Schriftlezingen van de zondag – Archief

Startviering Odafeesten – Hemelvaartsdag 14 mei 2026

Eerste Lezing (Hand. 1, 1-11)

Lezing uit de Handelingen van de apostelen.

Het eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven over alles wat Jezus vanaf het begin gedaan en geleerd heeft tot aan de dag waarop Hij door de Heilige Geest zijn opdracht gaf aan de apostelen die Hij had uitgekozen, en waarop Hij ten hemel werd opgenomen. Na zijn lijden toonde Hij hun met vele bewijzen dat Hij in leven was. Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak over het Koninkrijk van God. Terwijl Hij bij hen was, beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar de belofte van de Vader af te wachten, “die — zo zei Hij — gij van Mij vernomen hebt: Johannes doopte weliswaar met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de Heilige Geest.” Terwijl zij bijeengekomen waren, stelden zij Hem de vraag: “Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?” Maar Hij zei hun: “Het komt u niet toe tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld, maar gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest die over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde van de aarde.” Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Terwijl zij naar de hemel staarden bij zijn heengaan, zie, er stonden twee mannen in witte gewaden naast hen, die zeiden: “Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? Deze Jezus die van u is opgenomen ten hemel, zal op dezelfde wijze wederkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.”
Woord van de Heer.

Tussenzang: Psalm 145-2. De Heer is voor wie Hem aanroept nabij.

Refrein. De Heer is voor wie Hem aanroept nabij.

Al uw werken, Heer, spreken uw lof,
dankbaar zegenen U uw getrouwen;
sprake gaat van uw goddelijk rijk
en getuigenis van uw vermogen. ref

Opdat de mens weet van uw macht
van uw koningschap, stralend in luister
Uw heerschappij blijft: de eeuwen door,
uw rijk duurt: geslacht na geslacht. ref.

Gerecht is de Heer in al zijn wegen,
genadig, genadig in al wat Hij doet;
De Heer is voor wie Hem aanroept nabij,
voor elk die Hem aanroept in vertrouwen. ref.

Tweede lezing (Ef. 1, 17-23)

Lezing uit de Brief van de heilige apostel Paulus aan de Efeziërs.

Broeders en zusters, Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest geven van wijsheid en openbaring om Hem waarachtig te kennen. Moge Hij de ogen van uw hart verlichten, zodat gij weet wat de hoop van zijn roeping is, wat de rijkdom is van de heerlijkheid van zijn erfdeel te midden van de heiligen, en hoe overgroot zijn macht jegens ons die geloven. Met zijn werkdadige kracht en macht heeft Hij gewerkt in Christus, toen Hij Hem opwekte uit de doden en deed zitten aan zijn rechterhand in de hemelen, hoog boven alle macht, gezag, kracht en heerschappij, en boven iedere naam die genoemd wordt, niet alleen in deze tijd, maar ook in de toekomstige. Alles heeft Hij aan zijn voeten gelegd en Hem, verheven boven alles, gegeven als hoofd van de Kerk die zijn lichaam is, de volheid van Hem die alles in allen vervult.
Woord van de Heer.

Evangelie: (Mt. 28, 16-20 )

Lezing uit het heilig evangelie volgens Matteüs.

In die tijd gingen de elf leerlingen naar Galilea, naar de berg die Jezus hun aangewezen had. Toen zij Hem zagen, aanbaden ze Hem; sommigen echter twijfelden. Jezus trad nader en sprak tot hen: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de wereld.”
Woord van de Heer.

Voorbede

Brengen wij al onze gebeden en intenties bij de Heer op voorspraak van de heilige Oda.

Voor onze bisschop hier aanwezig. Dat hij zijn tienjarig jubileum als bisschop van ‘s-Hertogenbosch vandaag met vreugde mag beleven en dat hij met enthousiasme en ijver werkzaam mag blijven in de wijngaard van de Heer.
Laat ons bidden.

Voor de leiders van de volkeren. Dat zij in navolging van de Vredevorst, die heerst vanuit de rechterhand van de Vader, niet uit zijn op eigen gewin, maar het welzijn en de vrede van allen nastreven.
Laat ons bidden.

Voor de gelovigen en religieuzen die in toewijding leven. Dat zij op voorspraak van de heilige Oda de Heer steeds beter leren herkennen en zien in de beleving van hun roeping.
Laat ons bidden.

Voor Mgr. Bekkers die wij vandaag 60 jaar geleden ten grave hebben mogen dragen. Dat hij die de volheid van het priesterschap heeft mogen ontvangen nu als opvolger van de apostelen opgenomen mag zijn in hun gemeenschap.
Laat ons bidden.

Voor onze parochiegemeenschap en in het bijzonder voor onze zieken en stervenden, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis. Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor, wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden.

Heer, Gij die ons het translatiefeest van de relieken van de heilige Oda laat vieren, vermeerder in ons het geloof in de verrijzenis en de hemelvaart van uw Zoon en maak ook ons deelachtig aan de onsterfelijke glorie, waaraan wij beloftevol worden herinnerd als wij de stoffelijke overblijfselen van uw heiligen vereren.
Door Christus onze Heer.


ZESDE ZONDAG VAN PASEN 9 en 10 mei 2026
Moederdag

EERSTE LEZING Hand., 8, 5-8. 14-17

Uit de Handelingen der Apostelen

In die dagen daalde Filippus af naar de stad Samaria en predikte hun de Christus.
De menigten sloegen eensgezind acht op Filippus’ woorden, toen ze luisterden en de tekenen zagen die hij verrichtte. Want uit velen die onreine geesten hadden,
gingen dezen onder luid geschreeuw weg en vele lammen en kreupelen werden genezen. Er ontstond dan ook grote vreugde in die stad. Toen de apostelen in Jeruzalem vernamen dat Samaria het woord van God had aangenomen, zonden zij Petrus en Johannes naar hen toe. Nadat ze afgedaald waren, spraken ze een gebed voor hen uit, opdat zij de Heilige Geest zouden ontvangen. Deze was namelijk nog over niemand van hen gekomen; ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 66
R. Heel de aarde, juich voor God.

Heel de aarde, juich voor God,
zing een lied op zijn heerlijke Naam,
een loflied dat zijn glorie erkent;
zeg tot God: “Hoe ontzagwekkend zijn uw daden. Refrein

Heel de aarde moet diep voor U buigen,
zingen voor U, een lied zingen op uw Naam.”
Komt en ziet de werken van God;
door zijn daden wekt Hij ontzag bij de mensen. Refrein

Hij maakte de zee tot droog land,
en te voet trokken zij door de bedding:
laten wij ons om Hem verheugen.
In zijn almacht heerst Hij over de wereld. Refrein

Komt, luistert en laat mij vertellen, ieder die ontzag kent voor God;
luistert naar wat Hij gedaan heeft voor mij. God is gezegend:
mijn gebed heeft Hij niet afgewezen
en zijn liefde heeft Hij mij niet ontzegd. Refrein

TWEEDE LEZING 1 Petr.,3, 15-18

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren, Heiligt in uw hart Christus als Heer, en weest altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop die in u is. Maar doet het met zachtmoedigheid en ontzag, en met een goed geweten. Dan zullen zij die uw goede levenswandel in Christus beschimpen, met hun laster beschaamd staan. Want het is beter, als Gods wil dat verlangt, om te lijden vanwege goede daden dan vanwege slechte. Immers, ook Christus heeft eens voor al geleden voor de zonden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, om u tot God te brengen. Gedood naar het vlees, werd Hij ten leven gewekt naar de Geest.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Joh., 14, 15-21

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. En Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Helper geven
om voor altijd met u te zijn: de Geest van de waarheid, die de wereld niet kan aanvaarden, omdat zij Hem niet ziet en niet kent. Gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Ik zal u niet achterlaten als wezen: Ik kom naar u toe. Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer aanschouwen; maar gij zult Mij aanschouwen, want Ik leef en gij zult leven. Op die dag zult gij erkennen, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u. Wie mijn geboden heeft en deze onderhoudt, hij is het die Mij liefheeft. En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader worden bemind; ook Ik zal hem liefhebben en Ik zal Mijzelf aan hem openbaren.”
Woord van de Heer.

VOORBEDE

Heer, onze God, wij zijn hier hoopvol en bidden bij U.
Wil luisteren naar onze gebeden:

Bewaar in uw Naam alle christenen, wereldwijd.
Doordring hen met uw Geest en schenk hun de gaven
Van geloof, hoop en liefde.
Laat ons bidden…

Zegen op deze moederdag onze moeders,
die ons het leven schonken en hun liefde.
Dat wij hen nooit vergeten.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam onze parochiegemeenschap.
Dat wij wegen vinden om ons geloof
en onze gaven met elkaar te delen en één van hart U te dienen.
Laat ons bidden…

Op voorspraak van Maria bidden wij in deze meimaand speciaal voor
voor allen die ziek zijn, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Heer. blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Zend ons uw Geest, God.
Beur ons op, vuur ons aan,
Maak ons tot nieuwe mensen,
Tot mensen naar uw hart. Amen.


Vijfde zondag van Pasen 2 en 3 mei 2026

EERSTE LEZING Hand., 6, 1-7
Uit de Handelingen der Apostelen

In die dagen, toen het aantal leerlingen toenam, begonnen de Hellenisten tegen de Hebreeën te morren, omdat bij de dagelijkse ondersteuning hun weduwen achtergesteld werden. De twaalf riepen nu de menigte leerlingen bijeen en zeiden: “Het past niet dat wij het woord van God verwaarlozen om aan tafel te bedienen. Ziet dus uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van goede faam, vol van Geest en wijsheid, die wij zullen aanstellen voor deze taak, terwijl wij zullen volharden in het gebed en in de bediening van het woord.” Het voorstel vond instemming bij de hele menigte en zij kozen Stéfanus, een man vol van geloof en van de Heilige Geest, Filippus, Próchorus, Nikánor, Timon, Parménas en Nikoláüs, een proseliet uit Antiochië. Dezen werden aan de apostelen voorgedragen, die na gebed hun de handen oplegden. Het woord van God bleef zich verspreiden en het aantal leerlingen in Jeruzalem nam sterk toe; ook een grote menigte priesters gehoorzaamden aan het geloof.
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 33
Refrein. Uw liefde, Heer, moge over ons komen:
wij stellen ons vertrouwen op U.

Rechtvaardigen, juicht om de Heer;
wie oprecht is, moet Hem eren.
Looft de Heer met de citer,
maakt muziek voor Hem op de harp. Refrein

Oprecht is het woord van de Heer,
alles wat Hij doet, is betrouwbaar.
Hij heeft recht en gerechtigheid lief;
de aarde is vervuld van de liefde van de Heer. Refrein

Het oog van de Heer rust op hen die Hem vrezen
en die op zijn liefde vertrouwen.
Hij zal hen vrijwaren van de dood,
hen bij hongersnood in leven houden. Refrein

TWEEDE LEZING 1 Petr., 2, 4-9
Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren, Treedt toe tot de Heer, de levende steen, door mensen verworpen, maar uitverkoren en kostbaar voor God. Laat ook uzelf als levende stenen opbouwen tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap dat geestelijke offers opdraagt die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus. Daarom staat er in de Schrift: Zie, Ik leg in Sion een hoeksteen, uitverkoren en kostbaar,
en wie in Hem gelooft, zal zeker niet worden teleurgesteld.” Kostbaar, dat geldt voor u die gelooft, maar voor de ongelovigen geldt: “De steen die de bouwers hebben afgekeurd, die is tot hoeksteen geworden”, en “een steen des aanstoots, een rots waar zij over struikelen.” Zij stoten zich, omdat zij het woord niet gehoorzamen; en daartoe waren zij ook bestemd. Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk,
verworven om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Joh., 14,1-12
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Laat uw hart niet ontsteld worden.
Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van mijn Vader zijn vele verblijven. Als dit niet zo was, zou Ik u dan gezegd hebben: Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden? En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij, opdat waar Ik ben, ook gij zult zijn. En waar Ik heenga — gij kent de weg.” Thomas zei tot Hem: “Heer, wij weten niet waar Gij heengaat: hoe kunnen wij de weg dan kennen?” Jezus zei hem: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader, tenzij door Mij. Als gij Mij zoudt kennen, zoudt gij ook mijn Vader kennen. En vanaf nu kent gij Hem en hebt gij Hem gezien.” Hierop zei Filippus Hem: “Heer, toon ons de Vader; dat is ons genoeg.” Jezus zei hem: “Ik ben al zo lang bij u en gij kent Mij nog niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hoe kunt ge dan zeggen: ‘Toon ons de Vader?’ Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar het is de Vader die, blijvend in Mij, zijn werken doet. Gelooft Mij: Ik blijf in de Vader en de Vader in Mij. Of gelooft het anders omwille van de werken. Amen, amen, Ik zeg u: wie gelooft in Mij, ook hij zal de werken doen die Ik doe, en grotere dan die zal hij doen, omdat Ik naar de Vader ga.”
Woord van de Heer.

VOORBEDE
In het besef dat God ons liefheeft bidden wij:

God wijs uw weg aan deze wereld.
Dat zij een huis mag zijn met ruimte voor allen,
waar het kleine wordt opgemerkt en het kwetsbare wordt behoed.
Laat ons bidden…

God, voed uw kerk op in waarheid.
Dat zij tot heil mag zijn voor deze wereld.
Maak haar tot luisteren bereid, en help haar op weg uw toekomst tegemoet.
Laat ons bidden…

God schenk uw levenskracht aan al uw mensenkinderen op aarde.
Dat zij zich geroepen weten om het leven samen te delen
en elkaar tot zegen zijn.
Laat ons bidden…

Op voorspraak van Maria bidden wij in deze meimaand speciaal voor
voor allen die ziek zijn, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Heer. blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Eeuwige God,
al bidden wij met andere woorden,
wij vragen U steeds om hetzelfde:
laat komen , Heer, uw rijk midden onder ons.
Amen


Vierde zondag van Pasen 25 en 26 april 2026
zondag van de Goede Herder / roepingenzondag

EERSTE LEZING Hand., 2, 14a. 36-41
Uit de Handelingen der Apostelen

Op de dag van Pinksteren stond Petrus op, samen met de elf, verhief zijn stem en sprak tot hen: “Heel het huis van Israël moet er zeker van zijn, dat God Hem tot Heer en tot Christus heeft gemaakt, deze Jezus, die gij gekruisigd hebt.” Toen zij dit hoorden, werden zij diep in het hart getroffen en zeiden tot Petrus en de overige apostelen: “Wat moeten we doen, mannenbroeders?” Petrus gaf hun ten antwoord: “Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult gij de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want die belofte geldt u, uw kinderen en allen ver weg, zovelen de Heer onze God roepen zal.” Met nog vele andere woorden legde hij getuigenis af,
en hij spoorde hen aan: “Redt u uit dit ontaarde geslacht.” Zij nu die zijn woord aannamen, werden gedoopt, zodat zich op die dag ongeveer drieduizend mensen aansloten.
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 23
R. De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.

De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij neerliggen in grazige weiden,
Hij voert mij naar rustig water, daar geeft Hij mij nieuwe kracht. Refrein.

Hij leidt mij op het rechte spoor, omwille van zijn Naam.
Al ga ik door dalen van duisternis en dood, ik vrees geen onheil,
want Gij zijt bij mij: uw stok en uw staf, zij geven mij moed. Refrein

Gij dekt voor mij de tafel, voor de ogen van mijn belagers;
met olie zalft Gij mijn hoofd, mijn beker vloeit over. Refrein

Ja, uw goedheid en liefde blijven mij volgen alle dagen van mijn leven.
Ik zal wonen in het huis van de Heer, tot in lengte van dagen. Refrein

TWEEDE LEZING 1 Petr., 2, 20b-25
Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren, Geduldig verdragen dat gij te lijden hebt om uw goede daden, dat is genade bij God. Daartoe zijt gij immers geroepen, want ook Christus heeft voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten; opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden. Hij heeft geen zonde bedreven en in zijn mond is geen bedrog gevonden.
Als Hij uitgescholden werd, schold Hij niet terug. Als men Hem leed aandeed, uitte Hij geen dreigementen. Hij liet zijn zaak over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. In zijn eigen lichaam heeft Hij zelf onze zonden op het kruishout gedragen, opdat wij, gestorven voor de zonden, zouden gaan leven voor gerechtigheid. Door zijn striemen zijt gij genezen. Want gij waart verdwaald als schapen, maar nu zijt gij teruggekeerd naar de herder en behoeder van uw zielen.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Joh., 10,1-10
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus: “Amen, amen, Ik zeg u: wie niet door de deur de schaapsstal binnengaat, maar via een andere weg optrekt, hij is een dief en een rover. Maar wie door de deur binnengaat, is de herder van de schapen. Voor hem doet de deurwachter open. De schapen luisteren naar zijn stem; hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. Wanneer hij al de zijnen naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit en de schapen volgen hem, omdat zij zijn stem kennen. Een vreemde echter zullen ze zeker niet volgen; integendeel, zij zullen van hem wegvluchten, omdat ze de stem van vreemden niet kennen.” Deze gelijkenis vertelde Jezus hun, maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen. Opnieuw sprak Jezus tot hen: “Amen, amen, Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen. Allen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered; hij zal in- en uitgaan en weide vinden. De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en te vernietigen; Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden hebben en wel in overvloed.”
Woord van de Heer.

VOORBEDE

God heeft Jezus aangesteld herder van zijn volk.
Hij kent ons bij onze naam
Daarom bidden wij vol vertrouwen tot Hem:

Voor Paus Leo en alle herders van Gods Kerk.
Dat zij met liefde over de kudde waken
en velen door de deur van het geloof leiden.
Laat ons bidden…

Voor de herders van de volkeren.
Dat zij niet uit zijn op eigen voordeel,
maar het welzijn van allen nastreven.
Laat ons bidden…

Voor jonge mensen die niet de trends van de tijd volgen,
maar hun leven in dienst stellen van God en de mensen.
Wij bidden voor de priesters, diakens en religieuzen.
Wij bidden voor alle vrouwen en mannen
die gezonden zijn in dienst van het evangelie.
Dat allen zich verenigen in liefde voor Gods Naam.
Laat ons bidden…

Voor Koning Willem-Alexander die maandag zijn verjaardag viert.
Wij bidden om zegen over zijn leven.
Dat hij, bij de Gratie Gods, een
geest van eensgezindheid en saamhorigheid bewerkt
onder allen die in ons land wonen of verblijven.
Laat ons bidden…

voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…

Heer, onze God, met tedere goedheid leidt Gij uw Kerk
breng ons thuis bij U langs de weg
die de Goede Herder ons is voorgegaan.


Derde zondag van Pasen 18 en 19 april 2026

EERSTE LEZING Hand., 2, 14. 22-28

Uit de Handelingen der Apostelen

Op de dag van Pinksteren stond Petrus op, samen met de elf, verhief zijn stem en sprak tot hen: “Joodse mannen en gij allen die in Jeruzalem woont, dit moet bij u bekend zijn en luistert naar mijn woorden. Jezus de Nazoreeër was een man, u van Godswege aangewezen door machtige daden, wonderen en tekenen. die God door Hem onder u heeft verricht, zoals gij zelf weet. Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van wettelozen aan het kruis genageld en gedood. Hem heeft God opgewekt na de weeën van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Want David zegt over Hem:
‘De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen; daarom is mijn hart verheugd en jubelt mijn tong; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, want Gij zult mijn ziel niet overlaten aan het dodenrijk en uw Heilige geen bederf laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen, Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn.’ Mannenbroeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen over de aartsvader David,
dat hij gestorven en begraven is; en zijn graf is bij ons tot op deze dag.
Welnu, omdat hij een profeet was en wist, dat God hem een eed gezworen had
dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen, zei hij met een vooruitziende blik over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien.
Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen. Verheven nu aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde Heilige Geest van de Vader ontvangen en Deze uitgestort, zoals gij ziet en hoort.”
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 15
Refrein. Heer, Gij maakt mij vertrouwd met de weg ten leven.
Of: Alleluia.

Bescherm mij, God, ik neem mijn toevlucht tot U.
Van de Heer zeg ik: Gij zijt mijn Heer.
De Heer is mijn erfdeel, mijn levensbeker;
mijn lot ligt in uw handen. Refrein.

Ik zegen de Heer die mijn leidsman is;
zelfs in de nacht spoort mijn hart mij aan.
Steeds houd ik de Heer voor ogen,
Hij staat mij terzijde en ik wankel niet. Refrein.

Mijn hart is dan ook verheugd,
mijn innerlijk jubelt, mijn lichaam kent geen zorgen,
want Gij geeft mijn leven niet aan het dodenrijk prijs,
Gij laat uw vrome het graf niet zien. Refrein.

Gij maakt mij vertrouwd met de weg ten leven:
overvloedige vreugde bij U,
heerlijkheid aan uw zijde, voorgoed. Refrein.

TWEEDE LEZING 1 Petr., 1, 17-21

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren, Indien gij Hem als Vader aanroept, die zonder aanzien des persoons
oordeelt overeenkomstig ieders werk, leeft dan in vrees tijdens uw verblijf in den vreemde. Gij weet immers, dat gij niet met vergankelijke dingen, met zilver of goud, zijt vrijgekocht uit uw zinloze leven, dat gij van uw vaderen hebt geërfd,
maar met het kostbaar Bloed van Christus als van een lam zonder vlek of gebrek.
Hij die gekend was vóór de grondlegging van de wereld, is op het einde van de tijden verschenen omwille van u die door Hem gelooft in God, die Hem heeft opgewekt uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof ook hoop op God is.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Lc., 24, 13-35;
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Zie, twee van de leerlingen van Jezus waren op die dag — de eerste van de week — op weg naar een dorp, dat op zestig stadiën van Jeruzalem lag en Emmaüs heette. Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. En terwijl zij zich hierover onderhielden en van gedachten wisselden, gebeurde het dat Jezus zelf naderde en met hen meeliep. Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. Hij vroeg hun: “Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?” Met een bedrukt gezicht bleven ze staan. Een van hen, Kléopas genaamd, antwoordde Hem: “Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem,
dat Gij niet weet wat daar in deze dagen gebeurd is?” Hij vroeg hun: “Wat dan?”
Ze antwoordden Hem: “Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en heel het volk; hoe onze hogepriesters en overheden Hem hebben overgeleverd om ter dood te worden veroordeeld en hoe ze Hem hebben gekruisigd. En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn. Bovendien hebben een paar vrouwen uit ons midden ons versteld doen staan; nadat ze in de vroegte naar het graf waren geweest, en zijn lichaam niet gevonden hadden, kwamen ze zeggen, dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gezien, die zeiden dat Hij leeft. Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet.” Nu sprak Hij tot hen: “O gij die onverstandig zijt en traag van hart om te komen tot geloof in alles wat de profeten gezegd hebben! Moest de Christus dat alles niet lijden en zo zijn heerlijkheid binnengaan?” En beginnend met Mozes en alle profeten verklaarde Hij hun wat in al de Schriften over Hem geschreven staat. Ze naderden het dorp waarnaar ze op weg waren, en Hij deed alsof Hij verder moest gaan. Maar zij drongen bij Hem aan: “Blijf bij ons, want het wordt avond en de dag loopt al ten einde.” Toen ging Hij naar binnen om bij hen te blijven. Terwijl Hij met hen aanlag, nam Hij het brood, sprak de zegenbede uit, brak het en gaf het hun. Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht.
Toen zeiden ze tot elkaar: “Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften opende?” Ze stonden onmiddellijk op, keerden naar Jeruzalem terug en vonden de elf bijeen samen met degenen die bij hen waren. Dezen zeiden: “De Heer is waarlijk verrezen en aan Simon verschenen.”
En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood.
Woord van de Heer.

VOORBEDE

In vertrouwen richten wij ons tot Jezus Christus
die met ons op weg gaat.

Jezus heeft de Schriften ontsloten voor zijn zoekende leerlingen.
Sta ook vandaag de verkondigers van uw woord bij
en open door uw Blijde Boodschap de harten van vele mensen.
Laat ons bidden…

Men noemt Jezus machtig in woord en daad,
in het oog van God en mensen.
Schenk aan de machtigen van deze wereld
de geest van eerbied en respect voor ieder mensenleven.
Laat ons bidden…

Jezus heeft ons het goede voorbeeld gegeven,
Kom ons tegemoet, God, die de weg van uw Zoon proberen te gaan,
en het geloof willen bewaren.
Laat ons bidden…

Voor alle leden van het St. Jorisgilde;
dat we werkelijk als broeders en zusters met elkaar omgaan
en elkaar recht doen.
Laat ons bidden…

voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Blijf bij ons, Heer Jezus.
Wees met ons onderweg,
laat ons hart brandend zijn en versterk onze hoop,
dat wij U samen met onze broeders en zusters
herkennen in de Schriften en in het breken van het brood.
Gij die leeft en heerst tot in de eeuwen der eeuwen.


TWEEDE ZONDAG VAN PASEN – BELOKEN PASEN
ZONDAG VAN DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID
11 en 12 april 2026

EERSTE LEZING Hand.,2,42-47
Uit de Handelingen der Apostelen

De broeders volhardden in de leer van de apostelen en in het gemeenschappelijk leven, in het breken van het brood en in het gebed.
Ontzag beving eenieder, want door de apostelen werden vele wonderen en tekenen verricht. Allen die het geloof hadden aangenomen, waren op dezelfde plaats en bezaten alles gemeenschappelijk, verkochten hun bezittingen en goederen en verdeelden die onder allen naar ieders behoefte. Dagelijks bezochten ze met volharding en eensgezind de tempel, in hun huizen braken ze het brood, ze genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van hart,
loofden God en stonden bij het hele volk in de gunst. En elke dag bracht de Heer er meer bijeen, die gered zouden worden.
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 118
Refrein. Looft de Heer, want Hij is goed, voor eeuwig duurt zijn erbarmen.

Laat Israël zeggen: “Voor eeuwig duurt zijn erbarmen.”
Laat het huis van Aäron zeggen:
“Voor eeuwig duurt zijn erbarmen.”
Laat wie de Heer vreest, zeggen:
“Voor eeuwig duurt zijn erbarmen.” Refrein.

Zij duwden en duwden om mij te doen vallen,
maar de Heer kwam mij te hulp.
Mijn kracht en mijn beschermer is de Heer,
Hij is mij tot redding geworden.
Hoor de juichkreten over mijn redding
in de tenten van de rechtvaardigen. Refrein

De steen door de bouwers afgekeurd,
die is de hoeksteen geworden.
Dat is het werk van de Heer, wonderbaar in onze ogen.
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt;
laten we juichen en ons verheugen. ` Refrein.

TWEEDE LEZING 1 Petr., 1,3-9
Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid herboren deed worden tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden, tot een onbederfelijke, onbevlekte, onvergankelijke erfenis in de hemel weggelegd voor u die in Gods kracht door het geloof behouden blijft voor het heil, dat gereed ligt om op het einde van de tijd geopenbaard te worden. Daarover zijt gij verheugd, ook al zijt gij nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd bedroefd door allerlei beproevingen, opdat de loutering van uw geloof — van grotere waarde dan vergankelijk goud dat toch ook door vuur gelouterd wordt — mag leiden tot lof, heerlijkheid en eer
bij de openbaring van Jezus Christus. Zonder Hem gezien te hebben hebt gij Hem lief, zonder Hem nu te zien gelooft gij in Hem en gij verheugt u met een onuitsprekelijke en glorievolle vreugde, wanneer gij het einddoel van uw geloof bereikt: de redding van uw ziel.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Joh., 20, 19-31
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Toen het avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus, ging in hun midden staan en zei hun: “Vrede zij u!” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde, toen zij de Heer zagen. Daarop zei Jezus hun opnieuw: “Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” En na dit gezegd te hebben blies Hij over hen en zei hun: “Ontvangt de Heilige Geest. Van wie gij de zonden vergeeft, hun zijn ze vergeven, van wie gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Thomas, een van de twaalf, die ook Didymus genoemd wordt, was echter niet bij hen, toen Jezus kwam. Dus zeiden de andere leerlingen tegen hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij zei hun: “Als ik niet in zijn handen de sporen van de nagelen zie, en mijn vinger in de sporen van de nagelen kan steken, en mijn hand kan steken in zijn zijde, zal ik zeker niet geloven.” Acht dagen later waren zijn leerlingen opnieuw binnen, en Thomas was bij hen. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Thomas: “Kom hier met uw vinger en zie mijn handen. Kom met uw hand en steek die in mijn zijde en wordt niet ongelovig, maar gelovig.” Hierop zei Thomas: “Mijn Heer en mijn God.” Jezus zei hem: “Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Z heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan die niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend, opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt hebben in zijn Naam.
Woord van de Heer.

VOORBEDE

Laat ons bidden dat wij – onze twijfels te boven –
blijven groeien in geloof.

Voor hen die, zoals Thomas, twijfelen.
dat zij, verlicht door het Licht van Pasen,
de weg van geloof, hoop en liefde mogen vinden en
dat de verrezen Heer ook voor hen een woord van vrede heeft.
Laat ons bidden…

Voor allen die hun geloof verloren hebben
en slechts met heimwee kunnen terugdenken
aan het houvast dat het geloof hen vroeger gaf: –
dat de verrezen Heer ook voor hen een woord van vrede heeft.
Laat ons bidden…

Voor allen die open in het leven staan
en op zoek blijven naar de zin van het bestaan
dat de verrezen Heer ook voor hen een woord van vrede heeft.
Laat ons bidden…

voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…

Barmhartige God, voltooi wat Gij in ons begonnen zijt,
en blijf ons wegen ten leven wijzen
voor tijd en eeuwigheid.
Amen.


TWEEDE PAASDAG 6 april 2026

Eerste lezing Hand., 2, 14. 22-33

Uit de Handelingen der Apostelen

Op Pinksteren trad Petrus naar voren met de elf en verhief zijn stem om het woord tot hen te richten: “Gij allen, mannen van Israël, luistert naar deze woorden: Jezus de Nazoreeër was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen die God door Hem onder u heeft verricht. Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de strikken van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand opdat ik niet zou wankelen. Daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet over zult laten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen, Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn. Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David dat hij gestorven en begraven is; we hebben immers zijn graf bij ons tot op deze dag.
Welnu, omdat hij een profeet was, en wist, dat God hem een eed gezworen had dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen, zei hij met een blik in de toekomst over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen.”
Woord van de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 16
Refrein: Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht.

Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht. Gij zijt mijn Heer, ik erken het,
ik vind geen geluk buiten U. De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker,
Hij heeft mijn lot in zijn hand. Refrein

Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft. Hij spreekt ook des nachts in mijn hart. Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer, ik val niet, want Hij staat naast mij.
Refrein

Daarom ben ik vrolijk en blij van geest, daarom kan ik rustig gaan slapen. Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over, Gij levert uw dienaar niet uit aan het graf.
Refrein

Gij zult mij de weg van het leven wijzen om heel mijn vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde. Refrein

Evangelie Mt. 28, 8-15
Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

In die tijd gingen de vrouwen terstond weg van het graf met vrees en grote vreugde, en zij haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen.
En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zei: “Weest gegroet.” Zij traden op Hem toe, omklemden zijn voeten en aanbaden Hem. Toen sprak Jezus tot hen:
“Weest niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen dat zij naar Galilea moeten gaan en daar zullen zij Mij zien.” Terwijl de vrouwen nog onderweg waren, gingen enkelen van de bewakers naar de stad en berichtten aan de hogepriesters alles wat er was voorgevallen. Dezen hielden een bijeenkomst met de oudsten en, na overleg, gaven ze aan de soldaten een flinke som geld met de opdracht: “Zegt maar: Zijn leerlingen zijn Hem in de nacht komen stelen terwijl wij sliepen. En mocht dit soms de landvoogd ter ore komen, dan zullen wij hem wel kalmeren en er voor zorgen dat gij geen last krijgt.” Zij namen het geld aan en deden zoals hun voorgezegd was. Dit verhaal is onder de Joden verder verteld tot op de dag van vandaag.
Woord van de Heer.

Voorbede
Bidden wij tot God dat het feest van Pasen ons innerlijk mag vernieuwen

Bidden we om nieuw licht
overal waar mensen door het donker gaan,
waar de stoppen van de hoop zijn doorgeslagen
Laat ons bidden…

Bidden we om nieuw geloof
overal waar mensen het vertrouwen in God,
in zichzelf of de ander zijn kwijtgeraakt.
Laat ons bidden…

Bidden wij om nieuwe kansen
overal waar mensen tekort wordt gedaan
en in het bijzonder kinderen niet tot hun recht komen.
Laat ons bidden…

Bidden we voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis
of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Almachtige eeuwige God,
Hernieuw ons en deze aarde
– van dag tot dag –
in het licht van Pasen.
Amen


EERSTE PAASDAG 5 april 2026

EERSTE LEZING (Hand.10,34a.37-43)

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen nam Petrus het woord en sprak: “Gij weet wat er in heel Judea gebeurd is, beginnend in Galilea na het doopsel dat Johannes predikte: hoe God Jezus van Nazaret gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht.
Hij ging weldoende rond en genas allen die in de macht waren van de duivel,
want God was met Hem. En wij zijn getuigen van alles wat Hij in het land van de Joden en in Jeruzalem gedaan heeft. Hem hebben ze aan het kruishout geslagen en vermoord. God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan en laten verschijnen, niet aan het hele volk, maar aan de getuigen die door God tevoren waren uitgekozen, aan ons die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij uit de doden was opgestaan. Hij gaf ons de opdracht aan het volk te prediken en te getuigen dat Hij de door God aangestelde rechter is
over de levenden en de doden. Van Hem leggen alle profeten het getuigenis af,
dat ieder die in Hem gelooft, door zijn Naam vergiffenis van zonde verkrijgt.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 118
Refrein: Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt.
laten we juichen en ons verheugen.
Of: Alleluia.

Looft de Heer, want Hij is goed,
voor eeuwig duurt zijn erbarmen.
Laat Israël zeggen:
“Voor eeuwig duurt zijn erbarmen.” Refrein

De rechterhand van de Heer richt mij op,
de rechterhand van de Heer doet machtige daden.
Ik zal niet sterven, nee, ik zal leven
en vertellen van de daden van de Heer. Refrein.

De steen door de bouwers afgekeurd,
die is de hoeksteen geworden.
Dat is het werk van de Heer,
wonderbaar in onze ogen. Refrein.

TWEEDE LEZING (Kol. 3, 1-4)
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse.

Broeders en zusters, Als gij dan met Christus verrezen zijt, zoekt wat boven is, daar waar Christus is, gezeten aan de rechterhand van God. Richt uw gedachten op wat boven is, niet op wat op aarde is. Gij zijt immers gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God. Wanneer Christus, uw leven, verschijnt, dan zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Joh., 20, 1-9
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena vroeg in de morgen – het was nog donker- bij het graf en zag dat de steen van het graf was weggenomen Zij rende dan en kwam bij Simon Petrus en bij de andere leerling, degene van wie Jezus hield, en zei hun: “Ze hebben de Heer uit het graf genomen en we weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.” Petrus en de andere leerling gingen dus naar buiten en kwamen bij het graf. De twee renden samen, maar die andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Vooroverbukkend zag hij de zwachtels liggen; toch ging hij niet naar binnen. Toen kwam ook Simon Petrus die hem gevolgd was, en hij ging het graf binnen. Hij zag de zwachtels liggen; de zweetdoek die zijn hoofd had bedekt, lag niet bij de zwachtels, maar apart opgerold. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf was gekomen, naar binnen; hij zag en geloofde. Want zij kenden de Schrift nog niet: dat Hij uit de doden moest opstaan.
Woord van de Heer.

VOORBEDE

Bidden wij tot God onze Vader
die Jezus op de derde dag heeft doen opstaan.

Op dit hoogfeest van Pasen bidden wij voor de gemeenschap van de Kerk,
laat alle gedoopten samenleven in eenheid en liefde.
Dat wij in blijdschap ons Paasgeloof uitdragen en belijden.
Laat ons bidden…

Breng door het Licht van Pasen vrede in onze wereld.
Dat het feest van de verrijzenis bevrijding brengt
aan wie lijden onder oorlogsgeweld, onrecht en verdrukking.
Laat ons bidden…

Om troost en kracht voor allen die lijden aan het leven:
zieken, eenzamen, hen die hongeren naar hun dagelijks brood.
Dat de boodschap van Pasen hoop geeft aan wie wanhoopt.
Laat ons bidden…

voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

Almachtige eeuwige God,
op de derde dag hebt Gij uw Zoon doen opstaan
en Hem doen verschijnen aan uitverkoren getuigen.
Wij bidden U: dat wij zoeken wat boven is,
daar waar Christus zetelt aan uw rechterhand,
en dat wij niet zinnen op het aardse, maar op het hemelse,
zodat ons leven geborgen is in U.
Door Christus onze Heer.


Goede Vrijdag 3 april 2026

EERSTE LEZING Jes., 52, 13-53, 12

Uit de Profeet Jesaja

Zie, mijn dienaar zal succesvol handelen, hij zal worden verhoogd en verheven en zeer verheerlijkt. Zoals velen over hem ontsteld hebben gestaan zo misvormd was hij, zo onmenselijk van voorkomen en zijn schoonheid beneden die van mensenkinderen, zo zal hij vele volkeren slaan met verbazing. Koningen zullen hun mond voor hem sluiten, want wat hun niet verteld is, aanschouwen zij en wat zij niet hebben gehoord, zien zij in. “Wie kon geloven wat wij hebben gehoord en over wie is de arm van de Heer zichtbaar geworden? Onder Gods ogen is hij opgerezen als een alleenstaande loot en als een wortel uit dorre grond. Hij had gestalte noch luister, zodat wij naar hem konden zien, geen voorkomen, zodat wij hem zouden kunnen begeren. Veracht en door de mensen verstoten, man van smarten en door lijden gerijpt; als een die zijn gelaat voor ons heeft verborgen, veracht en door ons niet geteld. Toch waren het onze pijnen die hij droeg, en onze smarten die hij op zich nam. Wij daarentegen beschouwden hem als een getroffene, als iemand die door God is geslagen en vernederd. Hij is echter doorboord om onze zonden, mishandeld om onze misdaden, want op hem rust de straf voor ons heil en door zijn striemen zijn wij genezen. Wij allen dwaalden als een kudde, ieder ging zijn eigen weg; de Heer liet op hem neerkomen de misdaad van ons allen.” Men mishandelde hem en hij heeft het aanvaard, hij heeft zijn mond niet geopend.
Als het lam dat naar de slachtbank geleid wordt, en als het schaap dat voor zijn scheerder verstomt, zo heeft hij zijn mond niet geopend. Door een gewelddadige rechtspraak is hij weggerukt. Wie is er nog die denkt aan zijn leven? Hij is immers weggenomen uit het land van de levenden, om de zonden van mijn volk tot de dood toe geslagen. Men geeft hem een graf bij de misdadigers en bij de rijken een rustplaats, ofschoon hij geen onrecht gepleegd heeft en er geen bedrog is geweest in zijn mond. Het heeft de Heer behaagd hem met slagen te pijnigen. Al brengt hij zichzelf ten offer, toch zal hij een nageslacht zien, zijn dagen verlengen en de wens van de Heer zal door zijn hand vervuld worden. Om zijn zwoegen zal hij licht zien en met kennis verzadigd worden. Mijn dienaar zal als rechtvaardige velen rechtvaardigen en hun misdaden zal hij op zich laden. Daarom zal Ik hem deel geven onder de velen, en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn ziel prijsgaf aan de dood en onder de zondaars gerekend is. Hij draagt immers de zonden van velen en is voor de zondaars een voorspraak.
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 31
Refrein. Vader, in uw handen beveel ik mijn geest.

Bij U, Heer, kom ik schuilen, beschaam mij nooit ofte nimmer,
bevrijd mij in uw rechtvaardigheid. In uw handen beveel ik mijn geest:
Gij zijt mijn Verlosser, getrouwe God. Refrein.

Mijn vijanden spotten met mij, en mijn buren nog het meest,
kennissen schrikken van mij: ze zien mij op straat en gaan mij uit de weg.
Ik ben vergeten, als een dode, weg uit het hart,
als een kruik die in scherven ligt. Refrein.

