Sint-Oedenrode |
|||
|
versie
|
Heilige Antonius van Padua - Nijnsel Lieshoutseweg 9a Mgr. Bekkersplein 1 Ook als je heel ver terug gaat in de geschiedenis vind je steeds dat er een plaats is, een heilige plek voor de godheid, een tempel, een heilig huis, een kerk. Die sacrale ruimte is altijd kenbaar, door bijzondere ligging, door afbakening, door centrumpositie; men kiest de beste plaats, een pleisterplaats waar het goed samenkomen is. En de kerk wordt gebouwd; een huis voor de Heer, voor God - Aula Dei - en ook een huis voor allen die de Heer zoeken, willen ontmoeten - God met ons. Daarbinnen voltrekken zich de gewijde handelingen die uitdrukking zijn van Godsgeloof en vertrouwen. Daarbinnen, want buiten, in de bonte, razend drukke wereld - zij lijkt te bestaan uit economie en technologie - is het heel moeilijk God tegen te komen... steeds je bewust te zijn dat je hem ontmoet in iedere medemens. Daarbinnen kom je in Zijn sfeer, daarbinnen hoor je Zijn Woord, daarbinnen staat Zijn tafel. De Goede Herder kerk is een gebouw van onze tijd. 1963 Opdracht aan Dr.Ir. Pieter Dijkema, architect te
Nijmegen. In de absis
- de ruimte achter het altaar, trappen leiden er naartoe - In het hoge midden een kruis en het gelaat van de Heer.
Op de vloer in de absis zie je een
grote, ronde steen. In dit huis van de Herder zijn wij samen in vrede. Vanuit dit huis gaan wij naar buiten, de wijde wereld in; De beeldhouwer is Niel Steenbergen, 1993. Op de wanden links en rechts van
de absis kruiswegstaties.
Maria,
Moeder, Haar schoot... Haar handen... Haar gelaat... Het beeld is gemaakt door Achtergrondinformatie over het kerkgebouw. Pastoor Smitsstraat 44 Kerkplein 47a
De Martinuskerk van Sint-Oedenrode staat op de plaats, waar in het begin van de 12e eeuw heer Arnold van Rode een Sint-Odakerk stichtte. De kerk stond binnen de grachten van de grafelijke burcht van Rode. Het was geen parochiekerk. Die stond in de wijk Eerschot, aan Martinus toegewijd. De Odakerk was een soort bedevaartkerk, waar het gebeente van Sint-Oda vereerd werd en waaraan negen kanunniken verbonden waren. Deze geestelijken woonden apart in huizen, verspreid in het dorp en hadden vaak royale inkomsten. Speciaal aan de Markt stonden enkele grote huizen, die door kanunniken werden bewoond. De oudste stukken, waarin sprake is van het kapittel van Sint-Oedenrode zijn enkele oorkonden uit de 13e eeuw. Zo is er een die handelt over kanunnik Theodoricus, een zoon van Heer Giselbert van Rode. Deze oorkonde uit 1207 is het oudste schriftelijke bewijsstuk over het Sint-Odakapittel. Op veel plaatsen ontstonden reguliere kapittels, groepen kanunniken, die in gemeenschap leefden. Het kapittel van Sint-Oedenrode bleef een seculier kapittel, de kapittelheren bleven zelfstandig wonen, maar moesten wel gezamenlijk diensten verrichten in de Odakerk. De hertogen van Brabant, die rond 1230 in de rechten getreden waren van de Heren (graven) van Rode, hadden het benoemingsrecht van de kanunniken. In 1248 heeft Hertog Hendrik III bepaald, dat het pastoraat van de Martinuskerk te Eerschot kwam te vallen onder de deken van het Sint-Odakapittel. Ook werd toen de oprichting van een scholasterij (kapittelschool) geregeld. Een der kanunniken werd tot scholaster benoemd. Het is bekend, dat er ooit een scholaster heeft gewoond in het huis dat stond op de plaats, waar thans de Stompersstraat begint, aan de Markt. In de levensbeschrijving van Sint-Oda, opgetekend door kanunnik Godefridus van Rode, staat beschreven, dat bisschop Otbertus van Luik in 1103 het gebeente van Sint-Oda ter verering uit het graf kwam verheffen en in een reliekschrijn plaatsen in de Sint-Odakerk. Dit gold in die tijd als een soort heiligverklaring. Van deze oude Sint-Odakerk is niet veel bekend. Wel weten we., dat ze in tufsteen was opgetrokken in