kwam Amalek aanzetten om Israël aan te vallen. Toen zei Mozes tot Jozua: “Kies manschappen uit en trek morgen ten strijde tegen Amálek. Zelf ga ik met de staf van God in mijn hand op de top van de heuvel staan.” Jozua deed wat Mozes hem had opgedragen. Hij bond de strijd aan met Amálek terwijl Mozes, Aäron en Chur de top van de heuvel bestegen. En zolang Mozes zijn armen opgeheven hield waren de Israëlieten aan de winnende hand. Maar liet hij zijn armen zakken dan won Amálek. Tenslotte werden Mozes’ armen moe. Toen haalden ze een steen voor hem waar hij op ging zitten. Aäron en Chur ondersteunden zijn armen, elk aan een kant. Zo bleven zijn armen omhoog geheven, tot zonsondergang toe. En Jozua versloeg Amálek en zijn leger met het zwaard.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 121
Refrein:
Mijn hulp zal komen van God de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.
Omhoog naar de bergen richt ik mijn ogen: van waar kan ik hulp verwachten?
Mijn hulp zal komen van God de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft. Refrein
Hij zorgt dat uw voet niet struikelt, Hij slaapt niet, die waakt over u.
Hij sluimert niet en Hij suft niet, die over Israël waakt. Refrein
De Heer is het die u behoedt, Hij staat als een wacht aan uw zijde.
Bij dag zal de zon u niet deren, bij nacht doet de maan u geen kwaad. Refrein
De Heer bewaart u voor onheil, uw leven houdt Hij in stand.
De Heer is bezorgd voor uw komen en gaan op deze dag en altijd. Refrein
TWEEDE LEZING 2 Tim. 3, 14-4, 2
Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs
Dierbare, blijf bij de leer die gij gelovig hebt aanvaard. Bedenk wie het waren die u onderricht hebben en hoe gij van kindsbeen af vertrouwd zijt met de heilige geschriften; daaruit kunt gij de wijsheid putten die u leidt tot het heil, door het geloof in Christus Jezus. Elk door God geïnspireerd geschrift dient ook om te onderrichten in de waarheid en dwalingen te weerleggen, om de zeden te verbeteren en de mensen op te voeden tot een rechtschapen leven, zodat de man Gods voor zijn taak berekend is en toegerust voor elk goed werk. Ik bezweer u voor het aanschijn van God en van Christus Jezus, die levenden en doden zal oordelen bij zijn verschijning en bij zijn koningschap: verkondig het woord, dring aan, te pas en te onpas, weerleg, berisp, bemoedig, in één woord, geef uw onderricht met groot geduld.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 18, 1-8
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd leerde Jezus in een gelijkenis aan zijn leerlingen dat zij steeds moesten bidden en daarin niet versagen. Hij zei: “Er was eens in een zekere stad een rechter die zich om God noch gebod bekommerde. Er was ook een weduwe in de stad die herhaaldelijk bij hem kwam met het verzoek: Verschaf mij recht ten opzichte van mijn tegenstan¬der. Een tijdlang wilde die rechter niet, maar daarna zei hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij om God noch gebod, toch zal ik die weduwe recht verschaffen om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken.” En de Heer sprak: “Hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt! “Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverko¬renen die dag en nacht tot Hem roepen, of zal Hij ten opzich¬te van hen onbewogen blijven? Ik zeg u: Hij zal hun spoedig recht verschaffen. Maar: zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Laten wij in onze voorbede nu bidden
tot God onze Vader.
Bidden wij voor alle christenen wereldwijd:
Heer, schenk hen de kracht elkaar tot zegen te zijn,
elkaar te helpen om de weg van het geloof te gaan
en het vuur van Jezus’ liefde te ontdekken.
Laat ons bidden…
Bidden wij ook voor de leiders van de volkeren.
Schenk hun wijsheid,
opdat zij zich inzetten voor een wereld naar uw bedoeling.
Heer, laat hen onder uw zegen zorgdragen
voor het recht en welzijn
van allen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd.
Laat ons bidden…
Bidden wij voor allen zich inzetten voor een betere wereld.
Heer, schenk zegen aan hun werk en laat vrede en gerechtigheid
het winnen van oorlog, terreur en geweld.
Laat ons bidden…
Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…
In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.
Heer, onze God,
vol vertrouwen op uw gerechtigheid
leggen we deze gebeden aan U voor.
Wil ons verhoren, door Christus, onze Heer.
28e zondag door het jaar 11 en 12 oktober 2025
EERSTE LEZING 2 Kon., 5, 14-17
Uit het tweede boek der Koningen
In die dagen ging de Syriër Naäman naar de Jordaan en dompelde zich zevenmaal onder, zoals Elisa, de man Gods, gezegd had. Zijn huid werd weer als die van een klein kind en hij was gereinigd van zijn melaatsheid. Hij keerde met heel zijn gevolg naar de man Gods terug, trad zijn huis binnen, ging voor hem staan en zei: “Nu weet ik dat er in Israël een God is, en nergens anders op aarde. Wil daarom een huldeblijk van uw dienaar aanvaarden.” Maar Elisa antwoordde: “Zowaar de Heer leeft, wiens dienaar ik ben, ik neem niets van u aan.” En hoewel Naäman er bij hem op aandrong iets aan te nemen, bleef hij weigeren. Toen zei Naäman: “Geef mij dan tenminste een vracht aarde mee, zoveel als een koppel muildieren kan dragen, want uw dienaar wil aan geen andere goden brand- of slachtoffers meer opdragen, dan aan de Heer alleen.” Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 98
Refrein: Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm. Refrein
Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw
ten gunste van Israëls huis. Refrein
Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt. Refrein
TWEEDE LEZING 2 Tim., 2, 8-13
Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs
Dierbare, Houd Jezus Christus in gedachten, Davids Nazaat, die uit de dood is opgestaan. Zo luidt de boodschap die ik verkondig en waarvoor ik zelfs als een misdadiger gevan¬genschap heb te lijden. Maar het woord van God laat zich niet in boeien slaan. Daarom ben ik bereid alles te ver¬dragen, ter wille van de uitverkorenen, opdat ook zij het heil verwerven in Christus Jezus en eeuwige heerlijkheid. Hoe waar is dit woord: “Als wij met Hem gestorven zijn zullen wij met Hem leven. Als wij volharden, zullen wij met Hem heersen. Als wij Hém verloochenen zal Hij ons verloochenen. Als wij ontrouw zijn blijft Hij trouw: zichzelf verloochenen kan Hij niet.”
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 17, 11-19
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Op zijn reis naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen Hij een dorp binnenging kwamen Hem tien melaatsen tegemoet; zij bleven op een grote afstand staan en riepen luidkeels: “Jezus, Meester, ontferm U over ons!” Hij zag hen en sprak: “Gaat u laten zien aan de priesters.” En onderweg werden zij gereinigd. Een van hen keerde terug toen hij zag dat hij genezen was, en hij verheerlijkte God met luide stem. Vol dankbaarheid wierp hij zich voor Jezus’ voeten neer, en deze man was een Samaritaan. Hierop vroeg Jezus: “Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen? Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?” En Hij sprak tot hem: “Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Laat ons tot onze Heer en Verlosser bidden.
In zijn Naam ontvangen wij heil en zegen.
Heer Jezus Christus,
U heeft zieken genezen.
Zegen allen die hun leven in dienst stellen
van hun zieke en lijdende medemens
in de gezondheidszorg, de ouderenzorg of de thuiszorg.
Zegen hun werken van barmhartigheid.
Laat ons bidden…
U erbarmt zich over de nood van de mensen.
Beur sombere en lijdende mensen op
en roep de onverschilligen op tot geestdrift en dankbaarheid.
Laat ons bidden…
U aanvaardde de dankbaarheid van die ene.
Wil ook onze dankbaarheid aanvaarden
voor al het goede dat wij uit uw hand mogen ontvangen.
Laat ons bidden…
U wilt het leven voor mensen
en niet hun ongeluk en niet hun dood.
We bidden om het eeuwige leven voor onze dierbare overledenen…
In een moment van stilte leggen we aan God voor
wat er leeft in ons eigen hart.
Heer, U leidt ons op de weg van het leven.
Wees met ons en bevestig ons in trouw aan uw Woord.
U die leeft in eeuwigheid. Amen.
ZEVENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 4 en 5 OKTOBER 2025
Eerste lezing Hab., 1, 2-3; 2, 2-4
Uit de Profeet Habakuk
Hoelang moet ik nog roepen, Heer, terwijl Gij maar niet luistert? Hoelang moet ik de hemel nog geweld aandoen, terwijl Gij maar geen uitkomst brengt? Waarom laat Gij mij onrecht lijden en ziet Gij die ellende maar aan? Waarom moet ik leven te midden van geweld en verdrukking en waarom rijst er twist en moet men lijden onder tweedracht? De Heer gaf mij antwoord: “Schrijf het visioen op, zet het duidelijk op schrift, zodat men het vlot kan lezen. Want dit visioen, – al wacht het de vastgestelde tijd nog af, – hunkert niettemin naar zijn vervulling: het vertelt geen leugen. AI blijft het ook uit, geef het wachten niet op, want komen doet het beslist en het komt niet te laat. Bezwijken zal hij die in zijn hart niet deugt; de rechtvaardige echter blijft leven door zijn trouw.
Zo spreekt de Heer.
Antwoordpsalm uit psalm 95
Refrein:
Luistert heden naar Gods stem.
Weest niet halsstarrig zoals weleer.
Komt, Iaat ons de Heer met gejubel begroeten,
juichen wij toe de Rots van ons heil.
Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang,
Hem met liederen eren. Refrein
Komt, Iaat ons aanbiddend ter aarde vallen,
neerknielen voor Hem die ons schiep.
Hij is onze God en wij zijn volk,
Hij is de herder en wij zijn kudde. Refrein
Luistert heden dan naar zijn stem:
weest niet halsstarrig als eens in Meriba.
Waar uw vaderen Mij wilden tarten
ofschoon zij mijn daden hadden gezien. Refrein
Tweede lezing 2 Tim., 1, 6-8. 13-14
Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timótheüs
Dierbare, vergeet niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is door de oplegging van mijn handen. Want God heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen. Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene. Draag uw deel in het lijden voor het evangelie. Neem als richtsnoer de gezonde beginselen die gij uit mijn mond hebt vernomen en houdt ze vast in het geloof en de liefde van Christus Jezus. Bewaar de u toevertrouwde schat met de hulp van de heilige Geest die in ons woont.
Zo spreekt de Heer.
Evangelie Lc., 17, 5-10
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zeiden de apostelen tot de Heer: “Geef ons meer geloof.” De Heer antwoordde: “Als ge een geloof hadt als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen. Wie van u zal tot de knecht die hij in dienst heeft als ploeger of veehoeder bij diens thuiskomst van het land zeggen: Kom meteen aan tafel en tast toe? Zal hij niet eerder zeggen: Maak mijn maaltijd klaar; omgord je en bedien mij terwijl ik eet en drink; daarna kun je zelf eten en drinken? Moet hij die knecht soms dankbaar zijn omdat hij heeft uitgevoerd wat hem is opgedragen “Zo is het ook met u: wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd, zegt dan: Wij zijn maar gewone knechten; wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.”
Zo spreekt de Heer.
Voorbede
Heer, geef ons meer geloof.
Deze uitroep indachtig willen wij bidden:
Heer, schenk uw Geest aan de gemeenschap van de Kerk,
dat alle christenen een leven leiden
naar het voorbeeld van Christus uw Zoon
en zo getuigen van uw liefde en barmhartigheid.
Laat ons bidden…
Heer, schenk uw Geest
aan allen die politieke verantwoordelijkheid dragen.
Wij bidden voor de volken die worden getroffen
door oorlog, geweld of terreur.
Heer, mogen uw liefde en vrede mensen en volkeren verbinden.
Laat ons bidden…
Heer, wij bidden U voor alle mensen
die goed willen doen aan hun naaste.
Moge uw Geest op hen rusten
en hun werken van barmhartigheid zegenen.
Laat ons bidden…
Heer, schenk uw Geest van troost en sterkte
aan allen die lijden of ziek zijn;
Geef het eeuwige leven aan al onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor…
In een moment van stilte leggen we voor aan God
wat er leeft in ons eigen hart.
God, luister naar onze gebeden
en help ons uw wegen te gaan
door Christus onze Heer.
ZESENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 27 en 28 SEPTEMBER 2025
Vredeszondag
EERSTE LEZING Am., 6, 1a. 4-7
Uit de Profeet Amos
Dit zegt de almachtige Heer: “Wee, de zorgelozen in Sion, de zelfverzekerden op Samaria’s berg. Zij liggen op ivoren bedden en strekken zich uit op hun rustbanken; zij eten de lammeren van de kudde op en de kalveren uit de stal. Zij verzinnen maar liederen bij het getokkel van de harp, en denken dat hun speeltuig dat van David evenaart; zij drinken wijn uit brede schalen en zalven zich met de kostelijke olie, maar om Jozef’s ondergang bekreunen zij zich niet. Daarom gaan zij als eersten de ballingschap in, en is het gedaan met de feesten van hen die daar lui liggen uitgestrekt.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 146
Refrein: De Heer zal ik loven mijn leven lang.
De Heer doet altijd zijn woord gestand,
verdrukten verschaft Hij recht.
De Heer geeft brood aan wie honger heeft,
gevangenen geeft Hij de vrijheid. Refrein
De ogen van de blinden opent de Heer,
gebrokenen richt Hij weer op.
De Heer bemint de rechtvaardigen,
de Heer behoedt de ontheemden. Refrein
De Heer geeft wees en weduwe steun,
maar zondaars Iaat Hij verdwalen.
De Heer is koning in eeuwigheid,
uw God, Sion, heerst over alle geslachten. Refrein
TWEEDE LEZING 1 Tim., 6, 11-16
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timotheüs
Dierbare, streef naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid. Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven. Daartoe zijt gij geroepen, daartoe hebt gij de goede belijdenis afgelegd ten overstaan van vele getuigen. Ik beveel u voor het aanschijn van God die alles ten leven wekt, en van Christus Jezus die voor Pontius Pilatus de goede belijdenis heeft afgelegd: bewaar dit gebod onbevlekt en ongerept tot de verschijning van onze Heer Jezus Christus die God ons te rechter tijd zal doen aanschouwen, Hij, de gelukzalige, de enige Heerser, de grote Koning en de opperste Heer die alleen onsterfelijkheid bezit en woont in ongenaakbaar licht. Geen mens heeft Hem gezien of is in staat Hem te zien. Hem zij eer en eeuwige macht! Amen.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 16, 19-31
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei Jezus tot de Farizeeën: “Er was eens een rijk man die in purper en fijn linnen gekleed ging en iedere dag uitbundig feest vierde, terwijl een arme, die Lazarus heette, met zweren overdekt voor de poort lag. Hij verlangde er naar zijn honger te stillen met wat bij de rijkaard van de tafel viel. Maar er kwamen alleen honden die zijn zweren likten. Nu gebeurde het dat de arme stierf en door de engelen in de schoot van Abraham werd gedragen. De rijke stierf ook en kreeg een eervolle begrafenis. In de onderwereld, ten prooi aan vele pijnen sloeg hij zijn ogen op en zag van verre Abraham en Lazarus in diens schoot. Toen riep hij uit: Vader Abraham, ontferm u over mij en geef Lazarus opdracht de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong daarmee te komen verfrissen, want ik word door de vlammen hier gefolterd. Maar Abraham antwoordde: Mijn zoon, herinner u hoe gij tijdens uw leven uw deel van het goede hebt gekregen en hoe op gelijke manier aan Lazarus het kwade ten deel viel; daarom ondervindt hij nu hier de vertroosting maar wordt gij gefolterd. Daarenboven gaapt er tussen ons en u voorgoed een wijde kloof, zodat er geen mogelijkheid bestaat, – zelfs als men zou willen – van hier naar u te gaan noch van daar naar ons te komen. De rijke zei: Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader wilt sturen, want ik heb nog vijf broers; laat hij hen waarschuwen opdat zij niet eveneens in deze plaats van pijniging terecht komen. Maar Abraham sprak: Zij hebben Mozes en de profeten; laat ze naar hen luisteren. Maar hij zei: Och neen, vader Abraham. Maar als er een uit de doden naar hen toegaat, zullen ze zich bekeren.
Hij echter sprak tot hem: Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren,
zullen ze zich ook niet laten overreden als er iemand uit de doden opstaat.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Keren wij ons hart tot God en bidden wij…
Voor hen die oog hebben voor de mensen om hen heen,
voor allen die zich laten raken door de zorgen en de nood van anderen:
dat zij tot daden komen.
Laat ons bidden…
Voor allen die zichzelf genoeg zijn
en die de ellende van de wereld angstvallig buiten hun blikveld houden:
dat hun ogen worden geopend.
Laat ons bidden…
Voor hen die een kwetsbaar bestaan leiden,
voor allen die leven van dag tot dag,
afhankelijk van de goedgeefsheid van anderen:
dat zij tot hun recht komen.
Laat ons bidden…
Bidden wij voor mensen die ziek zijn;
en voor onze dierbare overledenen,
met name voor:…
In stilte bidden we voor onze persoonlijke intenties.
Heer Jezus Christus,
Gij die roept, bezielt, bemoedigd, spreek ons aan,
zoals Gij van oudsher tot mensen hebt gesproken.
Leef op in ons, opdat wij herleven.
Amen.
25e ZONDAG DOOR HET JAAR 20 en 21 SEPTEMBER 2025
Vredeszondag
EERSTE LEZING Am., 8, 4-7
Uit de Profeet Amos
Hoort toe, gij die de armen verdrukt en de misdeelden in het land verdelgt, gij die redeneert: wanneer is de nieuwe maan voorbij? dan kunnen we ons koren verkopen! En wanneer de Sabbat? dan kunnen we ons graan uitstallen. Dan verkleinen wij de korenmaat, dan verhogen wij de prijs en bedriegen wij met een vervalste weegschaal. Dan kopen wij de kleine man voor geld, de arme voor een paar schoenen, en verhandelen wij zelfs de afval van ons koren. De Heer heeft gezworen bij de heerlijkheid van Jakob: Geen van hun daden zal Ik ooit vergeten!
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 113
Refr: Verheerlijkt de Heer, die de armen opbeurt.
Verheerlijkt, dienaars des Heren, verheerlijkt de Naam van de Heer.
De Naam van de Heer zij geprezen vandaag en in eeuwigheid. Refrein
Want boven de volkeren troont de Heer, zijn Glorie beheerst de hemel.
Die van omhoog overziet het hemelgewelf en de aarde. Refrein
Die machtelozen tilt uit het stof, van vuilnishopen de armen weghaalt.
Om hen in de kring van de vorsten te plaatsen, te midden der machtigen van zijn volk. Refrein
TWEEDE LEZING 1 Tim., 2, 1-8
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timotheüs
Dierbare, vóór alles vraag ik u gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen te verrichten voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten opdat wij ongestoord en rustig een in alle opzichten godvruchtig en waardig leven kunnen leiden. Dit is goed en welgevallig in het oog van God, onze Heiland, die wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen. Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus die zichzelf gegeven heeft als losprijs voor allen: op de vastgestelde tijd legde Hij zijn getuigenis af. En ik ben hiervan aangesteld als heraut en apostel – ik spreek de waarheid, ik lieg niet – om de volken te onderrichten in het ware geloof. Ik wil dus dat op elke plaats waar de gemeente samenkomt om te bidden de mannen hun handen opheffen in een geest van godsvrucht, die haat en ruzie uitsluit.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 16, 1-13
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: (“Er was eens een rijk man. Hij had een rentmeester die bij hem werd aangeklaagd omdat hij zijn bezit verkwistte. Hij riep hem dus en vroeg: Wat hoor ik daar van u? Geef rekenschap van uw beheer, want gij kunt niet langer rentmeester blijven. Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf: Wat zal ik doen nu mijn heer mij het rentmeesterschap afneemt? Spitten kan ik niet, en bedelen: daarvoor schaam ik mij. Ik weet al wat ik ga doen opdat ik na mijn ontslag als rentmeester onderdak vind. Hij ontbood de schuldenaars van zijn heer, één voor één, en zei tot de eerste: “Hoeveel zijt ge aan mijn meester schuldig?” Deze antwoordde: ”Honderd vaten olie”. Maar hij zei: “Hier hebt ge uw schuldbekentenis; ga gauw zitten en schrijf: vijftig”. Daarop vroeg hij nog aan een tweede: “En hoeveel zijt gij schuldig?” Deze antwoordde: “Honderd maten tarwe.” Hij zei hem: “Hier hebt ge uw schuldbekentenis; schrijf: tachtig.” De heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester dat hij met overleg had gehandeld, want de kinderen van deze wereld handelen onderling met meer overleg dan de kinderen van het licht. Zo zeg Ik u ook: Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon, opdat zij – wanneer die u komt te ontvallen – u in de eeuwige tenten opnemen) Wie betrouwbaar is in het kleinste is ook betrouwbaar in het grote; en wie onrechtvaardig is in het kleinste is ook onrechtvaardig in het grote. Zijt ge dus niet betrouwbaar geweest met betrekking tot de onrechtvaardige mammon, wie zal u dan het waarachtige goed toevertrouwen? Als ge niet betrouwbaar zijt geweest in het beheren van andermans goed, wie zal u dan geven wat gij het uwe kunt noemen? Geen knecht kan twee heren dienen, want hij zal dan de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en de mammon.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Laten wij in onze voorbede bidden
tot God onze Vader.
Bidden wij voor alle christenen:
dat we ons inzetten voor gerechtigheid en vrede,
voor welvaart en welzijn voor de armen in onze wereld.
Dat onze inzet de vrede dichterbij brengt.
Laat ons bidden…
Bidden wij voor hen die leiding geven,
dat ze oog hebben voor allen
die aan hun zorg zijn toevertrouwd,
dat ze met overleg en liefde te werk gaan.
Laat ons bidden…
Bidden we voor allen die hun leven hebben gegeven
in de strijd voor onze vrijheid;
en voor allen die zich vandaag de dag inzetten voor een betere wereld.
Dat overal ter wereld vrede en gerechtigheid het winnen
van oorlog, terreur en geweld.
Laat ons bidden…
Laat ons bidden voor onze zieken;
en voor allen die rekenen op ons gebed.
Voor onze dierbare overledenen…
Bidden we een moment in stilte voor wat er leeft in ons eigen hart…
Laat ons bidden,,,
God, Vader, luister naar ons gebed.
Schenk uw Geest van eenheid en verbondenheid
opdat allen mogen leven in uw liefde.
Door Christus onze Heer.
Amen
KRUISVERHEFFING 13 en 14 SEPTEMBER 2025
EERSTE LEZING Numeri 21, 4-9
Van de berg Hor trokken zij in de richting van de Rietzee, want zij wilden om Edom heentrekken. Maar onderweg werd het volk ongeduldig. Het keerde zich tegen God en tegen Mozes: `Hebt gij ons uit Egypte gevoerd om te sterven in de woestijn? Er is geen brood, er is geen water en dat minderwaardige eten staat ons tegen.’ Toen zond de Heer giftige slangen op het volk af. Deze beten de Israëlieten en velen van hen vonden de dood. Nu kwam het volk naar Mozes en zei: `Wij hebben gezondigd, want wij hebben ons tegen de Heer en tegen u gekeerd. Bid de Heer, dat Hij die slangen van ons wegneemt.’ Toen bad Mozes voor het volk en de Heer zei tot hem: `Maak zo’n giftige slang en zet die op een paal. Iedereen die gebeten is en er naar opziet, zal in leven blijven.’ Mozes maakte een bronzen slang en zette die op een paal. Ieder die door een slang was gebeten en zijn ogen op de bronzen slang richtte, bleef in leven.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 78
Refrein: Laten we nooit vergeten wat God voor ons heeft gedaan.
Luister, mijn volk, naar mijn onderrichting, open uw oren voor wat Ik u zeg.
Een wijze les zal Ik u verhalen die in het verleden verborgen ligt. Refrein
Zij zochten Hem enkel wanneer Hij hen sloeg, dan zochten zij Hem rouwmoedig. Dan wisten ze weer dat de Heer hun rots was, de Allerhoogste hun redder. Refrein
Maar met hun mond bedrogen zij Hem, zij logen Hem voor met hun tong; want innerlijk waren zij niet oprecht, geloofden niet in zijn verbond. Refrein
Toch was Hij barmhartig, vergaf hun zonden en roeide hen niet geheel uit. Telkens opnieuw bedwong Hij zijn toorn en hield Hij zijn gramschap in toom.
Refrein
TWEEDE LEZING Filippenzen 2, 6-11
Broeders en zusters, Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God: Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf op zich genomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan een kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen is. Opdat bij het noemen van zijn Naam zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde, en iedere tong zou belijden tot eer van God, de Vader:
Jezus Christus is de Heer.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Joh 3, 13-17
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd zei Jezus tot Nikodémus: ‘Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Mensenzoon.
En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben. Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Keren we ons vol vertrouwen tot God en bidden wij…
Voor hen die het moeilijk hebben en kruis na kruis krijgen opgelegd.
geef dat zij de moed niet verliezen, maar dat zij uw aanwezigheid
blijven ervaren en zich door u gedragen weten.
Laat ons bidden…
Voor hen die door mensenhanden worden gekruisigd,
worden bespot, geminacht of gediscrimineerd,
Laat hen het geloof in hun medemensen niet verliezen
en laat hen vóór alles hun zelfrespect behouden.
Laat ons bidden…
Voor hen die – bewust of onbewust – anderen doen lijden;
ook wijzelf maken ons daar soms schuldig aan.
God, maak ons welwillend in onze omgang met elkaar, mild in ons spreken, zorgvuldig in ons handelen, en terughoudend in ons oordelen.
Laat ons bidden…
Op deze ziekenzondag bidden we ook speciaal voor onze zieken,
thuis, in het ziekenhuis, verpleeghuis of Bijna thuishuis.
Voor hen en voor alle mensen die voor hen zorgen.
Wij vragen God om kracht voor hen allen.
Laat ons bidden….
Voor onze dierbare overledenen, met name voor…
In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties…
Laat ons bidden…
God leer ons ons eigen kruis te dragen
en dat van anderen te helpen verlichten.
Dat vragen wij U in Jezus naam.
Amen
23e ZONDAG DOOR HET JAAR 6 EN 7 SEPTEMBER 2025
EERSTE LEZING Wijsh., 9, 13-18b
Uit het boek Wijsheid
Wie van de mensen kan Gods plan doorgronden, wie ontdekken wat de Heer wil? De gedachten der stervelingen zijn immers onzeker, en twijfelachtig onze berekeningen. Het vergankelijke lichaam is een last voor de ziel, en onze aardse gebondenheid belemmert de beweeglijke geest. Wij begrijpen amper de dingen van deze wereld, en wat voor de hand ligt kost ons nog moeite; hoe zouden we dan het hemelse verstaan? Wie zou uw wil kunnen kennen, als Gij hem het inzicht niet geeft, en uw heilige Geest niet van boven zendt? Zo alleen kunnen de mensen op aarde rechte wegen gaan, leren zij kennen wat U welgevallig is, en worden zij door de wijsheid gered.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 90
Refr:
Gij, Heer, zijt steeds onze toevlucht geweest
voor ieder geslacht opnieuw.
Wat sterfelijk is vergaat weer tot stof, Gij zegt: keer terug, kind van mensen!
Voor U zijn duizend jaren één dag, als gisteren dat al voorbij is, een uur van slaap in de nacht. Refrein
Ons leven breekt af als een droom in de ochtend, kortstondig is het als gras op het veld. Des morgens ontkiemt het en schiet het op, des avonds is het verwelkt. Refrein
Leer ons onze dagen naar waarde te schatten en zo te komen tot wijsheid van hart. Laat af, Heer, hoe lang nog pijnigt Gij ons? Wees toch uw dienaars genadig. Refrein
Verleen ons van nu af uw rijkste zegen en Iaat heel ons leven gelukkig zijn.
Uw zegen, Heer God, moge over ons waken, bestuur onze handen bij al wat zij doen. Refrein
TWEEDE LEZING Filemon, 9b-10. 12- 17
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan Filemon
Dierbare, Paulus is het die u schrijft, een oud man, nu bovendien een gevangene van Christus Jezus, en mijn verzoek geldt het kind dat ik hier in de gevangenis voor de Heer heb gewonnen, ik bedoel Onesimus. Ik stuur hem terug naar u en met hem heel mijn liefde. Gaarne had ik hem hier gehouden als uw plaatsvervanger, om voor mij te zorgen in mijn gevangenschap voor het evangelie. Maar ik wil niets doen zonder uw instemming, ik wil niets afdwingen: uw goedheid moet zich spontaan kunnen uiten! Misschien was dat wel de reden waarom hij een tijd lang bij u is weg geweest: dat ge hem voorgoed terug zoudt krijgen, nu niet meer als slaaf, maar als veel meer dan een slaaf, als een geliefde broeder. Dat is hij voor mij al helemaal, hoeveel meer dan voor u, als mens en als christen. Als gij u dus met mij verbonden voelt, heet hem dan welkom zoals ge het mij zoudt doen.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 14, 25-33
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd trokken talloze mensen met Jezus mee; Hij keerde zich om en zei tot hen: “Als iemand naar Mij toekomt, die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet haat, kan hij mijn leerling niet zijn. Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij volgt kan hij mijn leerling niet zijn. Als iemand van u een toren wil bouwen, zal hij dan niet eerst er voor gaan zitten om een begroting te maken of hij wel genoeg bezit om hem te voltooien? Anders zou het hem kunnen overkomen, – als hij de fundering heeft gelegd en niet in staat is het werk te voltooien – dat allen die het zien hem gaan bespotten en zeggen: Die man begon te bouwen, maar hij was niet in staat het einde te halen. Of welke koning zal, – als hij tegen een andere koning ter oorlog wil trekken – niet eerst overleggen of hij sterk genoeg is om met tienduizend man het hoofd te bieden aan iemand die met twintigduizend man tegen hem optrekt? Zo niet, dan stuurt hij, als de tegenstander nog ver weg is een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden. Zo kan niemand van u mijn leerling zijn als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Laten wij eensgezind bidden tot God onze Vader.
Bidden wij voor allen die in de ban zijn van geld en goed.
Dat hun ogen open gaan voor waarden in ons leven
die met geen geld of goed te koop zijn.
Laat ons bidden…
Bidden wij voor mensen die alles willen regelen
en overal bedreigingen zien.
Dat zij leren vertrouwen op de Heer
en hun bestaan ervaren als en geschenk.
Laat ons bidden…
Bidden wij voor allen die het meest noodzakelijke missen
om hun dagen menswaardig door te komen.
Dat wij begaan zijn met elkaars lot,
en elkaar vasthouden in lief en leed.
Laat ons bidden…
(alleen voor de Genovevakerk)
Laten we bidden
voor allen die zich verbonden weten met de geloofsgemeenschap
van onze parochie;
Dat we samen ons geloof mogen blijven vieren
ter ere van God en tot heil van mensen.
Laat ons bidden…
Voor de intenties die ons voor deze viering werden aangereikt…
Bidden we in stilte voor alles wat er leeft in ons eigen hart.
God, Vader, luister naar wat we U vragen
voor anderen en voor onszelf.
Geef dat al ons bidden en werken
gericht blijft op uw Koninkrijk;
dan zal uw Rijk groeien
vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid.
Amen.
22e ZONDAG DOOR HET JAAR 30 EN 31 AUGUSTUS 2025
EERSTE LEZING Sir., 3, 17-18. 20. 28-29
Uit het boek Ecclesiasticus
Mijn kind, als ge rijk zijt, blijf dan bescheiden, en gij zult meer geliefd worden dan iemand die geschenken uitdeelt. Hoe meer aanzien ge hebt, des te meer moet ge u vernederen; dan zult ge genade vinden bij God. Want groot is de macht van de Heer maar Hij wordt geëerd door de nederigen. Voor de kwaal van een hoogmoedige is er geen genezing, want het kwaad wortelt in zijn hart. Een verstandig mens overweegt gaarne spreuken, en de wijze droomt van een aandachtig gehoor.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 68
Heer, uw kudde heeft zijn rustplaats gevonden,
die Gij in uw goedheid voor haar hadt bereid.
Maar alle rechtvaardigen juichen van vreugde en staan onbezorgd voor het aanschijn van God. Zingt dus voor God, verheerlijkt zijn Naam, Hij is de Heer, juicht Hem toe! Refrein
Voor wezen een vader, voor weduwen steun is God in zijn heilige woning.
Verwaarloosden geeft Hij een eigen huis, gevangenen vrijheid en voorspoed.
Refrein
Een voedzame regen kwam neer uit de hemel, uw uitgeput erfdeel hebt Gij verkwikt. Uw kudde heeft daar haar rustplaats gevonden, die Gij in uw goedheid voor haar had bereid.
TWEEDE LEZING Hebr., 12, 18-19. 22-24a
Uit de brief aan de Hebreeën
Broeders en zusters, Bedenkt waar gij staat: gij zijt niet genaderd zoals uw voorvaderen bij de Sinaï, tot een tastbare berg en een laaiend vuur, met duisternis, donderwolken en stormwind, waar de trompet klonk en een stem werd gehoord en die haar hoorden smeekten dat zij niet langer zou spreken.