Heer, ik stel mijn vertrouwen in U; ik zeg het: Gij zijt mijn God.
Mijn tijd van leven ligt in uw hand;
maak mij los uit de greep van mijn vijanden en achtervolgers. Refrein

Laat uw gelaat over uw dienaar schijnen, red mij in uw barmhartigheid.
Gij, die wacht op de Heer: weest dapper en standvastig van hart. Refrein

TWEEDE LEZING Hebr., 4, 14-16; 5, 7-9

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters, Nu wij een verheven Hogepriester hebben, een die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan de belijdenis. Want wij hebben niet een hogepriester die onbekwaam is mee te voelen met onze zwakheden, maar een die beproefd werd in alle opzichten zoals wij, afgezien van de zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade om barmhartigheid te verkrijgen en genade te vinden, tot hulp op de juiste tijd. In de dagen van zijn vlees heeft Christus onder luid geroep en onder tranen gebeden en smekingen opgedragen aan Degene die Hem uit de dood kon redden en om zijn vroomheid is Hij verhoord. Hoewel Hij de Zoon was heeft Hij door wat Hij leed, gehoorzaamheid geleerd, en toen Hij tot de voleinding was gekomen, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen, oorzaak geworden van eeuwig heil.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

EVANGELIE Joh., 18,1 – 19, 42

Het lijdensverhaal van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd ging Jezus met zijn leerlingen naar buiten, naar de overkant van de beek Kedron. Daar was een tuin die Hij met zijn leerlingen binnenging. Maar ook Judas die Hem zou overleveren, kende deze plaats, omdat Jezus er dikwijls met zijn leerlingen was samengekomen.
Judas nu kwam daarheen met een cohort en met dienaren van de hogepriesters en Farizeeën, voorzien van lantaarns, fakkels en wapens.
Jezus, die alles wist wat over Hem ging komen, trad naar voren en zei tot hen:
“Wie zoekt gij?
Zij antwoordden Hem:
“Jezus, de Nazoreeër.”
Hij zei hun:
“Ik ben het.”
Ook Judas, die Hem overleverde, stond bij hen. Toen Hij hun zei:
“Ik ben het”, weken zij achteruit en vielen op de grond.
Opnieuw vroeg Hij hun:
“Wie zoekt gij?”
Zij zeiden:
“Jezus de Nazoreeër.”
Jezus antwoordde:
“Ik heb u gezegd: Ik ben het. Als gij Mij zoekt, laat dezen dan gaan.”
Vervuld moest worden het woord dat Hij gesproken had:
“Niemand van hen, die Gij Mij gegeven hebt, liet Ik verloren gaan.”
Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had,
sloeg daarmee de knecht van de hogepriester en hakte hem het rechteroor af. De naam van die knecht was Malchus.
Jezus echter sprak tot Petrus:
“Steek dat zwaard in de schede; zou Ik de beker niet drinken die mijn Vader Mij gegeven heeft?”
De cohort met de tribuun en de dienaren van de Joden grepen toen Jezus vast, boeiden Hem en brachten Hem eerst naar Annas.
Deze was namelijk de schoonvader van Kájafas, die dat jaar hogepriester was. Het was Kájafas, die aan de Joden de raad had gegeven:
“Het is beter, dat er één mens sterft voor het volk.”
Simon Petrus en een andere leerling volgden Jezus. Die leerling nu was een bekende van de hogepriester en ging tegelijk met Jezus het paleis van de hogepriester binnen, terwijl Petrus buiten bij de poort bleef staan. Daarom kwam die andere leerling, de bekende van de hogepriester, aar buiten, sprak met de portierster en bracht Petrus naar binnen. Het meisje aan de poort zei tegen Petrus:
“Zijt ook gij niet een van de leerlingen van die man?”
Hij zei:
“Dat ben ik niet.”
De knechten en de dienaren hadden een houtskoolvuur aangelegd omdat het koud was en stonden zich te warmen. Ook Petrus stond bij hen en warmde zich.
De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer.
Jezus antwoordde hem:
“Ik heb openlijk tot de wereld gesproken. Ik heb altijd onderricht gegeven in een synagoge en in de tempel, waar alle Joden bijeenkomen,
en in het verborgene heb Ik niets gesproken. Waarom ondervraagt gij Mij? Ondervraag degenen die gehoord hebben wat Ik tot hen gesproken heb. Zie, zij weten wat Ik heb gezegd.”
Toen Hij dit zei, gaf een van de dienaren die naast Hem stond,
Jezus een klap in het gezicht en zei:
“Antwoordt Gij zo de hogepriester?”
Jezus antwoordde hem:
“Indien Ik iets verkeerds gezegd heb, getuig dan wat er verkeerd in was,
maar indien het goed was, waarom slaat gij Mij?”
Daarop zond Annas Hem geboeid naar de hogepriester Kájafas.

Simon Petrus stond zich te warmen, toen ze hem zeiden:
“Zijt ook gij niet een van zijn leerlingen?”
Hij ontkende het en zei:
“Dat ben ik niet.”
Een van de knechten van de hogepriester, een bloedverwant van de man
bij wie Petrus het oor had afgehakt, zei:
“Heb ik u niet in de tuin met Hem gezien?”
Petrus ontkende het opnieuw en meteen kraaide er een haan.

Toen brachten zij Jezus van Kájafas naar het pretorium. Het was vroeg in de morgen. Zelf gingen zij het pretorium niet binnen, opdat zij zich niet zouden verontreinigen, maar het paasmaal konden eten.
Daarom kwam Pilatus naar buiten en vroeg hun:
“Welke beschuldiging brengt gij tegen deze man in?”
Zij gaven hem ten antwoord:
“Als dit geen misdadiger was, zouden wij Hem niet aan u hebben overgeleverd.”
Daarop zei Pilatus:
“Neemt gij Hem dan en oordeelt Hem volgens uw wet.”
De Joden zeiden hem:
“Wij missen het recht om iemand ter dood te brengen.”
Zo zou Jezus’ woord in vervulling gaan, waarmee Hij had aangeduid welke dood Hij zou sterven.
Nu ging Pilatus het pretorium weer binnen, riep Jezus bij zich en zei tot Hem:
“Zijt Gij de koning van de Joden?”
Jezus antwoordde:
“Zegt gij dit uit uzelf of hebben anderen u over Mij gesproken?”
Pilatus antwoordde:
“Ben ik soms een Jood? Uw volk en de hogepriesters hebben U aan mij overgeleverd. Wat hebt Gij gedaan?”
Jezus antwoordde:
“Mijn koningschap is niet van deze wereld. Als mijn koningschap van deze wereld was, zouden mijn dienaren gestreden hebben,
opdat Ik niet overgeleverd zou worden aan de Joden; mijn koningschap is echter niet van hier.”
Daarop zei Pilatus tot Hem:
“Gij zijt dus toch koning?”
Jezus antwoordde:
“Gíj zegt dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen: om te getuigen van de waarheid.
Ieder die uit de waarheid is, luistert naar mijn stem.”
Pilatus zei tot Hem:
“Wat is waarheid?”
En dit gezegd hebbend, ging hij weer naar buiten naar de Joden en zei hun:
“Ik vind in Hem geen enkele schuld. Maar er bestaat bij u de gewoonte dat ik met Pasen iemand vrijlaat. Wilt gij dus dat ik u de koning van de Joden vrijlaat?”
Toen schreeuwden ze opnieuw:
“Niet die, maar Bárabbas.”
Bárabbas was een rover.

Toen nam Pilatus Jezus en liet Hem geselen.
De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten Hem die op het hoofd en wierpen Hem een purperen mantel om.
Ze traden op Hem toe en zeiden:
“Gegroet, de koning van de Joden.”
En zij sloegen Hem in het gezicht.
Pilatus ging opnieuw naar buiten en zei tot hen:
“Zie, ik breng Hem voor u naar buiten om u te doen weten,
dat ik geen enkele schuld in Hem vind.”
Jezus kwam dus naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan. En Pilatus zei tot hen:
“Zie de mens.”
Maar toen de hogepriesters en hun dienaren Hem zagen,
schreeuwden ze:
“Kruisigen, kruisigen.”
Pilatus zei hun:
“Neemt gij Hem dan en kruisigt Hem, want ik vind geen schuld in Hem.”
De Joden antwoordden hem:
“Wij hebben een wet en volgens die wet moet Hij sterven,
want Hij heeft zichzelf tot Zoon van God gemaakt.”
Toen Pilatus dit hoorde, werd hij nog meer bevreesd.
Hij ging opnieuw het pretorium binnen en zei tot Jezus:
“Waar zijt Gij vandaan?” Maar Jezus gaf hem geen antwoord.
Daarom zei Pilatus Hem:
“Gij spreekt niet tegen mij? Weet Ge niet dat ik macht heb om U vrij te laten, en macht heb om U te kruisigen?”
Jezus antwoordde:
“Ge zoudt geen enkele macht over Mij hebben, als u die niet van boven gegeven was. Daarom is de zonde van hem die Mij aan u heeft overgeleverd, groter.”

Van dit ogenblik af wilde Pilatus ertoe overgaan Hem vrij te laten.
Maar de Joden schreeuwden:
“Als ge Hem vrijlaat, zijt ge geen vriend van de keizer.
Ieder die zichzelf tot koning maakt, komt in verzet tegen de keizer.”
Toen Pilatus dat hoorde, bracht hij Jezus naar buiten en ging op de rechterstoel zitten, op de plaats die Litóstrotos heet, in het Hebreeuws Gábbata.
Het was de Voorbereidingsdag voor Pasen, ongeveer het zesde uur.
Hij zei tot de Joden:
“Zie uw koning.”
Maar zij schreeuwden:
“Weg, weg! Kruisig Hem.”
Pilatus zei hun:
“Zal ik dan uw koning kruisigen?”
De hogepriesters antwoordden:
“Wij hebben geen andere koning dan de keizer.”
Toen leverde hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden.

En zij namen Jezus over. Zelf zijn kruis dragend,
trok Jezus de stad uit naar wat de Schedelplaats heet,
in het Hebreeuws Golgota. Daar kruisigden zij Hem,
en met Hem nog twee anderen, aan de ene en de andere kant,
en Jezus in het midden.
Pilatus had zelf een opschrift laten maken en op het kruis laten aanbrengen. Er stond geschreven:
“Jezus, de Nazoreeër, de koning van de Joden.”
Dit opschrift dus lazen velen van de Joden, want de plaats waar Jezus gekruisigd werd, lag dicht bij de stad en het stond geschreven in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks.
De hogepriesters van de Joden nu zeiden tot Pilatus:
“Ge moet niet schrijven: ‘de koning van de Joden’, maar:
‘Hij heeft gezegd: Ik ben de koning van de Joden.’”
Pilatus antwoordde: “Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.”

Toen de soldaten Jezus gekruisigd hadden, namen ze zijn kleren en deelden ze in vieren, voor iedere soldaat een deel, en ze namen ook het onderkleed. Het onderkleed nu was zonder naad, aan één stuk geweven van bovenaf. Daarom zeiden ze tot elkaar:
“Laten we dat niet scheuren, maar er om loten wie hem krijgt.”
Zo moest de Schrift vervuld worden, die zegt: “Zij verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.”
Aldus deden de soldaten.

Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder en de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.
Toen Jezus de moeder zag en bij haar staande de leerling die Hij liefhad,
zei Hij tot de moeder:
“Vrouw, zie uw zoon.”
Vervolgens zei Hij tot de leerling:
“Zie uw moeder.”
En van dat uur af nam de leerling haar bij zich op.

Hierna, wetend dat nu alles was volbracht,
opdat de Schrift zou worden vervuld, zei Jezus:
“Ik heb dorst.”
Er stond daar een kruik vol zure wijn. Ze staken dus een spons vol zure wijn op een hysopstengel, en brachten die aan zijn mond.
Toen Jezus dan van de zure wijn genomen had, zei Hij:
“Het is volbracht”,
en nadat Hij het hoofd had gebogen, gaf Hij de geest.
Hier knielt men en houdt een korte stilte.

Aangezien het Voorbereidingsdag was en opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven op sabbat — want het was een grote dag, die sabbat — vroegen de Joden aan Pilatus dat van hen de benen zouden worden gebroken en zij zouden worden weggehaald.
Daarop kwamen de soldaten en braken de benen van de eerste en van de andere die met Hem was gekruisigd.
Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen dat Hij reeds dood was,
braken zij zijn benen niet; maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans en onmiddellijk kwam er bloed en water uit.
En die het gezien heeft, getuigt hiervan; en zijn getuigenis is waar,
en hij weet dat hij de waarheid zegt, opdat ook gij zoudt geloven.
Dit is namelijk gebeurd, opdat de Schrift vervuld zou worden:
“Geen been van Hem zal gebroken worden”,
terwijl nog een ander Schriftwoord zegt:
“Zij zullen opzien naar Hem die zij hebben doorstoken.”

Hierna vroeg Jozef van Arimatéa, die een leerling van Jezus was
— maar in het verborgene uit vrees voor de Joden — aan Pilatus
het lichaam van Jezus te mogen wegnemen.
En Pilatus stond het toe.
Hij ging dus heen en nam het lichaam weg.
Nikodémus, die eerder ’s nachts naar Hem toegekomen was,
kwam ook en bracht een mengsel van mirre en aloë mee,
ongeveer honderd litra. Zij namen het lichaam van Jezus
en wikkelden het met de welriekende kruiden in zwachtels,
zoals het bij de Joden gebruikelijk is te begraven.
Op de plaats waar Hij gekruisigd was, lag een tuin en in die tuin een nieuw graf, waarin nog nooit iemand was neergelegd.
Vanwege de Voorbereidingsdag van de Joden en omdat het graf dichtbij was, legden zij Jezus daarin neer.
Woord van de Heer.

Voorbede

Broeders en zusters, laten wij aansluitend aan het verkondigde Woord van de Heer ons in de voorbede van deze Goede Vrijdag richten tot onze almachtige en barmhartige hemelse Vader, de Schepper van al wat bestaat. Bidden wij voor het heil van Kerk en wereld, vooral in deze tijd van beproeving, nu het menselijk bestaan bedreigd wordt door de coronapandemie: dat allen de reddende nabijheid van de Heer mogen ervaren.

I Voor de heilige Kerk
Laten wij bidden, broeders en zusters, voor de heilige kerk:
dat onze God en Heer haar over heel de wereld vrede en eenheid brengt;
dat in ons leven tijden van rust en stilte komen
tot verheerlijking van God, de almachtige Vader.

Almachtige eeuwige God,
in Christus hebt Gij uw heerlijkheid aan alle volken geopenbaard.
Waak over het werk van uw barmhartigheid,
geef dat uw kerk, verspreid over heel de wereld,
standhoudt in de belijdenis van uw Naam. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

II Voor de paus
Laten wij ook bidden voor onze heilige vader, paus Leo
die door onze God en Heer is uitverkoren tot het bisschopsambt:
dat hij gespaard blijft om leiding te geven aan de kerk, het heilig volk van God.

Almachtige eeuwige God, alles wat bestaat steunt op uw raadsbesluit.
Luister naar ons gebed:
bewaar in uw liefde de paus die Gij over ons hebt aangesteld.
Moge het christenvolk, dat door U wordt bestuurd,
onder zijn leiding altijd toenemen in geloof. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

III Voor de gehele geestelijkheid en alle gelovigen
Laten wij ook bidden voor onze bisschop Gerardus, voor zijn hulpbisschop Robertus, voor alle bisschoppen, priesters en diakens van de kerk
en voor heel het gelovige volk.

Almachtige eeuwige God, door uw Geest leidt en heiligt Gij allen
die tot de kerk behoren, het Lichaam van de Heer.
Verhoor ons gebed voor al uw gewijde dienaren:
dat ieder, naar de genade die Gij hem hebt geschonken,
U dient in geloof en trouw. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

IV Voor de doopleerlingen
Laten wij ook bidden voor hen die zich op het doopsel voorbereiden:
dat onze God en Heer hun oren opent om met hun hart zijn woord te verstaan,
en hun de deur ontsluit van zijn barmhartigheid;
dat zij door de wedergeboorte in het waterbad vergiffenis verkrijgen van alle zonden en geborgen zijn in Christus Jezus, onze Heer.

Almachtige eeuwige God,
Gij zegent steeds de kerk met nieuwe christenen.
Breng de doopleerlingen geloof en inzicht bij.
Geef dat zij herboren worden uit het water van het doopsel
en in de gemeenschap worden ingelijfd van hen
die Gij als uw kinderen hebt aangenomen. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

V Voor de eenheid van alle christenen
Laten wij ook bidden
voor al onze broeders en zusters die in Christus geloven:
dat onze God en Heer hen die trouw zijn aan de waarheid
samenbrengt en in zijn ene kerk bewaart.

Almachtige eeuwige God,
die verdeeld zijn brengt Gij weer samen, die samen zijn bewaart Gij in uw vrede. Zie genadig naar de kudde van uw Zoon:
verenig allen die door één doopsel zijn geheiligd in oprecht geloof,
en verbind hen door één band van liefde in Christus Jezus onze Heer.
allen: Amen.

VI Voor het Joodse volk
Laten wij ook bidden voor het Joodse volk
dat door onze God en Heer het eerst is aangesproken:
dat Hij het groot maakt in liefde voor zijn heilige Naam, in trouw aan zijn Verbond.

Almachtige eeuwige God,
Gij hebt uw beloften toevertrouwd aan Abraham en aan zijn volk.
Verhoor genadig de gebeden van uw kerk:
dat het volk dat Gij het eerst hebt uitverkoren, tot de volheid van de verlossing komt. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

VII Voor allen die niet in Christus geloven
Laten wij ook bidden voor hen die niet in Christus geloven:
dat de heilige Geest hen met zijn licht vervult
en dat zij de wegen inslaan die leiden naar het heil.

Almachtige eeuwige God, geef dat zij die zonder Christus te kennen in uw ogen eerlijk door het leven gaan, de waarheid vinden;
en dat wij altijd groeien in wederzijdse liefde,
meer ontvankelijk worden voor het mysterie van uw leven
en voor de wereld beter getuigen van uw goedheid. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

VIII Voor allen die niet in God geloven
Laten wij ook bidden voor hen die niet in God geloven:
dat zij met een oprecht hart ingaan op wat goed is
en eenmaal bij God uitkomen.

Almachtige eeuwige God, Gij hebt de mensen zo gemaakt dat zij in hun verlangens U altijd zoeken en tot rust komen als zij U vinden.
Wij vragen U dat allen, ondanks de vele hindernissen,
de tekenen verstaan van uw liefde en het getuigenis van de goede werken van uw gelovigen; en dat zij eenmaal U, God, één en waarachtig, vol vreugde onze Vader noemen. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

IX Voor de regeringsleiders
Laten wij ook bidden voor de regeringsleiders:
dat onze God en Heer hun hart en geest richt naar zijn wil,
zodat iedereen mag leven in vrijheid en echte vrede.

Almachtige eeuwige God, het leven van de mensen ligt in uw hand
en voor de rechten van de volken staat Gij borg.
Sta onze regeringsleiders bij en geef dat overal ter wereld
onder alle volkeren voorspoed en blijvende vrede heersen
en vrijheid van godsdienst. Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

X Voor allen die in nood verkeren
Laten wij bidden, broeders en zusters, tot God, de almachtige Vader:
dat Hij de wereld van dwaling zuivert, gevaarlijke ziekten en hongersnood verdrijft,
gevangenissen ontsluit en boeien verbreekt,
een thuis schenkt aan ontheemden, veiligheid aan hen die onderweg zijn,
genezing voor zieken, en voor de stervenden eeuwig heil.

Almachtige eeuwige God,
Gij zijt vertroosting voor de bedroefden
en sterkte voor hen die het moeilijk hebben.
Laat hun gebeden tot U doordringen,
uit welke nood zij ook roepen.
Dat zij tot hun vreugde
de hulp ondervinden van uw barmhartigheid
in al hun beproevingen.
Door Christus onze Heer.
allen: Amen.


WITTE DONDERDAG 2 april 2026

EERSTE LEZING (Ex.12, 1-8.11-14)

Lezing uit het boek Exodus.

In die dagen richtte de Heer het woord tot Mozes en Aäron in Egypte: Deze maand moet gij beschouwen als de beginmaand, als de eerste maand van het jaar. Maak aan heel de gemeenschap van Israël het volgende beken: ´Op de tiende van deze maand moet ieder gezin een lam uitkiezen, ieder huis een lam. Als een gezin te klein is voor een lam, dan moeten ze, rekening houdend met het aantal personen, samen doen met hun naaste buurman. Bij het verdelen van het lam moet er rekening gehouden worden met ieders eetlust. Het lam moet gaaf zijn, van het mannelijk geslacht en eenjarig. Ge kunt er een schaap of een geit voor nemen. Ge moet het vasthouden tot aan de veertiende van deze maand. Dan moet heel de verzamelde gemeenschap van Israël het slachten in de avondschemering. Vervolgens moeten zij wat van zijn bloed nemen en dat uitstrijken over de beide deurposten en over de bovenbalk van de deur van alle huizen waar het lam gegeten wordt. In dezelfde nacht moet het vlees gegeten worden, op het vuur gebraden. Het moet gegeten worden met ongezuurd brood en bittere kruiden. En dit is de wijze waarop gij het moet eten: uw lendenen omgord, uw voeten geschoeid en uw stok in de hand. Haastig moet ge het eten, want het is Pasen (dat is het Voorbijgaan) van de Heer. Deze nacht zal Ik door Egypte gaan en alle eerstgeborenen van Egypte, zowel mensen als dieren, zal Ik slaan. Aan alle goden van Egypte zal Ik het vonnis voltrekken. Ik ben de Heer. Maar het bloed aan de huizen zal een teken zijn, dat gij daar woont. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan. Geen vernietigende plaag zal u treffen als Ik Egypte sla. Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken, ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer. Van geslacht tot geslacht moet ge hem als een eeuwige instelling vieren.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 116
Refrein. De kelk van de zegening geeft gemeenschap met het Bloed van Christus.

Hoe zal ik de Heer vergoeden
voor al zijn weldaden aan mij verricht?
De beker van de verlossing zal ik heffen,
de Naam van de Heer roep ik aan. Refrein

Kostbaar is in de ogen van de Heer
het sterven van zijn getrouwen.
Uw dienaar ben ik, de zoon van uw dienares,
Gij hebt mijn boeien losgemaakt. Refrein
.
Ik draag een dankoffer aan U op,
de Naam van de Heer roep ik aan.
Mijn geloften aan de Heer zal ik volbrengen
ten overstaan van heel zijn volk. Refrein:

TWEEDE LEZING (1 Kor.11,23-26)
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.

Broeders en zusters, Ik heb van de Heer ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd: dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam en het na gedankt te hebben brak en zei: “Dit is mijn Lichaam dat voor u is.
Doet dit tot mijn gedachtenis.” Zo nam Hij na de maaltijd ook de kelk met de woorden: “Deze kelk is het Nieuwe Verbond in mijn Bloed. Doet dit, telkens als gij hem drinkt, tot mijn gedachtenis.” Want telkens als gij dit Brood eet en de Kelk drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Joh.13,1-15

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Het paasfeest was op handen. Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was om uit deze wereld over te gaan naar de Vader, en die de zijnen in de wereld had liefgehad, had hen lief tot het uiterste toe. De maaltijd was aan de gang en de duivel had reeds aan Judas, de zoon van Simon Iskáriot, ingegeven om Hem over te leveren. Jezus, die wist dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God heenging, stond van tafel op, legde zijn bovenkleren af, nam een linnen doek en omgordde zich daarmee. Daarop goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van de leerlingen te wassen en ze met de doek waarmee Hij omgord was, af te drogen. Zo kwam Hij bij Simon Petrus. Die zei Hem: “Heer, gaat Gij mij de voeten wassen?” Jezus gaf hem ten antwoord: “Wat Ik doe, begrijpt ge nu nog niet, maar later zult gij het inzien.” Petrus zei tot Hem: “Nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen.” Jezus antwoordde hem: “Als Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij.”
Daarop zei Simon Petrus tot Hem: “Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en hoofd.” Jezus zei hem: “Wie een bad heeft genomen, hoeft zich niet meer te wassen behalve de voeten, hij is immers helemaal rein. Ook gij zijt rein, ofschoon niet allen.” Hij wist immers wie Hem zou overleveren. Daarom zei Hij: “Niet allen zijt gij rein.” Toen Hij dan hun voeten had gewassen, zijn bovenkleren had aangetrokken en weer aan tafel was gegaan, zei Hij hun:
“Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb? Gij noemt Mij Meester en Heer, en dat zegt gij terecht, want dat ben Ik. Maar als Ik, de Heer en Meester, uw voeten heb gewassen, dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u immers een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen, zoals Ik u gedaan heb.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

VOORBEDE
Laten wij bidden tot God onze Vader.

Voor de gemeenschap van de Kerk willen wij bidden:
voor Paus Franciscus, de bisschoppen, priesters, diakens
en voor alle vrouwen en mannen die werkzaam zijn in het pastoraat.
Dat zij de geest van dienstbaarheid voorleven tot opbouw van de Kerk.
Laat ons bidden

Voor onze bisschop Gerardus.
Dat hij in eenheid met alle gelovigen
vruchtbaar leiding mag geven aan ons bisdom.
Wij bidden om zegen over onze diocesane Kerkgemeenschap.
Dat wij mogen groeien in geloof, hoop en naastenliefde. Laat ons bidden…

Voor ons en voor allen met wie wij in verbondenheid leven.
Dat het vieren van dit Laatste Avondmaal ons sterkt
om, zoals Jezus, lief te hebben tot het uiterste toe.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor….
Misintenties
Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

Almachtige, eeuwige God, uw Zoon gaf ons deze avond
een bewijs van zijn liefde tot het uiterste
in het mysterie van zijn Lichaam en Bloed
en in de nederige dienst aan zijn leerlingen.
Wij bidden U: laat ons dit mysterie van ons geloof
steeds trouw en dankbaar vieren,
opdat wij Hem ook altijd navolgen
in liefdevolle dienstbaarheid.
Door Christus onze Heer.
Amen


Palmzondag 29 maart 2026

Palmliturgie De palmtakken worden besprenkeld met wijwater.

Lezing uit het heilig evangelie volgens Matteüs

Toen zij Jeruzalem naderden en bij Betfáge op de Olijfberg kwamen, zond Jezus twee leerlingen uit met de opdracht: “Gaat naar het dorp, daar vóór u en onmiddellijk zult gij een vastgebonden ezelin vinden met een veulen erbij. Maakt die los en brengt ze bij Mij. En als iemand u er iets van zegt, zegt dan: ‘De Heer heeft ze nodig, maar zal ze onmiddellijk terugsturen.'” Dit gebeurde, opdat in vervulling zou gaan wat door de profeet gezegd was: “Zegt aan de dochter Sion: ‘Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.'” De leerlingen gingen en deden zoals Jezus hun had opgedragen; zij brachten de ezelin en het veulen, legden er hun mantels overheen en Hij ging erop zitten. De talrijke menigte spreidde hun mantels uit op de weg, anderen sneden takken van de bomen en spreidden die uit op de weg. De menigte die voor Hem uitging en die Hem volgde, riep: “Hosanna, Zoon van David! Gezegend Hij die komt in de naam des Heren! Hosanna in den hoge!” Toen Hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stad in opschudding en ze vroegen: “Wie is Hij?” De menigte zei: “Hij is de profeet Jezus uit Nazaret in Galilea.”
Woord van de Heer.

Eerste lezing uit de Profeet Jesaja (Jes., 50, 4-7)

De Heer God heeft mij de tong gegeven van een leerling. Zo weet ik de vermoeiden te steunen met een woord. Hij spitst in de morgen, in de morgen spitst Hij mijn oor, zodat ik luister als een leerling. De Heer God heeft mijn oor geopend. Ik heb mij niet verzet, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug bood ik aan wie mij sloegen, en mijn wangen aan wie mij de baard uitrukten; mijn gezicht heb ik niet afgewend voor beschimping en bespuwing. De Heer God zal mij helpen, daarom zal ik niet beschaamd staan; daarom maak ik mijn gezicht hard als een steen. En ik weet dat ik niet te schande zal worden.
Woord van de Heer.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs (Mt. 27, 11-54)

Jezus nu stond voor de landvoogd en de landvoogd vroeg Hem:
“Zijt Gij de koning van de Joden?”
Jezus zei:
“Gij zegt het.”
Maar op de beschuldigingen door de hogepriesters en de oudsten tegen Hem ingebracht, antwoordde Hij niets. Toen zei Pilatus tot Hem:
“Hoort Gij niet wat ze allemaal tegen U getuigen?”
Maar Hij antwoordde hem niet, op geen enkel punt, zodat de landvoogd hoogst verbaasd was.
Bij een feest was de landvoogd gewoon voor het volk één gevangene vrij te laten, degene die zij wilden. Ze hadden juist een beruchte gevangene, Bárabbas geheten. Nu zij daar toch bijeen waren, sprak Pilatus tot hen:
“Wie wilt ge dat ik u zal vrijlaten, Bárabbas of Jezus die Christus genoemd wordt?”
Want hij wist wel dat ze Hem uit afgunst hadden overgeleverd.
Terwijl hij op de rechterstoel gezeten was, liet zijn vrouw aan hem zeggen:
“Laat u niet in met die rechtvaardige, want ik heb vandaag in een droom veel om Hem doorstaan.”
Maar de hogepriesters en de oudsten haalden het volk over te vragen om Bárabbas en Jezus te laten doden.
Daarop zei de landvoogd tot hen:
“Wie van de twee wilt ge dat ik u vrijlaat?”
Ze zeiden:
“Bárabbas.”
Pilatus zei hun:
“Wat zal ik dan doen met Jezus, die Christus genoemd wordt?”
Zij zeiden allen:
“Aan het kruis met Hem.”
Hij zei:
“Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan?”
Maar zij schreeuwden nog harder:
“Aan het kruis met Hem.”
Toen Pilatus zag dat het niets hielp, maar dat er veeleer tumult ontstond, nam hij water en waste ten overstaan van het volk zijn handen, terwijl hij zei:
“Ik ben onschuldig aan dit bloed; gij moet zelf maar zien.”
V. Heel het volk antwoordde:
“Zijn bloed kome op ons en op onze kinderen.”
Toen liet hij hun Bárabbas vrij, maar Jezus liet hij geselen
en leverde Hem over om gekruisigd te worden.

Daarop namen de soldaten van de landvoogd Jezus mee het pretorium binnen en verzamelden de hele cohort rondom Hem. Zij kleedden Hem uit en hingen Hem een rode mantel om. Ook vlochten ze een kroon van doorntakken, drukten die op zijn hoofd en drukten een rietstok in zijn rechterhand en, nadat ze voor Hem op de knieën gevallen waren,
bespotten ze Hem met de woorden:
“Gegroet, koning van de Joden.”
Ze bespuwden Hem, pakten de rietstok en sloegen op zijn hoofd.
Nadat zij de spot met Hem gedreven hadden, trokken ze Hem de mantel uit, deden Hem zijn kleren aan en voerden Hem weg om Hem te kruisigen.

Toen ze de stad uitgingen, troffen ze een man uit Cyrene, Simon genaamd, en vorderden hem tot het dragen van zijn kruis.
Gekomen op een plaats die Golgota genoemd wordt — dat wil zeggen Schedelplaats —gaven ze Hem met gal gemengde wijn te drinken;
maar toen Hij ervan geproefd had, wilde Hij niet drinken. Nadat ze Hem gekruisigd hadden, verdeelden ze zijn kleren door er het lot om te werpen; en daar neergezeten bleven ze de wacht bij Hem houden.
Boven zijn hoofd bevestigden ze een opschrift met de beschuldiging tegen Hem: “Dit is Jezus, de koning van de Joden.”
Samen met Hem werden ook twee rovers gekruisigd, een rechts en een links.

De voorbijgangers lasterden Hem, terwijl ze het hoofd schudden en zeiden:
“Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt, red Uzelf;
als Gij de Zoon van God zijt, kom dan van het kruis af.”
In dezelfde trant zeiden de hogepriesters met de schriftgeleerden en oudsten spottend:
“Anderen heeft Hij gered, zichzelf kan Hij niet redden. Hij is toch de koning van Israël! Laat Hem nu van het kruis afkomen, dan zullen we in Hem geloven. Hij vertrouwt op God; laat Die bevrijding brengen, als Hij Hem genegen is. Hij heeft immers gezegd: ‘Ik ben de Zoon van God!’”
Evenzo beschimpten Hem zelfs de rovers, die samen met Hem gekruisigd waren.

Vanaf het zesde uur viel er een duisternis over het hele land, tot aan het negende uur. Omstreeks het negende uur riep Jezus met luide stem:
“Elí, Elí, lamá sabachtáni?”,
dat wil zeggen:
“Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”
Enkelen uit de omstanders, die het hoorden, zeiden:
“Hij roept Elia!”
Meteen rende een van hen weg, nam een spons, drenkte die in zure wijn,
stak ze op een rietstok en wilde Hem te drinken geven.
Maar de anderen zeiden:
“Laat dat! Wij zullen eens zien of Elia Hem komt redden.”
Jezus slaakte opnieuw een luide kreet en gaf de geest.
Hier knielt men en houdt een korte stilte.
En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot onder in tweeën, de aarde beefde en de rotsen scheurden. De graven gingen open
en de lichamen van vele heiligen die ontslapen waren, verrezen.
Na zijn verrijzenis kwamen zij uit de graven en gingen de heilige stad binnen en verschenen aan velen. De honderdman en die met hem bij Jezus de wacht hielden, werden bij het zien van de aardbeving en wat verder gebeurde, door een grote vrees bevangen en zeiden:
“Waarlijk, Hij was Gods Zoon.”

Woord van de Heer.
Lof zij U, Christus

Voorbede

Keren wij ons tot God en bidden wij voor allen
die lijden voor de goede zaak

Voor allen die zich inzetten voorkansarmen en de gerechtigheid
maar op felle tegenstand stuiten en slechts onwil op hun weg vinden
dat de zachte krachten het winnen;
Laat ons bidden…

Voor hen die uit zijn op verzoening maar stuiten op halsstarrigheid;
voor hen die niet op hun strepen staan
maar om hun zachtmoedigheid worden geminacht:
dat de zachte krachten het winnen;
Laat ons bidden…

voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

God leidt ons binnen in het mysterie van uw liefde
Doe ons reiken over de grenzen van de dood
En voer ons met Jezus binnen in een leven voorgoed.
Amen


VIJFDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 21 EN 22 MAART 2026

EERSTE LEZING Ez., 37, 12-14

Lezing uit de Profetie van Ezechiël

Dit zegt de Heer God: “Zie, Ik ga uw graven openen; en Ik zal u uit uw graven wegvoeren, mijn volk, en u brengen naar de grond van Israël. En gij zult weten dat Ik de Heer ben, wanneer Ik uw graven geopend heb en u zal hebben weggevoerd uit uw graven, mijn volk. Mijn geest schenk Ik u en gij zult leven;
Ik zal u laten wonen op uw eigen grond en gij zult weten dat Ik de Heer ben:
Ik heb gesproken en zal het doen”, zegt de Heer God.
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 130
Refrein:
Bij de Heer is barmhartigheid,
bij Hem is verlossing in overvloed.

Uit de diepte roep ik tot U, Heer; Heer, hoor mijn stem,
luister met een aandachtig oor naar mijn smekende stem. Refrein

Als Gij zonden blijft gedenken, Heer, Heer, wie houdt dan stand?
Maar bij U is vergeving, daarom heeft men ontzag voor U. Refrein

Ik zie uit naar de Heer, met heel mijn ziel zie ik naar Hem uit;
ik wacht in vertrouwen op zijn woord. Mijn ziel ziet uit naar de Heer,
meer dan wachters naar de ochtend, dan wachters naar de ochtend. Refrein

Israël, wacht in vertrouwen op de Heer; bij Hem is barmhartigheid,
bij Hem is verlossing in overvloed.
Hij is het die Israël verlost van al zijn zonden. Refrein:

TWEEDE LEZING Rom., 8, 8-11

Lezing uit de Brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, Zij die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen. Gij echter zijt niet in het vlees, maar in de Geest, aangezien de Geest van God in u woont.
Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, dan behoort hij Hem niet toe.
Als Christus echter in u is, is uw lichaam weliswaar dood door de zonde,
maar de Geest is leven door de gerechtigheid.
En als de Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont,
zal Hij, die Christus uit de doden heeft opgewekt,
ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Joh.11, 1-45

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd was er iemand ziek: Lazarus van Betanië, uit het dorp van Maria en haar zuster Marta. Maria was de vrouw die de Heer met geurige olie had gezalfd
en zijn voeten met haar haren had afgedroogd. De zieke Lazarus was haar broer.
De zusters stuurden Hem nu de boodschap: “Heer, zie, hij die Gij bemint, is ziek.”
Toen Jezus dit hoorde, zei Hij: “Deze ziekte voert niet tot de dood, maar is er omwille van Gods heerlijkheid, opdat de Zoon van God er door verheerlijkt moge worden.” Jezus had Marta, haar zuster en Lazarus lief. Toen Hij dan hoorde dat hij ziek was, bleef Hij nog twee dagen op de plaats waar Hij was; daarna zei Hij tot zijn leerlingen: “Laten we weer naar Judea gaan.” De leerlingen zeiden Hem:
“Rabbi, nog pas probeerden de Joden U te stenigen en Gij gaat er nu weer heen?”
Jezus antwoordde: “Zijn er geen twaalf uren in een dag? Als iemand overdag loopt, stoot hij zich niet, omdat hij het licht van deze wereld ziet. Maar als iemand ’s nachts loopt, stoot hij zich, omdat het licht niet in hem is.” Zo sprak Hij en hierna zei Hij hun: “Onze vriend Lazarus slaapt, maar Ik ga hem wakker maken.” Zijn leerlingen zeiden Hem nu: “Heer, als hij slaapt, zal hij gered worden.” Jezus had echter van zijn dood gesproken, terwijl zij meenden dat Hij over de rust van de slaap sprak. Daarom zei Jezus hun toen openlijk: “Lazarus is gestorven, en omwille van u verheug Ik Mij dat Ik er niet was, opdat gij moogt geloven. Maar laten we naar hem toegaan.” Toen zei Thomas, die ook Didymus genoemd wordt, tot zijn medeleerlingen: “Laten ook wij gaan om met Hem te sterven.” Bij zijn aankomst bevond Jezus dat hij al vier dagen in het graf lag. Betanië nu was dichtbij Jeruzalem, op ongeveer vijftien stadiën. Vele Joden waren naar Marta en Maria gekomen om hen te troosten vanwege hun broer.
Zodra Marta hoorde dat Jezus op komst was, ging zij Hem tegemoet; Maria echter bleef thuis zitten. Marta zei tot Jezus: “Heer, als Gij hier waart geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn. Maar zelfs nu weet ik, dat wat Gij ook aan God vraagt, God het U zal geven.” Jezus zei tot haar: “Uw broer zal verrijzen.”
Marta zei Hem: “Ik weet dat hij zal verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag.”
Jezus zei haar: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie gelooft in Mij, zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft en gelooft in Mij, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit?” Zij zei tot Hem: “Ja, Heer, ik geloof vast dat Gij de Christus zijt, de Zoon Gods, die in de wereld komt.” Na deze woorden ging zij haar zuster Maria roepen en zei zachtjes: “De Meester is er en Hij roept u.”
Zodra Maria dit hoorde, stond zij vlug op en ging naar Hem toe. Jezus was nog niet in het dorp aangekomen, maar bevond zich nog op de plaats waar Marta Hem ontmoet had. Toen de Joden die met Maria in huis waren om haar te troosten, haar snel zagen opstaan en naar buiten gaan, volgden zij haar in de mening dat zij naar het graf ging om daar te weeklagen. Zodra nu Maria op de plaats kwam waar Jezus zich bevond, en zij Hem zag, viel zij Hem te voet en zei Hem: “Heer, als Gij hier waart geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn.”
Toen Jezus haar zag weeklagen en ook de Joden zag weeklagen die met haar meegekomen waren, sidderde Hij inwendig en ontsteld zei Hij: “Waar hebt gij hem neergelegd?” Zij zeiden Hem: “Heer, kom en zie.” Jezus begon te wenen.
De Joden zeiden nu: “Zie hoe Hij hem beminde.” Maar sommigen onder hen zeiden: “Kon Hij, die de ogen van de blinde opende, ook niet maken dat deze niet stierf?” Terwijl Jezus opnieuw inwendig sidderde, kwam Hij aan bij het graf.
Het was een rotsgraf en er lag een steen voor. Jezus zei: “Neemt de steen weg.”
Marta, de zuster van de gestorvene, zei Hem: “Heer, hij riekt al, want het is reeds de vierde dag.” Jezus zei haar: “Heb Ik u niet gezegd, dat als ge gelooft, ge Gods heerlijkheid zult zien?” Ze namen dus de steen weg. Jezus sloeg de ogen omhoog en zei: “Vader, Ik dank U dat Gij Mij verhoord hebt. Ik wist wel, dat Gij Mij altijd verhoort, maar omwille van het volk dat hier omheen staat, heb Ik dit gezegd,
opdat zij mogen geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.” Toen Hij dit had gezegd, riep Hij met luide stem: “Lazarus, kom naar buiten!” De gestorvene kwam naar buiten, voeten en handen met zwachtels gebonden, en zijn gezicht was met een zweetdoek omwikkeld. Jezus zei hun: “Maakt hem los en laat hem gaan.”
Vele Joden, die naar Maria waren gekomen en zagen wat Hij gedaan had,
geloofden in Hem. Woord van de Heer.

VOORBEDE

Met Marta en Maria
willen ook wij ons biddend tot de Heer richten:

Voor mensen, waar ook ter wereld, die lijden onder het oorlogsgeweld,
en geen toekomst meer zien:
dat er moedige mensen opstaan die een einde maken aan de ellende
en hen doen opstaan ten leven.
Laat ons bidden…

Voor allen die rouwen omdat zij hun meest naaste moeten missen
dat zij geduldige mensen ontmoeten die hen bij de hand nemen
en hen doen opstaan ten leven.
Laat ons bidden…

Voor mensen die worden miskend en geknecht vanwege
hun aard, hun kleur, hun geloof of politieke overtuiging:
dat zij mensen ontmoeten die hen leren te geloven in zichzelf
en hen doen opstaan ten leven.
Laat ons bidden…

voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…
Misintenties…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

God, doe ons gaandeweg steeds meer delen in het leven
en verrijzen van jezus, uw Zoon en onze Heer.
Amen.


VIERDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 14 en 15 MAART 2026

EERSTE LEZING 1 Sam., 16, 1b, 6-7. 10-13a

Lezing uit het Eerste boek Samuël

In die dagen zei de Heer tot Samuël: “Vul een hoorn met olie: Ik zend u naar Isaï de Betlehemiet, want een van zijn zonen heb Ik voor het koningschap bestemd.” Toen Samuël daar aankwam, viel zijn blik op Éliab en hij dacht: “Die daar voor de Heer staat, is ongetwijfeld zijn gezalfde!” Maar de Heer zei tot Samuël: “Ga niet af op zijn voorkomen of zijn rijzige gestalte; hem wil Ik niet. Want God ziet niet zoals een mens ziet; een mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer naar het hart.” Zo stelde Isaï zeven van zijn zonen aan Samuël voor, maar Samuël zei tot Isaï: “Geen van hen heeft de Heer uitverkoren.” Daarop vroeg hij aan Isaï: “Zijn dat al uw jongens?” Hij antwoordde: “Alleen de jongste ontbreekt; die hoedt de schapen.” Toen zei Samuël tot Isaï: “Laat die dan halen, want we gaan niet aan tafel, voordat hij hier is.” Hij liet hem dus halen.
De jongen was rossig, had mooie ogen en een prettig voorkomen. Nu zei de Heer: “Hem moet gij zalven: hij is het.” Samuël nam dus de hoorn met olie en zalfde hem te midden van zijn broers. Sedert die dag was de geest van de Heer vaardig over David.
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 23
De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.

