Er zijn nog zes wachtenden voor u…

Wachten heeft in onze tijd bijna alleen nog maar een negatieve klank. Wachten is vervelend. En waarom zou je wachten op iets leuks dat komt, als je het ook nu al kunt hebben. Vroeger moest je wel wachten op de eerste aardbeien van de zomer, nu kun je ze zelfs met kerstmis in de winkel kopen. Je moest wachten tot het weer zaterdag was, voordat de volgende aflevering van Hamelen op televisie kwam; nu hebben we alles op DVD of “on demand”. Het Sinterklaas-snoepgoed ligt al in de winkel als we nog genieten van een mooie nazomer. En de Goedheiligman heeft zijn hielen nog niet gelicht of in de kamer wordt plaats gemaakt voor de kerstboom. Die overigens op de derde kerstdag al weer naar buiten kan, want dan zijn we er op uitgekeken en we maken ons op voor de jaarwisseling… We rollen van het ene feest in het andere, zonder te wachten…

Eigenlijk past de Advent helemaal niet bij ons moderne leven. Want Advent is een tijd waarin het wachten juist gekoesterd worden. Elke week één kaarsje meer, telkens iets meer licht… Langzaam toeleven naar Kerstmis, er naar uitzien. Tijd om je voor te bereiden, wachten en op wacht staan.

Eigenlijk vinden we de mooiste vorm van wachten in de parabel van Jezus over de vader die wacht op de terugkeer van de verloren zoon. En misschien is dat wel wat Advent ten diepte betekent?  Dat God wacht op ons, op onze terugkeer? Laten we Hem tegemoet gaan.