Neen, gij zijt genaderd tot de berg Sion en de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem en de duizendtallen engelen, de feestelijke en plechtige vergadering van de eerstgeborenen die in de hemel zijn ingeschreven, gij zijt genaderd tot God, de rechter van allen, en de geesten der rechtvaardigen die de voleinding bereikt hebben, tot Jezus, de Middelaar van een nieuw verbond.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 14, 1. 7-14
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Toen Jezus op een sabbat het huis van een van de voornaamste Farizeeën binnenging om er de maaltijd te gebruiken, hielden zij Hem voortdurend in het oog. Daar Hij opmerkte hoe de genodigden de voornaamste plaatsen aan tafel uitzochten, hield Hij hun de volgende gelijkenis voor: “Wanneer gij door iemand op een bruiloft wordt genodigd, ga dan niet aanliggen op de voornaamste plaats. Het zou kunnen zijn dat er door uw gastheer iemand is uitgenodigd die voornamer is dan gij, en dat degene die u en hem genodigd heeft u komt zeggen: Sta uw plaats aan hem af. Dan zoudt ge vol schaamte de minste plaats moeten innemen. Maar wanneer ge ergens genodigd wordt, ga dan op de minste plaats aanliggen. Als degene die u heeft uitgenodigd dan komt zal hij u zeggen: Vriend, ga wat hoger op. Zo zal u eer te beurt vallen in het oog van allen die met u aanliggen. Want al wie zichzelf verheft zal vernederd en wie zichzelf vernedert zal verheven worden. En Jezus zei ook nog, nu tot zijn gastheer: “Wanneer gij een middag- of avondmaal geeft, nodig dan niet uw vrienden, broers en bloedverwanten uit en ook geen rijke buren. Het zou kunnen zijn dat zij op hun beurt u uitnodigen en dat gij het dus terugkrijgt. Maar als ge een gastmaal geeft, nodig dan armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden uit. Gelukkig zult ge zijn omdat zij het u niet kunnen vergelden. Het zal u vergolden worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Laten wij eensgezind bidden tot God onze Vader.
Laten we bidden om meer bescheidenheid
dat we onze plaats kennen
tegenover God en tegenover elkaar.
Laat ons bidden…
Laten we bidden om eerbied en aandacht
voor mensen zonder aanzien,
die overal achteraan staan.
Laat ons bidden…
Laten we bidden voor alle christenen, geroepen om Christus na te volgen:
dat zij elkaar tot zegen zijn en elkaar helpen
om de weg van het geloof te gaan.
Laat ons bidden…
Laten we bidden
dat we niet opzien
tegen de verkeerde mensen,
nooit neerkijken op de eenvoudigen.
Laat ons bidden…
Laten we bidden voor onze zieken;
voor allen die om ons gebed hebben gevraagd;
voor onze dierbare overledenen…
Bidden we voor onze eigen en persoonlijke intenties
God, Vader,
luister naar het gebed van onze geloofsgemeenschap.
Schenk uw Geest van eenheid en verbondenheid
opdat allen mogen leven in uw liefde.
Door Christus onze Heer.
EENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 23/24 AUGUSTUS
EERSTE LEZING Jes., 66, 18-21
Uit de Profeet Jesaja
Dit zegt de Heer: “Ik ken hun werken en hun gedachten, Ik ga alle volkeren en talen bijeenroepen en zij zullen komen en mijn glorie aanschouwen. Voor hun ogen zal Ik tekenen verrichten. Die gespaard gebleven zijn zal Ik uitzenden naar de volkeren, zelfs naar de verwijderde kusten waar mijn faam nog niet is doorgedrongen, en waar ze mijn glorie nog niet hebben aanschouwd; onder alle volkeren zullen zij mijn glorie verkondigen. En op paarden en wagens, in karossen, op muildieren en dromedarissen zullen zij uit alle volkeren uw broeders bijeenbrengen op mijn heilige berg in Jeruzalem en ze de Heer aanbieden als een offergave, zoals de Israëlieten in reine vaten hun spijsoffers aanbieden in de tempel van de Heer. En ook uit de volkeren zal Ik mijn priesters kiezen en levieten,” zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM Psalm 117
Refr: Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie.
Looft nu de Heer, alle naties der aarde,
huldigt de Heer, alle volken rondom; Refrein
Omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft;
de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand. Refrein
TWEEDE LEZING Hebr., 12, 5- 7. 11-13
Uit de brief aan de Hebreeën
Broeders en zusters, gij zijt het Schriftwoord vergeten dat u als kinderen aanspreekt en vermaant: “Kind, minacht de tucht van de Heer niet, laat u door zijn straf niet ontmoedigen. Want de Heer tuchtigt hen die Hij liefheeft, Hij straft ieder die Hij als zijn kind erkent.” Het lijden dient om u te verbeteren en op te voeden; God behandelt u als kinderen. Ieder kind wordt wel ooit door zijn vader gestraft. Tucht is nooit prettig, op het moment zelf is er meer verdriet dan blijdschap; maar op lange termijn levert ze voor degenen die zich door haar lieten vormen de heilzame vrucht op van een heilig leven. Daarom, heft op de slappe handen, strekt de wankele knieën, laat uw voeten rechte wegen gaan; het kreupele lid mag niet ontwricht worden maar moet genezen.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 13, 22-30
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd trok Jezus rond door steden en dorpen, gaf er onderricht en zette zijn reis voort naar Jeruzalem. Iemand vroeg Hem: “Heer, zijn het er weinig die gered worden?” Maar Hij sprak tot hen: “Spant u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen, want, Ik zeg u, velen zullen proberen binnen te komen maar zij zullen daar niet in slagen. Als eenmaal de huisvader is opgestaan en de deur gesloten heeft en als gij dan buiten op de deur begint te kloppen en begint te roepen: Heer, doe open! zal Hij u antwoorden: Ik weet niet waar gij vandaan komt. Dan zult ge opwerpen: In uw tegenwoordigheid hebben we gegeten en gedronken, en in onze straten hebt ge onderricht gegeven. Maar weer zal zijn antwoord zijn: Ik weet niet waar gij vandaan komt. Gaat weg van Mij, gij allen die ongerechtigheid bedrijft. Daar zal geween zijn en tandengeknars, wanneer gij Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten zult zien in het Rijk Gods, terwijl ge zelf buiten geworpen zult zijn. Zij zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden, en zij zullen aanzitten in het koninkrijk Gods. Denkt eraan: er zijn laatsten die eersten en eersten die laatsten zullen zijn.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Keren wij ons hart tot God en bidden wij…
Voor hen die door tegenslagen geveld zijn
en bij de pakken neerzitten,
Dat zij zich laten raken door Gods Geest,
en de kracht krijgen nieuwe wegen in te slaan.
Laat ons bidden…
Voor hen die de kerk de rug hebben toegekeerd,
ontmoedigd en teleurgesteld,
Dat zij zich laten raken door Gods Geest,
die bezielen wil al wat is verdord.
Laat ons bidden…
Voor onszelf, hier aanwezig,
soms vastberaden, dan weer vertwijfeld,
soms actief, dan weer moe en lusteloos,
Dat wij ons laten raken door Gods Geest,
die ons tot troost en hulp wil zijn.
Laat ons bidden…
We bidden voor onze zieken
en voor allen die zorg om hen hebben.
Voor onze dierbare overledenen bidden we…
Bidden we ook een moment in stilte voor onze eigen vragen en noden.
God van het verbond, hef onze slappe handen,
sterk onze wankele knieën,
laat onze voeten rechte wegen gaan.
Dan komen wij eens thuis bij U
voor de eeuwen der eeuwen.
Amen.
TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR – 16 EN 17 AUGUSTUS 2025
Eerste lezing Jer., 38, 4-6. 8-10
Uit de Profeet Jeremia
In die dagen zeiden de edelen tot de koning: “Laat die profeet Jeremia ter dood brengen. Door zijn woorden ontmoedigt hij de soldaten die nog in de stad zijn en de hele bevolking. Die man wil niet het welzijn van het volk, maar zijn ondergang.” Koning Sidkia antwoordde: “Goed, hij is in uw macht; ik kan toch niet tegen u op. Toen grepen zij Jeremia vast en wierpen hem in de put van prins Malkia, in de nabijheid van het wachthuis; met touwen lieten ze hem neer. In de put was geen water, alleen slijk, zodat Jeremia erin wegzonk. Terwijl de koning zitting hield in de Benjaminpoort, verliet Ebed-Melek het paleis, ging naar de koning en zei: “Heer koning, deze mannen hebben een misdaad begaan tegen de profeet Jeremia, door hem in de put te werpen.” Daarop gaf de koning aan de Ethiopiër Ebed-Melek de opdracht: “Neem drie mannen met u mee en haal de profeet Jeremia uit de put eer hij sterft.”
Zo spreekt de Heer.
Antwoordpsalm uit Psalm 40
Refr: Heer, kom haastig mij te hulp.
Met groot vertrouwen heb ik op de Heer gehoopt, Hij heeft zich tot mij neergebogen, mijn geroep verhoord. Hij heeft mij opgetrokken uit de valkuil, uit de modderpoel, Hij gaf mijn voeten vaste grond, mijn schreden kracht.
Refrein
Hij legde in mijn mond een nieuw gezang, een lied voor onze God en velen zullen zien en vrezen en vertrouwen op de Heer. Refrein
Al ben ik ook ellendig en armoedig, toch weet ik dat de Heer zorg voor mij draagt. Mijn helper zijt Gij toch en mijn bevrijder, mijn God, blijf dan niet talmen. Refrein
Tweede lezing Hebr., 12, 1-4
Uit de brief aan de Hebreeën
Broeders en zusters, Laten wij ons aansluiten bij die menigte getuigen van het geloof en elke last en belemmering van de zonde van ons afschudden, om vastberaden de wedstrijd te lopen waarvoor we ons hebben ingeschreven. Zie naar Jezus, de aanvoerder en voltooier van ons geloof. In plaats van de vreugde die Hem toekwam heeft Hij een kruis op zich genomen en Hij heeft de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterzijde van Gods troon. Denkt aan Hem die zoveel tegenwerking van zondaars te verduren had; dat zal u helpen om niet uit te vallen en de moed niet op te geven. Uw strijd tegen de zonde heeft u nog geen bloed gekost.
Zo spreekt de Heer.
Evangelie Lc., 12, 49-53
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: “Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait! “Ik moet een doopsel ondergaan, en hoe beklemd voel Ik mij totdat het volbracht is. Meent gij dat Ik op aarde vrede ben komen brengen? Neen zeg Ik u, juist verdeeldheid. Want van nu af zullen er vijf in één huis verdeeld zijn; drie zullen er staan tegenover twee en twee tegenover drie; de vader tegenover de zoon en de zoon tegenover de vader; de moeder tegenover de dochter en de dochter tegenover de moeder, de schoonmoeder tegenover de schoondochter en de schoondochter tegenover de schoonmoeder.”
Zo spreekt de Heer.
Voorbede
Laten wij ons aansluiten bij de menigte getuigen van het geloof
en bidden:
Voor alle christenen die het geloof willen uitdragen
en doorgeven aan anderen:
dat hun daden overeenstemmen met hun woorden,
dat zij weten te spreken, maar óók weten te luisteren.
Laat ons bidden…
Voor de leiders van de volkeren.
dat zij proberen om de vrede te bewaren of te herstellen,
door wederzijds begrip op te brengen
en door het maken van goede, eerlijke afspraken.
Laat ons bidden…
Voor alle sociaal bewogen mensen
die pleiten voor gelijke kansen voor iedereen;
dat zij steeds het welzijn van anderen voor ogen houden
en zich daaraan belangeloos wijden.
Laat ons bidden…
Voor allen die rekenen op ons gebed.
Wij vragen om Gods nabijheid voor onze zieken.
Wij bidden voor onze dierbare overledenen…
In stilte bidden we voor alles wat er leeft in ons eigen hart.
God, hoor onze beden.
Maak ons barmhartig zoals Gij.
Door Christus onze Heer.
Amen
NEGENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 9 EN 10 AUGUSTUS 2025
Eerste lezing Wijsh., 18, 6-9
Uit het boek Wijsheid
De nacht van de uittocht uit Egypte was aan onze voorvaderen tevoren aangekondigd. Zo konden ze vol vreugde de vervulling verwachten van de beloften waarop ze vertrouwden. Zo kon uw volk ook uitzien naar de redding der rechtvaardigen en de ondergang van hun vijanden. De straf, die Gij onze vijanden deed ondergaan werd voor ons, uitverkorenen, een zege. Want de kinderen der vromen hadden in stilte het offermaal gebruikt, en zich met een heilige belofte verplicht dat ze gelijkelijk het goede zouden delen en de gevaren trotseren, en daarom hadden de vromen reeds hun oude liederen aangeheven.
Zo spreekt de Heer.
Antwoordpsalm uit psalm 33
Refr:
Zalig het volk dat de Heer heeft als God,
het land door Hem tot zijn erfdeel gekozen.
Jubelt, gerechtigen, voor de Heer, wie vroom is dient Hem te loven.
Zalig het volk dat de Heer heeft als God, de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen. Refrein
Maar het is God die zijn dienaars bewaakt, hen die op zijn gunst vertrouwen.
Dat Hij hen redden zal van de dood, bij hongersnood hen zal voeden. Refrein
Daarom vertrouwt ons hart op de Heer, is Hij ons een schild en een helper.
Geef ons dus, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrouwen. Refrein
Tweede lezing Hebr., 11, 1-2. 8-12
Uit de brief aan de Hebreeën
Broeders en zusters,
het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen. Om hun geloof zijn de oudsten met ere vermeld. Door het geloof heeft Abraham gehoor gegeven aan de roeping van God, en ging hij op weg naar een land dat bestemd was voor hem en zijn erfgenamen. Hij vertrok zonder te weten Waarheen. Door het geloof heeft hij als vreemdeling vertoefd in het land dat hem beloofd was; hij woonde er in tenten, evenals Isaak en Jakob, die dezelfde belofte erfden; want hij zag uit naar de stad met de fundamenten, waarvan God de ontwerper en de bouwer is. Door het geloof heeft ook Sara, ofschoon haar tijd al lang voorbij was, de kracht tot vruchtbaarheid ontvangen, want zij wist dat Hij die de belofte had gedaan, zijn woord zou houden. Daarom is dan ook aan één man, en nog wel in zijn hoge ouderdom een nageslacht gegeven talrijk als sterren aan de hemel, ontelbaar als de zandkorrels aan het strand van de zee.
Zo spreekt de Heer.
Evangelie Lc., 12, 32-48 of 12,35-40
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: („Weest niet bevreesd, kleine kudde; het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te schenken. „Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoezen; verschaft u beurzen die niet verslijten, en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief komt en geen mot hem bederft. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.) Houdt uw lendenen omgord en de lampen brandend! Gedraagt u als mensen die wachten op de terugkomst van hun heer die naar de bruiloft is om, als hij aankomt en klopt, hem aanstonds open te doen. Gelukkig de dienaars die de heer bij zijn komst wakende zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal zich omgorden en hij zal hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen. AI komt hij ook in de tweede of de derde nachtwake, gelukkig die dienaars die hij zo aantreft. Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur de dief zou komen zou hij niet laten inbreken in zijn huis. Weest ook gij bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht.”
(Petrus vroeg Hem nu: „Heer, bedoelt Gij deze gelijkenis voor ons of voor iedereen?” De Heer sprak: „Wie zou die trouwe en verstandige beheerder wel zijn, die de heer over zijn dienstvolk zal aanstellen om hun op de gestelde tijd hun rantsoen koren te geven? Gelukkig de knecht die de heer bij zijn aankomst daarmee bezig vindt. Waarlijk, Ik zeg u: Hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. Maar zegt die knecht bij zichzelf: Mijn heer blijft nog wel een poosje weg, en begint hij de knechten en dienstmeisjes te slaan, en gaat hij zich te buiten aan spijs en drank, dan zal de heer van die knecht komen op een dag dat hij hem niet verwacht en op een uur dat hij niet kent; en hij zal hem met het zwaard straffen en hij zal hem zo het lot doen ondergaan van de ontrouwen. De knecht die de wil van zijn heer kende, maar geen beschikkingen trof noch handelde volgens diens wil, zal zwaar getuchtigd worden. Wie echter in onwetendheid dingen heeft gedaan die tuchtiging verdienen, zal slechts licht gestraft worden. Van ieder aan wie veel is gegeven zal veel worden geëist; en van hem aan wie veel is toevertrouwd zal des te meer worden gevraagd.”)
Zo spreekt de Heer.
Voorbede
Laat ons bidden tot God
die ons uitnodigt op weg te gaan.
Laat ons bidden om saamhorigheid tussen mensen,
om bereidheid tot delen,
om zorg voor de minsten.
Laat ons bidden…
Laat ons bidden om gerechtigheid in de wereld,
om vrede tussen de volken,
om vrijheid voor de onderdrukten.
Laat ons bidden…
Laat ons bidden om gezondheid voor zieken,
om troost voor bedroefden,
om een thuis voor ontheemden.
Laat ons bidden…
Laat ons bidden om waakzaamheid in ons leven,
om een stevig geloof,
om een vast Godsvertrouwen.
Laat ons bidden…
Vandaag bidden we speciaal voor…
In een moment van stilte leggen we voor aan God
wat er leeft in ons eigen hart.
God, verhoor onze gebeden.
Help ons verwachtingen te koesteren
die gericht zijn op de vervulling van uw beloften.
Houd ons en alle mensen op weg
naar de toekomst die U ons beloofd hebt
in Jezus, uw Zoon en onze Heer.
Amen.
ACHTTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 2 EN 3 AUGUSTUS 2025
Eerste lezing Pred., 1, 2; 2, 21-23
Uit het boek Prediker
IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid! Er zijn mensen die zich aftobben en inspannen met wijsheid en kennis van zaken, maar wat ze verdienen, moeten ze afgeven aan anderen, die zich niet inspanden. Ook dat is ijdelheid en grote onbillijkheid. Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter, en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt? Alle dagen bereiden hem leed, en ergernis is zijn loon; zelfs ’s nachts vindt hij geen rust; ook dat is ijdelheid.
Zo spreekt de Heer.
Antwoordpsalm uit psalm 90
Refr: Gij, Heer, zijt steeds onze toevlucht geweest
voor ieder geslacht opnieuw.
Wat sterfelijk is vergaat weer tot stof, Gij zegt: keer terug, kind van mensen!
Voor U zijn duizend jaren één dag, als gisteren dat al voorbij is, een uur van slaap in de nacht. Refrein
Ons leven breekt af als een droom in de ochtend, kortstondig is het als gras op het veld. Des morgens ontkiemt het en schiet het op, des avonds is het verwelkt. Refrein
Leer ons onze dagen naar waarde te schatten en zo te komen tot wijsheid van hart. Laat af, Heer, hoe lang nog pijnigt Gij ons? wees toch uw dienaars genadig. Refrein
Verleen ons van nu af uw rijkste zegen en Iaat heel ons leven gelukkig zijn. Uw zegen, Heer God, moge over ons waken, bestuur onze handen bij al wat zij doen. Refrein
Tweede lezing Kol., 3, 1-5. 9-11
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de chris¬tenen van Kolosse
Broeders en zusters, Als gij met Christus ten leven zijt gewekt zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Zint op het hemelse, niet op het aardse. Gij zijt immers gestorven en uw leven is nu met Christus verborgen in God. Christus is uw leven, en wanneer Hij verschijnt zult gij ook met Hem verschijnen in heerlijkheid. Maakt dus radicaal een einde aan immorele praktijken, ontucht, onzedelijkheid, hartstocht, begeerlijkheid en de hebzucht die gelijk staat met afgoderij. En beliegt elkaar niet meer. Gij hebt de oude mens met zijn gedragingen afgelegd en u bekleed met de nieuwe mens, die op weg is naar het ware inzicht, terwijl hij zich vernieuwt naar het beeld van zijn Schepper. Dan is er geen sprake meer van Griek of Jood, besnedene of onbesnedene, barbaar of Skyth, van slaaf of vrije mens. Daar is alleen Christus, alles in allen.
Zo spreekt de Heer.
Evangelie Lc., 12, 13-21
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei iemand uit het volk tegen Jezus: “Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.” Maar Jezus antwoordde hem: “Man, wie heeft Mij tot rechter of verdeler over u aangesteld?” En Hij sprak tot hem: “Pas op en wacht u voor alle hebzucht! “Want geen enkel bezit, – al is dit nog zo overvloedig – kan uw leven veilig stellen.” Hij vertelde hun de volgende gelijkenis: “Het land van een rijk man had en grote oogst opgeleverd. Daarom overlegde deze bij zichzelf: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn oogst te bergen. En hij zei: Dit ga ik doen: ik breek mijn schuren af en bouw grotere: daarin zal ik dan heel mijn rijkdom aan koren opbergen. Dan zal ik tot mijzelf zeggen: Man, je hebt een grote rijkdom liggen, voor lange jaren; rust nu uit, eet en drink en geniet ervan! “Maar God sprak tot hem: Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan ? Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.”
Zo spreekt de Heer.
Voorbede
Laten wij bidden tot God onze Vader
Voor alle christenen
dat zij het leven kunnen
aanvaarden als een geschenk van God.
Laat ons bidden…
Voor hen die opgeslokt worden
door de rijkdom van de wereld.
Dat zij bij God rust en bezinning vinden.
Laat ons bidden…
Voor hen die gevraagd hebben om ons gebed.
Voor onze zieken: thuis, in het ziekenhuis, verpleeghuis
of bijna-thuis huis.
Dat zij Gods liefde mogen ervaren.
Laat ons bidden…
Voor al onze dierbare overledenen.
In het bijzonder voor de slachtoffers van oorlog en geweld.
Dat zij nu geborgen mogen zijn
in de liefde en goedheid van God onze Vader.
Laat ons bidden…
Voor de intenties die ons voor deze viering werden aangereikt…
We bidden in stilte voor onze eigen intenties
Laat ons bidden…
Goede Vader,
wij vragen uw zegen over ons leven,
over het leven van deze parochiegemeenschap.
Vermeerder ons geloof in Jezus, uw Zoon,
die als eerste uit de doden is verrezen
en nu leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.
ZEVENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 26 EN 27 JULI 2025
Eerste lezing Gen., 18, 20-32
Uit het boek Genesis
In die dagen zei de Heer: “Luid stijgt de roep om wraak uit Sodom en Gomorra op! “Uitermate zwaar is hun zonde! “Ik ga naar beneden om te zien of hun daden werkelijk overeenstemmen met de roep die tot Mij is doorgedrongen; Ik wil het weten.” Toen gingen de mannen op weg in de richting van Sodom. De Heer bleef echter nog bij Abraham staan. Abraham trad op Hem toe en zei: “Wilt Ge werkelijk met de boosdoeners ook de rechtvaardigen verdelgen ? Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult Gij die dan verdelgen? Zult Gij de stad geen vergiffenis schenken omwille van de vijftig rechtvaardigen die er wonen? Zoiets kunt Ge toch niet doen: de rechtvaardigen samen met de boosdoeners laten sterven! “Dan zou het de rechtvaardigen vergaan als de boosdoeners; dat kunt Ge toch niet doen! “Zal Hij die de hele aarde oordeelt, geen recht laten geschieden?” En de Heer zei: “Als Ik in de stad Sodom vijftig rechtvaardigen vind, zal Ik omwille van hen de hele stad vergiffenis schenken.” Abraham begon weer en zei: “Mag ik zo vrij zijn tot mijn Heer te spreken, ofschoon ik maar stof en as ben? Misschien ontbreken er aan de vijftig rechtvaardigen vijf; zult Gij dan toch om die vijf de hele stad verwoesten?” En Hij zei: “Ik zal haar niet verwoesten, als Ik er vijfenveertig vind.” Opnieuw sprak Abraham tot Hem: “Misschien zijn er maar veertig te vinden.? En de Heer zei: “Dan zal Ik het omwille van die veertig niet doen. Nu zei Abraham: “Laat mijn Heer niet kwaad worden als ik nog eens aandring: misschien zijn er maar dertig te vinden.’ En de Heer zei: “Ik zal het niet doen, als Ik er dertig vind.” Abraham zei opnieuw: “Ik ben wel vrijpostig als ik bij mijn Heer blijf aandringen; maar misschien worden er maar twintig gevonden.” En de Heer zei: “Ook omwille van die twintig zal Ik de stad niet verwoesten. Abraham zei nogmaals: “Laat mijn Heer niet kwaad worden, als ik nog één keer spreek, misschien zijn er maar tien te vinden En de Heer zei: “Ik zal de stad niet verwoesten, zelfs al zijn er maar tien.”
Zo spreekt de Heer.
Antwoordpsalm uit psalm 138
Refr: Wanneer ik tot U riep hebt gij mij steeds verhoord.
U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart, omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd. Ik zing voor U en alle hemelmachtenen en werp mij neer, gebogen naar uw heiligdom. Refrein
U prijs ik om uw goedheid en uw trouw, want uw belofte hebt Gij mateloos vervuld. Wanneer ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord, Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven. Refrein
Waarlijk verheven is de Heer, die Iet op de geringe, maar op de trotsen neerziet van omhoog. Te midden van gevaren houdt Gij mij in leven, Gij weert de woede van mijn vijand af. Refrein
Steeds is uw uitgestrekte hand mijn redding: de Heer voltooit voor mij al wat ik onderneem. Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde; vergeet het maaksel van uw handen niet! Refrein
Tweede lezing Kol., 2, 12-14
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse
Broeders en zusters, In de doop zijt gij met Christus begraven, maar ook met Hem verrezen door uw geloof in de kracht van God die Hem uit de dood deed opstaan. Ook u die dood waart ten gevolge van uw zonden en door uw morele onbehouwenheid heeft God weer levend gemaakt met Hem. Hij heeft ons al onze zonden vergeven. Hij heeft de oorkonde verscheurd die met haar bezwarende bepalingen tegen ons getuigde. Hij heeft haar vernietigd en aan het kruis genageld.
Zo spreekt de Heer.
Evangelie Lc., 11, 1-13
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Op een keer was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij ophield zei een van zijn leerlingen tot Hem: “Heer, leer ons bidden, zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft Hij sprak tot hen: “Wanneer ge bidt, zegt dan: Vader, uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome. Geef ons iedere dag ons dagelijks brood, en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven aan ieder die ons iets schuldig is. En leid ons niet in bekoring.” Hij vervolgde: “Stel, iemand van u heeft een vriend. Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt: Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten. Zou die ander van binnen uit dan antwoorden: Val me niet lastig; de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan niet opstaan om het u te geven? Ik zeg u, als hij niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is, zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft, om zijn onbescheiden aandringen. Tot u zeg Ik hetzelfde: Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt verkrijgt; wie zoekt vindt; en voor wie klopt doet men open. Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven? Of als hij een ei vraagt zal hij hem toch geen schorpioen geven? Als gij dus, – ofschoon ge slecht zijt – goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen?
Zo spreekt de Heer.
Voorbede
Keren we ons tot God, die luistert naar ons gebed.
Laten we bidden dat we bij alle drukte tijd maken voor God,
Hem danken voor het goede
en Hem aanroepen in nood.
Laat ons bidden…
Laten we bidden dat we klein durven te zijn,
door de knieën durven te gaan,
kind durven zijn van de Vader in de Hemel.
Laat ons bidden…
Laten we bidden dat ons gebed ons ertoe aanzet
het goede te doen;
dat wij op onze beurt luisteren naar de vragen van mensen om ons heen.
Laat ons bidden…
Laten we bidden voor onze parochiegemeenschap.
Voor hen die op reis zijn
en voor hen die in deze vakantietijd dierbaren om zich heen missen.
Wij bidden voor onze zieken;
voor hen die eenzaam zijn of gebukt gaan onder verdriet;
Om zegen over ieder van ons.
Laat ons bidden…
We bidden voor de intenties
die ons voor deze viering werden aangereikt…
In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.
Heer God, uw Zoon heeft leerlingen geroepen als zijn boodschappers.
Wij bidden dat zijn woord ook mensen vandaag beweegt
en hen aanzet tot moedige verkondiging en navolging van het evangelie.
Wij vragen het u door Christus, onze Heer. Amen.
ZESTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 19 en 20 JULI 2025
EERSTE LEZING Gen., 18, 1-10a
Uit het boek Genesis
In die dagen verscheen de Heer aan Abraham bij de eik van Mamre, terwijl hij op het heetst van de dag bij de ingang van zijn tent zat. Hij sloeg zijn ogen op en zag plotseling drie mannen voor zich staan. Meteen liep hij van de ingang van zijn tent naar hen toe. Hij boog diep voor hen en zei: “Wees zo welwillend, heer, uw dienaar niet voorbij te gaan. Ik zal water laten brengen; was uw voeten en rust hier onder de boom. Ik zal brood voor u halen om u te sterken voor uw verdere reis gij zijt niet voor niets bij uw dienaar langs gekomen.” Zij zeiden: “Heel graag.” Abraham ging haastig de tent in naar Sara en zei: “Neem gauw drie maten fijn meel, kneed het en bak er koeken van.’ Daarna liep Abraham naar de kudde, zocht een lekker mals kalf uit en gaf het aan zijn knecht om het snel klaar te maken. Toen bracht hij hun kaas en melk, en het kalf dat hij had laten toebereiden, en zette hun dat alles voor. Terwijl zij aten, bleef hij bij hen staan, onder de boom. Toen vroegen ze hem: “Waar is Sara, uw vrouw?” Abraham antwoordde: “Daar in de tent.” Toen zei de bezoeker: “Over een jaar kom ik weer bij u terug; dan zal Sara, uw vrouw een zoon hebben.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 15
Refrein: Heer, wie mag te gast zijn in uw tent?
Wie rechtvaardig is en eerbaar leeft, in zijn hart geen boze plannen koestert,
geen bedrog pleegt met zijn tong; wie zijn evenmens geen schade doet. Refrein
Wie zijn buren niet te schande zet; wie de boosdoener veracht, maar de dienaars van de Heer in ere houdt; wie beloften in zijn eigen nadeel toch volbrengt. Refrein
Wie zijn bezit niet uitleent tegen woeker, als getuige niet omkoopbaar is.
Wie zich zo gedraagt zal niet wankelen in eeuwigheid. Refrein
TWEEDE LEZING Kol., 1, 24-28
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse
Broeders en zusters, Ik verheug mij dat ik voor u mag lijden, en in mijn lijdend lichaam aanvullen wat nog ontbreekt aan de beproevingen van de Christus, ten bate van zijn lichaam dat de kerk is. Ik ben haar dienaar geworden krachtens de opdracht die God mij gegeven heeft; namelijk om u het woord Gods te brengen in heel zijn volheid: om het geheim te verkondigen dat verborgen was voor alle eeuwen en alle generaties, maar dat nu is geopenbaard aan zijn gelovigen. Hen heeft God bekend willen maken hoe machtig en hoe wonderbaar dit geheim is onder de heidenvolken. En dit geheim bestaat hierin: “Christus in u” en ook: “hoop op een eeuwige heerlijkheid”. Hem verkondigen wij dus wanneer wij allen, zonder onderscheid, vermanen en onderrichten met alle wijsheid die ons gegeven is om ook allen, zonder onderscheid, in Christus tot volmaaktheid te brengen.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 10, 38-42
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd kwam Jezus in een dorp, en een vrouw die Marta heette, ontving Hem in haar woning. Ze had een zuster, Maria die – gezeten aan de voeten van de Heer – luisterde naar zijn woorden. Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen, maar ze kwam er een ogenblik bij staan en zei: “Heer, laat het u onverschillig dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? zeg haar dan dat ze mij moet helpen.” De Heer gaf haar ten antwoord: “Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen “Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Met Abraham en Sara, met Marta en Maria,
willen wij nu bidden tot God onze Vader:
Laten we bidden om gastvrijheid in onze kerk
voor jong en oud, meer of minder betrokken,
doeners en bidders;
dat we zusters en broeders zijn voor elkaar.
Laat ons bidden…
Laten we bidden om gastvrijheid in ons land,
voor hen die, opgejaagd en ontheemd,
hier toevlucht en toekomst zoeken:
dat we voor hen doen wat we kunnen.
Laat ons bidden…
Laten we bidden om gastvrijheid in ons hart,
om tijd en stille eerbied voor God,
om aandacht voor mensen
in wie Hij ons aankijkt en aanspreekt.
Laat ons bidden…
Voor allen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen…
misintenties
In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties.
Laat ons bidden…
God, Vader, luister naar wat we U vragen
voor anderen en voor onszelf.
Geef dat al ons bidden en werken
gericht blijft op uw Koninkrijk;
dan zal uw Rijk in stilte groeien
vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid.
Amen.
VIJFTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 12 en 13 juli 2025
EERSTE LEZING Deut., 30, 10- 14
Uit het boek Deuteronomium
In die dagen sprak Mozes tot het volk: “Als gij de stem van de Heer uw God hoort, dan moet ge Hem gehoorzamen en alle geboden en voorschriften onderhouden, die in dit wetboek staan opgetekend; dan moet gij met heel uw hart en heel uw ziel terugkeren tot de Heer uw God. De geboden die ik u heden geef zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten uw bereik. Zij zijn niet in de hemel en gij hoeft niet te zeggen: Wie zal naar de hemel opvaren om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen?
Ze zijn niet overzee en ge hoeft niet te zeggen: Wie zal de zee overvaren om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen? Neen, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart. Gij kunt het dus volbrengen.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 69
Refrein: Ziet toe, geringen, en weest verheugd,
schept moed, gij allen die God zoekt.