De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij neerliggen in grazige weiden,
Hij voert mij naar rustig water,
daar geeft Hij mij nieuwe kracht. Refrein

Hij leidt mij op het rechte spoor, omwille van zijn Naam.
Al ga ik door dalen van duisternis en dood,
ik vrees geen onheil, want Gij zijt bij mij:
uw stok en uw staf, zij geven mij moed. Refrein

Gij dekt voor mij de tafel,
voor de ogen van mijn belagers;
met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker vloeit over. Refrein

Ja, uw goedheid en liefde blijven mij volgen
alle dagen van mijn leven.
Ik zal wonen in het huis van de Heer,
tot in lengte van dagen. Refrein

TWEEDE LEZING Ef.,5,8-14

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze

Broeders en zusters, eens waart gij duisternis, nu zijt gij licht in de Heer.
Leeft dan ook als kinderen van het licht — want de vrucht van het licht bestaat in alles wat goedheid, gerechtigheid en waarheid is en onderzoekt wat de Heer welgevallig is; neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar stelt ze liever aan de kaak. Want wat door hen in het verborgene gedaan wordt, is te schandelijk om over te spreken. Maar alles wat aan de kaak wordt gesteld, wordt door het licht openbaar gemaakt. Immers, alles wat openbaar gemaakt wordt, is licht. Daarom heet het: “Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten.”
Woord van de Heer.

EVANGELIE Joh., 9, 1-41

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zag Jezus in het voorbijgaan een man die blind was van zijn geboorte af. En zijn leerlingen vroegen Hem: “Rabbi, wie heeft gezondigd, hij of zijn ouders, dat hij blind geboren werd?” Jezus antwoordde: “Noch hij heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar de werken Gods moeten in hem openbaar worden. Wij moeten de werken verrichten van Hem die Mij gezonden heeft, zolang het dag is. De nacht komt en dan kan niemand werken. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld.” Toen Hij dit gezegd had, spuwde Hij op de grond, maakte met het speeksel slijk, bestreek daarmee de ogen van de man en zei tot hem: “Ga u wassen in de vijver van Siloam” — wat betekent: Gezondene. Hij ging er naar toe, waste zich en kwam er ziende vandaan. Zijn buren nu en degenen die hem vroeger hadden zien bédelen, zeiden: “Is dat niet de man, die zat te bédelen?” Sommigen zeiden: “Hij is het.” Anderen zeiden: “Nee, maar hij lijkt op hem.” Hijzelf zei: “Ik ben het.” Toen vroegen ze hem:
“Hoe zijn dan uw ogen geopend?” Hij antwoordde: “De mens die Jezus heet, maakte slijk, bestreek daarmee mijn ogen en zei tot mij: ‘Ga naar de Siloam en was u. Ik ben er naar toe gegaan, waste mij en kon zien.’” Ze vroegen hem: “Waar is die man?” Hij zei: “Ik weet het niet.” Ze brachten de man die blind geweest was, bij de Farizeeën. Nu was de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen had geopend, een sabbat. Ook de Farizeeën vroegen hem hoe hij ziende was geworden. Hij zei hun: “Hij deed slijk op mijn ogen, ik waste mij en ik zie.” Toen zeiden sommige Farizeeën: “Die mens komt niet van God, want Hij onderhoudt de sabbat niet.” Anderen zeiden: “Hoe zou een zondig mens zulke tekenen kunnen doen?” En er was verdeeldheid onder hen. Zij richtten zich opnieuw tot de blinde en vroegen: “Wat zegt gijzelf van Hem, daar Hij u toch de ogen geopend heeft?” Hij antwoordde: “Het is een profeet.” De Joden geloofden niet van hem, dat hij blind was geweest en nu kon zien, voordat zij de ouders van de man die ziende geworden was, erbij geroepen hadden. Zij vroegen hun: “Is dit uw zoon, die volgens uw zeggen blind geboren is? Hoe kan hij dan nu zien?” Zijn ouders antwoordden: “Wij weten, dat dit onze zoon is en dat hij blind is geboren, maar hoe hij nu zien kan, weten we niet; of wie zijn ogen geopend heeft, wij weten het niet. Vraagt het hemzelf, hij is oud genoeg en kan voor zichzelf spreken.” Dat zeiden zijn ouders, omdat zij bevreesd waren voor de Joden, want de Joden hadden reeds afgesproken dat alwie Hem als de Christus beleed, uit de synagoge gebannen zou worden. Daarom zeiden zijn ouders: “Hij is oud genoeg, vraagt het hemzelf.” Voor de maal riepen ze nu de man die blind was geweest, bij zich en zeiden hem: “Geef eer aan God. Wij eten dat deze mens een zondaar is.” Hij echter antwoordde: “Of Hij een zondaar is, weet ik niet. Eén ding weet ik wel: dat ik blind was en nu zie.” Daarop vroegen zij hem: “Wat heeft Hij met u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?” Hij antwoordde hun: “Dat heb ik al gezegd, maar gij hebt niet geluisterd. Waarom wilt gij het opnieuw horen? Wilt ook gij soms leerlingen van Hem worden?” Toen zeiden zij smalend tot hem: “Gij zijt een leerling van Hem, wij zijn leerlingen van Mozes. Wij weten dat God tot Mozes gesproken heeft, maar van Deze weten wij niet waar Hij vandaan is.” De man gaf hun ten antwoord: “Dit is toch wel wonderlijk, dat gij niet weet vanwaar Hij is; en Hij heeft mij nog wel de ogen geopend. Wij weten dat God niet naar zondaars luistert, maar als iemand godvrezend is en zijn wil doet, dan luistert Hij naar zo iemand. Nooit in der eeuwigheid heeft men gehoord, dat iemand de ogen van een blindgeborene heeft geopend. Als deze man niet van God kwam, had Hij zoiets nooit kunnen doen.” Zij voegden hem toe: “In zonden zijt ge geboren, helemaal, en gij leest ons de les?” En ze wierpen hem buiten. Jezus hoorde dat ze hem buitengeworpen hadden, en toen Hij hem aantrof, zei Hij: “Gelooft ge in de Mensenzoon?” Hij antwoordde: “Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.” Jezus zei hem: “Hem die gij ziet en die met u spreekt, Hij is het.”
Toen zei hij: “Ik geloof, Heer.” En hij wierp zich voor Hem neer. En Jezus zei: “Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat de niet-zienden zouden zien en de zienden blind worden.” Enkele Farizeeën die bij Hem waren, hoorden dit en zeiden tot Hem: “Zijn ook wij soms blind?” Jezus zei hun: “Als gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben, maar nu gij zegt: ‘Wij zien’, blijft uw zonde.”

Woord van de Heer.

VOORBEDE

Keren wij ons tot Hem die ons bij name kent
En onze harten doorgrondt.

Voor de leiders van de volkeren,
zo vaak verblind door machtswellust en hebzucht,
dat zij het ware welzijn van mensen dienen
en de toekomst van deze wereld hen ter harte mag gaan
Laat ons bidden…

Voor allen die leiding geven binnen de kerken
dat zij als boden van het ware Licht
steeds durven te kijken met nieuwe ogen,
het goede in mensen weten te ontdekken

voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

God van het verbond, doe ons en deze wereld ontwaken
en opstaan uit de dood.
Moge Christus over ons lichten.
Amen.


DERDE ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 7 en 8 maart 2026

EERSTE LEZING Ex., 17,3-7

Lezing uit het Boek Exodus

In die dagen leed het volk Israël hevige dorst. Zij bleven tegen Mozes morren en zeiden: “Waarom hebt gij ons weggevoerd uit Egypte, als wij toch met kinderen en vee van dorst moeten sterven?” Mozes klaagde zijn nood bij de Heer: “Wat moet ik toch aan met dit volk? Ze staan op het punt mij te stenigen.” De Heer gaf Mozes ten antwoord: “Ga met enkelen van Israëls oudsten voor het volk uit, neem in uw hand de staf waarmee ge de rivier geslagen hebt en begeef u op weg.
Ik zal ginds, voor uw ogen, op een rots staan, op de Horeb. Sla op die rots: er zal water uitstromen, zodat het volk kan drinken.” Mozes deed dat in het bijzijn van Israëls oudsten. Hij noemde de plaats Massa en Meríba vanwege de verwijten van de kinderen van Israël en omdat zij de Heer op de proef hadden gesteld door zich af te vragen: “Is de Heer nu bij ons of niet?”
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 95
Refrein. Luistert heden naar de stem van de Heer: “Verhardt uw hart niet!”

Komt, laat ons jubelen om de Heer,
juichen om de Rots van ons heil,
laat ons tot Hem naderen met een lofzang,
Hem met liederen toejuichen. Refrein

Komt, laat ons diep buigen, neerbuigen,
neerknielen voor de Heer, onze Maker:
Hij is onze God en wij het volk dat Hij weidt,
de kudde in zijn hand. Refrein

Luistert heden dan naar zijn stem:
“Verhardt uw hart niet, zoals eens in Meríba,
als op de dag van Massa in de woestijn,
toen uw vaderen Mij op de proef stelden en tartten,
ofschoon zij mijn daden hadden gezien.” Refrein

TWEEDE LEZING Rom., 5, 1-2. 5-8

Lezing uit de Brief van de heilige apostel Paulus aan de Romeinen

Broeders en zusters, gerechtvaardigd door het geloof, zijn wij in vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door wie wij én door het geloof toegang hebben tot die genade waarin wij staan, én roemen op de hoop op de heerlijkheid van God. En de hoop wordt niet beschaamd, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de Heilige Geest die ons werd gegeven. Christus is op de gestelde tijd, toen wij nog zwak waren, voor goddelozen gestorven.
Want zelden zal iemand voor een rechtvaardige sterven, al durft misschien iemand het aan om voor een goed mens te sterven. God echter bewijst zijn liefde voor ons, doordat Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars waren.
Woord van de Heer.

EVANGELlE Joh., 4, 5-42

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd Jezus bij een stad in Samaría, Sichar genaamd, dichtbij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven. Daar bevond zich de bron van Jakob.
Vermoeid van de tocht ging Jezus bij de bron zitten. Het was ongeveer het zesde uur. Er kwam een vrouw uit Samaría water putten. Jezus zei haar: “Geef Mij te drinken.” Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen.
De Samaritaanse vrouw zei tot Hem: “Hoe kunt Gij als Jood nu te drinken vragen
aan mij, een Samaritaanse vrouw?” Joden gaan namelijk niet om met Samaritanen. Jezus gaf ten antwoord: “Als ge de gave Gods kende en wist wie het is, die u zegt: ‘Geef Mij te drinken’, zoudt gij het aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven.” De vrouw zei Hem: “Heer, Ge hebt niet eens een emmer en de put is diep; waar haalt Ge dan het levend water vandaan?
Of zijt Ge soms groter dan onze vader Jakob die ons de put gaf en er zelf uit dronk met zijn zonen en zijn vee?” Jezus antwoordde haar: “Ieder die van dit water drinkt, krijgt weer dorst, maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een waterbron worden, opborrelend tot eeuwig leven.” De vrouw zei Hem: “Heer, geef mij van dat water, zodat ik geen dorst meer krijg en hier niet meer moet komen om te putten.” Hij zei haar: “Ga uw man roepen en kom dan hier terug.” De vrouw antwoordde Hem: “Ik heb geen man.” Jezus zei haar: “Dat zegt ge terecht: ‘Ik heb geen man’; want vijf mannen hebt ge gehad, en die ge nu hebt, is uw man niet. Dat hebt ge naar waarheid gezegd.” De vrouw zei tot Hem: “Heer, ik zie dat Gij een profeet zijt. Onze vaderen aanbaden op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plaats is waar men aanbidden moet.”
Jezus zei haar: “Geloof Mij, vrouw, er komt een uur dat gij noch op deze berg noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt wat gij niet kent; wij aanbidden wat wij kennen, omdat het heil uit de Joden is. Maar het uur komt, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid. De Vader immers zoekt zulke aanbidders. God is geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem in geest en waarheid aanbidden.” De vrouw zei Hem:
“Ik weet dat de Messias komt, die Christus genoemd wordt; wanneer Die komt, zal Hij ons alles verkondigen.” Jezus zei haar: “Ik ben het, die met u spreekt.”
Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug en zij stonden verwonderd dat Hij in gesprek was met een vrouw. Geen van hen echter vroeg: “Wat wilt Ge van haar?” of “Waarom praat Ge met haar?” De vrouw liet haar waterkruik achter,
ging naar de stad en zei tot de mensen: “Komt, ziet een mens, die mij alles heeft verteld wat ik gedaan heb! Zou Hij soms de Christus zijn?” Zij gingen de stad uit en gingen naar Hem toe. Ondertussen vroegen de leerlingen Hem: “Rabbi, eet toch iets.” Maar Hij zei hun: “Ik heb voedsel te eten dat gij niet kent.” De leerlingen zeiden tot elkaar: “Zou iemand Hem soms te eten gebracht hebben?”
Jezus zei hun: “Mijn voedsel is het, dat Ik de wil doe van Hem die Mij gezonden heeft en zijn werk volbreng. Zegt gij niet: ‘Nog vier maanden en dan komt de oogst?’ Zie, Ik zeg u: slaat uw ogen op en kijkt naar de velden; ze staan wit voor de oogst. Reeds ontvangt de maaier zijn loon en verzamelt vrucht tot eeuwig leven, zodat zaaier en maaier zich samen verheugen. Hier is het gezegde waar: de een zaait, de ander maait. Ik stuurde u uit om te maaien waarvoor gij niet hebt gezwoegd; anderen hebben gezwoegd en gij sluit aan bij hun zwoegen.” Vele Samaritanen uit die stad geloofden in Hem om het woord van de vrouw die getuigde: “Hij heeft mij alles verteld wat ik gedaan heb.” Toen dus de Samaritanen bij Hem gekomen waren, verzochten zij Hem bij hen te blijven; en Hij bleef daar twee dagen. En door zijn woord kwamen er nog veel meer tot geloof. Tegen de vrouw zeiden ze: “Niet langer geloven wij om wat gij gezegd hebt, want wij hebben Hem zelf gehoord en wij weten: Hij is waarlijk de Re
vrouw die getuigde: “Hij heeft mij alles verteld wat ik gedaan heb.”) Toen dus de Samaritanen bij Hem gekomen waren, verzochten zij Hem bij hen te blijven. Hij bleef er dan ook twee dagen en door zijn woord kwamen er nog veel meer tot het geloof. Tot de vrouw zeiden ze: “Niet langer geloven wij om wat gij gezegd hebt, want wij hebben Hem zelf gehoord en wij weten: Hij is waarlijk de Redder van de wereld.”
Woord van de Heer

VOORBEDE
Broeders en zusters, keren wij ons hart tot God en bidden wij…

Om geest en waarheid in deze tijd:
dat wij de toekomst van onze aarde niet langer op het spel zetten,
dat wij een halt toeroepen aan oorlog en geweld,
dat al wat wij ondernemen tot zegen mag zijn
ook voor hen die na ons komen.
Laat ons bidden…

Om een geest en waarheid voor deze wereld:
dat zij een bewoonbaar huis mag zijn voor alle mensen
dat er verbondenheid mag groeien van volk tot volk
en de een niet over de ander heerst
maar dat de rijkdom van deze aarde aan allen ten goede komt
Laat ons bidden…

Om geest en waarheid voor onze kerk:
dat zij de vragen van deze tijd verstaat, de noden van de wereld kent,
dat zij de uitdaging van het nieuwe aandurft,
dat zij zich niet opsluit in zichzelf, maar open blijft naar buiten.
Laat ons bidden…

Om geest en sterkte bidden we ook voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Raak ons allen God, met uw levenwekkende geest,
Zet ons op het spoor van uw waarheid
schenk ons in deze tijd het water
dat Jezus ons geeft, en in ons een waterbron wordt,
opborrelend tot eeuwig leven.
Door Christus onze Heer. Amen


2e ZONDAG IN DE VEERTIGDAGENTIJD 28 FEB en 1 MAART 2026

EERSTE LEZING Gen., 12, 1-4a

Lezing uit het Boek Genesis

In die dagen zei de Heer tot Abram: “Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat Ik u zal aanwijzen. Ik zal een groot volk van u maken.
Ik zal u zegenen en uw Naam groot maken, zodat gij een zegen zult zijn.
Ik zal zegenen die u zegenen, maar die u vervloeken zal lk vervloeken.
In u zullen alle geslachten op aarde gezegend worden.”
Toen trok Abram weg, zoals de Heer hem had opgedragen.
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 33
Refrein:
Uw liefde, Heer, moge over ons komen:
wij stellen ons vertrouwen op U.

Oprecht is het woord van de Heer,
alles wat Hij doet, is betrouwbaar.
Hij heeft recht en gerechtigheid lief;
de aarde is vervuld van de liefde van de Heer. Refrein

Het oog van de Heer rust op hen die Hem vrezen
en die op zijn liefde vertrouwen.
Hij zal hen vrijwaren van de dood,
hen bij hongersnood in leven houden. Refrein

Vol vertrouwen zien wij uit naar de Heer,
Hij is ons schild, Hij is onze helper.
Uw liefde, Heer, moge over ons komen:
wij stellen ons vertrouwen op U. Refrein

TWEEDE LEZING 2 Tim., 1, 8b- 10

Lezing uit de Tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs

Dierbare, Draag uw deel in het lijden voor het Evangelie op grond van de kracht van God, die ons heeft gered en geroepen met een heilige roeping, niet op grond van onze werken, maar op grond van zijn eigen besluit en genade,
ons van alle eeuwigheid verleend in Christus Jezus en nu geopenbaard door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus, die de dood heeft vernietigd
en onvergankelijk leven deed aanlichten door het Evangelie.
Woord van de Heer

EVANGELIE Mt., 17, 1-9

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes mee en bracht hen op een hoge berg, waar zij alleen waren. En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. En zie, Mozes en Elia verschenen hun en spraken met Hem.
Petrus van zijn kant zei tegen Jezus: “Heer, het is goed dat wij hier zijn;
als Gij wilt, zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.” Hij was nog aan het spreken, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen en zie, een stem uit de wolk zei: “Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik welbehagen heb; luistert naar Hem.” Toen de leerlingen dat hoorden,
vielen zij met hun gezicht ter aarde en werden zeer bevreesd.
En Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: “Staat op en vreest niet.”
Toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand dan alleen Jezus. En terwijl ze de berg afdaalden, gebood Jezus hun: “Zegt aan niemand wat ge gezien hebt,
totdat de Mensenzoon uit de doden is opgestaan.”

Woord van de Heer.

VOORBEDE

Met Petrus, Johannes en Jakobus
verenigen wij ons in gebed tot de levende Heer.

Op weg naar Pasen bidden wij voor allen die uw nabijheid zoeken
als krachtbron voor hun dagelijks bestaan:.
Licht in hen op, God, doe hen zien – soms even –
opdat zij gaande blijven.
Laat ons bidden…

Op weg naar Pasen bidden wij voor allen die hun leven wijden
aan vrede en recht voor iedereen,
en voor allen die anderen voorgaan en bemoedigen
op weg naar een betere wereld:
Licht in hen op, God, doe hen zien – soms even –
opdat zij gaande blijven.
Laat ons bidden…

Op weg naar Pasen bidden wij voor allen die in het klein
zo goed als God proberen te zijn,
die bedroefden troosten, die zieken met zorgen omringen,
die vertwijfelden een hart onder de riem steken
Licht in hen op, God, doe hen zien – soms even –
opdat zij gaande blijven.
Laat ons bidden…

Op weg naar Pasen bidden we ook voor onze zieken, thuis,
in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Heer, luister naar onze gebeden.
Doe in ons teniet al wat ten dode is en
zet ons nu wij onderweg zijn naar Pasen
op de weg die naar het leven leidt,
waar Jezus onze gids is voor tijd en eeuwigheid
Dat vragen wij U door Christus onze Heer.


1e ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD 21 en 22 februari 2026

EERSTE LEZING Gen.,2,7-9;3, 1-7

Lezing uit het Boek Genesis

De Heer God boetseerde de mens uit stof, van de aarde genomen, en Hij blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen. Daarna legde de Heer God een tuin aan in Eden, ergens in het oosten, en daarin plaatste Hij de mens die Hij geboetseerd had. De Heer God liet uit de grond allerlei bomen opschieten, aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten; daar was ook de boom van het leven bij midden in de tuin en de boom van de kennis van goed en kwaad. Van alle dieren, die de Heer God gemaakt had, was er geen zo sluw als de slang. Ze zei tot de vrouw: “Heeft God werkelijk gezegd dat ge van geen enkele boom in de tuin moogt eten?” De vrouw zei tot de slang: “Wij mogen wel eten van de vruchten van de bomen in de tuin. God heeft alleen gezegd: ‘Van de vruchten van de boom die midden in de tuin staat, moogt ge niet eten; ge moogt ze zelfs niet aanraken; anders zult gij sterven.’” Maar de slang zei tot de vrouw:
“Gij zult helemaal niet sterven. God weet dat uw ogen open zullen gaan als ge eet van die boom, en dat ge dan gelijk zult worden aan God door de kennis van goed en kwaad.” Toen zag de vrouw dat het goed eten was van die boom, en dat hij een lust was voor het oog, en hoe aantrekkelijk het was er inzicht door te krijgen.
Zij plukte dus een vrucht en zij at ervan; zij gaf er ook van aan haar man, die bij haar stond, en ook hij at ervan. Nu gingen hun beiden de ogen open en zij ontdekten dat zij naakt waren. Daarom hechtten ze vijgenbladeren aaneen en maakten daar lendeschorten van.
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 51
Refrein: Wees ons genadig, Heer, want we hebben gezondigd.

Wees mij genadig, God, in uw liefde,
wis in uw grenzeloze barmhartigheid uit wat ik heb misdaan.
Was mij schoon van schuld, reinig mij van mijn zonde. Refrein

Ik beken: ik heb mij misdragen, mijn zonde klaagt mij voortdurend aan.
Tegen U alleen heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat slecht is in uw ogen. Refrein

God, schep in mij een zuiver hart; vernieuw mijn geest, maak hem standvastig.
Verstoot mij niet, weg van uw gelaat; neem uw heilige geest niet weg van mij. Refrein

Geef mij de vreugde van uw heil, sterk mij met een grootmoedige geest.
Heer, open mijn lippen en mijn mond zal uw lof verkondigen. Refrein

TWEEDE LEZING Rom.,5, 12-19

Lezing uit de Brief van de heilige apostel Paulus aan de Romeinen

Broeders en zusters, door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood en zo is de dood over alle mensen gekomen, aangezien allen gezondigd hebben. (Want voordat de wet er was, was er wel zonde in de wereld,
maar zonde wordt niet aangerekend waar geen wet is. Toch heeft de dood geheerst van Adam tot Mozes, ook over hen die niet gezondigd hadden op de wijze van de overtreding van Adam, die het beeld is van Hem die komen moest.
Maar het gaat met de genade niet zoals met de misstap; want terwijl door de misstap van één velen de dood vonden, is de genade van God en de genadegave van de ene mens Jezus Christus voor velen veel overvloediger geweest.) En het is met de gave niet zoals met de ene die gezondigd heeft. Immers, heeft het oordeel over één geleid tot veroordeling, de begenadiging na vele misstappen leidde tot rechtvaardiging. Want als door de misstap van de ene de dood begon te heersen door de ene, hoeveel te meer zullen zij, die de overvloed van de genade en van de gave van de gerechtigheid ontvangen, dan leven en heersen door de ene Jezus Christus. Dus: zoals het door de misstap van één tot veroordeling van alle mensen gekomen is, zo ook komt het door de rechtvaardigheid van één voor alle mensen tot rechtvaardiging van leven.
Want zoals door de ongehoorzaamheid van één mens velen zondaars zijn geworden, zo ook zullen door de gehoorzaamheid van één velen rechtvaardigen worden.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Mt., 4, 1-11

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef gesteld te worden. Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger. Nu trad de beproever op Hem toe en zei:
“Als Gij de Zoon van God zijt, zeg dan dat deze stenen brood worden.” Hij antwoordde: “Er staat geschreven: ‘Niet van brood alleen leeft de mens, maar van elk woord dat komt uit de mond van God.’” Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, plaatste Hem op de bovenbouw van de tempel en zei tot Hem: “Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden, want er staat geschreven: ‘Aan zijn engelen zal Hij omtrent U een bevel geven en zij zullen U op hun hand en dragen, opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen.’”
Jezus zei tot hem: “Er staat ook geschreven: ‘Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen.’” Opnieuw nam de duivel Hem mee, nu naar een heel hoge berg,
en toonde Hem alle koninkrijken van de wereld en hun heerlijkheid.
En hij zei Hem: “Dat alles zal ik U geven, als Gij op uw knieën neervalt en mij aanbidt.” Toen zei Jezus hem: “Weg, satan, Er staat immers geschreven:
‘De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.”
Toen liet de duivel Hem met rust en zie, engelen kwamen en zij dienden Hem.
Woord van de Heer.

VOORBEDE
Laten wij bidden tot God onze barmhartige Vader

Voor alle christenen:
dat zij deze Veertigdagentijd
aanvaarden als een geschenk van God
opdat het mag zijn een tijd van barmhartigheid.
Laat ons bidden…

Voor alle mensen in deze wereld
die het niet stil kunnen maken in hun leven.
Voor hen die opgeslokt worden door de drukte
en het lawaai van de wereld.
Dat zij bij God rust en vertroosting vinden.
Laat ons bidden…

Voor alle mensen in de wereld
die de betrekkelijkheid inzien van alles wat er met geld te koop is,
dat wij oog krijgen voor wat echt de moeite waard is.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Goede Vader, wij vragen uw zegen over ons leven,
Blijf ons in deze Veertigdagentijd vernieuwen.
Vermeerder ons geloof in Jezus, uw Zoon,
die als eerste uit de doden is verrezen en nu leeft en
heerst in de eeuwen der eeuwen.


ASWOENSDAG 18 februari 2026

EERSTE LEZING Joël 2, 12-18

Uit de profeet Joël.

Zo spreekt God de Heer: Keert tot mij terug, van ganser harte, met vasten, geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot de Heer uw God, want genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil. Wie weet, keert Hij terug en krijgt Hij spijt en laat dan zegen achter zich, een meeloffer en een plengoffer voor de Heer uw God. Blaast de bazuin op Sion, kondigt een heilige vastentijd af, roept een plechtige bijeenkomst bijeen. Verzamelt het volk, belegt een heilige bijeenkomst, brengt de oudsten samen en verzamelt ook de kinderen en de zuigelingen; laat de bruidegom zijn kamer verlaten en de bruid haar bruidsvertrek. Laat tussen de voorhal en het altaar de priesters, die de dienst van de Heer verrichten, wenen en zeggen: Spaar uw volk, Heer, laat niet met uw erfdeel spotten, laat niet de heidenen het overheersen. Moet men onder de volken zeggen: Waar blijft hun God? Toen is de Heer voor zijn land opgekomen en heeft Hij zijn volk gespaard.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 51

Refrein:
God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden.
Refrein

Ik erken dat ik misdreven heb, altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen.
Jegens U alleen heb ik gezondigd, wat U tegenstaat heb ik gedaan. Refrein

Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest.
Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn, neem uw heilige Geest niet van mij weg. Refrein

Geef mij weer de weelde van uw zegen, maak mij sterk in edelmoedigheid.
Heer, maak Gij mijn lippen los, dat mijn mond uw lof kan zingen. Refrein

TWEEDE LEZING 2 Kor. 5,20 – 6,2

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe.

Broeders en zusters, wij zijn gezanten van Christus, God roept u op door ons woord. Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen! Hem die geen zonde heeft gekend, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden. Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorgt dat ge zijn genade niet tevergeefs ontvangt. Hij zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen. Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt.6, 1-6.16-18

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Mattheus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader die in de hemel is. Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat, opdat zij door de mensen geprezen worden. Voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Als gij een aalmoes geeft, laat uw linkerhand dan niet weten, wat uw rechter doet, opdat uw aalmoes in het verborgene blijve en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen bij de mensen. Voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen! Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bidt tot uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht, om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast, maar vast voor uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij bidden tot God onze Vader

Voor alle christenen die vandaag een begin
maken met de Veertigdaagse voorbereiding op Pasen.
dat het een tijd mag zijn van bezinning en bekering.
Laat ons bidden…

Voor alle mensen in onze wereld
die het niet stil kunnen maken in hun leven;
voor hen die opgeslokt worden
door de drukte en het lawaai van de wereld.
Dat zij in deze Veertigdagentijd bij God rust en vertroosting vinden.
Laat ons bidden…

Voor ons persoonlijk.
Dat deze Veertigdagentijd ons moed en de kracht geeft
om ook zelf werken van barmhartigheid te verrichten;
dat wij zo Gods liefde zichtbaar maken.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Goede Vader,
wij vragen uw zegen over ons leven,
over het leven van onze parochiegemeenschap.
Blijf ons in deze Veertigdagentijd vernieuwen.
Vermeerder ons geloof in Jezus, uw Zoon,
die als eerste uit de doden is verrezen
en nu leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.
Amen.


ZESDE ZONDAG DOOR HET JAAR 14 en 15 FEBRUARI 2026

EERSTE LEZING Sir.,15,15-20

Lezing uit het Boek Jezus Sirach

Wanneer gij de geboden wilt onderhouden, dan zullen zij u behouden; als gij erop vertrouwt, zult gij leven. Hij heeft vuur en water voor u neergezet: gij kunt uw hand uitstrekken naar wat ge verkiest. Vóór de mens liggen het leven en de dood, het goede en het kwade, en wat hem behaagt, wordt hem gegeven. Want groot is de wijsheid van God, zijn macht is geweldig en Hij ziet alles. De ogen van de Heer zijn gericht op wie Hem vrezen en iedere daad van de mens is Hem bekend. Hij heeft niemand bevolen goddeloos te handelen en aan niemand verlof gegeven om te zondigen.
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 119
Refrein: Gelukkig wie leven volgens de wet van de Heer.

Gelukkig wie volmaakt zijn in hun wegen
en leven volgens de wet van de Heer.
Gelukkig wie zijn geboden onderhouden
en Hem zoeken met heel hun hart. Refrein

Gijzelf hebt immers opdracht gegeven
uw bevelen met zorg te onderhouden.
Ach, was mijn stap maar zo zeker
dat ik uw wetten onderhield. Refrein

Doe wel aan mij, uw dienaar, dan zal ik leven
en zal ik uw woord onderhouden.
Neem de sluier van mijn ogen
om de wonderen van uw wet te zien. Refrein

Wijs mij, Heer, de weg van uw wetten;
dan zal ik hem volgen, voorgoed.
Geef mij inzicht en ik zal uw wet bewaren,
hem onderhouden met heel mijn hart. Refrein

TWEEDE LEZING 1 Kor., 2, 6-10

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe

Broeders en zusters, Wij spreken onder de volmaakten over wijsheid, maar dat is niet de wijsheid van deze wereld of van de heersers van deze wereld, die ten onder zullen gaan. Maar wij spreken over Gods mysterievolle wijsheid, die verborgen was, die God van alle eeuwigheid heeft voorbestemd voor onze verheerlijking. Niemand van de heersers van deze wereld heeft ervan geweten.
Als zij ervan geweten hadden, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Maar zoals geschreven is: “Wat het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor hen die Hem liefhebben.” Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest, want de Geest van God doorgrondt alles, zelfs de diepten van God.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Mt., 5, 17-37

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: (“Meent niet dat Ik gekomen ben om Wet of Profeten op te heffen. Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om te vervullen. Want, amen, Ik zeg u: voordat hemel en aarde voorbijgaan, zal niet één jota of haaltje uit de wet voorbijgaan, voordat alles geschied is. Wie dus ook maar een van die kleinste geboden opheft en zo de mensen leert, zal de kleinste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen, maar wie ze onderhoudt en leert, zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen.
Want ik zeg u: als uw gerechtigheid die van de Schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Koninkrijk der hemelen.
Gij hebt gehoord, dat tot onze voorouders is gezegd: ‘Gij zult niet doden. Wie doodt, zal strafbaar zijn voor het gerecht.’ Maar Ik zeg u: ieder die vertoornd is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht. (En wie tot zijn broeder zegt: ‘Raka’, zal strafbaar zijn voor het Sánhedrin, en wie zegt: ‘Dwaas’, zal strafbaar zijn met het gehenna van vuur. Als gij dus uw offergave naar het altaar draagt en daar herinnert gij u dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan daar uw offergave vóór het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen
en kom dan terug om uw offergave aan te bieden. Word het snel eens met uw tegenpartij, zolang ge nog met hem onderweg zijt; anders zou uw tegenpartij u wel eens aan de rechter kunnen overleveren, en de rechter u aan de gerechtsdienaar, en zoudt gij in de gevangenis worden geworpen. Amen, Ik zeg u: ge zult daar zeker niet uitkomen, totdat ge de laatste quadrans hebt terugbetaald.) Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: ‘Gij zult geen echtbreuk plegen.’ Maar Ik zeg u: ieder die naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd. (Als uw rechteroog u aanstoot geeft, ruk het uit en werp het van u weg; want het is beter voor u, dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat en dat niet heel uw lichaam in de gehenna wordt geworpen. En als uw rechterhand u aanstoot geeft, hak haar af en werp haar van u weg; want het is beter voor u, dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat en dat niet heel uw lichaam in de gehenna komt. Ook is er gezegd: ‘Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief geven.’ Maar Ik zeg u: ieder die zijn vrouw verstoot, behalve in geval van ontucht, maakt haar tot echtbreekster; en wie een verstoten vrouw huwt, begaat echtbreuk.) Verder hebt gij gehoord, dat tot onze voorouders gezegd is:
‘Gij zult geen valse eed doen, maar gij zult voor de Heer uw eden houden.’ Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren; (noch bij de hemel, want dat is de troon van God, noch bij de aarde, want dat is de voetbank voor zijn voeten, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning, noch bij uw hoofd zult gij zweren, want gij kunt niet één haar wit of zwart maken.) Maar uw woord ‘ja’ moet ‘ja’ zijn en uw ‘nee’ ‘nee’; en wat hier bovenuit gaat, is uit den Boze.”
Woord van de Heer.

VOORBEDE

Laat ons bidden voor hen die trouw zijn in het kleine,
standvastig in het goede.

Voor hen die leven in trouw aan Gods geboden,
voor allen die hun eigen belangen ondergeschikt maken
aan het welzijn en het recht van hun naasten:
verlicht hun pad, God, ga voor hen uit.
Laat ons bidden…

Voor hen die meer doen dan het gewone,
die verder gaan dan gewoonte en plicht,
voor allen die bestaande wetten durven te doorbreken
omwille van de gerechtigheid:
houd hen gaande, God, ga voor hen uit.

Voor hen die hun medemensen eerbiedigen,
Voor hen die niemand dwingen of misbruiken,
Maar juist respect hebben voor ieders eignheid:
wees hun vreugde, God, ga voor hen uit
Laat ons bidden…

Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Gij die ons uw woord gegeven hebt, blijf ons nabij,
opdat wij U zoeken en het leven vinden in eeuwigheid.
Amen


VIJFDE ZONDAG DOOR HET JAAR 7 en 8 FEBRUARI 2026

EERSTE LEZING Jes.58,7-10

Lezing uit het Boek Jesaja

Dit zegt de Heer: “Deel uw brood met de hongerigen, neem arme zwervers op in uw huis; als gij een naakte ziet, kleed hem, en keer u niet af van uw medemensen. Dan breekt uw licht als de dageraad door, uw genezing zal voorspoedig zijn; uw gerechtigheid zal voor u uitgaan, de glorie van de Heer u op de voet volgen. Wanneer gij dan bidt, zal de Heer u verhoren, wanneer gij dan tot Hem roept, zal Hij zeggen: ‘Hier ben Ik!’ Wanneer gij uit uw midden het juk verwijdert, geen vinger bedreigend meer uitsteekt en geen kwaad meer spreekt,
wanneer gij uw hart voor de hongerige opent en de mistroostige verzadigt, dan zal uw licht in de duisternis opgaan, dan wordt uw nacht als de middag.”
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 112
Refrein: R. Voor de rechtschapenen daagt licht in het duister.

Voor de rechtschapenen daagt licht in het duister:
genadig, barmhartig, rechtvaardig.
Het gaat goed met wie belangeloos uitleent
en eerlijk zijn zaken behartigt. Refrein.

De rechtvaardige wankelt nooit:
eeuwig blijft men hem gedenken.
Slechte tijding vreest hij niet,
standvastig blijft hij op de Heer vertrouwen. Refrein.

Zijn hart is onwankelbaar, hij kent geen vrees.
Gul deelt hij aan armen uit.
Aan zijn rechtvaardigheid komt geen einde;
zijn hoorn is hoog opgericht, zijn eer ongeschonden. Refrein.

TWEEDE LEZING 1 Kor.,2,1-5

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe

Toen ik tot u kwam, broeders en zusters, kwam ik niet om u met omhaal van woorden of van wijsheid het mysterie van God te verkondigen. Want ik had mij voorgenomen u geen andere kennis te brengen dan van Jezus Christus, namelijk Degene die gekruisigd is. Ik voelde mij toen zwak, nerveus en heel angstig bij u, en mijn woord en mijn verkondiging steunden niet op overtuigende woorden van wijsheid, maar op het tonen van Geest en kracht,
opdat uw geloof niet zou steunen op wijsheid van mensen, maar op de kracht van God.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Mt.,5,13-16

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Gij zijt het zout van de aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal men het dan zouten? Het deugt nergens meer voor dan om naar buiten geworpen en door de mensen vertrapt te worden.
Gij zijt het licht van de wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt! Men steekt toch ook niet een lamp aan om haar onder de korenmaat te zetten, maar men plaatst haar op de lampenstandaard, zodat ze schijnt voor allen die in huis zijn. Zo moet ook uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.”
Woord van de Heer.

VOORBEDE

Keren wij ons hart tot God richten, en bidden wij:

Voor allen die binnen de kerken op zoek zijn naar eenheid,
Dat hun durf mag worden beloond.
Dat zij zijn en blijven: een licht voor de wereld.
Laat ons bidden…

Voor allen die in deze wereld
– te midden van alle tweedracht- –
mensen en volkeren met elkaar trachten te verbinden
dat hun visiioen mag worden bewaarheid,
dat zij zijn en blijven: een licht voor de weeld.
Laat ons bidden…

Voor onszelf, geroepen om met elkaar het leven te delen:
dat wij conflicten niet uit de weg gaan, maar uitpraten.
Dat wij blijven stgreven naar saamhorigheid en zorg voor elkaar,
Dat wij zijn en blijven: een licht voor de wereld.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Vader in het verborgene;
Gij wilt ons, mensen, tot eenheid brengen,
tot verbondenheid tot elkaar.
Uw naam worde geheiligd, uw wil geschiede, door ons.
Amen


Vierde zondag door het jaar 31 januari en 1 februari 2026

Eerste lezing Sef.,2,3; 3,12-13

Lezing uit de Profetie van Sefanja

Zoekt de Heer, gij allen, zachtmoedigen van het land, die zijn oordeel bewerkt,
zoekt de gerechtigheid, zoekt de zachtmoedigheid. Dan vindt gij misschien een schuilplaats op de dag van de toorn van de Heer. “Dan laat Ik een ootmoedig en bescheiden volk over in uw midden.” Zij hopen op de Naam van de Heer, de rest van Israël. Zij zullen geen onrecht meer doen en geen onwaarheid meer spreken; in hun mond wordt geen bedrieglijke tong gevonden. Want zij zullen weiden en neerliggen, zonder iemand die hen verschrikt.
Woord van de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 146
Refrein: Zalig de armen van geest,
want aan hen is het Koninkrijk der hemelen.

De Heer blijft trouw tot in eeuwigheid,
doet recht aan de verdrukten,
Hij geeft de hongerigen brood,
de Heer bevrijdt de gevangenen. Refrein

De Heer opent de blinden de ogen,
de Heer richt de gebukten weer op,
de Heer heeft de rechtvaardigen lief,
de Heer beschermt de vreemdelingen. Refrein

Wees en weduwe verheft Hij,
maar de weg van de goddelozen maakt Hij krom.
De Heer is koning tot in eeuwigheid,
Hij is uw God, Sion, van geslacht op geslacht. Refrein

Tweede lezing 1 Kor., 1,26-31

Lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Denkt aan uw eigen roeping, broeders en zusters, want naar menselijke maatstaf waren er niet velen geleerd, niet velen machtig, niet velen van hoge afkomst. Maar wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen; wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen; wat voor de wereld van geringe afkomst is en onbeduidend, heeft God uitverkoren; wat niets is om teniet te doen wat iets is,
opdat tegenover God geen mens zou roemen op zichzelf. Dankzij Hem zijt gij in Christus Jezus, die van Godswege onze wijsheid is geworden, onze gerechtigheid, heiliging en verlossing. Daarom, zoals er geschreven staat:
“Als iemand wil roemen, laat hem roemen op de Heer.”
Woord van de Heer.

