Over het leven van de H. Oda

De heilige Oda van Brabant leefde volgens oude verhalen rond het jaar 680. Ze zou geboren zijn als dochter van een koning in Schotland. Oda groeide op als prinses, maar had één groot probleem: ze was blind. Voor haar vader was dat moeilijk, want hij hoopte dat zijn dochter later een belangrijke rol in het koninkrijk zou kunnen spelen. Toen hij hoorde over wonderlijke genezingen bij het graf van de heilige Lambertus in Luik, stuurde hij Oda daarheen in de hoop dat zij genezen zou worden.

Volgens de overlevering gebeurde daar iets bijzonders. Oda bad bij het graf van Lambertus en kreeg haar zicht terug. Dat moment veranderde haar leven compleet. Waar haar vader dacht aan een toekomst als prinses en misschien zelfs koningin, voelde Oda zelf dat ze een andere weg wilde volgen. Ze wilde niet leven in luxe of macht, maar juist in eenvoud en geloof. Volgens het verhaal zette ze daarom haar kroon af en nam afscheid van het leven dat voor haar was bedacht. Daarom zie je op veel afbeeldingen de kroon onder haar voeten.

Dat leidde tot onenigheid met haar vader, die vond dat zij moest trouwen en haar plichten als prinses moest vervullen. Oda besloot uiteindelijk te vluchten. Samen met anderen trok ze door Europa als pelgrim. Ze bezocht heilige plekken zoals Rome en Monte Gargano in Italië. Die reis gaf haar steeds meer het gevoel dat ze haar eigen keuzes mocht maken en haar leven aan God en andere mensen wilde wijden.

Na veel omzwervingen kwam Oda terecht in de streek die we nu Brabant noemen. Volgens de verhalen woonde ze eerst een tijd in Venray en Weert, waar ze leefde in eenvoudige hutjes op de heide. In veel verhalen spelen eksters een opvallende rol. Soms verraadden de vogels haar aanwezigheid aan nieuwsgierige dorpelingen, maar soms beschermden ze haar juist tegen gevaar. Daarom wordt Oda nog steeds vaak afgebeeld met een ekster.

Uiteindelijk vestigde ze zich in het gebied dat later Sint-Oedenrode zou gaan heten. Het was toen nog een ruig gebied met bossen, moerassen en weilanden. Oda leefde daar als kluizenares: eenvoudig, rustig en dicht bij de natuur. Ze bad veel, hielp mensen en stond bekend als iemand die troost en wijsheid bracht. Samen met bewoners uit de omgeving hielp ze het gebied ontginnen. Waarschijnlijk komt de naam “Rode” of “Rooi” daar vandaan: een stuk land dat bewerkt en vrijgemaakt werd.

Oda overleed waarschijnlijk rond het jaar 713 of 726, al weten historici dat niet zeker. Na haar dood ontstonden verhalen over wonderen bij haar graf. Zo zou er ’s nachts een helder licht boven haar graf zijn verschenen. Mensen zagen dat als een teken dat Oda heilig was. Pelgrims kwamen van heinde en verre naar haar graf om te bidden of genezing te vragen. Vooral mensen met oogproblemen riepen haar hulp in, omdat zij zelf ooit blind was geweest.

Op de plek van haar graf werd eerst een kleine houten kapel gebouwd en later een stenen kerk. In de elfde eeuw werden haar relieken overgebracht naar een grotere kerk in Rode. Vanaf dat moment groeide haar verering snel. Het dorp kreeg uiteindelijk zelfs haar naam: Sint-Oedenrode, oftewel het ontgonnen land van Sint-Oda. Tot op de dag van vandaag zijn daar nog plekken te bezoeken die herinneren aan haar leven, zoals de Odakapel en de Martinuskerk.

Hoewel niet alle verhalen historisch bewezen kunnen worden, blijft Oda een bijzondere figuur. Haar verhaal gaat over trouw blijven aan jezelf, kiezen voor wat echt belangrijk is en de moed hebben om een eigen weg te gaan. Juist daarom spreekt haar leven nog steeds veel mensen aan. Oda wordt gezien als beschermheilige van mensen met oogziekten en haar feestdag wordt ieder jaar gevierd op 27 november.