Mijn gebed, Heer, richt ik tot U, nu is het de tijd van genade. Verhoor mij, Heer, want mild is uw zegen, sta mij met heel uw barmhartigheid bij. Refrein
Ik ga gebogen onder mijn smart; God, Iaat uw hulp mij beschermen.
Gods Naam zal ik loven in mijn gezang, Hem dankbaar overal prijzen. Refrein
Ziet toe, geringen, en weest verheugd, schept moed, gij allen die God zoekt.
God luistert naar wat een arme Hem vraagt, vergeet zijn gevangenen niet.
Refrein
Want God zal Sion verlossen, Hij bouwt Juda’s steden weer op.
Zijn kroost zal het land weer erven, Gods Naam zal in ere zijn. Refrein
TWEEDE LEZING Kol., 1, 15-20
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse
Broeders en zusters, Christus Jezus is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping. Want in Hem is alles geschapen in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. Hij bestaat voor alles en alles bestaat in Hem. Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is. Hij is de oorsprong, de eerste die van de dood is opgestaan om in alles de hoogste te zijn, Hij alleen. Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid om door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten om alles in de hemel en op aarde te verzoenen, door Hem alleen.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 10, 25-37
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd trad een wetgeleerde naar voren om Jezus op de proef te stellen. Hij zeide: “Meester wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” Jezus sprak tot hem: “Wat staat er geschreven in de wet? Wat leest ge daar?” Hij gaf ten antwoord: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, met al uw krachten en geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf.” Jezus zei: “Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven. Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden, sprak hij tot Jezus: “En wie is mijn naaste?” Nu nam Jezus weer het woord en zei: “Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in handen van rovers. Ze plunderden en mishandelden hem en toen ze aftrokken, lieten ze hem half dood liggen. Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg; hij zag hem wel maar liep in een boog om hem heen. Zo deed ook een leviet: hij kwam daar langs, zag hem, maar liep in een boog om hem heen. Toen kwam een Samaritaan die op reis was, bij hem; hij zag hem en kreeg medelijden; hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze; daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem. “De volgende morgen haalde hij twee denariën te voorschijn, gaf ze aan de waard en zei: “Zorg voor hem en wat ge meer mocht besteden, zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden.” “ Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn van de man die in handen van de rovers gevallen is?” Hij antwoordde: “Die hem barmhartigheid betoond heeft.” En Jezus sprak: “Ga dan en doet gij evenzo.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Heer Jezus Christus,
U leerde ons barmhartig te zijn zoals de hemelse Vader.
Door uw leven en verrijzenis zien wij de goedheid van God.
In dat vertrouwen durven wij bidden.
Voor de Kerk,
dat zij ook in deze tijd mensen opwekt tot barmhartigheid
zoals onze hemelse Vader barmhartig is.
Laat ons bidden…
Voor allen die hun leven in dienst van God en de naaste hebben gesteld.
Om bezieling in hun bidden
en om ware barmhartigheid in hun werken.
Laat ons bidden…
Voor artsen, verpleegkundigen, thuiszorgers en mantelzorgers
of wie op welke wijze ook de zieken helpen en nabij zijn.
Dat zij gezegend moge zijn in hun werken van barmhartigheid.
Laat ons bidden…
Voor allen die ons gebed hebben gevraagd.
Voor onze dierbare overledenen, met name voor…
In stilte bidden we voor onze persoonlijke intenties…
Heer Jezus Christus,
U bent het gezicht van de onzichtbare God
wiens almacht zichtbaar wordt in vergeving en barmhartigheid.
Geef dat uw Kerk uw gelaat weerspiegelt in deze wereld
en dat wij in U, verrezen Heer,
het gezicht van de Onzichtbare God mogen herkennen.
Amen
VEERTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 5 en 6 JULI 2025
EERSTE LEZING Jes., 66, 10- 14c
Uit de Profeet Jesaja
Verheug u met Jeruzalem, en juich over haar, allen die haar liefhebben! Neemt deel aan haar vreugde, allen die over haar treuren! En laat u tot verzadiging toe zogen aan haar borsten vol troost, en u vol genot laven aan haar zo rijke boezem. Want zo spreekt de Heer: “Als een rivier leid Ik de vrede naar haar toe, en als een onstuimige stroom de schatten der volken. Gij zult gezoogd worden, gedragen op de arm, vertroeteld op de schoot! “Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten: Jeruzalem zelf zal uw troost zijn. Wanneer gij dat ziet zal uw hart zich verheugen, uw beenderen zullen bloeien als het jonge groen, en de dienaren des Heren zullen zijn macht ervaren !”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 66
Refrein: Jubelt voor God, alle landen der aarde.
Jubelt voor God, alle landen der aarde, bezingt de heerlijkheid van zijn Naam.
Brengt Hem uw hulde en zegt tot uw God: Verbijsterend zijn al uw daden Refrein
Heel de aarde moet U aanbidden, bezingen uw heilige Naam. Komt en aanschouwt wat God heeft verricht, ontstellende daden onder de mensen.
Hij maakte de zee tot een droge vallei, zij gingen te voet door de bedding.
Laten wij juichen van vreugde om Hem die eeuwig regeert door zijn macht.
Komt dan, godvrezenden, luistert naar mij, ik zal u verhalen wat Hij mij gedaan heeft. God zij geprezen, Hij wees mij niet af, onthield mij niet zijn erbarmen.
TWEEDE LEZING Gal., 6, 14-18
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten
Broeders en zusters, God beware mij ervoor op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld. Besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn bete-kent niets. Het gaat er alleen om een nieuwe schepping te zijn! Vrede en barmhartigheid kome over allen die naar dit beginsel willen leven, en over heel het volk Gods! Laat voortaan niemand mij lastig vallen want ik draag de merktekenen van Jezus in mijn lichaam. Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 10, 1-12. 17-20
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd wees de Heer tweeënzeventig leerlingen aan en zond hen twee aan twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen waarheen Hijzelf van plan was te gaan. Hij sprak tot hen: “De oogst is groot maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten. Gaat dan, maar zie, Ik zend u als lammeren onder de wolven. Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel en groet niemand onderweg. In welk huis ge ook binnengaat, laat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis! “Woont daar een vredelievend mens dan zal uw vrede op hem rusten; zo niet dan zal hij op u terugkeren. Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden; want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere; in elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eet wat u wordt voorgezet, geneest de zieken die er zijn en zegt tot hen: Het Rijk Gods is u nabij.
(In elke stad waar ge binnengaat en niet ontvangen wordt, trekt daar door de straten en zegt: Zelfs het stof uit uw stad dat aan onze voeten kleeft schudden wij tegen u af. Maar weet dit wel: Het Rijk Gods is nabij. “Ik zeg u: die dag zal het voor de mensen van Sodom draaglijker zijn dan voor die stad.”
De tweeënzeventig keerden vol blijdschap terug en zeiden: “Heer, zelfs de duivels onderwerpen zich aan ons door uw naam.” Hij zeide tot hen: “Ik zag de satan als een bliksemstraal uit de hemel vallen. Ik heb u macht gegeven op slangen en schorpioenen te treden, te heersen over heel de kracht van de vijand; en niets zal u kunnen schaden. Toch moet ge u niet verheugen over het feit dat de duivels aan u onderworpen zijn, maar verheugt u omdat uw namen staan opgetekend in de hemel”.)
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
God onze Vader, Gij hebt ons uw Zoon Jezus gezonden
om in een verdeelde wereld
verzoening en vrede te brengen. Wij bidden U:
Voor de gemeenschap van de Kerk:
maak haar leden, tot werktuigen van uw liefde, vrede en verzoening,
zodat de wereld mooier wordt voor iedereen.
Laat ons bidden…
Voor jonge mensen: laat hen uw roepstem horen.
Geef dat zij zich, zoals de tweeënzeventig uit het evangelie,
beschikbaar stellen om, ieder op zijn of haar eigen manier,
mee te werken aan de opbouw van uw rijk.
Laat ons bidden…
Voor alle mensen van goede wil.
Dat zij het leven als een gave van God ervaren
en Zijn aanwezigheid op hun levensweg ontdekken.
Laat ons bidden…
Voor allen die in de komende weken op vakantie gaan of dat reeds zijn.
Dat zij mogen genieten van hun vrije tijd.
en de nodige rust en herbronning vinden.
Wij bidden om een veilige reis voor allen die onderweg zijn.
Laat ons bidden…
Voor onze dierbare overledenen.
Dat zij, na het voltooien van hun aardse pelgrimstocht,
thuis mogen zijn bij God en rusten in zijn vrede.
misintenties…
Laat ons bidden…
In een moment van stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.
Heer God,
uw Zoon heeft zijn leerlingen geroepen als zijn boodschappers.
Wij bidden dat zijn woord ook vandaag
gelovigen in beweging brengt
en hen aanzet tot moedige verkondiging.
Wij vragen het U door Christus onze Heer.
HH PETRUS EN PAULUS, APOSTELEN 28 en 29 JUNI 2025
EERSTE LEZING Handelingen 12, 1-11
Uit het boek handelingen der apostelen.
In die dagen legde koning Herodes de hand op enkele leden van de Kerk om hen te mishandelen: Jakobus, de broer van Johannes, liet hij met het zwaard ter dood brengen. Omdat hij bemerkte dat dit de Joden aangenaam was, liet hij ook nog Petrus gevangennemen. Het was juist in de dagen van het ongedesemde brood. Toen hij hem in handen had gekregen, wierp hij hem in de gevangenis en liet hem bewaken door vier groepen soldaten, elk van vier man. Het was zijn bedoeling Petrus na het paasfeest voor het volk te leiden. Terwijl Petrus in de gevangenis zat, werd door de Kerk vurig voor hem tot God gebeden. In de nacht vóórdat Herodes hem wilde laten voorleiden, lag Petrus met twee kettingen vastgebonden te slapen tussen twee soldaten, terwijl ook voor de poort van de gevangenis wacht werd gehouden. Opeens stond een engel des Heren bij hem en was de cel hel verlicht. Hij stootte Petrus in de zij, wekte hem en sprak: “Sta vlug op.” Meteen vielen de kettingen van zijn handen. Vervolgens zei de engel: “Doe uw gordel om en bind uw sandalen onder.” Petrus deed het. De engel hernam: “Sla uw mantel om en volg mij.”
Hij ging mee naar buiten zonder nog te beseffen dat het werkelijkheid was wat de engel deed; hij meende een visioen te zien. Zij passeerden de eerste en de tweede wacht en kwamen aan de ijzeren poort die toegang gaf tot de stad; deze ging vanzelf voor hen open. Zij traden naar buiten, liepen een straat ver en eensklaps was de engel verdwenen. Toen kwam Petrus tot zichzelf en zei: “Nu weet ik zeker, dat de Heer zijn engel heeft gezonden en mij heeft ontrukt aan de macht van Herodes en alles wat het volk der Joden verwachtte.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 34
Refrein: De Heer heeft mij gered uit al wat ik vreesde.
De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen. Mijn geest is fier op de gunst van de Heer, laat elk die het hoort zich verheugen. Refrein
Verheerlijkt de Heer tezamen met mij en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren. Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord, Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde. Refrein
Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig, want Hij stelt u niet teleur.
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer en redt hen uit hun ellende.
Refrein
De engel van God legt een schans om hen heen, om elk die God vreest te beschermen. Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is, gelukkig hij die zijn heil zoekt bij Hem. Refrein
TWEEDE LEZINGÜS 4,6-8. 17-18
De laatste woorden van Paulus
Dierbare, wat mij betreft, mijn bloed wordt weldra geplengd, het uur van mijn heengaan is nabij. Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard. Nu wacht mij de krans der gerechtigheid, waarmee de Heer, de rechtvaardige rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij, maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst.
Maar de Heer heeft mij ter zijde gestaan en mij kracht gegeven om mijn ambt als prediker van het evangelie ten einde toe te vervullen, zodat alle volken ervan horen. En ik werd verlost uit de muil van de leeuw. De Heer zal mij blijven beschermen tegen alle boze aanslagen en mij behouden overbrengen naar zijn hemels koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen! Amen.
Zo spreek t de Heer
EVANGELIE Matteüs 16, 13-19
In die tijd toen Jezus in de streek van Caesarea van Filippus gekomen was, stelde Hij zijn leerlingen deze vraag: “Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?” Zij antwoordden: “Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten.” “Maar gij”, sprak Hij tot hen, “wie zegt gij dat Ik ben?” Simon Petrus antwoordde: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Jezus hernam: “Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Laten wij eensgezind bidden tot God, herder van mensen….
Laten we bidden voor mensen als Petrus,
Gewone eenvoudige mensen, geboeid door Jezus,
Gelovend met hun hart:
Dat ze de ruimte krijgen en dat anderen van hen leren.
Laat ons bidden…
Laten we bidden voor mensen als Paulus,
Geleerde en geletterde mensen, geraakt door Jezus;
Gelovend met hun verstand;
Dat ze verstaan worden en dat anderen wijzer van hen worden.
Laat ons bidden…
Laten we bidden voor onze wereldkerk
Met zoveel mensen en meningen,
Met zoveel kleuren en culturen,
Gelovend met hoofd en hart;
Dat niemand zich beter acht, geloviger dan die anderen.
Laat ons bidden…
Laten we bidden voor onze eigen parochie
Dat hier mag zijn de Geest van Jezus;
Dat wij net zo stevig als Petrus,
en even wankelmoedig als hij,
elkaar tot steun zijn.
Voor onze zieken
en voor allen die ons gebed gevraagd hebben.
Voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…
In een moment van stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart…
God, Vader, luister naar het eensgezinde gebed
van onze geloofsgemeenschap.
Schenk uw Geest van eenheid en verbondenheid
opdat allen mogen leven in uw liefde. Amen
SACRAMENTSDAG 21 en 22 juni 2025
EERSTE LEZING Gen., 14,18-20
Uit het boek Genesis
In die dagen bood Melchisédek, de koning van Salem, Abram brood en wijn aan. Daar hij priester was van de Allerhoogste God, zegende hij hem met deze woorden: “Gezegend zij Abram door God de Allerhoogste, die de hemel en de aarde gemaakt heeft, en gezegend zij God de Allerhoogste, die uw vijand aan u heeft overgele¬verd!” En Abram gaf hem van alles een tiende deel.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 110
Refrein: Voor eeuwig zijt Gij priester als Melchisédek
De Heer sprak tot mijn heer: “Zit aan mijn rechterhand; Ik leg uw vijanden als voetbank voor uw voeten. Refrein
Uit Sion reikt de Heer de scepter van uw macht;
heers te midden van uw tegenstanders. Refrein
Een vorst zijt gij, wanneer gij u vertoont, met macht bekleed, in glans van heiligheid; Ik heb u vóór de dageraad verwekt. Refrein
Gezworen heeft de Heer, Hij neemt het niet terug:
“Voor eeuwig zijt Gij priester als Melchisédek. Refrein
TWEEDE LEZING 1 Kor., 11, 23-26
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.
Broeders en zusters, zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven: dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam en na gedankt te hebben het brak en zei: “Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.” Zo ook nam Hij na de maaltijd de beker met de woorden: “Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit elke keer dat gij hem drinkt tot mijn gedachtenis.” Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt verkondigt gij de dood des Heren totdat Hij komt.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 9, 11b -17
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
In die tijd sprak Jezus tot de menigte over het Rijk Gods; en wie genezing nodig hadden genas Hij. Toen de dag ten einde begon te lopen kwamen de twaalf naar Hem toe en zeiden: “Stuur de mensen weg; dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om daar onderdak en voedsel te vinden, want hier zijn we op een eenzame plek.” Maar Hij antwoordde: “Geeft gij hun maar te eten”. “Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen,” zeiden ze;
“of wíj zouden voor al dat volk eten moeten gaan kopen.” Er waren naar schatting wel vijfduizend mannen. Hij gelastte nu zijn leerlingen: “Laat ze gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig. Dat deden ze en ze lieten allen plaats nemen. Daarop nam Hij de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, sprak er de zegen over uit, brak ze en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte voor te zetten. Allen aten tot ze verzadigd waren en wat zij overhielden haalde men op, twaalf korven met brokken.
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Laten wij bidden tot onze Heer Jezus Christus.
Hij heeft dit uur voor ons zijn heilige Tafel van genade bereidt.
Heer Jezus Christus, U bent het Brood van het Leven.
Breek de verdeeldheid tussen alle christelijke kerken en gemeenschappen
en breng alle christenen in eenheid samen.
Laat ons bidden…
U heeft met uw apostelen het Laatste Avondmaal gevierd.
Versterk het geloof en het vertrouwen van allen
die uw Woord horen en het Brood uit de hemel ontvangen.
Laat ons bidden…
U geeft ons uw Lichaam en Bloed als voedsel voor ons leven.
Schenk aan allen die in onze wereld honger lijden hun dagelijks brood.
Sterk de arme en geef moed aan de moedeloze.
Laat ons bidden…
U sterkt ons met uw Lichaam en Bloed
Wij bidden U om kracht voor onze zieken
en om het eeuwig leven voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor…
Bidden we een moment in stilte voor onze eigen intenties…
Heer Jezus,
wij danken U voor de grote gave van de heilige Eucharistie.
Dat wij door onze deelname aan deze maaltijd
barmhartig zijn zoals uw Vader. Amen.
FEEST VAN DE H. DRIE-EENHEID 14 en 15 JUNI 2025
EERSTE LEZING Spr., 8, 22-31
Uit het boek der Spreuken
Zo spreekt de Wijsheid van God: De Heer schiep mij vóór al het bestaande, vóór al wat Hij vanouds gemaakt heeft. Van eeuwigheid ben ik gevormd, lang voor het begin der aarde. Toen er nog geen oceanen waren, was ik reeds geboren, voor er bronnen waren, overstromend van water. Voordat de bergen geplaatst werden, en vóór de heuvels, werd ik geboren. De aarde had Hij nog niet geschapen met haar vlakten, noch ook de kostbare grondstoffen in haar schoot. Toen Hij de hemel grondvestte was ik erbij, en toen Hij een kring trok rond de wereldzee. Toen Hij de wolken boven bevestigde, en de bronnen aanbracht in de diepte, toen Hij de zee haar grenzen wees, opdat het water zijn oevers niet te buiten zou gaan, toen Hij de fundamenten legde voor de aarde, was ik aan de zijde van de Kunstenaar, en was ik zijn troetelkind, dag voor dag, en speelde ik aldoor voor zijn aangezicht. Ik speelde over het oppervlak van zijn aarde, en het was me een genot bij de mensen te zijn.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 8
Refrein: Heer, onze Heer, hoe ontzagwekkend is uw Naam op aarde !
Als ik naar de hemel kijk, het kunstwerk van uw vingers, als ik maan en sterren zie, die Gij daar hebt gezet. Ach, wat is de mens dan, dat Gij naar hem omziet,
’t mensenkind, dat Gij zo voor hem zorgt? Refrein
Niet veel minder dan een engel hebt Gij hem geschapen, hem omkleed met schoonheid en met pracht. Heel uw schepping aan hem onderworpen, alles aan zijn voeten neergelegd. Refrein
Runderen en schapen overal, ook de wilde dieren op de velden. Vogels in de lucht en vissen in de zee, al wat wemelt in de oceanen. Refrein
TWEEDE LEZING Rom., 5, 1-5
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome
Broeders en zusters, gerechtvaardigd door het geloof leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. Hij is het die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen op onze hoop op de heerlijkheid Gods. Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, volharding tot beproefde deugd en deze weer tot hoop. En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Joh., 16, 12-15
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In zijn afscheidsrede zei Jezus tot zijn leerlingen: “Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu nog niet dragen. Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen. Hij zal niet uit zichzelf spreken maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Daarom zei Ik dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. AI wat de Vader heeft is het Mijne.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Laten wij nu bidden tot God, Vader, Zoon en heilige Geest.
Wij bidden voor allen die ertoe geroepen zijn onze wereld,
ons land, onze steden en dorpen te besturen:
Dat zij overschaduwd worden door de wijsheid van God.
Laat ons bidden…
Wij bidden voor allen die zich inzetten voor een betere samenleving:
Dat zij geraakt worden door de mensenliefde van God.
Laat ons bidden…
Wij bidden voor allen die zich inzetten voor vrede en
voor allen die in eigen kleine kring het leven leefbaar houden;
Dat zij zich laten inspireren door Gods Geest.
Laat ons bidden…
We bidden voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis,
verpleeghuis of bijna-thuis huis
Om kracht en sterkte voor hen
en voor de mensen die zorg om hen hebben.
Laat ons bidden…
Voor onze dierbare overledenen, met name voor…
Drie-ene God,
houd allen in ere die U in ere houden,
en schenk hen leven in overvloed.
Amen.
FEEST VAN MARIA, MOEDER VAN DE KERK
TWEEDE PINKSTERDAG 9 juni 2025
EERSTE LEZING (Gen. 3,9-15.20)
Uit het boek Genesis
Nadat Adam in de tuin van Eden van de boom gegeten had riep God de Heer de mens en vroeg hem: “Waar zijt gij?” Hij antwoordde: “Ik hoorde uw donder in de tuin, en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen.” Maar God de Heer zei: “Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt? Hebt ge soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb?” De mens antwoordde: “De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt, zij heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten.” Daarop vroeg God de Heer aan de vrouw: “Hoe hebt ge dat kunnen doen?” De vrouw zie: “De slang heeft mij verleid, en toen heb ik gegeten.” God de Heer zei toen tot de slang: “Omdat ge dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven! Vijandschap sticht ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Dit zal uw kop bedreigen, en gij zijn hiel.” De mens noemde zijn vrouw Eva, want zij is de moeder geworden van alle levenden.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 87
Refrein:
Hoe groots is wat er van u wordt gezegd,
Jeruzalem, stad van God.
Zijn stad op de heilige bergen: de Heer heeft haar lief.
De poorten van Sion veel meer dan alle tenten van Jakob. Refrein
Hoe groots is het wat er van u wordt gezegd, Jeruzalem, stad van God.
Zij zullen dan zeggen: “Mijn moeder is zij, uit haar zijn wij allen geboren.”
En Hij zal het zelf verklaren, de Allerhoogste, de Heer. Refrein
Hij zal in het boek der volkeren schrijven: Ook dezen horen daar thuis.
Dan zullen zijn dansen en zingen: “De bron van ons leven zijt Gij!” Refrein
Evangelie Joh. 19, 25-34
Uit het evangelie volgens Johannes: zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn moeder zag en bij haar staande de leerling die Hij liefhad zei Hij tot zijn moeder: “Vrouw, zie uw zoon.” Vervolgens zei Hij tot de leerling: “Zie uw moeder.” En van dat uur af nam de leerling haar bij zich op. Hierna, wetend dat nu alles was volbracht, opdat de Schrift zou worden volbracht, zei Jezus: “Ik heb dorst.” Er stond daar een kruik vol zure wijn. Ze staken dus een spons vol zure wijn op een hysopstengel, en brachten die aan zijn mond. Toen Jezus dan van de zure wijn genomen had, zei Hij: “Het is volbracht,” en nadat Hij het hoofd had gebogen, gaf Hij de geest. Aangezien het voorbereidingsdag was en opdat de lichamen niet aan het kruis bleven op sabbat – want het was de grote dag van die sabbat –
vroegen de Joden aan Pilatus dat van hen de benen werden gebroken en zij zouden worden weggehaald. Daar¬op kwamen de soldaten en braken de benen van de eerste en van de andere die met Hem was gekruisigd. Toen zij echter bij Jezus kwa¬men en zagen dat Hij reeds dood was, braken zij zijn benen niet; maar een van de soldaten door¬stak zijn zijde met een lans; en onmiddellijk kwam er bloed en water uit.
Zo spreek de Heer.
Voorbede
Bidden wij op voorspraak van Maria, de Moeder van de Kerk,
tot God onze Vader:
Voor Paus Leo XIV, de bisschoppen en alle herders van de Kerk.
Dat zij met liefde over de wereldwijde geloofsgemeenschap waken
en velen het geloof binnen leiden.
Laat ons bidden…
Voor alle gelovigen.
Dat zij de beloften van hun doopsel niet verwaarlozen,
maar naar de aansporing van Maria
doen wat de Heer van hun vraagt.
Laat ons bidden….
Voor ons allen.
Dat deze viering van Maria’s Moederschap over de Kerk
ons sterkt in ons geloven, hopen en liefhebben.
Dat wij de eenheid onder elkaar bewaren
en elkaar tot troost en steun zijn.
Laat ons bidden…
Voor allen die lijden onder het oorlogsgeweld in Gaza en Oekraïne.
Voor onze zieken en voor allen de rekenen op ons gebed.
Voor onze dierbare overledenen, met name voor…
In een moment van stilte bidden we voor onze persoonlijke intenties.
God, altijd blijft Gij bezig
uit alle naties U een volk bijeen te brengen
dat in de Geest tot eenheid groeit.
Geef dat uw kerk, trouw aan haar zending
en onder de voorspraak van de H. Maagd Maria,
altijd samen met de mensheid optrekt
als het zuurdeeg en de ziel in de menselijke samenleving
die in Christus vernieuwd
en tot Gods eigen gezin herschapen moet worden.
Door Christus onze Heer.
PINKSTEREN 7 en 8 juni 2025
EERSTE LEZING Hand.2,1-11
Uit de Handelingen van de Apostelen
Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome man¬nen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liep het volk te hoop en tot zijn verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: “Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 104
Refrein:
Zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven,
dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, wat zijt Gij groot, Heer mijn God! Hoe veel is het wat Gij gedaan hebt, Heer, de aarde is vol van uw schepsels. Refrein
Neemt Gij hun geest weg, dan komen zij om, en keren terug tot de aarde.
Maar zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw. Refrein
De roem van de Heer blijve eeuwig bestaan, Hij vinde zijn vreugde in al zijn schepsels; Mogen mijn woorden Hem aangenaam zijn, dan zal ik mij in de Heer verheugen. Refrein
TWEEDE LEZING Gal., 5, 16-25
Uit de brief van het heilige apostel Paulus aan de Galaten
Broeders en zusters, leeft naar de Geest, dan zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht dicteert. Wat de zelfzucht wil, strijdt met de Geest, en omgekeerd, het verlangen van de Geest komt in botsing met het egoïsme. Die twee liggen met elkaar overhoop zodat ge niet kunt doen wat ge zoudt willen doen. Maar als ge u door de Geest laat leiden, staat ge niet onder de wet. De uitingen van zelfzucht zijn bekend genoeg: ontucht, onreinheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, haat, tweespalt, afgunst, driftbuien en intriges, ruzies, partijschappen en jaloersheden, drinkgelagen, uitspattingen en zo meer. Ik waarschuw u zoals ik u al eerder gewaarschuwd heb: wie zich zo misdragen zullen het koninkrijk van God nooit erven.
De vrucht van de Geest daarentegen is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid. Met zulke dingen heeft geen wet iets te maken. En zij die bij Christus Jezus horen, hebben hun zelfzucht gekruisigd met haar hartstochten en begeerten. Daar wij leven door de Geest, willen we ook leven volgens de Geest.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Joh., 15, 26-27; 16, 12-15
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: „Wanneer de Helper komt die Ik u van de Vader zal zen den, de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat, zal Hij over Mij getuigenis afleggen. Maar ook gij moet getuigen, want vanaf het begin zijt gij bij Mij. Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu nog niet dragen. Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen. Hij zal niet uit zichzelf spreken maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Daarom zei Ik dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. AI wat de Vader heeft is het mijne.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Ook over ons wil de Vader zijn heilige Geest uitstorten.
Daarom mogen wij vol vertrouwen bidden om zijn zevenvoudige gave:
Kom heilige Geest, en schenk uw gaven van wijsheid en verstand
aan de herders van de Kerk.
Dat zij ons blijven voorgaan in de liefde voor Gods Naam.
Laat ons bidden…
Kom heilige Geest, en schenk uw gaven van kennis en ontzag
aan hen die ons land besturen.
Open hun ogen voor gerechtigheid en vrede
en laat hen zorg dragen voor uw schepping. Laat ons bidden…
Kom heilige Geest, en beziel de jongeren in onze parochie,
die het sacrament van het vormsel mochten ontvangen.
Laat ons bidden…
Kom heilige Geest, en schenk uw gave van sterkte
aan hen die bedroefd zijn, aan hen die ziek zijn
of op welke wijze ook te lijden hebben.
Laat ons bidden…
Kom heilige Geest,
en schenk uw vriendelijkheid, goedheid en ingetogenheid aan ons allen.
Beziel onze parochiegemeenschap en
beziel al onze Nederlandse missionarissen.
Laat ons bidden…
We bidden voor onze dierbare overledenen, met name voor…
In een moment van stilte leggen we voor aan God
wat er leeft in ons eigen hart…
Almachtige eeuwige God,
Gij hebt ons op het gebed van uw Zoon
de Geest van de waarheid gegeven,
de Helper die voor altijd bij ons zal zijn;
Wij vragen U: laat ons trouw zijn aan de Heilige Geest
die wij ontvangen hebben en maak ons tot waarachtige getuigen
van de verrijzenis.
Door Christus onze Heer.
ZEVENDE ZONDAG VAN PASEN 31 MEI EN 1 JUNI 2025
EERSTE LEZING Hand. 7, 55-60
Uit de Handelingen der Apostelen
In die dagen staarde Stefanus, vervuld van de heilige Geest, naar de hemel en zag Gods heerlijkheid en Jezus staande aan Gods rechterhand; en hij riep uit: „Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.” Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopten hun oren toe en stormden als één man op hem af. Zij sleepten hem buiten de poort en stenigden hem. De getuigen legden hun mantels neer aan de voeten van een jongeman die Saulus heette. Terwijl zij Stefanus stenigden bad hij: „Heer Jezus, ontvang mijn geest.” Toen viel hij op zijn knieën en riep met luide stem: „Heer, reken hun deze zonde niet aan.” Na deze woorden ontsliep hij.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 97
Refrein: De Heer is koning, Hij is de allerhoogste
De Heer is koning, de aarde mag juichen, blij zijn de landen rondom de zee. Donkere wolken vormen zijn lijfwacht, recht en gerechtigheid dragen zijn troon. Refrein
De hemel verkondigt zijn heiligheid en alle volken aanschouwen zijn glorie. Voor Hem werpen alle goden zich neer; de Sion verneemt het met vreugde.
Refrein
Want heel de aarde staat onder uw macht, Gij zij de hoogste der goden. Refrein
TWEEDE LEZING Openbaring 22,12-14.16-17.20
Uit de openbaring van de heilige apostel Johannes
Ik, Johannes hoorde een stem, die tot mij sprak: “Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon breng Ik mee om ieder te vergelden naar zijn werk. “Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, de Oorsprong en het Einde. Zalig zij die hun kleren rein wassen. Zij zullen recht krijgen op de boom des levens en door de poorten mogen ingaan in de Stad. Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze openbaringen aangaande de kerken bekend te maken. Ik ben de Wortel uit het geslacht van David, de stralende Morgenster. De Geest en de Bruid zeggen: “Kom!” Laat wie het hoort zeggen: “Kom!” Wie dorst heeft kome. Wie wil, neme het water des levens, om niet. Hij die dit alles waarborgt, spreekt: “Ja, Ik kom spoedig.” Amen. Kom, Heer Jezus!
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Joh., 17, 20-26
Uit het evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad: „Heilige Vader, niet alleen voor hen bid Ik maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U; dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt. Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij één zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden en hen hebt liefgehad zoals Gij Mij hebt liefgehad. Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt met Mij mogen zijn waar Ik ben, opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt daar Gij Mij lief hebt gehad vóór de grondvesting van de wereld. Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, Ik heb U erkend, en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt. Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad in hen moge zijn en Ik in hen.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Heer, onze God, op weg naar Pinksteren
zijn wij hier biddend en hoopvol bij U,
en vragen om de komst van uw heilige Geest.
Wij bidden voor onze Paus Leo XIV,
onze bisschoppen, priesters, diakens, religieuzen
en voor alle vrouwen en mannen die werkzaam zijn in het pastoraat.
Om het vuur van Gods Geest bij de verkondiging van het evangelie.
Laat ons bidden…
Wij bidden voor alle christenen op weg naar Pinksteren.
Dat zij in vrede en met vreugde de Blijde Boodschap
zichtbaar maken in onze wereld.
Laat ons bidden…
Wij bidden voor onze aarde en allen die het land bewerken;
dat het land goede vruchten mag voortbrengen,
en voedsel geeft voor al wat leeft.
Laat ons bidden…
We bidden voor het welzijn van onze eigen Odaparochie,
voor onze zieken,
en voor allen die rekenen op ons gebed.
We bidden voor onze dierbare overledenen,
met name voor…
In een moment van stilte leggen we aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart. (stilte)
Kom, heilige Geest,
vervul de harten van uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Zend uw Geest uit
en alles zal herschapen worden;
En Gij zult het aanschijn van de aarde vernieuwen.
Door Christus onze Heer. Amen
HEMELVAARTSDAG 29 mei 2025
EERSTE LEZING (Hand.1,1-11)
Uit de Handelingen der Apostelen.