Evangelie Mt.,5,1-12a

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

In die tijd, toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op, en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij opende zijn mond en onderrichtte hen:
“Zalig de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land beërven.
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.
Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Zalig die vervolgd worden omwille van de gerechtigheid,
want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt
en valselijk van allerlei kwaad beschuldigt omwille van Mij.
Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.”
Woord van de Heer.

Voorbede

Bidden wij tot God onze Vader.

Bidden wij voor alle mensen
die geloof en kracht putten uit de woorden van de Bergrede.
Dat hun loon groot moge zijn.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor allen die in onze dagen
in de geest van Jezus en in de lijn van zijn Bergrede,
heil brengen aan mensen en vrede brengen.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor de vreemdelingen
en mensen die aan hun lot zijn overgelaten;
dat zij de hulp en het medeleven van hun naasten mogen ondervinden.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

God, hoor òns bidden en dat van uw verzamelde Kerk.
Maak dat steeds meer mensen
uw liefde en barmhartigheid ontdekken,
En schenk hen de vreugde naar U terug te keren.
Door Christus onze Heer.


DERDE ZONDAG DOOR HET JAAR 24 en 25 JANUARI 2026

EERSTE LEZING Jes.8, 23b; 9,3

Lezing uit het Boek Jesaja

In het verleden is er oneer gebracht over het land Zebulon en over het land Náftali, maar in de toekomst wordt er eer gebracht aan de zeeroute, de overkant van de Jordaan en het Galilea van de heidenen. Het volk dat wandelde in het donker, ziet een groot licht; over hen die wonen in het land van de schaduw van de dood is een licht opgegaan. Gij hebt hun blijdschap vermeerderd, hun vreugde vergroot; ze verheugen zich voor uw aanschijn, zoals er vreugde is bij de oogst, zoals zij juichen wanneer zij de buit verdelen.
Want het juk dat op het volk drukte, de stang op hun schouders en de stok van hun drijver, Gij hebt ze stukgebroken als op de dag van Midjan.
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 27

Refrein: De Heer is mijn licht en mijn leidsman.

De Heer is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen ;
De Heer is mijn burcht en mijn behoud, voor wie zou ik beven? Refrein

Want ik heb één verzoek aan de Heer, ik ken slechts één verlangen:
te wonen in het huis van de Heer, alle dagen van mijn leven,
om te genieten van de pracht van de Heer,
en zijn heiligdom op te zoeken. Refrein

Ik vertrouw erop de goedheid van de Heer te zien
in het land van de levenden.
Wacht op de Heer met een dapper, standvastig gemoed;
wacht op de Heer.

TWEEDE LEZING 1 Kor.1,10-13.17

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinthe

Ik spoor u aan, broeders en zusters, bij de naam van onze Heer Jezus Christus:
dat gij allen eensgezind zijt in het spreken, en dat er onder u geen scheuringen zijn; maar weest volmaakt in hetzelfde denken en in dezelfde gezindheid.
Er is mij namelijk door de huisgenoten van Chlóë over u verteld, broeders en zusters, dat er onenigheid onder u heerst. Dit bedoel ik, dat ieder van u zegt:
“Ik ben van Paulus”, “Ik van Apollos”, “Ik van Kefas”, “Ik van Christus”.
Is Christus dan in stukken verdeeld? Is Paulus voor u gekruisigd? Of zijt gij gedoopt in de naam van Paulus? Christus heeft mij immers niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet van zijn betekenis ontdaan wordt.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Mt.,4,12-17

Lezing uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

Toen Jezus hoorde dat Johannes overgeleverd was, week Hij uit naar Galilea.
Hij liet Nazaret achter zich en ging wonen in Kafarnaüm aan het meer, in het grensgebied van Zebulon en Náftali, opdat vervuld zou worden wat gezegd was door de profeet Jesaja: “Land van Zebulon, land van Náftali, zeeroute, overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen. Het volk dat in duisternis zit, heeft een groot licht gezien; en over hen die in het land en de schaduw van de dood zitten, over hen is een licht opgegaan.” Van toen af begon Jezus te verkondigen en zei: “Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij.”
(Toen Hij langs het meer van Galilea liep, zag Hij twee broers — Simon die Petrus wordt genoemd en zijn broer Andreas — de netten uitwerpen in het meer; zij waren namelijk vissers. Hij zei tot hen: “Komt achter Mij aan en Ik zal u vissers van mensen maken.” Meteen lieten zij de netten achter en volgden Hem. Toen Hij vandaar verder was gegaan, zag Hij twee andere broers – Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes — met hun vader Zebedeüs in de boot hun netten in orde maken. Hij riep hen, en meteen lieten zij de boot en hun vader achter en volgden Hem. Hij trok rond in heel Galilea,
terwijl Hij onderricht gaf in hun synagogen, het Evangelie verkondigde van het Koninkrijk en alle ziekten en alle kwalen onder het volk genas.)
Woord van de Heer.

VOORBEDE

Laten ons samen bidden
dat wij de Blijde Boodschap van Jezus
met een open hart aanvaarden.

Laten wij bidden voor alle mensenvissers van vandaag:
Dat zij het licht van Gods liefde uitdragen.
Dat jonge mensen de moed hebben
om vertrouwde zekerheden los te laten om Christus te volgen.
Laat ons bidden…

Laten wij bidden voor de leiders van de volkeren;
Dat zij mogen luisteren naar de profeten van onze tijd
die opkomen voor armen en onderdrukten.
Laat ons bidden…

Laten wij bidden om eenheid tussen allen
die door het doopsel verbonden zijn.
Dat wij blijven werken aan eenheid,
verzoening en respect onder allen
die de naam van christen dragen.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Barmhartige, eeuwige God,
in uw Zoon hebt Gij een groot licht doen opgaan
over het volk dat in duisternis zat.
Geef dat wij ons bekeren tot Hem
die telkens weer mensen roept om Hem te volgen
en de Blijde Boodschap van het koninkrijk te verkondigen.
Door Christus, onze Heer. Amen


TWEEDE ZONDAG DOOR HET JAAR 17 en 18 JANUARI 2026
Week van gebed voor de eenheid onder de christenen

EERSTE LEZING Jes.,49,3.5-6

Lezing uit het Boek Jesaja.

De Heer sprak tot mij: “Mijn dienaar zijt gij, Israël, in wie Ik mij zal verheerlijken.” Maar nu sprak de Heer die mij vormde tot zijn knecht vanaf de moederschoot om Jakob terug te brengen tot Hem en opdat Israël voor Hem zou worden verzameld. Ik ben verheerlijkt in de ogen van de Heer, en mijn God is mijn sterkte. En Hij sprak: “Het is te gering dat gij mijn dienaar zijt om Jakobs stammen op te richten en de rest van Israël terug te brengen. Ik maak u tot een licht voor de heidenen, zodat mijn heil verschijnt tot de grenzen van de aarde.”
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 40
Refrein: Zie ik kom, Heer, om uw wil te doen.

Met groot vertrouwen heb ik op de Heer gehoopt,
Hij heeft zich tot mij neergebogen, mijn geroep verhoord.
Hij legde in mijn mond een nieuw gezang, een lied voor onze God.
en velen zullen zien en vrezen en vertrouwen op de Heer. Refrein

Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangd,
maar wel hebt Gij mijn oren voor uw stem geopend.
Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij
dus zei ik, ja, ik kom, zoals van mij geschreven staat: Refrein

Uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde,
uw wet is in mijn hart gegrift.
In de bijeenkomst heb ik gerechtigheid gepredikt,
mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het. Refrein

Uw gunsten heb ik niet geheim gehouden,
noch uw getrouwheid voor de mensen om mij heen.
Houd uw erbarmen, Heer, niet van mij weg,
Iaat uw genade en uw trouw mij steeds behoeden. Refrein

TWEEDE LEZING 1 Kor.,1,1-3

Lezing uit de Eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de Korintiërs

Paulus, door Gods wil geroepen tot apostel van Christus Jezus, en broeder Sóstenes aan de kerk Gods te Korinte, aan hen die, geheiligd in Christus Jezus, geroepen heiligen, samen met allen die op iedere plaats, bij hen en bij ons, de naam aanroepen van onze Heer Jezus Christus. Genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus!
Woord van de Heer.

EVANGELIE Joh.,1,29-34

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.

In die tijd zag Johannes Jezus naar zich toekomen en zei: “Zie, het Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld. Híj is het van wie ik zei: Achter mij komt een man die vóór mij geworden is, want Hij was eerder dan ik. Ook ik kende Hem niet maar opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden, daarom kwam ik met water dopen.” Verder getuigde Johannes “Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en Hij bleef op Hem. Ook ik kende Hem niet, maar die mij gezonden had om met water te dopen, Hij heeft mij gezegd: ‘Op wie gij de Geest zult zien neerdalen en op Hem blijven, Hij is het die doopt met de Heilige Geest.’ Ik heb het gezien en ik heb getuigd: Dit is de Zoon van God.”
Woord van de Heer.

VOORBEDE

Keren we ons tot God en bidden wij

Om mensen, die steeds bereid zijn
het goede in anderen te ontdekken:
dat wij zelf zulke mensen zijn, ontwapenend en mild;
Laat ons bidden…

Om mensen vergevingsgezind en vindingrijk genoeg
om verbroken relaties te herstellen en geslagen wonden te genezen;
dat wij zelf zulke mensen mogen zijn, instrumenten van Gods vrede;
Laat ons bidden…

Om mensen die steeds oog en hart gericht houden
op hun naasten, dichtbij en ver weg;
dat wij zelf zulke trouwe, bewogen mensen mogen zijn.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

God, bezieler van ons leven, wij danken U
En zegenen hier uw naam, omwille van Jezus,
Die kwam om te dienen en genade vond bij U in eeuwigheid.
Amen


DOOP VAN DE HEER 10 en 11 JANUARI 2026

EERSTE LEZING Jes. 42, 1-4. 6-7

Lezing uit het Boek Jesaja

Zo spreekt de Heer: “Zie, mijn dienaar, die Ik ondersteun, mijn uitverkorene, in wie Ik behagen schep. Ik heb mijn geest op hem gelegd, hij verkondigt de volkeren het recht. Hij roept niet en hij schreeuwt niet, en op straat hoort men zijn stem niet. Het geknakte riet breekt hij niet, de kwijnende vlaspit dooft hij niet; hij verkondigt het recht naar waarheid. Hij kwijnt niet weg en blijft ongebroken, totdat hij op aarde het recht heeft gevestigd; de eilanden zien uit naar zijn wet. Ik, de Heer, heb u geroepen in gerechtigheid en u bij de hand genomen; Ik vorm u, en maak u tot een verbond met het volk, tot een licht voor de naties om blinden de ogen te openen, gevangenen uit de kerker te bevrijden en uit de gevangenis allen die in duisternis zitten.”
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 29
Refrein: God zegent zijn volk met vrede.

Huldigt de Heer, alle zonen van God,
Huldigt de Heer om zijn glorie en macht.
Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam,
Knielt voor Hem neer om zijn heilige luister. Refrein

De stem van de Heer schalt over het water,
Gods majesteit roept van over de zee.
De stem van de Heer met dreunend geweld,
de stem van de Heer ontzagwekkend! Refrein

Gods majesteit roept van over de zee,
Zijn tempel weergalmt van zijn glorie.
De Heer troont boven het firmament,
Daar zetelt Hij eeuwig als koning. Refrein

TWEEDE LEZING Handelingen 10, 34-38

Lezing uit de Handelingen van de apostelen

In die dagen nam Petrus het woord en sprak: “Nu besef ik waarachtig, dat er bij God geen aanzien des persoons bestaat, maar dat, uit welk volk ook, ieder die Hem vreest en gerechtigheid doet, Hem welgevallig is. Het woord heeft Hij tot de kinderen van Israël gezonden toen Hij het Evangelie verkondigde van vrede door Jezus Christus: deze is de Heer van allen. Gij weet wat er in heel Judea gebeurd is, beginnend in Galilea na het doopsel dat Johannes predikte: hoe God Jezus van Nazaret gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht.
Hij ging weldoende rond en genas allen die in de macht waren van de duivel,
want God was met Hem.”
Woord van de Heer.

EVANGELIE Matteüs 3,13-17

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

In die tijd kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan tot Johannes om door hem gedoopt te worden. Maar Johannes wilde Hem tegenhouden met de woorden: “Ik zou door U gedoopt moeten worden, en Gij komt tot mij?” Jezus antwoordde hem: “Laat het nu zo zijn; want zo past het ons alle gerechtigheid te vervullen.” Toen liet hij Hem toe. Nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij meteen uit het water. En zie, de hemel ging voor Hem open en Hij zag de Geest Gods neerdalen als een duif en over zich komen. En zie, een stem uit de hemel zei: “Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik welbehagen heb.”
Woord van de Heer.

VOORBEDE

Keren we ons tot God en bidden wij

Voor alle kinderen in ons midden,
wier leven nog aan het begin staat:
dat wij hen een thuis bieden waar zij veilig zijn,
dat zij houvast en geborgenheid vinden
Laat ons bidden…

Voor allen wier stem niet wordt gehoord,
wier leed niet wordt gezien,:
dat zij worden opgemerkt en onder ons bondgenoten vinden
die het voor hen opnemen.
Laat ons bidden…

Voor onszelf, hier verzameld:
dat wij luisteren naar Gods stem,
en leven in het spoor van zijn veelgeliefde Zoon.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

God, barmhartige Vader,
toen uw Zoon met water werd gedoopt
hebt Gij de Geest als een duif op Hem laten neerdalen
en hebt Gij Hem aangewezen als uw Zoon.
Wij bidden U:
laat uw Geest ook steeds rusten op ons,
die uw kinderen zijn geworden.
Door Christus, onze Heer.


OPENBARING DES HEREN – DRIEKONINGEN 3 en 4 JANUARI 2026

Eerste lezing Jes. 60,1-6

Uit de Profeet Jesaja.

Sta op, Jeruzalem, schitter, want uw licht is gekomen, en de glorie van de Heer gaat over u op. Want zie, duisternis bedekt de aarde, het donker ligt over de volken, maar over u gaat de Heer op en zijn glorie is boven u verschenen.
Volkeren komen af op uw licht, koningen op de glans van uw dageraad. Sla uw ogen op en kijk om u heen: allen verzamelen zich en komen naar u, uw zonen komen van verre. uw dochters draagt men op de heup. Gij zult het zien en stralen van blijdschap, en uw hart zal bonzen en wijd worden van vreugde, Want de schatten van de zee vloeien naar u toe, naar u komt de rijkdom van de volkeren.
Een vloed van kamelen bedekt u, dromedarissen uit Midjan en Efa; alle inwoners van Sebas ze brengen goud en wierook mee, en verkondigen de lof van de Heer.
Woord van de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 72
Refrein: Alle volken der aarde huldigen U, Heer.

Mijn God, verleen de koning uw wijsheid,
de koningszoon uw rechtvaardigheid.
Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien
en welvaart alom tot het einde der maanden. Refrein

Regeren zal hij van zee tot zee,
vanaf de Rivier tot de grens van de aarde.
Vorsten van Tarsis, van verre kusten, zenden geschenken,
Arabische heersers en Etiopen betalen hem cijns.
Hem huldigen alle vorsten der aarde en alle volkeren dienen hem. Refrein

De arme die steun vraagt zal hij bevrijden,
de ongelukkige zonder hulp.
Hij zal zich ontfermen over misdeelden,
de zwakken schenkt hij weer levensmoed. Refrein

Tweede lezing Efesiërs 3,2-3a.5-6

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze

Broeders en zusters, Gij hebt vernomen van het beheer van Gods genade die mij gegeven is met het oog op u; want door openbaring werd het geheim aan mij bekend gemaakt dat onder vroegere geslachten niet bekend was gemaakt aan de kinderen der mensen, zoals het nu in de Geest geopenbaard is aan zijn heilige apostelen en profeten: dat de heidenen mede-erfgenamen, medeleden en mededeelgenoten zijn van de belofte in Christus Jezus door middel van het Evangelie.
Woord van de Heer.

Evangelie Mt. 2,1-12

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

Toen Jezus te Betlehem in Judea geboren was, in de dagen van koning Herodes,
kwamen er Wijzen uit het oosten naar Jeruzalem. Ze zeiden: “Waar is Hij die geboren is, de Koning van de Joden? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden.” Toen koning Herodes dit hoorde, werd hij verontrust en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en Schriftgeleerden van het volk samen en wilde van hen weten waar de Christus geboren zou worden. Ze zeiden hem: “Te Betlehem in Judea, want zo staat er geschreven bij de profeet: ‘En gij Betlehem, land van Juda, zijt volstrekt niet de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leider voortkomen die mijn volk Israël zal weiden.’” Toen ontbood Herodes in het geheim de Wijzen en kwam van hen nauwkeurig de tijd te weten waarop de ster verschenen was. En terwijl hij hen naar Betlehem stuurde, zei hij: “Gaat een nauwkeurig onderzoek instellen naar het Kind, en wanneer gij Het gevonden hebt, bericht het mij dan,
opdat ook ik Hem kan gaan aanbidden.” Na de koning aanhoord te hebben, trokken zij verder. En zie, de ster die zij gezien hadden in het oosten, ging voor hen uit, totdat ze stil bleef staan boven de plaats waar het Kind zich bevond. Bij het zien van de ster werden zij vervuld van overgrote vreugde. Zij gingen het huis binnen, zagen het Kind met zijn moeder Maria, vielen op hun knieën neer en aanbaden Hem. Zij openden hun schatkisten en boden Hem geschenken aan: goud, wierook en mirre. En in een droom gewaarschuwd niet meer naar Herodes terug te keren, vertrokken zij langs een andere weg naar hun land.
Woord van de Heer.

Voorbede

God heeft zich in Christus geopenbaard
als het Licht van de volkeren.
Met Caspar, Melichor en Balthasar willen wij Hem onze hulde brengen
en bidden tot God.

Voor de gemeenschap van de Kerk:
Maak haar tot een teken van hoop voor allen
die in dit nieuwe jaar
op zoek zijn naar gerechtigheid en vrede.
Laat ons bidden…

Voor de leiders van de volken:
voor koningen en politiek verantwoordelijken.
Dat zij niet bedacht zijn op eigen macht, eer of voordeel,
maar zich inzetten voor een rechtvaardige wereld naar Gods bedoeling.
Laat ons bidden…

Voor onszelf hier bijeen rond de het Kind van Betlehem:
Dat wij, met de Wijzen uit het Oosten,
onze gaven van geloof, hoop en liefde aanbieden
en zo de vrede van Christus aan de wereld tonen.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

God, onze Vader, Gij laat U vinden door allen die U oprecht zoeken.
Geef dat wij U steeds volgen als de ster van ons leven.
U zij lof en eer in eeuwigheid.


Nieuwjaar 2026 1 januari 2026
feest van het Octaaf van Kerstmis en het Moederschap van Maria

Eerste lezing Num., 6, 22-27

Lezing uit het Boek Numeri

De Heer sprak tot Mozes: “Zeg aan Aäron en zijn zonen: Op deze wijze zult gij de kinderen van Israël zegenen en tot hen zeggen: ‘Moge de Heer u zegenen en u behoeden! Moge de Heer zijn gelaat over u doen lichten en u genadig zijn!
Moge de Heer zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken!’ Als zij zo mijn Naam over de kinderen van Israël uitspreken, zal Ik hen zegenen.”
Woord van de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 67
Refrein: God, wees ons genadig en schenk ons uw zegen.

God, wees ons genadig, schenk ons uw zegen,
laat uw gelaat over ons lichten,
zodat men op aarde uw wegen zal kennen,
onder alle volken uw heil. Refrein

De naties zullen verheugd om U juichen:
Gij regeert de volken in rechtvaardigheid,
Gij bestuurt alle naties op aarde. Refrein

De volken zullen U loven, o God, alle volken zullen U loven.
God zegent ons: de einden der aarde zullen Hem vrezen. Refrein

Tweede lezing Gal., 4, 4-7

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten

Lezing uit de Brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten
Broeders en zusters, Toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om degenen die onder de wet stonden vrij te kopen, opdat wij de aanneming tot zonen zouden verkrijgen. En omdat gij zonen zijt, heeft God de Geest van zijn Zoon in uw hart gezonden, die roept: “Abba, Vader!” Zo zijt ge dus niet langer slaaf, maar zoon en als zoon ook erfgenaam door God.
Woord van de Heer.

Evangelie Lc., 2, 16-21

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.

In die tijd gingen de herders haastig naar Betlehem en troffen Maria en Jozef aan en de Pasgeborene, liggend in de kribbe. Toen zij het zagen, maakten zij bekend wat hun over dit Kind was gezegd. En allen die het hoorden, stonden verwonderd over wat hun door de herders gezegd werd. En Maria bewaarde al deze woorden en overwoog ze in haar hart. De herders keerden terug, terwijl zij God verheerlijkten en loofden om alles wat zij gehoord en gezien hadden; het was juist zoals hun gezegd was. Toen de acht dagen vervuld waren, zodat Hij moest worden besneden, ontving Hij de naam Jezus, de naam die door de engel was genoemd, voordat Hij in de schoot werd ontvangen.
Woord van de Heer.

Voorbede

Laten wij op de drempel van het nieuwe jaar bidden tot God onze Vader.

Blijf bij ons Heer bij de wisseling van het jaar.
Blijf bij ons Heer, met uw vreugde en vrede,
met uw troost en zegen,
opdat uw Rijk zichtbaar wordt in onze wereld.
Laat ons bidden…

Blijf bij ons Heer, en schenk uw gaven van
wijsheid en inzicht aan de herders van de Kerk.
Dat zij ons blijven voorgaan in de liefde voor uw Naam.
Laat ons bidden…

Blijf bij ons Heer,
als in het nieuwe jaar over ons komt
de nacht van zorg en angst,
de nacht van twijfel en moedeloosheid.
Laat ons bidden…

Blijf bij onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Blijf ook onze dierbare overledenen nabij.
We bidden vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

God, Schepper van de wereld.
Luister naar ons gebed en schenk rust en vrede in onze dagen,
Zodat wij met vreugde en zonder ophouden
de lof kunnen zingen van uw goedheid.
Door Christus onze Heer.


FEEST VAN DE HEILIGE FAMILIE 27 en 28 DECEMBER 2025

EERSTE LEZING Sir. 3, 3-7. 14-17a

Lezing uit het Boek Jezus Sirach

De Heer eert een vader in zijn kinderen, en Hij heeft de moeder recht gegeven over haar zonen. Wie zijn vader eert, bidt voor zijn zonden en zal zich ervan onthouden, en hij zal worden verhoord in zijn dagelijks gebed. En als iemand die schatten verzamelt, is hij die zijn moeder eert. Wie zijn vader eert, beleeft vreugde aan zijn kinderen, en wanneer hij bidt, wordt hij verhoord. Wie zijn vader eert, zal een lang leven genieten en wie zijn vader gehoorzaamt, verkwikt het hart van zijn moeder. Kind, draag zorg voor uw vader op zijn oude dag en doe hem geen verdriet zolang hij leeft. En als zijn verstand achteruit gaat, vergeef hem dan. En veracht hem niet, gij die nog in volle kracht zijt. Medelijden met uw vader zal niet worden vergeten. Anders dan de zonden, bouwt zij uw huis op.
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM Ps. 128 (127)

Refrein:
Gelukkig allen die de Heer vrezen,
die zijn wegen bewandelen.

Gelukkig de man die de Heer vreest
en die zijn wegen bewandelt.
Van de vruchten van uw arbeid zult gij eten;
gij zult gelukkig zijn en het zal goed met u gaan. Refrein

Uw vrouw is als een vruchtbare wijnstok
binnen in uw huis;
uw kinderen als jonge olijfbomen
rondom uw tafel. Refrein

Ja, zo wordt de man gezegend
die de Heer vreest.
De Heer zegene u uit Sion;
dan zult gij de voorspoed van Jeruzalem zien,
alle dagen van uw leven Refrein

TWEEDE LEZING Kol. 3, 12-21

Lezing uit de Brief van de heilige apostel Paulus aan de Kolossenzen

Broeders en zusters, bekleedt u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, mildheid, deemoed, zachtmoedigheid en geduld, elkaar verdragend en elkaar vergevend, wanneer de een de ander iets te verwijten heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven.
Maar bekleedt u boven dat alles met de liefde als de band van de volmaaktheid.
En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe immers zijt gij in één lichaam geroepen. En weest dankbaar. Laat het woord van Christus in volle rijkdom onder u wonen, wanneer gij elkaar leert en vermaant in alle wijsheid, en wanneer gij met psalmen, hymnen en geestelijke liederen vol dankbaarheid in uw hart zingt voor God. En al wat gij doet in woord of werk, doet alles in de naam van Jezus de Heer, God de Vader dankend door Hem. Vrouwen, weest uw man onderdanig, zoals het betaamt in de Heer. Mannen, hebt uw vrouw lief en weest niet bitter tegen haar. Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles, want dit is welgevallig in de Heer. Vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij de moed niet verliezen.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Mt. 2, 13-15. 19-23

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

Toen de wijzen waren vertrokken, verscheen een engel van de Heer in een droom aan Jozef en zei: “Sta op, neem het Kind en zijn moeder, vlucht naar Egypte en blijf daar tot ik het u zeg, want Herodes staat op het punt het Kind te zoeken om het te doden.” Hij stond op, nam het Kind en zijn moeder ’s nachts mee, week uit naar Egypte en bleef daar tot de dood van Herodes, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken had door de profeet: “Uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen.” Nadat Herodes gestorven was, verscheen een engel van de Heer in een droom aan Jozef in Egypte en zei: “Sta op, neem het Kind en zijn moeder en ga naar het land Israël, want zij die het Kind naar het leven stonden, zijn gestorven.” Hij stond op, nam het Kind en zijn moeder en kwam naar het land Israël. Maar toen hij hoorde dat Archelaüs koning was van Judea in plaats van zijn vader Herodes, vreesde hij daarheen te gaan; gewaarschuwd in een droom vertrok hij naar het gebied van Galilea. Bij aankomst ging hij wonen in een stad, Nazaret geheten, opdat vervuld zou worden wat door de profeten gezegd was:
“Hij zal een Nazoreeër genoemd worden.”
Woord van de Heer.

VOORBEDE

Vandaag op het feest van de heilige familie bidden wij…

Voor kinderen groot en klein,
lief, een beetje stout of helemaal tegendraads.
Zegen hen allen God, zonder onderscheid,
met wijsheid, levensruimte en geborgenheid.
Laat ons bidden…

Voor moeders, jong en die zich helemaal aan hun gezin wijden,
maar ook voor hen die andere ambities hebben.
Zegen hen allen God, zonder onderscheid,
met wijsheid, levensruimte en geborgenheid.
Laat ons bidden…

Maar ook voor hen die vragen durven stellen
Voor vaders, die altijd het beste met hun kinderen voor hebben,
Voor hen die zelfverzekerd zijn en alles zeker weten,
Maar ook voor hen die vragen durven stellen.
Zegen hen allen God, zonder onderscheid,
met wijsheid, levensruimte en geborgenheid.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden

Eeuwige God,
Hoor ons, zie ons en zegen ons.
Houd ons bijeen en breng ons thuis bij U.
Amen


TWEEDE KERSTDAG/FEEST HEILIGE STEFANUS 26 DECEMBER 2025

Eerste lezing Hand.6, 8-10; 7,54-60)

Uit de Handelingen van de Apostelen.

In die dagen deed Stefanus, vol genade en kracht, grote wondertekenen onder het volk. Sommige leden echter van de zogenaamde synagoge der Vrijgelatenen, Cyreneeërs en Alexandrijnen en sommige mensen uit Cilicië en Asia begonnen met Stefanus te redetwisten, maar zij konden niet op tegen de wijsheid en de geest waarmee hij sprak. Toen ze dit hoorden, werden ze woedend en knarsetandden tegen hem. Maar Stefanus, vervuld van de heilige Geest, staarde naar de hemel en zag Gods heerlijkheid en Jezus staande aan Gods rechterhand; en hij riep uit: “Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.” Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopten hun oren toe en stormden als één man op hem af. Zij sleepten hem buiten de poort en stenigden hem. De getuigen legden hun mantels neer aan de voeten van een jongeman die Saulus heette. Terwijl zij Stefanus stenig¬den, bad hij: “Heer Jezus, ontvang mijn geest.” Toen viel hij op zijn knieën en riep met luider stem: “Heer, reken hun deze zonde niet aan.” Na deze woorden ontsliep hij. Saulus stemde in met de moord op deze man.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 31
Refrein: Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen, Heer.

Wees mij een rots waar ik vluchten kan,
een sterke burcht waar ik veilig kan toeven.
Want altijd zijt Gij mijn rots en mijn vesting,
uw Naam is mijn leider en gids. Refrein

Vertrouwvol leg ik mijn geest in uw handen,
Gij zult mij beschermen, getrouwe God.
Ik mag mij verheugen in uw erbarmen,
Gij ziet mijn ellende, Gij helpt mij in nood. Refrein

Bevrijd mij van mijn vervolgers.
Laat over uw dienaar uw Aanschijn stralen,
red mij door uw genade. Refrein

Op tweede kerstdag is er geen tweede lezing

Evangelie Mt.10,17-22

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

In die tijd zei Jezus tot de twaalf: “Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken en u geselen in hun synagogen. Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden omwille van Mij, om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen. Maakt u echter, wanneer men u overlevert niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken: op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen. Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader. De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden, de vader zijn kind; de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood doen brengen. Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam. Wie echter ten einde toe volhardt, hij zal gered worden.
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

Keren wij ons tot God en bidden wij:

Stefanus was vervuld van de heilige Geest en zag Gods heerlijkheid.
Laten wij bidden om de kracht van de heilige Geest in ons eigen leven
om zo het licht van Kerstmis verder te dragen
in de duisternis van onze wereld.
Laat ons bidden…

Stefanus werd vervolgd om zijn geloof in Christus.
Laten wij bidden voor alle christenen die vervolgd worden
omwille van hun geloof.
Dat zij Gods nabijheid mogen ervaren en sterk staan in hun getuigenis.
Laat ons bidden…

Stefanus heeft gebeden voor zijn vervolgers.
Wij bidden om vrede en gerechtigheid voor al die plaatsen
in onze wereld waar oorlog, geweld en terreur de boventoon voeren.
Dat de viering van Kerstmis eenheid en vrede brengt aan onze wereld.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties
hierna korte stilte. Dan afsluiten met
Laat ons bidden…

Almachtige eeuwige God,
Gij hebt de diaken Stefanus een wijsheid en een geest gegeven
waar zijn vervolgers niet tegenop konden.
Wij vragen U: schenk ook ons die Geest, en geef ons in,
wat wij moeten zeggen als ook wij ons geloof verkondigen
in Christus onze Vredevorst.
Die met U leeft en heerst tot in de eeuwen der eeuwen.


KERSTDAG 25 DECEMBER 2025

Eerste lezing Jes., 52, 7-10

Uit de Profeet Jesaja

Hoe liefelijk op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede meldt, goed nieuws verkondigt, die heil komt melden, die zegt tot Sion: Uw God regeert! Hoort! Uw torenwachters verheffen hun stem, zij jubelen tegelijk want zij zien, oog in oog de terugkeer van de Heer naar Sion. Barst los in jubel, allen samen, puinen van Jeruzalem, want de Heer heeft zijn volk getroost; hij heeft Jeruzalem verlost. De Heer heeft zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volkeren; en alle grenzen der aarde hebben het heil van onze God aanschouwd.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 98
Refrein: Geheel de aarde aanschouwde wat onze God voor ons deed.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang omdat Hij wonderen deed. Zijn hand deed zich krachtig gelden, de macht van zijn heilige arm. Refrein

Zijn weldaden deed Hij ons kennen, de volkeren zijn gerechtigheid. Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw ten gunste van Israëls huis. Refrein

Geheel de aarde aanschouwde wat onze God voor ons deed. Verheerlijkt de Heer, alle landen, weest blij, verheugt u en zingt. Refrein

Zingt voor de Heer bij de citer, met citer en psalterspel. Laat schallen trompet en bazuin en danst voor de Heer, uw koning. Refrein

Tweede lezing Hebr., 1, 1-6

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters, Nadat God eertijds vele malen en op velerlei wijzen tot onze vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij nu, op het einde der tijden, tot ons gesproken door de Zoon, die Hij erfgenaam gemaakt heeft van al wat bestaat en door wie Hij het heelal heeft geschapen. Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen. Hij houdt alles in stand door zijn machtig woord. En na de reiniging der zonden te hebben voltrokken heeft Hij zich neergezet ter rechterzijde van de majesteit in den hoge, ver verheven boven de engelen, zoals Hij hen ook overtreft in de waardigheid die zijn deel is geworden. Heeft God ooit tot een engel gezegd: “Gij zijt mijn Zoon; Ik heb U heden verwekt?” Of: “Ik zal een vader voor Hem zijn en Hij zal mijn zoon zijn?” Wanneer Hij evenwel de Eerstgeborene opnieuw de wereld binnenleidt zegt Hij: “Alle engelen Gods moeten Hem hulde brengen.”
Zo spreekt de Heer.

Evangelie Joh, 1, 1-18

Begin van het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis maar de duisternis nam het niet aan. Er trad een mens op, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Deze kwam tot getuigenis, om te getuigen van het Licht opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Niet hij was het Licht maar hij moest getuigen van het Licht. Het ware Licht dat iedere mens verlicht kwam in de wereld. Hij was in de wereld; de wereld was door Hem geworden en toch erkende de wereld Hem niet. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet. Aan allen echter die Hem wel aanvaardden, aan hen die in zijn Naam geloven gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden. Zij zijn niet uit bloed noch uit begeerte van het vlees of de wil van een man, maar uit God geboren. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol genade en waarheid. Wij hebben Johannes’ getuigenis over Hem toen hij uitriep: “Deze was het van wie ik zei: Hij die achter mij komt is voor mij, want Hij was eerder dan ik.” Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen; genade op genade. Werd de Wet door Mozes gegeven, de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus. Niemand heeft ooit God gezien; de Eniggeboren God die in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen.
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

Keren we ons bidden tot de Heer,
die Zijn heil aan alle volkeren openbaart

Bidden wij voor alle mensen van goede wil.
Dat heel de wereldwijde mensenfamilie
door de viering van het Kerstfeest
mag groeien in eenheid en verbondenheid.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor de velen die, zoals het Maria en Jozef,
geen dak boven hun hoofd hebben.
Wij bidden om een menswaardig bestaan
voor ieder mensenkind.
Laat ons bidden…

Bijzonder willen wij bidden voor alle mensen
die deze kerstdagen moeten doorbrengen in eenzaamheid,
gebrokenheid of verdriet.
Dat zij in het meeleven van goede mensen,
de liefdevolle barmhartigheid van het Kerstkind mogen ervaren.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Pr: God, Gij verdrijft Gij de duisternis van onze nacht
door de komst van uw Licht.
Geef dat ook wij op dit Kerstfeest de Redder vinden
in wie uw goedheid en mensenliefde op aarde is verschenen,
en maak ons tot verkondigers
van alles wat wij gezien en gehoord hebben. Door Christus onze Heer.


KERSTAVOND/NACHT 24 DECEMBER 2025

Eerste lezing Jes. 9, 1-3.5-6

Uit de profeet Jesaja.

Het volk dat in het donker wandelt ziet een groot licht; een licht straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis. Gij hebt hun blijdschap vermeerderd, hun vreugde vergroot. Voor uw Aanschijn zijn zij vol vreugde, een vreugde als die om de oogst, als die van mensen die jubelen bij het verdelen van de buit. Want het juk dat zwaar op het volk drukte, de stang op hun schouders, en de stok van hun drijvers, Gij hebt ze stuk gebroken als op de dagen van Midjan. Want een kind is ons geboren, een Zoon werd ons geschonken: Hem wordt de macht op de schouders gelegd en men noemt Hem: Wonderbare raadsman, goddelij¬ke held, eeuwige Vader, Vredevorst. Een grote macht en een onbeperkte welvaart zullen toevallen aan Davids troon en aan zijn koninkrijk, zodat het gegrondvest zal zijn en stevig gebouwd op recht en gerechtigheid van nu af tot in eeuwigheid. De ijver van de Heer der hemelse machten brengt het tot stand.
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 98: Heden is ons een Redder geboren, Christus de Heer.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zingt voor de Heer, alle landen.
Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam. Refrein

Verkondigt zijn heil alle dagen, meldt aan de naties zijn heerlijkheid, zijn
wondere daden aan alle volken. Refrein

Dan straalt de hemel en jubelt de aarde, de zee neuriet mee met al wat
daar leeft; De velden zwaaien met al hun gewassen, de woudreuzen
buigen hun kruin. Refrein

Zij juichen de Heer toe omdat Hij komt, Hij komt als koning der aarde.
Rechtvaardig zal Hij de wereld regeren, de volkeren eerlijk en trouw.
Refrein

Tweede lezing Tit. 2, 11-14

Uit de brief van de heilige Apostel Paulus aan Titus.

Dierbare, de genade van God, bron van heil voor alle mensen, is op aarde verschenen. Zij leert ons goddeloosheid en wereldse begeer¬ten te verzaken en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in deze tijd, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de openbaring van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland Christus Jezus. Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle ongerechtig¬heid te verlossen en ons te maken tot zijn eigen volk, gereinigd van zonde, vol ijver voor alle goeds.
Zo spreekt de Heer.

Evangelie Lc. 2, 1-14

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus dat er een volkstelling moest gehouden worden in heel zijn rijk. Deze volkstelling vond plaats eer Quirinius landvoogd van Syrië was. Allen gingen op reis, ieder naar zijn eigen stad, om zich te laten inschrijven. Ook Jozef trok op en omdat hij behoorde tot het huis en geslacht van David, ging hij van Galilea, uit de stad Nazareth naar Juda: naar de stad van David, Bethlehem geheten, om zich te laten inschrijven, samen met Maria zijn verloofde die zwanger was. Terwijl zij daar verbleven brak het uur aan waarop zij moeder zou worden; zij bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Zij wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg. In de omgeving bevonden zich herders die in het open veld gedurende de nacht hun kudde bewaakten. Plotseling stond een engel des Heren voor hen en zij werden omstraald door de glorie des Heren zodat zij door grote vrees werden bevangen. Maar de engel sprak tot hen: “Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor heel het volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David. En dit zal voor u een teken zijn: gij zult het pasgeboren kind vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.” Opeens voegde zich bij de engel een hemelse heerschare zij verheerlijkten God met de woorden: “Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.”
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

Voor ons is geboren het Kind van Bethlehem.
Met de herders en de wijzen
willen ook wij Hem onze groet brengen en bidden

Heer, laat uw licht stralen over alle mensen van goede wil.
Dat heel de wereldwijde mensenfamilie mag groeien
in eenheid en verbondenheid
met het Kind van Bethlehem en met elkaar.
Laat ons bidden…

Heer, laat uw licht stralen onze Odaparochie.
Dat wij in de boodschap van Kerstmis
kracht vinden om in woord en daad te blijven getuigen
van uw vrede en mildheid, goedheid en trouw.
Laat ons bidden…

Heer, laat uw licht stralen over de mensen
die, zoals het Maria en Jozef, geen dak boven hun hoofd hebben:
voor vluchtelingen en ontheemden.
Laat ons bidden…

Heer, laat uw licht stralen over hen
die deze kerstdagen moeten doorbrengen in eenzaamheid,
gebrokenheid of verdriet.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…

In stilte leggen we onze eigen vragen en noden voor aan God

God, door de geboorte van uw Zoon
is uw licht opgegaan in deze wereld.
Door Hem, die onze Verlosser is, bidden wij tot U.
Vandaag en alle dagen, tot in eeuwigheid.


VIERDE ZONDAG VAN DE ADVENT 20 en 21 DECEMBER 2025

EERSTE LEZING (Jes.7, 10-14)

Uit de profeet Jesaja.
In die dagen sprak de Heer tot Achaz: “Vraag de Heer uw God om een teken, hetzij uit de diepte van de onderwereld, of uit de hoogte daarboven.” Maar Achaz antwoordde: “Ik vraag niet om een teken; ik wil de Heer niet op de proef stellen.”
Toen zei Jesaja: “Luistert dan, huis van David! is het u niet genoeg om mensen te tergen, dat ge ook nog mijn God tergt? Daarom geeft de Heer zelf u een teken:
zie, de maagd zal ontvangen en een zoon baren en zij zal hem noemen: Immanuel.”
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 24

Refrein: De Heer moet de poorten binnengaan,
want Hij is de koning der glorie.

Aan God hoort de aarde en al wat er op is, de aardschijf en al wat daar woont;
want Hij heeft haar op het water gegrondvest, haar vastgelegd op de zee. Refrein

Wie zal beklimmen de berg van de Heer, wie in zijn heiligdom staan?
Die rein is van handen en zuiver van hart, zijn zinnen niet zet op wat kwaad is. Refrein

Hij zal door de Heer gezegend worden, beloond door God, zijn verlosser.
Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem, dat staat voor het aanschijn
van Jakobs God. Refrein

TWEEDE LEZING (Rom.1, 1-7)

Begin van de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome.
Paulus, dienstknecht van Christus Jezus, geroepen tot apostel, bestemd voor het Evangelie van God, dat Hij tevoren had beloofd door zijn profeten in de heilige Geschriften, aangaande zijn Zoon, die uit het geslacht van David geboren is naar het vlees, die naar de Geest van heiligheid in kracht is aangesteld tot Zoon van God door de opstanding van de doden: Jezus Christus, onze Heer. Door Hem hebben wij de genade ontvangen en het apostelschap om onder alle heidenvolkeren mensen tot de gehoorzaamheid van het geloof te brengen omwille van zijn Naam. Ook gij hoort bij hen, geroepen als gij zijt door Jezus Christus. Aan u allen die in Rome zijt, geliefden van God, geroepen heiligen:
genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus.
Woord van de Heer.