Romaanse stijl. Ook weten we, dat ze aan het eind van de 15e eeuw ingrijpend is verbouwd. Zo werd er in 1498 een nieuw priesterkoor aangebouwd, maar dan in Gotische stijl. Dit "Oud Hoogkoor" bestaat nog en is rijksmonument. Het is bij de bouw van de achtereenvolgende kerken op deze plaats steeds gehandhaafd. Het kapittel van Rode verkreeg grote bezittingen o. a. de zogenaamde dekenstiende over geheel Sint-Oedenrode, in het jaar 1320 zelfs over het naburige Breugel, waarvan de parochiekerk eveneens onder het patronaat van het kapittel van Sint-Oda geplaatst was. De rijkdom van de kerk was haar behoud, want toen op 20 juli 1542 de beruchte Gelderse hoofdman, Maarten van Rossum, met voetknechten, ruiters en geschut - naar het leek - vriendschappelijk Rode binnentrok om er te overnachten, brandde hij de volgende ochtend het hele dorp plat, waarbij alleen de plundering van de Kapittelkerk kon worden voorkomen tegen betaling van 300 Rijnlandse guldens. Tijdens de 80-jarige oorlog, die in 1568 begon, had het dorp veel te lijden van de doortrekkende legers. Het rampjaar voor Sint-Oedenrode was 1583, toen zowel de parochiekerk van Sint Martinus te Eerschot als de Kapittelkerk van Sint-Oda in de as werden gelegd. Bij die gelegenheid zijn ook bijna alle archieven verloren gegaan, die waren opgeborgen in het raadhuis, dat tegen de Odakerk aangebouwd was. Evenals de Eerschotse kerk zal de kerk in het centrum van het dorp tijdens het 12-jarig bestand hersteld zijn. Bij de Vrede van Munster werd de katholieke eredienst verboden (1648). In 1662 kregen de Roomsen tegen betaling van veel geld toestemming een schuurkerk in te richten bij het slotje Emmaus. De beide Rooise kerken kwamen in gebruik bij het handjevol Hervormden, meest nieuwkomers, die door Den Haag aan baantjes werden geholpen. De Odakerk bleef tot 1741 ongebruikt leegstaan, dus bijna honderd jaar. Toen gingen de protestanten om beurten beide kerken gebruiken. Pas in 1759 waren er genoeg mannelijke leden om een hervormde kerkenraad te formeren. Honderdvijftig jaar lang bleef de achterstelling van de Roomsen voortduren. Toen de Fransen kwamen in 1794 werd dat anders. De verwaarloosde Odakerk, die de beruchte storm van 9 november 1800 wonderwel had doorstaan, bleek toch niet meer bestand tegen de tand des tijds. Op 16 augustus 1801 stortte de Sint-Odatoren bij stil weer 's nachts geheel in! Men besloot de kerk geheel te slopen en een nieuwe te bouwen. Alleen het Hoogkoor uit 1498 werd gespaard. De nieuwe kerk kwam in 1808 klaar. Men noemde ze niet meer Sint-Odakerk, immers het werd nu een parochiekerk en de patroon van de parochie was Sint-Martinus. Deze Martinuskerk heeft ruim een eeuw dienst gedaan. Ze werd in 1912 gesloopt om plaats te maken voor de huidige Martinuskerk, die in 1915 in gebruik werd genomen. Dat was dus in de Eerste wereldoorlog. Volgens de plannen zou rechts vooraan een hoge toren worden gebouwd. Het is er nooit van gekomen. Vandaar, dat het gebouw een onevenwichtige indruk maakt: een kolossaal gebouw met een kleine toren eraan. Precies andersom als de knoptoren in Eerschot. Daar zien we een klein kerkje tegen een grote toren. De huidige Martinuskerk bezit een monumentaal "Smits"-orgel en diverse mooie beelden uit de vorige kerk. In september 1944 viel een bom op de kerk, waardoor alle gewelven vervangen moesten worden. In 1912 werd vlakbij de kerk eerst een nieuwe R.K. Jongensschool gebouwd om te dienen als noodkerk totdat de nieuwe kerk klaar was. Daarna werden de tussenmuren van de klassen gebouwd en de Sint-Odaschool was klaar (1916). Achtergrondinformatie over het kerkgebouw. Ritaplein 2 |
||
|
|
©
2012 parochie heilige oda, contact/info mgr. bekkersplein 1, 5491 eb sint-oedenrode (kaart/route) telefoon (0413) 477 741, fax (084) 2213 463 wijzigingsdatum: 04-02-2012 Disclaimer |