Mijn eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft tot aan de dag, waarop Hij zijn opdracht gaf aan de Apostelen die Hij door de Heilige Geest had uitgekozen, en waarop Hij ten hemel werd opgenomen. Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen dat Hij in leven was. Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het Rijk Gods. Terwijl Hij met hen at beval Hij hun Jeruza¬lem niet te verlaten, maar de belofte van de Vader af te wachten die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt: “Johan¬nes doopte met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de Heilige Geest.” Terwijl zij eens bijeengekomen waren stelden zij Hem de vraag: “Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?” Maar Hij gaf hun ten antwoord: “Het komt U niet toe dag en uur te kennen die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld. Maar gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest die over U komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde.” Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhoog geheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden, stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen die zeiden: “Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? “Deze Jezus die van U is weggenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.”
Zo spreekt de Heer.
TWEEDE LEZING (Hebreeën 9,24-28; 10,19-23)
Broeders en zusters, Christus is niet het heiligdom binnengegaan dat, door mensenhanden gemaakt, slechts een symbool is van het waarachtige heiligdom; Hij is de hemel zelf binnengegaan om er nu voor onze zaak bij God present te zijn. Ook hoeft Hij zich daar niet telkens opnieuw te offeren, terwijl de hogepriester, jaar in jaar uit het allerheiligste binnen gaat, met bloed dat niet het zijne is. Anders had Christus meerdere malen moeten lijden, vanaf het begin van de wereld; maar in feite is Hij slechts een maal verschenen, op het hoogtepunt van de geschiedenis, om door zijn offer de zonden te delgen. Het is het lot van de mens eenmaal te sterven, en daarna komt het oordeel; zo is ook Christus eenmaal geofferd, omdat Hij de zonden van allen op zich had genomen; als Hij een tweede maal verschijnt, zal het zijn los van de zonde, om heil te brengen aan allen die naar Hem uitzien. Door het bloed van Jezus, broeders en zusters, hebben wij vrije toegang gekregen tot het heiligdom. In zijn eigen lichaam heeft Hij voor ons de nieuwe, levende weg gebaand, dwars door het voorhangsel heen. We hebben nu “die grote priester die over het huis van God is aangesteld.” Laten we dan dichterbij komen, maar met een oprecht hart en in de volle overtuiging van ons geloof, ons hart rein gesprenkeld van alle schuldbesef. Ons lichaam gewassen met zuiver water. Laten wij onwrikbaar vasthouden aan de belijdenis van onze hoop, want Hij die de belofte deed is betrouwbaar.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE (Lc.24.46-53)
Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Zò staat er geschreven dat de Christus zou lijden en dat Hij zou opstaan uit de doden op de derde dag, en dat in zijn naam bekering verkondigd zou worden tot vergeving van zonden, aan alle volkeren, te beginnen met Jeruzalem. Gij zijt hiervan getuigen. Zie, Ik zend de belofte van mijn Vader over u; blijft in de stad totdat gij uit den hoge met kracht zult zijn bekleed.” Hij leidde hen naar buiten tot bij Betanië; Hij hief de handen omhoog en zegende hen. En terwijl Hij hen zegende, ging Hij van hen weg en werd opgenomen ten hemel. Zij aanbaden Hem en keerden naar Jeruzalem terug met grote vreugde. En zij waren voortdurend in de tempel en zegenden God.
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Laat ons bidden tot God,
die steeds bereid is om naar ons te luisteren
en ons te geven wat wij nodig hebben.
Gij zijt dicht bij ons
wanneer wij door woord en voorbeeld
getuigen van Uw Zoon.
Geef dat wij uw Blijde Boodschap van liefde en vergeving
verkondigen en voorleven.
Laat ons bidden…
Gij zijt dicht bij ons
wanneer wij in uw Naam bouwen aan een betere wereld.
Geef aan onze wereld de vrede die wij zelf niet kunnen geven.
Laat ons bidden…
Gij zijt dicht bij ons
nu wij hier samen zijn in uw Naam.
Geef dat wij ons daadwerkelijk inzetten
voor de komst van uw Rijk midden onder ons.
Laat ons bidden…
Gij zijt dicht bij ons,
daarom bidden we vol vertrouwen
voor het welzijn van onze eigen Odaparochie,
voor onze zieken, en voor allen die rekenen op ons gebed.
We bidden voor onze dierbare overledenen, met name voor…
In een moment van stilte leggen we aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
God van onze Heer Jezus Christus,
Gij hebt uw Zoon, verheven boven alles.
Wij smeken U: dat de kracht van zijn heilige Geest
ook over ons neerdaalt en ons tot
zijn getuigen maakt tot het uiteinde der aarde.
Door Christus onze Heer.
ZESDE ZONDAG VAN PASEN 24 en 25 MEI 2025
EERSTE LEZING 15, 1-2. 22-29
Uit de Handelingen van de Apostelen
In die dagen verkondigden enige mensen die van Judea waren gekomen, aan de broeders de leer: „Indien ge u niet naar Mozaïsch gebruik Iaat besnijden, kunt ge niet gered worden.” Toen hierover onenigheid ontstond en Paulus en Barnabas in een felle woordenwisseling met hen raakten, droeg men Paulus en Barnabas en enkele andere leden van de gemeente op met deze strijdvraag naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan. Deze besloten samen met de hele gemeente enige mannen uit hun midden te kiezen en met Paulus en Barnabas naar Antiochië te sturen: Judas, bijgenaamd Barsabbas en Silas, mannen van aanzien onder de broeders, en hun het volgende schrijven mee te geven: „De apostelen en de oudsten zenden hun broederlijke groet aan de broeders uit de heidenen in Antiochië, Syrië en Cilicië. „Daar wij gehoord hebben dat sommigen van ons u door woorden in verwarring hebben gebracht en uw gemoederen hebben verontrust, zonder dat ze van ons enige opdracht hadden gekregen, hebben wij eenstemmig besloten enige mannen uit te kiezen en naar u toe te sturen, in gezelschap van onze dierbare Barnabas en Paulus, mensen die zich geheel en al hebben ingezet voor de naam van onze Heer Jezus Christus. “Wij hebben dus Judas en Silas afgevaardigd die ook mondeling hetzelfde zullen overbrengen. „De heilige Geest en wij hebben namelijk besloten u geen zwaardere last op te leggen dan het strikt noodzakelijke: namelijk u te onthouden van spijzen die aan afgoden geofferd zijn, van bloed, van verstikt vlees en van ontucht. „Als gij uzelf daarvoor in acht neemt zal het u goed gaan. „Vaarwel!”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit Psalm 67
Refrein: Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren.
God, wees ons barmhartig en zegen ons, toon ons het licht van uw aanschijn;
Opdat men op aarde uw wegen mag kennen, in alle landen uw heil. Refrein
Laat alle naties van vreugde juichen omdat Gij de volken rechtvaardig regeert
en alles op aarde bestuurt. Refrein
Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren.
God geve ons zo zijn zegen dat heel de aarde Hem vreest. Refrein
TWEEDE LEZING Apok., 21, 10-14.22-23
Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes
Een engel bracht mij, Johannes in de geest op een zeer hoge berg en toonde mij de heilige Stad, Jeruzalem, terwijl zij van God uit de hemel neerdaalde, stralend van de heerlijkheid Gods; zij schitterde als het kostbaarste gesteente en als kristalheldere jaspis. De Stad was omringd door een zeer hoge muur met twaalf poorten en aan de poorten stonden twaalf engelen; namen waren daarop gegrift, de namen van de twaalf stammen van Israël. Er waren drie poorten op het oosten, drie op het noorden, drie op het zuiden en drie op het westen. En de stadsmuur had twaalf grondstenen en daarop stonden de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam. Maar een tempel zag ik er niet want God, de Heer, de Albeheerser is haar tempel zoals ook het Lam. En de Stad heeft het licht van zon en maan niet nodig want de luister van God verlicht haar en haar lamp is het Lam.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Joh., 14, 23-29
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: „Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen. „Wie Mij niet liefheeft onderhoudt mijn woorden niet; en het woord dat gij hoort is niet van Mij maar van de Vader die Mij gezonden heeft. „Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben, maar de Helper, de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles Ieren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb. „Vrede Iaat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. „Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u. „Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden. „Gij hebt Mij horen zeggen: Ik ga heen maar Ik keer tot u terug. „Als Gij mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga want de Vader is groter dan Ik. „Nu, eer het gebeurt zeg Ik het u, opdat gij, wanneer het gebeurt, zult geloven.
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Heer, onze God, wij zijn hier hoopvol en bidden bij U.
Wil luisteren naar onze gebeden:
Bewaar in uw Naam alle christenen, wereldwijd.
Doordring hen met uw Geest en schenk hun de gaven
van geloof, hoop en liefde.
Laat ons bidden…
Bewaar in uw Naam allen die voor U willen getuigen.
Dat zij in vrede en vreugde
uw gelaat zichtbaar maken in onze wereld.
Laat ons bidden…
Bewaar in uw Naam onze parochiegemeenschap die hier samen is.
Dat wij ons geloof en onze gaven met elkaar delen
en één van hart U dienen.
Laat ons bidden…
Breugel:
Bewaar in uw Naam de leden van het jubilerende Genovevakoor
Dat zij nog vele jaren onze vieringen met hun gezang mogen opluisteren.
Laat ons bidden…
Bewaar in uw Naam onze eenzamen, zieken en stervenden.
Verlicht hun lijden en wees hen tot zegen en steun.
Bewaar onze dierbare overledenen.
Vandaag noemen we met name…
In stilte leggen we onze eigen intenties voor aan God…
Almachtige eeuwige God, Gij bemint hen die uw Zoon liefhebben
en zijn geboden onderhouden.
Wij bidden U: zend over ons de Helper,
de Geest van de waarheid
voor wie de wereld niet ontvankelijk is,
en laat deze Geest ons leven bezielen.
Door Christus onze Heer.
VOORBEDE VOOR DE RITA-VIERING IN BOSKANT
Keren wij ons tot God
en bidden wij op voorspraak van de heilige Rita:
Bewaar in uw Naam alle christenen, wereldwijd.
Doordring hen met uw Geest en schenk hun de gaven
van geloof, hoop en liefde.
Laat ons bidden…
Bewaar in uw Naam onze parochiegemeenschap
die hier samen is om het feest van de heilige Rita te vieren;
Dat wij ons geloof en onze gaven met elkaar delen
en één van hart U dienen.
Laat ons bidden…
Bewaar in uw Naam allen die voor U willen getuigen.
Dat zij in vrede en vreugde
uw gelaat zichtbaar maken in onze wereld.
Laat ons bidden…
Bewaar in uw Naam onze eenzamen, zieken en stervenden.
Verlicht hun lijden en wees hen tot zegen en steun.
Bewaar onze dierbare overledenen.
Vandaag noemen we met name…
In stilte leggen we onze eigen intenties voor aan God…
Laat ons bidden:
God, onze Vader, Gij hebt de Heilige Rita zoveel genade geschonken omdat zij vooral Uw Zoon wilde navolgen in liefde en lijden,
waarvan zij de tekens gedragen heeft in haar hart en op haar voorhoofd.
Wij smeken U: geef ons, door de tussenkomst van de Heilige Rita,
de kracht om iedereen lief te hebben
en ons lijden moedig te dragen.
Door Christus onze Heer.
Amen
VIJFDE ZONDAG VAN PASEN 17 en 18 mei 2025
EERSTE LEZING Hand., 14, 21-27
Uit de Handelingen der Apostelen
In die dagen keerden Paulus en Barnabas terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië. Daar bevestigden zij de leerlingen in hun goede gesteldheid, spoorden hen aan in het geloof te volharden en zeiden dat zij door vele kwellingen het Rijk Gods moeten binnengaan. In elke gemeente stelden zij na gebed en vasten oudsten voor hen aan, en vertrouwden hen toe aan de Heer in wie zij nu geloofden. Zij reisden door Pisidië naar Pamfylië, predikten het woord in Perge en bereikten Attália. Daar gingen ze scheep naar Antiochië vanwaar zij, aan Gods genade toevertrouwd, vertrokken waren naar het werk dat zij volbracht hadden. Na hun aankomst riepen zij de gemeente bijeen en vertelden alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht en hoe Hij voor de heidenen de poort van het geloof had geopend.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 145
Refrein:
U wil ik loven mijn God en Koning,
uw Naam verheerlijken voor altijd.
De Heer is vol liefde en medelijden, lankmoedig en zeer goedgunstig.
De Heer is bezorgd voor iedere mens, barmhartig voor al wat Hij maakte.
Refrein…
Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven.
Zij roemen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij.
Refrein…
Zij maken uw kracht aan de mensen bekend, de pracht van uw koninkrijk.
Uw rijk is een rijk voor alle eeuwen, uw heerschappij geldt voor ieder geslacht.
Refrein…
TWEEDE LEZING Apok., 21, 1-5a
Uit de openbaring van de heilige apostel Johannes
Ik, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer. En ik zag de heilige Stad, het nieuwe Jeruzalem van God uit de hemel neerdalen, schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid. Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon: “Zie hier Gods woning onder de mensen! “Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn. En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn want al het oude is voorbij.” En Hij die op de troon is gezeten sprak: “Zie, Ik maak alles nieuw.”
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Joh., 13. 31-33a. 34-35
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd zei Jezus tot de leerlingen: “Nu is de Mensenzoon verheerlijkt en God is verheerlijkt in Hem. Als God in Hem verheerlijkt is zal God ook Hem in zichzelf verheerlijken, ja, Hij zal Hem spoedig verheerlijken. Kindertjes, nog maar kort zal Ik bij u zijn. Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
In het besef dat God ons liefheeft
durven wij nu vol vertrouwen
onze vragen en smeekbeden aan Hem voor te leggen.
Bidden wij voor allen die geroepen zijn
om leiding te geven in onze Kerk.
Dat zij hun ambt uitoefenen in dienstbaarheid en liefde.
Laat ons bidden…
Bidden wij voor de kinderen uit onze Odaparochie
die hun Eerste Heilige Communie ontvangen.
Wij bidden om geloof en hoop
voor alle gezinnen van onze parochie.
Laat ons bidden…
Bidden wij voor allen die in deze meimaand
een bedevaart maken of een Maria-plaats in onze omgeving bezoeken.
Dat deze pelgrimage hen tot zegen zal zijn.
Laat ons bidden…
Bidden wij voor onze zieken,
en voor alle mensen die om ons gebed hebben gevraagd.
Bidden we voor onze dierbare overledenen…
In een moment van stilte
bidden we voor onze eigen intenties
Laat ons bidden…
Vader van Barmhartigheid,
Gij weet wat wij nodig hebben.
Aan uw liefde vertrouwen wij ons volledig toe.
Wees voor ons een goede en trouwe God,
alle dagen tot in eeuwigheid.
Amen
VIERDE ZONDAG VAN PASEN 10 en 11 MEI 2025
ZONDAG VAN DE GOEDE HERDER / ROEPINGENZONDAG
EERSTE LEZING Hand., 13, 14. 43-52
Uit de Handelingen der Apostelen
In die dagen reisden Paulus en Barnabas langs Perge naar Antiochië in Pisidië, waar zij op de sabbat de synagoge binnengingen. Na afloop van de dienst in de synagoge liepen vele joden en godvrezende proselieten met Paulus en Barnabas mee; dezen spraken hen toe en drongen er bij hen op aan in de genade van God te volharden. De volgende sabbat kwam bijna de hele stad bijeen om naar het woord van God te luisteren. Bij het zien van die grote menigte werden de Joden zeer afgunstig en beantwoordden de uiteenzetting van Paulus met beschimpingen. Toen verklaarden Paulus en Barnabas in alle vrijmoedigheid: “Tot u moest wel het eerst het woord van God gesproken worden, maar omdat gij het afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig keurt, daarom richten wij ons voortaan tot de heidenen. Want aldus luidt de opdracht van de Heer tot ons: Ik heb u bestemd als een licht voor de heidenen, opdat gij redding zoudt brengen tot aan het uiteinde van de aarde.” Toen de heidenen dit hoorden waren zij verheugd en verheerlijkten het woord van God, en allen die tot het eeuwig leven waren voorbestemd namen het geloof aan. Het woord des Heren verbreidde zich door heel die streek, maar de Joden hitsten de godvrezende vrouwen op die uit de toonaangevende kringen kwamen en ook de voornaamste burgers uit de stad; zij veroorzaakten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en verjoegen hen uit hun gebied. Dezen schudden het stof van hun voeten ten teken dat zij met hen gebroken hadden en gingen naar Ikonium. De leerlingen echter waren vervuld van vreugde en van de heilige Geest.
Zo spreekt de Heer…
ANTWOORDPSALM uit psalm 100
Refrein: Wij zijn zijn kudde en zijn volk.
Juicht voor de Heer, alle landen, dient met blijdschap de Hee. Treedt onbezorgd voor zijn Aanschijn, waarlijk de Heer is God. Refrein
Hij is de Schepper en Meester, wij zijn kudde, zijn volk.
Eindeloos is zijn erbarmen, trouw van geslacht op geslacht. Refrein
TWEEDE LEZING Apok.,7,9.14b-17
Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes
Ik, Johannes zag een geweldige menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand. Toen zei een van de oudsten tot mij: “Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking, die hun gewaden hebben wit gewassen in het bloed van het Lam. Daarom staan zij voor de troon van God en dienen Hem dag en nacht in zijn tempel, en Hij die op de troon is gezeten zal zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen nooit meer honger of dorst lijden, geen zonnesteek of woestijngloed zal hen treffen, want het Lam in het midden van de troon zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.”
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Joh., 10, 27-30
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en ze volgen Mij. Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven. Mijn Vader immers die ze Mij gegeven heeft is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven. Ik en de vader, Wij zijn één.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
God heeft Jezus aangesteld tot Goede Herder over zijn volk.
Daarom bidden wij vol vertrouwen tot Hem:
Heer, wij danken U voor paus N. die Gij tot opvolger van de apostel Petrus hebt aangesteld en tot herder van heel uw Kerk.
Schenk hem de geest van wijsheid en sterkte, de geest van kennis en ontzag voor uw Naam om het christenvolk dat hem is toevertrouwd met toewijding te leiden op de weg van het geloof en bij te dragen tot de opbouw van de Kerk en het welzijn van velen in onze wereld.
Laat ons bidden…
Wij bidden U voor de herders van landen en volkeren.
Geef, Heer, dat zij niet uit zijn op eigen voordeel
maar het welzijn van allen nastreven.
Laat ons bidden…
Wij bidden voor alle mensen, jong en oud
die hun leven in dienst stellen van God en de mensen
als priester, diaken of religieus of anderszins.
Heer, moge allen die geroepen en gezonden zijn,
zich verenigen in liefde voor uw Naam.
Laat ons bidden…
Vandaag op Moederdag bidden we speciaal
om zegen over alle moeders;
die ons het leven schonken en hun liefde.
Dat wij hen nooit vergeten.
Laat ons bidden…
We bidden voor onze zieken
en voor allen die gevraagd hebben om ons gebed.
Voor onze dierbare overledenen, met name voor…
In stilte bidden we nu voor alles wat er leeft
in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
Heer, onze God,
met tedere goedheid leidt Gij uw Kerk
breng ons thuis bij U langs de weg
die de Goede Herder ons is voorgegaan,
Christus, onze Heer.
Amen.
DERDE ZONDAG VAN PASEN 4 MEI 2025
EERSTE LEZING Hand., 5, 27b-32. 40b-41
Uit de Handelingen der Apostelen
In die dagen ondervroeg de hogepriester de apostelen: “Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden in de naam van Jezus onderricht te geven? Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer. Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen.” Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord: “Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt, aan wie gij u vergrepen hebt door Hem aan het kruis te slaan. Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israël bekering en kwijtschelding van zonden te schenken. Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.” Maar men verbood de apostelen te spreken in de naam van Jezus en stelde hen in vrijheid. Zij verlieten de Hoge Raad, verheugd dat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van Jezus’ naam.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 30
Refrein: U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd.
U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd, Gij hebt mijn vijanden niet laten zegevieren. Heer, uit het dodenrijk hebt Gij mijn ziel verlost, Gij hebt mij losgemaakt van die ten grave dalen. Refrein
Bezingt de Heer dan met mij, al zijn vromen, en dankt zijn Naam die hoogverheven is. Zijn toorn duurt kort, maar zijn genade levenslang, de avond brengt geween, de ochtend blijdschap. Refrein
Heer, luister en ontferm u over mij, mijn God, sta mij terzijde met uw hulp.
Gij hebt mijn rouwklacht in een vreugdedans veranderd, U zal ik loven, Heer mijn God, in eeuwigheid. Refrein
TWEEDE LEZING Apok., 5, 11 – 14
Uit de Openbaring van de heilige apostel Johan nes
Ik, Johannes zag toe en hoorde de stem van talloze engelen rondom de troon en de stem van levende wezens en van de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen; en zij riepen luid: “Waardig is het Lam dat geslacht werd te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de kracht, en eer en heerlijkheid en lof.” En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en in de zee, het ganse heelal hoorde ik roepen: “Aan Hem die gezeten is op de troon en aan het Lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen!” En de vier levende wezens zeiden: “Amen.” En de oudsten vielen in aanbidding neer.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Joh., 21, 1-19
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd verscheen Jezus andermaal aan de leerlingen bij het meer van Tiberias. De verschijning verliep als volgt: Er waren bijeen Simon Petrus, Tomas die ook Didymus genoemd wordt, Natánaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee van zijn leerlingen. Simon Petrus zei tot hen: “Ik ga vissen.” Zij antwoordden: “Dan gaan wij mee.” Zij gingen dus op weg en klommen in de boot maar ze vingen die nacht niets. Toen het reeds morgen begon te worden stond Jezus aan het strand, maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. Jezus sprak hen aan: “Vrienden, hebben jullie soms wat vis?” “Neen,” zeiden ze. Toen beval Hij hun: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zult ge iets vangen.” Nadat ze dit gedaan hadden, waren ze niet meer bij machte het net op te halen vanwege de grote hoeveelheid vissen. Daarop zei de leerling van wie Jezus veel hield tot Petrus: “Het is de Heer!” Toen Simon Petrus hoorde dat het de Heer was trok hij zijn bovenkleed aan – want hij droeg slechts een onderkleed – en sprong in het meer. De andere leerlingen kwamen met de boot, want zij waren niet ver van de kust, slechts ongeveer tweehonderd el, en sleepten het net met de vissen achter zich aan. Toen zij aan land waren gestapt, zagen zij dat er een houtskoolvuur was aangelegd met vis erop en brood. Jezus sprak tot hen: “Haalt wat van de vis die gij juist ontvangen hebt.” Simon Petrus ging weer aan boord en sleepte het net aan land. Het was vol grote vissen, honderddrieënvijftig stuks en ofschoon het er zoveel waren, scheurde het net niet. Jezus zei hun: “Komt ontbijten.” Wetend dat het de Heer was durfde geen van de leerlingen Hem vragen: “Wie zijt Gij ?” Jezus trad dichterbij, nam het brood en gaf het hun en zo ook de vis. Dit was nu de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen sinds Hij uit de doden was opgestaan. Na het ontbijt zei Jezus tot Simon Petrus: “Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben?” Hij antwoordde: “Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin.” Jezus zei hem: “Weid mijn lammeren.” Nog een tweede maal zei Hij tot hem: “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?” En deze antwoordde: “Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin. Jezus hernam: “Hoed mijn schapen.” Voor de derde maal vroeg Hij: “Simon, zoon van Johan¬nes, hebt ge Mij lief?” Nu werd Petrus bedroefd, omdat Hij hem voor de derde maal vroeg: Hebt ge Mij lief? en hij zeide Hem: “Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U bemin. Daarop zei Jezus hem: “Weid mijn schapen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen ge jong waart deed ge zelf uw gordel om en gingt waarheen ge wilde, maar wanneer ge oud zijt zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt.” Hiermee zinspeelde Hij op de dood waardoor Hij God zou verheerlijken. En na deze woorden zei Hij hem: “Volg Mij.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Bidden wij tot de God die in Zijn barmhartigheid altijd naar ons luistert
Heer, wij bidden U voor de kardinalen die vanaf komende woensdag in Rome bijeenkomen voor het conclaaf. Vervul hen met de geest van inzicht, wijsheid, waarheid en vrede. Schenk in uw overgrote liefde aan onze Kerk een herder die, als opvolger van de apostel Petrus, U welgevallig is en voor ons een zegen zal zijn door zijn nooit aflatende zorg voor de gemeenschap van de Kerk en het welzijn van de wereld.
Laat ons bidden…
Voor allen die in deze dagen stilstaan
bij hen die in het geweld van de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen;
voor hen die vielen voor onze vrijheid.
Wij bidden ook voor allen die vandaag slachtoffer zijn van oorlog en geweld.
Dat hun leven en sterven niet tevergeefs is geweest.
Laat ons bidden…
Bidden wij ook uit dankbaarheid
voor het kostbare geschenk van de vrijheid
waarin wij mogen leven.
Dat wij er Gods liefde in ervaren en ook
zelf meewerken het gebod van de liefde voor te leven.
Laat ons bidden…
We bidden voor het welzijn van onze eigen Odaparochie,
voor onze zieken,
en voor allen die rekenen op ons gebed.
We bidden voor onze dierbare overledenen, met name voor…
In een moment van stilte leggen we aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
Heer God,
Bij U is een nieuw begin altijd mogelijk.
Laat uw liefde het richtsnoer zijn bij al ons handelen.
Dat wij elkaar de genade niet onthouden
die wij zelf van U verwachten.
Door Christus onze Heer.
TWEEDE ZONDAG VAN PASEN 26 en 27 APRIL 2025
BELOKEN PASEN
Eerste lezing Hand.,5, 12-16
Uit de Handelingen der Apostelen
Door de handen van de apostelen geschiedden er vele wondertekenen onder het volk. Allen waren eensgezind en kwamen tezamen in de Zuilengang van Salomo. Van de overigen durfde niemand zich bij hen te voegen, hoezeer het volk hen ook prees. Steeds meer geloofden er in de Heer; mannen zowel als vrouwen sloten zich in grote groepen bij hen aan. Men bracht zelfs de zieken op straat; ze werden neergelegd, de een op een bed, de ander op een draagbaar, in de hoop dat als Petrus voorbijging tenminste zijn schaduw op een van hen zou vallen. Zelfs uit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe. Zij brachten zieken mee en mensen die van onreine geesten te lijden hadden, en allen werden genezen.
Zo spreekt de Heer.
Antwoordpsalm uit psalm 118
Refrein:
Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig,
eindeloos is zijn erbarmen.
Stammen van Israël dankt de Heer, eindeloos is zijn erbarmen
Herhaalt het dienaren van de Heer, eindeloos is zijn erbarmen ! Refrein
De steen die de bouwers hebben versmaad die is tot hoeksteen geworden.
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt, wij zullen hem vieren in blijdschap.
Refrein
Ach Heer, geef ons uw heil, ach Heer, geef ons voorspoed.
Begeeft u in optocht met lovertakken, tot bij de horens van het altaar.
Refrein
Tweede lezing Apok., 1, 9-11a. 12-13. 17-19
Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes
Ik, Johannes, uw broeder en uw deelgenoot in de verdrukking en in het koninkrijk en de verwachting van Jezus, ik bevond mij op het eiland Patmos omwille van het woord Gods en het getuigenis over Jezus. Ik raakte in geestvervoering op de dag des Heren en hoorde achter mij een stem, luid als een trompet, die riep: “Schrijf op in een boek wat gij ziet. en stuur het aan de zeven kerken”. Ik keerde mij om om te zien wie mij had aangesproken. En toen ik mij omkeerde zag ik zeven gouden luchters, en tussen de luchters iemand als een Mensenzoon, gekleed in een gewaad dat tot de voeten reikte, het middel omgord met een gouden gordel. Toen ik Hem zag viel ik als dood voor zijn voeten. Maar Hij legde zijn rechterhand op mij en sprak: “Vrees niet. Ik ben het, de Eerste en de Laatste, de Levende. Ik was dood, en zie Ik leef in de eeuwen der eeuwen. En Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk. Schrijft dan op wat gij gezien hebt, en wat nu is en wat hierna geschieden zal.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Joh., 20, 19-31
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.”
Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.”
Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God!” Toen zei Jezus tot hem: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben. In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan welke niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.
Zo spreekt de Heer.
Voorbede
Laten wij bidden tot God, die zijn Zoon uit de doden
Heeft opgewekt en ons laat delen in zijn leven.
Heer, wij bidden U voor uw dienaar, Paus Franciscus,
die met liefde en toewijding uw Kerk heeft geleid.
Als een pelgrim van hoop is hij een teken
van uw barmhartigheid geweest in onze wereld.
Geef hem nu de eeuwige rust in uw koninkrijk,
voltooi het goede werk dat Gij in hem begonnen zijt.
Laat hem, met allen die aan zijn zorgen waren toevertrouwd,
het loon ontvangen dat Gij uw broeders en zusters hebt toegezegd.
Laat ons bidden…
Voor de gemeenschap van de Kerk,
dat zij in eensgezindheid de vreugde van Jezus’ verrijzenis verkondigt.
Geef Heer, dat alle mensen van goede wil in deze Paastijd
de rijkdom van uw barmhartigheid ervaren.
Laat ons bidden…
Bidden wij voor hen die niet in Christus geloven.
Voor hen die, zoals Thomas, twijfelen.
Dat uw heilige Geest hen met zijn licht vervult
en dat zij de wegen inslaan die leiden naar uw heil.
Laat ons bidden…
Voor Koning Willem-Alexander
die in de komende week zijn verjaardag viert
Wij bidden om wijsheid en zegen bij de vervulling van zijn hoge ambt.
Heer, moge onze Koning allen die in ons land wonen of verblijven
verenigingen in een geest van eensgezindheid en saamhorigheid.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna-thuis-huis,
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
Voor onze dierbare overleden, met name voor…
In stilte bidden we voor onze eigen intenties…
Heer Jezus Christus, U bent het gezicht van de onzichtbare God
wiens almacht zichtbaar wordt in vergeving en barmhartigheid.
Geef dat uw Kerk uw gelaat weerspiegelt in deze wereld
en dat wij in U, verrezen Heer,
het gezicht van de Onzichtbare God mogen herkennen.
Amen.
TWEEDE PAASDAG 21 april 2025
Eerste lezing Hand., 2, 14. 22-33
Uit de Handelingen der Apostelen
Op Pinksteren trad Petrus naar voren met de elf en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten: “Gij allen, Joodse mannen en bewoners van Jeruzalem, weet dit wel en luistert aandachtig naar mijn woorden. Jezus de Nazoreeër was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht: Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de strikken van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen; daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet zult overlaten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen. Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn. Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David dat hij gestorven en begraven is; we hebben immers zijn graf bij ons tot op deze dag. Welnu, omdat hij een profeet was, en wist, dat God hem een eed gezworen had dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen, zei hij met een blik in de toekomst over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen.
Zo spreekt de Heer.
Er is op Tweede Paasdag geen tweede lezing
Antwoordpsalm uit psalm 16
Refrein: Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht.
Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht. Gij zijt mijn Heer, ik erken het, ik vind geen geluk buiten U. De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker, Hij heeft mijn lot in zijn hand. Refrein
Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft. Hij spreekt ook des nachts in mijn hart. Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer, ik val niet, want Hij staat naast mij.
Refrein
Daarom ben ik vrolijk en blij van geest, daarom kan ik rustig gaan slapen. Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over, Gij levert uw dienaar niet uit aan het graf.
Refrein
Gij zult mij de weg van het leven wijzen om heel mijn vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde. Refrein
Evangelie Mt. 28, 8-15
Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
In die tijd gingen de vrouwen terstond weg van het graf, met vrees en grote vreugde, en haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen. En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zeide: “Weest gegroet.” Zij traden op Hem toe, omklemden zijn voeten en aanbaden Hem. Toen sprak Jezus tot hen: “Weest niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen dat zij naar Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien.” Terwijl de vrouwen nog onderweg waren, gingen enkelen van de bewakers naar de stad en berichtten aan de hogepriesters alles wat er was voorgevallen. Dezen hielden een bijeenkomst met de oudsten en, na overleg, gaven ze aan de soldaten een flinke som geld met de opdracht: “Zegt maar: Zijn leerlingen zijn Hem in de nacht komen stelen terwijl wij sliepen. En mocht dit soms de landvoogd ter ore komen, dan zullen wij hem wel kalmeren en er voor zorgen dat gij geen last krijgt.” Zij namen het geld aan en deden zoals hun voorzegt was. Dit verhaal is onder de Joden verder verteld tot op de dag van vandaag.
Zo spreekt de Heer.
Voorbede
Bidden wij tot God onze Vader door Jezus Christus,
de levende Heer, die zetelt aan zijn rechterhand:
Voor allen die door het doopsel Gods kinderen zijn geworden.
Laat alle christenen delen in de vreugde van Pasen,
in het bijzonder hen die eenzaam zijn of bedroeft.
Laat ons bidden…
Voor allen die vandaag willen getuigen van hun geloof.
Dat zij in werken van barmhartigheid Gods gelaat
zichtbaar maken in onze wereld.
Laat ons bidden…
Voor onze parochiegemeenschap
die hier samen is voor de viering van het Paasfeest.
Dat wij ons geloof met elkaar delen
om God één van hart, te kunnen dienen.
Laat ons bidden…
Voor hen die door het noodlot zijn getroffen.
Voor slachtoffers van oorlog en geweld.
Voor onze zieken en stervenden.
Wij bidden om Gods licht en vrede voor hen allen.