EVANGELIE (Mt.1,18-24)

Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

Van Jezus Christus was de geboorte aldus: toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef, bleek zij, voordat zij bij elkaar kwamen, zwanger van de Heilige Geest.
Omdat Jozef, haar man, een rechtvaardige was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van plan in stilte van haar te scheiden. Maar terwijl hij hierover nadacht, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die sprak: “Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria als uw vrouw te aanvaarden; want wat in haar is verwekt, is van de Heilige Geest. Zij zal een zoon baren die gij de naam Jezus zult geven, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.” Dit alles is gebeurd, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken heeft door de profeet die zegt: “Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven.” – vertaald is dat: God met ons. Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had en hij aanvaardde haar als zijn vrouw.
Woord van de Heer.

VOORBEDE

Vol verwachting zien wij uit naar de
geboorte van Jezus en bidden:

Voor de gemeenschap van onze Kerk;
Dat zij met Maria en Jozef,
mag openstaan voor het Woord van God
in dienstbaarheid aan de wereld.
Laat ons bidden…

Voor allen die bezorgd zijn
om het welzijn van de maatschappij;
Dat zij niet voorbij gaan aan Jezus,
de Heiland van de wereld.
Laat ons bidden…

Voor alle mensen die de komende kerstdagen
moeten doorbrengen in eenzaamheid, gebrokenheid of verdriet.
Dat zij in het meeleven van goede mensen
Gods zorgende liefde mogen ervaren.
Laat ons bidden…

Voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

Heer, God, laat ons verlangend uitzien
naar de komst van uw Zoon Jezus Christus.
Bekeer ons tot U, zodat er vrede en vreugde mag zijn
in ieder van ons.
Door Christus onze Heer.


3e ZONDAG VAN DE ADVENT 13 EN 14 DECEMBER 2025, ZONDAG GAUDETE

EERSTE LEZING Jes.35,1.6a-10

Uit de Profeet Jesaja

Laten de woestijn en steppe zich verheugen, laat de dorre vlakte jubelen en bloeien als een roos, weelderig bloeien en jubelen, uitbundig blij zijn en juichen. De glorie van de Libanon wordt haar gegeven, de luister van Karmel en Sjarón. Zij zullen de glorie van de Heer zien, de luister van onze God.
Geef de slappe handen weer kracht, maak sterk de bevende knieën.
Zegt tot de kleinmoedigen: “Weest sterk van hart, vreest niet!
Zie, uw God; de wraak zal komen, de vergelding van God;
Hijzelf zal komen en u redden.” Dan worden de ogen van de blinden ontsloten,
en zullen de oren van de doven geopend worden. Dan zal de kreupele opspringen als een hert en zal de tong van de stomme juichen.
Die door de Heer zijn verlost, zullen terugkeren. Zij zullen jubelend komen naar Sion, hun hoofd getooid met eeuwige vreugde; zij zullen blijdschap en vreugde verkrijgen, en droefheid en gejammer nemen de vlucht.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 146
Refrein: Kom, Heer, om ons te redden.

De Heer doet altijd zijn woord gestand, verdrukten verschaft Hij recht.
De Heer geeft brood aan wie honger heeft, gevangenen geeft Hij de vrijheid.
Refrein…

De ogen van de blinden opent de Heer, gebrokenen richt Hij weer op.
De Heer bemint de rechtvaardigen, de Heer behoedt de ontheemden.
Refrein…

De Heer geeft wees en weduwe steun, maar zondaars Iaat Hij verdwalen.
De Heer is koning in eeuwigheid, uw God, Sion, heerst over alle geslachten.
Refrein…

TWEEDE LEZING Jak.,5,7-10

Uit de brief van de heilige apostel Jakobus.

Weest geduldig, broeders en zusters, tot de komst van de Heer.
Zie, de boer wacht op de kostelijke vrucht van het land en is daarbij geduldig,
totdat het de vroege en late regen heeft gekregen.
Weest ook gij geduldig en moedig van hart, want de komst van de Heer is nabij.
Broeders en zusters, klaagt niet tegen elkaar, opdat gij niet geoordeeld wordt.
Zie, de rechter staat voor de deur.
Broeders en zusters, neemt een voorbeeld aan de lijdzaamheid en het geduld van de profeten die gesproken hebben in de naam van de Heer.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt.,11, 2- 1 1

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.

In die tijd hoorde Johannes in de gevangenis over de werken van de Christus,
en hij zond zijn leerlingen met de woorden: “Zijt Gij de Komende, of moeten wij een ander verwachten?” Jezus antwoordde hun: “Gaat aan Johannes melden wat gij hoort en ziet: blinden zien weer en lammen lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden staan op en aan armen wordt het Evangelie verkondigd; zalig is degene die geen aanstoot aan Mij neemt.”
Toen zij weggegaan waren, begon Jezus tot de menigte te spreken over Johannes: “Wat zijt gij naar de woestijn gegaan om te bekijken?
Een riethalm door de wind bewogen? Maar wat zijt gij dan wél gaan zien?
Een mens in verfijnde kleding? Die verfijnde kleding dragen, bevinden zich in de paleizen van de koningen. Maar wat zijt gij dan wél gaan zien? Een profeet?
Ja, zeg Ik u, zelfs méér dan een profeet! Hij is het over wie geschreven staat:
Zie, Ik zend mijn bode voor U uit, om voor U uw weg te banen. Amen, Ik zeg u:
Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper. Niettemin is de kleinste in het Koninkrijk der hemelen groter dan hij.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Met Johannes de Doper bidden wij op deze zondag van de vreugde
tot God onze Vader:

Johannes wees ons de weg naar uw Zoon.
Geef Heer, dat wij in deze Adventstijd
voor velen een wegwijzer mogen zijn naar Jezus.
Laat ons bidden…

Johannes zocht God in de woestijn.
Geef Heer, dat wij in deze tijd
ruimte maken voor bezinning en gebed,
tot opbouw van heel onze parochie.
Laat ons bidden…

Johannes riep de mensen op tot delen.
Geef Heer, dat wij kunnen delen van onze overvloed
om aan alle noodlijdenden
een menswaardig bestaan te schenken.
Laat ons bidden…

Johannes preekte een boodschap van bekering.
Geef Heer, dat wij uw Woord in ons hart opnemen
en in vreugde naar het kerstfeest toeleven.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis, en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.

God en Vader, wil onze gebeden verhoren
Maak ons tot blijde getuigen van Licht.
Door Christus onze Heer.
Amen

Aankondiging van de collecte
Met deze voorbede beëindigen we de dienst van het Woord.
We gaan het altaar bereiden voor de viering van de Eucharistie.
Terwijl brood en wijn op het altaar worden geplaatst,
wordt er bij u gecollecteerd.
Hartelijk dank voor uw bijdrage.


2e ZONDAG VAN DE ADVENT 6 en 7 DECEMBER 2025

EERSTE LEZING Jes., 11, 1-10

Uit de Profeet Jesaja
Op die dag zal een twijg ontspruiten aan de stronk van Jesse, en een scheut uit zijn wortels zal vrucht dragen. Op hem zal de geest van de Heer rusten, een geest van wijsheid en inzicht, een geest van raad en sterkte, een geest van kennis en vreze des Heren; hij ademt vreze des ademt vreze des Heren. Hij zal geen oordeel vellen naar uiterlijke schijn, geen uitspraak doen op grond van geruchten. Hij zal de armen met gerechtigheid oordelen, Hij zal met rechtvaardigheid beslissen voor de nederigen van de aarde, hij zal de aarde slaan met de roede van zijn mond, en met de adem van zijn lippen zal hij de boosdoener doden. Gerechtigheid zal de riem om zijn lendenen zijn, trouw de riem om zijn heupen. De wolf zal huizen met het lam, en de panter zal zich neer vlijen naast het bokje, het kalf en het leeuwenjong verzadigen zich samen: een kleine jongen kan ze hoeden. De koe en de beer zullen grazen, samen zullen hun jongen neerliggen; en de leeuw zal stro eten als het vee. De zuigeling zal bij het hol van de giftige slang spelen, de peuter zal zijn hand uitstrekken naar het nest van de adder. Niemand zal kwaad doen en schade berokkenen op heel mijn heilige berg, want de kennis van de Heer zal de hele aarde vervullen, zoals het water de zeebodem bedekt. Op die dag zal de wortel van Jesse opgericht staan als een banier voor de volken, de naties zullen Hem zoeken en zijn rustplaats zal glorierijk zijn
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 72

Refrein:
Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien
en welvaart alom tot het einde der maanden.

Mijn God, verleen de koning uw wijsheid,
de koningszoon uw rechtvaardigheid.
Hij moge uw volk rechtvaardig besturen,
uw armen met billijkheid. Refrein

Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien
en welvaart alom tot het einde der maanden.
Regeren zal hij van zee tot zee,
vanaf de Rivier tot de grens van de aarde. Refrein
De arme die steun vraagt zal hij bevrijden,
de ongelukkige zonder hulp.
Hij zal zich ontfermen over misdeelden,
de zwakken schenkt hij weer levensmoed. Refrein

Voor eeuwig blijve zijn naam geprezen,
in ere zolang als er dagen zijn.
Zijn naam zij een zegen voor alle stammen,
bij alle volken met lof vermeld. Refrein

TWEEDE LEZING Rom., 15, 4-9

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, alles wat eertijds werd opgeschreven, werd opgeschreven tot onze lering, opdat wij door de volharding en door de vertroosting van de Schriften hoop zouden hebben . De God van de volharding en de vertroosting verlene u ook de eensgezindheid naar het voorbeeld van Christus Jezus, opdat gij éénsgezind als uit uit één mond de God en Vader van onze Heer Jezus Christus moogt verheerlijken. Daarom, aanvaardt elkaar, zoals ook Christus u heeft aanvaard tot verheerlijking van God. Ik bedoel dit: Christus is dienaar geworden van de besnedenen omwille van Gods trouw, opdat Hij de beloften aan de vaderen zou bevestigen en opdat de heiden God zouden verheerlijken omwille van zijn barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik U belijden bij de heidenen en uw Naam met psalmen bezingen.’
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt.,3, 1-12

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die dagen kwam Johannes de Doper en verkondigde in de woestijn van Judea: “Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij.” Deze toch is het die de profeet Jesaja bedoelde, toen hij zei: De stem van een roepende in de woestijn: “Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” Deze Johannes nu droeg een kleed van kameelhaar met een leren riem om zijn middel.. Zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing. Toen liep Jeruzalem heel, Judea en heel de Jordaanstreek naar hem uit en zij lieten zich door hem dopen in de rivier, de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden. Maar toen hij vele Farizeeën en Sadduceeën naar zijn doopsel zag komen zei hij tot hen: “Addergebroed, wie heeft u voorgespiegeld, dat ge de komende toorn kunt ontvluchten ? “Brengt dus vruchten voort die passen bij bekering, en meent niet dat gij bij uzelf kunt zeggen: “Wij hebben Abraham tot vader.” “Want, ik zeg u: God kan uit deze stenen kinderen voor Abraham verwekken! Reeds ligt de bijl aan de wortel van de bomen. Elke boom dus die geen goede vrucht draagt, wordt omgekapt en in het vuur geworpen. Ik doop u met water, opdat ge u zoudt bekeren. “Maar Hij die na mij komt, is sterker dan ik, en ik ben niet waardig zijn sandalen te nemen. “Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur. De wan heeft Hij in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer grondig reinigen; zijn tarwe zal Hij in de schuur verzamelen, maar het kaf verbranden in onblusbaar vuur.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

In het vertrouwen dat Gods liefde met ons is, willen wij bidden:

Voor alle christenen op weg naar Kerstmis.
Heer, geef ons de moed en de kracht
om de weg van Johannes de Doper te gaan.
Laat ons bidden…

Voor onze wereld,
getekend door zoveel honger, oorlog en tweespalt.
Heer wij bidden U om vrede
voor alle brandhaarden van oorlog en geweld.
Dat machthebbers en politiek verantwoordelijken
zich bekleden met de mantel van uw gerechtigheid en vrede.
Laat ons bidden…

Voor alle mensen die in nood verkeren.
Voor hen die moeite hebben om rond te komen.
Dat zij blijven vertrouwen op uw nabijheid
en de steun van hun medemensen.
Laat ons bidden…

voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis,
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor:
Misintenties

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties

God van liefde,
Gij roep ons op de wegen recht te maken
en zo in eenvoud en liefde toe te leven naar Kerstmis.
Schenk ons daartoe uw zegen,
door Christus onze Heer.


1e ZONDAG VAN DE ADVENT 29 en 30 NOVEMBER 2025
Tevens feestdag H. Oda, patrones van onze parochie

EERSTE LEZING Jes.,2, 1-5

Uit de Profeet Jesaja

Visioen dat Jesaja, de zoon van Amos, zag over Juda en Jeruzalem. Op het einde der dagen zal de berg waarop het huis van de Heer staat, oprijzen boven de bergen en uitsteken boven de heuvels. Alle volkeren zullen erheen stromen, talloze naties begeven zich op weg en zeggen: “Komt, laat ons optrekken naar de berg van de Heer, naar het huis van Jakobs God. “Hij zal ons zijn wegen leren en wij zullen zijn paden bewandelen. “Want uit Sion komt de Wet, het Woord van de Heer uit Jeruzalem. ” Hij zal de volken oordelen, rechtspreken over talloze naties. “Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers, hun speren tot sikkels. “Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander, en niemand zal nog leren oorlog voeren. “Huis van Jakob, komt, Iaat ons wandelen in het licht van de Heer.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 122

Refrein:
Hoe blij was ik, toen men mij riep:
wij trekken naar Gods huis!

Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis!
Nu mag mijn voet, Jeruzalem, uw poorten binnentreden. Refrein

Bidt dan om vrede voor Jeruzalem: dat ieder die U liefheeft veilig zij.
Dat eendracht heerse binnen uw omwalling, in al uw huizen rust. Refrein

Jerusalem, ommuurde stad, zo dicht opeen gebouwd: naar U
trekken de stammen op, de stammen van Gods volk. Refrein

Terwille van mijn broeders en mijn makkers wens ik u vrede toe;
terwille van het huis van onze God bid ik voor u om zegen. Refrein

TWEEDE LEZING Rom., 13, 11-14

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, gij weet dat het uur om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Thans is ons heil dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken der duisternis en ons bekleden met de wapens van het licht. Laten wij ons behoorlijk gedragen als op klaarlichte dag, en ons onthouden van braspartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd. Bekleedt u met de Heer Jezus Christus en koestert geen zondige begeerten.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 24, 37-44

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Zoals in de dagen van Noach, zo zal het zijn bij de komst van de Mensenzoon. Zoals in de dagen vóór de zondvloed de mensen aten en dronken, huwden en ten huwelijk gaven, tot op de dag waarop Noach de ark binnenging, en zij van niets wisten totdat de zondvloed kwam en allen wegrukte; zo zal het n zijn bij de komst van de Mensenzoon. Dan zullen er twee mannen op de akker zijn: de een wordt meegenomen, de ander achterge¬laten: twee vrouwen zullen met de molen aan het malen zijn: de een wordt meegenomen, de andere achtergelaten. Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt. Weet dit wel: als de heer des huizes wist in welke nachtwake de dief zou komen, zou hij waken en in zijn huis niet laten inbreken. Daarom, weest ook gij bereid, want op het uur dat gij het niet vermoedt, komt de Mensenzoon.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE
Laten wij bidden op voorspraak van de heilige Oda
om een hoopvolle Advent.

Maak ons waakzaam, Heer,
dat wij ons inzetten
voor meer gerechtigheid en eenheid in onze wereld.
Laat ons bidden…

Maak ons waakzaam, Heer,
dat wij in ons jachtig leven
tijd mogen vinden voor gebed en stilte.
Laat ons bidden…

Voor onze parochianen, die dit jaar het eeuwfeest vieren
van de heilige Oda, hun patroonheilige;
dat wij bereid zijn om Jezus te volgen
naar het voorbeeld van de heilige Oda
die wij vandaag op deze speciale feestdag mogen eren.
Zegen op haar voorspraak onze parochie.
Laat ons bidden…

Heer, we bidden voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
We bidden voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…

Leggen we in een moment van stilte aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

Heer God, wil naar ons bidden luisteren
en schenk ons uw zegen
door Jezus Christus onze Heer.


Hoogfeest van Christus Koning 22 en 23 november 2025

Eerste lezing (2 Sam. 5,1-3)

Uit het tweede boek Samuël

In die dagen begaven alle stammen van Israël zich naar David in Hebron en zeiden: „Hier zijn wij, uw eigen vlees en bloed. Vroeger al, toen Saul nog over ons regeerde, was u degene die de troepen van Israël aanvoerde. Daarenboven heeft de Heer u verzekerd: Gij zult mijn volk Israël hoeden; gij zijt het die over Israël zult heersen.” Alle oudsten van Israël kwamen naar de koning in Hebron en koning David sloot met hen in Hebron een verbond ten overstaan van de Heer en zij zalfden David tot koning over Israël.
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 122
Refrein: Hoe blij was ik, toen men mij riep:
wij trekken naar Gods huis.

Hoe blij was ik, toen men mij riep: wij trekken naar Gods huis!
Nu mag mijn voet, Jeruzalem, uw poorten binnen treden. Refrein

Jeruzalem, ommuurde stad, zo dicht opeen gebouwd.
Naar u trekken de stammen op, de stammen van Gods volk. Refrein

Zij gaan naar Israëls gebruik de Naam van God vereren.
Daar staan de zetels van het recht, de troon van Davids huis. Refrein

Tweede lezing (Kol.1,12-20)

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

Broeders en zusters, blijmoedig danken wij God, de Vader, omdat Hij u in staat stelde te delen in de erfenis van de heiligen en te leven in het licht. Hij heeft ons ontrukt aan het domein van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon. In Hem is onze bevrijding verzekerd en zijn onze zonden vergeven. Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping. Want in Hem is alles geschapen in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem. Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is. Hij is de oorsprong, de eerste die van de dood is opgestaan om in alles de hoogste te zijn, Hij alleen. Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid, om door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten om alles in de hemel en op aarde te verzoenen, door Hem alleen.
Zo spreekt de Heer

Evangelie (Lc. 23,35-43)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Toen Jezus aan het kruis hing, stond het volk toe te kijken maar de overheidspersonen lachten Hem uit en zeiden: “Anderen heeft Hij gered; Iaat Hij zichzelf eens redden als Hij de Messias van God is, de uitverkorene!” De soldaten brachten Hem zure wijn, en ook zij voegden Hem spottend toe: “Als Gij de koning der Joden zijt, red dan uzelf.” Boven Hem stond als opschrift in Griekse, Romeinse en Hebreeuwse letters: “Dit is de koning der Joden.” Ook een van de misdadigers die daar hingen hoonde Hem: “Zijt Gij niet de Messias? Red dan uzelf en ons.” Maar de andere strafte hem af en zei: “Heb zelfs jij geen vrees voor God terwijl je toch hetzelfde vonnis ondergaat? En wij ondergaan dat vonnis terecht, want wij krijgen wat wij door onze daden verdiend hebben; maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.” Daarop zei hij: “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt.” En Jezus sprak tot hem: “Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.”
Zo spreekt de Heer

Voorbede

Laat ons bidden tot God onze Vader,
die in zijn liefde naar ons bidden hoort.

Voor allen die in hun manier van leven
Iets koninklijks hebben;
die er in slagen om van de nood een deugd te maken
en van het kruis een zegeteken;
dat God zelf de kroon op hun leven mag zijn.
Laat ons bidden…

Voor allen die moeten lijden of sterven,
maar hun pijn met waardigheid weten te dragen,
voor al die koninklijke mensen die op Jezus lijken;
dat God zelf de kroon op hun leven mag zijn.
Laat ons bidden…

Voor allen, hier aanwezig,
voor allen die elkaar hoogachten en vorstelijk behandelen
voor hen wier adel het is om anderen te dienen;
dat God zelf de kroon op hun leven is.
Laat ons bidden…

Voor mensen die ziek zijn
en voor hen die zorg om hen hebben.
Voor onze dierbare overledenen…
In een moment van stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.

Heer, onze God,
uw Zoon kwam in de wereld,
niet om gediend te worden, maar om te dienen.
Leer ons de koninklijke weg van de dienstbaarheid,
die ons op weg zet naar uw koninkrijk,
dat duurt tot in de eeuwen der eeuwen.
Amen.


Drieëndertigste zondag door het jaar 15 en 16 november 2025

EERSTE LEZING Maleachi 3, 19-20a

Uit de Profeet Maleachi

De dag gaat komen, de dag die als een oven brandt. Al de hoogmoedigen, al wie boosheid bedrijft, zij allen worden stoppels, in brand gezet door de dag die gaat komen – zo spreekt de Heer van de hemelmachten – zodat Hij van hen geen wortel, geen halm meer overlaat. Maar voor u, die mijn naam vreest, gaat de zon van de gerechtigheid op, en met haar vleugels brengt zij genezing.
Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM Ps. 98(97)

Refrein: Rechtvaardig bestuurt de Heer de wereld,
de volken met billijkheid.

Zingt voor de Heer bij de citer, met citer en psalterspel. Laat schallen trompet en bazuin en danst voor de Heer, uw koning. Refrein

De zee stemt in met al haar gedierte, de aarde met al wat daar leeft.
De beken klateren bijval, de bergen jubelen mee. Refrein

Zij groeten de Heer, die nabij komt, die nadert als koning der aarde.
Rechtvaardig bestuurt Hij de wereld, de volken met billijkheid. Refrein

TWEEDE LEZING 2 Tessalonicenzen 3, 7-12

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Thessaloniki
Broeders en zusters, hoe gij ons moet navolgen, is u bekend; wij hebben bij u geen werk geschuwd en niemands brood gegeten zonder te betalen. Dag en nacht hebben wij gearbeid, met veel inspanning en moeite, om niemand van u tot last te zijn. Niet dat wij er geen recht toe hebben, maar wij wilden een voorbeeld geven ter navolging. Ook toen wij bij u waren, hielden wij u telkens deze regel voor: als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten. Wij hebben namelijk gehoord, dat sommigen bij u werkeloos rondhangen en alle moeite schuwen, maar wel zich met alles bemoeien. In de naam van de Heer Jezus Christus gebieden en vermanen wij zulke mensen dat zij regelmatig moeten werken en hun eigen kost verdienen.
Woord van de Heer.

EVANGELIE Lucas 21, 5-19

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.

In die tijd merkten sommigen op hoe de tempel daar prijkte met zijn fraaie stenen en wijgeschenken Toen zei Jezus: ‘Wat ge daar ziet: er zal een tijd komen, dat er geen steen op de andere gelaten zal worden, alles zal verwoest worden.’ Ze vroegen Hem nu: ‘Meester, wanneer zal dat dan gebeuren? Maar Hij zei: ‘Weest op uw hoede, dat gij niet in dwaling gebracht wordt. Want velen zullen optreden in mijn Naam en zij zullen zeggen: Ik ben het, en: Het ogenblik is nabij. Loopt niet achter hen aan. En wanneer gij hoort van oorlogen en onlusten, laat u dan niet uit het veld slaan. Dat alles moet wel eerst gebeuren, maar het einde volgt niet terstond.” Toen sprak Hij tot hen: “Er zal strijd zijn van volk tegen volk en van koninkrijk tegen koninkrijk; er zullen hevige aardbevingen zijn, en hongersnood en pest, nu hier en dan daar, schrikwekkende dingen en aan de hemel geweldige tekenen. Maar nog vóór dit alles geschiedt, zullen zij u vastgrijpen en vervolgen; zij zullen u overleveren aan de synagogen en gevangenzetten, u voor koningen en stadhouders voeren omwille van mijn Naam. Het zal voor u uitlopen op het geven van getuigenis. Welnu, prent het u in, dat gij dan uw verdediging niet moet voorbereiden. Want Ik zal u een taal en een wijsheid geven, die geen van uw tegenstanders zal kunnen weerstaan of weerspreken. Ge zult zelfs door ouders en broers, door bloedverwanten en vrienden overgeleverd worden en sommigen van u zullen ze ter dood doen brengen. Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam; geen haar van uw hoofd zal verloren gaan.
Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen.
Woord van de Heer

Voorbede
Laat ons bidden tot God,
Licht aan de einder, toekomst die ons wacht.

Wij bidden voor allen die de hoop verloren hebben,
de toekomst van de wereld somber inzien:
God, ga als een licht over hen op.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor allen die niemand meer hebben om voor te leven,
en die daarom twijfelen aan de zin van het bestaan:
God, geef hen uitzicht.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor onszelf, soms hoopvol gestemd, energiek en vol moed,
dan weer teleurgesteld, vol twijfels en wankel gelovend:
God, zegen ons met vertrouwen.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor allen die gebukt gaan onder ziekte, lijden, tegenslag of verdriet en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…

Breugel: Verder vragen wij uw gebed voor de overleden leden van het Gregoriaans Koor.

In een moment van stilte bidden we
voor wat er leeft in ons eigen hart.

God, wanneer wij aan het eind zijn,
weet Gij nog nieuwe wegen.
Wil ons die wijzen, en houd ons op weg,
uw komend rijk tegemoet.
Amen.


KERKWIJDING LATERAANSE BASILIEK 8 en 9 NOVEMBER 2025

EERSTE LEZING Ezechiël 47, 1-2.8-9.122 Makk., 7, 1-2. 9-14

In die dagen bracht een engel mij naar de ingang van de tempel des Heren. En daar zag ik onder de drempel water opwellen en in oostelijke richting stromen; de voorzijde van de tempel ligt immers op het oosten. Het water stroomde eerst zuidwaarts langs de muur en dan langs de zuidkant van het altaar. Hij leidde mij door de noordpoort buitenom naar de oostelijke buitenpoort en rechts daarvan kwam het water weer te voorschijn. En de engel zei: ‘Dit water stroomt door het oostelijk deel van het land naar de Araba, mondt uit in de Zoutzee en maakt het water van de zee gezond. De rivier brengt leven overal waar hij stroomt, het wemelt er van dieren. De zee zit vol vis, want de rivier die erin uitmondt, maakt het water gezond. Overal waar hij stroomt is volop leven.
Aan beide oevers van de rivier groeien allerlei vruchtbomen; hun bladeren verdorren niet en ze zijn nooit zonder vruchten. Elke maand dragen ze vruchten, omdat het water dat ze voedt, uit het heiligdom komt. De vruchten zijn eetbaar en de bladeren hebben geneeskracht.’

Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 46

Refrein: Een klaterend beekje verkwikt Gods stad,
het heilig verblijf van de Allerhoogste.

De Heer is voor ons een vesting en toevlucht,
Een machtige hulp in de nood.
Zo zijn wij niet bang, al kantelt de aarde,
al vallen de bergen in zee. Refrein

Een klaterend beekje verkwikt Gods stad,
het heilig verblijf van de Allerhoogste.
Die stad staat onwrikbaar want God is daarbinnen,
God staat haar ter zijde als de dag begint. Refrein
Zijn wondere werken op aarde.

De Heer van de hemelse legers is met ons,
Een veilige burcht is ons Jacobs God.
Komt nader en ziet wat de Heer heeft gedaan,
Zijn wondere werken op aarde Refrein

TWEEDE LEZING 1 Korintiërs 3,9b-11.16-17

Broeders en zusters, gij zijt Gods bouwwerk. Naar de mij gegeven genade heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd waarop een ander voortbouwt. Maar laat iedereen toezien hoe hij daarop bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat er reeds ligt, namelijk Jezus Christus. Gij weet toch, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten. Want de tempel van God is heilig, en die tempel zijt gij.
Zo spreekt de Heer

EVANGELIE Johannes 2, 13-22

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Toen het paasfeest der Joden nabij was, ging Jezus op naar Jeruzalem. In de tempel trof Hij de verkopers aan van runderen, schapen en duiven en ook de geldwisselaars, die daar zaten. Hij maakte van touwen een gesel, dreef ze allemaal uit de tempel, ook de schapen en de runderen; het kleingeld van de wisselaars veegde Hij van de tafels en Hij wierp die omver. En tot de duivenhandelaars zei Hij: “Weg met dit alles! Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal!” Zijn leerlingen herinnerden zich dat er geschreven staat: De ijver voor Uw huis zal mij verteren. De Joden richtten zich tot Hem met de woorden: “Wat voor teken kunt Gij ons laten zien, dat Gij dit doen moogt?” Waarop Jezus hun antwoordde: “Breekt deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.” Maar de Joden merkten op: “Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd; zult Gij hem dan in drie dagen doen herrijzen?” Jezus sprak echter over de tempel van zijn lichaam. Toen Hij dan ook verrezen was uit de doden, herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en geloofden in de Schrift en in het woord dat Jezus gesproken had.
” Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

God, die uw mensen als levende stenen wilt
bij de opbouw van uw komend rijk,
wij bidden tot U…

Voor de kerk in onze dagen
En voor allen die haar leiden
In Rome of waar ook ter wereld:
Kom over hen met uw Geest;
Laat ons bidden…

Voor de kerk in onze dagen
En voor allen die zich ervoor inzetten;
De ambtsdragers, de vrijwilligers,
De denkers en de doeners:
Kom over hen met uw Geest;
Laat ons bidden…

Voor de kerk in onze dagen
En voor allen die haar de rug toe hebben gekeerd,
Allen die er niet vonden wat zij zochten:
Kom over hen met uw Geest;
Laat ons bidden…

Voor de kerk hier ter plaatse,
Voor al die levende stenen
Die haar opbouwen en dragen:
Kom over hen met uw Geest;
Laat ons bidden…

Voor onze zieken
en voor allen die om ons gebed hebben gevraagd.
We bidden ook voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor
Misintenties
In een moment van stilte bidden we
voor wat er leeft in ons eigen hart.

God van mensen zegen uw kerk met daadkracht,
Maak haar tot een werkzaam instrument in uw hand,
Omwille van uw rijk dat komen moet. Amen


Allerzielen 2 november 2025

Eerste lezing Jes. 25,6a.7-9

Uit de profeet Jesaja

Op die dag zal de Heer van de hemelse machten op deze berg een gastmaal aanrichten voor alle volkeren. Op deze berg zal Hij de sluier verscheuren die over de volkeren ligt en de doek die de naties bedekt. God de Heer zal voor altijd de dood vernietigen; Hij zal de tranen van alle gezichten afwissen, en de schande van zijn volk wegnemen van heel de aarde. Want zo heeft de Heer besloten. Op die dag zal men zeggen: dat is onze God. Wij hoopten op Hem en Hij heeft ons gered. Dit is de Heer op wie wij ons vertrouwen hadden gesteld; laat ons blij zijn en juichen om de redding die Hij ons heeft gebracht.
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 23
Refrein: De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.
Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten.
Hij geeft mij weer frisse moed. Refrein

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden omwille van zijn Naam.
Al voert mijn weg door donkere kloven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.
Uw stok en uw herdersstaf geven mij moed en vertrouwen. Refrein

Gij nodigt mij aan uw tafel tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd, mijn beker is overvol. Refrein

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn voor alle komende tijden. Refrein

Tweede lezing Apok. 21,1-7

Uit de Openbaring van Johannes

Ik, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer. En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen, schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid. Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon: “Zie hier Gods woning onder de mensen! Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn, en Hij, God met hen, zal hun God zijn. En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij.” En Hij die op de troon is gezeten, sprak: “Zie, Ik maak alles nieuw.” Ik ben de Alfa en de Omega, de oorsprong en het einde. Wie dorst heeft zal Ik om niet te drinken geven uit de bron van het water des levens, om niet. Wie overwint zal dit alles krijgen, en Ik zal zijn God zijn en hij mijn zoon.”
Zo spreekt de Heer.

Evangelie Lc. 23,44-46.50.52-53

Uit het evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Het was omtrent het zesde uur; er viel duisternis over heel de streek tot aan het negende uur toe, doordat de zon geen licht meer gaf. Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor. Toen riep Jezus met luider stem: “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.” Nadat Hij dit gezegd had, gaf Hij de geest.
Nu was er een zekere Jozef, lid van de Hoge Raad, een welmenend en rechtschapen man. Deze ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus. Na het van het kruis genomen te hebben, wikkelde hij het in een lijkwade. Vervolgens legde hij Hem in een graf, dat in een steen was uitgehouwen en waarin nog nooit iemand was neergelegd. Op de eerste dag van de week echter gingen de vrouwen zeer vroeg in de morgen naar het graf, met de welriekende kruiden die zij klaar gemaakt hadden. Zij vonden de steen weggerold van het graf, gingen binnen, maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet. Terwijl zij niet wisten wat daarvan te denken, stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed. Toen zij van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: “Wat zoekt ge de levende bij de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen.”
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

Ontsteken van de kaarsen en het opnoemen van de namen van de overledenen.

P:
Vandaag herdenken wij het overlijden van diegenen die ons het afgelopen jaar zijn ontvallen. Wij willen hen in herinnering brengen.
Zomaar even verwijlen bij een brok leven en telkens een kaars aansteken.
Deze kaarsen steken we aan met het licht van de Paaskaars.
Dat doen we niet zomaar.
Dat doen we omdat we geloven dat God als licht is voor mensen.
Een licht dat warmte geeft in koude eenzame dagen, en dat de duisternis verdrijft. Dat Gods licht ons brengt over de duisternis van de dood heen
geloven wij ook vandaag.
Deze paaskaars waarmee we de kaarsen aansteken brandt sinds de Paaswake.
In de Paaswake herdachten we hoe al die ellende van het kruis
niet het einde was. Dat er een licht was over de dood heen.
De paaskaars is het symbool van Gods aanwezigheid, over de dood heen.

L:
Wij brengen voor God
de namen van onze ouders en voorouders,
mensen aan wie wij het leven danken,
mensen die ons hebben gevormd tot wat wij nu zijn.
God koester hun namen, geschreven in de palm van uw hand.,

Wij brengen voor God de namen van kinderen en jongeren
die gingen vóór hun tijd,
de namen van hen die stierven doordat zij geen kans tot overleven hadden.
God koester hun namen, geschreven in de palm van uw hand.

Wij brengen voor God de namen van hen
die ten offer vielen aan oorlog en zinloos geweld,
aan natuurrampen of het verkeer
God koester hun namen, geschreven in de palm van uw hand.

Wij brengen voor God de namen van onze eigen dierbaren…
en met name diegenen die in het afgelopen jaar gestorven zijn: …

En wij steken nog een kaarsje aan voor al de naamlozen, de onbekenden, waar ook ter wereld gestorven.
God koester hun namen, geschreven in de palm van uw hand.

Pr: God met ons, roep levenden en doden bij hun naam,
Neem hen bij de hand en geleid hen allen tot bij U,
In eeuwigheid. Amen


Hoogfeest van Allerheiligen 25 en 26 oktober 2025

EERSTE LEZING Apok., 7, 2-4. 9-14

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes

Ik, Johannes, zag een andere engel opstijgen van de opgang der zon met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tot de vier engelen aan wie macht gegeven was schade toe te brengen aan de aarde en de zee: “Brengt geen schade toe aan de aarde noch aan de zee noch aan de bomen voordat wij de dienstknechten van onze God met het zegel op hun voorhoofd getekend hebben.” En ik vernam het aantal getekenden: honderdvierenveertigduizend waren er uit alle stammen van de kinderen van Israël. Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand. En zij riepen allen luid: “Aan onze God die op de troon is gezeten en aan het Lam behoort de overwinning!” En al de engelen stonden rondom de troon, de oudsten en de vier dieren, en zij wierpen zich op hun aangezicht voor de troon en zij aanbaden God, zeggend: “Amen! Lof en heerlijkheid en wijsheid en dank, eer en macht en sterkte aan onze God in de eeuwen der eeuwen, Amen!” Toen richtte zich een van de oudsten tot mij en zei: “Wie zijn dat in die witte gewaden en waar komen zij vandaan?” Ik antwoordde hem: “Heer, dat weet gij.” Toen zei hij: “Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking, die hun gewaden hebben wit gewassen in het bloed van het Lam.”

Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM Psalm 24

Refrein:
Zo doet het geslacht dat zich richt tot U,
dat staat voor uw aanschijn, God van Jakob.

Aan God hoort de aarde en al wat er op is,
de aardschijf en al wat daar woont;
Want Hij heeft haar op het water gegrondvest,
haar vastgelegd op de zee. Refrein

Wie zal beklimmen de berg van de Heer,
wie in zijn heiligdom staan?
Die rein is van handen en zuiver van hart,
zijn zinnen niet zet op wat kwaad is. Refrein
Hij zal door de Heer gezegend worden,
beloond door God, zijn verlosser.
Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem,
dat staat voor het aanschijn van Jakobs God. Refrein

TWEEDE LEZING 1 Joh., 3, 1-3

Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes

Vrienden, Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook. De wereld begrijpt ons niet en ze kent ons niet omdat zij Hem niet heeft erkend. Vrienden, nu reeds zijn wij kinderen van God en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt wij aan Hem gelijk zullen zijn omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is. Wie zulk een heil van God verwacht, maakt zich rein zoals Christus rein is.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Mt., 5, 1-12a

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

Toen Jezus de menigte zag ging Hij de berg op, en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus: “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen. Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.”
Zo spreekt de Heer.

Voorbede
Op voorspraak van alle heiligen
bidden wij tot God onze Vader.

Dankbaar gedenken wij alle heiligen van de Kerk,
lichtende voorbeelden in onze geschiedenis:
Dat zij bij God voor ons ten beste spreken.
Laat ons bidden…

Dankbaar gedenken wij allen
die in onze dagen in de geest van Jezus,
en naar het woord van zijn Bergrede,
vreugde, hoop en zegen brengen
aan mensen in nood, vertwijfeling of verdriet.
Laat ons bidden…

Dankbaar gedenken wij de heiligen van onze parochie.
Mogen de heiligen Oda, Petrus, Martinus,
Antonius van Padua, Rita en Genoveva
voor ons ten beste spreken.
Dat wij in het voetspoor van de Goede Herder
een levend getuige zijn van Gods liefde.
Laat ons bidden…

Dankbaar zijn wij voor het leven van onze dierbare overledenen;
en we bidden dat zij met de heiligen mogen wonen
in Gods eeuwige vrede.
Misintenties…

In stilte bidden we ook voor onze eigen intenties.
Laat ons bidden…

God, hoor ons bidden en dat van uw verzamelde Kerk.
Maak dat steeds meer mensen
uw liefde en barmhartigheid ontdekken,
en schenk hen de vreugde naar U terug te keren.
Door Christus onze Heer.


30e ZONDAG DOOR HET JAAR 25 en 26 oktober 2025

EERSTE LEZING Sir., 35, 12-14, 16-18

Uit het boek Ecclesiasticus

De Heer is een rechter, en bij Hem is er geen aanzien des persoons; Hij neemt geen steekpenningen aan ten koste van de arme, maar luistert naar het pleit van de verdrukte. Hij wijst het gezucht van de wezen niet af, noch van de weduwe wanneer zij blijft klagen. Wie anderen bijstaat wordt welwillend ontvangen, en zijn gebed verheft zich tot de wolken toe. Het gebed van de arme dringt door de wolken heen, zolang het zijn doel niet bereikt, rust het niet; het laat niet af, totdat de Allerhoogste zich erbarmt, en de Rechtvaardige oordeel velt en recht verschaft.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 34
Refrein: Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer.

De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,
Iaat elk die het hoort zich verheugen. Refrein

Van boosdoeners keert Hij zijn aangezicht af,
zij worden op aarde vergeten.
Naar vromen die roepen luistert de Heer
en redt hen uit iedere nood. Refrein

De Heer is nabij voor rouwmoedige harten,
Hij helpt wie zijn schuld erkent.
De Heer redt het leven van wie Hem dient,
alwie tot Hem vlucht heeft geen straf te duchten Refrein.

TWEEDE LEZING 2 Tim., 4, 6-8. 16-18

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timotheüs

Dierbare, Wat mij betreft, mijn bloed is weldra geplengd, het uur van mijn heengaan is nabij. Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard. Nu wacht mij de krans der gerechtigheid waarmee de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst. Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, allen hebben mij in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend. Maar de Heer heeft mij terzijde gestaan en mij kracht gegeven om mijn ambt als prediker van het evangelie ten einde toe te vervullen, zodat alle volkeren ervan horen. En ik werd verlost uit de muil van de leeuw. De Heer zal mij blijven beschermen tegen alle boze aanslagen en mij behouden overbrengen naar zijn hemels koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen! Amen.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 18, 9-14

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus tot hen die, – overtuigd van eigen gerechtigheid – de anderen minachtten, de volgende gelijken is: “Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden; de een was een Farizeeër en de andere een tollenaar. De Farizeeër stond met opgeheven hoofd en bad bij zichzelf als volgt: God, ik dank u dat ik niet ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar. Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten. Maar de tollenaar bleef op een afstand en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel; maar hij klopte zich op de borst en zei: God, wees mij zondaar genadig. Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere; want al wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Wij bidden tot God die ons kent
en alle schone schijn doorziet…

Laten we bidden voor verlegen angstige mensen,
de zich al te gemakkelijk in een hoekje laten drukken.
Dat zij de aandacht krijgen die ze verdienen.
Laat ons bidden…

Laten we bidden voor mensen die zich klein voelen,
en zich van hun eigen gebreken bewust zijn;
dat ze vertrouwen hebben in Gods barmhartigheid.
Laat ons bidden…

Laten wij bidden voor mensen die oppervlakkig
en onnadenkend door het leven gaan
dat zij wijzer worden en meer aandacht krijgen
voor anderen en voor God.
Laat ons bidden…

Laten we bidden voor onszelf en hen die ons lief zijn:
dat wij bij licht en donker, In goede en kwade dagen,
het vertrouwen bewaren in God,
Die onze oorsprong is en onze toekomst.
Laat ons bidden…

Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons zingend bidden…

Gij, Heer God, zijt de bron van ons bestaan,
Verhoor onze gebeden
en schenk ons uw zegen.
Door Christus onze Heer.


