Column: Vijftigdagentijd

Veel mensen kennen wel de bekende vastentijd die normaliter volgt op een uitbundig en gezellig Carnaval. Die vastentijd heet tegenwoordig officieel Veertigdagentijd. Veertig dagen van inspanning, althans pogingen tot inspanning, om ons geestelijk leven te hernieuwen. Dan volgt Pasen, de vreugde rondom de verrezen Heer, en richten wij ons allemaal op de lente met hopelijk mooi weer op komst. Wat velen misschien niet weten is dat de christenen eigenlijk in deze periode niet genoeg krijgen van feesten. Pasen wordt in het chique Latijn de Solemnitas Solemnitatum genoemd; het feest der feesten. We vieren daarbij niet alleen Paaszondag met een calvinistisch extra vrije tweede Paasdag. De Roomsen onder ons mogen zich acht dagen lang verblijden en verheugen met de viering van het zogenaamde Paasoctaaf dat afgelopen zondag (11 april 2021) met Beloken Pasen is afgesloten.

Toch krijgen wij er geen genoeg van. Het christelijke geloof is een echt paasgeloof. Het geloof in de verrijzenis staat centraal. Het is geen mythisch verhaal dat verwijst naar de opbloeiende lente waar alles weer tot leven komt. Een paashaas die eieren weggeeft heeft er ook weinig mee te maken. Het paasgeloof is ook geen innerlijke ervaring van een aantal mensen die slechts denken Jezus gezien te hebben. De vondst van het lege graf is geen fake news dat verspreid wordt door de leerlingen die het lijk hebben verdoezeld. De verrijzenis van de Heer uit de doden is ten diepste historische realiteit, die zo uniek is dat het de categorieën van ons denken doorbreekt en ons alleen vol verwondering en geloof kan doen staan over wat daar gebeurd is.

Vandaar dat wij zoiets hebben als een Paastijd die ik spontaan maar benoem als de Vijftigdagentijd. Vijftig dagen lang verheugen wij ons als christenen over deze gebeurtenis en denken wij na over dit wonderbaarlijke mysterie dat ook ons eigen leven betreft. Wij zijn in Christus immers ook geroepen om eens te delen in verrijzenis en eeuwig leven. Vijftig dagen lang, pentekoste in het Grieks, waar ons woord Pinksteren vandaan komt; de vijftigste dag. Vijftig dagen lang nadenken met ons eigen verstand; en we komen er niet uit; we kunnen het niet bevatten. Vijftig dagen lang en op de vijftigste dag zendt God ons zijn heilige Geest; die inzicht en verlichting geeft. Hij komt brengen aan alle mensen die ervoor open staan; het licht van het geloof. Uit onszelf kunnen wij zelfs nog niet geloven. Geloven is immers ook een gave van Gods Geest die zich wil schenken aan ieder mens van goede wil. Zo staat Pasen aan het begin en Pinksteren aan het einde van een wonderlijke Vijftigdagentijd.