Laat ons bidden…
Voor allen die om ons gebed hebben gevraagd
en voor onze dierbare overledenen…
In stilte bidden we een moment voor onze eigen intenties…
Laat ons bidden…
Almachtige eeuwige God,
Gij hebt uw Zoon Jezus Christus uit de dood doen opstaan
en de apostelen aangesteld tot getuigen van de verrijzenis.
Wij bidden U:
dat ook wij in woord en daad getuigen zijn van het Paasmysterie
om er eens volledig deel aan te krijgen.
Door Christus onze Heer.
EERSTE PAASDAG 20 april 2025
EERSTE LEZING (Hand.10,34a.37-43)
Uit de Handelingen van de Apostelen.
In die tijd nam Petrus het woord en sprak: “Gij weet wat er overal in Judea gebeurd is; hoe Jezus van Nazaret zijn optreden begon in Galilea na het doopsel dat Johannes predikte, en hoe God Hem gezalfd heeft met de heilige Geest en met kracht. Hij ging weldoende rond en genas allen, die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem. En wij getuigen van alles wat Hij in het land van de Joden en in Jeruzalem gedaan heeft. Hem hebben ze aan het kruishout geslagen en vermoord. God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan en laten verschijnen, niet aan het hele volk, maar aan de getuigen die door God tevoren waren uitgekozen, aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben nadat Hij uit de doden was opgestaan. Hij gaf ons de opdracht aan het volk te prediken, en te getuigen dat Hij de door God aangestelde rechter is over de levenden en de doden. Van Hem leggen alle profeten het getuigenis af, dat ieder die in Hem gelooft, door zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgt.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 118
Refrein:
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt.
Wij zullen hem vieren in blijdschap.
Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, eindeloos is zijn erbarmen!
Stammen van Israël, dankt de Heer, eindeloos is zijn erbarmen! Refrein
De Heer greep in met krachtige hand, de hand van de Heer heeft mij opgericht.
Ik zal niet sterven maar blijven leven en alom verhalen het werk van de Heer.
Refrein
De steen die de bouwers hebben versmaad, die is tot hoeksteen geworden.
Het is de Heer, die dit heeft gedaan, een wonder voor onze ogen. Refrein
TWEEDE LEZING (Kol. 3, 1-4)
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse.
Broeders en zusters, als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Zint op het hemelse, niet op het aardse. Gij zijt immers gestorven en uw leven is nu met Christus verborgen in God. Christus is uw leven, en wanneer Hij verschijnt zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Joh., 20, 1-9
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena vroeg in de morgen – het was nog donker- bij het graf en zag dat de steen van het graf was weggerold. Zij liep snel naar Simon Petrus en naar de andere, de door Jezus beminde leerling en zei tot hen: “Ze hebben de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.” Daarop gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf. Ze liepen samen vlug voort, maar die andere leerling snelde Petrus vooruit en kwam het eerst bij het graf aan. Voorover bukkend zag hij de zwachtels liggen maar hij ging niet naar binnen. Simon Petrus die hem volgde kwam ook bij het graf en trad wel binnen. Hij zag dat de zwachtels er lagen, maar dat de zweetdoek die zijn hoofd had bedekt niet bij de zwachtels lag, maar ergens afzonderlijk opgerold op een andere plaats. Toen ging ook de andere leerling die het eerst bij het graf was aangekomen naar binnen; hij zag en geloofde want zij hadden nog niet begrepen hetgeen er geschreven stond, dat Hij namelijk uit de doden moest opstaan.
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Bidden wij tot God onze Vader
die Jezus op de derde dag heeft doen opstaan.
Wees op dit hoogfeest van Pasen de gemeenschap van de Kerk nabij
en laat alle gedoopten samenleven in eenheid en liefde.
Dat wij in blijdschap ons Paasgeloof uitdragen en belijden.
Laat ons bidden…
Breng door het Licht van Pasen vrede in onze wereld.
Dat het feest van de verrijzenis bevrijding brengt
aan wie lijden onder oorlogsgeweld, onrecht en verdrukking.
Laat ons bidden…
Om troost en kracht voor allen die lijden aan het leven:
zieken, eenzamen, hen die hongeren naar hun dagelijks brood.
Dat de boodschap van Pasen hoop geeft aan wie wanhoopt.
Laat ons bidden…
Geef de vreugde van het geloof aan wie zoekende zijn.
Dat zij met de apostel Paulus zoeken naar het hemelse
en door het Licht van Pasen ‘zien en geloven’.
Laat ons bidden…
We bidden voor de intenties van onze eigen parochiegemeenschap…
In een moment van stilte leggen we aan God voor
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
Almachtige eeuwige God,
op de derde dag hebt Gij uw Zoon doen opstaan
en Hem doen verschijnen aan uitverkoren getuigen.
Wij bidden U: dat wij zoeken wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan uw rechterhand,
en dat wij niet zinnen op het aardse,
maar op het hemelse, zodat ons leven geborgen is in U.
Door Christus onze Heer.
PAASWAKE 19 april 2025
LEZING 1 Gen. 1,1.26-31a
Uit het Boek Genesis
In het begin schiep God de hemel en de aarde.
God sprak:
„Nu gaan wij de mens maken, als beeld van ons, op ons gelijkend;
hij zal heersen over de vissen van de zee,
de vogels van de lucht,
over de tamme dieren, over alle wilde beesten
en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”
En God schiep de mens als zijn beeld;
als het beeld van God schiep Hij hem;
man en vrouw schiep Hij hen.
God zegende hen en God sprak tot hen:
„Weest vruchtbaar en wordt talrijk;
bevolkt de aarde en onderwerpt haar;
heerst over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht
en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”
En God sprak:
„Hierbij geef Ik alle zaadvormende gewassen
op de hele aardbodem aan u
en alle bomen met zaaddragende vruchten;
zij zullen u tot voedsel dienen.
Maar aan alle wilde beesten,
aan alle vogels van de lucht en aan alles wat over de grond kruipt,
aan al wat dierlijk leven heeft geef Ik het groene gras als voedsel.”
Zo gebeurde het.
God bezag alles wat Hij gemaakt had
en Hij zag dat het heel goed was.
LEZING 2 Ex. 14,15-15,1
Uit het Boek Exodus
In die dagen sprak de Heer tot Mozes: „Wat roept gij Mij toch. „Beveel de Israëlieten verder te trekken. „Gij zelf moet uw hand opheffen, uw staf uitstrek-ken over de zee en ze in tweeën splijten. „Dan kunnen de Israëlieten over de droge bodem door de zee trekken. „Ik ga de Egyptenaren halsstarrig maken zodat zij hen achterna gaan. „En dan zal Ik mij verheerlijken ten koste van Farao en heel zijn legermacht, zijn wagens en zijn wagenmenners. De Egyptenaren zullen weten dat Ik de Heer ben, als Ik mij verheerlijk ten koste van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners. De engel van God die aan de spits van het leger der Israëlieten ging, veranderde van plaats en stelde zich achter hen op, tussen het leger van de Egyptenaren en het leger van de Israëlieten. De wolk bleef die nacht donker zodat het heel die nacht niet tot een treffen kwam. Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee en de Heer deed die hele nacht door een sterke oostenwind de zee terugwijken. Hij maakte van de zee droog land en de wateren spleten vaneen. Zo trokken de Israëlieten over de droge bodem de zee door, terwijl de wateren links en rechts een wand vormden. De Egyptenaren zetten de achtervolging in; alle paarden van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners gingen achter de Israëlieten aan de zee in. Tegen de morgen-wake richtte de Heer zijn blikken vanuit de wolkkolom en de vuurzuil op de legermacht van de Egyptenaren en bracht ze in verwarring. Hij liet de wielen van de wagens scheeflopen zodat ze slechts met moeite vooruit kwamen. De Egyptenaren riepen uit: „Laten we vluchten voor de Israëlieten, want de Heer strijdt voor hen tegen ons.” Toen sprak de Heer tot Mozes: „Strek uw hand uit over de zee dan zal het water terugstromen over de Egyptenaren en hun wagens en wagenmenners.” Mozes strekte zijn hand uit over de zee en toen het licht begon te worden vloeide de zee naar haar gewone plaats terug. Daar de Egyptenaren er tegen in vluchtten dreef de Heer hen midden in de zee. Het water vloeide terug en overspoelde wagens en wagenmenners, heel de strijdmacht van Farao die de Israëlieten op de bodem van de zee achterna waren gegaan. Niet één bleef gespaard. De Israëlieten daarentegen waren over de droge bodem door de zee heengetrokken, terwijl de wateren links en rechts van hen een wand vormden. Zo redde de Heer op deze dag Israël uit de greep van Egypte; Israël zag de Egyptenaren dood op de kust liggen. Toen Israël het machtige optreden van de Heer tegen Egypte gezien had, kreeg het volk ontzag voor de Heer: Zij stelden vertrouwen in de Heer en in Mozes zijn dienaar. Toen hieven Mozes en de Israëlieten ter ere van de Heer een lied aan.
Woord van de Heer.
Alleluia
LEZING 3 Rom., 6, 3-11
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome
Broeders en zusters,
Gij weet toch dat de doop waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus
ons heeft doen delen in zijn dóód? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt. Zijn wij één met Hem geworden door het beeld van zijn dood dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding, in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is; daardoor is aan het bestaan in de zonde een einde gekomen, zodat wij niet langer aan de zonde dienstbaar zijn. Want wie gestorven is is rechtens vrij van de zonde. Indien wij dan met Christus gestorven zijn geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven; want wij weten dat Christus, eenmaal van de doden verrezen, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem. Door de dood die Hij gestorven is heeft Hij eens voor al afgerekend met de zonde; het leven dat Hij leeft heeft alleen met God van doen. Zo moet ook gij uzelf beschouwen: als dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus.
Woord van de Heer.
EVANGELIE Lc., 24, 1-12
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Op de eerste dag van de week gingen de vrouwen zeer vroeg in de morgen naar het graf, met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden. Zij vonden de steen weggerold van het graf, gingen er binnen maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet. Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken, stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed. Toen zij van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: „Waarom zoekt ge de levende onder de doden ? „Hij is niet hier, Hij is verrezen. „Herinnert u hoe Hij nog in Galilea tot u gezegd heeft: De Mensenzoon moet overgeleverd worden in zondige mensenhanden en Hij moet aan het kruis worden geslagen, maar op de derde dag zal Hij verrijzen.” Zij herinnerden zich zijn woorden, ze keerden van het graf terug en brachten dit alles over aan de elf en aan al de anderen. Het waren Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus; de andere vrouwen die met hen waren vertelden aan de apostelen hetzelfde. Maar dat verhaal leek de apostelen beuzelpraat en zij geloofden hen niet. Toch liep Petrus ijlings naar het graf; hij bukte zich voorover maar zag alleen de zwachtels. Daarop ging hij terug, verbaasd nadenkend over hetgeen er gebeurd was.
Woord van de Heer.
Voorbede
God, de Vader van alle leven, heeft Jezus uit de dood opgewekt.
Verzameld in zijn Geest willen wij nu bidden:
Voor allen die deze nacht het Paasfeest vieren.
Dat zij opstaan en getuigen van hun geloof
door barmhartig te zijn zoals de Vader.
Laat ons bidden…
Voor hen die leven in gebieden van honger, oorlog of geweld.
Dat het Licht van Christus hen hoop en vrede brengt.
Laat ons bidden…
Voor alle mensen die gevangen zitten in kwaad en duisternis.
Dat het Licht van de Verrezen Heer hen mogen verlichten.
Laat ons bidden…
Voor allen die getroffen zijn door de corona-crisis
of die moedeloos zijn geworden.
Dat de Verrezen Christus ons opricht.
Laat ons bidden…
God van alle Leven,
verdrijf alle angst en duisternis,
en verlicht ons met uw Licht.
Laat ons groeien naar de gestalte van Jezus,
uw geliefde Zoon,
die uit de dood is opgestaan
en bij U leeft in de kracht van de heilige Geest,
nu en tot in eeuwigheid.
Goede Vrijdag 18 april 2025
EERSTE LEZING Jes., 52, 13-53, 12
Uit de Profeet Jesaja
Zie mijn dienaar zal succesvol handelen, hij zal worden verhoogd en verheven en zeer verheerlijkt. Zoals velen over hem ontsteld hebben gestaan zo misvormd was hij, zo onmenselijk van voorkomen en zijn schoonheid beneden die van mensenkinderen. Zo zal hij vele volkeren slaan met verbazing, koningen zullen hun mond voor hem sluiten, want wat hun niet verteld is aanschouwen zij en wat zij niet hebben gehoord, zien zij in. Wie kon geloven wat wij hebben gehoord en over wie is de arm van de Heer zichtbaar geworden? Hij is geprezen als een alleenstaande loot en als een wortel uit dorre grond; hij had gestalte noch luister, zodat wij naar hem konden zien, geen voorkomen zodat wij hem zouden kunnen begeren. Veracht en door de mensen verstoten, Man van smarten en door lijden gerijpt; als een die zijn gelaat voor ons heeft verborgen, veracht en door ons niet geteld. Toch waren het onze pijnen die hij droeg onze smarten die hij op zich nam. Wij daarentegen beschouwden hem als een getroffene, als iemand die door God is geslagen en vernederd. Hij is echter doorboord om onze zonden, mishandeld om onze misdaden, want op hem rust de straf voor ons heil en door zijn striemen is er genezing voor ons. Wij allen dwaalden als een kudde, ieder ging zijn eigen weg; de Heer liet op hem neerkomen de misdaad van ons allen. Men mishandelde hem en hij heeft het aanvaard, hij heeft zijn mond niet geopend. Als het lam dat naar de slachtbank geleid wordt en als het schaap dat voor zijn scheerder verstomt, zo heeft hij zijn mond niet geopend. Door een gewelddadige rechtspraak is hij weggerukt. Wie is er nog die denkt aan zijn leven? Hij is immers weggenomen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk tot de dood toe geslagen. Men geeft hem een graf bij de misdadigers en bij de rijken een rustplaats ofschoon hij geen onrecht gepleegd heeft en er geen bedrog is geweest in zijn mond. Het heeft de Heer behaagd hem met slagen te pijnigen. Al brengt hij zichzelf ten offer toch zal hij een nageslacht zien, zijn dagen verlengen en de wens van de Heer zal door zijn hand vervuld worden. Om zijn zwoegen zal hij licht zien en worden verzadigd. Door zijn inzicht zal mijn dienaar als rechtvaardige velen rechtvaardigen en hun misdaden zal hij op zich Iaden. Daarom zal Ik hem deel geven onder de groten,
en met machtigen zal hij de buit verdelen omdat hij zijn ziel prijsgaf aan de dood en onder de zondaars gerekend is. Hij draagt immers de zonden van velen en is voor de zondaars een voorspraak.
ANTWOORDPSALM uit psalm 31
Refrein: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.
Bij U, Heer, zoek ik mijn toevlucht, stel mijn toch nimmer teleur. Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen. Gij zult mij beschermen, getrouwe God.
Mijn vijanden drijven de spot met mij, mijn buren lachen mij uit. Men is mij vergeten als was ik dood, ik ben al gebroken huisraad.
Toch blijf ik op U vertrouwen, Heer, steeds zeg ik: Gij zijt mijn God. Gij hebt mijn lot in uw hand, bevrijd mij van mijn vervolgers.
Laat over uw dienaar uw Aanschijn stralen, red mij door uw genade. Schept moed en weest onverschrokken gij allen die hoopt op de Heer.
TWEEDE LEZING Hebr., 4, 14-16; 5, 7-9
Uit de brief aan de Hebreeën
Broeders en zusters, Nu wij een verheven hogepriester hebben, een die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, nu moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. Want wij hebben een hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden. Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp. In de dagen van zijn sterfelijk leven heeft Hij onder luid geroep en geween gebeden en smekingen opgedragen aan God die Hem uit de dood kon redden. Om zijn vroomheid is Hij verhoord: hoewel Hij Gods Zoon was heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd; en toen Hij het einde had bereikt is Hij voor allen die Hem gehoorzamen oorzaak geworden van eeuwig heil.
EVANGELIE Joh., 18,1 – 19, 42
Het lijdensverhaal van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd ging Jezus met zijn leerlingen naar buiten,
naar de overkant van de beek Kedron.
Daar was een boomgaard die Hij met zijn leerlingen binnenging.
Maar ook Judas die Hem zou overleveren kende deze plaats
omdat Jezus er dikwijls met zijn leerlingen was samengekomen.
Zo kwam Judas daarheen
met de afdeling soldaten
en met dienaars van de hogepriesters en Farizeeën,
voorzien van lantaarns, fakkels en wapens.
Jezus, die alles wist wat over Hem ging komen,
trad naar voren en zei tot hen:
„Wie zoekt gij?”
Zij antwoordden Hem:
„Jezus de Nazoreeër.”
Jezus zei hun:
„Dat ben Ik.”
Ook Judas, zijn verrader, bevond zich bij hen.
Nauwelijks had Jezus hun gezegd: Dat ben Ik,
of zij weken achteruit en vielen op de grond.
Nog eens vroeg Hij hun:
„Wie zoekt gij ?”
Zij zeiden:
„Jezus de Nazoreeër.”
Jezus antwoordde:
„Ik heb u gezegd dat Ik het ben.
„Als gij Mij zoekt, Iaat deze mensen dan gaan.”
Vervuld moest worden wat Hij gezegd had:
Niemand van hen die Gij Mij gegeven hebt
liet Ik verloren gaan.
Maar Simon Petrus had een zwaard bij zich.
Hij trok het en verwondde daarmee de knecht van de hogepriester
door hem het rechteroor af te slaan.
De naam van die knecht was Malchus.
Jezus echter sprak tot Petrus:
„Steek dat zwaard in de schede; zou Ik de beker niet drinken
die mijn Vader Mij gegeven heeft?”
De afdeling met de bevelhebber en de dienaars van de Joden
grepen toen Jezus vast, boeiden Hem
en brachten Hem eerst naar Annas.
Deze was namelijk de schoonvader van Kájafas
die dat jaar hogepriester was,
dezelfde Kájafas die aan de Joden de raad had gegeven:
Het is beter dat er één mens sterft voor het volk.
Simon Petrus en nog een andere leerling volgden Jezus.
Die leerling nu was een bekende van de hogepriester
en zo ging hij tegelijk met Jezus
het paleis van de hogepriester binnen,
terwijl Petrus buiten de poort bleef staan.
Die andere leerling, de bekende van de hogepriester,
kwam naar buiten,
sprak met de portierster en bracht Petrus naar binnen.
Het meisje dat aan de poort stond vroeg Petrus:
„Ben je ook niet een van de leerlingen van die man?”
Hij zei:
„Welnee.”
Omdat het koud was hadden de knechten en dienaars
een houtskoolvuur aangelegd en stonden zich te warmen.
Ook Petrus stond bij hen en warmde zich.
De hogepriester
ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en zijn leer.
Jezus antwoordde hem:
„Ik heb openlijk tot de wereld gesproken.
„Ik heb altijd onderricht gegeven
in een synagoge of in de tempel
waar alle joden bijeenkomen
en er is niets wat Ik in het geheim heb gesproken.
„Waarom ondervraagt gij Mij?
„Ondervraag de mensen
die gehoord hebben wat Ik hun heb verkondigd.
„Die weten goed wat Ik heb gezegd.”
Op dit woord gaf een van de dienaars die naast Hem stond
Jezus een klap in het gezicht en voegde Hem toe:
„Antwoordt Gij zo de hogepriester?”
Jezus antwoordde hem:
„Indien Ik iets verkeerds gezegd heb
verklaar dan wat er verkeerd in was;
maar indien het goed was
waarom slaat gij Mij?”
Daarop zond Annas Hem geboeid naar de hogepriester Kájafas.
Simon Petrus stond zich te warmen toen iemand hem vroeg:
„Ben ook jij niet een van zijn leerlingen?”
Hij ontkende het en zei:
„Welneen.”
Maar een van de knechten van de hogepriester,
een bloedverwant van de man
wie Petrus het oor had afgeslagen zei:
„Heb ik je niet in de boomgaard bij Hem gezien?”
Petrus ontkende het opnieuw
en meteen begon er een haan te kraaien.
Toen brachten ze Jezus
van het huis van Kájafas naar het pretorium.
Het was vroeg in de morgen.
Zelf gingen zij het pretorium niet binnen
want ze moesten het paasmaal kunnen eten
en mochten zich daarom niet verontreinigen.
Daarom kwam Pilatus naar buiten en vroeg hun:
„Welke beschuldiging brengt gij tegen deze man in?”
Zij gaven hem ten antwoord:
„Als dit geen misdadiger was
zouden wij Hem niet aan u hebben overgeleverd.”
Daarop zei Pilatus:
„Neemt Hem dan zelf en vonnist Hem volgens uw Wet!”
De Joden antwoordden hem:
„Wij missen het recht om iemand ter dood te brengen.”
Zo zou Jezus’ woord in vervulling gaan
waarmee Hij had aangeduid welke dood Hij zou sterven.
Nu ging Pilatus het pretorium binnen,
riep Jezus bij zich en zei tot Hem:
„Zijt Gij de koning der Joden?”
Jezus antwoordde hem:
„Zegt gij dit uit uzelf
of hebben de anderen u over Mij gesproken?”
Pilatus gaf ten antwoord:
„Ben ik soms een Jood ?
„Uw eigen volk en de hogepriesters
hebben U aan mij overgeleverd.
„Wat hebt Gij gedaan?”
Jezus antwoordde:
„Mijn koningschap is niet van deze wereld.
„Zou mijn koningschap van deze wereld zijn
dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben
dat Ik niet aan de Joden werd uitgeleverd.
„Mijn koningschap is evenwel niet van hier.”
Pilatus hernam:
„Gij zijt dus toch koning?”
Jezus antwoordde:
„Ja, koning ben Ik.
„Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen
om getuigenis af te leggen van de waarheid.
„Alwie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”
Pilatus zei tot Hem:
„Wat is waarheid ?”
Na die woorden ging hij weer naar buiten tot de Joden en zei:
„Ik vind hoegenaamd geen schuld in Hem.
„Maar er bestaat onder u de gewoonte
dat ik met Pasen iemand vrijlaat.
„Wilt gij dus dat ik u de koning der Joden vrijlaat?”
Toen begonnen ze opnieuw te schreeuwen:
„Neen, Die niet maar Barabbas !”
Barabbas was een rover.
Toen liet Pilatus Jezus geselen.
De soldaten vlochten een kroon van doorntakken,
zetten Hem die op het hoofd
en wierpen Hem een purperen mantel om.
Ze traden op Hem toe en zeiden:
„Gegroet, koning der Joden !”
En zij sloegen Hem in het gezicht.
Pilatus ging weer naar buiten en zei tot hen:
„Ziehier, ik breng Hem naar buiten om u te doen weten
dat ik volstrekt geen schuld in Hem vind.”
Jezus kwam dus naar buiten
terwijl Hij nog de doornenkroon en de purperen mantel droeg.
Pilatus zei tot hen:
„Ziehier de mens.”
Maar toen de hogepriesters en hun dienaars Hem zagen
schreeuwden ze:
„Kruisigen, kruisigen !” ‘
Pilatus zei hun:
„Neemt gij Hem dan en kruisigt Hem want ik vind geen schuld in Hem.”
De Joden antwoordden hem:
„Wij hebben een Wet
en volgens die Wet moet Hij sterven
omdat Hij zich voor Gods Zoon heeft uitgegeven.”
Toen Pilatus dit hoorde werd hij nog meer bevreesd.
Hij ging het pretorium weer binnen en sprak tot Jezus:
„Waar zijt Gij vandaan?”
Jezus gaf hem echter geen antwoord.
Daarom zei Pilatus:
„Gij spreekt niet tegen mij ?
„Weet Ge dan niet dat ik de macht heb om vrij te spreken
maar ook de macht heb om U te kruisigen?”
Jezus antwoordde:
„Ge zoudt volstrekt geen macht over Mij hebben
als u die niet van boven gegeven was.
„Daarom is de zonde van hem die Mij aan u heeft overgeleverd groter.”
Van dit ogenblik af
wilde Pilatus ertoe overgaan Hem vrij te laten.
Maar de Joden schreeuwden:
„Als ge die man vrijlaat zijt ge geen vriend van de keizer.
„Wie zich voor koning uitgeeft
komt in verzet tegen de keizer.”
Toen Pilatus hen dit hoorde roepen
liet hij Jezus naar buiten brengen
en ging op de rechtersstoel zitten,
op de plaats die Litóstrotos heet, in het Hebreeuws Gabbata.
Het was de voorbereidingsdag voor Pasen,
ongeveer het zesde uur.
Hij zei tot de Joden:
„Hier is uw koning.”
Maar zij schreeuwden:
„Weg, weg met Hem ! Kruisig Hem !”
Pilatus vroeg:
„Zal ik dan uw koning kruisigen?”
De hogepriesters antwoordden:
„Wij hebben geen andere koning dan de keizer!”
Toen leverde hij Hem aan hen uit om de kruisdood te ondergaan,
en zij namen Hem over.
Zelf zijn kruis dragend
trok Jezus de stad uit naar wat de Schedelplaats heet,
in het Hebreeuws Golgota.
Daar sloegen zij Hem aan het kruis,
en met Hem nog twee anderen,
aan elke kant een en Jezus in het midden.
Pilatus had ook een opschrift laten maken
en op het kruis doen aanbrengen.
Het luidde: Jezus, de Nazoreeër, de koning van de Joden.
Vele Joden lazen dit opschrift,
want de plaats waar Jezus gekruisigd werd lag dicht bij de stad.
Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks.
De hogepriesters van de Joden nu zeiden tot Pilatus:
„Ge moest er niet op zetten: ‘de koning van de Joden’ maar:
Hij heeft gezegd: Ik ben de koning van de Joden’.”
Pilatus antwoordde:
„Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.”
Toen de soldaten Jezus gekruisigd hadden,
namen ze zijn kleren en deelden ze in vieren,
voor iedere soldaat een deel.
Ze namen ook de lijfrok
die echter zonder naad was, aan één stuk geweven van bovenaf.
Daarom zeiden ze tot elkaar:
„Laten we die niet scheuren
maar er om loten wie hem krijgt.”
Aldus moest de Schrift vervuld worden:
Zij verdeelden mijn kleren onder elkaar en dobbelden om mijn gewaad.
Terwijl de soldaten hiermee bezig waren
stonden bij Jezus’ kruis zijn moeder,
de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas,
en Maria Magdalena.
Toen Jezus zijn moeder zag
en naast haar de leerling die Hij liefhad zei Hij tot zijn moeder:
„Vrouw, zie daar uw zoon.”
Vervolgens zei Hij tot de leerling:
„Zie daar uw moeder.”
En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis.
Hierna, wetend dat nu alles was volbracht
zei Jezus, opdat de Schrift vervuld zou worden:
„Ik heb dorst.”
Er stond daar een kruik vol zure wijn.
Ze doopten er een spons in,
staken die op een hysopstengel en brachten die aan zijn mond.
Toen Jezus van de zure wijn genomen had, zei Hij:
„Het is volbracht.”
Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest.
Aangezien het voorbereidingsdag was en de Joden niet wilden
dat de lichamen op sabbat aan het kruis bleven
– het was bovendien een grote sabbat –
vroegen zij aan Pilatus verlof
de benen van de gekruisigden te breken en hen weg te nemen.
Daarom kwamen de soldaten
en sloegen
zowel bij de ene als bij de andere die met Hem was gekruisigd
de benen stuk.
Toen zij echter bij Jezus kwamen
en zagen dat Hij reeds dood was sloegen zij Hem de benen niet stuk,
maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans;
terstond kwam er bloed en water uit.
Die het gezien heeft getuigt hiervan;
zijn getuigenis is waar
en hij weet dat hij de waarheid zegt,
opdat ook gij zoudt geloven.
Dit is gebeurd opdat de Schrift zou vervuld worden:
Van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld,
terwijl nog een ander Schriftwoord zegt:
Zij zullen opzien naar Hem die zij hebben doorstoken.
Jozef van Arimatéa, die een leerling was van Jezus
maar in het geheim uit vrees voor de Joden,
vroeg daarna aan Pilatus
het lichaam van Jezus te mogen wegnemen.
Toen Pilatus dit had toegestaan
ging hij dus heen en nam het lichaam weg.
Nikodémus, die Hem vroeger ’s nachts bezocht had,
kwam ook en bracht een mengsel van mirre en aloë mee,
ongeveer honderd pond.
Zij namen het lichaam van Jezus
en wikkelden het met de welriekende kruiden in zwachtels,
zoals bij een Joodse begrafenis gebruikelijk is.
Op de plaats waar Hij gekruisigd werd lag een tuin
en in die tuin een nieuw graf
waarin nog nooit iemand was neergelegd.
Vanwege de voorbereidingsdag van de Joden
en omdat het graf dichtbij was
legden zij Jezus daarin neer.
Voorbede
Broeders en zusters, laten wij aansluitend aan het verkondigde Woord van de Heer ons in de voorbede van deze Goede Vrijdag richten tot onze almachtige en barmhartige hemelse Vader, de Schepper van al wat bestaat. Bidden wij voor het heil van Kerk en wereld, vooral in deze tijd van oorlog en beproeving, dat allen de reddende nabijheid van de Heer mogen ervaren.
I Voor de heilige kerk
Laten wij bidden, broeders en zusters, voor de heilige kerk:
dat onze God en Heer haar over heel de wereld vrede en eenheid brengt;
dat in ons leven tijden van rust en stilte komen
tot verheerlijking van God, de almachtige Vader.
Almachtige eeuwige God,
in Christus hebt Gij uw heerlijkheid aan alle volken geopenbaard.
Waak over het werk van uw barmhartigheid,
geef dat uw kerk, verspreid over heel de wereld,
standhoudt in de belijdenis van uw Naam. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.
II Voor de paus
Laten wij ook bidden voor onze heilige vader, paus Franciscus
die door onze God en Heer is uitverkoren tot het bisschopsambt:
dat hij gespaard blijft om leiding te geven aan de kerk, het heilig volk van God.
Almachtige eeuwige God, alles wat bestaat steunt op uw raadsbesluit.
Luister naar ons gebed:
bewaar in uw liefde de paus die Gij over ons hebt aangesteld.
Moge het christenvolk, dat door U wordt bestuurd,
onder zijn leiding altijd toenemen in geloof. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.
III Voor de gehele geestelijkheid en alle gelovigen
Laten wij ook bidden voor onze bisschop Gerardus, voor zijn hulpbisschop Robertus,
voor alle bisschoppen, priesters en diakens van de kerk (pastoraal werkenden en catechisten) en voor heel het gelovige volk.
Almachtige eeuwige God, door uw Geest leidt en heiligt Gij allen
die tot de kerk behoren, het Lichaam van de Heer.
Verhoor ons gebed voor al uw gewijde dienaren:
dat ieder, naar de genade die Gij hem hebt geschonken,
U dient in geloof en trouw. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.
IV Voor de doopleerlingen
Laten wij ook bidden voor hen die zich op het doopsel voorbereiden:
dat onze God en Heer hun oren opent om met hun hart zijn woord te verstaan,
en hun de deur ontsluit van zijn barmhartigheid;
dat zij door de wedergeboorte in het waterbad vergiffenis verkrijgen van alle zonden en geborgen zijn in Christus Jezus, onze Heer.
Almachtige eeuwige God,
Gij zegent steeds de kerk met nieuwe christenen.
Breng de doopleerlingen geloof en inzicht bij.
Geef dat zij herboren worden uit het water van het doopsel
en in de gemeenschap worden ingelijfd van hen
die Gij als uw kinderen hebt aangenomen. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.
V Voor de eenheid van alle christenen
Laten wij ook bidden
voor al onze broeders en zusters die in Christus geloven:
dat onze God en Heer hen die trouw zijn aan de waarheid
samenbrengt en in zijn ene kerk bewaart.
Almachtige eeuwige God,
die verdeeld zijn brengt Gij weer samen,
die samen zijn bewaart Gij in uw vrede.
Zie genadig naar de kudde van uw Zoon:
verenig allen die door één doopsel zijn geheiligd in oprecht geloof,
en verbind hen door één band van liefde in Christus Jezus onze Heer.
allen: Amen.
VI Voor het Joodse volk
Laten wij ook bidden voor het Joodse volk
dat door onze God en Heer het eerst is aangesproken:
dat Hij het groot maakt in liefde voor zijn heilige Naam,
in trouw aan zijn Verbond.
Almachtige eeuwige God,
Gij hebt uw beloften toevertrouwd aan Abraham en aan zijn volk.
Verhoor genadig de gebeden van uw kerk:
dat het volk dat Gij het eerst hebt uitverkoren,
tot de volheid van de verlossing komt.
Door Christus onze Heer.
allen: Amen.
VII Voor allen die niet in Christus geloven
Laten wij ook bidden voor hen die niet in Christus geloven:
dat de heilige Geest hen met zijn licht vervult
en dat zij de wegen inslaan die leiden naar het heil.
Almachtige eeuwige God,
geef dat zij die zonder Christus te kennen in uw ogen eerlijk door het leven gaan, de waarheid vinden;
en dat wij altijd groeien in wederzijdse liefde,
meer ontvankelijk worden voor het mysterie van uw leven
en voor de wereld beter getuigen van uw goedheid. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.