29e ZONDAG DOOR HET JAAR 18 en 19 OKTOBER 2025

EERSTE LEZING Ex., 17, 8-13

Uit het boek Exodus

In die dagen kwam Amalek aanzetten om Israël aan te vallen. Toen zei Mozes tot Jozua: “Kies manschappen uit en trek morgen ten strijde tegen Amálek. Zelf ga ik met de staf van God in mijn hand op de top van de heuvel staan.” Jozua deed wat Mozes hem had opgedragen. Hij bond de strijd aan met Amálek terwijl Mozes, Aäron en Chur de top van de heuvel bestegen. En zolang Mozes zijn armen opgeheven hield waren de Israëlieten aan de winnende hand. Maar liet hij zijn armen zakken dan won Amálek. Tenslotte werden Mozes’ armen moe. Toen haalden ze een steen voor hem waar hij op ging zitten. Aäron en Chur ondersteunden zijn armen, elk aan een kant. Zo bleven zijn armen omhoog geheven, tot zonsondergang toe. En Jozua versloeg Amálek en zijn leger met het zwaard.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 121

Refrein:
Mijn hulp zal komen van God de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Omhoog naar de bergen richt ik mijn ogen: van waar kan ik hulp verwachten?
Mijn hulp zal komen van God de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft. Refrein

Hij zorgt dat uw voet niet struikelt, Hij slaapt niet, die waakt over u.
Hij sluimert niet en Hij suft niet, die over Israël waakt. Refrein

De Heer is het die u behoedt, Hij staat als een wacht aan uw zijde.
Bij dag zal de zon u niet deren, bij nacht doet de maan u geen kwaad. Refrein

De Heer bewaart u voor onheil, uw leven houdt Hij in stand.
De Heer is bezorgd voor uw komen en gaan op deze dag en altijd. Refrein

TWEEDE LEZING 2 Tim. 3, 14-4, 2

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs

Dierbare, blijf bij de leer die gij gelovig hebt aanvaard. Bedenk wie het waren die u onderricht hebben en hoe gij van kindsbeen af vertrouwd zijt met de heilige geschriften; daaruit kunt gij de wijsheid putten die u leidt tot het heil, door het geloof in Christus Jezus. Elk door God geïnspireerd geschrift dient ook om te onderrichten in de waarheid en dwalingen te weerleggen, om de zeden te verbeteren en de mensen op te voeden tot een rechtschapen leven, zodat de man Gods voor zijn taak berekend is en toegerust voor elk goed werk. Ik bezweer u voor het aanschijn van God en van Christus Jezus, die levenden en doden zal oordelen bij zijn verschijning en bij zijn koningschap: verkondig het woord, dring aan, te pas en te onpas, weerleg, berisp, bemoedig, in één woord, geef uw onderricht met groot geduld.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 18, 1-8

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd leerde Jezus in een gelijkenis aan zijn leerlingen dat zij steeds moesten bidden en daarin niet versagen. Hij zei: “Er was eens in een zekere stad een rechter die zich om God noch gebod bekommerde. Er was ook een weduwe in de stad die herhaaldelijk bij hem kwam met het verzoek: Verschaf mij recht ten opzichte van mijn tegenstan¬der. Een tijdlang wilde die rechter niet, maar daarna zei hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij om God noch gebod, toch zal ik die weduwe recht verschaffen om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken.” En de Heer sprak: “Hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt! “Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverko¬renen die dag en nacht tot Hem roepen, of zal Hij ten opzich¬te van hen onbewogen blijven? Ik zeg u: Hij zal hun spoedig recht verschaffen. Maar: zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE
Laten wij in onze voorbede nu bidden
tot God onze Vader.

Bidden wij voor alle christenen wereldwijd:
Heer, schenk hen de kracht elkaar tot zegen te zijn,
elkaar te helpen om de weg van het geloof te gaan
en het vuur van Jezus’ liefde te ontdekken.
Laat ons bidden…

Bidden wij ook voor de leiders van de volkeren.
Schenk hun wijsheid,
opdat zij zich inzetten voor een wereld naar uw bedoeling.
Heer, laat hen onder uw zegen zorgdragen
voor het recht en welzijn
van allen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor allen zich inzetten voor een betere wereld.
Heer, schenk zegen aan hun werk en laat vrede en gerechtigheid
het winnen van oorlog, terreur en geweld.
Laat ons bidden…

Bidden we voor onze zieken,
thuis, in ziekenhuis, verpleeghuis of bijna thuis huis.
Bidden we voor onze dierbare overledenen, vandaag met name voor…

In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.

Heer, onze God,
vol vertrouwen op uw gerechtigheid
leggen we deze gebeden aan U voor.
Wil ons verhoren, door Christus, onze Heer.


28e zondag door het jaar 11 en 12 oktober 2025

EERSTE LEZING 2 Kon., 5, 14-17

Uit het tweede boek der Koningen

In die dagen ging de Syriër Naäman naar de Jordaan en dompelde zich zevenmaal onder, zoals Elisa, de man Gods, gezegd had. Zijn huid werd weer als die van een klein kind en hij was gereinigd van zijn melaatsheid. Hij keerde met heel zijn gevolg naar de man Gods terug, trad zijn huis binnen, ging voor hem staan en zei: “Nu weet ik dat er in Israël een God is, en nergens anders op aarde. Wil daarom een huldeblijk van uw dienaar aanvaarden.” Maar Elisa antwoordde: “Zowaar de Heer leeft, wiens dienaar ik ben, ik neem niets van u aan.” En hoewel Naäman er bij hem op aandrong iets aan te nemen, bleef hij weigeren. Toen zei Naäman: “Geef mij dan tenminste een vracht aarde mee, zoveel als een koppel muildieren kan dragen, want uw dienaar wil aan geen andere goden brand- of slachtoffers meer opdragen, dan aan de Heer alleen.” Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 98
Refrein: Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm. Refrein

Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw
ten gunste van Israëls huis. Refrein

Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt. Refrein

TWEEDE LEZING 2 Tim., 2, 8-13

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs

Dierbare, Houd Jezus Christus in gedachten, Davids Nazaat, die uit de dood is opgestaan. Zo luidt de boodschap die ik verkondig en waarvoor ik zelfs als een misdadiger gevan¬genschap heb te lijden. Maar het woord van God laat zich niet in boeien slaan. Daarom ben ik bereid alles te ver¬dragen, ter wille van de uitverkorenen, opdat ook zij het heil verwerven in Christus Jezus en eeuwige heerlijkheid. Hoe waar is dit woord: “Als wij met Hem gestorven zijn zullen wij met Hem leven. Als wij volharden, zullen wij met Hem heersen. Als wij Hém verloochenen zal Hij ons verloochenen. Als wij ontrouw zijn blijft Hij trouw: zichzelf verloochenen kan Hij niet.”
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 17, 11-19

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Op zijn reis naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen Hij een dorp binnenging kwamen Hem tien melaatsen tegemoet; zij bleven op een grote afstand staan en riepen luidkeels: “Jezus, Meester, ontferm U over ons!” Hij zag hen en sprak: “Gaat u laten zien aan de priesters.” En onderweg werden zij gereinigd. Een van hen keerde terug toen hij zag dat hij genezen was, en hij verheerlijkte God met luide stem. Vol dankbaarheid wierp hij zich voor Jezus’ voeten neer, en deze man was een Samaritaan. Hierop vroeg Jezus: “Zijn niet alle tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen? Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?” En Hij sprak tot hem: “Sta op en ga heen; uw geloof heeft u gered.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laat ons tot onze Heer en Verlosser bidden.
In zijn Naam ontvangen wij heil en zegen.

Heer Jezus Christus,
U heeft zieken genezen.
Zegen allen die hun leven in dienst stellen
van hun zieke en lijdende medemens
in de gezondheidszorg, de ouderenzorg of de thuiszorg.
Zegen hun werken van barmhartigheid.
Laat ons bidden…

U erbarmt zich over de nood van de mensen.
Beur sombere en lijdende mensen op
en roep de onverschilligen op tot geestdrift en dankbaarheid.
Laat ons bidden…

U aanvaardde de dankbaarheid van die ene.
Wil ook onze dankbaarheid aanvaarden
voor al het goede dat wij uit uw hand mogen ontvangen.
Laat ons bidden…

U wilt het leven voor mensen
en niet hun ongeluk en niet hun dood.
We bidden om het eeuwige leven voor onze dierbare overledenen…

In een moment van stilte leggen we aan God voor
wat er leeft in ons eigen hart.

Heer, U leidt ons op de weg van het leven.
Wees met ons en bevestig ons in trouw aan uw Woord.
U die leeft in eeuwigheid. Amen.


ZEVENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 4 en 5 OKTOBER 2025

Eerste lezing Hab., 1, 2-3; 2, 2-4
Uit de Profeet Habakuk

Hoelang moet ik nog roepen, Heer, terwijl Gij maar niet luistert? Hoelang moet ik de hemel nog geweld aandoen, terwijl Gij maar geen uitkomst brengt? Waarom laat Gij mij onrecht lijden en ziet Gij die ellende maar aan? Waarom moet ik leven te midden van geweld en verdrukking en waarom rijst er twist en moet men lijden onder tweedracht? De Heer gaf mij antwoord: “Schrijf het visioen op, zet het duidelijk op schrift, zodat men het vlot kan lezen. Want dit visioen, – al wacht het de vastgestelde tijd nog af, – hunkert niettemin naar zijn vervulling: het vertelt geen leugen. AI blijft het ook uit, geef het wachten niet op, want komen doet het beslist en het komt niet te laat. Bezwijken zal hij die in zijn hart niet deugt; de rechtvaardige echter blijft leven door zijn trouw.
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 95

Refrein:
Luistert heden naar Gods stem.
Weest niet halsstarrig zoals weleer.

Komt, Iaat ons de Heer met gejubel begroeten,
juichen wij toe de Rots van ons heil.
Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang,
Hem met liederen eren. Refrein

Komt, Iaat ons aanbiddend ter aarde vallen,
neerknielen voor Hem die ons schiep.
Hij is onze God en wij zijn volk,
Hij is de herder en wij zijn kudde. Refrein

Luistert heden dan naar zijn stem:
weest niet halsstarrig als eens in Meriba.
Waar uw vaderen Mij wilden tarten
ofschoon zij mijn daden hadden gezien. Refrein

Tweede lezing 2 Tim., 1, 6-8. 13-14
Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timótheüs

Dierbare, vergeet niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is door de oplegging van mijn handen. Want God heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen. Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene. Draag uw deel in het lijden voor het evangelie. Neem als richtsnoer de gezonde beginselen die gij uit mijn mond hebt vernomen en houdt ze vast in het geloof en de liefde van Christus Jezus. Bewaar de u toevertrouwde schat met de hulp van de heilige Geest die in ons woont.
Zo spreekt de Heer.

Evangelie Lc., 17, 5-10

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zeiden de apostelen tot de Heer: “Geef ons meer geloof.” De Heer antwoordde: “Als ge een geloof hadt als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen. Wie van u zal tot de knecht die hij in dienst heeft als ploeger of veehoeder bij diens thuiskomst van het land zeggen: Kom meteen aan tafel en tast toe? Zal hij niet eerder zeggen: Maak mijn maaltijd klaar; omgord je en bedien mij terwijl ik eet en drink; daarna kun je zelf eten en drinken? Moet hij die knecht soms dankbaar zijn omdat hij heeft uitgevoerd wat hem is opgedragen “Zo is het ook met u: wanneer ge alles hebt gedaan wat u opgedragen werd, zegt dan: Wij zijn maar gewone knechten; wij hebben alleen maar onze plicht gedaan.”
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

Heer, geef ons meer geloof.
Deze uitroep indachtig willen wij bidden:

Heer, schenk uw Geest aan de gemeenschap van de Kerk,
dat alle christenen een leven leiden
naar het voorbeeld van Christus uw Zoon
en zo getuigen van uw liefde en barmhartigheid.
Laat ons bidden…

Heer, schenk uw Geest
aan allen die politieke verantwoordelijkheid dragen.
Wij bidden voor de volken die worden getroffen
door oorlog, geweld of terreur.
Heer, mogen uw liefde en vrede mensen en volkeren verbinden.
Laat ons bidden…

Heer, wij bidden U voor alle mensen
die goed willen doen aan hun naaste.
Moge uw Geest op hen rusten
en hun werken van barmhartigheid zegenen.
Laat ons bidden…

Heer, schenk uw Geest van troost en sterkte
aan allen die lijden of ziek zijn;
Geef het eeuwige leven aan al onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor…
In een moment van stilte leggen we voor aan God
wat er leeft in ons eigen hart.

God, luister naar onze gebeden
en help ons uw wegen te gaan
door Christus onze Heer.


ZESENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 27 en 28 SEPTEMBER 2025
Vredeszondag

EERSTE LEZING Am., 6, 1a. 4-7

Uit de Profeet Amos

Dit zegt de almachtige Heer: “Wee, de zorgelozen in Sion, de zelfverzekerden op Samaria’s berg. Zij liggen op ivoren bedden en strekken zich uit op hun rustbanken; zij eten de lammeren van de kudde op en de kalveren uit de stal. Zij verzinnen maar liederen bij het getokkel van de harp, en denken dat hun speeltuig dat van David evenaart; zij drinken wijn uit brede schalen en zalven zich met de kostelijke olie, maar om Jozef’s ondergang bekreunen zij zich niet. Daarom gaan zij als eersten de ballingschap in, en is het gedaan met de feesten van hen die daar lui liggen uitgestrekt.”

Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 146

Refrein: De Heer zal ik loven mijn leven lang.

De Heer doet altijd zijn woord gestand,
verdrukten verschaft Hij recht.
De Heer geeft brood aan wie honger heeft,
gevangenen geeft Hij de vrijheid. Refrein

De ogen van de blinden opent de Heer,
gebrokenen richt Hij weer op.
De Heer bemint de rechtvaardigen,
de Heer behoedt de ontheemden. Refrein

De Heer geeft wees en weduwe steun,
maar zondaars Iaat Hij verdwalen.
De Heer is koning in eeuwigheid,
uw God, Sion, heerst over alle geslachten. Refrein

TWEEDE LEZING 1 Tim., 6, 11-16

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timotheüs

Dierbare, streef naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid. Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven. Daartoe zijt gij geroepen, daartoe hebt gij de goede belijdenis afgelegd ten overstaan van vele getuigen. Ik beveel u voor het aanschijn van God die alles ten leven wekt, en van Christus Jezus die voor Pontius Pilatus de goede belijdenis heeft afgelegd: bewaar dit gebod onbevlekt en ongerept tot de verschijning van onze Heer Jezus Christus die God ons te rechter tijd zal doen aanschouwen, Hij, de gelukzalige, de enige Heerser, de grote Koning en de opperste Heer die alleen onsterfelijkheid bezit en woont in ongenaakbaar licht. Geen mens heeft Hem gezien of is in staat Hem te zien. Hem zij eer en eeuwige macht! Amen.

Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 16, 19-31

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus tot de Farizeeën: “Er was eens een rijk man die in purper en fijn linnen gekleed ging en iedere dag uitbundig feest vierde, terwijl een arme, die Lazarus heette, met zweren overdekt voor de poort lag. Hij verlangde er naar zijn honger te stillen met wat bij de rijkaard van de tafel viel. Maar er kwamen alleen honden die zijn zweren likten. Nu gebeurde het dat de arme stierf en door de engelen in de schoot van Abraham werd gedragen. De rijke stierf ook en kreeg een eervolle begrafenis. In de onderwereld, ten prooi aan vele pijnen sloeg hij zijn ogen op en zag van verre Abraham en Lazarus in diens schoot. Toen riep hij uit: Vader Abraham, ontferm u over mij en geef Lazarus opdracht de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong daarmee te komen verfrissen, want ik word door de vlammen hier gefolterd. Maar Abraham antwoordde: Mijn zoon, herinner u hoe gij tijdens uw leven uw deel van het goede hebt gekregen en hoe op gelijke manier aan Lazarus het kwade ten deel viel; daarom ondervindt hij nu hier de vertroosting maar wordt gij gefolterd. Daarenboven gaapt er tussen ons en u voorgoed een wijde kloof, zodat er geen mogelijkheid bestaat, – zelfs als men zou willen – van hier naar u te gaan noch van daar naar ons te komen. De rijke zei: Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader wilt sturen, want ik heb nog vijf broers; laat hij hen waarschuwen opdat zij niet eveneens in deze plaats van pijniging terecht komen. Maar Abraham sprak: Zij hebben Mozes en de profeten; laat ze naar hen luisteren. Maar hij zei: Och neen, vader Abraham. Maar als er een uit de doden naar hen toegaat, zullen ze zich bekeren.
Hij echter sprak tot hem: Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren,
zullen ze zich ook niet laten overreden als er iemand uit de doden opstaat.”

Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Keren wij ons hart tot God en bidden wij…

Voor hen die oog hebben voor de mensen om hen heen,
voor allen die zich laten raken door de zorgen en de nood van anderen:
dat zij tot daden komen.
Laat ons bidden…

Voor allen die zichzelf genoeg zijn
en die de ellende van de wereld angstvallig buiten hun blikveld houden:
dat hun ogen worden geopend.
Laat ons bidden…

Voor hen die een kwetsbaar bestaan leiden,
voor allen die leven van dag tot dag,
afhankelijk van de goedgeefsheid van anderen:
dat zij tot hun recht komen.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor mensen die ziek zijn;
en voor onze dierbare overledenen,
met name voor:…

In stilte bidden we voor onze persoonlijke intenties.

Heer Jezus Christus,
Gij die roept, bezielt, bemoedigd, spreek ons aan,
zoals Gij van oudsher tot mensen hebt gesproken.
Leef op in ons, opdat wij herleven.
Amen.


25e ZONDAG DOOR HET JAAR 20 en 21 SEPTEMBER 2025
Vredeszondag

EERSTE LEZING Am., 8, 4-7

Uit de Profeet Amos
Hoort toe, gij die de armen verdrukt en de misdeelden in het land verdelgt, gij die redeneert: wanneer is de nieuwe maan voorbij? dan kunnen we ons koren verkopen! En wanneer de Sabbat? dan kunnen we ons graan uitstallen. Dan verkleinen wij de korenmaat, dan verhogen wij de prijs en bedriegen wij met een vervalste weegschaal. Dan kopen wij de kleine man voor geld, de arme voor een paar schoenen, en verhandelen wij zelfs de afval van ons koren. De Heer heeft gezworen bij de heerlijkheid van Jakob: Geen van hun daden zal Ik ooit vergeten!
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 113
Refr: Verheerlijkt de Heer, die de armen opbeurt.

Verheerlijkt, dienaars des Heren, verheerlijkt de Naam van de Heer.
De Naam van de Heer zij geprezen vandaag en in eeuwigheid. Refrein

Want boven de volkeren troont de Heer, zijn Glorie beheerst de hemel.
Die van omhoog overziet het hemelgewelf en de aarde. Refrein

Die machtelozen tilt uit het stof, van vuilnishopen de armen weghaalt.
Om hen in de kring van de vorsten te plaatsen, te midden der machtigen van zijn volk. Refrein

TWEEDE LEZING 1 Tim., 2, 1-8

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan Timotheüs

Dierbare, vóór alles vraag ik u gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen te verrichten voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten opdat wij ongestoord en rustig een in alle opzichten godvruchtig en waardig leven kunnen leiden. Dit is goed en welgevallig in het oog van God, onze Heiland, die wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen. Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus die zichzelf gegeven heeft als losprijs voor allen: op de vastgestelde tijd legde Hij zijn getuigenis af. En ik ben hiervan aangesteld als heraut en apostel – ik spreek de waarheid, ik lieg niet – om de volken te onderrichten in het ware geloof. Ik wil dus dat op elke plaats waar de gemeente samenkomt om te bidden de mannen hun handen opheffen in een geest van godsvrucht, die haat en ruzie uitsluit.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 16, 1-13

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: (“Er was eens een rijk man. Hij had een rentmeester die bij hem werd aangeklaagd omdat hij zijn bezit verkwistte. Hij riep hem dus en vroeg: Wat hoor ik daar van u? Geef rekenschap van uw beheer, want gij kunt niet langer rentmeester blijven. Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf: Wat zal ik doen nu mijn heer mij het rentmeesterschap afneemt? Spitten kan ik niet, en bedelen: daarvoor schaam ik mij. Ik weet al wat ik ga doen opdat ik na mijn ontslag als rentmeester onderdak vind. Hij ontbood de schuldenaars van zijn heer, één voor één, en zei tot de eerste: “Hoeveel zijt ge aan mijn meester schuldig?” Deze antwoordde: ”Honderd vaten olie”. Maar hij zei: “Hier hebt ge uw schuldbekentenis; ga gauw zitten en schrijf: vijftig”. Daarop vroeg hij nog aan een tweede: “En hoeveel zijt gij schuldig?” Deze antwoordde: “Honderd maten tarwe.” Hij zei hem: “Hier hebt ge uw schuldbekentenis; schrijf: tachtig.” De heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester dat hij met overleg had gehandeld, want de kinderen van deze wereld handelen onderling met meer overleg dan de kinderen van het licht. Zo zeg Ik u ook: Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon, opdat zij – wanneer die u komt te ontvallen – u in de eeuwige tenten opnemen) Wie betrouwbaar is in het kleinste is ook betrouwbaar in het grote; en wie onrechtvaardig is in het kleinste is ook onrechtvaardig in het grote. Zijt ge dus niet betrouwbaar geweest met betrekking tot de onrechtvaardige mammon, wie zal u dan het waarachtige goed toevertrouwen? Als ge niet betrouwbaar zijt geweest in het beheren van andermans goed, wie zal u dan geven wat gij het uwe kunt noemen? Geen knecht kan twee heren dienen, want hij zal dan de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en de mammon.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij in onze voorbede bidden
tot God onze Vader.

Bidden wij voor alle christenen:
dat we ons inzetten voor gerechtigheid en vrede,
voor welvaart en welzijn voor de armen in onze wereld.
Dat onze inzet de vrede dichterbij brengt.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor hen die leiding geven,
dat ze oog hebben voor allen
die aan hun zorg zijn toevertrouwd,
dat ze met overleg en liefde te werk gaan.
Laat ons bidden…

Bidden we voor allen die hun leven hebben gegeven
in de strijd voor onze vrijheid;
en voor allen die zich vandaag de dag inzetten voor een betere wereld.
Dat overal ter wereld vrede en gerechtigheid het winnen
van oorlog, terreur en geweld.
Laat ons bidden…

Laat ons bidden voor onze zieken;
en voor allen die rekenen op ons gebed.
Voor onze dierbare overledenen…
Bidden we een moment in stilte voor wat er leeft in ons eigen hart…
Laat ons bidden,,,

God, Vader, luister naar ons gebed.
Schenk uw Geest van eenheid en verbondenheid
opdat allen mogen leven in uw liefde.
Door Christus onze Heer.
Amen


KRUISVERHEFFING 13 en 14 SEPTEMBER 2025

EERSTE LEZING Numeri 21, 4-9

Van de berg Hor trokken zij in de richting van de Rietzee, want zij wilden om Edom heentrekken. Maar onderweg werd het volk ongeduldig. Het keerde zich tegen God en tegen Mozes: `Hebt gij ons uit Egypte gevoerd om te sterven in de woestijn? Er is geen brood, er is geen water en dat minderwaardige eten staat ons tegen.’ Toen zond de Heer giftige slangen op het volk af. Deze beten de Israëlieten en velen van hen vonden de dood. Nu kwam het volk naar Mozes en zei: `Wij hebben gezondigd, want wij hebben ons tegen de Heer en tegen u gekeerd. Bid de Heer, dat Hij die slangen van ons wegneemt.’ Toen bad Mozes voor het volk en de Heer zei tot hem: `Maak zo’n giftige slang en zet die op een paal. Iedereen die gebeten is en er naar opziet, zal in leven blijven.’ Mozes maakte een bronzen slang en zette die op een paal. Ieder die door een slang was gebeten en zijn ogen op de bronzen slang richtte, bleef in leven.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 78
Refrein: Laten we nooit vergeten wat God voor ons heeft gedaan.

Luister, mijn volk, naar mijn onderrichting, open uw oren voor wat Ik u zeg.
Een wijze les zal Ik u verhalen die in het verleden verborgen ligt. Refrein

Zij zochten Hem enkel wanneer Hij hen sloeg, dan zochten zij Hem rouwmoedig. Dan wisten ze weer dat de Heer hun rots was, de Allerhoogste hun redder. Refrein

Maar met hun mond bedrogen zij Hem, zij logen Hem voor met hun tong; want innerlijk waren zij niet oprecht, geloofden niet in zijn verbond. Refrein

Toch was Hij barmhartig, vergaf hun zonden en roeide hen niet geheel uit. Telkens opnieuw bedwong Hij zijn toorn en hield Hij zijn gramschap in toom.
Refrein

TWEEDE LEZING Filippenzen 2, 6-11

Broeders en zusters, Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God: Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf op zich genomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan een kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen is. Opdat bij het noemen van zijn Naam zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde, en iedere tong zou belijden tot eer van God, de Vader:
Jezus Christus is de Heer.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh 3, 13-17

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In die tijd zei Jezus tot Nikodémus: ‘Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Mensenzoon.
En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben. Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE
Keren we ons vol vertrouwen tot God en bidden wij…

Voor hen die het moeilijk hebben en kruis na kruis krijgen opgelegd.
geef dat zij de moed niet verliezen, maar dat zij uw aanwezigheid
blijven ervaren en zich door u gedragen weten.
Laat ons bidden…

Voor hen die door mensenhanden worden gekruisigd,
worden bespot, geminacht of gediscrimineerd,
Laat hen het geloof in hun medemensen niet verliezen
en laat hen vóór alles hun zelfrespect behouden.
Laat ons bidden…

Voor hen die – bewust of onbewust – anderen doen lijden;
ook wijzelf maken ons daar soms schuldig aan.
God, maak ons welwillend in onze omgang met elkaar, mild in ons spreken, zorgvuldig in ons handelen, en terughoudend in ons oordelen.
Laat ons bidden…

Op deze ziekenzondag bidden we ook speciaal voor onze zieken,
thuis, in het ziekenhuis, verpleeghuis of Bijna thuishuis.
Voor hen en voor alle mensen die voor hen zorgen.
Wij vragen God om kracht voor hen allen.
Laat ons bidden….

Voor onze dierbare overledenen, met name voor…

In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties…
Laat ons bidden…

God leer ons ons eigen kruis te dragen
en dat van anderen te helpen verlichten.
Dat vragen wij U in Jezus naam.
Amen


23e ZONDAG DOOR HET JAAR 6 EN 7 SEPTEMBER 2025

EERSTE LEZING Wijsh., 9, 13-18b

Uit het boek Wijsheid

Wie van de mensen kan Gods plan doorgronden, wie ontdekken wat de Heer wil? De gedachten der stervelingen zijn immers onzeker, en twijfelachtig onze berekeningen. Het vergankelijke lichaam is een last voor de ziel, en onze aardse gebondenheid belemmert de beweeglijke geest. Wij begrijpen amper de dingen van deze wereld, en wat voor de hand ligt kost ons nog moeite; hoe zouden we dan het hemelse verstaan? Wie zou uw wil kunnen kennen, als Gij hem het inzicht niet geeft, en uw heilige Geest niet van boven zendt? Zo alleen kunnen de mensen op aarde rechte wegen gaan, leren zij kennen wat U welgevallig is, en worden zij door de wijsheid gered.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 90

Refr:
Gij, Heer, zijt steeds onze toevlucht geweest
voor ieder geslacht opnieuw.

Wat sterfelijk is vergaat weer tot stof, Gij zegt: keer terug, kind van mensen!
Voor U zijn duizend jaren één dag, als gisteren dat al voorbij is, een uur van slaap in de nacht. Refrein

Ons leven breekt af als een droom in de ochtend, kortstondig is het als gras op het veld. Des morgens ontkiemt het en schiet het op, des avonds is het verwelkt. Refrein

Leer ons onze dagen naar waarde te schatten en zo te komen tot wijsheid van hart. Laat af, Heer, hoe lang nog pijnigt Gij ons? Wees toch uw dienaars genadig. Refrein

Verleen ons van nu af uw rijkste zegen en Iaat heel ons leven gelukkig zijn.
Uw zegen, Heer God, moge over ons waken, bestuur onze handen bij al wat zij doen. Refrein

TWEEDE LEZING Filemon, 9b-10. 12- 17

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan Filemon

Dierbare, Paulus is het die u schrijft, een oud man, nu bovendien een gevangene van Christus Jezus, en mijn verzoek geldt het kind dat ik hier in de gevangenis voor de Heer heb gewonnen, ik bedoel Onesimus. Ik stuur hem terug naar u en met hem heel mijn liefde. Gaarne had ik hem hier gehouden als uw plaatsvervanger, om voor mij te zorgen in mijn gevangenschap voor het evangelie. Maar ik wil niets doen zonder uw instemming, ik wil niets afdwingen: uw goedheid moet zich spontaan kunnen uiten! Misschien was dat wel de reden waarom hij een tijd lang bij u is weg geweest: dat ge hem voorgoed terug zoudt krijgen, nu niet meer als slaaf, maar als veel meer dan een slaaf, als een geliefde broeder. Dat is hij voor mij al helemaal, hoeveel meer dan voor u, als mens en als christen. Als gij u dus met mij verbonden voelt, heet hem dan welkom zoals ge het mij zoudt doen.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 14, 25-33

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd trokken talloze mensen met Jezus mee; Hij keerde zich om en zei tot hen: “Als iemand naar Mij toekomt, die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet haat, kan hij mijn leerling niet zijn. Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij volgt kan hij mijn leerling niet zijn. Als iemand van u een toren wil bouwen, zal hij dan niet eerst er voor gaan zitten om een begroting te maken of hij wel genoeg bezit om hem te voltooien? Anders zou het hem kunnen overkomen, – als hij de fundering heeft gelegd en niet in staat is het werk te voltooien – dat allen die het zien hem gaan bespotten en zeggen: Die man begon te bouwen, maar hij was niet in staat het einde te halen. Of welke koning zal, – als hij tegen een andere koning ter oorlog wil trekken – niet eerst overleggen of hij sterk genoeg is om met tienduizend man het hoofd te bieden aan iemand die met twintigduizend man tegen hem optrekt? Zo niet, dan stuurt hij, als de tegenstander nog ver weg is een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden. Zo kan niemand van u mijn leerling zijn als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij eensgezind bidden tot God onze Vader.

Bidden wij voor allen die in de ban zijn van geld en goed.
Dat hun ogen open gaan voor waarden in ons leven
die met geen geld of goed te koop zijn.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor mensen die alles willen regelen
en overal bedreigingen zien.
Dat zij leren vertrouwen op de Heer
en hun bestaan ervaren als en geschenk.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor allen die het meest noodzakelijke missen
om hun dagen menswaardig door te komen.
Dat wij begaan zijn met elkaars lot,
en elkaar vasthouden in lief en leed.
Laat ons bidden…

(alleen voor de Genovevakerk)
Laten we bidden
voor allen die zich verbonden weten met de geloofsgemeenschap
van onze parochie;
Dat we samen ons geloof mogen blijven vieren
ter ere van God en tot heil van mensen.
Laat ons bidden…

Voor de intenties die ons voor deze viering werden aangereikt…
Bidden we in stilte voor alles wat er leeft in ons eigen hart.

God, Vader, luister naar wat we U vragen
voor anderen en voor onszelf.
Geef dat al ons bidden en werken
gericht blijft op uw Koninkrijk;
dan zal uw Rijk groeien
vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid.
Amen.


22e ZONDAG DOOR HET JAAR 30 EN 31 AUGUSTUS 2025

EERSTE LEZING Sir., 3, 17-18. 20. 28-29

Uit het boek Ecclesiasticus

Mijn kind, als ge rijk zijt, blijf dan bescheiden, en gij zult meer geliefd worden dan iemand die geschenken uitdeelt. Hoe meer aanzien ge hebt, des te meer moet ge u vernederen; dan zult ge genade vinden bij God. Want groot is de macht van de Heer maar Hij wordt geëerd door de nederigen. Voor de kwaal van een hoogmoedige is er geen genezing, want het kwaad wortelt in zijn hart. Een verstandig mens overweegt gaarne spreuken, en de wijze droomt van een aandachtig gehoor.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 68
Heer, uw kudde heeft zijn rustplaats gevonden,
die Gij in uw goedheid voor haar hadt bereid.

Maar alle rechtvaardigen juichen van vreugde en staan onbezorgd voor het aanschijn van God. Zingt dus voor God, verheerlijkt zijn Naam, Hij is de Heer, juicht Hem toe! Refrein

Voor wezen een vader, voor weduwen steun is God in zijn heilige woning.
Verwaarloosden geeft Hij een eigen huis, gevangenen vrijheid en voorspoed.
Refrein

Een voedzame regen kwam neer uit de hemel, uw uitgeput erfdeel hebt Gij verkwikt. Uw kudde heeft daar haar rustplaats gevonden, die Gij in uw goedheid voor haar had bereid.

TWEEDE LEZING Hebr., 12, 18-19. 22-24a

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters, Bedenkt waar gij staat: gij zijt niet genaderd zoals uw voorvaderen bij de Sinaï, tot een tastbare berg en een laaiend vuur, met duisternis, donderwolken en stormwind, waar de trompet klonk en een stem werd gehoord en die haar hoorden smeekten dat zij niet langer zou spreken.
Neen, gij zijt genaderd tot de berg Sion en de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem en de duizendtallen engelen, de feestelijke en plechtige vergadering van de eerstgeborenen die in de hemel zijn ingeschreven, gij zijt genaderd tot God, de rechter van allen, en de geesten der rechtvaardigen die de voleinding bereikt hebben, tot Jezus, de Middelaar van een nieuw verbond.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 14, 1. 7-14

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Toen Jezus op een sabbat het huis van een van de voornaamste Farizeeën binnenging om er de maaltijd te gebruiken, hielden zij Hem voortdurend in het oog. Daar Hij opmerkte hoe de genodigden de voornaamste plaatsen aan tafel uitzochten, hield Hij hun de volgende gelijkenis voor: “Wanneer gij door iemand op een bruiloft wordt genodigd, ga dan niet aanliggen op de voornaamste plaats. Het zou kunnen zijn dat er door uw gastheer iemand is uitgenodigd die voornamer is dan gij, en dat degene die u en hem genodigd heeft u komt zeggen: Sta uw plaats aan hem af. Dan zoudt ge vol schaamte de minste plaats moeten innemen. Maar wanneer ge ergens genodigd wordt, ga dan op de minste plaats aanliggen. Als degene die u heeft uitgenodigd dan komt zal hij u zeggen: Vriend, ga wat hoger op. Zo zal u eer te beurt vallen in het oog van allen die met u aanliggen. Want al wie zichzelf verheft zal vernederd en wie zichzelf vernedert zal verheven worden. En Jezus zei ook nog, nu tot zijn gastheer: “Wanneer gij een middag- of avondmaal geeft, nodig dan niet uw vrienden, broers en bloedverwanten uit en ook geen rijke buren. Het zou kunnen zijn dat zij op hun beurt u uitnodigen en dat gij het dus terugkrijgt. Maar als ge een gastmaal geeft, nodig dan armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden uit. Gelukkig zult ge zijn omdat zij het u niet kunnen vergelden. Het zal u vergolden worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij eensgezind bidden tot God onze Vader.

Laten we bidden om meer bescheidenheid
dat we onze plaats kennen
tegenover God en tegenover elkaar.
Laat ons bidden…

Laten we bidden om eerbied en aandacht
voor mensen zonder aanzien,
die overal achteraan staan.
Laat ons bidden…

Laten we bidden voor alle christenen, geroepen om Christus na te volgen:
dat zij elkaar tot zegen zijn en elkaar helpen
om de weg van het geloof te gaan.
Laat ons bidden…

Laten we bidden
dat we niet opzien
tegen de verkeerde mensen,
nooit neerkijken op de eenvoudigen.
Laat ons bidden…

Laten we bidden voor onze zieken;
voor allen die om ons gebed hebben gevraagd;
voor onze dierbare overledenen…

Bidden we voor onze eigen en persoonlijke intenties

God, Vader,
luister naar het gebed van onze geloofsgemeenschap.
Schenk uw Geest van eenheid en verbondenheid
opdat allen mogen leven in uw liefde.
Door Christus onze Heer.


EENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR 23/24 AUGUSTUS

EERSTE LEZING Jes., 66, 18-21

Uit de Profeet Jesaja

Dit zegt de Heer: “Ik ken hun werken en hun gedachten, Ik ga alle volkeren en talen bijeenroepen en zij zullen komen en mijn glorie aanschouwen. Voor hun ogen zal Ik tekenen verrichten. Die gespaard gebleven zijn zal Ik uitzenden naar de volkeren, zelfs naar de verwijderde kusten waar mijn faam nog niet is doorgedrongen, en waar ze mijn glorie nog niet hebben aanschouwd; onder alle volkeren zullen zij mijn glorie verkondigen. En op paarden en wagens, in karossen, op muildieren en dromedarissen zullen zij uit alle volkeren uw broeders bijeenbrengen op mijn heilige berg in Jeruzalem en ze de Heer aanbieden als een offergave, zoals de Israëlieten in reine vaten hun spijsoffers aanbieden in de tempel van de Heer. En ook uit de volkeren zal Ik mijn priesters kiezen en levieten,” zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM Psalm 117

Refr: Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie.

Looft nu de Heer, alle naties der aarde,
huldigt de Heer, alle volken rondom; Refrein

Omdat Hij bij ons zijn goedheid getoond heeft;
de trouw van de Heer houdt in eeuwigheid stand. Refrein

TWEEDE LEZING Hebr., 12, 5- 7. 11-13

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters, gij zijt het Schriftwoord vergeten dat u als kinderen aanspreekt en vermaant: “Kind, minacht de tucht van de Heer niet, laat u door zijn straf niet ontmoedigen. Want de Heer tuchtigt hen die Hij liefheeft, Hij straft ieder die Hij als zijn kind erkent.” Het lijden dient om u te verbeteren en op te voeden; God behandelt u als kinderen. Ieder kind wordt wel ooit door zijn vader gestraft. Tucht is nooit prettig, op het moment zelf is er meer verdriet dan blijdschap; maar op lange termijn levert ze voor degenen die zich door haar lieten vormen de heilzame vrucht op van een heilig leven. Daarom, heft op de slappe handen, strekt de wankele knieën, laat uw voeten rechte wegen gaan; het kreupele lid mag niet ontwricht worden maar moet genezen.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 13, 22-30

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd trok Jezus rond door steden en dorpen, gaf er onderricht en zette zijn reis voort naar Jeruzalem. Iemand vroeg Hem: “Heer, zijn het er weinig die gered worden?” Maar Hij sprak tot hen: “Spant u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen, want, Ik zeg u, velen zullen proberen binnen te komen maar zij zullen daar niet in slagen. Als eenmaal de huisvader is opgestaan en de deur gesloten heeft en als gij dan buiten op de deur begint te kloppen en begint te roepen: Heer, doe open! zal Hij u antwoorden: Ik weet niet waar gij vandaan komt. Dan zult ge opwerpen: In uw tegenwoordigheid hebben we gegeten en gedronken, en in onze straten hebt ge onderricht gegeven. Maar weer zal zijn antwoord zijn: Ik weet niet waar gij vandaan komt. Gaat weg van Mij, gij allen die ongerechtigheid bedrijft. Daar zal geween zijn en tandengeknars, wanneer gij Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten zult zien in het Rijk Gods, terwijl ge zelf buiten geworpen zult zijn. Zij zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden, en zij zullen aanzitten in het koninkrijk Gods. Denkt eraan: er zijn laatsten die eersten en eersten die laatsten zullen zijn.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Keren wij ons hart tot God en bidden wij…

Voor hen die door tegenslagen geveld zijn
en bij de pakken neerzitten,
Dat zij zich laten raken door Gods Geest,
en de kracht krijgen nieuwe wegen in te slaan.
Laat ons bidden…

Voor hen die de kerk de rug hebben toegekeerd,
ontmoedigd en teleurgesteld,
Dat zij zich laten raken door Gods Geest,
die bezielen wil al wat is verdord.
Laat ons bidden…

Voor onszelf, hier aanwezig,
soms vastberaden, dan weer vertwijfeld,
soms actief, dan weer moe en lusteloos,
Dat wij ons laten raken door Gods Geest,
die ons tot troost en hulp wil zijn.
Laat ons bidden…

We bidden voor onze zieken
en voor allen die zorg om hen hebben.
Voor onze dierbare overledenen bidden we…
Bidden we ook een moment in stilte voor onze eigen vragen en noden.

God van het verbond, hef onze slappe handen,
sterk onze wankele knieën,
laat onze voeten rechte wegen gaan.
Dan komen wij eens thuis bij U
voor de eeuwen der eeuwen.
Amen.


TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR – 16 EN 17 AUGUSTUS 2025

Eerste lezing Jer., 38, 4-6. 8-10

Uit de Profeet Jeremia

In die dagen zeiden de edelen tot de koning: “Laat die profeet Jeremia ter dood brengen. Door zijn woorden ontmoedigt hij de soldaten die nog in de stad zijn en de hele bevolking. Die man wil niet het welzijn van het volk, maar zijn ondergang.” Koning Sidkia antwoordde: “Goed, hij is in uw macht; ik kan toch niet tegen u op. Toen grepen zij Jeremia vast en wierpen hem in de put van prins Malkia, in de nabijheid van het wachthuis; met touwen lieten ze hem neer. In de put was geen water, alleen slijk, zodat Jeremia erin wegzonk. Terwijl de koning zitting hield in de Benjaminpoort, verliet Ebed-Melek het paleis, ging naar de koning en zei: “Heer koning, deze mannen hebben een misdaad begaan tegen de profeet Jeremia, door hem in de put te werpen.” Daarop gaf de koning aan de Ethiopiër Ebed-Melek de opdracht: “Neem drie mannen met u mee en haal de profeet Jeremia uit de put eer hij sterft.”
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit Psalm 40
Refr: Heer, kom haastig mij te hulp.