VIII Voor allen die niet in God geloven
Laten wij ook bidden voor hen die niet in God geloven:
dat zij met een oprecht hart ingaan op wat goed is
en eenmaal bij God uitkomen.
Almachtige eeuwige God,
Gij hebt de mensen zo gemaakt dat zij in hun verlangens U altijd zoeken
en tot rust komen als zij U vinden.
Wij vragen U dat allen, ondanks de vele hindernissen,
de tekenen verstaan van uw liefde
en het getuigenis van de goede werken van uw gelovigen;
en dat zij eenmaal U, God, één en waarachtig,
vol vreugde onze Vader noemen.
Door Christus onze Heer.
allen: Amen.
IX Voor de regeringsleiders
Laten wij ook bidden voor de regeringsleiders:
dat onze God en Heer hun hart en geest richt naar zijn wil,
zodat iedereen mag leven in vrijheid en echte vrede.
Almachtige eeuwige God, het leven van de mensen ligt in uw hand
en voor de rechten van de volken staat Gij borg.
Sta onze regeringsleiders bij en geef dat overal ter wereld
onder alle volkeren voorspoed en blijvende vrede heersen
en vrijheid van godsdienst. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.
X Voor allen die in nood verkeren
Laten wij bidden, broeders en zusters, tot God, de almachtige Vader:
dat Hij de wereld van dwaling zuivert, gevaarlijke ziekten en hongersnood verdrijft,
gevangenissen ontsluit en boeien verbreekt,
een thuis schenkt aan ontheemden, veiligheid aan hen die onderweg zijn,
genezing voor zieken, en voor de stervenden eeuwig heil.
Almachtige eeuwige God,
Gij zijt vertroosting voor de bedroefden
en sterkte voor hen die het moeilijk hebben.
Laat hun gebeden tot U doordringen,
uit welke nood zij ook roepen.
Dat zij tot hun vreugde
de hulp ondervinden van uw barmhartigheid
in al hun beproevingen.
Door Christus onze Heer.
allen: Amen.
WITTE DONDERDAG 17 april 2025
EERSTE LEZING (Ex.12, 1-8.11-14)
Uit het boek Exodus.
In die dagen richtte de Heer het woord tot Mozes en Aäron in Egypte, en sprak: Deze maand moet gij beschouwen als de beginmaand, als de eerste maand van het jaar. Maak aan heel de gemeenschap van Israël het volgende bekend. Op de tiende van deze maand moet ieder gezin een lam uitkiezen, ieder huis een lam. Als een gezin te klein is voor een lam, dan moeten ze, rekening houdend met het aantal personen, samen doen met hun naaste buurman. Bij het ver-delen van het lam moet rekening gehouden worden met ieders eetlust. Het lam moet gaaf zijn, van het mannelijk geslacht en eenjarig. Ge kunt er een schaap of een geit voor nemen. Ge moet de dieren vasthouden tot aan de veertiende van de maand. Dan moet heel de verzamelde gemeenschap van Israël ze slachten in de avondschemering. Vervolgens moet ge wat bloed nemen en dat uitstrijken over de beide deurposten en over de bovenbalk van de deur van alle huizen waar het lam gegeten wordt. In dezelfde nacht moet het vlees gegeten worden, op het vuur gebraden. Het moet gegeten worden met ongezuurd brood en bittere kruiden. En dit is de wijze waarop gij het lam moet eten: uw lendenen omgord, uw voeten geschoeid en uw stok in de hand. Haastig moet ge eten, want het is pasen voor de Heer. Deze nacht zal Ik door Egypte gaan en alle eerstgeborenen van Egypte, zowel mensen als dieren, zal Ik slaan. Aan alle goden van Egypte zal Ik het vonnis voltrekken. Maar het bloed aan de huizen zal een teken zijn, dat gij daar woont. Als Ik het bloed aan uw huizen zie, zal Ik u voorbijgaan. Geen vernietigende plaag zal u treffen als Ik Egypte sla. Deze dag zal Ik tot een gedenkdag maken, ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer. Van geslacht tot geslacht moet ge hem als een eeuwige instelling vieren. Zo spreekt de Heer.
TWEEDE LEZING (1 Kor.11,23-26)
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.
Broeders en zusters, zelf heb ik immers van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam, en na gedankt te hebben, het brak en zeide: “Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.” Zo ook na de maaltijd de beker, met de woorden: “Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit, elke keer dat gij hem drinkt, tot mijn gedachtenis.” Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt. Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Joh.13,1-15
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
Het paasfeest was op handen. Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was om uit deze wereld over te gaan naar de Vader, en die de zijnen in de wereld bemind had, gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste. Onder de maaltijd, toen de duivel reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon, het plan had ingegeven om Hem over te leveren, stond Jezus van tafel op. In het bewustzijn, dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde, legde Hij zijn bovenkleren af, nam een linnen doek en omgordde zich daarmee. Daarop goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen. Zo kwam Hij bij Simon Petrus, die echter tot Hem zei: Heer, wilt Gij mij de voeten wassen? Jezus gaf hem ten antwoord: Wat Ik doe begrijpt ge nu nog niet, maar later zult gij het inzien. Toen zei Petrus tot Hem: nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen! Jezus antwoordde hem: als gij u niet door Mij laat wassen, kunt gij mijn deelgenoot niet zijn. Daarop zei Simon Petrus tot Hem: Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en hoofd. Maar Jezus antwoordde: wie een bad heeft genomen, behoeft zich niet meer te wassen, hij is immers helemaal rein. Ook gij zijt rein, ofschoon niet allen. Hij wist immers wie Hem zou overleveren. Daarom zei Hij: niet allen zijt gij rein. Toen Hij dan hun voeten had gewassen, zijn bovenkleren had aangetrokken en weer aan tafel was gegaan, sprak Hij tot hen: Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb? Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik. Maar als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen, dan behoort ook Gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb. Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Laten wij bidden tot God onze Vader.
Voor alle mensen die echt honger lijden,
die geen brood hebben voor hun kinderen
en de hongerdood nabij zijn;
dat ze krijgen wat ze nodig hebben
om als mens te kunnen leven.
Laat ons bidden…
Voor alle christenen die vandaag
aanzitten aan de tafel des Heren;
dat ze oprecht proberen
de Heer Jezus na te volgen
in het leven van alledag.
Laat ons bidden…
Voor onszelf zoals we hier
als parochie bijeen zijn;
dat we de eenheid die we hier vieren,
waarmaken buiten deze muren.
Laat ons bidden…
Voor de zieken en voor allen die lijden.
Dat zij in deze dagen uw nabijheid ervaren
en medemensen vinden die hun kruis helpen dragen.
Laat ons bidden…
Voor onze dierbare overledenen,
dat zij met Christus mogen verrijzen tot eeuwig leven…
In een moment van stilte bidden we voor onze persoonlijke intenties.
Almachtige, eeuwige God,
uw Zoon gaf ons deze avond een bewijs van zijn liefde
tot het uiterste in het mysterie van zijn Lichaam en Bloed
Wij danken U vandaag voor het brood uit de hemel dat U ons geeft,
En dat on sterkt op onze tocht door het leven.
Jezus, uw zoon, onze Heer. Amen
PALMZONDAG 12 EN 13 APRIL 2025
Eerste lezing uit de Profeet Jesaja (Jes., 50, 4-7)
God de Heer heeft mij de gave van het woord geschonken: ik versta het de ontmoedigden moed in te spreken. Elke morgen spreekt Hij zijn woord, elke morgen richt Hij het woord tot mij en ik luister met volle overgave. God de Heer heeft tot mij gesproken en Ik heb mij niet verzet, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug bood ik, aan wie mij sloegen, mijn wangen aan wie mij de baard uitrukten, en mijn gezicht heb ik niet afgewend van wie mij smaadden en mij bespuwden. God de Heer zal mij helpen: daarom zal ik niet beschaamd staan en zal ik geen spier vertrekken. Ja, ik weet dat ik niet te schande zal worden.
Zo spreekt de Heer.
Antwoordpsalm uit psalm 22
Refrein: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?
Ze lachen met mij, allen die mij zien, ze grijnzen en ze schudden met het hoofd.
Hij steunt toch op de Heer? Laat Die hem redden en hem bevrijden, als Hij hem bemint. Refrein
Een meute honden jaagt mij op, een bende booswichten houdt mij omsingeld.
Mijn handen en mijn voeten hebben zij doorboord, mijn beenderen kan ik wel tellen. Refrein
Nu delen zij mijn kleren onderling en dobbelen om mijn gewaad.
Ach Heer, houd u niet ver van mij, mijn steun, kom haastig om mij bij te staan.
Uw Naam zal ik verheerlijken onder mijn broeders, uw lof verkondigen voor heel het volk. Gij, dienaars van de Heer, verheerlijkt Hem, heel het geslacht van Jakob, brengt Hem hulde. Refrein
Tweede lezing uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi (Fil., 2, 6-11)
Broeders en zusters, Hij, die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf op zich genomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan het kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen is. Opdat bij het noemen van zijn Naam zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde; en iedere tong zou belijden, tot eer van God de Vader: Jezus Christus is de Heer.
Woord van de Heer.
Passieverhaal uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Toen de tijd aangebroken was,
ging Jezus met de apostelen aan tafel aanliggen.
Hij sprak tot hen:
„Vurig heb Ik ernaar verlangd
dit paasmaal met u te eten
eer ik ga lijden.
„Want Ik zeg u:
Ik zal het niet meer eten
totdat het zijn vervulling vindt in het Rijk Gods.”
Daarop nam Hij een beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
„Neemt die beker en deelt hem samen.
„Want Ik zeg u:
Van dit ogenblik af
drink Ik niet meer van wat de wijnstok voortbrengt,
totdat het Rijk Gods is gekomen.”
Daarop nam hij het brood en sprak een dankgebed uit;
Hij brak het en gaf het hun, met de woorden:
„Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.
„Doet dit tot een gedachtenis aan Mij.”
Evenzo gaf Hij hun de beker, na de maaltijd, terwijl Hij sprak:
„Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u wordt vergoten.
„Maar zie, degene door wiens hand Ik zal worden overgeleverd
is met Mij aan tafel.
„Want de Mensenzoon gaat heen zoals het is vastgesteld;
maar toch, wee die mens door wie Hij wordt overgeleverd.”
Nu begonnen zij onder elkaar te vragen
wie van hen het toch was, die dat zou doen.
Er ontstond twist onder hen over de vraag
wie van hen wel de voornaamste mocht zijn.
Maar Jezus sprak tot hen:
„De koningen van de volkeren oefenen heerschappij over hen uit
en hun machthebbers laten zich weldoeners noemen.
„Zo moet gij niet doen;
maar wie onder u de voornaamste is
moet als de jongste wezen;
en wie bevelen geeft moet zijn als iemand die dient.
„Wie is immers de grootste:
hij die aanligt of hij die bedient? „Is het niet hij die aanligt?
„Welnu, Ik ben onder u als degene die bedient.
„Gij zijt het die trouw zijt gebleven in mijn beproevingen.
„En zoals mijn Vader Mij het Koningschap heeft verleend,
zo verleen Ik u een plaats in mijn Koninkrijk;
ge zult eten en drinken aan mijn tafel en
ge zult op tronen gezeten zijn
om te heersen over de twaalf stammen van Israël.
„Simon, Simon,
weet dat de satan heeft geëist u allen te ziften als tarwe.
„Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken.
„Wanneer ge eenmaal tot inkeer gekomen zijt
versterk dan op uw beurt uw broeders.”
Maar hij antwoordde:
„Heer,
ik ben bereid met U zelfs gevangenis en dood in te gaan !”
Daarop sprak Jezus:
„Ik zeg u Petrus:
de haan zal vandaag niet kraaien
voordat ge driemaal geloochend hebt Mij te kennen.”
Hij sprak tot hen:
„Toen Ik u uitzond zonder beurs, reiszak of schoeisel,
hebt ge toen aan iets gebrek gehad ?”
Ze antwoordden:
„Aan niets.”
Hij hernam:
„Maar nu moet wie een beurs heeft die meenemen
en eveneens een reiszak:
en wie die niet bezit, verkope zijn mantel
en schaffe zich een zwaard aan.
„Ik zeg u: in Mij moet dit schriftwoord vervuld worden:
Hij is tot de booswichten gerekend.
„Wat over Mij werd beschikt
gaat nu vervuld worden.”
Ze zeiden Hem:
„Zie Heer, hier zijn twee zwaarden.”
Hij antwoordde:
„Het is genoeg.”
Hij ging nu naar buiten
en begaf zich volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg.
Ook de leerlingen gingen met Hem mee.
Ter plaatse aangekomen sprak Hij tot hen:
„Bidt, dat gij niet op de bekoring ingaat.”
Hij verwijderde zich van hen
en ging ongeveer een steenworp verder;
daar wierp Hij zich op de knieën en bad:
„Vader, als Gij wilt, Iaat dan deze beker Mij voorbijgaan.
„Maar toch: niet mijn wil maar uw wil geschiede.”
Nu verscheen Hem een engel uit de hemel om Hem te sterken.
Aan doodsangst ten prooi bad Hij met nog meer aandrang.
Zijn zweet werd tot dikke druppels bloed
die op de grond neervielen.
Toen stond Hij op uit zijn gebed
en ging naar zijn leerlingen,
maar Hij vond hen van droefheid in slaap.
Hij zei tot hen:
„Hoe kunt ge slapen?
„Staat op
en bidt dat ge niet op de bekoring ingaat.”
Hij was nog niet uitgesproken
of daar kwam een troep, voorafgegaan door Judas
een van de twaalf.
Deze trad op Jezus toe om Hem te kussen.
Maar Jezus zei tot hem:
„Judas, verraadt ge de Mensenzoon met een kus?”
Toen zij die om Hem heen stonden
bemerkten wat er ging gebeuren, vroegen ze:
„Heer zullen we met het zwaard erop in slaan?”
En een van hen gaf de knecht van de hogepriester een slag
en hieuw hem het rechteroor af.
Maar Jezus greep in en zei:
„Laat het hierbij.”
En Hij raakte het oor aan en genas hem.
Nu sprak Jezus tot de hogepriesters,
tot de bevelhebbers van de tempelwacht en de oudsten
die op Hem afgekomen waren:
„Als tegen een rover zijt ge uitgetrokken
met zwaarden en knuppels.
„Dagelijks was Ik bij u in de tempel
en ge hebt geen hand naar Mij uitgestoken.
„Maar dit is uw uur
en uw macht is die der duisternis.”
Zij grepen Hem nu vast en voerden Hem weg
en zij brachten Hem in het huis van de hogepriester,
terwijl Petrus Hem op een afstand volgde.
Op de binnenplaats legden zij een vuur aan
en gingen bij elkaar zitten;
Petrus zat tussen hen in.
Toen een dienstmeisje hem
bij het schijnsel van het vuur zag zitten
en hem scherp had opgenomen,
zei ze:
„Die was ook bij Hem.”
Maar hij ontkende het, en zei:
„Vrouw ik ken Hem niet.”
Even later zag iemand anders hem en zei:
„Jij bent ook een van hen.”
Maar Petrus antwoordde:
„Man dat is niet waar.”
Na verloop van ongeveer een uur
verklaarde een ander met stelligheid:
„Waarachtig die man behoorde ook bij Hem:
hij is immers ook een Galileeër.”
Petrus antwoordde:
„Man ik weet niet wat je bedoelt.”
Hij had het nog niet gezegd of meteen kraaide een haan.
Toen keerde de Heer zich om en Hij keek Petrus aan;
het schoot Petrus te binnen hoe de Heer hem gezegd had:
„Eer vandaag een haan kraait zult ge Mij driemaal verloochenen.”
En hij ging naar buiten en begon bitter te wenen.
De mannen die Jezus bewaakten
bespotten en sloegen Hem.
Ze wierpen een doek over zijn hoofd en vroegen Hem:
„Wees nu eens profeet:
wie is het die U geslagen heeft?”
Nog vele andere beschimpingen voegden ze Hem toe.
Toen het dag geworden was
vergaderde de raad van oudsten van het volk,
hogepriesters en schriftgeleerden
en zij lieten Hem voor hun rechtbank leiden.
Ze zeiden:
„Als Gij de Christus zijt zeg het ons dan.”
Maar Hij sprak tot hen:
„Als Ik het u zeg
zult ge er toch geen geloof aan hechten;
en als Ik u vragen stel
zult ge toch geen antwoord geven.
„Maar van nu af zal de Mensenzoon
zitten aan de rechterhand van de Macht van God.”
Toen vroegen ze allen:
„Gij zijt dus de Zoon van God?”
Hij antwoordde hun:
„Gij hebt het gezegd: dat ben Ik.”
Zij riepen:
„Waartoe hebben wij nog een getuigenis nodig ?
Wij hebben het toch zelf uit zijn eigen mond gehoord.”
Toen stond de gehele vergadering op
en men bracht Hem voor Pilatus.
Daar begonnen ze Hem te beschuldigen en ze zeiden:
„Wij hebben vastgesteld,
dat die man ons volk tot opstand aanspoort,
dat Hij het er van afhoudt
aan de keizer belasting te betalen
en dat Hij zich uitgeeft voor de Messias, de Koning.”
Pilatus vroeg Hem:
„Zijt Gij de koning der Joden?”
Hij gaf hem ten antwoord
„Gij zegt het.”
Pilatus zei nu tot de hogepriesters en de volksmenigte:
„Ik kan in deze man geen enkele schuld ontdekken.”
Maar zij hielden aan en riepen:
„Door zijn prediking in heel het Joodse land,
waar Hij in Galilea mee begonnen is
en die Hij tot hier heeft voortgezet,
zaait Hij onrust onder het volk.”
Toen Pilatus dat hoorde vroeg hij
of de man een Galileeër was.
Zodra hij vernam
dat Jezus inderdaad uit het machtsgebied van Herodes kwam
stuurde hij Hem naar Herodes,
die in die dagen eveneens in Jeruzalem verbleef.
Herodes toonde zich zeer verheugd toen hij Jezus te zien kreeg.
De verhalen over Jezus
hadden hem sinds geruime tijd daarnaar doen verlangen
en hij hoopte Hem nu een of ander wonder te zien verrichten.
Hij stelde Hem allerlei vragen,
maar Jezus gaf in het geheel geen antwoord.
De hogepriesters en de schriftgeleerden stonden er bij
en putten zich uit in beschuldigingen tegen Hem.
Samen met zijn soldaten hoonde en bespotte Herodes Hem.
Hij hing Hem een schitterend gewaad om
en zond Hem terug naar Pilatus.
Op diezelfde dag werden Herodes en Pilatus elkaars vrienden;
tevoren namelijk leefden zij in onderlinge vijandschap.
Daarop riep Pilatus de hogepriesters, de overheidspersonen
en het volk bijeen
en hij zei tot hen:
„Gij hebt deze man voor mij gebracht
als iemand die het volk tot opstand aanzet;
welnu: ik heb Hem in uw bijzijn verhoord
maar ik heb in deze man niets kunnen ontdekken
van al datgene waar gij Hem van beschuldigt.
„Herodes evenmin
want hij heeft Hem naar ons teruggezonden.
„Het is duidelijk
dat Hij niets heeft bedreven
dat de doodstraf zou rechtvaardigen.
„Ik zal Hem daarom een tuchtiging laten toedienen
en dan vrijlaten.”
Ze begonnen allen tegelijk te schreeuwen:
„Weg met Hem! Iaat ons Barabbas vrij !”
Deze Barabbas was in de gevangenis geworpen
wegens een oproer in de stad en wegens moord.
Opnieuw sprak Pilatus hen toe
omdat hij Jezus wenste vrij te laten.
Maar zij riepen daartegen in:
„Kruisig Hem, kruisig Hem !”
Voor de derde maal vroeg Pilatus hun:
„Wat voor kwaad heeft die man dan toch gedaan ?
„Ik heb in Hem niets gevonden,
dat de doodstraf rechtvaardigt.
„Ik zal Hem daarom een tuchtiging laten toedienen
en dan vrijlaten.”
Luid schreeuwend bleven zij echter zijn kruisiging eisen
en hun geschreeuw gaf de doorslag.
Pilatus besliste dat gebeuren zou wat zij eisten:
Hij liet de man die zij opvorderden los,
al zat hij wegens oproer en moord in de gevangenis,
maar Jezus leverde hij over aan hun willekeur.
Toen zij Hem wegvoerden hielden zij een zekere Simon aan,
een man uit Cyrene die van het veld kwam;
hem belaadden ze met het kruis
om het achter Jezus aan te dragen.
Een grote volksmenigte volgde Hem, ook vrouwen
die zich op de borst sloegen en over Hem weeklaagden.
Jezus keerde zich tot hen en sprak:
„Dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij
maar weent over uzelf en over uw kinderen.
„Weet dat er een tijd zal komen waarop men zeggen zal:
Gelukkig de onvruchtbaren,
wier schoot niet heeft gebaard
en wier borst geen kind heeft gevoed.
„Dan zal men tot de bergen zeggen: Valt op ons
en tot de heuvels: Bedekt ons.
„Want als men zo doet met het groene hout
wat zal er dan met het dorre gebeuren ?”
Er werden nog twee anderen weggevoerd, twee misdadigers,
om samen met Hem ter dood te worden gebracht.
Toen zij op de plaats kwamen die Schedel heet
sloegen zij Hem daar aan het kruis,
en zo ook de misdadigers,
de een rechts, de ander links.
En Jezus zei:
„Vader, vergeef hun want ze weten niet wat ze doen.”
Ze verdeelden zijn kleren onder elkaar, door er om te dobbelen.
Het volk stond toe te kijken
maar de overheidspersonen lachten Hem uit en zeiden:
„Anderen heeft Hij gered;
laat Hij zichzelf eens redden
als Hij de Messias van God is, de uitverkorene !”
De soldaten brachten Hem zure wijn,
en ook zij voegden Hem spottend toe:
„Als Gij de koning der Joden zijt red dan uzelf.”
Boven Hem stond als opschrift
in Griekse, Romeinse en Hebreeuwse letters:
„Dit is de koning der Joden.”
Ook een van de misdadigers die daar hingen hoonde Hem:
„Zijt Gij niet de Messias?
„Red dan uzelf en ons.”
Maar de andere strafte hem af en zei:
„Heb zelfs jij geen vrees voor God
terwijl je toch hetzelfde vonnis ondergaat?
„En wij ondergaan dat vonnis terecht,
want wij krijgen wat we door onze daden verdiend hebben;
maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.”
Daarop zei hij:
„Jezus, denk aan mij
wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt.”
En Jezus sprak tot hem:
„Voorwaar, Ik zeg u:
vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.”
Het was nu omtrent het zesde uur;
er viel duisternis over heel de streek tot aan het negende uur toe
doordat de zon geen licht meer gaf.
Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.
Toen riep Jezus met luider stem:
„Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.”‘
Nadat Hij dit gezegd had gaf Hij de geest.
(Hier knielen allen gedurende enige tijd.)
Op het zien van wat er gebeurd was,
loofde de honderdman God en hij zei:
„Deze mens was waarlijk een rechtvaardige.”
Al het volk dat voor dat schouwspel samengestroomd was,
keerde terug toen zij aanschouwd hadden wat er gebeurd was,
en zij sloegen zich op de borst.
Al zijn bekenden stonden op een afstand toe te zien;
ook de vrouwen die Hem vanuit Galilea gevolgd waren.
Nu was er een zekere Jozef, lid van de Hoge Raad,
een welmenend en rechtschapen man,
die dan ook niet had ingestemd
met de plannen en handelwijze van de Raad.
Hij was afkomstig uit de Joodse stad Arimatéa
en leefde in de verwachting van het Rijk Gods.
Deze ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus.
Na het van het kruis genomen te hebben
wikkelde hij het in een lijkwade.
Vervolgens legde hij Hem in een graf
dat in steen was uitgehouwen
en waarin nog nooit iemand was neergelegd.
Het was Voorbereidingsdag en de sabbat brak aan.
De vrouwen die uit Galilea met Hem meegekomen waren
volgden, en zij bekeken het graf
en zagen toe hoe zijn lichaam werd neergelegd.
Teruggekeerd maakten ze welriekende kruiden en balsem klaar
maar op de sabbat namen ze de voorgeschreven rust in acht.
Voorbede
Laten wij bidden tot God onze Vader.
Voor alle mensen die werken voor uw Kerk,
dat zij in deze Goede Week
met grote liefde het lijden en sterven van Jezus verkondigen
en ons zo voorbereiden op de viering van het Paasfeest.
Laat ons bidden…
Voor mensen die het geloof in Jezus hebben verloren.
Dat zij in deze Goede Week
de weg naar Hem terug mogen vinden.
Laat ons bidden…
Voor ons allen.
Dat het palmtakje dat wij vandaag met ons dragen,
een teken mag zijn dat wij ook in deze tijd
als echte vrienden van Jezus willen leven.
Laat ons bidden…
Voor allen die getroffen worden door de oorlog in Oekraïne.
Voor onze zieken,
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
Voor onze dierbare overleden, met name voor…
in een moment van stilte leggen we aan God voor
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden
Heer, luister in uw goedheid naar ons gebed.
Door Christus onze Heer.
5e ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 5 EN 6 APRIL 2025
EERSTE LEZING Jes., 43, 16-21
Uit de Profeet Jesaja
Zo spreekt de Heer, die door de zee een weg legt, een baan door de onstuimige golven; en die wagen en paard daarover laat gaan, leger en strijdmacht, gesloten aaneen, maar dan gaan ze rusten, staan niet meer op, uitgeblust zijn ze, uitgedoofd als een vlaspit. Denk niet meer aan het verleden en sla geen acht op wat reeds lang voorbij is: Ik onderneem iets nieuws, het begin is er al: ziet ge het niet? Een weg leg Ik door de steppe, rivieren laat Ik stromen door de woestijn. De wilde dieren zullen ontzag voor Mij hebben, de jakhalzen en de struisvogels; want door de steppe laat Ik beken stromen, rivieren door de woestijn, zodat mijn uitverkoren volk zich kan laven: en dit volk dat Ik Mij gevormd heb zal mijn lof verkondigen!
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 126
Refrein:
Geweldig was het wat de Heer ons deed,
daarom zijn wij zo blij.
De Heer bracht Sions ballingen terug: het was alsof wij droomden.
Toen lachten alle monden en juichte elke tong. Refrein
Toen zei men bij de volken: geweldig is het wat de Heer hen deed.
Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn wij zo blij. Refrein
Keer nu ons lot ten goede, Heer, zoals een beek doet in de Zuid-woestijn.
Die onder tranen zaaien zij oogsten met gejuich. Refrein
Vol zorgen gaan zij uit met zaaizakken beladen;
maar keren zingend weer beladen met hun schoven. Refrein
TWEEDE LEZING Fil., 3. 8- 14
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de chris¬tenen van Filippi
Broeders en zusters, Ik beschouw alles als verlies, want mijn Heer Christus Jezus kennen gaat alles te boven. Om Christus heb ik alles prijsgegeven en houd ik alles voor afval als het er om gaat Hem te winnen en één te zijn met Hem.
Ik heb geen eigen gerechtigheid op grond van de wet; mijn gerechtigheid komt door het geloof in Christus, ze is een gave van God en steunt op het geloof. Ik wil Christus kennen, ik wil de kracht van zijn opstanding gewaarworden en de gemeenschap met zijn lijden, ik wil steeds meer op Hem lijken in zijn sterven om eens te mogen komen tot de wederopstanding uit de doden. Niet dat ik het al bereikt heb. Ik ben nog niet volmaakt. Maar ik streef er vurig naar het te grijpen, gegrepen als ik ben door Christus Jezus. Nee, vrienden, ik beeld mij niet in er al te zijn. Alleen dit: ik vergeet wat achter me ligt, ik reik naar wat voor me ligt ik storm af op het doel: de prijs van Gods heerlijke roeping.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Joh 8, 1-11
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd begaf Jezus zich naar de Olijfberg. ’s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe. Hij ging zitten en onderrichtte hen. Toen brachten schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw die op overspel was betrapt. Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem: “ Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef. Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen zulke vrouwen te stenigen. Maar Gij, wat zegt Gij ervan?” Dit bedoelden ze als een strikvraag in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen. Jezus echter boog zich voorover en schreef met zijn vinger op de grond. Toen zij bij Hem aanhielden met vragen richtte Hij zich op en zei tot hen: “Laat degene onder u die zonder zonde is, het eerst een steen op haar werpen.” Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond. Toen zij dit hoorden dropen zij een voor een af, de oudsten het eerst, totdat Jezus alleen achterbleef met de vrouw die daar was blijven staan. Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar: “Vrouw, waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld?” Zij antwoordde: “Niemand, Heer.” Toen zei Jezus tot haar: “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.
Zo spreekt de Heer.
VOOBEDE
God, waar mensen de band met U verbreken,
stoot Gij hen niet af, want U bent barmhartig.
Vanuit deze gelovige zekerheid openen wij ons hart voor U.
Voor hen die de taak hebben om anderen te leiden in het geloof.
Dat zij de verkondiging van Jezus’ barmhartige liefde
beschouwen als de kern van hun apostolaat.
Laat ons bidden…
Voor wie nagewezen worden om begane fouten:
Dat zij mensen ontmoeten die hun in Jezus’ Naam recht doen
en nieuwe wegen wijzen.
Laat ons bidden…
Voor ons allen hier aanwezig.
Dat de voorbereiding op Pasen ons ontvankelijk maakt
om anderen te vergeven,
zoals ook wij vergeving mogen ontvangen van onze Barmhartige Vader.
Laat ons bidden…
Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
Heer God,
Bij U is een nieuw begin altijd mogelijk.
Laat uw liefde het richtsnoer zijn bij al ons handelen.
Dat wij elkaar de genade niet onthouden
die wij zelf van U verwachten. Door Christus onze Heer.
4e ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 29 en 30 maart 2025
EERSTE LEZING Joz., 5, 9a. 10-12
Uit het boek Jozua
In die dagen sprak de Heer tot Jozua: “Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld.” Terwijl de Israëlieten in Gilgal gelegerd waren, vierden zij het Paasfeest op de veertiende dag van de maand, in de avond in de vlakte van Jericho. En daags na Pasen, juist op die dag, aten zij ongezuurd brood en geroosterd graan dat van het land zelf afkomstig was. De volgende dag hield het manna op; ze konden nu eten wat het land voort¬bracht. Voortaan kregen de Israëlieten geen manna meer; zij aten gedurende heel het jaar wat Kanaän voortbracht.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 34
Refrein: Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is.
De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer, laat elk die het hoort zich verheugen. Refrein
Verheerlijkt de Heer tezamen met mij en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren. Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord, Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde. Refrein
Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig, want Hij stelt u niet teleur.
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer en redt hen uit hun ellende.
Refrein
TWEEDE LEZING 2 Kor., 5, 17-21
Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
Broeders en zusters, Wie in Christus is, is een nieuwe schepping: het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen. En dit alles komt van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons, apostelen, de dienst van die verzoening toevertrouwd. Ja, God was het die in Christus de wereld met zich verzoende: Hij telde de fouten van de mensen niet en ons gaf Hij de boodschap van de verzoening mee. Wij zijn dus gezanten van Christus, God roept u op door ons woord. Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen! Hem die geen zonde heeft gekend heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc. 15, 1-3. 11-32
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd kwamen de tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om naar Hem te luisteren. De Farizeeën en de Schriftgeleerden morden daarover en zeiden: “Die man ontvangt zondaars en eet met hen.” Hij hield hun deze gelijkenis voor: “Een man had twee zonen. Nu zei de jongste van hen tot zijn vader: Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb. En de vader verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna pakte de jongste zoon alles bij elkaar en vertrok naar een ver land. Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had kwam er een verschrikkelijke hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden. Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land die hem het veld instuurde om varkens te hoeden. En al had hij graag zijn buik willen vullen met de schillen die de varkens aten, niemand gaf ze hem. Toen kwam hij tot nadenken en zei: Hoeveel dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik verga hier van de honger. Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten maar neem mij aan als een van uw dagloners. Hij ging dus op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem al in de verte aankomen en hij werd door medelijden bewogen; hij snelde op hem toe viel hem om de hals en kuste hem hartelijk. Maar de zoon zei tot hem: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten. Doch de vader gelastte zijn knechten: Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan, steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan. Haalt het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden. Ze begonnen dus feest te vieren. Intussen was zijn oudste zoon op het land. Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat dat te betekenen had. Deze antwoordde: Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen. Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen. Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem aandrong gaf hij zijn vader ten antwoord: Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden, toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven om eens met mijn vrienden feest te vieren. En nu die zoon van u is gekomen die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen, hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten. Toen antwoordde de vader: Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat van mij is, is ook van jou. Maar er moet feest en vrolijkheid zijn, omdat die broer van je dood was en levend is geworden, verloren was en is teruggevonden.”
VOORBEDE
Bidden wij tot God
die als een barmhartige Vader naar ons uitkijkt.
Voor de wereldwijde gemeenschap van de Kerk op weg naar Pasen .
Zegen ons, Heer, en houd ons in uw hand,
zodat wij ons leven richten op U en op uw Woord.
Laat ons bidden…
Voor allen die, zoals de jongste zoon, in hun eigen leven gevangen zitten.
Zegen hen Heer, en houd hen in uw hand,
zodat hun harten open gaan voor uw barmhartigheid en verzoening.
Laat ons bidden…
Voor allen die, zoals de oudste zoon, niet kunnen openstaan voor
de barmhartigheid van God.
Zegen hen Heer, en houd hen in uw hand,
zodat zij niet bezwijken onder de pijn van onbegrip of teleurstelling.
Laat ons bidden…
Voor hen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor …
In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
God, Vader, verhoor onze gebeden.
Kerk en wereld hebben nood aan uw barmhartigheid.
Wees ons nabij en zet ons aan tot werken van Barmhartigheid
in uw Naam.
3e ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 22 EN 23 MAART 2025
EERSTE LEZING Ex., 3, 1-8a. 13-15
Uit het boek Exodus
In die dagen hoedde Mozes de kudde van zijn schoonvader Jitro, de priester van Midjan. Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn en kwam hij bij de berg van God, de Horeb. Toen verscheen hem de engel van de Heer, in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik. Mozes keek toe en zag dat de doornstruik in lichterlaaie stond en toch niet verbrandde. Hij dacht: ik ga er op af om dat vreemde verschijnsel te onderzoeken. Hoe komt het dat die doornstruik niet verbrandt? De Heer zag hem naderbij komen om te kijken. En vanuit de doornstruik riep God hem toe: “Mozes.” “Hier ben ik”, antwoordde hij. Toen sprak de Heer: “Kom niet dichterbij, doe uw sandalen uit, want de plaats waar gij staat is heilige grond.” En Hij vervolgde: “Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.” Toen bedekte Mozes zijn gezicht want hij durfde niet naar God op te zien. De Heer sprak: “Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord; ja, Ik ken zijn lijden. Ik daal af om mijn volk te bevrijden uit de macht van Egypte.” Maar Mozes sprak opnieuw tot God. Als ik nu bij de Israëlieten kom en hun zeg: De God van uw vaderen zendt mij tot u, en zij vragen: Hoe is zijn naam? wat moet ik dan antwoorden?” Toen sprak God tot Mozes: “Ik ben die is.” En ook: “Dit moet gij de Israëlieten zeggen: Hij die is, zendt mij tot u.” Bovendien zei God tot Mozes: “Dit moet ge de Israëlieten zeggen: De Heer de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob, zendt mij tot u. Dit is mijn naam voor altijd. Zo moet men Mij aanspreken, alle geslachten door.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 103
Refrein: De Heer is barmhartig en welgezind.
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen!
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet! Refrein
Hij is het die u uw schulden vergeeft,
die u geneest van uw kwalen.
Hij is het die u van de ondergang redt,
die u omringt met zijn gunst en erbarmen; Refrein
De Heer is rechtvaardig in al wat Hij doet,
Hij laat de verdrukten recht wedervaren.
Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend,
Hij toonde zijn werken aan Israëls zonen. Refrein
De Heer is barmhartig en welgezind,
lankmoedig en goedertieren.
Zo wijd als de hemel de aarde omspant,
zo alomvattend is zijn erbarmen. Refrein
TWEEDE LEZING 1 Kor., 10, 1-6. 10-12
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
Broeders en zusters, Gij moet goed weten dat onze vaderen wel allen onder de wolk zijn geweest, allen door de Zee zijn getrokken, allen zijn zij door wolk en zee in Mozes gedoopt, allen aten zij hetzelfde geestelijk voedsel, allen dronken dezelfde geestelijke drank, – want zij dronken uit de geestelijke rots die met hen meeging en die rots was de Christus – maar in de meesten van hen heeft God geen welbehagen gehad; immers: zij werden neergeveld in de woestijn. Deze gebeurtenissen zijn een les voor ons opdat wij niet, zoals zij slechte dingen zouden begeren. Mort ook niet tegen God, zoals sommigen onder hen: zij zijn gedood door de verderver. Wat hun overkwam had een diepe zin en het werd te boek gesteld als een waarschuwing voor ons, tot wie het einde der tijden gekomen is. Daarom, wie meent te staan moet oppassen dat hij niet valt.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc. 13, 1-9
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd waren er bij Jezus enkele mensen die Hem vertelden wat er gebeurd was met de Galileeërs, van wie Pilatus het bloed met dat van hun offerdieren had vermengd. Daarop zei Jezus: “Denkt ge, dat onder alle Galileeërs alleen deze mensen zondaars waren, omdat zij dat lot ondergaan hebben? Volstrekt niet, zeg Ik u. Maar als gij u niet bekeert, zult ge allen op een dergelijke manier omkomen. Of die achttien die gedood werden doordat de toren bij de Siloam op hen viel: denkt ge dat die alleen schuldig waren onder alle mensen die in Jeruzalem woonden? Volstrekt niet, zeg Ik u. Maar als gij niet tot bekering komt, zult ge allen op eenzelfde wijze omkomen.” Toen vertelde Hij de volgende gelijkenis: “Iemand had een vijgenboom die in zijn wijngaard geplant stond; hij kwam zoeken of er vrucht aan zat, maar vond niets. Toen zei hij tot de wijngaardenier: Al sinds drie jaar kom ik aan deze vijgenboom vruchten zoeken maar ik vind er geen. Hak hem om! Waartoe put hij nog de grond uit? Maar de man gaf hem ten antwoord: Heer, laat hem dit jaar nog staan; laat mij eerst de grond er omheen omspitten en er mest op brengen. Misschien draagt hij het volgend jaar vrucht; zo niet, dan kunt ge hem omhakken.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
God leeft met ons mee. Wij mogen ons altijd tot Hem keren.
In dat vertrouwen willen wij bidden.
Voor alle christenen op weg naar Pasen .
Zegen ons, Heer, en houd ons in uw hand,
dat wij ons leven richten op U en onze naaste.
Laat ons bidden…
Voor allen die werken aan een rechtvaardige wereld.
Zegen hen, Heer, en houd hen in uw hand,
zodat ze volharden in hun werken van barmhartigheid.
Laat ons bidden…
Voor vrede en gerechtigheid in de wereld:
dat mensenrechten steeds gerespecteerd worden,
burgers beschermd worden en slachtoffers worden opgevangen,
dat met de stuwkracht van de heilige Geest onvermoeibaar gewerkt wordt
aan verzoening en samenwerking.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…
In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties
Laat ons bidden…
Goede God, heel de geschiedenis door roept U mensen om uw volk te dienen. U laat hen daarin niet alleen, maar geeft hun die geloven alles wat nodig is. Daarom vragen wij U: verhoor onze gebeden en geef ook ons wat we nodig hebben om in deze tijd uw liefde te verkondigen en de naaste ten dienste te zijn. Door Christus onze Heer.
2E ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 15 EN 16 MAART 2025
EERSTE LEZING Gen 15, 5-12.17-18
Uit het boek Genesis
In die dagen leidde God Abram naar buiten en zei: „Kijk naar de hemel en tel de sterren, als ge kunt.” En Hij verzekerde hem: „Zo talrijk wordt uw nageslacht.” Abram geloofde de Heer en deze rekende hem dat als gerechtigheid aan. Toen zei God tot hem: „Ik ben de Heer, die u uit Ur in Chaldea heb geleid om u dit land in bezit te geven.” Abram vroeg: „Heer God, hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?” Hij zei tot hem: „Haal een driejarige koe, een driejarige bok, een driejarige ram, een tortel en een jonge duif.” Abram haalde dit alles, sneed de dieren middendoor, en legde de stukken tegenover elkaar; alleen de vogels sneed hij niet door. Er kwamen roofvogels op de dode dieren af, maar Abram joeg ze weg. Bij zonsondergang viel Abram in een diepe slaap; hevige angst en duisternis overviel hem. Toen de zon was ondergegaan, en het helemaal donker was geworden, zag Abram een rokende oven en een vurige fakkel die tussen de stukken doorging. Op die dag sloot de Heer een verbond met Abram. Hij zei: „Aan uw nakomelingen schenk Ik dit land, vanaf de beek van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 27
Refrein: De Heer is mijn licht en mijn leidsman.
De Heer is mijn licht en mijn leidsman, wie zou ik vrezen; de Heer is de schuts van mijn leven, voor wie zou ik bang zijn? Refrein
Wil luisteren, Heer, naar mijn roepende stem, heb medelijden en wil mij verhoren. Tot U spreekt mijn hart, naar U zie ik op, uw aanschijn, Heer, tracht
ik te zien. Refrein
Wil uw gelaat niet verbergen voor mij, verstoot mij, uw dienaar, niet in uw gramschap. Want Gij zijt mijn helper, verjaag mij dus niet, verlaat mij niet, God, mijn verlosser. Refrein
Ik reken er op nog tijdens mijn leven de weldaden van de Heer te ervaren.
Zie uit naar de Heer en houd dapper stand, wees moedig van hart en vertrouw op de Heer. Refrein
TWEEDE LEZING Filippenzen 3,17 – 4,1
Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Filippi
Broeders en zusters, volgt mij na en houdt hen voor ogen die zich gedragen naar het voorbeeld dat ik u gegeven heb. Want ik heb er u al vaak over gesproken en moet het nu onder tranen herhalen: velen leiden een leven dat hen indeelt bij de vijanden van Christus’ kruis. Zij zijn op weg naar de ondergang, hun buik is hun God, in hun schande stellen zij hun eer, zij hebben hun zinnen gezet op het aardse. Maar ons vaderland is in de hemel en uit de hemel verwachten wij onze verlosser, de Heer Jezus Christus. Hij zal ons armzalig lichaam herscheppen en het gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam, met dezelfde kracht die Hem in staat stelt het heelal aan zich te onderwerpen. Daarom, mijn beminde broeders en zusters, naar wie ik zo verlang, mijn vreugde en mijn kroon, houdt aldus stand in de Heer, mijn geliefden.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lucas 9, 28b-36
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd nam Jezus nam Jezus Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee en besteeg de berg om er te bidden. Terwijl Hij in gebed was, veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit. En zie, twee mannen waren met Hem in gesprek; het waren Mozes en Elia die in heerlijkheid verschenen waren, en zij spraken over zijn heengaan dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken. Petrus en zijn metgezellen waren intussen door slaap overmand. Klaar wakker geworden zagen zij zijn heerlijkheid en de twee mannen die bij Hem stonden. Toen dezen van Hem heen wilden gaan zei Petrus tot Jezus: „Meester, het is goed dat wij hier zijn. Laten wij drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.” Maar hij wist niet wat hij zei. Terwijl hij zo sprak, kwam er een wolk die hen overschaduwde. Toen de wolk hen omhulde, werden zij door vrees bevangen. Uit de wolk klonk een stem die sprak: „Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem.” Terwijl de stem weerklonk bemerkten zij dat Jezus alleen was. Zij zwegen erover en verhaalden in die tijd aan niemand iets van wat zij gezien hadden.
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Met Petrus, Jakobus en Johannes
keren wij ons biddend tot God onze Vader:
Voor alle christenen op weg naar Pasen.
Dat zij de moed en de kracht ontvangen
hun leven te richten naar Gods woord.
Laat ons bidden…
Voor vrede en gerechtigheid.
Dat partijen de weg van dialoog en onderhandelingen kiezen
in plaats van oorlog en geweld,
dat mensenrechten steeds gerespecteerd worden,
burgers beschermd worden en slachtoffers worden opgevangen,
dat met de stuwkracht van de heilige Geest onvermoeibaar gewerkt wordt
aan verzoening en samenwerking in Europa.
Laat ons bidden…
Voor mensen die niet kunnen geloven
en geen zin in hun leven zien.
Dat zij in deze veertigdagentijd dichter bij God mogen komen.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken , met name voor paus Franciscus en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…
In stilte leggen we onze eigen vragen en noden voor aan God
Laat ons bidden…
God, Gij hebt op de berg Jezus geopenbaard als uw Zoon,
uw Welbeminde,
en ons opgeroepen naar Hem te luisteren.
Wij smeken U: dat Hij die nu gezeten is aan uw rechterhand,
voor ons ten beste spreekt bij U.
Hij die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.
EERSTE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD 8 EN 9 MAART 2025
EERSTE LEZING Deut., 26, 4-10
Uit het boek Deuteronomium
In die dagen sprak Mozes tot het volk: “De priester zal de korf met de eerste veldvruchten van u aannemen en hem plaatsen voor het altaar van de Heer, uw God. Dan moet gij staande voor de Heer, uw God, zeggen: “Mijn vader was een zwervende Arameër. Hij is met een klein aantal mensen naar Egypte gegaan. Maar terwijl hij daar als vreemdeling verbleef, is hij een groot, machtig en talrijk volk geworden. Toen de Egyptenaren ons slecht behandelden, ons verdrukten en ons harde slavenarbeid oplegden, hebben wij tot de Heer, de God van onze vaderen geroepen. En de Heer heeft ons verhoord en zich onze vernedering, ons zwoegen en onze verdrukking aangetrokken. Hij heeft ons uit Egypte geleid met sterke hand, met opgeheven arm, onder grote verschrikkingen, tekenen en wonderen. Hij heeft ons naar deze plaats gebracht en ons dit land geschonken, een land van melk en honing. Daarom breng ik nu de eerste vruchten van de grond, die Gij, de Heer, mij hebt geschonken.” En Mozes voegde eraan toe: “Dan moet ge die voor de Heer uw God neerleggen en u voor Hem neerbuigen.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 91
Refrein: Sta mij bij Heer, in iedere nood.
Gij die de bescherming geniet van de Allerhoogste en die in de schaduw van de Almachtige woont, Voor u is de Heer: mijn toevlucht, mijn burcht, Mijn God, op wie ik vertrouw. Refrein
Het kwaad zal u niet bereiken, de ramp blijft ver van uw tent. Hij heeft zijn engelen last gegeven, op al uw wegen u te bewaken. Refrein
Zij zullen u op hun handen dragen, geen steen zal uw voeten kwetsen. Gij kunt op slangen en adders trappen, leeuwen en draken trotseren. Refrein
Wie op Mij rekent zal Ik verlossen, beschermen zal Ik wie Mij erkent. Wanneer hij Mij aanroept zal Ik hem horen, hem bijstaan in iedere nood, hem redden en aanzien schenken. Refrein
TWEEDE LEZING Rom., 10, 8-13
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de chris¬tenen van Rome
Broeders en zusters, Dit zegt de Schrift: “Het woord is vlak bij, het is in uw mond, het is in uw hart,” het woord namelijk van het geloof dat wij verkondigen. Want als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is, en als uw hart gelooft dat God Hem van de doden heeft opgewekt, zult gij gered worden. Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond brengt het heil. Zo zegt het de Schrift: “Niemand die in Hem gelooft zal worden teleurgesteld.” Er bestaat geen verschil tussen Jood en heiden. Zij hebben allen dezelfde Heer, rijk aan gaven voor allen die Hem aanroepen. Want alwie de naam van de Heer aanroept zal gered worden.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc. 4, 1 – 13
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd ging Jezus, vervuld van de heilige Geest weg van de Jordaan. Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd, waar Hij veertig dagen verbleef en door de duivel op de proef werd gesteld. Gedurende die dagen at Hij niets en toen ze voorbij waren kreeg Hij honger. De duivel zei nu tot Hem: “Als Gij de zoon van God zijt, beveel dan aan die steen daar dat hij in brood verandert.’ Jezus gaf hem ten antwoord: “Er staat geschreven: De mens leeft niet van brood alleen.” Daarop voerde de duivel Hem omhoog en toonde Hem in een oogwenk alle koninkrijken der wereld. En de duivel sprak tot Hem: “Ik zal U alle macht geven over deze heerlijke gebieden want ze zijn mij geschonken, en ik geef ze aan wie ik wil. Als Gij dus in aanbidding voor mij neervalt, zal dat alles van U zijn.” Toen antwoordde Jezus hem: “Er staat geschreven: De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.” Daarna bracht de duivel Hem naar Jeruzalem, plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort en sprak tot Hem: “Als Gij de zoon van God zijt, werp U dan vanaf deze plaats naar beneden; want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij omtrent U het bevel geven U te beschermen en zij zullen U op de handen nemen opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen.” Maar Jezus gaf hem ten antwoord: “Er is gezegd: Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen.” Toen gaf de duivel al zijn pogingen om Hem te verleiden op en hij verwijderde zich van Hem tot de vastgestelde tijd.
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Laten wij bidden tot God onze barmhartige Vader
Voor alle christenen:
dat zij deze Veertigdagentijd aanvaarden als een geschenk van God,
dat het mag zijn een tijd van barmhartigheid.
Dat wij allen als nieuwe mensen
het feest van Pasen mogen vieren.
Laat ons bidden…
Voor alle mensen in deze wereld:
die het niet stil kunnen maken in hun leven.
Voor hen die opgeslokt worden door de drukte van de wereld.
Dat zij in deze weken van inkeer en bezinning
bij God rust en vertroosting vinden. L
aat ons bidden…
Voor vrede en gerechtigheid in de Oekraïne:
dat partijen de weg van dialoog en onderhandelingen kiezen
in plaats van oorlog en geweld,
dat mensenrechten steeds gerespecteerd worden,
burgers beschermd worden en slachtoffers worden opgevangen,
dat met de stuwkracht van de heilige Geest onvermoeibaar gewerkt wordt
aan verzoening en samenwerking in Europa.
Laat ons bidden…
Heer, schenk uw Geest van troost en sterkte
aan allen die lijden of ziek zijn;
Geef het eeuwige leven aan al onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor…
Bidden we in stilte voor onze persoonlijke intenties
Laat ons bidden…
Goede Vader, wij vragen uw zegen over ons leven,
over het leven van onze parochiegemeenschap.
Blijf ons in deze Veertigdagentijd vernieuwen.
Vermeerder ons geloof in Jezus, uw Zoon,
die als eerste uit de doden is verrezen
en nu leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.
ASWOENSDAG 5 MAART 2025
EERSTE LEZING Joel 2, 12-18
Uit de profeet Joel.
Zo spreekt God de Heer: Keert tot mij terug, van ganser harte, met vasten, geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot de Heer uw God, want genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil. Wie weet, keert Hij terug en krijgt Hij spijt en laat dan zegen achter zich, een meeloffer en een plengoffer voor de Heer uw God. Blaast de bazuin op Sion, kondigt een heilige vastentijd af, roept een plechtige bijeenkomst bijeen. Verzamelt het volk, belegt een heilige bijeenkomst, brengt de oudsten samen en verzamelt ook de kinderen en de zuigelingen; laat de bruidegom zijn kamer verlaten en de bruid haar bruidsvertrek. Laat tussen de voorhal en het altaar de priesters, die de dienst van de Heer verrichten, wenen en zeggen: Spaar uw volk, Heer, laat niet met uw erfdeel spotten, laat niet de heidenen het overheersen. Moet men onder de volken zeggen: Waar blijft dan hun God? Toen is de Heer voor zijn land opgeko¬men en heeft Hij zijn volk gespaard.
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 51
Refrein:
God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.
God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden.
Refrein
Ik erken dat ik misdreven heb, altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen. Jegens U alleen heb ik gezondigd, wat U tegenstaat heb ik gedaan. Refrein
Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest. Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn, neem uw heilige Geest niet van mij weg. Refrein
Geef mij weer de weelde van uw zegen, maak mij sterk in edelmoedigheid.
Heer, maak Gij mijn lippen los, dat mijn mond uw lof kan zingen. Refrein
TWEEDE LEZING 2 Kor. 5,20 – 6,2
Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.
Broeders en zusters, wij zijn gezanten van Christus, God roept u op door ons woord. Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen! Hem die geen zonde heeft gekend, heeft God voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden. Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorg dat ge zijn genade niet tevergeefs ontvangt. Hij zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen. Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Mt.6, 1-6.16-18
Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus vol¬gens¬ Mattheus.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt er om: beoefent uw gerechtigeid niet voor het oog van de mensen om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader die in de hemel is. Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat, opdat zij door de mensen geprezen worden. Voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Als gij een aalmoes geeft, laat uw linkerhand dan niet weten, wat uw rechter doet, opdat uw aalmoes in het verborgene blijve; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen bij de mensen; voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen! Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bidt tot uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij vast, zalft dan uw hoofd en wast uw gezicht, om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast, maar vast voor uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Keren we ons met heel ons hart tot God: dat de Heer genadig mag zijn.
Bidden we, dat Aswoensdag, het begin van de veertigdagentijd
ons ervan bewust maakt dat we deel uitmaken van een Kerk,
die heilig is, maar tegelijkertijd behoefte heeft
aan inkeer en boetvaardigheid.
Laat ons bidden…
Dat God ons mag raken in deze veertigdagentijd,
dat we ons afkeren van wat ons vasthoudt aan kwaad en tekort,
dat we ijveren voor een gemeenschap
waar broeder- en zusterlijkheid, gerechtigheid en omzien naar elkaar
de boventoon voeren.
Laat ons bidden…
Dat de komende weken, op weg naar Pasen,
ons meer dan anders bewust mogen maken
dat we in een wereld leven
met talloze mensen die uitgebuit worden, met armen en ontheemden.
Dat we wegen vinden – bijvoorbeeld in de Vastenactie –
om de nood van de minderbedeelde medemens te verlichten.
Laat ons bidden…
Bidden we om vrede en veiligheid,
voor allen die slachtoffer zijn van oorlogsgeweld –
we denken nu met name aan de mensen in Oekraïne;
dat Gods vrede het wint van het kwaad in de wereld.
Laat ons bidden…
Voor Paus Franciscus en allen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor:…
In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
God, Gij alleen zijt gerechtigheid en vrede. Wij erkennen onze zwakheid, onze armoede en menselijk tekortschieten. Wil ons genadig zijn en ons gebed verhoren door Christus onze Heer.
ACHTSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 1 EN 2 MAART 2025
EERSTE LEZING Sir., 27, 4-7
Uit het boek Ecclesiasticus (= Uit het boek wijsheid van Jezus Sirach)
Als men de zeef schudt, blijft het kaf: En in het spreken ontdekt men het boze van de mens. Het werk van de pottenbakker wordt beproefd door de oven, en de mens door wat hij zegt in het gesprek. Aan de vruchten van de boom erkent men de boomgaard, en aan de woorden van de mens zijn gezindheid. Prijs daarom geen mens vóórdat hij gesproken heeft, want eerst op grond daarvan kan men een mens beoordelen.
Zo spreekt de Heer – Wij danken God
ANTWOORDPSALM uit psalm 92
Refrein: Hoe heerlijk is het, Heer, U te prijzen.
Hoe heerlijk is het de Heer te prijzen,
uw Naam, Allerhoogste, te loven.
Uw goedheid te melden iedere ochtend
en heel de nacht door uw trouw. Refrein
De vromen schieten als palmbomen op,
als Libanon-ceders gedijend;
Zij zijn geplant bij het huis van de Heer,
zij komen tot bloei in Gods voorhof. Refrein
Ook als zij reeds oud zijn dragen zij vruchten,
zij blijven sappig en fris.
Zij wijzen uit hoe rechtvaardig de Heer is,
mijn Rots, in Hem is geen onrecht. Refrein
TWEEDE LEZING 1 Kor., 15, 54-58
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
Broeders en zusters, wanneer het vergankelijke met onvergankelijkheid is gekleed en het sterfelijke met onsterfelijkheid, dan zal het woord van de Schrift in vervulling gaan: “De dood is verslonden, de zege is behaald. Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw angel? De angel van de dood is de zonde en de kracht van de zonde is de wet. Maar God zij gedankt, die ons de overwinning geeft door Jezus Christus, onze Heer. Daarom geliefde broeders en zusters, weest standvastig en onwankelbaar en gaat altijd voort met het werk des Heren; gij weet toch dat uw inspanning, dank zij Hem, niet vergeefs is.
Zo spreekt de Heer – Wij danken God
EVANGELIE Lc., 6, 39-45
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd hield Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis voor: „Kan soms de ene blinde de andere leiden? Vallen dan niet beiden in de kuil? De leerling staat niet boven zijn meester; maar hij zal ten volle gevormd zijn als hij is gelijk zijn meester. Waarom kijkt ge naar de splinter in het oog van uw broeder en waarom slaat ge geen acht op de balk in uw eigen oog? Hoe kunt ge tot uw broeder zeggen: Broeder, Iaat mij de splinter uit uw oog halen, terwijl ge de balk in uw eigen oog niet opmerkt? Huichelaar, haal eerst die balk uit uw eigen oog, dan zult ge scherp genoeg zien om de splinter te kunnen verwijderen die in het oog van uw broeder zit. Er bestaat geen goede boom die zieke vruchten voortbrengt en evenmin een zieke boom die goede vruchten voortbrengt. Een boom immers kent men aan zijn vruchten; men plukt geen vijgen van dorens, men oogst geen druiven van een braamstruik. Een goed mens brengt het goede te voorschijn uit de schat van goedheid in zijn hart; maar een slechte brengt het slechte te voorschijn uit zijn schat van slechtheid; want waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over.”
Zo spreekt de Heer
VOORBEDE
Leggen we vol vertrouwen onze gebeden voor aan God,
onze barmhartige Vader,
uit zorg voor de noden van kerk en wereld.
Bidden we voor de paus en de bisschoppen,
de priesters en diakens
die de taak hebben de Blijde Boodschap te verkondigen;
dat zij zelf de genade mogen ontvangen
te ervaren en te praktiseren wat zij aan de mensen verkondigen.
Laat ons bidden…
Voor alle ouders
die binnen het gezin het geloof mogen doorgeven:
dat zij dit met blijdschap, overtuiging en volharding doen;
dat zij als opvoeders durven erkennen
en om vergeving vragen als zij in liefde tekortgeschoten zijn.
Laat ons bidden…
Voor allen die in deze dagen carnaval vieren.
Dat het dagen van verbroedering mogen zijn in onze soms zo verkilde wereld.
Dat de vreugde en saamhorigheid van deze dagen
weerklank krijgen in het leven van alle dag.
Laat ons bidden…
Bidden we voor paus Franciscus en onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
God, verhoor onze gebeden
als verlangen naar uw Rijk voor alle mensen
en geef ons ook de kracht en de wijsheid
om zelf mee te werken waar we U om vragen.
Door Christus onze Heer.
ZEVENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 22 en 23 FEBRUARI 2025
EERSTE LEZING 1 Sam. 26, 2. 7-9. 12-13. 22-23
Uit het eerste boek Samuël
In die dagen begaf Saul zich met drieduizend uitgelezen Israëlieten op weg naar de woestijn van Zif om David daar te zoeken. David en Abisaï kwamen in de nacht bij het leger aan en daar lag Saul in het wagenkamp te slapen. Zijn lans stond bij zijn hoofdeinde in de grond gestoken. Abner en zijn mannen lagen in een kring om hem heen. Toen zei Abisaï tot David: „Nu levert God uw vijand aan u over. Laat mij hem met zijn eigen lans aan de grond priemen! Eén stoot en hij is er geweest!” Maar David zei tot Abisaï: „Neen, dood hem niet ! Wie slaat ongestraft de hand aan de gezalfde van de Heer?” David nam toen de lans en de waterkruik weg van het hoofdeinde van Saul en zij trokken zich terug. Niemand zag het, niemand merkte iets, niemand werd wakker; iedereen sliep door, want de Heer had hen in een diepe slaap gedompeld. Toen David aan de overkant gekomen was, ging hij ver weg op een berg staan, zodat er een grote afstand tussen hen was. Hij riep Saul en zei: „Koning, hier is uw lans, Iaat een van uw mannen hem maar komen halen. De Heer zal ieders rechtschapenheid en trouw vergelden, de Heer had u vandaag aan mij overgeleverd, maar ik heb de hand niet willen slaan aan zijn gezalfde.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 103
Refrein: De Heer is barmhartig en welgezind.
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen!
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet! Refrein
Hij is het die u uw schulden vergeeft, die u geneest van uw kwalen.
Hij is het die u van de ondergang redt, die u omringt met zijn gunst en erbarmen. Refrein
De Heer is barmhartig en welgezind, lankmoedig en goedertieren. Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen, vergeldt ons niet onze schuld. Refrein
Zo ver als de afstand van oost tot west, zo ver verdrijft Hij van ons de zonde.
Zo zeer als een vader zijn kinderen liefheeft, zo zeer heeft de Heer zijn dienaren lief. Refrein
TWEEDE LEZING 1 Kor. 15, 45-49
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
Broeders en zusters, de eerste mens, Adam werd een levend wezen. De laatste Adam werd een levendmakende Geest. Maar het geestelijke komt niet het eerst; het natuurlijke gaat vooraf, daarna komt het geestelijke. De eerste mens, uit de aarde genomen, is aarde; de tweede is uit de hemel. Zoals de eerste mens van aarde, zo zijn alle aardse mensen, zoals de hemelse Mens, zo zullen alle hemelse zijn. En gelijk wij het beeld van de aardse mens hebben gedragen zo zullen wij ook het beeld dragen van de hemelse Mens.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc. 6, 27-38
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: „Tot u die naar Mij luistert zeg Ik: Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen. Als iemand u op de ene wang slaat keer hem ook de andere toe; en als iemand uw bovenkleed van u afneemt belet hem niet ook uw onderkleed te nemen. Geef aan ieder die u iets vraagt, en als iemand wegneemt wat u toebehoort eis het niet terug. Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, moet gij ook hen behandelen. Als gij bemint wie u beminnen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars beminnen wie hen liefhebben. Als gij weldoet aan wie u weldaden bewijzen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Dat doen de zondaars ook. Als gij leent aan hen van wie ge hoopt terug te krijgen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars lenen aan zondaars met de bedoeling evenveel terug te krijgen. Neen, bemint uw vijanden, doet goed en leent uit zonder er op te rekenen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn, dan zult ge kinderen zijn van de Allerhoogste, die immers ook goed is voor de ondankbaren en slechten. Weest barmhartig zoals uw Vader barmhartig is. Oordeelt niet, dan zult ge niet geoordeeld worden. Veroordeelt niet, dan zult ge niet veroordeeld worden. Spreekt vrij en gij zult vrijgesproken worden. Geeft en u zal gegeven worden: een goede, gestampte, geschudde en overlopende maat zal men u in de schoot storten. De maat die gij gebruikt zal men ook voor u gebruiken.”
Zo spreekt de Heer
VOORBEDE
Dat mensen elkaar tot zegen mogen zijn,
Daarom willen wij bidden.
Bidden wij om mensen die geduldig zijn,
die in ieder het goede weten te ontdekken,
dat wijzelf mensen met geduld mogen zijn.
Laat ons bidden…
Bidden wij om mensen die de vrede dichterbij brengen,
mensen die de kunst verstaan kwaad met goed te vergelden.
dat wij zelf zulke vredestichters mogen zijn.
Laat ons bidden…
Bidden wij om mensen die weten te delen en te geven,
die, meelevend met de nood van anderen, altijd iets kunnen missen,
dat wij zelf zulke vrijgevige mensen mogen zijn.
Laat ons bidden…
Voor paus Franciscus en allen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor…
In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart…
Maak ons, God, zoals Gij zijt
mild, eindeloos geduldig,
een en al liefde en trouw ten einde toe.
Amen
ZESDE ZONDAG DOOR HET JAAR 15 en 16 FEBRUARI 2025
EERSTE LEZING Jer. 17, 5-8
Uit de Profeet Jeremia
Dit zegt de Heer: „Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt, die bouwt op een schepsel en zich afkeert van de Heer. Hij is een kale struik in de steppe, nooit ziet hij regen; hij staat in dorre woestijngrond, in een onvruchtbaar gebied, waar niemand woont. Gezegend is hij die op de Heer vertrouwt, en zich veilig weet bij hem. Hij is als een boom die aan een rivier staat en wortels heeft tot in het water. Hij heeft geen last van de hitte, zijn blad blijft groen. Komt er een tijd van droogte, het deert hem niet; altijd blijft hij vrucht dragen.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 1
Refrein: Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt.
Gelukkig de man die weigert te doen wat goddelozen hem raden;
die niet de wegen der zondaars gaat, niet zit te midden der spotters;
Maar die zijn geluk vindt in ’s Heren wet, haar dag en nacht overweegt. Refrein
Hij is als een boom, aan het water geplant, die vruchten draagt op zijn tijd;
des zomers verdorren zijn bladeren niet,
maar al wat hij doet brengt hem voorspoed. Refrein
De goddelozen vergaat het zo niet: de wind blaast hen weg als kaf.
De Heer immers let op de weg der gerechten,
de weg van de zondaars loopt dood. Refrein
TWEEDE LEZING 1 Kor. 15,12.16-20
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
Broeders en zusters, als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgewekt, hoe kunnen dan sommigen onder u beweren dat er geen opstanding van de doden bestaat? Want als de doden niet verrijzen is ook Christus niet verrezen, en als Christus niet is verrezen is uw geloof waardeloos en zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn verloren. Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd zijn wij de beklagens-waardigste van alle mensen. Maar zo is het niet! Christus is opgewekt uit de doden als eersteling van hen die ontslapen zijn.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc. 6, 17. 20-26
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd daalde Jezus samen met de twaalf van de berg af. Hij bleef staan op een vlak terrein. Daar bevond zich een talrijke groep van zijn leerlingen en een grote volksmenigte uit heel het Joodse land, uit Jeruzalem en uit het kustland Tyrus en Sidon. Hij sloeg nu zijn ogen op, keek zijn leerlingen aan en sprak: „Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk Gods. Zalig die nu honger lijdt, want gij zult verzadigd worden. Zalig die nu weent, want gij zult lachen. Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, wanneer zij u uitstoten en u beschimpen en uw naam uit de samenleving bannen als iets verfoeilijks. Als die dag komt, springt dan op van blijdschap, want groot is uw loon in de hemel. Op dezelfde manier behandelden hun voorvaders de profeten. Maar wee u, rijken, want wat u vertroost hebt ge al ontvangen. Wee u, die nu verzadigd zijt, want ge zult honger lijden. Wee u, die nu lacht, want ge zult klagen en wenen. Wee u, wanneer alle mensen met lof over u spreken, want hun voorvaderen deden hetzelfde met de valse profeten.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Leggen we vol vertrouwen onze gebeden voor aan God,
onze barmhartige Vader,
uit zorg voor de noden van kerk en wereld.