Met groot vertrouwen heb ik op de Heer gehoopt, Hij heeft zich tot mij neergebogen, mijn geroep verhoord. Hij heeft mij opgetrokken uit de valkuil, uit de modderpoel, Hij gaf mijn voeten vaste grond, mijn schreden kracht.
Refrein

Hij legde in mijn mond een nieuw gezang, een lied voor onze God en velen zullen zien en vrezen en vertrouwen op de Heer. Refrein

Al ben ik ook ellendig en armoedig, toch weet ik dat de Heer zorg voor mij draagt. Mijn helper zijt Gij toch en mijn bevrijder, mijn God, blijf dan niet talmen. Refrein

Tweede lezing Hebr., 12, 1-4

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters, Laten wij ons aansluiten bij die menigte getuigen van het geloof en elke last en belemmering van de zonde van ons afschudden, om vastberaden de wedstrijd te lopen waarvoor we ons hebben ingeschreven. Zie naar Jezus, de aanvoerder en voltooier van ons geloof. In plaats van de vreugde die Hem toekwam heeft Hij een kruis op zich genomen en Hij heeft de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterzijde van Gods troon. Denkt aan Hem die zoveel tegenwerking van zondaars te verduren had; dat zal u helpen om niet uit te vallen en de moed niet op te geven. Uw strijd tegen de zonde heeft u nog geen bloed gekost.
Zo spreekt de Heer.

Evangelie Lc., 12, 49-53

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: “Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait! “Ik moet een doopsel ondergaan, en hoe beklemd voel Ik mij totdat het volbracht is. Meent gij dat Ik op aarde vrede ben komen brengen? Neen zeg Ik u, juist verdeeldheid. Want van nu af zullen er vijf in één huis verdeeld zijn; drie zullen er staan tegenover twee en twee tegenover drie; de vader tegenover de zoon en de zoon tegenover de vader; de moeder tegenover de dochter en de dochter tegenover de moeder, de schoonmoeder tegenover de schoondochter en de schoondochter tegenover de schoonmoeder.”
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

Laten wij ons aansluiten bij de menigte getuigen van het geloof
en bidden:

Voor alle christenen die het geloof willen uitdragen
en doorgeven aan anderen:
dat hun daden overeenstemmen met hun woorden,
dat zij weten te spreken, maar óók weten te luisteren.
Laat ons bidden…

Voor de leiders van de volkeren.
dat zij proberen om de vrede te bewaren of te herstellen,
door wederzijds begrip op te brengen
en door het maken van goede, eerlijke afspraken.
Laat ons bidden…

Voor alle sociaal bewogen mensen
die pleiten voor gelijke kansen voor iedereen;
dat zij steeds het welzijn van anderen voor ogen houden
en zich daaraan belangeloos wijden.
Laat ons bidden…

Voor allen die rekenen op ons gebed.
Wij vragen om Gods nabijheid voor onze zieken.
Wij bidden voor onze dierbare overledenen…
In stilte bidden we voor alles wat er leeft in ons eigen hart.

God, hoor onze beden.
Maak ons barmhartig zoals Gij.
Door Christus onze Heer.
Amen


NEGENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 9 EN 10 AUGUSTUS 2025

Eerste lezing Wijsh., 18, 6-9

Uit het boek Wijsheid

De nacht van de uittocht uit Egypte was aan onze voorvaderen tevoren aangekondigd. Zo konden ze vol vreugde de vervulling verwachten van de beloften waarop ze vertrouwden. Zo kon uw volk ook uitzien naar de redding der rechtvaardigen en de ondergang van hun vijanden. De straf, die Gij onze vijanden deed ondergaan werd voor ons, uitverkorenen, een zege. Want de kinderen der vromen hadden in stilte het offermaal gebruikt, en zich met een heilige belofte verplicht dat ze gelijkelijk het goede zouden delen en de gevaren trotseren, en daarom hadden de vromen reeds hun oude liederen aangeheven.
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 33
Refr:
Zalig het volk dat de Heer heeft als God,
het land door Hem tot zijn erfdeel gekozen.

Jubelt, gerechtigen, voor de Heer, wie vroom is dient Hem te loven.
Zalig het volk dat de Heer heeft als God, de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen. Refrein

Maar het is God die zijn dienaars bewaakt, hen die op zijn gunst vertrouwen.
Dat Hij hen redden zal van de dood, bij hongersnood hen zal voeden. Refrein

Daarom vertrouwt ons hart op de Heer, is Hij ons een schild en een helper.
Geef ons dus, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrouwen. Refrein

Tweede lezing Hebr., 11, 1-2. 8-12

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,
het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen. Om hun geloof zijn de oudsten met ere vermeld. Door het geloof heeft Abraham gehoor gegeven aan de roeping van God, en ging hij op weg naar een land dat bestemd was voor hem en zijn erfgenamen. Hij vertrok zonder te weten Waarheen. Door het geloof heeft hij als vreemdeling vertoefd in het land dat hem beloofd was; hij woonde er in tenten, evenals Isaak en Jakob, die dezelfde belofte erfden; want hij zag uit naar de stad met de fundamenten, waarvan God de ontwerper en de bouwer is. Door het geloof heeft ook Sara, ofschoon haar tijd al lang voorbij was, de kracht tot vruchtbaarheid ontvangen, want zij wist dat Hij die de belofte had gedaan, zijn woord zou houden. Daarom is dan ook aan één man, en nog wel in zijn hoge ouderdom een nageslacht gegeven talrijk als sterren aan de hemel, ontelbaar als de zandkorrels aan het strand van de zee.
Zo spreekt de Heer.

Evangelie Lc., 12, 32-48 of 12,35-40

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: („Weest niet bevreesd, kleine kudde; het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te schenken. „Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoezen; verschaft u beurzen die niet verslijten, en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief komt en geen mot hem bederft. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.) Houdt uw lendenen omgord en de lampen brandend! Gedraagt u als mensen die wachten op de terugkomst van hun heer die naar de bruiloft is om, als hij aankomt en klopt, hem aanstonds open te doen. Gelukkig de dienaars die de heer bij zijn komst wakende zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal zich omgorden en hij zal hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen. AI komt hij ook in de tweede of de derde nachtwake, gelukkig die dienaars die hij zo aantreft. Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur de dief zou komen zou hij niet laten inbreken in zijn huis. Weest ook gij bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht.”
(Petrus vroeg Hem nu: „Heer, bedoelt Gij deze gelijkenis voor ons of voor iedereen?” De Heer sprak: „Wie zou die trouwe en verstandige beheerder wel zijn, die de heer over zijn dienstvolk zal aanstellen om hun op de gestelde tijd hun rantsoen koren te geven? Gelukkig de knecht die de heer bij zijn aankomst daarmee bezig vindt. Waarlijk, Ik zeg u: Hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. Maar zegt die knecht bij zichzelf: Mijn heer blijft nog wel een poosje weg, en begint hij de knechten en dienstmeisjes te slaan, en gaat hij zich te buiten aan spijs en drank, dan zal de heer van die knecht komen op een dag dat hij hem niet verwacht en op een uur dat hij niet kent; en hij zal hem met het zwaard straffen en hij zal hem zo het lot doen ondergaan van de ontrouwen. De knecht die de wil van zijn heer kende, maar geen beschikkingen trof noch handelde volgens diens wil, zal zwaar getuchtigd worden. Wie echter in onwetendheid dingen heeft gedaan die tuchtiging verdienen, zal slechts licht gestraft worden. Van ieder aan wie veel is gegeven zal veel worden geëist; en van hem aan wie veel is toevertrouwd zal des te meer worden gevraagd.”)
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

Laat ons bidden tot God
die ons uitnodigt op weg te gaan.

Laat ons bidden om saamhorigheid tussen mensen,
om bereidheid tot delen,
om zorg voor de minsten.
Laat ons bidden…

Laat ons bidden om gerechtigheid in de wereld,
om vrede tussen de volken,
om vrijheid voor de onderdrukten.
Laat ons bidden…

Laat ons bidden om gezondheid voor zieken,
om troost voor bedroefden,
om een thuis voor ontheemden.
Laat ons bidden…

Laat ons bidden om waakzaamheid in ons leven,
om een stevig geloof,
om een vast Godsvertrouwen.
Laat ons bidden…

Vandaag bidden we speciaal voor…
In een moment van stilte leggen we voor aan God
wat er leeft in ons eigen hart.

God, verhoor onze gebeden.
Help ons verwachtingen te koesteren
die gericht zijn op de vervulling van uw beloften.
Houd ons en alle mensen op weg
naar de toekomst die U ons beloofd hebt
in Jezus, uw Zoon en onze Heer.
Amen.


ACHTTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 2 EN 3 AUGUSTUS 2025

Eerste lezing Pred., 1, 2; 2, 21-23

Uit het boek Prediker

IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid! Er zijn mensen die zich aftobben en inspannen met wijsheid en kennis van zaken, maar wat ze verdienen, moeten ze afgeven aan anderen, die zich niet inspanden. Ook dat is ijdelheid en grote onbillijkheid. Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter, en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt? Alle dagen bereiden hem leed, en ergernis is zijn loon; zelfs ’s nachts vindt hij geen rust; ook dat is ijdelheid.
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 90

Refr: Gij, Heer, zijt steeds onze toevlucht geweest
voor ieder geslacht opnieuw.

Wat sterfelijk is vergaat weer tot stof, Gij zegt: keer terug, kind van mensen!
Voor U zijn duizend jaren één dag, als gisteren dat al voorbij is, een uur van slaap in de nacht. Refrein

Ons leven breekt af als een droom in de ochtend, kortstondig is het als gras op het veld. Des morgens ontkiemt het en schiet het op, des avonds is het verwelkt. Refrein

Leer ons onze dagen naar waarde te schatten en zo te komen tot wijsheid van hart. Laat af, Heer, hoe lang nog pijnigt Gij ons? wees toch uw dienaars genadig. Refrein

Verleen ons van nu af uw rijkste zegen en Iaat heel ons leven gelukkig zijn. Uw zegen, Heer God, moge over ons waken, bestuur onze handen bij al wat zij doen. Refrein

Tweede lezing Kol., 3, 1-5. 9-11

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de chris¬tenen van Kolosse

Broeders en zusters, Als gij met Christus ten leven zijt gewekt zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods. Zint op het hemelse, niet op het aardse. Gij zijt immers gestorven en uw leven is nu met Christus verborgen in God. Christus is uw leven, en wanneer Hij verschijnt zult gij ook met Hem verschijnen in heerlijkheid. Maakt dus radicaal een einde aan immorele praktijken, ontucht, onzedelijkheid, hartstocht, begeerlijkheid en de hebzucht die gelijk staat met afgoderij. En beliegt elkaar niet meer. Gij hebt de oude mens met zijn gedragingen afgelegd en u bekleed met de nieuwe mens, die op weg is naar het ware inzicht, terwijl hij zich vernieuwt naar het beeld van zijn Schepper. Dan is er geen sprake meer van Griek of Jood, besnedene of onbesnedene, barbaar of Skyth, van slaaf of vrije mens. Daar is alleen Christus, alles in allen.
Zo spreekt de Heer.

Evangelie Lc., 12, 13-21

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd zei iemand uit het volk tegen Jezus: “Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.” Maar Jezus antwoordde hem: “Man, wie heeft Mij tot rechter of verdeler over u aangesteld?” En Hij sprak tot hem: “Pas op en wacht u voor alle hebzucht! “Want geen enkel bezit, – al is dit nog zo overvloedig – kan uw leven veilig stellen.” Hij vertelde hun de volgende gelijkenis: “Het land van een rijk man had en grote oogst opgeleverd. Daarom overlegde deze bij zichzelf: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn oogst te bergen. En hij zei: Dit ga ik doen: ik breek mijn schuren af en bouw grotere: daarin zal ik dan heel mijn rijkdom aan koren opbergen. Dan zal ik tot mijzelf zeggen: Man, je hebt een grote rijkdom liggen, voor lange jaren; rust nu uit, eet en drink en geniet ervan! “Maar God sprak tot hem: Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan ? Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.”
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

Laten wij bidden tot God onze Vader

Voor alle christenen
dat zij het leven kunnen
aanvaarden als een geschenk van God.
Laat ons bidden…

Voor hen die opgeslokt worden
door de rijkdom van de wereld.
Dat zij bij God rust en bezinning vinden.
Laat ons bidden…

Voor hen die gevraagd hebben om ons gebed.
Voor onze zieken: thuis, in het ziekenhuis, verpleeghuis
of bijna-thuis huis.
Dat zij Gods liefde mogen ervaren.
Laat ons bidden…

Voor al onze dierbare overledenen.
In het bijzonder voor de slachtoffers van oorlog en geweld.
Dat zij nu geborgen mogen zijn
in de liefde en goedheid van God onze Vader.
Laat ons bidden…

Voor de intenties die ons voor deze viering werden aangereikt…

We bidden in stilte voor onze eigen intenties
Laat ons bidden…

Goede Vader,
wij vragen uw zegen over ons leven,
over het leven van deze parochiegemeenschap.
Vermeerder ons geloof in Jezus, uw Zoon,
die als eerste uit de doden is verrezen
en nu leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.


ZEVENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 26 EN 27 JULI 2025

Eerste lezing Gen., 18, 20-32

Uit het boek Genesis

In die dagen zei de Heer: “Luid stijgt de roep om wraak uit Sodom en Gomorra op! “Uitermate zwaar is hun zonde! “Ik ga naar beneden om te zien of hun daden werkelijk overeenstemmen met de roep die tot Mij is doorgedrongen; Ik wil het weten.” Toen gingen de mannen op weg in de richting van Sodom. De Heer bleef echter nog bij Abraham staan. Abraham trad op Hem toe en zei: “Wilt Ge werkelijk met de boosdoeners ook de rechtvaardigen verdelgen ? Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult Gij die dan verdelgen? Zult Gij de stad geen vergiffenis schenken omwille van de vijftig rechtvaardigen die er wonen? Zoiets kunt Ge toch niet doen: de rechtvaardigen samen met de boosdoeners laten sterven! “Dan zou het de rechtvaardigen vergaan als de boosdoeners; dat kunt Ge toch niet doen! “Zal Hij die de hele aarde oordeelt, geen recht laten geschieden?” En de Heer zei: “Als Ik in de stad Sodom vijftig rechtvaardigen vind, zal Ik omwille van hen de hele stad vergiffenis schenken.” Abraham begon weer en zei: “Mag ik zo vrij zijn tot mijn Heer te spreken, ofschoon ik maar stof en as ben? Misschien ontbreken er aan de vijftig rechtvaardigen vijf; zult Gij dan toch om die vijf de hele stad verwoesten?” En Hij zei: “Ik zal haar niet verwoesten, als Ik er vijfenveertig vind.” Opnieuw sprak Abraham tot Hem: “Misschien zijn er maar veertig te vinden.? En de Heer zei: “Dan zal Ik het omwille van die veertig niet doen. Nu zei Abraham: “Laat mijn Heer niet kwaad worden als ik nog eens aandring: misschien zijn er maar dertig te vinden.’ En de Heer zei: “Ik zal het niet doen, als Ik er dertig vind.” Abraham zei opnieuw: “Ik ben wel vrijpostig als ik bij mijn Heer blijf aandringen; maar misschien worden er maar twintig gevonden.” En de Heer zei: “Ook omwille van die twintig zal Ik de stad niet verwoesten. Abraham zei nogmaals: “Laat mijn Heer niet kwaad worden, als ik nog één keer spreek, misschien zijn er maar tien te vinden En de Heer zei: “Ik zal de stad niet verwoesten, zelfs al zijn er maar tien.”
Zo spreekt de Heer.

Antwoordpsalm uit psalm 138
Refr: Wanneer ik tot U riep hebt gij mij steeds verhoord.

U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart, omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd. Ik zing voor U en alle hemelmachtenen en werp mij neer, gebogen naar uw heiligdom. Refrein

U prijs ik om uw goedheid en uw trouw, want uw belofte hebt Gij mateloos vervuld. Wanneer ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord, Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven. Refrein

Waarlijk verheven is de Heer, die Iet op de geringe, maar op de trotsen neerziet van omhoog. Te midden van gevaren houdt Gij mij in leven, Gij weert de woede van mijn vijand af. Refrein

Steeds is uw uitgestrekte hand mijn redding: de Heer voltooit voor mij al wat ik onderneem. Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde; vergeet het maaksel van uw handen niet! Refrein

Tweede lezing Kol., 2, 12-14

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

Broeders en zusters, In de doop zijt gij met Christus begraven, maar ook met Hem verrezen door uw geloof in de kracht van God die Hem uit de dood deed opstaan. Ook u die dood waart ten gevolge van uw zonden en door uw morele onbehouwenheid heeft God weer levend gemaakt met Hem. Hij heeft ons al onze zonden vergeven. Hij heeft de oorkonde verscheurd die met haar bezwarende bepalingen tegen ons getuigde. Hij heeft haar vernietigd en aan het kruis genageld.
Zo spreekt de Heer.

Evangelie Lc., 11, 1-13

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

Op een keer was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij ophield zei een van zijn leerlingen tot Hem: “Heer, leer ons bidden, zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft Hij sprak tot hen: “Wanneer ge bidt, zegt dan: Vader, uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome. Geef ons iedere dag ons dagelijks brood, en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven aan ieder die ons iets schuldig is. En leid ons niet in bekoring.” Hij vervolgde: “Stel, iemand van u heeft een vriend. Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt: Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten. Zou die ander van binnen uit dan antwoorden: Val me niet lastig; de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan niet opstaan om het u te geven? Ik zeg u, als hij niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is, zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft, om zijn onbescheiden aandringen. Tot u zeg Ik hetzelfde: Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt verkrijgt; wie zoekt vindt; en voor wie klopt doet men open. Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven? Of als hij een ei vraagt zal hij hem toch geen schorpioen geven? Als gij dus, – ofschoon ge slecht zijt – goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen?
Zo spreekt de Heer.

Voorbede

Keren we ons tot God, die luistert naar ons gebed.

Laten we bidden dat we bij alle drukte tijd maken voor God,
Hem danken voor het goede
en Hem aanroepen in nood.
Laat ons bidden…

Laten we bidden dat we klein durven te zijn,
door de knieën durven te gaan,
kind durven zijn van de Vader in de Hemel.
Laat ons bidden…

Laten we bidden dat ons gebed ons ertoe aanzet
het goede te doen;
dat wij op onze beurt luisteren naar de vragen van mensen om ons heen.
Laat ons bidden…

Laten we bidden voor onze parochiegemeenschap.
Voor hen die op reis zijn
en voor hen die in deze vakantietijd dierbaren om zich heen missen.
Wij bidden voor onze zieken;
voor hen die eenzaam zijn of gebukt gaan onder verdriet;
Om zegen over ieder van ons.
Laat ons bidden…

We bidden voor de intenties
die ons voor deze viering werden aangereikt…
In stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.

Heer God, uw Zoon heeft leerlingen geroepen als zijn boodschappers.
Wij bidden dat zijn woord ook mensen vandaag beweegt
en hen aanzet tot moedige verkondiging en navolging van het evangelie.
Wij vragen het u door Christus, onze Heer. Amen.


ZESTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 19 en 20 JULI 2025

EERSTE LEZING Gen., 18, 1-10a

Uit het boek Genesis

In die dagen verscheen de Heer aan Abraham bij de eik van Mamre, terwijl hij op het heetst van de dag bij de ingang van zijn tent zat. Hij sloeg zijn ogen op en zag plotseling drie mannen voor zich staan. Meteen liep hij van de ingang van zijn tent naar hen toe. Hij boog diep voor hen en zei: “Wees zo welwillend, heer, uw dienaar niet voorbij te gaan. Ik zal water laten brengen; was uw voeten en rust hier onder de boom. Ik zal brood voor u halen om u te sterken voor uw verdere reis gij zijt niet voor niets bij uw dienaar langs gekomen.” Zij zeiden: “Heel graag.” Abraham ging haastig de tent in naar Sara en zei: “Neem gauw drie maten fijn meel, kneed het en bak er koeken van.’ Daarna liep Abraham naar de kudde, zocht een lekker mals kalf uit en gaf het aan zijn knecht om het snel klaar te maken. Toen bracht hij hun kaas en melk, en het kalf dat hij had laten toebereiden, en zette hun dat alles voor. Terwijl zij aten, bleef hij bij hen staan, onder de boom. Toen vroegen ze hem: “Waar is Sara, uw vrouw?” Abraham antwoordde: “Daar in de tent.” Toen zei de bezoeker: “Over een jaar kom ik weer bij u terug; dan zal Sara, uw vrouw een zoon hebben.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 15

Refrein: Heer, wie mag te gast zijn in uw tent?

Wie rechtvaardig is en eerbaar leeft, in zijn hart geen boze plannen koestert,
geen bedrog pleegt met zijn tong; wie zijn evenmens geen schade doet. Refrein

Wie zijn buren niet te schande zet; wie de boosdoener veracht, maar de dienaars van de Heer in ere houdt; wie beloften in zijn eigen nadeel toch volbrengt. Refrein

Wie zijn bezit niet uitleent tegen woeker, als getuige niet omkoopbaar is.
Wie zich zo gedraagt zal niet wankelen in eeuwigheid. Refrein

TWEEDE LEZING Kol., 1, 24-28

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

Broeders en zusters, Ik verheug mij dat ik voor u mag lijden, en in mijn lijdend lichaam aanvullen wat nog ontbreekt aan de beproevingen van de Christus, ten bate van zijn lichaam dat de kerk is. Ik ben haar dienaar geworden krachtens de opdracht die God mij gegeven heeft; namelijk om u het woord Gods te brengen in heel zijn volheid: om het geheim te verkondigen dat verborgen was voor alle eeuwen en alle generaties, maar dat nu is geopenbaard aan zijn gelovigen. Hen heeft God bekend willen maken hoe machtig en hoe wonderbaar dit geheim is onder de heidenvolken. En dit geheim bestaat hierin: “Christus in u” en ook: “hoop op een eeuwige heerlijkheid”. Hem verkondigen wij dus wanneer wij allen, zonder onderscheid, vermanen en onderrichten met alle wijsheid die ons gegeven is om ook allen, zonder onderscheid, in Christus tot volmaaktheid te brengen.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 10, 38-42

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd kwam Jezus in een dorp, en een vrouw die Marta heette, ontving Hem in haar woning. Ze had een zuster, Maria die – gezeten aan de voeten van de Heer – luisterde naar zijn woorden. Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen, maar ze kwam er een ogenblik bij staan en zei: “Heer, laat het u onverschillig dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? zeg haar dan dat ze mij moet helpen.” De Heer gaf haar ten antwoord: “Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen “Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Met Abraham en Sara, met Marta en Maria,
willen wij nu bidden tot God onze Vader:

Laten we bidden om gastvrijheid in onze kerk
voor jong en oud, meer of minder betrokken,
doeners en bidders;
dat we zusters en broeders zijn voor elkaar.
Laat ons bidden…

Laten we bidden om gastvrijheid in ons land,
voor hen die, opgejaagd en ontheemd,
hier toevlucht en toekomst zoeken:
dat we voor hen doen wat we kunnen.
Laat ons bidden…

Laten we bidden om gastvrijheid in ons hart,
om tijd en stille eerbied voor God,
om aandacht voor mensen
in wie Hij ons aankijkt en aanspreekt.
Laat ons bidden…

Voor allen die ziek zijn.
Voor onze dierbare overledenen…
misintenties
In een moment van stilte bidden we voor onze eigen intenties.
Laat ons bidden…

God, Vader, luister naar wat we U vragen
voor anderen en voor onszelf.
Geef dat al ons bidden en werken
gericht blijft op uw Koninkrijk;
dan zal uw Rijk in stilte groeien
vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid.
Amen.


VIJFTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 12 en 13 juli 2025

EERSTE LEZING Deut., 30, 10- 14

Uit het boek Deuteronomium

In die dagen sprak Mozes tot het volk: “Als gij de stem van de Heer uw God hoort, dan moet ge Hem gehoorzamen en alle geboden en voorschriften onderhouden, die in dit wetboek staan opgetekend; dan moet gij met heel uw hart en heel uw ziel terugkeren tot de Heer uw God. De geboden die ik u heden geef zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten uw bereik. Zij zijn niet in de hemel en gij hoeft niet te zeggen: Wie zal naar de hemel opvaren om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen?
Ze zijn niet overzee en ge hoeft niet te zeggen: Wie zal de zee overvaren om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen? Neen, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart. Gij kunt het dus volbrengen.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 69

Refrein: Ziet toe, geringen, en weest verheugd,
schept moed, gij allen die God zoekt.

Mijn gebed, Heer, richt ik tot U, nu is het de tijd van genade. Verhoor mij, Heer, want mild is uw zegen, sta mij met heel uw barmhartigheid bij. Refrein

Ik ga gebogen onder mijn smart; God, Iaat uw hulp mij beschermen.
Gods Naam zal ik loven in mijn gezang, Hem dankbaar overal prijzen. Refrein

Ziet toe, geringen, en weest verheugd, schept moed, gij allen die God zoekt.
God luistert naar wat een arme Hem vraagt, vergeet zijn gevangenen niet.
Refrein

Want God zal Sion verlossen, Hij bouwt Juda’s steden weer op.
Zijn kroost zal het land weer erven, Gods Naam zal in ere zijn. Refrein

TWEEDE LEZING Kol., 1, 15-20

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Kolosse

Broeders en zusters, Christus Jezus is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping. Want in Hem is alles geschapen in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. Hij bestaat voor alles en alles bestaat in Hem. Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is. Hij is de oorsprong, de eerste die van de dood is opgestaan om in alles de hoogste te zijn, Hij alleen. Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid om door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten om alles in de hemel en op aarde te verzoenen, door Hem alleen.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 10, 25-37

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd trad een wetgeleerde naar voren om Jezus op de proef te stellen. Hij zeide: “Meester wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” Jezus sprak tot hem: “Wat staat er geschreven in de wet? Wat leest ge daar?” Hij gaf ten antwoord: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, met al uw krachten en geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf.” Jezus zei: “Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven. Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden, sprak hij tot Jezus: “En wie is mijn naaste?” Nu nam Jezus weer het woord en zei: “Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in handen van rovers. Ze plunderden en mishandelden hem en toen ze aftrokken, lieten ze hem half dood liggen. Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg; hij zag hem wel maar liep in een boog om hem heen. Zo deed ook een leviet: hij kwam daar langs, zag hem, maar liep in een boog om hem heen. Toen kwam een Samaritaan die op reis was, bij hem; hij zag hem en kreeg medelijden; hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze; daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem. “De volgende morgen haalde hij twee denariën te voorschijn, gaf ze aan de waard en zei: “Zorg voor hem en wat ge meer mocht besteden, zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden.” “ Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn van de man die in handen van de rovers gevallen is?” Hij antwoordde: “Die hem barmhartigheid betoond heeft.” En Jezus sprak: “Ga dan en doet gij evenzo.”

Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Heer Jezus Christus,
U leerde ons barmhartig te zijn zoals de hemelse Vader.
Door uw leven en verrijzenis zien wij de goedheid van God.
In dat vertrouwen durven wij bidden.

Voor de Kerk,
dat zij ook in deze tijd mensen opwekt tot barmhartigheid
zoals onze hemelse Vader barmhartig is.
Laat ons bidden…

Voor allen die hun leven in dienst van God en de naaste hebben gesteld.
Om bezieling in hun bidden
en om ware barmhartigheid in hun werken.
Laat ons bidden…

Voor artsen, verpleegkundigen, thuiszorgers en mantelzorgers
of wie op welke wijze ook de zieken helpen en nabij zijn.
Dat zij gezegend moge zijn in hun werken van barmhartigheid.
Laat ons bidden…

Voor allen die ons gebed hebben gevraagd.
Voor onze dierbare overledenen, met name voor…
In stilte bidden we voor onze persoonlijke intenties…

Heer Jezus Christus,
U bent het gezicht van de onzichtbare God
wiens almacht zichtbaar wordt in vergeving en barmhartigheid.
Geef dat uw Kerk uw gelaat weerspiegelt in deze wereld
en dat wij in U, verrezen Heer,
het gezicht van de Onzichtbare God mogen herkennen.
Amen


VEERTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR 5 en 6 JULI 2025

EERSTE LEZING Jes., 66, 10- 14c

Uit de Profeet Jesaja

Verheug u met Jeruzalem, en juich over haar, allen die haar liefhebben! Neemt deel aan haar vreugde, allen die over haar treuren! En laat u tot verzadiging toe zogen aan haar borsten vol troost, en u vol genot laven aan haar zo rijke boezem. Want zo spreekt de Heer: “Als een rivier leid Ik de vrede naar haar toe, en als een onstuimige stroom de schatten der volken. Gij zult gezoogd worden, gedragen op de arm, vertroeteld op de schoot! “Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten: Jeruzalem zelf zal uw troost zijn. Wanneer gij dat ziet zal uw hart zich verheugen, uw beenderen zullen bloeien als het jonge groen, en de dienaren des Heren zullen zijn macht ervaren !”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 66
Refrein: Jubelt voor God, alle landen der aarde.

Jubelt voor God, alle landen der aarde, bezingt de heerlijkheid van zijn Naam.
Brengt Hem uw hulde en zegt tot uw God: Verbijsterend zijn al uw daden Refrein

Heel de aarde moet U aanbidden, bezingen uw heilige Naam. Komt en aanschouwt wat God heeft verricht, ontstellende daden onder de mensen.

Hij maakte de zee tot een droge vallei, zij gingen te voet door de bedding.
Laten wij juichen van vreugde om Hem die eeuwig regeert door zijn macht.

Komt dan, godvrezenden, luistert naar mij, ik zal u verhalen wat Hij mij gedaan heeft. God zij geprezen, Hij wees mij niet af, onthield mij niet zijn erbarmen.

TWEEDE LEZING Gal., 6, 14-18

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten

Broeders en zusters, God beware mij ervoor op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld. Besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn bete-kent niets. Het gaat er alleen om een nieuwe schepping te zijn! Vrede en barmhartigheid kome over allen die naar dit beginsel willen leven, en over heel het volk Gods! Laat voortaan niemand mij lastig vallen want ik draag de merktekenen van Jezus in mijn lichaam. Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 10, 1-12. 17-20
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd wees de Heer tweeënzeventig leerlingen aan en zond hen twee aan twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen waarheen Hijzelf van plan was te gaan. Hij sprak tot hen: “De oogst is groot maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten. Gaat dan, maar zie, Ik zend u als lammeren onder de wolven. Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel en groet niemand onderweg. In welk huis ge ook binnengaat, laat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis! “Woont daar een vredelievend mens dan zal uw vrede op hem rusten; zo niet dan zal hij op u terugkeren. Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden; want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere; in elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eet wat u wordt voorgezet, geneest de zieken die er zijn en zegt tot hen: Het Rijk Gods is u nabij.
(In elke stad waar ge binnengaat en niet ontvangen wordt, trekt daar door de straten en zegt: Zelfs het stof uit uw stad dat aan onze voeten kleeft schudden wij tegen u af. Maar weet dit wel: Het Rijk Gods is nabij. “Ik zeg u: die dag zal het voor de mensen van Sodom draaglijker zijn dan voor die stad.”
De tweeënzeventig keerden vol blijdschap terug en zeiden: “Heer, zelfs de duivels onderwerpen zich aan ons door uw naam.” Hij zeide tot hen: “Ik zag de satan als een bliksemstraal uit de hemel vallen. Ik heb u macht gegeven op slangen en schorpioenen te treden, te heersen over heel de kracht van de vijand; en niets zal u kunnen schaden. Toch moet ge u niet verheugen over het feit dat de duivels aan u onderworpen zijn, maar verheugt u omdat uw namen staan opgetekend in de hemel”.)
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

God onze Vader, Gij hebt ons uw Zoon Jezus gezonden
om in een verdeelde wereld
verzoening en vrede te brengen. Wij bidden U:

Voor de gemeenschap van de Kerk:
maak haar leden, tot werktuigen van uw liefde, vrede en verzoening,
zodat de wereld mooier wordt voor iedereen.
Laat ons bidden…

Voor jonge mensen: laat hen uw roepstem horen.
Geef dat zij zich, zoals de tweeënzeventig uit het evangelie,
beschikbaar stellen om, ieder op zijn of haar eigen manier,
mee te werken aan de opbouw van uw rijk.
Laat ons bidden…

Voor alle mensen van goede wil.
Dat zij het leven als een gave van God ervaren
en Zijn aanwezigheid op hun levensweg ontdekken.
Laat ons bidden…

Voor allen die in de komende weken op vakantie gaan of dat reeds zijn.
Dat zij mogen genieten van hun vrije tijd.
en de nodige rust en herbronning vinden.
Wij bidden om een veilige reis voor allen die onderweg zijn.
Laat ons bidden…

Voor onze dierbare overledenen.
Dat zij, na het voltooien van hun aardse pelgrimstocht,
thuis mogen zijn bij God en rusten in zijn vrede.
misintenties…
Laat ons bidden…

In een moment van stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart.

Heer God,
uw Zoon heeft zijn leerlingen geroepen als zijn boodschappers.
Wij bidden dat zijn woord ook vandaag
gelovigen in beweging brengt
en hen aanzet tot moedige verkondiging.
Wij vragen het U door Christus onze Heer.


HH PETRUS EN PAULUS, APOSTELEN 28 en 29 JUNI 2025

EERSTE LEZING Handelingen 12, 1-11

Uit het boek handelingen der apostelen.

In die dagen legde koning Herodes de hand op enkele leden van de Kerk om hen te mishandelen: Jakobus, de broer van Johannes, liet hij met het zwaard ter dood brengen. Omdat hij bemerkte dat dit de Joden aangenaam was, liet hij ook nog Petrus gevangennemen. Het was juist in de dagen van het ongedesemde brood. Toen hij hem in handen had gekregen, wierp hij hem in de gevangenis en liet hem bewaken door vier groepen soldaten, elk van vier man. Het was zijn bedoeling Petrus na het paasfeest voor het volk te leiden. Terwijl Petrus in de gevangenis zat, werd door de Kerk vurig voor hem tot God gebeden. In de nacht vóórdat Herodes hem wilde laten voorleiden, lag Petrus met twee kettingen vastgebonden te slapen tussen twee soldaten, terwijl ook voor de poort van de gevangenis wacht werd gehouden. Opeens stond een engel des Heren bij hem en was de cel hel verlicht. Hij stootte Petrus in de zij, wekte hem en sprak: “Sta vlug op.” Meteen vielen de kettingen van zijn handen. Vervolgens zei de engel: “Doe uw gordel om en bind uw sandalen onder.” Petrus deed het. De engel hernam: “Sla uw mantel om en volg mij.”
Hij ging mee naar buiten zonder nog te beseffen dat het werkelijkheid was wat de engel deed; hij meende een visioen te zien. Zij passeerden de eerste en de tweede wacht en kwamen aan de ijzeren poort die toegang gaf tot de stad; deze ging vanzelf voor hen open. Zij traden naar buiten, liepen een straat ver en eensklaps was de engel verdwenen. Toen kwam Petrus tot zichzelf en zei: “Nu weet ik zeker, dat de Heer zijn engel heeft gezonden en mij heeft ontrukt aan de macht van Herodes en alles wat het volk der Joden verwachtte.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 34
Refrein: De Heer heeft mij gered uit al wat ik vreesde.

De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen. Mijn geest is fier op de gunst van de Heer, laat elk die het hoort zich verheugen. Refrein

Verheerlijkt de Heer tezamen met mij en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren. Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord, Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde. Refrein
Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig, want Hij stelt u niet teleur.
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer en redt hen uit hun ellende.
Refrein

De engel van God legt een schans om hen heen, om elk die God vreest te beschermen. Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is, gelukkig hij die zijn heil zoekt bij Hem. Refrein

TWEEDE LEZINGÜS 4,6-8. 17-18

De laatste woorden van Paulus

Dierbare, wat mij betreft, mijn bloed wordt weldra geplengd, het uur van mijn heengaan is nabij. Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard. Nu wacht mij de krans der gerechtigheid, waarmee de Heer, de rechtvaardige rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij, maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst.
Maar de Heer heeft mij ter zijde gestaan en mij kracht gegeven om mijn ambt als prediker van het evangelie ten einde toe te vervullen, zodat alle volken ervan horen. En ik werd verlost uit de muil van de leeuw. De Heer zal mij blijven beschermen tegen alle boze aanslagen en mij behouden overbrengen naar zijn hemels koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen! Amen.
Zo spreek t de Heer

EVANGELIE Matteüs 16, 13-19

In die tijd toen Jezus in de streek van Caesarea van Filippus gekomen was, stelde Hij zijn leerlingen deze vraag: “Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?” Zij antwoordden: “Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten.” “Maar gij”, sprak Hij tot hen, “wie zegt gij dat Ik ben?” Simon Petrus antwoordde: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Jezus hernam: “Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij eensgezind bidden tot God, herder van mensen….

Laten we bidden voor mensen als Petrus,
Gewone eenvoudige mensen, geboeid door Jezus,
Gelovend met hun hart:
Dat ze de ruimte krijgen en dat anderen van hen leren.
Laat ons bidden…

Laten we bidden voor mensen als Paulus,
Geleerde en geletterde mensen, geraakt door Jezus;
Gelovend met hun verstand;
Dat ze verstaan worden en dat anderen wijzer van hen worden.
Laat ons bidden…

Laten we bidden voor onze wereldkerk
Met zoveel mensen en meningen,
Met zoveel kleuren en culturen,
Gelovend met hoofd en hart;
Dat niemand zich beter acht, geloviger dan die anderen.
Laat ons bidden…

Laten we bidden voor onze eigen parochie
Dat hier mag zijn de Geest van Jezus;
Dat wij net zo stevig als Petrus,
en even wankelmoedig als hij,
elkaar tot steun zijn.

Voor onze zieken
en voor allen die ons gebed gevraagd hebben.
Voor onze dierbare overledenen,
vandaag met name voor…

In een moment van stilte bidden we voor wat er leeft in ons eigen hart…

God, Vader, luister naar het eensgezinde gebed
van onze geloofsgemeenschap.
Schenk uw Geest van eenheid en verbondenheid
opdat allen mogen leven in uw liefde. Amen


SACRAMENTSDAG 21 en 22 juni 2025

EERSTE LEZING Gen., 14,18-20

Uit het boek Genesis

In die dagen bood Melchisédek, de koning van Salem, Abram brood en wijn aan. Daar hij priester was van de Allerhoogste God, zegende hij hem met deze woorden: “Gezegend zij Abram door God de Allerhoogste, die de hemel en de aarde gemaakt heeft, en gezegend zij God de Allerhoogste, die uw vijand aan u heeft overgele¬verd!” En Abram gaf hem van alles een tiende deel.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 110

Refrein: Voor eeuwig zijt Gij priester als Melchisédek

De Heer sprak tot mijn heer: “Zit aan mijn rechterhand; Ik leg uw vijanden als voetbank voor uw voeten. Refrein

Uit Sion reikt de Heer de scepter van uw macht;
heers te midden van uw tegenstanders. Refrein

Een vorst zijt gij, wanneer gij u vertoont, met macht bekleed, in glans van heiligheid; Ik heb u vóór de dageraad verwekt. Refrein

Gezworen heeft de Heer, Hij neemt het niet terug:
“Voor eeuwig zijt Gij priester als Melchisédek. Refrein

TWEEDE LEZING 1 Kor., 11, 23-26

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.

Broeders en zusters, zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven: dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam en na gedankt te hebben het brak en zei: “Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.” Zo ook nam Hij na de maaltijd de beker met de woorden: “Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit elke keer dat gij hem drinkt tot mijn gedachtenis.” Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt verkondigt gij de dood des Heren totdat Hij komt.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Lc., 9, 11b -17

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.

In die tijd sprak Jezus tot de menigte over het Rijk Gods; en wie genezing nodig hadden genas Hij. Toen de dag ten einde begon te lopen kwamen de twaalf naar Hem toe en zeiden: “Stuur de mensen weg; dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om daar onderdak en voedsel te vinden, want hier zijn we op een eenzame plek.” Maar Hij antwoordde: “Geeft gij hun maar te eten”. “Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen,” zeiden ze;
“of wíj zouden voor al dat volk eten moeten gaan kopen.” Er waren naar schatting wel vijfduizend mannen. Hij gelastte nu zijn leerlingen: “Laat ze gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig. Dat deden ze en ze lieten allen plaats nemen. Daarop nam Hij de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, sprak er de zegen over uit, brak ze en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte voor te zetten. Allen aten tot ze verzadigd waren en wat zij overhielden haalde men op, twaalf korven met brokken.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE
Laten wij bidden tot onze Heer Jezus Christus.
Hij heeft dit uur voor ons zijn heilige Tafel van genade bereidt.

Heer Jezus Christus, U bent het Brood van het Leven.
Breek de verdeeldheid tussen alle christelijke kerken en gemeenschappen
en breng alle christenen in eenheid samen.
Laat ons bidden…

U heeft met uw apostelen het Laatste Avondmaal gevierd.
Versterk het geloof en het vertrouwen van allen
die uw Woord horen en het Brood uit de hemel ontvangen.
Laat ons bidden…

U geeft ons uw Lichaam en Bloed als voedsel voor ons leven.
Schenk aan allen die in onze wereld honger lijden hun dagelijks brood.
Sterk de arme en geef moed aan de moedeloze.
Laat ons bidden…

U sterkt ons met uw Lichaam en Bloed
Wij bidden U om kracht voor onze zieken
en om het eeuwig leven voor onze dierbare overledenen.
Vandaag bidden we met name voor…
Bidden we een moment in stilte voor onze eigen intenties…

Heer Jezus,
wij danken U voor de grote gave van de heilige Eucharistie.
Dat wij door onze deelname aan deze maaltijd
barmhartig zijn zoals uw Vader. Amen.