Laten we bidden voor de Kerk:
dat zij ondanks verdeeldheid en scheiding
de blijde boodschap van het Evangelie
geloofwaardig en liefdevol mag verkondigen aan alle mensen.
Laat ons bidden…
Laten we bidden voor politieke en maatschappelijke leiders:
dat zij vrijheid en welzijn voor alle mensen
zoeken en bevorderen
en zo ertoe bijdragen dat mensen in vrede met elkaar leven.
Laat ons bidden…
Laten we bidden voor de armen, de treurenden,
en allen die vanwege hun geloof bespot en benadeeld worden:
dat zij de hoop niet verliezen
en de moed niet laten zakken.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…
In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties
Laat ons bidden…
God, verhoor onze gebeden
om voorspoed voor de zending van uw kerk
en voor het welzijn van uw mensen op aarde.
Door Christus, onze Heer.
VIJFDE ZONDAG DOOR HET JAAR 8 en 9 FEBRUARI 2025
EERSTE LEZING Jes., 6, 1-2a. 3-8
Uit de Profeet Jesaja
In het sterfjaar van koning Uzziáhu zag ik de Heer, gezeten op een hoge en verheven troon: zijn sleep bedekte heel de vloer van de tempel. Hij was omgeven met serafs; elk had zes vleugels, en ze riepen elkaar toe: “Heilig, heilig, heilig, de Heer der hemelse machten! Heel de aarde is vol van zijn glorie!” Het luide roepen deed de drempels schudden in hun voegen en het heiligdom stond vol rook. Toen riep ik: “Wee mij, ik ben verloren! “Want ik ben een mens met onreine lippen en ik woon te midden van een volk met onreine lippen, en toch hebben mijn ogen de Koning, de Heer der hemelse machten, gezien!” Maar een van de serafs vloog naar mij toe met een gloeiende kool die hij met een tang van het altaar genomen had; hij raakte mijn mond daarmee aan en sprak: “Nu dit uw lippen aangeraakt heeft zijn uw zonden verdwenen, uw misstappen vergeven.” Daarop hoorde ik de Heer spreken: “Wie moet ik zenden? Wie zal voor ons gaan?” En ik antwoordde: “Hier ben ik, zend mij!”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM
Refrein: Ik zing voor U en alle hemelmachten.
U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart, omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd. Ik zing voor U en alle hemelmachten en werp mij neer, gebogen naar uw heiligdom. Refrein
U prijs ik om uw goedheid en uw trouw, want uw belofte hebt Gij mateloos vervuld. Wanneer ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord, Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven. Refrein
U zullen alle koningen der aarde eren wanneer zij horen wat Gij tot hen zegt.
Ook zij zullen de daden van de Heer bezingen: ja waarlijk, machtig is de grootheid van de Heer. Refrein
Steeds is uw uitgestrekte hand mijn redding: de Heer voltooit voor mij al wat ik onderneem. Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde; vergeet het maaksel van uw handen niet! Refrein
TWEEDE LEZING 1 Kor., 15, 3-8.11
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe
Broeders en zusters, in de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, en dat Hij verschenen is aan Kefas en daarna aan de Twaalf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. En het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte. Maar of zij het nu zijn of ik, dát verkondigen wij en dát hebt gij geloofd.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 5, 1-11
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Op zekere dag stond Jezus aan de oever van het meer van Gennesaret, terwijl de mensen op Hem aandrongen om het woord Gods te horen. Hij zag nu twee boten liggen aan de oever van het meer; de vissers waren eruit gegaan en spoelden hun netten. Hij stapte in een van de boten, die van Simon en vroeg hem een eindje van wal te steken. Hij ging zitten en vanuit de boot vervolgde Hij zijn onderricht aan het volk. Toen Hij zijn toespraak had geëindigd zei Hij tot Simon: “Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst.” Simon antwoordde: “Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen; maar op uw woord zal ik de netten uitgooien.” Ze deden het en vingen zulk een massa vissen in hun netten dat deze dreigden te scheuren. Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Toen die gekomen waren vulden zij de beide boten tot zinkens toe. Bij het zien daarvan viel Simon Petrus Jezus te voet en zei: “Heer, ga van mij weg want ik ben een zondig mens.” Ontzetting had zich meester gemaakt van hem en van allen die bij hem waren, vanwege de vangst die ze gedaan hadden. Zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus echter sprak tot Simon: “Wees niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen.” Ze brachten de boten aan land en lieten alles achter om Hem te volgen.
VOORBEDE
Laten wij nu bidden tot God onze Vader.
Wij bidden voor allen die zich inzetten voor een betere samenleving.
Geef, Heer, dat zij mogen slagen in hun inzet
Door hun werken van barmhartigheid.
Laat ons bidden…
Wij bidden om roepingen.
Dat het in de gemeenschap van de Kerk niet zal ontbreken aan mensenvissers:
priesters, diakens, catechisten religieuzen
en toegewijde vrouwen en mannen in het pastoraat.
Dat velen ook vandaag
de roepstem van de Heer horen en Hem volgen.
Laat ons bidden…
Voor onszelf:
dat wij aandachtig durven luisteren naar Gods roepstem;
dat ieder binnen zijn of haar eigen mogelijkheden
de Heer mag volgen in woord en daad.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…
In stilte leggen we onze eigen vragen en noden voor aan God
Laat ons bidden…
God, onze Vader,
Gij alleen zijt onze toevlucht en onze kracht.
Geef dat wij moedig blijven getuigen van uw Blijde Boodschap.
Zend ons in de naam van Jezus Christus,
uw Zoon en onze Heer.
Opdracht van de Heer 1 en 2 februari 2025
Eerste lezing Mal., 3, 1 -4
Uit de Profeet Maleachi
Dit zegt de Heer God: “Ik zend mijn gezant voor Mij uit om voor Mij de weg te banen.” En aanstonds treedt dan de Heer zijn heiligdom binnen, de Heer die gij zoekt, de engel van het verbond, naar wie gij verlangend uitziet. Let op, Hij komt, zegt de Heer van de legermachten. Maar wie kan de dag van zijn komst verdragen? Wie zal er staande blijven wanneer Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van de smelter, als het loog van de blekers. Hij zet zich neer om het zilver te smelten en te zuiveren, om de levieten te zuiveren en hen, als goud en zilver, te louteren, zodat zij de Heer weer op de vereiste wijze offergaven kunnen brengen. Dan zal het offer van Juda en Jeruzalem de Heer weer behagen, zoals in het verleden, in de voorbije jaren.
Zo spreekt de Heer.
Antwoordpsalm Psalm 24
Refrein: De Heer van de hemelse machten, Hij is de Koning der glorie!
Poorten, heft uw kroonlijsten op, gaat open, aloude deuren:
De Koning der glorie moet binnengaan.
Refrein
Wie is deze Koning der glorie? De Heer, de sterke, de machtige,
De Heer, de held in de strijd.
Refrein
Poorten, heft uw kroonlijsten op, gaat open, aloude deuren:
De Koning der glorie moet binnengaan.
Refrein
Wie is deze Koning der glorie? De Heer van de hemelse machten,
Hij ie de koning der Glorie.
Refrein
Tweede lezing Hebr., 2, 14-18
Uit de brief aan de Hebreeën
Broeders en zusters, de kinderen van één familie hebben deel aan hetzelfde vlees en bloed; daarom heeft Jezus ons bestaan willen delen, om door zijn dood de vorst van de dood, de duivel, te onttronen en om hen te bevrijden, die door de vrees voor de dood heel hun leven aan onvrijheid onderworpen waren. Want het zijn niet de engelen wier lot Hij zich aantrekt maar de nakomelingen van Abraham. Vandaar dat Hij in alles aan zijn broeders gelijk moest worden, om als een medelijdend en getrouw hogepriester hun belangen bij God te behartigen en de zonden van het volk uit te boeten. Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft, kan Hij allen helpen die beproefd worden.
Zo spreekt de Heer.
Evangelie Lc., 2, 22-40 of 22-32
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Toen de tijd aanbrak waarop Maria en het kind volgens de Wet van Mozes
gereinigd moesten worden, brachten zijn ouders Jezus naar Jeruzalem om Hem aan de Heer op te dragen, volgens het voorschrift van de Wet des Heren:
elke eerstgeborene van het mannelijk geslacht moet aan de Heer worden toegeheiligd, en om volgens de bepalingen van de Wet des Heren een offer te brengen, namelijk een koppel tortels of twee jonge duiven. Nu leefde er in Jeruzalem een zekere Simeon, een wetgetrouw en vroom man die Israëls vertroosting verwachtte, en de heilige Geest rustte op hem. Hij had een godsspraak ontvangen van de heilige Geest dat de dood hem niet zou treffen voordat hij de Gezalfde des Heren zou hebben aanschouwd. Door de Geest gedreven was hij naar de tempel gekomen. Toen de ouders het kind Jezus daar binnenbrachten om aan Hem het voorschrift der Wet te vervullen, nam Simeon het kind in zijn armen en verkondigde Gods lof met de woorden: „Uw dienaar Iaat Gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan: mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd dat Gij voor alle volken hebt bereid; een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk Israël.”
Zo spreekt de Heer
Voorbede
Bidden wij tot God die ons nabij wil zijn.
Voor alle gelovigen dat wij door haar
mensen worden die in doen en laten getuigen van U,
als een God die om mensen begaan is.
Laat ons bidden…
Voor regeringsleiders, dat zij de vrede dienen
en deze aarde met zorg omringen
omwille van nu en omwille van later,
Laat ons bidden…
Voor ieder van ons, dat wij de juiste woorden vinden
om te troosten en te bemoedigen en daardoor voor anderen
een geschenk uit de hemel zijn.
Laat ons bidden…
Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Almachtige, eeuwige God,
Gij openbaart vandaag uw Zoon
als licht dat voor alle volkeren straalt,
laat ons steeds leven in dit licht
zodat wij eens delen in uw eeuwige glorie.
Door Christus, onze Heer.
DERDE ZONDAG DOOR HET JAAR 25 en 26 januari 2025
EERSTE LEZING Neh., 8, 2-4a. 5-6. 8-10
Uit het boek Nehemia
In die dagen bracht de priester Ezra, het boek van de wet voor de vergadering van mannen en vrouwen en van allen die de voorlezing konden volgen. Het was de eerste dag van de zevende maand. Vanaf de dageraad tot de middag las Ezra voor uit het boek op het plein voor de Waterpoort ten aanhoren van mannen en vrouwen en van allen die het konden volgen. Het volk luisterde aandachtig naar de voorlezing van het wetboek. Ezra, de schriftgeleerde, ging op een houten verhoog staan dat voor die gelegenheid opgeslagen was. Ten aanschouwe van heel het volk, hij stak immers boven allen uit, opende Ezra het boek. Op dat ogenblik gingen allen staan. Ezra prees de Heer, de grote God, en heel het volk antwoordde: “Amen, amen. De Levieten staken hun handen omhoog, zij bogen het hoofd en zij aanbaden de Heer met het gezicht tegen de grond. Zij lazen uit het boek van Gods wet, legden het uit en verklaarden de betekenis, zodat allen de lezing verstonden. Vervolgens zeiden Nehemia, de landvoogd, Ezra de priester en schriftgeleerde, en de levieten die de uitleg gaven tot heel het volk: “Deze dag is aan de Heer, uw God, gewijd. Gij moogt dus niet treurig zijn en niet wenen.” Het hele volk was namelijk in tranen uitgebarsten toen het de woorden van de wet hoorde. En ze zeiden hun: “Komt, gaat lekker eten en drinkt er zoete wijn bij en deelt ervan mee aan wie niets heeft, want deze dag is aan onze Heer gewijd. Weest niet bedroefd, maar de vreugde die de Heer u schenkt zij uw kracht.”
Zo spreekt de Heer.
ANTWOORDPSALM uit psalm 19
Refrein: Uw woorden, Heer, zijn geest en leven.
De Wet van de Heer is volkomen, zij sterkt de onzekere geest.
Zijn voorschriften zijn betrouwbaar, onwetenden maken zij wijs. Refrein
Rechtmatig zijn al zijn bevelen, bevredigend voor het gemoed.
Glashelder zijn zijn geboden, zij zijn een licht voor het oog. Refrein
Het woord van de Heer is eerlijk, het blijft in eeuwigheid waar.
Zijn uitspraken zijn waarachtig, rechtvaardig in iedere zaak. Refrein
Laat al mijn spreken en denken voor U aanvaardbaar zijn, Heer,
voor U, mijn rots en verlosser. Refrein
TWEEDE LEZING 1 Kor, 12, 12-14.27
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe
Broeders en zusters, Het menselijke lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel; alle ledematen, hoe vele ook, maken tezamen één lichaam uit. Zo is het ook met de Christus. Wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen zijn immers in de kracht van een en dezelfde Geest door de doop één enkel lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met één Geest. Een lichaam bestaat nu eenmaal niet uit één lid maar uit vele leden. Welnu, gij zijt het lichaam van Christus en ieder van u is een lid van dit lichaam.
Zo spreekt de Heer.
EVANGELIE Lc., 1, 1-4; 4, 14-21
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
Reeds velen hebben getracht de gebeurtenissen te verhalen die onder ons hebben plaats gevonden, aan de hand van de gegevens welke ons werden overgeleverd door mensen die van het begin af aan ooggetuigen waren en in dienst van het woord zijn getreden. Vandaar, edele Teofilus, dat ook ik besloot – na van meet af aan alles nauwkeurig te hebben onderzocht voor u een ordelijk verslag te schrijven, met de bedoeling u te doen zien hoe betrouwbaar de leer is waarin gij onderwezen zijt.
In die tijd keerde Jezus in de kracht van de Geest uit de woestijn terug naar Galilea en men sprak over Hem in heel de streek. Hij trad nu op als leraar in hun synagogen en werd algemeen geprezen. Zo kwam Hij ook in Nazaret, waar Hij was grootgebracht. Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. Ze reikten Hem de boekrol van de profeet Jesaja aan. Hij opende de rol en vond de plaats waar geschreven stond: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer. Daarop rolde Hij het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten. In de synagoge waren aller ogen gespannen op Hem gevestigd. Toen begon Hij hen toe te spreken: “Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan.”
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
Keren wij ons hart tot God en bidden wij…
Dat het ons nooit mag ontbreken
aan woorden die opbeuren en richting wijzen.
Dat wij Gods woord lezen en er steeds
kracht en bemoediging in vinden.
Laat ons bidden…
Dat het ons nooit mag ontbreken
aan openheid en bereidheid om te luisteren.
Dat Gods woord steeds meer mensen mag raken,
verrijken en verlichten.
Laat ons bidden…
Dat het ons nooit mag ontbreken
aan gevoelens van saamhorigheid en aan geloof in elkaar.
Dat wij elf goed nieuws zijn voor de armen, licht voor de blinden,
En bevrijding voor de verdrukten.
Laat ons bidden…
Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
God onze Vader,
meer dan wijzelf, kent Gij de noden van de mensen.
Stort de Geest van uw Zoon in onze harten
opdat wij daden van goedheid en liefde voortbrengen.
Door Christus onze Heer.
Tweede zondag door het jaar 18 en 19 januari 2025
Eerste Lezing Jesaja 62, 1-5
Uit de profeet Jesaja
Omwille van Sion mag ik niet zwijgen, terwille van Jeruzalem mij niet stilhouden. Want als de zon zal haar gerechtigheid stralen, haar heil branden als een fakkel. De volkeren zullen uw gerechtigheid aanschouwen, alle koningen uw glorie zien en men zal u een nieuwe naam geven, een naam door de Heer bedacht. In de hand van de Heer zult gij een flonkerende kroon zijn, in de hand van uw God een koninklijke diadeem. Gij zult niet meer heten: “de Verlatene”, uw land niet meer: “Woestenij”; maar gij zult heten: “Mijn Welbehagen”, uw land: “Gehuwde”; Want in u heeft de Heer zijn behagen gesteld en uw land wordt Hem ten huwelijk gegeven. Zoals een jongen zijn meisje trouwt, zal Hij die u opbouwt, u trouwen; en zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid zal uw God zich verheugen in u.
Zo spreekt de Heer
Antwoordpsalm uit psalm 96
Refrein: Meldt aan de naties Gods wondere daden.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer, alle landen.
Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam. Refrein
Verkondigt zijn heil alle dagen.
Meldt aan de naties Gods heerlijkheid,
zijn wondere daden aan alle volken. Refrein
Huldigt de Heer, alle stammen en volken,
huldigt de Heer om zijn glorie en macht.
Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam. Refrein
Gaat Hem aanbidden in heilig gewaad.
Beeft voor de Heer, alle mensen op aarde,
zegt tot elkander: de Heer regeert!
de volken bestuurt Hij met billijkheid. Refrein
Tweede Lezing 1 Korinthe 12, 4-11
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe
Er zijn verschillende gaven, maar slechts één Geest. Er zijn vele vormen van dienstverlening, maar slechts één Heer. Er zijn allerlei soorten werk, maar er is slechts één God, die alles in allen tot stand brengt. Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen. Aan de een wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven, aan een ander een woord van kennis krachtens dezelfde Geest, aan een derde door dezelfde Geest het geloof. Aan weer anderen schenkt de ene Geest gaven om ziekten te genezen, om wonderen te doen, de gave van profetie, de onderscheiding van geesten, velerlei taal of de vertolking ervan. Maar alles is het werk van een en dezelfde Geest, die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil.
Zo spreekt de Heer
Evangelie Johannes 2, 1-12
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus, volgens Johannes
In die tijd was er een bruiloft te Kana in Galilea, waarbij de moeder van Jezus aanwezig was. Jezus en zijn leerlingen waren eveneens op die bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn opraakte zei de moeder van Jezus tot Hem: “Ze hebben geen wijn meer.” Jezus zei tot haar: “Vrouw, is dat soms uw zaak? Nog is mijn uur niet gekomen.” Zijn moeder sprak tot de bedienden: “Doet maar wat Hij u zeggen zal.” Nu stonden daar volgens het reinigingsgebruik der Joden zes stenen kruiken, elk met een inhoud van ongeveer honderd liter. Jezus zei hun: “Doet die kruiken vol water.” Zij vulden ze tot bovenaan toe. Daarop zei Hij hun: “Schept er nu wat uit en brengt dat aan de tafelmeester.” Dat deden ze. De tafelmeester proefde van het water dat in wijn veranderd was. Hij wist niet waar die wijn vandaan kwam, maar de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het wel. Zodra hij geproefd had, riep hij de bruidegom en zei hem: “Iedereen zet eerst de goede wijn voor en wanneer men eenmaal goed gedronken heeft de mindere. U hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.” Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen en openbaarde zijn heerlijkheid. En zijn leerlingen geloofden in Hem. Daarna daalde Hij af naar Kafarnaüm, Hijzelf en zijn moeder, de broeders en zijn leerlingen; maar zij bleven daar slechts enkele dagen.
Zo spreekt de Heer
Voorbede
Leggen wij op voorspraak van de Moeder van de Heer
vol vertrouwen onze gebeden voor aan God.
Bidden wij voor alle christenen:
dat zij blijven getuigen van de vreugde van hun geloof;
dat zij groeien in eenheid tot welzijn van allen.
Laat ons bidden…
Bidden wij voor de leiders van alle landen;
dat zij met wijsheid leiding geven,
dat zij oog hebben voor het welzijn van allen.
Laat ons bidden…
Bidden we voor alle gehuwden;
dat zij elke dag in elkaar Gods liefde mogen zien;
dat zij samen een teken van Gods liefde in Kerk en wereld zijn.
Laat ons bidden…
Voor hen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor…
In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
Goede Vader,
U bent met ons door Christus een verbond aangegaan.
Door de Geest hebt Gij ons rijkelijk met gaven vervuld.
Wij bidden U:
laat ons door die gaven bijdragen aan de opbouw van elkaar,
uw Kerk en aan het welzijn van allen.
Wij vragen het U door Christus, onze Heer.
Amen.
Doop van de Heer 11 en 12 januari 2025
Eerste lezing
Uit de Profeet Jesaja (Jes. 40, 1-5, 9-11)
Troost, troost toch mijn volk, – zegt uw God -, spreek Jeruzalem moed in, roep haar toe dat haar straftijd voorbij is, dat haar ongerechtigheid vergeven is, dat zij van Gods hand haar zonden dubbel betaald heeft gekregen. Een stem roept: “Baan de Heer een weg in de steppe, effen voor onze God een heerbaan in de woestijn, elk dal moet gevuld, elke berg en heuvel geslecht worden, alle oneffenheden moeten vlak, de rotsmassa’s een vallei worden. En verschijnen zal de glorie des Heren en alle vlees zal daarvan getuige zijn: de mond des Heren heeft het gezegd!” Beklim de hoogste berg, gij Sion, vreugdebode, Verhef krachtig uw stem, Jeruzalem, vreugdegezant: verkondig het luide, ken geen vrees, roep tot de steden van Juda: “Uw God is op komst! Zie, God de Heer komt met kracht, zijn arm voert de heerschappij; zijn loon komt met Hem mee, zijn beloning gaat voor Hem uit. Als een herder zal Hij zijn schapen weiden, in zijn armen ze samenbrengen, de lammeren dragen tegen zijn boezem, de schapen met zachte hand geleiden.”
Antwoordpsalm Psalm 104
Refrein:
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
Wat zijt Gij groot, Heer, mijn God.
Met glorie en luister zijt Gij gekleed, uw mantel is zuiver licht.
De hemel hebt Gij als een tentdoek gespannen
En boven de wateren liggen uw zalen. Refrein
De wolken hebt Gij als wagen genomen, Gij rijdt op de rug van de wind.
De storm hebt Gij tot uw bode gemaakt, de bliksemflits uw dienaars. Refrein
Hoeveel is het wat Gij gedaan hebt, Heer, en alles in wijsheid gemaakt,
De aarde is vol van uw schepsels. Maar ook in de zee, zo diep en zo wijd, is het een gewemel van dieren, ontelbaar, grote en kleine. Refrein
En al deze dieren verwachten van U dat Gij ze voedt op hun tijd.
Wat Gij voor hen uitstrooit verzamelen zij,
ze worden verzadigd als Gij uw hand opent. Refrein
Verbergt Gij uw aanschijn, dan worden zij angstig,
neemt Gij hun geest weg, dan komen zij om, en keren terug tot de aarde.
Maar zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven,
dan maakt Gij uw schepping weer nieuw. Refrein
Tweede lezing
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan Titus (Tit. 2, 11-14; 3, 4-7)
Dierbare, de genade van God, bron van heil voor alle mensen, is op aarde verschenen. Zij leert ons goddeloosheid en wereldse begeerten te verzaken en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in deze tijd, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de openbaring van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland Christus Jezus. Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle ongerechtigheid te verlossen en ons te maken tot zijn eigen volk, gereinigd van zonde, vol ijver voor alle goeds. De goedheid en mensenliefde van God onze Heiland is op aarde verschenen, en Hij heeft ons gered, niet omdat wij iets goeds gedaan zouden hebben maar omdat Hij barmhartig is.
Hij heeft ons gered door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de heilige Geest. Want Hij he eft de Geest overvloedig over ons uitgestort door Christus onze Heiland. Zo zijn wij door zijn genade gerechtvaardigd. en erfgenamen geworden van het eeuwig leven waar onze hoop op gericht is.
Evangelie
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas (Lc. 3, 15-16. 21-22)
In die tijd toen het volk vol verwachting was en iedereen zich aangaande Johannes de vraag stelde of hij niet de Messias zou zijn, gaf Johannes aan allen het antwoord: “Ik doop u met water, maar er komt iemand die sterker is dan ik; ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.” Terwijl al het volk zich liet dopen, en Jezus na zijn doop in gebed was, geschiede het dat de hemel openging, en dat de heilige Geest, in lichamelijke gedaante als een duif, over Hem neerdaalde, en dat een stem uit de hemel sprak: “Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb Ik mijn behagen gesteld.”
Voorbede
Bij God bestaat geen aanzien van persoon.
In dat vertrouwen mogen we één van hart tot Hem bidden.
Voor alle gedoopten:
dat zij de herinnering aan hun doopsel levend houden
en in de kracht van Gods Geest
hun taak in Kerk en wereld mogen voortzetten.
Laat ons bidden…
Voor alle mensen die het geloof van hun doopsel
niet in vrijheid kunnen beleven.
Heer sta allen bij die vervolgd worden om hun geloof.
Laat onder alle volkeren
blijvende vrede en eenheid heersen
en vrijheid van godsdienst.
Laat ons bidden…
Voor alle ouders
die binnenkort hun kinderen laten dopen;
dat zij hun kinderen blijven voorgaan op de weg van het geloof.
Laat ons bidden…
Laten wij op dit feest van de doop van de Heer
ook bidden voor hen die niet in Christus geloven:
dat de heilige Geest hen met zijn licht vervult
en zij met een oprecht hart ingaan op wat goed is,
en eenmaal bij Gods Zoon uitkomen.
Laat ons bidden…
Misintenties…
Gebed in stilte…
Heer, ons doopsel maakt ons tot leerlingen van uw Zoon Jezus Christus.
Help ons de weg te gaan die Hij is gegaan.
Kom ons te hulp met uw kracht en uw Geest.
Leer ons te leven als hoopvolle mensen in dienst van het evangelie.
Door Christus onze Heer.
Feest Openbaring des Heren – Driekoningen 4 en 5 januari 2025
Eerste lezing
Uit de Profeet Jesaja 60,1-6.
Sta op, laat het licht u beschijnen, Jeruzalem, want de Zon gaat over u op en de glorie van de Heer begint over u te schijnen. Want zie: duisternis bedekt de aarde, het donker de volkeren maar over u gaat de Heer op en zijn glorie is boven u verschenen. Volkeren komen af op uw licht, koningen op de luister van uw dageraad. Sla uw ogen op en zie om u heen: van overal stromen ze naar u toe, uw zonen komen van verre, uw dochters draagt men op de arm. Bij het zien hiervan zult gij met blijdschap worden vervuld en uw hart zal bonzen en wijd worden van vreugde. Want de schatten der zee gaan over in uw bezit, de rijkdommen der volkeren worden aan u afgedragen. Een zee van kamelen bedekt u, jonge kamelen van Midjan en Efa. Alle bewoners van Sjeba trekken naar u toe; ze voeren goud en wierook aan en verkondigen luid de roem van de Heer.
Zo spreekt de Heer.
Tweede lezing
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze
Broeders en zusters, Gij hebt vernomen hoe zich de genade Gods heeft verwezenlijkt die mij met het oog op u gegeven is; door openbaring is mij de kennis van het geheim meegedeeld, zoals ik het reeds in het kort heb beschreven. Nooit is het onder vroegere geslachten aan de kinderen der mensen bekend gemaakt, zoals het nu door de Geest is geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten: dat de heidenen in Christus Jezus medeërfgenamen zijn, medeleden en mededeelgenoten van de belofte door middel van het evangelie.
Zo spreekt de Heer.
Evangelie
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Toen Jezus te Bethlehem in Juda geboren was ten tijde van koning Herodes, kwamen er te Jeruzalem Wijzen uit het oosten en vroegen: “Waar is de pasgeboren koning der Joden? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen.” Toen koning Herodes dit hoorde, werd hij verontrust en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen en legde hun de vraag voor, waar de Christus moest geboren worden. Zij antwoordden hem: “Te Bethlehem in Juda. Zo immers staat er geschreven bij de profeet: En gij, Bethlehem, landstreek van Juda, gij zijt volstrekt niet de geringste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman te voorschijn treden, die herder zal zijn over mijn volk Israël.” Toen ontbood Herodes in het geheim de Wijzen en vroeg hun nauwkeurig naar de tijd waarop de ster verschenen was. Daarop zond hij hen naar Bethlehem met de opdracht: “Gaat een zorgvuldig onderzoek instellen naar het Kind en wanneer gij het gevonden hebt, bericht het mij dan, opdat ook ik het hulde kan gaan brengen.” Na de koning aanhoord te hebben vertrokken zij. En zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging voor hen uit totdat zij boven de plaats waar het Kind zich bevond stil bleef staan. Op het zien van de ster werden zij vervuld van overgrote vreugde. Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met zijn moeder Maria en op hun knieën neer vallend betuigden zij het hun hulde. Zij haalden hun schatten te voorschijn en boden het geschenken aan: goud, wierook en mirre. En in een droom van Godswege gewaarschuwd niet meer naar Herodes terug te keren, vertrokken zij langs een andere weg naar hun land.
Zo spreekt de Heer.
VOORBEDE
God heeft zich in Christus geopenbaard
als het Licht van de volkeren.
Met Caspar, Melichor en Balthasar willen wij Hem onze hulde brengen
en bidden tot God.
Voor de gemeenschap van de Kerk:
Maak haar tot een teken van hoop voor allen
die in dit nieuwe jaar
op zoek zijn naar gerechtigheid en vrede.
Laat ons bidden…
Voor de leiders van de volken:
voor koningen en politiek verantwoordelijken.
Dat zij niet bedacht zijn op eigen macht, eer of voordeel,
maar zich inzetten voor een rechtvaardige wereld naar Gods bedoeling.
Laat ons bidden…
Voor onszelf hier bijeen rond de het Kind van Betlehem:
Dat wij, met de Wijzen uit het Oosten,
onze gaven van geloof, hoop en liefde aanbieden
en zo de vrede van Christus aan de wereld tonen.
Laat ons bidden…
Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
God, onze Vader, ga voor ons uit als een ster in de nacht,
Houd ons gaande op zoek naar U
en op weg naar elkaar.
Amen
Nieuwjaarsdag 2025
Feest van het Moederschap van Maria – Octaaf van Kerstmis
Eerste lezing Num., 6, 22-27
Uit het Boek Numeri
De Heer sprak tot Mozes: “Zeg aan Aäron en zijn zonen: Als gij de Israëlieten zegent, doe het dan met deze woorden: Moge de Heer u zegenen en u behoeden ! Moge de Heer de glans van zijn gelaat over u spreiden en u genadig zijn! Moge de Heer zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken! Als zij zo mijn naam over de Israëlieten uitspreken zal ik hen zegenen.”
Zo spreekt de Heer.
Antwoordpsalm uit psalm 67
Refrein: God, wees ons barmhartig en zegen ons.
God, wees ons barmhartig en zegen ons,
toon ons het licht van uw aanschijn;
Opdat men op aarde uw wegen mag kennen,
in alle landen uw heil. Refrein
Laat alle naties van vreugde juichen
omdat Gij de volken rechtvaardig regeert
en alles op aarde bestuurt. Refrein
Geef dat de volken U eren, o God,
dat alle volken U eren.
God geve ons zo zijn zegen
dat heel de aarde Hem vreest. Refrein
Tweede lezing Gal., 4, 4-7
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten
Broeders en zusters, Toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God zijn eigen Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet om ons; slaven van de wet, vrij te maken zodat wij de rang kregen van zonen. En omdat ge zonen zijt heeft God de Geest van zijn Zoon, die “Abba, Vader!” roept in ons hart gezonden. Ge zijt dus niet langer slaaf maar zoon en als zoon ook erfgenaam en wel door toedoen van God.
Zo spreekt de Heer.
Evangelie Lc., 2, 16-21
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd haastten de herders zich naar Betlehem en vonden Maria en Jozef en het pasgeboren kind, dat in de kribbe lag. Toen ze dit gezien hadden maakten ze bekend wat hun over dit kind gezegd was. Allen die het hoorden stonden verwonderd over hetgeen de herders hun verhaalden. Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf. De herders keerden terug terwijl zij God verheerlijkten en loofden om alles wat zij gehoord en gezien hadden; het was juist zoals hun gezegd was. Toen de acht dagen voorbij waren en men het kind moest besnijden, ontving het de naam Jezus, zoals het door de engel was genoemd voordat het in de moederschoot werd ontvangen.
Zo spreekt de Heer.
Voorbede
Moge het jaar dat voor ons ligt, overvloedig door God gezegend zijn.
God, zegen dit jaar al uw mensenkinderen
met welzijn en geluk.
Moge alles wat wij voor onszelf wensen,
ook anderen vergund zijn.
Laat ons bidden…
God, zegen dit jaar onze aarde
met mensen die bekommerd zijn om haar leefbaarheid.
Moge de zorg om een gezond milieu
de aandacht krijgen die het verdiend.
Laat ons bidden…
God, zegen dit jaar allen in onze eigen kerkgemeenschap
die Jezus’ ideaal tot het hunne maken,
die durven dromen van een nieuwe wereld naar Gods hart.
Moge zij door hun manier van leven
Het rijk Gods dichterbij brengen.
Laat ons bidden…
God, zegen allen die juist nu ons gebed hebben gevraagd of nodig hebben.
Denken wij daarbij ook aan onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…
Eeuwige God, wees in het jaar dat komt,
zoals u was in het verleden: God-met-ons.
Doe lichten over ons uw aangezicht en schenk ons vrede.
Amen