FEEST VAN DE H. DRIE-EENHEID 14 en 15 JUNI 2025

EERSTE LEZING Spr., 8, 22-31

Uit het boek der Spreuken

Zo spreekt de Wijsheid van God: De Heer schiep mij vóór al het bestaande, vóór al wat Hij vanouds gemaakt heeft. Van eeuwigheid ben ik gevormd, lang voor het begin der aarde. Toen er nog geen oceanen waren, was ik reeds geboren, voor er bronnen waren, overstromend van water. Voordat de bergen geplaatst werden, en vóór de heuvels, werd ik geboren. De aarde had Hij nog niet geschapen met haar vlakten, noch ook de kostbare grondstoffen in haar schoot. Toen Hij de hemel grondvestte was ik erbij, en toen Hij een kring trok rond de wereldzee. Toen Hij de wolken boven bevestigde, en de bronnen aanbracht in de diepte, toen Hij de zee haar grenzen wees, opdat het water zijn oevers niet te buiten zou gaan, toen Hij de fundamenten legde voor de aarde, was ik aan de zijde van de Kunstenaar, en was ik zijn troetelkind, dag voor dag, en speelde ik aldoor voor zijn aangezicht. Ik speelde over het oppervlak van zijn aarde, en het was me een genot bij de mensen te zijn.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 8
Refrein: Heer, onze Heer, hoe ontzagwekkend is uw Naam op aarde !

Als ik naar de hemel kijk, het kunstwerk van uw vingers, als ik maan en sterren zie, die Gij daar hebt gezet. Ach, wat is de mens dan, dat Gij naar hem omziet,
’t mensenkind, dat Gij zo voor hem zorgt? Refrein

Niet veel minder dan een engel hebt Gij hem geschapen, hem omkleed met schoonheid en met pracht. Heel uw schepping aan hem onderworpen, alles aan zijn voeten neergelegd. Refrein

Runderen en schapen overal, ook de wilde dieren op de velden. Vogels in de lucht en vissen in de zee, al wat wemelt in de oceanen. Refrein

TWEEDE LEZING Rom., 5, 1-5

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters, gerechtvaardigd door het geloof leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. Hij is het die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen op onze hoop op de heerlijkheid Gods. Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, volharding tot beproefde deugd en deze weer tot hoop. En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 16, 12-15

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In zijn afscheidsrede zei Jezus tot zijn leerlingen: “Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu nog niet dragen. Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen. Hij zal niet uit zichzelf spreken maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Daarom zei Ik dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. AI wat de Vader heeft is het Mijne.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laten wij nu bidden tot God, Vader, Zoon en heilige Geest.

Wij bidden voor allen die ertoe geroepen zijn onze wereld,
ons land, onze steden en dorpen te besturen:
Dat zij overschaduwd worden door de wijsheid van God.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor allen die zich inzetten voor een betere samenleving:
Dat zij geraakt worden door de mensenliefde van God.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor allen die zich inzetten voor vrede en
voor allen die in eigen kleine kring het leven leefbaar houden;
Dat zij zich laten inspireren door Gods Geest.
Laat ons bidden…

We bidden voor onze zieken, thuis, in ziekenhuis,
verpleeghuis of bijna-thuis huis
Om kracht en sterkte voor hen
en voor de mensen die zorg om hen hebben.
Laat ons bidden…

Voor onze dierbare overledenen, met name voor…

Drie-ene God,
houd allen in ere die U in ere houden,
en schenk hen leven in overvloed.
Amen.


FEEST VAN MARIA, MOEDER VAN DE KERK
TWEEDE PINKSTERDAG 9 juni 2025

EERSTE LEZING (Gen. 3,9-15.20)

Uit het boek Genesis

Nadat Adam in de tuin van Eden van de boom gegeten had riep God de Heer de mens en vroeg hem: “Waar zijt gij?” Hij antwoordde: “Ik hoorde uw donder in de tuin, en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen.” Maar God de Heer zei: “Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt? Hebt ge soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb?” De mens antwoordde: “De vrouw die Gij mij als gezellin gegeven hebt, zij heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten.” Daarop vroeg God de Heer aan de vrouw: “Hoe hebt ge dat kunnen doen?” De vrouw zie: “De slang heeft mij verleid, en toen heb ik gegeten.” God de Heer zei toen tot de slang: “Omdat ge dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven! Vijandschap sticht ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Dit zal uw kop bedreigen, en gij zijn hiel.” De mens noemde zijn vrouw Eva, want zij is de moeder geworden van alle levenden.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 87

Refrein:
Hoe groots is wat er van u wordt gezegd,
Jeruzalem, stad van God.

Zijn stad op de heilige bergen: de Heer heeft haar lief.
De poorten van Sion veel meer dan alle tenten van Jakob. Refrein

Hoe groots is het wat er van u wordt gezegd, Jeruzalem, stad van God.
Zij zullen dan zeggen: “Mijn moeder is zij, uit haar zijn wij allen geboren.”
En Hij zal het zelf verklaren, de Allerhoogste, de Heer. Refrein

Hij zal in het boek der volkeren schrijven: Ook dezen horen daar thuis.
Dan zullen zijn dansen en zingen: “De bron van ons leven zijt Gij!” Refrein

Evangelie Joh. 19, 25-34

Uit het evangelie volgens Johannes: zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn moeder zag en bij haar staande de leerling die Hij liefhad zei Hij tot zijn moeder: “Vrouw, zie uw zoon.” Vervolgens zei Hij tot de leerling: “Zie uw moeder.” En van dat uur af nam de leerling haar bij zich op. Hierna, wetend dat nu alles was volbracht, opdat de Schrift zou worden volbracht, zei Jezus: “Ik heb dorst.” Er stond daar een kruik vol zure wijn. Ze staken dus een spons vol zure wijn op een hysopstengel, en brachten die aan zijn mond. Toen Jezus dan van de zure wijn genomen had, zei Hij: “Het is volbracht,” en nadat Hij het hoofd had gebogen, gaf Hij de geest. Aangezien het voorbereidingsdag was en opdat de lichamen niet aan het kruis bleven op sabbat – want het was de grote dag van die sabbat –
vroegen de Joden aan Pilatus dat van hen de benen werden gebroken en zij zouden worden weggehaald. Daar¬op kwamen de soldaten en braken de benen van de eerste en van de andere die met Hem was gekruisigd. Toen zij echter bij Jezus kwa¬men en zagen dat Hij reeds dood was, braken zij zijn benen niet; maar een van de soldaten door¬stak zijn zijde met een lans; en onmiddellijk kwam er bloed en water uit.

Zo spreek de Heer.

Voorbede
Bidden wij op voorspraak van Maria, de Moeder van de Kerk,
tot God onze Vader:

Voor Paus Leo XIV, de bisschoppen en alle herders van de Kerk.
Dat zij met liefde over de wereldwijde geloofsgemeenschap waken
en velen het geloof binnen leiden.
Laat ons bidden…

Voor alle gelovigen.
Dat zij de beloften van hun doopsel niet verwaarlozen,
maar naar de aansporing van Maria
doen wat de Heer van hun vraagt.
Laat ons bidden….

Voor ons allen.
Dat deze viering van Maria’s Moederschap over de Kerk
ons sterkt in ons geloven, hopen en liefhebben.
Dat wij de eenheid onder elkaar bewaren
en elkaar tot troost en steun zijn.
Laat ons bidden…

Voor allen die lijden onder het oorlogsgeweld in Gaza en Oekraïne.
Voor onze zieken en voor allen de rekenen op ons gebed.
Voor onze dierbare overledenen, met name voor…
In een moment van stilte bidden we voor onze persoonlijke intenties.

God, altijd blijft Gij bezig
uit alle naties U een volk bijeen te brengen
dat in de Geest tot eenheid groeit.
Geef dat uw kerk, trouw aan haar zending
en onder de voorspraak van de H. Maagd Maria,
altijd samen met de mensheid optrekt
als het zuurdeeg en de ziel in de menselijke samenleving
die in Christus vernieuwd
en tot Gods eigen gezin herschapen moet worden.
Door Christus onze Heer.


PINKSTEREN 7 en 8 juni 2025

EERSTE LEZING Hand.2,1-11

Uit de Handelingen van de Apostelen

Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome man¬nen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liep het volk te hoop en tot zijn verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: “Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 104

Refrein:
Zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven,
dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, wat zijt Gij groot, Heer mijn God! Hoe veel is het wat Gij gedaan hebt, Heer, de aarde is vol van uw schepsels. Refrein

Neemt Gij hun geest weg, dan komen zij om, en keren terug tot de aarde.
Maar zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw. Refrein

De roem van de Heer blijve eeuwig bestaan, Hij vinde zijn vreugde in al zijn schepsels; Mogen mijn woorden Hem aangenaam zijn, dan zal ik mij in de Heer verheugen. Refrein

TWEEDE LEZING Gal., 5, 16-25

Uit de brief van het heilige apostel Paulus aan de Galaten

Broeders en zusters, leeft naar de Geest, dan zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht dicteert. Wat de zelfzucht wil, strijdt met de Geest, en omgekeerd, het verlangen van de Geest komt in botsing met het egoïsme. Die twee liggen met elkaar overhoop zodat ge niet kunt doen wat ge zoudt willen doen. Maar als ge u door de Geest laat leiden, staat ge niet onder de wet. De uitingen van zelfzucht zijn bekend genoeg: ontucht, onreinheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, haat, tweespalt, afgunst, driftbuien en intriges, ruzies, partijschappen en jaloersheden, drinkgelagen, uitspattingen en zo meer. Ik waarschuw u zoals ik u al eerder gewaarschuwd heb: wie zich zo misdragen zullen het koninkrijk van God nooit erven.
De vrucht van de Geest daarentegen is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid. Met zulke dingen heeft geen wet iets te maken. En zij die bij Christus Jezus horen, hebben hun zelfzucht gekruisigd met haar hartstochten en begeerten. Daar wij leven door de Geest, willen we ook leven volgens de Geest.

Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 15, 26-27; 16, 12-15

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: „Wanneer de Helper komt die Ik u van de Vader zal zen den, de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat, zal Hij over Mij getuigenis afleggen. Maar ook gij moet getuigen, want vanaf het begin zijt gij bij Mij. Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu nog niet dragen. Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen. Hij zal niet uit zichzelf spreken maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Daarom zei Ik dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. AI wat de Vader heeft is het mijne.”

Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Ook over ons wil de Vader zijn heilige Geest uitstorten.
Daarom mogen wij vol vertrouwen bidden om zijn zevenvoudige gave:

Kom heilige Geest, en schenk uw gaven van wijsheid en verstand
aan de herders van de Kerk.
Dat zij ons blijven voorgaan in de liefde voor Gods Naam.
Laat ons bidden…

Kom heilige Geest, en schenk uw gaven van kennis en ontzag
aan hen die ons land besturen.
Open hun ogen voor gerechtigheid en vrede
en laat hen zorg dragen voor uw schepping. Laat ons bidden…

Kom heilige Geest, en beziel de jongeren in onze parochie,
die het sacrament van het vormsel mochten ontvangen.
Laat ons bidden…

Kom heilige Geest, en schenk uw gave van sterkte
aan hen die bedroefd zijn, aan hen die ziek zijn
of op welke wijze ook te lijden hebben.
Laat ons bidden…

Kom heilige Geest,
en schenk uw vriendelijkheid, goedheid en ingetogenheid aan ons allen.
Beziel onze parochiegemeenschap en
beziel al onze Nederlandse missionarissen.
Laat ons bidden…

We bidden voor onze dierbare overledenen, met name voor…

In een moment van stilte leggen we voor aan God
wat er leeft in ons eigen hart…

Almachtige eeuwige God,
Gij hebt ons op het gebed van uw Zoon
de Geest van de waarheid gegeven,
de Helper die voor altijd bij ons zal zijn;
Wij vragen U: laat ons trouw zijn aan de Heilige Geest
die wij ontvangen hebben en maak ons tot waarachtige getuigen
van de verrijzenis.
Door Christus onze Heer.


ZEVENDE ZONDAG VAN PASEN 31 MEI EN 1 JUNI 2025

EERSTE LEZING Hand. 7, 55-60

Uit de Handelingen der Apostelen

In die dagen staarde Stefanus, vervuld van de heilige Geest, naar de hemel en zag Gods heerlijkheid en Jezus staande aan Gods rechterhand; en hij riep uit: „Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.” Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopten hun oren toe en stormden als één man op hem af. Zij sleepten hem buiten de poort en stenigden hem. De getuigen legden hun mantels neer aan de voeten van een jongeman die Saulus heette. Terwijl zij Stefanus stenigden bad hij: „Heer Jezus, ontvang mijn geest.” Toen viel hij op zijn knieën en riep met luide stem: „Heer, reken hun deze zonde niet aan.” Na deze woorden ontsliep hij.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 97
Refrein: De Heer is koning, Hij is de allerhoogste

De Heer is koning, de aarde mag juichen, blij zijn de landen rondom de zee. Donkere wolken vormen zijn lijfwacht, recht en gerechtigheid dragen zijn troon. Refrein

De hemel verkondigt zijn heiligheid en alle volken aanschouwen zijn glorie. Voor Hem werpen alle goden zich neer; de Sion verneemt het met vreugde.
Refrein

Want heel de aarde staat onder uw macht, Gij zij de hoogste der goden. Refrein

TWEEDE LEZING Openbaring 22,12-14.16-17.20

Uit de openbaring van de heilige apostel Johannes

Ik, Johannes hoorde een stem, die tot mij sprak: “Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon breng Ik mee om ieder te vergelden naar zijn werk. “Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, de Oorsprong en het Einde. Zalig zij die hun kleren rein wassen. Zij zullen recht krijgen op de boom des levens en door de poorten mogen ingaan in de Stad. Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze openbaringen aangaande de kerken bekend te maken. Ik ben de Wortel uit het geslacht van David, de stralende Morgenster. De Geest en de Bruid zeggen: “Kom!” Laat wie het hoort zeggen: “Kom!” Wie dorst heeft kome. Wie wil, neme het water des levens, om niet. Hij die dit alles waarborgt, spreekt: “Ja, Ik kom spoedig.” Amen. Kom, Heer Jezus!
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 17, 20-26

Uit het evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad: „Heilige Vader, niet alleen voor hen bid Ik maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U; dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt. Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij één zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden en hen hebt liefgehad zoals Gij Mij hebt liefgehad. Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt met Mij mogen zijn waar Ik ben, opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt daar Gij Mij lief hebt gehad vóór de grondvesting van de wereld. Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, Ik heb U erkend, en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt. Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad in hen moge zijn en Ik in hen.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Heer, onze God, op weg naar Pinksteren
zijn wij hier biddend en hoopvol bij U,
en vragen om de komst van uw heilige Geest.

Wij bidden voor onze Paus Leo XIV,
onze bisschoppen, priesters, diakens, religieuzen
en voor alle vrouwen en mannen die werkzaam zijn in het pastoraat.
Om het vuur van Gods Geest bij de verkondiging van het evangelie.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor alle christenen op weg naar Pinksteren.
Dat zij in vrede en met vreugde de Blijde Boodschap
zichtbaar maken in onze wereld.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor onze aarde en allen die het land bewerken;
dat het land goede vruchten mag voortbrengen,
en voedsel geeft voor al wat leeft.
Laat ons bidden…

We bidden voor het welzijn van onze eigen Odaparochie,
voor onze zieken,
en voor allen die rekenen op ons gebed.
We bidden voor onze dierbare overledenen,
met name voor…

In een moment van stilte leggen we aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart. (stilte)

Kom, heilige Geest,
vervul de harten van uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Zend uw Geest uit
en alles zal herschapen worden;
En Gij zult het aanschijn van de aarde vernieuwen.
Door Christus onze Heer. Amen


HEMELVAARTSDAG 29 mei 2025

EERSTE LEZING (Hand.1,1-11)

Uit de Handelingen der Apostelen.

Mijn eerste boek, Teófilus, heb ik geschreven over alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft tot aan de dag, waarop Hij zijn opdracht gaf aan de Apostelen die Hij door de Heilige Geest had uitgekozen, en waarop Hij ten hemel werd opgenomen. Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen dat Hij in leven was. Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het Rijk Gods. Terwijl Hij met hen at beval Hij hun Jeruza¬lem niet te verlaten, maar de belofte van de Vader af te wachten die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt: “Johan¬nes doopte met water, maar gij zult over enkele dagen gedoopt worden met de Heilige Geest.” Terwijl zij eens bijeengekomen waren stelden zij Hem de vraag: “Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?” Maar Hij gaf hun ten antwoord: “Het komt U niet toe dag en uur te kennen die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld. Maar gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest die over U komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde.” Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhoog geheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden, stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen die zeiden: “Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? “Deze Jezus die van U is weggenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.”
Zo spreekt de Heer.

TWEEDE LEZING (Hebreeën 9,24-28; 10,19-23)

Broeders en zusters, Christus is niet het heiligdom binnengegaan dat, door mensenhanden gemaakt, slechts een symbool is van het waarachtige heiligdom; Hij is de hemel zelf binnengegaan om er nu voor onze zaak bij God present te zijn. Ook hoeft Hij zich daar niet telkens opnieuw te offeren, terwijl de hogepriester, jaar in jaar uit het allerheiligste binnen gaat, met bloed dat niet het zijne is. Anders had Christus meerdere malen moeten lijden, vanaf het begin van de wereld; maar in feite is Hij slechts een maal verschenen, op het hoogtepunt van de geschiedenis, om door zijn offer de zonden te delgen. Het is het lot van de mens eenmaal te sterven, en daarna komt het oordeel; zo is ook Christus eenmaal geofferd, omdat Hij de zonden van allen op zich had genomen; als Hij een tweede maal verschijnt, zal het zijn los van de zonde, om heil te brengen aan allen die naar Hem uitzien. Door het bloed van Jezus, broeders en zusters, hebben wij vrije toegang gekregen tot het heiligdom. In zijn eigen lichaam heeft Hij voor ons de nieuwe, levende weg gebaand, dwars door het voorhangsel heen. We hebben nu “die grote priester die over het huis van God is aangesteld.” Laten we dan dichterbij komen, maar met een oprecht hart en in de volle overtuiging van ons geloof, ons hart rein gesprenkeld van alle schuldbesef. Ons lichaam gewassen met zuiver water. Laten wij onwrikbaar vasthouden aan de belijdenis van onze hoop, want Hij die de belofte deed is betrouwbaar.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE (Lc.24.46-53)

Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Zò staat er geschreven dat de Christus zou lijden en dat Hij zou opstaan uit de doden op de derde dag, en dat in zijn naam bekering verkondigd zou worden tot vergeving van zonden, aan alle volkeren, te beginnen met Jeruzalem. Gij zijt hiervan getuigen. Zie, Ik zend de belofte van mijn Vader over u; blijft in de stad totdat gij uit den hoge met kracht zult zijn bekleed.” Hij leidde hen naar buiten tot bij Betanië; Hij hief de handen omhoog en zegende hen. En terwijl Hij hen zegende, ging Hij van hen weg en werd opgenomen ten hemel. Zij aanbaden Hem en keerden naar Jeruzalem terug met grote vreugde. En zij waren voortdurend in de tempel en zegenden God.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Laat ons bidden tot God,
die steeds bereid is om naar ons te luisteren
en ons te geven wat wij nodig hebben.

Gij zijt dicht bij ons
wanneer wij door woord en voorbeeld
getuigen van Uw Zoon.
Geef dat wij uw Blijde Boodschap van liefde en vergeving
verkondigen en voorleven.
Laat ons bidden…

Gij zijt dicht bij ons
wanneer wij in uw Naam bouwen aan een betere wereld.
Geef aan onze wereld de vrede die wij zelf niet kunnen geven.
Laat ons bidden…

Gij zijt dicht bij ons
nu wij hier samen zijn in uw Naam.
Geef dat wij ons daadwerkelijk inzetten
voor de komst van uw Rijk midden onder ons.
Laat ons bidden…

Gij zijt dicht bij ons,
daarom bidden we vol vertrouwen
voor het welzijn van onze eigen Odaparochie,
voor onze zieken, en voor allen die rekenen op ons gebed.
We bidden voor onze dierbare overledenen, met name voor…

In een moment van stilte leggen we aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.

God van onze Heer Jezus Christus,
Gij hebt uw Zoon, verheven boven alles.
Wij smeken U: dat de kracht van zijn heilige Geest
ook over ons neerdaalt en ons tot
zijn getuigen maakt tot het uiteinde der aarde.
Door Christus onze Heer.


ZESDE ZONDAG VAN PASEN 24 en 25 MEI 2025

EERSTE LEZING 15, 1-2. 22-29

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen verkondigden enige mensen die van Judea waren gekomen, aan de broeders de leer: „Indien ge u niet naar Mozaïsch gebruik Iaat besnijden, kunt ge niet gered worden.” Toen hierover onenigheid ontstond en Paulus en Barnabas in een felle woordenwisseling met hen raakten, droeg men Paulus en Barnabas en enkele andere leden van de gemeente op met deze strijdvraag naar de apostelen en oudsten in Jeruzalem te gaan. Deze besloten samen met de hele gemeente enige mannen uit hun midden te kiezen en met Paulus en Barnabas naar Antiochië te sturen: Judas, bijgenaamd Barsabbas en Silas, mannen van aanzien onder de broeders, en hun het volgende schrijven mee te geven: „De apostelen en de oudsten zenden hun broederlijke groet aan de broeders uit de heidenen in Antiochië, Syrië en Cilicië. „Daar wij gehoord hebben dat sommigen van ons u door woorden in verwarring hebben gebracht en uw gemoederen hebben verontrust, zonder dat ze van ons enige opdracht hadden gekregen, hebben wij eenstemmig besloten enige mannen uit te kiezen en naar u toe te sturen, in gezelschap van onze dierbare Barnabas en Paulus, mensen die zich geheel en al hebben ingezet voor de naam van onze Heer Jezus Christus. “Wij hebben dus Judas en Silas afgevaardigd die ook mondeling hetzelfde zullen overbrengen. „De heilige Geest en wij hebben namelijk besloten u geen zwaardere last op te leggen dan het strikt noodzakelijke: namelijk u te onthouden van spijzen die aan afgoden geofferd zijn, van bloed, van verstikt vlees en van ontucht. „Als gij uzelf daarvoor in acht neemt zal het u goed gaan. „Vaarwel!”
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit Psalm 67
Refrein: Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren.

God, wees ons barmhartig en zegen ons, toon ons het licht van uw aanschijn;
Opdat men op aarde uw wegen mag kennen, in alle landen uw heil. Refrein

Laat alle naties van vreugde juichen omdat Gij de volken rechtvaardig regeert
en alles op aarde bestuurt. Refrein

Geef dat de volken U eren, o God, dat alle volken U eren.
God geve ons zo zijn zegen dat heel de aarde Hem vreest. Refrein

TWEEDE LEZING Apok., 21, 10-14.22-23

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes

Een engel bracht mij, Johannes in de geest op een zeer hoge berg en toonde mij de heilige Stad, Jeruzalem, terwijl zij van God uit de hemel neerdaalde, stralend van de heerlijkheid Gods; zij schitterde als het kostbaarste gesteente en als kristalheldere jaspis. De Stad was omringd door een zeer hoge muur met twaalf poorten en aan de poorten stonden twaalf engelen; namen waren daarop gegrift, de namen van de twaalf stammen van Israël. Er waren drie poorten op het oosten, drie op het noorden, drie op het zuiden en drie op het westen. En de stadsmuur had twaalf grondstenen en daarop stonden de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam. Maar een tempel zag ik er niet want God, de Heer, de Albeheerser is haar tempel zoals ook het Lam. En de Stad heeft het licht van zon en maan niet nodig want de luister van God verlicht haar en haar lamp is het Lam.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 14, 23-29

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: „Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen. „Wie Mij niet liefheeft onderhoudt mijn woorden niet; en het woord dat gij hoort is niet van Mij maar van de Vader die Mij gezonden heeft. „Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben, maar de Helper, de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles Ieren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb. „Vrede Iaat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. „Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u. „Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden. „Gij hebt Mij horen zeggen: Ik ga heen maar Ik keer tot u terug. „Als Gij mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga want de Vader is groter dan Ik. „Nu, eer het gebeurt zeg Ik het u, opdat gij, wanneer het gebeurt, zult geloven.
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Heer, onze God, wij zijn hier hoopvol en bidden bij U.
Wil luisteren naar onze gebeden:

Bewaar in uw Naam alle christenen, wereldwijd.
Doordring hen met uw Geest en schenk hun de gaven
van geloof, hoop en liefde.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam allen die voor U willen getuigen.
Dat zij in vrede en vreugde
uw gelaat zichtbaar maken in onze wereld.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam onze parochiegemeenschap die hier samen is.
Dat wij ons geloof en onze gaven met elkaar delen
en één van hart U dienen.
Laat ons bidden…

Breugel:
Bewaar in uw Naam de leden van het jubilerende Genovevakoor
Dat zij nog vele jaren onze vieringen met hun gezang mogen opluisteren.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam onze eenzamen, zieken en stervenden.
Verlicht hun lijden en wees hen tot zegen en steun.
Bewaar onze dierbare overledenen.
Vandaag noemen we met name…
In stilte leggen we onze eigen intenties voor aan God…

Almachtige eeuwige God, Gij bemint hen die uw Zoon liefhebben
en zijn geboden onderhouden.
Wij bidden U: zend over ons de Helper,
de Geest van de waarheid
voor wie de wereld niet ontvankelijk is,
en laat deze Geest ons leven bezielen.
Door Christus onze Heer.

VOORBEDE VOOR DE RITA-VIERING IN BOSKANT

Keren wij ons tot God
en bidden wij op voorspraak van de heilige Rita:

Bewaar in uw Naam alle christenen, wereldwijd.
Doordring hen met uw Geest en schenk hun de gaven
van geloof, hoop en liefde.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam onze parochiegemeenschap
die hier samen is om het feest van de heilige Rita te vieren;
Dat wij ons geloof en onze gaven met elkaar delen
en één van hart U dienen.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam allen die voor U willen getuigen.
Dat zij in vrede en vreugde
uw gelaat zichtbaar maken in onze wereld.
Laat ons bidden…

Bewaar in uw Naam onze eenzamen, zieken en stervenden.
Verlicht hun lijden en wees hen tot zegen en steun.
Bewaar onze dierbare overledenen.
Vandaag noemen we met name…

In stilte leggen we onze eigen intenties voor aan God…

Laat ons bidden:
God, onze Vader, Gij hebt de Heilige Rita zoveel genade geschonken omdat zij vooral Uw Zoon wilde navolgen in liefde en lijden,
waarvan zij de tekens gedragen heeft in haar hart en op haar voorhoofd.
Wij smeken U: geef ons, door de tussenkomst van de Heilige Rita,
de kracht om iedereen lief te hebben
en ons lijden moedig te dragen.
Door Christus onze Heer.
Amen


VIJFDE ZONDAG VAN PASEN 17 en 18 mei 2025

EERSTE LEZING Hand., 14, 21-27

Uit de Handelingen der Apostelen

In die dagen keerden Paulus en Barnabas terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië. Daar bevestigden zij de leerlingen in hun goede gesteldheid, spoorden hen aan in het geloof te volharden en zeiden dat zij door vele kwellingen het Rijk Gods moeten binnengaan. In elke gemeente stelden zij na gebed en vasten oudsten voor hen aan, en vertrouwden hen toe aan de Heer in wie zij nu geloofden. Zij reisden door Pisidië naar Pamfylië, predikten het woord in Perge en bereikten Attália. Daar gingen ze scheep naar Antiochië vanwaar zij, aan Gods genade toevertrouwd, vertrokken waren naar het werk dat zij volbracht hadden. Na hun aankomst riepen zij de gemeente bijeen en vertelden alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht en hoe Hij voor de heidenen de poort van het geloof had geopend.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 145

Refrein:
U wil ik loven mijn God en Koning,
uw Naam verheerlijken voor altijd.

De Heer is vol liefde en medelijden, lankmoedig en zeer goedgunstig.
De Heer is bezorgd voor iedere mens, barmhartig voor al wat Hij maakte.
Refrein…

Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven.
Zij roemen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij.
Refrein…

Zij maken uw kracht aan de mensen bekend, de pracht van uw koninkrijk.
Uw rijk is een rijk voor alle eeuwen, uw heerschappij geldt voor ieder geslacht.
Refrein…

TWEEDE LEZING Apok., 21, 1-5a

Uit de openbaring van de heilige apostel Johannes

Ik, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer. En ik zag de heilige Stad, het nieuwe Jeruzalem van God uit de hemel neerdalen, schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid. Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon: “Zie hier Gods woning onder de mensen! “Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn. En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn want al het oude is voorbij.” En Hij die op de troon is gezeten sprak: “Zie, Ik maak alles nieuw.”
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 13. 31-33a. 34-35

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot de leerlingen: “Nu is de Mensenzoon verheerlijkt en God is verheerlijkt in Hem. Als God in Hem verheerlijkt is zal God ook Hem in zichzelf verheerlijken, ja, Hij zal Hem spoedig verheerlijken. Kindertjes, nog maar kort zal Ik bij u zijn. Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

In het besef dat God ons liefheeft
durven wij nu vol vertrouwen
onze vragen en smeekbeden aan Hem voor te leggen.

Bidden wij voor allen die geroepen zijn
om leiding te geven in onze Kerk.
Dat zij hun ambt uitoefenen in dienstbaarheid en liefde.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor de kinderen uit onze Odaparochie
die hun Eerste Heilige Communie ontvangen.
Wij bidden om geloof en hoop
voor alle gezinnen van onze parochie.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor allen die in deze meimaand
een bedevaart maken of een Maria-plaats in onze omgeving bezoeken.
Dat deze pelgrimage hen tot zegen zal zijn.
Laat ons bidden…

Bidden wij voor onze zieken,
en voor alle mensen die om ons gebed hebben gevraagd.
Bidden we voor onze dierbare overledenen…

In een moment van stilte
bidden we voor onze eigen intenties
Laat ons bidden…

Vader van Barmhartigheid,
Gij weet wat wij nodig hebben.
Aan uw liefde vertrouwen wij ons volledig toe.
Wees voor ons een goede en trouwe God,
alle dagen tot in eeuwigheid.
Amen


VIERDE ZONDAG VAN PASEN 10 en 11 MEI 2025
ZONDAG VAN DE GOEDE HERDER / ROEPINGENZONDAG

EERSTE LEZING Hand., 13, 14. 43-52

Uit de Handelingen der Apostelen
In die dagen reisden Paulus en Barnabas langs Perge naar Antiochië in Pisidië, waar zij op de sabbat de synagoge binnengingen. Na afloop van de dienst in de synagoge liepen vele joden en godvrezende proselieten met Paulus en Barnabas mee; dezen spraken hen toe en drongen er bij hen op aan in de genade van God te volharden. De volgende sabbat kwam bijna de hele stad bijeen om naar het woord van God te luisteren. Bij het zien van die grote menigte werden de Joden zeer afgunstig en beantwoordden de uiteenzetting van Paulus met beschimpingen. Toen verklaarden Paulus en Barnabas in alle vrijmoedigheid: “Tot u moest wel het eerst het woord van God gesproken worden, maar omdat gij het afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig keurt, daarom richten wij ons voortaan tot de heidenen. Want aldus luidt de opdracht van de Heer tot ons: Ik heb u bestemd als een licht voor de heidenen, opdat gij redding zoudt brengen tot aan het uiteinde van de aarde.” Toen de heidenen dit hoorden waren zij verheugd en verheerlijkten het woord van God, en allen die tot het eeuwig leven waren voorbestemd namen het geloof aan. Het woord des Heren verbreidde zich door heel die streek, maar de Joden hitsten de godvrezende vrouwen op die uit de toonaangevende kringen kwamen en ook de voornaamste burgers uit de stad; zij veroorzaakten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en verjoegen hen uit hun gebied. Dezen schudden het stof van hun voeten ten teken dat zij met hen gebroken hadden en gingen naar Ikonium. De leerlingen echter waren vervuld van vreugde en van de heilige Geest.

Zo spreekt de Heer…

ANTWOORDPSALM uit psalm 100
Refrein: Wij zijn zijn kudde en zijn volk.

Juicht voor de Heer, alle landen, dient met blijdschap de Hee. Treedt onbezorgd voor zijn Aanschijn, waarlijk de Heer is God. Refrein

Hij is de Schepper en Meester, wij zijn kudde, zijn volk.
Eindeloos is zijn erbarmen, trouw van geslacht op geslacht. Refrein

TWEEDE LEZING Apok.,7,9.14b-17

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes

Ik, Johannes zag een geweldige menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand. Toen zei een van de oudsten tot mij: “Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking, die hun gewaden hebben wit gewassen in het bloed van het Lam. Daarom staan zij voor de troon van God en dienen Hem dag en nacht in zijn tempel, en Hij die op de troon is gezeten zal zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen nooit meer honger of dorst lijden, geen zonnesteek of woestijngloed zal hen treffen, want het Lam in het midden van de troon zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.”

Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 10, 27-30

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en ze volgen Mij. Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven. Mijn Vader immers die ze Mij gegeven heeft is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven. Ik en de vader, Wij zijn één.”

Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

God heeft Jezus aangesteld tot Goede Herder over zijn volk.
Daarom bidden wij vol vertrouwen tot Hem:

Heer, wij danken U voor paus N. die Gij tot opvolger van de apostel Petrus hebt aangesteld en tot herder van heel uw Kerk.
Schenk hem de geest van wijsheid en sterkte, de geest van kennis en ontzag voor uw Naam om het christenvolk dat hem is toevertrouwd met toewijding te leiden op de weg van het geloof en bij te dragen tot de opbouw van de Kerk en het welzijn van velen in onze wereld.
Laat ons bidden…

Wij bidden U voor de herders van landen en volkeren.
Geef, Heer, dat zij niet uit zijn op eigen voordeel
maar het welzijn van allen nastreven.
Laat ons bidden…

Wij bidden voor alle mensen, jong en oud
die hun leven in dienst stellen van God en de mensen
als priester, diaken of religieus of anderszins.
Heer, moge allen die geroepen en gezonden zijn,
zich verenigen in liefde voor uw Naam.
Laat ons bidden…

Vandaag op Moederdag bidden we speciaal
om zegen over alle moeders;
die ons het leven schonken en hun liefde.
Dat wij hen nooit vergeten.
Laat ons bidden…

We bidden voor onze zieken
en voor allen die gevraagd hebben om ons gebed.
Voor onze dierbare overledenen, met name voor…
In stilte bidden we nu voor alles wat er leeft
in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Heer, onze God,
met tedere goedheid leidt Gij uw Kerk
breng ons thuis bij U langs de weg
die de Goede Herder ons is voorgegaan,
Christus, onze Heer.
Amen.


DERDE ZONDAG VAN PASEN 4 MEI 2025

EERSTE LEZING Hand., 5, 27b-32. 40b-41

Uit de Handelingen der Apostelen

In die dagen ondervroeg de hogepriester de apostelen: “Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden in de naam van Jezus onderricht te geven? Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer. Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen.” Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord: “Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt, aan wie gij u vergrepen hebt door Hem aan het kruis te slaan. Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israël bekering en kwijtschelding van zonden te schenken. Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.” Maar men verbood de apostelen te spreken in de naam van Jezus en stelde hen in vrijheid. Zij verlieten de Hoge Raad, verheugd dat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van Jezus’ naam.
Zo spreekt de Heer.

ANTWOORDPSALM uit psalm 30
Refrein: U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd.

U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd, Gij hebt mijn vijanden niet laten zegevieren. Heer, uit het dodenrijk hebt Gij mijn ziel verlost, Gij hebt mij losgemaakt van die ten grave dalen. Refrein

Bezingt de Heer dan met mij, al zijn vromen, en dankt zijn Naam die hoogverheven is. Zijn toorn duurt kort, maar zijn genade levenslang, de avond brengt geween, de ochtend blijdschap. Refrein

Heer, luister en ontferm u over mij, mijn God, sta mij terzijde met uw hulp.
Gij hebt mijn rouwklacht in een vreugdedans veranderd, U zal ik loven, Heer mijn God, in eeuwigheid. Refrein

TWEEDE LEZING Apok., 5, 11 – 14

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johan nes

Ik, Johannes zag toe en hoorde de stem van talloze engelen rondom de troon en de stem van levende wezens en van de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen; en zij riepen luid: “Waardig is het Lam dat geslacht werd te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de kracht, en eer en heerlijkheid en lof.” En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en in de zee, het ganse heelal hoorde ik roepen: “Aan Hem die gezeten is op de troon en aan het Lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen!” En de vier levende wezens zeiden: “Amen.” En de oudsten vielen in aanbidding neer.
Zo spreekt de Heer.

EVANGELIE Joh., 21, 1-19

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd verscheen Jezus andermaal aan de leerlingen bij het meer van Tiberias. De verschijning verliep als volgt: Er waren bijeen Simon Petrus, Tomas die ook Didymus genoemd wordt, Natánaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee van zijn leerlingen. Simon Petrus zei tot hen: “Ik ga vissen.” Zij antwoordden: “Dan gaan wij mee.” Zij gingen dus op weg en klommen in de boot maar ze vingen die nacht niets. Toen het reeds morgen begon te worden stond Jezus aan het strand, maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. Jezus sprak hen aan: “Vrienden, hebben jullie soms wat vis?” “Neen,” zeiden ze. Toen beval Hij hun: “Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zult ge iets vangen.” Nadat ze dit gedaan hadden, waren ze niet meer bij machte het net op te halen vanwege de grote hoeveelheid vissen. Daarop zei de leerling van wie Jezus veel hield tot Petrus: “Het is de Heer!” Toen Simon Petrus hoorde dat het de Heer was trok hij zijn bovenkleed aan – want hij droeg slechts een onderkleed – en sprong in het meer. De andere leerlingen kwamen met de boot, want zij waren niet ver van de kust, slechts ongeveer tweehonderd el, en sleepten het net met de vissen achter zich aan. Toen zij aan land waren gestapt, zagen zij dat er een houtskoolvuur was aangelegd met vis erop en brood. Jezus sprak tot hen: “Haalt wat van de vis die gij juist ontvangen hebt.” Simon Petrus ging weer aan boord en sleepte het net aan land. Het was vol grote vissen, honderddrieënvijftig stuks en ofschoon het er zoveel waren, scheurde het net niet. Jezus zei hun: “Komt ontbijten.” Wetend dat het de Heer was durfde geen van de leerlingen Hem vragen: “Wie zijt Gij ?” Jezus trad dichterbij, nam het brood en gaf het hun en zo ook de vis. Dit was nu de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen sinds Hij uit de doden was opgestaan. Na het ontbijt zei Jezus tot Simon Petrus: “Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij meer lief dan dezen Mij liefhebben?” Hij antwoordde: “Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin.” Jezus zei hem: “Weid mijn lammeren.” Nog een tweede maal zei Hij tot hem: “Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?” En deze antwoordde: “Ja Heer, Gij weet dat ik U bemin. Jezus hernam: “Hoed mijn schapen.” Voor de derde maal vroeg Hij: “Simon, zoon van Johan¬nes, hebt ge Mij lief?” Nu werd Petrus bedroefd, omdat Hij hem voor de derde maal vroeg: Hebt ge Mij lief? en hij zeide Hem: “Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U bemin. Daarop zei Jezus hem: “Weid mijn schapen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen ge jong waart deed ge zelf uw gordel om en gingt waarheen ge wilde, maar wanneer ge oud zijt zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt.” Hiermee zinspeelde Hij op de dood waardoor Hij God zou verheerlijken. En na deze woorden zei Hij hem: “Volg Mij.”
Zo spreekt de Heer.

VOORBEDE

Bidden wij tot de God die in Zijn barmhartigheid altijd naar ons luistert

Heer, wij bidden U voor de kardinalen die vanaf komende woensdag in Rome bijeenkomen voor het conclaaf. Vervul hen met de geest van inzicht, wijsheid, waarheid en vrede. Schenk in uw overgrote liefde aan onze Kerk een herder die, als opvolger van de apostel Petrus, U welgevallig is en voor ons een zegen zal zijn door zijn nooit aflatende zorg voor de gemeenschap van de Kerk en het welzijn van de wereld.
Laat ons bidden…

Voor allen die in deze dagen stilstaan
bij hen die in het geweld van de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen;
voor hen die vielen voor onze vrijheid.
Wij bidden ook voor allen die vandaag slachtoffer zijn van oorlog en geweld.
Dat hun leven en sterven niet tevergeefs is geweest.
Laat ons bidden…

Bidden wij ook uit dankbaarheid
voor het kostbare geschenk van de vrijheid
waarin wij mogen leven.
Dat wij er Gods liefde in ervaren en ook
zelf meewerken het gebod van de liefde voor te leven.
Laat ons bidden…

We bidden voor het welzijn van onze eigen Odaparochie,
voor onze zieken,
en voor allen die rekenen op ons gebed.
We bidden voor onze dierbare overledenen, met name voor…

In een moment van stilte leggen we aan God voor,
wat er leeft in ons eigen hart.
Laat ons bidden…

Heer God,
Bij U is een nieuw begin altijd mogelijk.
Laat uw liefde het richtsnoer zijn bij al ons handelen.
Dat wij elkaar de genade niet onthouden
die wij zelf van U verwachten.
Door Christus onze Heer.